Lezen

Chloé, Een Zoektocht Naar De Ware Liefde

   Daar ze al meer dan een jaar thuis aan het werken is qua lockdown trekt Chloé de stoute schoenen aan, in haar geval één, en besluit ze zich in te schrijven op Tinder. Nu ze haar kans om iemand op de werkvloer te ontmoeten of tijdens haar zakelijke ontmoetingen buiten kantoor onmogelijk acht wil ze online met haar profiel en geef haar eens ongelijk. Dat ze een kunstbeen heeft hoeft geen sta in de weg te zijn daar ze een knappe vrouw is met een bovengemiddeld IQ. Tel daarbij op dat ze goed verdient en voor zichzelf kan zorgen. Ze heeft geen man nodig, niet voor het geld. Ze heeft haar zaakjes op orde. Genegenheid, warmte, geborgenheid, aandacht en op zijn tijd een goed gesprek is wat ze zoekt en wie zoekt dat niet? Met haar Motorola G 5G probeert ze een profielfoto te maken maar ze is niet tevreden over het resultaat en belt naar Permanent, haar kapsalon om een afspraak te maken.     8 juni 1992 was de dag waarop Chloé haar been verloor. Voor velen staat deze dag in hun geheugen gegraveerd daar dit de dag was van het memorabele optreden van Pearl Jam op Pinkpop in Landgraaf. Iedereen heeft op zijn netvlies de sprong van Eddie Vedder, die, vanuit de camerakraan op grote hoogte, het publiek in dook. Enthousiasme alom, maar niet voor Chloé, daar zij de val van Eddie brak met als resultaat dat haar been op zoveel plaatsen was gebroken dat de artsen geen andere optie zagen dan het been te amputeren. Chloé had Pinkpop altijd al een kutfestival gevonden met veel te veel achterlijke omhoog geschreven rock- bandjes en vanaf die dag meet ze dit festival als de pest. Ze kwam voor het optreden van Lou Reed maar door de krankzinnige actie van Eddie Vedder heeft ze Lou Reed nooit in levende lijve kunnen bewonderen, iets dat ze Eddie nog steeds kwalijk neemt net zoals, maar in mindere mate, het verlies van haar been. Eddie Vedder had haar nog wel een bosje bloemen gestuurd op haar ziekbed maar die bos kon Eddie wat Chloé betrof maar beter in zijn reet steken met zijn gekwelde zangpartijen erbij, de zeikerd.     Het hele mainstream muziek gebeuren interesseert Chloé geen ene hol en kan haar gestolen worden, wat haar betreft kan ‘mister Pinkpop’ Jan Smeets liever gisteren dan vandaag doodvallen met zijn debiel  ringbaardje. Dat is dan wel een voordeel van het Covid19 denkt ze, dat die achterlijke mongool geen bands kan boeken voor een al bij voorbaat te mislukken festival. Al die middle of the road tyfusherrie blijft ons bespaard. Fuck Jan Smeets! Alleen al die naam; Pinkpop! Waarschijnlijk ligt de oorzaak van het Nederlandse sacherijn in de jaarlijkse set-up van Pinkpop, teveel van hetzelfde waar je iedere dag op de radio mee wordt doodgegooid. De ware muziekliefhebber wordt niets gegund besluit Chloé. Ze vraagt zich af of dat ze Lou Reed als muzikale voorkeur in haar profiel op Tinder moet noemen aangezien de meeste Lou Reed liefhebbers ‘gebruikers’ zijn. En dat Lou Reed eigenlijk een aap met een gitaar is die niet kan zingen. Keuzes, keuzes, keuzes, zucht Chloé. Chloé gebruikt niets, hooguit een glaasje wit, bij voorkeur Chardonnay op zijn tijd. Drugs gebruiken is voor losers, voor mensen die de werkelijkheid ontvluchten. Voor Chloé horen verdriet, lijden, lelijkheid en Mark Rutte bij het leven, alles mag er zijn.     Ondanks haar gevoelens van eenzaamheid staat Chloé positief in het leven. Ondanks haar kunstbeen, ondanks het feit dat ze Soela nooit op de radio hoort, ondanks de immer voortdurende lockdown, ondanks eigenlijk alles blijft ze het zonnetje in huis, tenminste voor wie het zou kunnen zien, de lieve schat dat ze is.    Chloé is goed in haar werk en haar collega’s en concurrenten kunnen niets anders dan bewondering voor haar hebben. Haar juist verschenen boek met beoordelingen en recensies van de diverse rollen toiletpapier, verkrijgbaar in de Europese supermarkten is een Must Read voor iedere serieuze toiletpapier gebruiker. En zijn we dat niet allemaal? Zo vindingrijk als ze is weet Chloé iedere keer weer een stuk onontgonnen terrein in de samenleving te analyseren en in kaart te brengen. Voor diegene die denkt wat valt er nou over toiletpapier te vertellen kan ik ten zeerste haar boek ‘Duizend En 1 Vel’ aanbevelen. Als geen ander brengt Chloé de verschillen qua kwaliteit, dikte, zachtheid, 1, 2, 3, 4, 5, laags toiletpapier, gebruiksvriendelijkheid, absorptie vermogen, belastbaarheid voor het milieu etc. in beeld waarbij ze vooral laat zien welke merken makkelijk zijn in het gebruik. Bijvoorbeeld, hoe eenvoudig kan ik het eerste velletje los maken van de rol zonder eerst de halve rol af te moeten rollen. Ja, dat kan weleens vervelend zijn, met je nagels dat eerste velletje los moeten pulken qua plakrand. En juist dat was Chloés motivatie om dit onderzoek te doen en het boek te schrijven, dat eerste velletje dat maar niet van de rol los liet. Haar boek over aluminiumfolie staat nog in de steigers maar zal geheid ook een bestseller zijn.      ‘Ja die vliegtuigspotters hebben het ook niet makkelijk tijdens de lock- down’, denkt Chloé, ‘Nu er maar weinig vliegtuigen vliegen valt er weinig te spotten, daar staan de mensen niet bij stil. Ja, klagen dat de terrassen open moeten, dat kunnen ze maar stilstaan bij het verdriet van de vliegtuigspotter, hó maar. Dat doe ik dan maar voor ze, ook al zouden we het over het nut van het vliegtuigspotten kunnen hebben, sommige mensen hebben nou eenmaal te veel vrije tijd dus dat doe ik niet.’ Ze kwam op deze gedachte toen ze vandaag langs vliegveld Zestienhoven reed en met pijn in haar hart moest denken aan haar jaarlijkse uitstapje naar Formentera. De afgelopen tien jaar vloog ze half september naar haar paradijslijk eilandje om gedurende twee en een halve week tot rust te komen en te genieten van  de wonderschone stranden, de kleuren van de zee en de lucht, de heerlijke geuren, zwemmen in het zijdezachte zeewater, het buiten zijn, het heerlijke eten en vooral de ontspanning. Ieder jaar hoopte ze daar een leuke man te ontmoeten maar telkens weer stapte ze naar haar vakantie gedesillusioneerd in het vliegtuig huiswaarts. Natuurlijk had ze weleens een drankje gedaan met deze of gene maar een klik had ze nooit gevoeld. Gelukkig maakte het eiland veel goed. Eenmaal terug in Nederland duikt ze weer in haar werk om aldus haar eenzaamheid te vergeten. En ze kon wel even teren op de nagloeiende Balearische zon maar nooit genoeg om zonder kleerscheuren de winter door te komen. Daar is meer voor nodig.      Chloé vindt het niet erg om alleen te zijn, integendeel, vaak zoekt ze de eenzaamheid op maar dat valt niet mee in de randstad. Nergens kun je werkelijk alleen zijn. overal staan er huizen, overal zijn de mensen, om werkelijk met jezelf alleen te zijn moet je verder van huis of gewoon thuis blijven. Ontkomen aan de soort mens in Zuid Holland is schier onmogelijk, overal duikt ze op, te pas maar vooral te onpas. Innerlijke rust krijg je niet van je soortgenoten maar van ontmoetingen met de natuur en de schoonheid ervan en het helpt niet als er dan een stel zestigplussers voorbij razen op hun E-bikes in hun knalrode ANWB waterdichte maar luchtdoorlatende windjacks. Tel daarbij op dat na de uitbarsting van het Coronavirus er bij onze soortgenoten nog een ander virus uitbrak, te weten het wandelvirus. De Homo Sapiens die voor het Covid19 alleen maar in de file stond op weg naar zijn of haar werk en daar acht uur doorbracht om vervolgens weer in de file naar huis te staan loopt nu in het wild rond dat het een aard heeft. Helaas ook in knalrode ANWB waterdichte maar luchtdoorlatende windjacks en wandelschoenen voor de prijs waar een gehele familie in de Kongo drie maanden van kan eten. Wie staat er stil bij? Chloé in ieder geval wel. Ondanks haar kunstbeen maakt Chloé graag een wandelingetje in de natuur, bij voorkeur op het strand van Ter Heijde aan Zee, Nederland is op haar mooist aan de kust. Imposante wolken- partijen in alle gradaties blauw maar vooral ruimte, zo ver kunnen kijken dat het oog kan zien. De zee voelt voor haar als thuiskomen, alsof ze er vandaan komt, haar oorsprong.    En toch, een zeemeermin is al een zeldzaamheid, laat staan één met een kunstbeen, die zie je zelden of nooit. Vergeef me deze flauwe grap maar ik heb helaas ook niks beters te doen in deze wereld. Ik hoef niet te overleven, niet over een onbegaanbaar pad, vijftien kilometer heen- en terug, zonder Nike Air Max aan mijn voeten om een jerrycan van vijfentwintig liter met drinkbaar water voor mijn familie te halen. De ondraaglijke hitte tijdens deze tocht laat ik gemakshalve maar even achterwege. Net zoals potentiele verkrachters, giftige slangen, schorpioenen, teken en likdoorns. En mocht je tijdens deze dagelijkse tocht last krijgen van een vliegende kiespijn, een tandarts is in geen velden of wegen te bekennen. Net zoals een picknicktafel in de schaduw of een supermarkt. Nee, zo slecht hebben wij het hier niet ook al denken sommige mensen er hiér anders over.      Chloé heeft andere dingen aan haar hoofd. In haar Dacia Duster Laureate is ze op weg naar kapsalon Permanent om een leuk kapseltje te verkrijgen waarmee ze beter uit de verf hoopt te komen op haar profielfoto bestemd voor Tinder. Uit de speakers klinkt MC Stef met ‘Hou Je Muilkorf’ en tevreden stuurt ze haar bolide over de A20 richting afslag Blijdorp. Ook Das de Rijmmaniak doet mee in ‘Hou Je Muilkorf’. In de jaren negentig was Das haar buurman in Rotterdam-Zuid. In die tijd had ze nog meegewerkt als achtergrondzangeres aan tracks van de immer aan de weg timmerende Das de Rijmmaniak. Met weemoed denkt ze terug aan die tijd maar niet al te lang. Das komt ze nog weleens tegen in Rotterdam- Noord als hij ergens met zijn wagen van de Roteb een riool aan het leeg- pompen is. Even maken ze dan kort een praatje maar daar  blijft het bij. Behendig parkeert ze haar bolide op de Mathenesserlaan achteruit in tussen twee auto’s en het past maar net. Bij café Ari kust ze het beeld van Jules Deelder en zwaait ze naar Cor, de eigenaar van het café, die haar een kushandje toe wuift. Even later stapt Chloé kapsalon Permanent binnen.     Na ruim drie kwartier stapt ze naar buiten met een frisuur waarop je op Tinder wel mee voor de dag kan komen. Of niet, maar Chloé is tevreden met haar frisse kapsel. Hoog opgeschoren en in het midden een kuif à la Morrissey. Nu ze toch op de Binnenweg is besluit ze om Demonfuzz en de Plaatboef te checken op nieuwe of tweedehands plaatjes. Bij Demonfuzz vindt ze de originele Kashmere Stage Band uit 1973 en bij de Plaatboef scoort ze de re-issue van ‘The Wooden Glass’ van Billy Wooten uit 1972. Voor het laatste album moet ze naar haar gevoel iets teveel betalen want het betreft immers een re-issue. Het origineel is niet te betalen en blijkbaar denken dan de platenhandelaren dat een re-issue ook maar duur moet zijn. Tevreden met haar coiffure en de twee gescoorde nieuwe Lp’s drinkt ze nog een cappuccino op het terras van café Ari. Voordat ze wegrijdt in haar Dacia zet ze Soela’s ‘Genuine Silk’ aan op de 4x50 watt stereo installatie en rijdt ze tevreden richting huis. Het is maar een klein stukje snelweg maar het weerhoudt haar niet om het gaspedaal flink in te trappen en al snel is ze bij de afslag Schiedam-Noord. Eenmaal beneden besluit ze om de snelweg weer op te gaan om een klein tochtje te maken en van de muziek en het autorijden te genieten. In de auto komt ze tot rust, auto rijden is haar hobby.      ‘Vroeger was alles beter, behalve de toekomst’, schreef Herman B. al enige decennia geleden en niemand die het gehoord of begrepen heeft denkt Chloé en ze trapt haar 4 cilinder 1600pk Duster flink op zijn staart en al snel haalt ze de 160 km/per uur en zet ze de muziek van Soela nog wat harder. Vol gas over de linkerrijstrook vindt Chloé rust die al snel verstoord wordt door een bumper klevende BMW rijder. Even schuift ze een baan naar rechts op om vervolgens haar plek op de linkerrijstrook weer in te nemen. Ze besluit om door te rijden naar het strand, de zee, de zee die altijd tijd voor haar heeft, geduldig is en luistert. Een korte wandeling langs het strand en een French Coffee bij strandpaviljoen The Coast, nu de terrassen eindelijk weer open zijn, zal haar goed doen. Na een korte rit over de A4 parkeert ze haar Duster onder de duinovergang en niet veel later loopt ze langs de vloedlijn richting Kijkduin. Hier aan de kust vindt ze altijd weer iets van zichzelf terug, een stukje dat ze landinwaarts zomaar weer kan verliezen. Onnodig om te vermelden dat ze daarom hier zo graag komt.      Aangezien ze al meer dan negenentwintig jaar een kunstbeen heeft kan ze er inmiddels aardig mee uit de voeten. Dat was in het begin wel anders, met vallen en opstaan leerde ze een geheel nieuwe techniek van lopen. Na een jaar zag haar manier van lopen er weer natuurlijk uit. En gelukkig stond de ontwikkeling van protheses ook niet stil. De PLX2025 die ze nu heeft is een vernuftig staaltje van menselijk kunnen. Deze prothese heeft de beschikking over neurofeedback waardoor de coördinatie tussen de prothese en de hersenen digitaal gestuurd wordt en dat in samenwerking met haar eigen been. Hierdoor kan ze langere afstanden afleggen en heeft ze geen last meer van fantoompijn. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.      Na een half uurtje lopen bereikt ze de zandmotor met zijn Argustoren en besluit ze om terug te lopen. Dromend over de verre oorden die achter de horizon liggen bereikt ze strandpaviljoen The Coast. Waarna ze na een korte klim op het terras komt en plaats neemt aan een tafeltje met uitzicht op de door haar zo geliefde zee. Met haar ogen volgt ze een garnalenkotter waarboven tientallen zeemeeuwen rondvliegen in de hoop iets van de vangst te kunnen bemachtigen. Een vroeg lentezonnetje staat hoog aan de hemel en het waait amper waardoor het aangenaam vertoeven is op het terras. Aangezien het een doordeweekse dag is en nog vroeg in de ochtend is het niet echt druk. Net als ze aan het indommelen is verschijnt er een serveerster aan haar tafeltje.    “Goedemorgen mevrouw, waar kan ik u mee van dienst zijn?” Chloé besluit in een split second haar voornemen te wijzigen.    “Goedemorgen, ik wilde graag de garnalenkroketjes en een glas Chardonnay”.    “Goede keuze mevrouw, ze komen zo snel mogelijk uw kant op, wilt u daar wit of bruin brood bij?”.    “Oh, ik heb geen haast hoor, wit brood graag, dankjewel”. De jonge serveerster tikt wat op haar mobiel device en met een glimlach op haar gezicht loopt ze naar een ander tafeltje waaraan twee hoogbejaarde vrouwen met een leuk teckeltje zitten. Als niet veel later de kroketjes en de wijn geserveerd worden laat Chloé het zich smaken. De kotter is inmiddels verdwenen, aan de horizon vaart een olietanker richting Vlissingen. De zilte geur van de zee die zich vermengt met de diesellucht van de tanker brengt Chloé terug naar haar jeugd. Zomervakanties waar geen einde aan leek te komen die ze met haar ouders doorbracht aan het strand in een licht, dat als je de 8mm vakantiefilmpjes uit die tijd terugkijkt, anders was dan nu. Het licht toen was minder hard, minder scherp, warmer dan nu zo lijkt het. Of kwam het door de geborgenheid die ze toen voelde, de zorg en de liefde van haar altijd aanwezige ouders, de gezelligheid van alles samen doen, een onbezorgde jeugd en een toekomst die nog heel erg ver weg was? In die toekomst die destijds nog zo ver weg lag dat je hem niet kon zien zit ze nu en bij de goedlachse serveerster bestelt ze alsnog de geplande French coffee.      Tegenwoordig heet het geen kunstbeen meer maar beenprothese net zoals een kunstgebit nu gebitsprothese heet, een toupet een haarprothese en een glazen oog een oogprothese. Voordat het kunstbeen heette het houten been maar dat was meer iets voor piraten. Daarentegen heet een klompvoet nog steeds ‘klompvoet’ of voor de puzzelaars onder ons een ‘horrelvoet’. Deze afwijking van de voet heeft net zomin iets te maken met een klomp als met een ‘horrel’. Waarschijnlijk ooit vertaald vanuit het Engelse ‘clubfoot’ dat verwijst naar de stand van het blad van een golf club. Niet onvermeld wil ik laten dat er voor de klompvoet geen prothese bestaat en dat glazen ogen tegenwoordig van kunststof worden gemaakt. Johnny Jordaan verloor op negen jarige leeftijd tijdens een vechtpartij met Willy Alberti een oog dat vervangen werd door een glazen oog. De neven zongen liedjes op de hoek van de straat om geld voor de familie op te halen. Johnny Jordaan heette eigenlijk Johannes Hendricus van Musscher maar ze noemden hem Jantje van Musscher en Willy Alberti heette in werkelijkheid Carel Verbrugge maar dat weet bijna niemand meer. De teloorgang van de Nederlandse cultuur is reeds jaren geleden al begonnen. Zo is werkelijk iedereen vergeten dat ‘de parel van de Jordaan’ samen met tante Leen in 1962 een kroeg opende in de Batavierenstraat in Rotterdam. (andere bronnen noemen de Diergaardesingel 86) Of dat Johnny gevoelens had jegens mannen die hem, na het uit de kast komen tot een zelfmoord poging bracht. Uiteindelijk is het toch goed gekomen, hoewel hij bleef tobben met zijn gezondheid  leefde hij meer dan dertig jaar gelukkig met zijn vriend. De teckel van de hoog bejaarde dames snuffelt aan Chloés voeten en ze geeft de teckel een aai over haar bol waarop de teckel begint te grommen. Chloé probeert de teckel te knuffelen maar de teckel begint harder te grommen en naar haar te blaffen. Waarop Chloé enigszins hopeloos naar de oude dames kijkt.    “Hij bijt toch niet?” Vraagt Chloé aan de twee oudjes. “Jazeker, dat doet Stefana wel degelijk, ze ruikt medestanders van ‘het complot’ op kilometers afstand.”    “Maar ik ben nergens medestander van.” “Onze Stefana houd je zomaar niet voor de gek meisje, als ze bij je aanslaat ben je tegen ons.”    “Ik ben helemaal nergens tegen, laat staan tegen twee onbekende vrouwen op leeftijd. Kunnen jullie je hond terughalen, ze probeert me te bijten.” De teckel bijt in haar prothese en lijkt verrast door de hardheid van haar ‘been’.    “Kom Stefana, kom, slecht volk.” En de oudste van de twee trekt aan de riem van de teckel waardoor de teckel grommend plaats neemt onder het tafeltje van de dames.    “Luister meissie, als onze Stefana naar je gromt of blaft of bijt dan ben je tegen ons. Stefana vergist zich nooit. Wij hebben haar jarenlang getraind zodat ze sympathisanten van de Illuminati direct herkend en blijkbaar ben jij er één van want normaal slaat ze niet aan.”    “Van de wat?”    “Van de Illuminati mevrouw, de Cabal, Covid19, 5G, de shapeshifters, de Rotschilds, die ons proberen  te controleren met de Astra Zenica chip van Bill Gates, octrooiaanvraag 666, the number of the beast meissie.” Waarbij ze met haar wijsvinger tussen haar ogen tikt.    “Waarmee ze ons overal kunnen volgen, vervolgt het andere oudje, zodat we als schapen naar hun pijpen zullen moeten dansen meissie, speel maar niet de onwetende onschuld. Stefana heeft zich nog nooit vergist.”    “Wie noemt een teckel nou Stefana? Dat is toch geen normale naam voor een teckel?”    “Zie je nou wel Mieke? Ik had het toch gezegd, de Illuminati nemen de wereld over waar je bij staat en dan willen ze zich ook nog eens bemoeien met de naam van je hond! Temeer een bevestiging dat zij tegen ons is!”    “Ik ben nergens tegen mevrouw, met alle respect. Ik heb het beste voor met de wereld en met u en uw teckel. Ik ben hier voor de zee en de rust.”    “De zee en de rust? Als ik jouw was meissie zou ik maar snel het terras verlaten of ik laat Stefana op je los met je Epstein sympathieën. Mensen zoals jij zijn er verantwoordelijk voor dat hij zo lang zijn gang kon gaan. Aanhangers van Lucifer, pedofiele bloeddrinkers, dat zijn jullie!”    “Jullie? Ik ben hier maar alleen en ik vertegenwoordig ook geen groep en die hele Epstein kan me ook gestolen worden.”    “Zie je nou wel? Ik zei het toch, Stefana vergist zich nooit. Ik had je al gelijk door hoor daar hoeft Stefana niet eens aan te pas te komen met je achterlijke kapsel. Mensen met zo’n debiel kapsel als jij zijn al bij voorbaat fout en als ik de kans kreeg zou ik je met een sleepkabel aan mijn trekhaak achter mijn auto over het asfalt slepen net zolang totdat je dood was. Kom Stefana, pak haar, kill!” Maar de hond geeft geen sjoege en blijft zitten waar ze zit en likt onverstoorbaar aan haar aars. Chloé wenkt naar de vrolijke serveerster en besteld twee Tropicana’s wetende dat in dat drankje een parasolletje zit. Niet Chloés favoriete drankje maar het is niet anders. De combinatie van Blue Curaçao, Pisang Ambon, Grand Marnier, Wodka en Southern Comfort is een niet voor de hand liggende en heeft al menige onwetende drinker een flinke kater bezorgt. Als de drankjes gearriveerd zijn drinkt Chloé er eentje op. Het andere drankje giet ze in de drinkbak voor de honden op het terras en uit haar ooghoek ziet ze dat Stefana het bakje gulzig leegdrinkt. Chloé haalt de vrolijke parasolletjes uit de longdrink glazen en loopt naar de hoogbejaarde vrouwen.    “Met de groeten van de Illuminati dames,” en ze ramt de houten steeltjes van de parasolletjes in de ogen van de complotdenkende oudjes. Dat zal ze leren! Terwijl de dames creperen van de pijn pakt ze de teckel op en verlaat ze The Coast. Met Stefana onder haar arm.      Voordat de commotie op het terras doordringt is Chloé met haar PLX2025 prothese al over de duinovergang verdwenen. Aangekomen bij haar Dacia  legt ze de door de drank versufte teckel op de achterbank en niet veel later rijdt ze onder het genot van de muziek van Soela over de N211 richting de A4. In haar achteruitkijkspiegel ziet ze dat Stefana vredig ligt te slapen.   “Wat schattig”, denkt Chloé. “Wat een leuk hondje is het eigenlijk en wat een lief koppie”. Nu de teckel zo op haar achterbank ligt te slapen is er niets meer over van het agressieve hondje dat ze was op het terras.    “Wat een debiele kutwijven waren dat, deze pandemie brengt de vreemdste gedragingen en gedachten bij de medemens naar boven, hoe zou je nou in godsnaam een teckel kunnen trainen in het herkennen van Illuminati? Schiet mij maar lek”. Chloé kijkt nergens meer van op, gepokt, gemazeld en door de wol geverfd als ze is.                Na het incident op het terras van The Coast besluit Chloé om nog maar even af te zien van een profiel op Tinder, ongetwijfeld hangen er overal camera’s op het terras van de strandtent. Ze realiseert zich ook dat ze de komende tijd maar beter het strand van Ter Heijde aan Zee kan vermijden. Als ze de Duster achteruit parkeert op de oprit van haar huis op de Velden in Schiedam ontwaakt Stefana uit haar roes. Chloé stapt uit en opent de portier van de achterbank.    “Zo Stefana, ben jij zo wakkertjes geworden?” Stefana kwispelt met haar staart en kijkt Chloé vragend aan?    “Welkom in je nieuwe thuis Stefana, alleen heet je hier geen Stefana meer want dat is echt een debiele naam voor een teckel. Vanaf nu heet je Winston, ik denk dat deze naam beter bij je past, vind je niet Winston?” Stefana piept zachtjes, likt de hand van Chloé en kijkt haar vragend en onderdanig aan.    “Kom Winston, dan zal ik je nieuwe huis laten zien en je zal ook wel trek hebben, ik zal eens kijken of ik iets lekkers voor je in huis heb.” Enigszins twijfelend recht de teckel zich van de achterbank op, strekt zich nog eens uit en waggelt in de armen van Chloé.    “Kom maar Winston, het is goed.” Met Winston in haar armen probeert ze de voordeur te open maar dat lukt niet. Ze zet Winston even op de grond en geduldig wacht de teckel op wat er te gebeuren staat. Als Chloé de voordeur opent huppelt Winston naar binnen alsof ze nooit anders gedaan heeft. Als ze ziet hoe het teckeltje haar huis binnen loopt voelt Chloé een golf van verliefdheid door haar buik gaan. Als de teckel halverwege de gang stopt en omkijkt met haar droevige oogjes smelt ze.    “Ben je blij met je nieuwe huisje Winston? Loop maar door hoor dan kan je de rest van het huis ook zien.” Maar de teckel blijft zitten in de gang en pas als Chloé haar voorbij loopt volgt ze haar. Nieuwsgierig loopt het hondje door de woonkamer en keuken, overal snuffelt ze en onderzoekt ze haar nieuwe onderkomen. Chloé moet lachen om de korte beentjes en dito staartje.    “Nou, wat vind je van je nieuwe huisje Winston? We hebben ook een tuin, wil je die zien?” Zonder Chloé aandacht te schenken zet ze haar verkenningstocht voort. Dapper als mannen die net op de maan zijn geland verkent ze haar omgeving. Niets ontsnapt aan haar aandacht en overal steekt ze haar neus in. Ondertussen googelt Chloé op haar laptop of haar gewelddadige actie op het terras van The Coast al te vinden is op een nieuwssite maar ze vindt tot haar verbazing nog niks.                                                                                   

joe baston
0 0

De Grand Finale van het Eurovisiesongfestival

Op de hotelkamer van de zanger van Mâneskin: ‘Wat is dat toch steeds met jou?’ vroeg God de man met Italiaans accent na afloop. ‘Ach, u kent me nu al Ten Years. Ik ben El Diablo. Avontuur geeft me Adrenalina. Maakt me Loco Loco.’ God zucht. Ik wist wel dat het weer een gekkenhuis zou worden met jou. Jij maakt er meteen weer The Wrong Place van. Ahoy transformeerde in een Discothèque en die lieflijke Chantal leek haast wel op een Fallen Angel.’ ‘Voilá, mijn God, u weet toch. Karma is een bitch.’ Ja zal wel, maar je zult je Dark Side moeten indammen. Dat was je Last Dance. Word volwassen.’ ‘Mijn God, Growing up is getting old. Ik voel dat ik verander, ik ben bezig met mijn Birth of a new age.’ ‘Als jij het zegt. En wie was trouwens die vrouw aan je zijde?’ ‘Oh gewoon, een Russian Woman van die delegatie. Hoezo?’ ‘Nou, die had wel iets weg van Mata Hari vond ik.’ ‘Ik kan u zeggen God, in Tout l’universe is er geen zachtaardiger wezen als zij. Zij is zo zoet als Sugar.’ ‘Wat is die Shum buiten? En al die Voices?’ ‘Ik ben bang dat het de politie is, God.’ ‘De politie? Je me casse. Waarom?’ ‘Ik ben bang dat ik van drugsgebruik word verdacht.’ ‘Wat? Hoezo? Ik ga niet weer die Embers uit het vuur halen voor jou. Vlucht, als je kunt. Of los het op.’ ‘Zitti e buoni. Voy a quedarme.’ ‘Waarom? Waarom zeggen mensen dat van jou?’ ‘God, ik heb geen idee maar Love is on my side. I don’t feel hate. We hebben gewonnen. Dat feit set me free. Ik zie u volgend jaar in Italië.’

Annemagenta
9 0

Foxy Foxtrot

Na een wandeling in een dorp dat niet het onze is, belanden we op een terras. Vooral om van mijn gezeur af te zijn. In de laatste kilometer heb ik tien keer gezegd dat ik dorst heb. Nadat de kastelein onze drankjes heeft geserveerd, houdt hij halt bij de man aan de tafel naast ons. 'Heb je het gehoord van José?', fluistert hij. "Speelden jullie ooit Chinees fluisteren?", vraag ik aan mijn vrouw. "De eerste fluisterde een zin in het oor van de tweede en zo ging het de hele klas door. De laatste zin was altijd anders." "Dat ken ik", zegt mijn vrouw. "Zo gaat het ook met geroddel. Als een gerucht rondgaat, wordt het alsmaar erger. Al heb ik nooit geweten waarom het spel ‘Chinees fluisteren’ noemt.” "Dat weet ik ook niet. Ik was als klein manneke gek op het liedje Foxy Foxtrot van Nico Haak. Mijn meter hield er ook van. Dan zongen we het samen en deed ik allerlei gekke danspasjes." "Je had het over Chinees fluisteren", zegt mijn vrouw. "Juist, ik mocht een keer beginnen met het spel en ik fluisterde een zin uit dat liedje. 'Oh Foxy Foxtrot met je elastieken benen.' De meester deed ook mee. Hij zat laatste. Weet je wat de voorlaatste hem in het oor fluisterde? 'Fons heeft drie plastieken tenen.' Geweldig toch." “Ken je trouwens het laatste stukje van Foxy Foxtrot? Wacht, ik zing het even.” “Doe maar niet”, zegt mijn vrouw. Ik zing het stilletjes. ‘Ik hoop nog één ding te beleven: dat ik de honderd nog eens haal. Dan zal het dansen van zo'n foxtrot niet zo een-twee-drie meer gaan. Maar dan dans ik wel een Engels walsje met mijn eigen Sjaan.’ “Nico Haak”, zegt de cafébaas, die me toch hoorde zingen. “Zo maken ze niet meer”.

Rudi Lavreysen
11 1

Gladde scheut

Viktor voelde het onzachte asfalt onder zich niet toen hij uit de bus stapte en het uitgestrekte, haast verlaten terrein verliet. Zijn hersenen namen hun tijd om de hele rit en de ontknoping ervan te verwerken, als een oude computer die je pas na een schijnbaar ongestructureerde stroom van witte, hoekige cijfers en letters, weer kan besturen. Het bijhorende gepiep, getuut en geblaas kwam nu ook uit Viktor, alsof het hem wilde afkoelen.Aan de uitgang van de stelplaats liet hij zich harder dan verwacht op een koude, donkergroene bank ploffen. Het zwarte scherm in zijn hoofd verwelkomde nu op volle toeren al wat in hem opkwam. Hij zag zijn vaders kin opnieuw dreigend naar hem wijzen als de bajonet van een geroutineerde, uitgedoofde soldaat. Hij zag de loerende wollen sokken héél even zachtheid brengen, hem teder toedekken alsof zijn vader nooit was gevlucht, hij zag hem héél even warmte strooien op de rand van zijn bed, zorgzaam aaiend over zijn onschuldige, even donkere kruin. Tekeningen op de muur. Moeder die het tafereel gadesloeg achter de kier van de deur, een wang droogde.Nu de frisse lucht weer vrij spel had, rukte het besef op. Hij voelde zich als een van de twee mogelijke uitkomsten die hij voor en tijdens de busrit voor ogen had: gefaald. Waarom had hij de man niet gewoon kunnen zeggen dat hij een zoon had die nu voor hem stond? Of hem enkel de brieven toestoppen die zijn vader naar moeder had gestuurd, als hint? En hoewel hij op zoek ging naar kleine lichtpuntjes, wou vluchten van het zwarte scherm der overpeinzingen, naar de Esc-toets graaide in een poging huiswaarts te keren, besloot hij het mistroostige te omarmen. Daar op die kille bank huilde Viktor van zacht naar hard, om te besluiten met enkele diepe ademteugen. De hoop van de laatste weken condenseerde op zijn koud geworden ik, stroomde zijn lichaam uit en leek tussen zijn witte sneakers een plas vers regenwater aan te lengen. Misschien bleef alles beter hoe het was. Enkel zijn moeder en hij. Soms vergezeld door zij die in een opwelling van morele verantwoording even meesurfen op golven van medelijden. Kleefkruidigen noemde hij ze weleens. Maar altijd waren er de oprechte tantes en nonkels, neven en nichten die hun kleefkracht níet verloren, of beter, die het zuidgerichte klimrek waren waar hij tegenaan kon groeien. Misschien was deze hele onderneming een gladde wilde scheut en moest hij dringend knippen. Hij stond op.

de amechtige specht
10 1

Anguis

Een lang wezen kroop met zigzaggende bewegingen over een koude stenen vloer. Sissend en zijn tong uitstekend bereikte het uiteindelijk zijn doel. Een glinsterende ketting, die volledig werd verlicht door het maanlicht van de kille nacht, lag op een kleine rots te wachten. Het groene reptiel toonde zijn tanden, het verraderlijke gif druppend op de ketting... Ik lag, zoals een van de vele keren, met m'n ogen open in m'n tent. Al dagen had ik zitten rondzwerven maar ik had hetgeen wat ik zocht nog steeds niets gevonden. En dus had ik ook deze avond m'n tent teleurgesteld weer opgezet, hopend dat de volgende dag me meer geluk zou brengen. Ik kon geen oog dicht doen en keek radeloos rond naar de voorwerpen die rondgestrooid waren naast m'n slaapzak. De rits van de tent, die in feite mijn weg naar de buitenwereld was, staarde me inviterend aan. Niets mis met eens een nachtwandelingetje te maken toch, dacht ik in een poging mezelf te overtuigen om uit m’n warme comfortabele slaapzak te treden. Ik kroop, met m’n blote voeten eerst, de slaapzak uit en begon me aan te kleden. Een mes lag in de hoek van de tent alsof het wou zeggen: misschien heb je me nodig straks. Die gedachte spookte even door m’n hoofd waardoor ik besloot om het mes in m’n broekzak te steken. Kan nooit kwaad, overtuigde ik mezelf. Kort daarna was ik opgestaan en had ik de tent verlaten. Het was koud genoeg buiten om m’n eigen adem voor me te zien verdwijnen in het mysterieuze maanlicht. Terwijl een heleboel krekels de stilte van de nacht braken, kreeg ik het gevoel dat twee ogen me aankeken. Ik keek rond me… Naast de boom? Vanuit die struik? Vanop die tak? En dan, ergens in het lange gras van het bos zag ik het. Twee gele ogen, vrijwel de enige lichtpunten in de duisternis, staarden me aan. Ze doorboorden m’n ziel. En toen ik begon te roepen, in de hoop een teken van leven te krijgen, kreeg ik het paar ogen niet meer te zien. Enkel het zwarte niets was zichtbaar. Ik schudde even met m’n hoofd. Moest wel een hallucinatie geweest zijn. Of misschien was het een uil? Kan niet anders, toch? Voordat ik kon beseffen hoe cliché die gedachte was, bewogen m’n laarzen bijna automatisch en zorgden ze ervoor dat er onder me een knapperig geluid werd gemaakt of nu en dan een takje werd gebroken. Wat moet een mens ook in een bos zoals dit? Waar zou dat fucking ding ook te vinden zijn? Zit al dagen rond te zwerven en alles leidt tot niets. Niets. Ik stond even stil en merkte op dat mijn laarzen niet de enige waren die geluid veroorzaakten tussen de lange bomen en grote struiken. Ik was niet alleen. Licht gepanikeerd draaide ik met m'n hoofd, in de hoop elk mogelijk wezen die me zou naderen te spotten. Voor ik het wist sprak een sissende stem me van achteren aan. Bijna was ik op de grond gevallen toen ik zag waar het vandaan kwam. Een lange groene slang staarde me aan vanop de grond, tussen de vele grassprieten. “Ik weet wat je zzzzsoekt.” Zei het reptiel. Ik keek hem aan, verbaasd dat een beest zoals hem kon spreken. “Een sssssilveren ketting…” En dan voor ik besefte dat ik een gesprek met een slang zou aangaan, vroeg ik hem of hij me kon tonen waar de ketting was. Ik moest het verdomme in handen zien te krijgen, dat was eveneens de reden waarom ik hier gekomen was. De slang begon te bewegen en ik volgde hem tussen de bruine stammen en het lange gras. Het reptiel bewoog traag en verzekerde er zich om de zoveel tijd van dat ik nog steeds achter hem aan liep. We baanden onze weg door het bos met de vele insecten en andere dieren tot er uiteindelijk een rots te zien was in het midden van een open plekje. Het maanlicht scheen fel op de stenen oppervlakte en de slang kroop er naartoe, alsof het zo snel mogelijk in het licht wou zijn. Ik stapte dichterbij en merkte nu op dat de slang inderdaad had geweten waar ik hetgeen kon vinden wat ik zocht. Een ketting lag op de rots te glinsteren en de verleiding om het vast te nemen nam elke seconde toe. "Alsssssjeblieft" sisselde de slang. Ik tilde de ketting met enkele vingers op en droeg het rond m'n nek. Nog nooit was ik zo tevreden geweest, ik had de ketting eindelijk te pakken. Maar toen voelde ik hoe m'n benen en knieën hun kracht verloren. Ik viel neer op de grond en staarde met geschokte ogen de schat aan. De slang kroop dichterbij en in een korte snok, hapte het in de tere huid van m'n nek.    

Nova
0 0

Alstgodblieft

Elke tuin in onze straat werd omsloten door hoge hagen, onderbroken door een laag wit muurtje waardoor buren met elkaar contact konden zoeken. Mijn moeder vertelde me dat ik als kind niet snel genoeg kon groeien om over dat muurtje te kijken, naar de tuinen van de buren. Af en toe nam ze me op de arm, waardoor ik binnenkeek in een tuin waar mensen wel een hondje hadden. Huilend moest ze me terug naar binnen sleuren. Ik herinner me vooral de bejaarde buurvrouw, Marie-Louise, waarmee mijn moeder dagelijks een praatje sloeg. Bijna elke zin die de buurvrouw uitsprak eindigde met ‘Alstgodblieft’. Als god ’t blieft. Eerst dacht ik dat god een raar soort geblaf produceerde. Blaffen. Blieffen. Ze zei het altijd zacht, alsof de het woord in wolken gewikkeld was. Dan dacht ik dat het een magische spreuk was. ‘En dan gaan we naar de zee, alstgodblieft’. Vaak zat ik in mijn kamertje ’s avond en liet ik het woord in mijn mond rollen. Soms met gevouwen handen. ‘Ik wil graag de nieuwe barbiepop, alstgodblieft’‘Kan je een nieuw badpak met roze bloemen voor me regelen, alstgodblieft?’ Die ‘godblieft’ leek niet naar mij te luisteren. Marie-Louise vertrok twee maand later naar zee en ik bleef wat verweesd achter. Waar bleven mijn nieuwe badpak en barbiepop? Op een dag, wanneer het duidelijk werd dat mijn barbie en badpak ergens vast moesten zitten in de wolken van godblieft, ging ik verhaal halen bij mijn moeder. ‘Alstgodblieft wil eigenlijk zeggen ‘als God het belieft’, als God het wil’. Niet begrijpend vroeg ik of ze echt alles aan God vroeg, die buurvrouw, en of God wel echt bestond, want lief lijkt hij niet echt te zijn als ik zo aan mijn barbie en badpak dacht. ‘Het wil gewoon zeggen… Welja, we zien wel, meer niet’, antwoordde mijn moeder. Vanaf die dag luisterde ik nooit meer naar hun gesprekken.

Jolien Van de Velde
131 1

Mevrouw Appelmans komt niet

“Mevrouw Appelmans zal vandaag niet aanwezig zijn.” De directeur zegt het nadat het geroezemoes in het lokaal uitdooft. Al vijftien minuten hingen we allemaal verveeld op onze bank te wachten op onze lerares, maar nu weerklinkt er gejuich. Bart en Floris applaudiseren luid. Kim high-fived Sabine. Ik neem meteen een Suske en Wiske uit mijn boekentas. Een dagje chillen. “Stilte! Respect graag. Mevrouw Appelmans heeft deze ochtend een ongeval gehad.” De directeur staart mij kwaad aan. Iedereen was toch aan het vieren? Eén keer deed ik iets doms en nu ben ik altijd de pineut. Vorig jaar stak ik - niet expres - de toiletten in brand. Een verdwaald peukje. Sindsdien maakte ik elke week strafstudie voor nieuwe feiten waar ik niks mee te maken heb. Ik had het protesteren opgegeven. Kim vraagt poeslief wat er onze geliefde leerkracht is overkomen. Kim verheft schijnheiligheid tot kunst. Bij de nationale verkiezing voor ‘vals wijf van het jaar’, wint ze goud, zilver én brons. “Naar wat ik vernam, vloog er een vogel in haar fietswiel.” Bart fluit tussen zijn tanden en wappert met zijn handen. Floris giert het uit. De directeur vuurt laserstralen naar mij. Ocharme die vogel. Was het een klein meesje? Of een dikke duif. Mevrouw Appelmans is zelf geen lichtgewicht te noemen. Misschien een wilde gans? Ik durf het niet te vragen, maar wens dat Kim het waagt. Hoopvol knik ik naar haar. Sabine, de schat, heeft het begrepen. “Was het een grote dikke vogel, mijnheer de directeur?” Floris proest het uit. Ik roffel op mijn dijen. De directeur krabt aan zijn neus en drukt zijn snor. “Welke vogel het was, weet ik niet, jongedame. Wat ik wel weet is dat mevrouw Appelmans’ wiel blokkeerde en dat zij meters ver werd weggeslingerd.” Niemand lacht. Ik zie het zo voor me: Mevrouw Appelmans in haar gele bloemenjurk vliegt als een bol wol over haar stuur en belandt met een smak in de gracht. Haar streng gelaat in de modder. Haar fluovest besmeurd. ”Mevrouw Appelmans gaat,” hij kijkt op zijn horloge, “Over tien minuten onder het mes.”   Kim en Sabine kijken verschrikt. Een operatie? Het is muisstil. Bart laat zijn potlood vallen. Het rolt traag naar de schoenen van de directeur.  “Een vrachtwagen kon niet meer remmen en reed over haar benen.”   Ik slik. Mevrouw Appelmans verdient dit niet. Meneer Appelmans is al kreupel. Straks zitten ze beiden in een rolstoel. Eén mindervalidenkaart is handig voor het parkeren, maar met twee kaarten ben je niets extra. Sabine snikt. Kim laat krokodillentranen stromen. Bij de nationale wedstrijd voor ‘wijf die op commando kan huilen’ wint ze goud en zilver. Sabine brons. “Komt het nog goed?” kermt Kim. De directeur staart sip naar de vloer. Zijn handen beven. De stilte voelt pijnlijk. “Een half blaadje papier, onverwachte overhoring!”   Mevrouw Appelmans rent de klas binnen in een propere bloemenjurk. De directeur laat zijn doorrookte lach bulderen. “Eén april, losers!” zegt de directeur, “Jullie zijn te gemakkelijk!”   Mevrouw Appelmans elbow-bumped de directeur. Kim en Sabine kijken als naar een spook. Floris doet zijn denkbeeldige petje af. Ik zucht en laat mijn ogen draaien. Bende malloten! “En u, meneer Coppo, woensdag strafstudie.”

TonyCoppo
65 5

Een dag zonder zin

Vandaag heb ik er geen zin in. Er lijkt geen einde te komen aan de regen en de lage temperaturen. Een vriend post een bericht: “Maak deze natte dag maar een beetje natter (zelf in te vullen hoe). Geniet van je dag. Laat je maar eens goed verwennen!”. Op alle andere dagen was deze post voldoende geweest om weer zin te krijgen -op vlak van goesting en (zelf)verwennerij hoor ik blijkbaar eerder bij de mannelijke stereotypen die om de zeven seconden aan seks denken- maar vandaag niet, ik overweeg het wel even, maar bedenk dan dat vandaag gisteren nooit kan overtreffen. Vandaag ben ik terug Edouard Péricourt uit 'Au revoir là-haut' van Pierre Lemaître -de gekheid nabij- en wil ik met een masker met pauwenveren op mijn kop, helemaal naakt, de Kortrijksesteenweg op. Niets anders dan die zotte euforie kan het heden en verleden draaglijk maken. Daarbij wil ik me echter niet laten omverrijden zoals Edouard. Nee, ik heb niet al die energie gestopt om met de gevolgen van mijn non-comformisme te leren omgaan, om me dan op een hoogtepunt ervan te laten omverrijden. Ik wil gewoon wat naakt rondlopen en zo net genoeg energie en zin krijgen om terug met de illusies te kunnen omgaan en naar een volgende euforisch moment toe te werken. Mijn verjaardag, volgende maand. Die periode rond mijn verjaardag is best wel moeilijk. Hoe ik het ook draai of keer, rond die tijd komt het verleden en de totale onzin van gisteren en vandaag weer boven. Misschien moet ik dit jaar een verjaardagsfeest voor collega’s organiseren om eindelijk werk te maken van die door corona uitgestelde teambuilding? Een echt feest, geen beleefde bijeenkomst, maar total losgehen. Zoals de verfijnde Ines uit de film Toni Erdmann wanneer ze net voor de start van haar feestje beslist dat ze naakt de deur gaat openen en de genodigde collega’s er enkel naakt wil inlaten. Gedaan met de hypocrisie, het slaafse bestaan, terug naar de essentie. Terug naar mij, die naakte met veel levenslust en zin. Dat het maar verder regent, vanavond ga ik die verdomde slakken te lijf. Geen respect meer voor die veelvraten die de energie van een hele gemeenschap in één nacht verwoesten. Ik, de tuinier, die uren tijd heb gestoken in het ideale klimaat waarin de zaadjes konden groeien, de zon die haar kracht heeft afgestaan en de kracht die het zaadje uit zichzelf heeft geput om blaadjes te vormen. Dat allemaal verloren zien gaan, dat leidt tot een dag zonder zin en dagen zonder zin tot waanzin.

Fien SB
57 0