Lezen

Treurwilg

Het regent. Ik weet niet of het al regende in dit nieuwe jaar. Toch wil ik wandelen. Ik trek mijn sportschoenen aan. Waterdoorlatend. Ik weet dus wel zeker dat ik straks voor het eerst natte sokken zal hebben dit jaar. De Brugse Reien liggen er rustig bij. Het regent ondertussen niet meer. Mijn sokken worden wel nog nat. Ik blijf even staan bij de treurwilg die in de bocht van één van de reien staat. De druppels die van de kale takken glijden trekken cirkels in het water. Net op dat plekje regent het nog. Een treurwilg. Letterlijk. Een trieste boom, enkel nog tak en stam en traan. Helemaal ontdaan van het loof. Naakt in zijn boom-zijn. Ergens las ik dat wij ook zo moeten worden. In de winter. Ondergedompeld in verstilling. Ontdaan van de drukte. Geen schermen meer die blauw licht afvuren. De moderne naakte mens, zonder attributen, zonder digitale status. Ingestopt onder een warm deken met enkel het geluid van tikkende regen op het raam. De moderne naakte mens ver weg van de vrolijkheid die het leven moet zijn. Er is rouw. Er is melancholie. Er zijn bedenkingen. Er is menselijke regen die van de takken moet druipen. Zo zuiveren we ons tot de lente. Ondertussen kringelen meer regendruppels in het water. Het regent opnieuw. Het regent, het zegent, zei mijn moeder ooit. Het wordt vooral nat, denk ik. Mijn klamme sokken soppen in mijn sportschoenen. De Brugse Reien vallen even grijs uit als de wolken. De regen komt neer op de kasseien. Nu is het enkel nog wachten. Tot de lente komt.

Jolien Van de Velde
53 0

Krulhaar

Lang geleden, in de tijd dat mensen en dieren elkaar nog begrepen, leefde een jongetje van acht jaar met zijn ouders op een heuvel. Samen met hen kwamen dieren een pootje helpen bij het groenten telen. Vossen kwamen diepe putten graven waar knollen konden bewaard worden. Kippen, katten, honden en andere dieren hielpen op hun manier om de grond te bewerken en klaar te maken voor nieuwe planten. Ze klauwden, krabden, scharrelden, wroeten tot de grond poreus genoeg was om te planten. De honden dabberden alle jonge plantjes en zaadjes onder. Een olifant woonde iets verder en wist dat hij op zo een moment zeer nuttig was. Uit de beek slurpte hij water en sproeide dit in het rond. Vader en moeder keken toe en waren zeer tevreden. Bij Krulhaar, hun zoontje, was altijd een jonge hond in de buurt. Ook wanneer er niet voor de velden moest gezorgd worden, waren ze bij elkaar. Krulhaar speelde dan met zijn vriend Kwispel. De gekste spelletjes kwamen aan bod. Benoemen deden ze niet, toch kennen we er nu nog enkele van: hondje over, mensje over is er zo een van, dolgelukkig werden ze door over elkaars rug te springen. Wanneer ze op stap waren, was Krulhaar eerst bang geweest toen hij soortgenoten zag. Dichterbij komen deed hij niet. Ze lagen naast elkaar verscholen achter een obstakel, om te zien of ze iets herkenden in het doen en laten van de groep. Met gegrom of een glimlach begrepen ze gelijkenis. Het was niet bij die ene groep gebleven, ze waren verder op zoek gegaan. Bij nieuwe groepen, groot of klein, waar overeenkomsten te zien waren, keken ze naar elkaar en voelden een opwinding. Kwispel was voor hem onmisbaar. Met zijn snuit tegen de grond vond hij de weg makkelijk terug. Ook wanneer ze langer weg waren en de maag om vertering vroeg, kon Kwispel snel een hapje vinden. Dikwijls deelden ze dat. Zo zaten ze vergenoegd te kauwen terwijl hun ogen elkaar niet loslieten. De verrukkelijkheid straalde tussen hen. Op één van de tochten bleef Krulhaar verbaasd staan. Zag hij daar geen ander klein menswezen dat naar iets aan het turen was. Een mensgroep was niet direct te zien, was zij alleen op de wereld? Krulhaar keek gefascineerd naar het menswezen. Het gezicht was grotendeels verborgen door het lange haar. Het leek een lichte sikkel die gedragen werd door een donkere gestalte. Een lange tijd stond zij stokstijf te staren. Hij kon zich niet voorstellen waar ze naar keek. Gebiologeerd bleven zijn ogen aan dat figuur kleven tot Kwispel een klagend geluid liet horen. Heel de terugweg bleef hem het beeld bij. Ook dat voelde Kwispel, hij gromde terwijl hij oogcontact zocht. In het kamp vlijde Kwispel zich aan de voeten van Krulhaar en bleef vruchteloos contact zoeken. Een week later was Krulhaar duidelijk blij dat hij werd weggestuurd. Met een huppelpas was hij vertrokken zonder op Kwispel te letten. Natuurlijk voelde die de afwezigheid van zijn vriend onmiddellijk. Op een drafje was hij hem bijgebeend. Zonder op hem te letten echter spoedde Krulhaar zich naar de plek van vorige keer. Perplex bleef hij staan. Dat klein menswezen was veel dichterbij en zag hem aankomen. Een glimlach tekende haar lippen terwijl haar bolle wangen lichtrood kleurden. Krulhaar kon niet bewegen, zijn voeten voelden als lood. Kwispel holde hem bijna voorbij, keek naar zijn vriend met een klagend gehuil. Krulhaar bleef genieten van het vriendelijke vreemde gezicht. Zijn hart klopte, klopte zo hevig dat hij bang werd dat het een laatste tik wilde geven. Bedremmeld draaide hij zich om en volgde Kwispel, die met de staart tussen de achterpoten en de kop in het zand voorop liep. Nog een week later was Krulhaar voorzichtiger. Met een langzame pas stapte hij de bekende route. Kwispel moest nu ook niet rennen om hem bij te benen. Onderweg voelde hij het verlangen van Krulhaar naar een weerzien. Toen hij naar boven keek zag hij zweetdruppels op zijn voorhoofd. Dat had hij nog nooit gemerkt, vreemd. Zou dat aan dat verlanggevoel liggen dat Krulhaar moest zweten? Ook hoorde hij een vreemd getik. Was dat er ook niet de vorige keer, misschien wel iets rustiger nu? Waar hij vorige week vastgenageld stond, bleef Krulhaar staan. Zijn ogen bleven gefixeerd op een punt, het punt waar hij nu niemand zag. Teleurgesteld zette hij zich naast zijn vriend. Kwispel genoot van zijn nabijheid en liet dat duidelijk voelen. Krulhaar was met zijn gedachten bij de verlaten plek. Hij voelde zijn hart samentrekken en zuchtte. Toen hij zich teleurgesteld omdraaide, ontwaarde hij in de verte een sikkel. Deze keer staarde zij de andere kant uit. Wat vreemd, dacht hij, zo leerde ik die kleine mens kennen. En toch is het anders. Vol in gedachten en toch met een hart dat wilder tekeer ging, schuifelde hij naar zijn ouders. Kwispel bemerkte het vreemde maar voelde zich toch blijer dan de vorige keer. De volgende week wandelde Krulhaar, zonder het te beseffen, in zijn voetsporen. Kwispel deed zijn naam via zijn staart alle eer aan. Opgetogen volgde hij. Hoe verder ze kwamen, hoe sneller Krulhaar stapte. Kwispel trok een vragende snuit waar Krulhaar geen aandacht voor had. Ineens begon hij te lopen, waarom wist hij niet. Kwispel was verwonderd en bleef staan. Het geluid in de omgeving viel weg, het was windstil. Het werd zo fris dat Kwispel zich plat op zijn buik aan de grond wilde warmen. Zag hij daar nu niet dat kleine menswezen? Het leek wel zo, maar niets van het gezicht was te bespeuren. Met de snel opgekomen donkerte was het moeilijk om zeker te zijn. Maar toch, maar toch. Achter het hoofd van dat klein menswezen zag hij stralen. Daar verscheen zeer langzaam het opgewekte gezicht van zijn menswezenvriend. Hoe meer hij de opgewonden blik van zijn vriend kon zien, hoe warmer het werd. Kwispel sloeg zijn staart heen en weer, met zijn kermend gehuil ontwaakte de omgeving.

Luc Van Roosbroeck
0 0

Poppenkast

FADE IN C.J. GaiusToen ik klein was wou ik veel.Ik wou brandweerman worden of astronaut.Dokter, bakker, voetballer, mummie ofgroot en sterk zoals mijn vader. PsychologeMhm C.J. GaiusWanneer ik wakker lig in de nachthoor ik zijn zware stem brommen.Een stem die verdween na vijftien lentes,maar me tot op heden achtervolgd. PsychologeMhm C.J. GaiusHij geeft me raad en kraakt me af.Betrapt, berispt en bespeelt me. PsychologeEn wat voelt u daarbij? C.J. GaiusFrustratie… irritatie… .Het is als het lopenvan een of andere marathonvoor het goede doelom dan op 200 meter van de finishmet een appelflauwtetegen de grond knallen.Ik kan de overwinning ruiken,maar nooit proeven. (aarzeling) PsychologeVertel verder. C.J. GaiusHet is alsof ik een kleine beet van de appeluit het hof van eden kan nemen om danbruusk eruit gezwierd te worden dooreen of andere charlatandie meer en beter denkt te weten.Ik dácht dat het leven een eerlijk verloop kent,maar ik had het goed mis. (lichte frustratie dringt door in zijn stem)Het leven kent vooral omkoperij… vriendjespolitiek. PsychologeKlinkt als een harde wereld… C.J. GaiusHet ís dan ook een harde wereld.Het is een poppenkast vol schijnbaar perfecte figuren.Regels en vuil spel hebben de bovenhand.Het is spartelen of verzuipen.Het is spelen of bespeeld worden.Het is een gevecht, elke dag.Het is op het juiste momentde juiste snaar raken bij de juiste schakelaar.Het is zo fucking vermoeiend.Het is zo fucking oneerlijk. PsychologeU vertelde dat uw vader aanzien had,hoe komt het dat u daar geen baat bij hebt? C.J. GaiusOmdat hij dood is.Omdat mijn zus dat niet is. Psychologe(zwijgt, wachtend op een vervolg) C.J. GaiusZo lang zij dat niet is stel ikgodverdomme niets vooren blijf ik dwalen in haar schaduw.Blijf ik op 200 meter van de finish.Staar ik vanuit god weet waarnaar die verrotte hof van eden.Zij plukt de vruchten van mijn vaders’ succes.Zijn eeuwige lieveling.Ook nu hij in de grond ligt te rottenals een stuk vergeten fruituit een fruitmand die je liever niet had gekregen. PsychologeIk heb u nog nooit eerder over een zus horen spreken? C.J. GaiusMijn zus dat is...Mijn zus dat is de nagel aan mijn doodskist.Zij is altijd overal beter in geweest dan mij.Twee luttele minuten eerder kwam zijop deze wereld en toch leek ze er meteen over te heersen.Zelfs wanneer er tijdens de turnlessen groepjes werden gevormdwerd zij eerder gekozen. Haar punten waren steeds net wat beter.Haar krullen zaten mooier.Haar tekeningen volmaakter.Haar presentaties uitmuntender.Haar intenties zuiverder.Hij zag haar eerder.Hij zag haar liever.Nu heeft zij alles en heb ik niets.Zij geeft bevelen, ik voer ze uit.Zij drinkt koffie, ik schenk hem.Zij maakt afspraken, ik noteer ze.  PsychologeDat moet niet makkelijk zijn voor u.C.J. GaiusVoor vrouwen is het eigenlijkwel gewoon heel erg simpel allemaal.Die poepen zich een weg omhoog.Mannen kunnen dat niet,dat is een privilege dat enkel vrouwen kennen.Ze smeken er zelfs om,wanneer ze kortgerokt en met uitpuilende borstenaan de kopieermachine staan.Ze willen niets liever.Ze weten dat ze zo hun zin krijgen.Zodra ze die hebben gekregen verdwijnen ze. PsychologeZoals ook uw moeder verdween? C.J. GaiusMijn moeder heeft hierabsoluut niets mee te maken. PsychologeExcuseer... (kijkt vrij onsubtiel op haar horloge)Onze tijd zit er helaas op voor vandaag.Zullen we het er volgende week verder over hebben, meneer Gaius?   FADE OUT       Inzending voor: Shakespeare is dead

ElinaLYTN
20 0

Een lange arm

Ik ga u iets verklappen. Het is een soort van aandoening of lichamelijk kenmerk. Kortweg gezegd komt het hier op neer. Ik ben aangedaan met korte armen. Ik hoor u zeggen: dan hebt u wellicht ook korte benen. Ja, maar korte armen hebben is een probleem van een andere grootorde. Bovendien krijg je er in de samenleving alsmaar meer problemen mee. Denk maar aan de drive-in waar je een hamburger bestelt. Als de persoon in het raam ook korte armen heeft, heb je een probleem. Of denk aan een betaalparking. Of het recyclagepark. Omdat ik voorzichtig ben aangelegd, parkeer ik de auto altijd iets te ver. Je kan dan net niet bij de knop of de gleuf voor je identiteitskaart. Je leunt voorover, maar de veiligheidsgordel houdt je met een snok tegen. De deur gaat niet open, want daarvoor sta je toch te dicht. Dan maar uit het raam leunen, maar dan lijk je op een hond die in de wind verkoeling zoekt. Het ziet er niet uit. Het ergste is de péage in Frankrijk. Het moet snel gaan. De Fransen zijn er in getraind, die doen het bijna rijdend, met de Franse flair. Zo zal ik niet snel onze trip naar Normandië vergeten. Aan de eerste péage ging het nog. Maar bij de tweede werd ik overmoedig. Ik moest achteruit rijden, want ik kon er met de beste wil van de wereld niet bij. Maar achter mij stond een Fransman volop gas te geven. Het was me een spektakel. Onze jongste heeft op de achterbank gelachen tot we in Bayeux waren. Nu moet u weten, dat is nog een aardige 400 kilometer. Het lachen stopte pas in de hotelkamer en hij hield er de hele avond de hik aan over. Nee, het heeft zo zijn voordelen, een lange arm hebben.

Rudi Lavreysen
20 0

Alles is heimwee

Alles wat je vast pakt, daar zit een herinnering aan. De stomste dingen brengen een reactie te weeg. Wat doe je met al die spullen. Sommige dingen kunnen weg maar even zoveel dingen wil ik echt niet missen. En dat heeft niks met financiële waarde te maken. Die oude winterjas. Zoveel gedragen. Die oude slippers. Zo versleten. Maar ook de verzameling zakmessen. Iedere vakantie kwam er weer één bij. De verzameling Spaanse messen, zorgvuldig ten toon gesteld. Nooit mee gesneden, daar waren ze te kostbaar voor. Dierbare spullen, ze worden zorgvuldig weggeborgen. Natuurlijk blijven er ook veel spullen gewoon op hun plaats staan. De verzameling Ernie-poppen. De hele slaapkamer staat er mee vol. De karikatuurprent die ik heb laten maken bij zijn koperen jubileum. De verzameling foto’s. Het gereedschap in de garage, zo zuinig onderhouden. Ach, zoveel dingen. Zeker, er zijn ook zaken die weg kunnen. Daar zit geen emotionele waarde aan. Ik hou niet minder van mijn maatje als ik die weg doe. Of de dingen met een vraagteken. De luchtbuks van opa, wat moet daar mee gebeuren. Ik heb geen idee, voorlopig ligt hij nog veilig op zolder. Er zal vast wel een oplossing voor komen. Het heeft ook helemaal geen haast. Herinneringen zijn een ongrijpbaar iets. Ze laten zich niet sturen. Ze dringen zich ook aan je op tijdens momenten dat je er niet op bedacht bent. Soms als een mokerslag maar soms ook als een lentebriesje. En altijd is daar weer dat weten. Het zijn herinneringen, het komt niet meer terug. Alleen de heimwee, die blijft.    

Machteld
9 0

Witte slippers

In een flits denk ik dat de dertiger in het rode trainingspak over straat loopt op witte sportsokken. Hij wandelt met wat Amerikanen een “Swagger” noemen, ouderen herkennen hier John Wayne en minder ouderen herkennen vrijwel elke hiphop-ster, zo’n wiegende, zelfverzekerde tred. Bij nadere bestudering loopt die knul niet slechts op sportsokken, hij heeft ze zelfs in slippers gestoken, badslippers om precies te zijn. En zal ik het erger maken? Hij loopt op WITTE badslippers. Zomaar midden in een winkelstraat en geen badkamer in de buurt.   Met een dichtgevouwen boodschappentas van de Lidl onder zijn arm. Een sukkel onderweg naar een volkorenbrood, een pak melk en misschien wel een kraslot.   Ik staar naar zijn voeten en volg hem totdat hij om de hoek verdwijnt. Wat bezielt zo iemand? In zijn schuurtje, of als hij in een appartement woont in de badkamer, pakt hij zijn pas gekochte lichtblauwe slippers uit en legt deze midden op een krant. Hij neemt de spuitbus, die hij speciaal hiervoor bij de hobbyzaak aanschafte, en zorgvuldig, met de tong tussen de lippen, verft hij de slippers. Zonder strepen. En rustig laten drogen, niet te snel aantrekken! Hij wil geen doffe plekken op de lak. Eerst een uurtje FIFA spelen en onder de douche aan zichzelf denken. Daarna een kop koffie en de e-sigaret vullen met aardbeiensmaak en pas als het tankje helemaal leeg is, voorzichtig de slipper bevoelen of de verf droog is. Geduld, daar draait het om, dat is het verschil tussen succes en falen.    Zodra de lak uitgehard is, belt hij zijn moeder. Mannen van die leeftijd die op slippers buiten lopen, bellen elke dag hun moeder. Als een dertigjarige, of iemand op welke leeftijd dan ook, een relatie heeft (met M/V), wordt je met badslippers bij de deur tegengehouden. Helemaal als deze wit zijn. Niemand wil zijn of haar partner zo voor schut zien gaan. Het straalt ook op de partner af en die wil niet in de rij bij de slager aangesproken worden met de achteloze opmerking: ‘Die Henk van jou heeft mooi schoeisel,’ of: ‘Zo, zo, zo, maakt Henk een slippertje?’ En dat de wachtenden op gehakt, gebraden kip en worst instemmend grinniken. Waarna slager Vleeshouwer iedereen tot de orde roept met: ‘Koppen dicht! We beledigen geen klanten, Henk kan het ook niet helpen dat zijn douche aan de andere kant van de stad is.' Hij doorklieft met een ferme klap een varkenspoot. 'Wees blij dat hij niet in zijn witte onderbroek loopt.’    De slipperloper is dus relatieloos en belt zijn moeder.   ‘Mam, het is vandaag een speciale dag. U mag drie keer raden.’   ‘Zeg het maar schat,’ antwoordt zijn moeder en ze vervolgt bezorgd: ‘Je zat toch niet op je knieën bij de brievenbus en door dat gluurtje te loeren naar je buurmeisje op weg naar school? Je beloofde dat niet meer te doen!’     Niets van dat alles natuurlijk. Hij houdt een korte pauze om de spanning te verhogen en met trots in zijn stem meldt hij: ‘Ik heb mijn slippers wit geverfd.’   ‘Lieverd toch!’ Mama is opgelucht. ‘Ik wist dat je het in je hebt. Wat zal iedereen opkijken!’   ‘Over drie uur zijn ze droog en daarna ga ik naar de supermarkt.’   ‘Ik ben trots op je. Vergeet de bananen niet.’   En tevreden hangen ze op. Op sommige momenten, zoals nu tijdens het winkelen, maar het kan ook wachtend op de trein of met een peertje op een bank in het park, voel ik mij ver uitsteken boven mijn omgeving. Het enige dat ik nodig heb is een stakker die langsstiefelt die ik koppel aan mijn fantasie waarin de persoon van mijn aandacht deze keer hard werkt om zijn slippers wit te krijgen en waar een moeder als enige in de wereld trots op hem is.   Met een superieure swagger swing ik verder en bestel ik bij “Charles Coffee Corner” een cappuccino, vandaag gaat deze jongen niet aan de koffie met melk.

MCH
18 2

HELD

We zitten waarschijnlijk nog wel wat langer in een lockdown of er komt in het nieuwe jaar weer een enge mutatie waardoor we weer massaal moeten gaan multitasken. Jonglerend met laptops, kinderen en schoolwerk slepen we onszelf weer volledig overvraagd de dag door. Ik ben daar niet zo goed in. Ik kan prima thuiswerken maar ervaar de aanwezigheid van kinderen daarbij als een belemmerende factor. Helemaal wanneer die kinderen ook aan zinnige activiteiten gezet moeten worden. Er is geen basisschooljuf aan mij verloren gegaan, zeg ik eerlijkheidshalve. Het homeskoolen van mijn zoon zie ik dan ook vooral als een confrontatie met de bakken geduld die ik niet bezit. Dan is er nog mijn loslopende kleuter met zeer aanwezige eigen wil en maar weinig respect voor het werkproces van anderen. Ze heeft vooral BEHOEFTEN die ze LUIDKEELS deelt. Ik probeer dapper kinderopvang juf te zijn en mijn dochter met educatief vermaak de dag door te loodsen. Ik hoor je denken: met je eigen kinderen is het geen opvang, nou daar durf ik tegenin te brengen dat die grens enorm vervaagt als het gaat om 24-uurs opvang, weken aan een stuk. Terwijl er niets open is. En het buiten regent. Wanneer er bovendien ook nog andere kinderen komen spelen wordt het ineens een militaire operatie om het geluid van die koters binnen de perken te houden zodat er 2 verdiepingen hoger nog gebeeldbeld kan worden. Daar tussendoor is het dan de bedoeling dat ik mijn eigen to do list nog even efficiënt afgevinkt krijg. Daarin slaagde ik maar half, vloekend, met klotsende oksels en stressvlekken in mijn nek. Ik zei al, ik ben er niet zo goed in.   Ik ben daarnaast gevoelig voor op het oog moeiteloos presterende mede-ouders. Je kent ze wel, die relaxte moeders en vaders (meestal zonder veeleisende baan of thuisblijfouder, geen onbelangrijk detail) die vreugdevol het dagschema afvinken waarin er geleerd wordt, tijd is voor ontspanning, er buiten wordt gewandeld én samen gezond wordt geluncht. Zij schromen niet dit succes juichend te delen. Op straat, of nog erger, in de klasse-appgroep. Ze outshinen de andere ploeteraars met knutselwerkjes en kwaliteitsmomentjes omdat zij wél in hun element zijn, namelijk in hun zelf gekozen baan en werkomgeving. Dat doet heel wat voor je werkplezier, dat zelf gekozen element ervan. Ik krijg het idee dat mijn eigen inzet er schraal bij af steekt, wat ik dan weer niet zo goed los kan laten. Ik ben ook daar niet zo goed in. Mijn aanstaande wel, die haalt een keer zijn schouders op. Ik vraag mij steeds onzekerder wordend af waarom het mij niet lukt om er zoveel plezier in te hebben en wat dat dan wel niet over mij zegt als moeder. Alsof falen in het multitasken alleen al niet genoeg was verdomme. Ik ga proberen het anders te doen in lockdown nummer 2 (of zitten we inmiddels in ronde 3? Ik ben de tel kwijt). Ik heb om te beginnen niet meer de illusie dat ik het fluitend ga doen. Ik ga andere ouders die dat wel veinzen dan ook snoeihard negeren. Hou een ander maar voor de gek. Het zwoegen mag er gewoon zijn, om in yoga taal te spreken. Want ik doe dus 3 banen ineen. Ik herhaal: DRIE banen ineen, waarvan 2 niet persé mijn eerste keuze en met bijzonder kinderachtige collega’s. Ik ben dus eigenlijk een held. Dat op zichzelf is al een prestatie. 2022, kom maar op.   te lezen op: https://www.werkgeluk.nl/column-held/

Marleenvandecamp
22 1