Lezen

Musk (de; m; mv: geuren van muskusratten)

  Poolstokspringen is een discipline op de Olympische Spelen voor Meervaliden. De stok is veel langer en er zijn sprongen mogelijk doorheen de thermosfeer. De metingen worden gedaan met de satellieten.van Starlink. Elon Musk sponsort elke Übermensch. Ook in Duitsland. Zij houden van supersonisch rodelen. Nochtans. Ik sta dit alles niet toe. Elkeen die Nietzsches terminologie verdraait of misbruikt, begaat een rationele misdaad. Daarenboven. Musk betreft de geur die een klier van het mannelijke muskushert afscheidt. Nochtans is Musk een rat. Zijn hol zit vol met wat een beest verslinden kan. Er is ook een Spaanse ploeg, een delegatie lange poten. Het zijn de echte paarden van Dali. In de zure kuur, ook in dressuur voelt elke tiran zich heel snel op zijn plaats. De inschrijvingen waren amper bij te houden. Machiavelli, dat weet U, is een bandenmerk. Die Italianen van Meloni sponsoren die Spelen ook en Orban stuurt zijn steppenwolf die uitermate snel kan lopen, alles vangen wil. Het dier lust elke vorm van juiste rede. Rusland wint geheid de wedstrijd geitje rijden Oeralbal, mijn schat, dat is echt geen sport. Dat is het feest op donderdag. Leugenslingeren is elke dag schoon op tv en de reclamespotjes onderbreken met plezier. Ik heb een abonnement gekocht op stilte. Kom je dan de sterren tellen, liefste? In de ondergrond zullen er mollen zoenen. Dat is altijd zo en zeer gewoon op donderdag.     uit de reeks 'Waanhoop'      

Bernd Vanderbilt
5 0
Tip

FC Pol Pot

  Het zijn terreurbeelden geworden, hetzij door de eerste indruk, hetzij door hun herhaling. FC De Kampioen mag daarom nooit meer heruitgezonden worden. Voornamen als Xavier en Pol mogen eigenlijk ook niet meer gebruikt worden. In Cambodja weet elke Pol dat. En hoe sprak grootmoeder de kleine Zelensky aan? Juist. Met Vladimir. In het Russisch. Minder dan een dozijn jaar geleden, is hij beginnen beweren dat Oekraïens zijn moedertaal is en dat hij eigenlijk Volodymyr heet. Ergens willen ze dan toch niet echt veel van mekaar weten, die twee volkeren, dat men voornamen danig verbastert. Poetin weet dat intussen maar al te goed. Vladimir zal als voornaam achteruit boeren in delen van de wereld waar men nog kan zien Zelensky, de nar. Hoopt hij dat Volodymyr buiten het lijstje valt? Intussen en helaas. Land dat niemand kan toebehoren behalve de aarde en de toekomst, het zal zijn kinderen toch begraven moeten. Hoe ze ook heten hun kinderen. Bepaalde landen moeten blijkbaar zweten, bloeden en tranen laten vloeien. Terwijl Xavier en Pol doen alsof hun neus bloedt, wordt om de hoek gevochten. Het zijn weer diezelfde kortzichtige relschoppers. Gerolf is de oude zak die toekijkt. Filip, Tom en Dries. Dat zijn de ware vechtersbaasjes in hun zwarte voetbalbroekjes, Vlaamse sponsor en een stoere muil. Noteer deze namen alvast: Xavier, Pol, Vladimir, Volodymyr, Gerolf, Tom, Adolf (dat wist U al), Dries en Filip. Één pot nat, zou Pol zeggen en dan is er voor Christenen dat zeer ambiguë geval 'Jozef'. Er is de man uit Nazareth die deuren kon maken. Er is ook de man uit Gori, Georgië. Kameraad Jozef Stalin. Niet meer gebruiken die voornaam. Alstublieft ook niet al te vaak verwijzen naar de ware vader van Christus. De deur naar geweld staat weer wagewijd open. Voeg ook maar Bibi en Benjamin toe aan de voornamen die taboe moeten worden. Aanstormende talenten in wreedheden en stupidtiteiten. Noteer Donald en Elon,  Mag ik U trouwens voorstellen? Dit is Aphrodite, mijn secretaresse. Zij kan zeer schoon schrijven. Ze lacht vredevol, liefdevol. Nooit boordevol, zegt ze altijd wanneer ze nog wat thee bijschenkt. Haar vrouwelijkheid is vroom en ik weet het, liefste, het zijn alle mannennamen. Het zijn er intussen genoeg om een voetbalploeg mee te vullen die harder is dan de Rode Khmer. Legers met leiders die wrede namen dragen genoeg en Aphrodite kent de gebruiken. Twee keer per dag de deuren en de ramen openzetten. Één minuut lang. Stil blijven en tegelijk alle oorlogen horen razen. Hopen op minder humane schade en als er dan toch op een dag met bleke zon een ruit sneuvelt, dan kan het niet anders. Het zijn die gasten van de lijst, die gasten van die club genoemd: FC Pol Pot.     uit de reeks 'Waanhoop' 

Bernd Vanderbilt
52 2

De Standaard

  Opletten moet je blazen, zei Bob. Zullen we het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand? Wij zitten aan ons tafeltje. Dit klinkt als het Laatste Avondmaal, maar dan echt. Bescheiden. Dicht bij mekaar. Gewoon rondom, zoals dat de norm is. Niet op één rij, allen in het niets starend. Ignace is een smeerlap. Hij kan mijn gedachten lezen en Alfred zoekt een verse pot. Ingewijden weten dat het andalosersaus betreft. Zijn wij dan drie apostelen? Roeland is er immers ook. Helemaal. In levende lijve. Schoon stil vanbuiten. Dat lijkt bij hem de norm. Alfred is geen apostel. Hij is immers een dwerg. Kabouters kunnen onmogelijk boven een menigte uittornen en dan beweren dat ze waarheid te verkondigen hebben. Dat is absurd. Dat is in se voorbij het realisme. Alvast vijf doden door vuur op de heuvels van Hollywood. Biden heeft de streek uitgeroepen tot rampgebied. Oude mannen weten of vergeten. Het is altijd een rampgebied geweest. Hollywood is een ware onheilplaats voor de cinematografie. Het is eerder een oord voor mainstream entertainment. Ignace vindt mij een ijdele uil wanneer ik Engelse termen gebruik. Amerikaanse, is mijn repliek. Oké dan. Hoofdstroom ontspanning die mijn hoofd nooit ontspant en mijn ziel nooit onder stroom zet. Wij weten dat. Hollywood is eerder een modeoord, anders te formuleren als een plaats waar een wisselende, door malloten opgelegde standaard gedwee te volgen is. Nog een geluk dat David Lynch daar nooit gelyncht werd. Zullen we het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand? Ignace is een smeerlap. Hij steelt die krant uit de brievenbus van zijn imaginaire buurman. Hij woont immers nergens en die buurman is een freak, bezeten door de standaard. Hij heeft tegelijk een online abonnement op De Standaard als ook een abonnement op de papieren versie. Frieten mogen niet in krantenpapier verpakt worden. Roeland kan daadwerkelijk spreken. Dit was het bewijs. Ignace is extreem. Hij weigert pertinent de norm, gewoontes te volgen. Andalosersaus zonder frieten en een rietje graag. Alfred doet nooit moeilijk. Hier is immers ons paradijs. Wij zitten aan ons tafeltje zonder dat er straks iemand gekruisigd moet worden. Alfred brengt hetgeen Ignace bestelde. Hij zegt dat hij sowieso geluk heeft. Kabouters worden nooit gekruisigd. Nagels te groot, handjes, voetjes miniscuul. Kleine kruisjes zijn enkel de standaard tussen twee mooie borsten. Bovendien. Wanneer men kleine kruisjes in de grond zou steken om kabouters te verheffen tot een martelaar, dan zou dat laag bij de grond zijn. Katten en ratten zouden de dwerg verslinden. Wij zullen het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand. Intussen kwam zij opdagen, naast ons zitten. Zij is een woordenreeks:  modeoord  droomode moordode  rood+moed rodeo+dom  roem+dood Roeland neemt het blad en vouwt alvast een eerste vliegtuig. Soms wil hij gewoon weg.     bron: De Standaard uit de reeks 'Alfred Frietkabouter'

Bernd Vanderbilt
9 0

Winterdip

De wereld lag verstopt onder een dikke deken, al weken en weken en weken aan een stuk. Elke dag kleurde de hemel Vijftig Tinten Grijs. Lichtgrijs met lange, donkergrijze strepen. Muisgrijs met zwarte lijnen. Zwartgrijs met kleine, witte wolkjes. Altijd, altijd weer die variaties op wit-grijs-zwart. Als een foto uit lang vervlogen tijden.  Elke ochtend opnieuw hoopte ze op De Opklaring. Buiten en in haar hoofd. Ze wilde weten dat de zon nog bestond en zich, al was het maar heel even, wat lichter voelen.  Nu voelde ze zich zuurstofloos, als een roos onder een stolp. Op automatische piloot ging ze door de dagen. Ze leefde overlevend, forceerde zichzelf hoogstens tot een blokje om met de hond die ze niet had.                                                                                                                    Ze sliep amper. In het donkerste, nachtelijkste zwart werd ze verzwolgen door cyclisch gepieker, steeds weer dezelfde duistere gedachten die in het lichtgrijs van de dag weliswaar in kracht afnamen, maar nooit volledig verdwenen.                                                                         Ze wilde wegkruipen in bed, zich ingraven en oneindig slapen. Ze wenste dat ze dat egeltje was dat ze onlangs in het park onder een laag bladeren had gezien. Net als dat kleine diertje wilde ze pas ontwaken bij de eerste lentezon. 

Melanie Huyghe
12 0

Abjectie.

Toen ik klein was, wou ik astronaut worden. Helaas ontdekte ik dat ik een idioot was en werd ik (wannabe-) fotograaf omdat alleen idioten de sterfelijkheid van schoonheid durven vast te leggen. Schoonheid kent vele vormen; de vormen van het lichaam, de vormen van emoties en de vormen van datgene wat voor altijd verborgen zal blijven. Obscure schoonheid, de stupiditeiten van het leven wellicht, worden vaak geabsorbeerd door de schaduwen van de banale esthetiek. Niets impardonnabel - "Beauty seen is never lost," zeggen ze weleens.  Er is lelijkheid in schoonheid en schoonheid in lelijkheid. Toch is 'lelijkheid' een diepgaand, breed woord.  Lelijkheid kent vele vormen; de vormen van het lichaam, de vormen van emoties en de vormen van datgene wat voor altijd verborgen zal blijven. Of verborgen moet blijven. Abjectie. Wellicht ben ik niet de beste persoon om dit in beeld te brengen. Beaat ben ik nooit geweest. Noch gedwee.  Ik heb niet zoveel wensen. Het creëren van een paragon van kunst is weliswaar prachtig, maar een wens ver verwijderd van wat ik maar ben. Desondanks is wensen voor het onmogelijke, iets waar de mensheid in uitblinkt en ik blijf maar mens, want om te zien met ogen die niet vertroebeld zijn door haat is een geschenk, maar ook liefde voor het over-het-hoofd-geziene.  Ik zal mijn best doen als ongenuanceerde wannabeschrijver.   Ik houd van de kleur grijs. Regen is grijs. Wolken zijn grijs.  De maan is grijs. Wijsheid is grijs. Grijs rijmt op vijs. Datgene was ik mis in mijn leven: Te veel grijzen, te weinig vijzen. Ik beschuldig ten onrechte het geschenk van het leven als kleurloos, wellicht met een tintje deuteranomalie in die van mij, maar niet eentonig. Nooit eentonig.  Wat ook niet eentonig is, is mijn haat voor het leven. Als het een beest was, zou het mijn vader zijn. Een absoluut wangedrocht. Een lelijkerd. Een misbaksel. Een varkensfoetus zonder hart. Mijn lot werd beslist.     

Cordelia
7 0

De Man die de Sporen Vond

Er was eens, in een wereld tussen droom en werkelijkheid, een man die besloot op zoek te gaan naar de sporen van het leven. Hij heette Guy, en hoewel hij al vele wegen had bewandeld, voelde hij dat er nog zoveel verhalen te ontdekken waren—verhalen die hij had gezien, gehoord en zelfs beleefd, maar die nooit waren opgeschreven. Op een dag, toen de zon nog laag stond en het gras nat was van dauw, vond hij een oude pen. De pen was geen gewone pen; ze glinsterde zacht en leek te fluisteren:"Schrijf, Guy. Schrijf en verzamel de sporen die je hart beroeren." Guy aarzelde. "Maar wat moet ik schrijven?" vroeg hij hardop. De pen zweeg, maar de wind fluisterde hem iets toe. Hij hoorde de stemmen van het verleden: van avonturen die hij beleefd had, vrienden die hij had gekend, en plaatsen die hij ooit bezocht. Ze riepen hem terug naar de paden van zijn leven. En zo begon zijn reis. Hij vertrok op een tocht door het Land der Herinneringen. Het was een vreemd land: met heuvels van oude foto's en rivieren van vervlogen gesprekken. Langs het pad stonden bomen, elk met een verhaal. Bij de eerste boom las hij: "Dipenda: Vlucht uit Matadi". De woorden spraken over moed in tijden van chaos, over zijn vader die door een woelige rivier van onzekerheid werd meegesleurd, maar toch veilig thuis kwam. "Deze sporen mag ik niet vergeten," zei Guy en schreef ze op met de magische pen. Verderop zag hij een kat met glanzende ogen op een oude vensterbank liggen. "Wie ben jij?" vroeg hij. "Mijn naam was Dikkie," antwoordde de kat, "en ik was de vriend van iedereen." Guy glimlachte en hurkte neer bij Dikkie. De kat spinde zacht terwijl hij vertelde over warme middagen, verre avonturen in de tuin en de kleine rituelen van een liefdevol thuis. Tranen sprongen in Guy's ogen toen Dikkie zachtjes vervolgde: "Maar zoals alle dingen in het leven, Guy, kwam er een dag waarop ik moest gaan. Toch ben ik er altijd, in je hart." Guy nam zijn pen en schreef het op, zodat Dikkie’s spoor nooit verloren zou gaan. Zijn reis ging verder, en al snel bereikte hij een donkere grot. Binnen klonk gelach, luid en wild. Daar zaten "De Fritzen", mannen met namen die allemaal hetzelfde waren en verhalen vertelden die nergens en overal leken te beginnen. Ze dronken denkbeeldige bierpullen en riepen: "Zum Wohl!" terwijl ze de hele grot vulden met hun vreugde. Guy lachte met hen mee en begreep dat sommige herinneringen zijn als echo's in een grot: je draagt ze altijd bij je, zelfs als je er niet meer bent. Aan het einde van het Land der Herinneringen vond hij een spiegel. Toen hij erin keek, zag hij niet alleen zijn eigen gezicht, maar ook al die sporen die hij verzameld had: de bergen die hij beklom, de woorden die hij sprak, en de geliefden die hij verloor. Hij zag zijn leven als een kaart vol kronkelende paden, diepe dalen en zonnige toppen. "Waarom heb ik deze sporen verzameld?" vroeg Guy aan de pen. De pen antwoordde eindelijk: "Omdat verhalen alleen leven als ze verteld worden, Guy. De sporen van jouw leven zijn ook de sporen van anderen. Ze verbinden mensen, net zoals voetstappen elkaar kruisen op een pad." Guy keek rond en zag dat er nog meer lag te wachten: kleine heuvels waar de lucht stil stond en enkel fluisteringen klonken. Hij volgde het pad en vond daar woorden die in de wind dansten, losse letters die wachtten om op papier te landen. "Dit zijn gedichten," zei de pen zacht. "De sporen die niet schreeuwen, maar fluisteren." Guy begreep het. Hij hurkte neer en begon regels te schrijven: korte zinnen die het geluid van een vallend blad of het ritme van een hartslag konden vangen. Hij schreef over: "De Eerste Winterprik", waar de kou niet alleen de lucht raakte maar ook de ziel."De Cirkel van Dankbaarheid", waarin liefde zonder woorden een wereld van verschil maakte.En "Waar de Tijd met de Herfst Danst", een zacht verhaal over de vergankelijkheid van schoonheid. Het was alsof de pen hem nu leerde zingen zonder muziek. De poëzie vloeide uit zijn hand, als kleine dauwdruppels op een blad, als sneeuw die stil valt in een lege straat. En toen hij klaar was, keek hij op. Voor hem lag een land vol sporen: verhalen die hij had verzameld en gedichten die hij had gevoeld. Hij nam zijn pen en ging terug naar huis, zijn boek vol verhalen en poëzie. Elk woord, elke regel, was een spoor dat nooit zou verdwijnen. Want in dat boek zat niet alleen zijn leven, maar ook dat van anderen: van Dikkie, van de Fritzen, van de vrienden, de liefde, de vreugde, en de pijn. En telkens wanneer iemand het boek opende, kwamen de verhalen en gedichten tot leven. Ze fluisterden zacht, zoals de pen ooit had gedaan:"Schrijf, lees, vertel, en luister. Want sporen verdwijnen pas echt als we ze vergeten." Zo werd Guy, de man die de sporen vond, ook de man die de poëzie van het leven bewaarde. En waar je ook bent, als je goed luistert, hoor je nog altijd het zachte ruisen van zijn woorden, als bladeren die meebewegen met de wind.

Guy Van Damme
17 1