Lezen

Afscheid van de vlinder

Op een mooie lentemorgen in mei, zat de vlinder op de tak van de berkenboom. “Dag vlinder!”, zei de eekhoorn. “Wat ben jij er al vroeg, vandaag!” “Ja,”, zei de vlinder, “dat komt omdat ik wegga vandaag.” Met grote ogen keek de eekhoorn de vlinder aan. “Hoezo, weg?” De vlinder sprong wat dichterbij. “Ja, weg! Is dat zo vreemd misschien?” De eekhoorn dacht na, hij was nog nooit weg geweest. Misschien was het inderdaad niet zo vreemd. “Maar, waar is weg dan?”, vroeg hij. De vlinder dacht even na. “Weg, dat is voor iedereen op een andere plek. Voor een ooievaar is weg veel verder dan voor een kleine mus. Maar weg is altijd verder dan thuis.” De eekhoorn keek de vlinder aan en dacht na. Waar zou weg voor hem zijn? Misschien aan de andere kant van het grote berkenbos? Of nog veel verder, over de heuvel, achter de horizon of daar waar de zon ondergaat? De eekhoorn begreep wel dat hij de vlinder dan niet meer zo vaak zou zien! “En waarom ga je dan weg?”, vroeg hij. “Enkele dagen geleden, was ik nog een rups,”, zei de vlinder. “Toen ik nog een rups was, kon ik enkel kruipen zo ver ik kon. Nu heb ik vleugels en kan ik vliegen zover als ik wil! Niets houdt me nog tegen om mijn vleugels uit te spreiden en weg te vliegen. Het is tijd voor mij om een andere richting uit te vliegen!” “Maar ga ik je dan nog eens zien?”, vroeg de eekhoorn en hij keek de vlinder met grote ogen aan. Hij dacht aan al die keren dat ze samen waren. De eekhoorn en de vlinder konden uren samen doorbrengen, zonder zich te vervelen of ruzie te maken. De ene dag keken ze samen naar de zonsondergang of aten ze samen nootjes en blaadjes. “Weggaan is niet voor altijd,”, zei de vlinder.  “Want weggaan is geen afscheid. Als je weggaat, kan je altijd nog eens terugkomen. Als je weggaat, zal je altijd ergens vertrekken. Maar waar ik vertrek, bij jou, weet ik, dat ik altijd welkom zal zijn.” En zo zaten ze samen, in stilte, en keken naar de zon die boven de toppen van de berkenbomen uitkwam en het hele bos vulde met een schitterend wit licht.

IngridB
164 1

De val

De hitte schoof twee ongemakkelijke ligstoelen de schaduw in en duwde ons bruusk achterover. We lieten begaan, bliezen de laatste autolucht onze lijven uit en waren het eens; voor ons lag een landschap dat we lang niet meer hadden gezien. Ik zag het voor het laatst op een schilderij van Pieter Bruegel de Oude dat ooit de achtergrond was op mijn computer: de zon stond hoog en bleekte het meer onder het hemelsblauw zodat een verlaten rotseiland onafwendbaar leek voor het schip met bolle zeilen. Ik besefte dat enkel dat laatste ontbrak toen Sofia besloot de sleutel van ons logement op te halen bij de eigenares. De vakantie kon voor haar niet snel genoeg starten. Ze is altijd ondernemender geweest dan ik, zij had deze trip uitgestippeld, ik keurde goed. We zaten hoog. Het pad naar het water slingerde tussen rotsen en olijfbomen naar beneden en het kostte ons minstens een halfuur voor we onze schoenen in de hand konden nemen. Naast het bruisende water, voeten soms diep in het zand, hervatten we het gesprek van eerder die dag toen we ons vakantiedorp naderden. Hoe zou ons leven er hebben uitgezien, moesten wij hier zijn opgegroeid? Zouden we meeroesten met de straatlantaarns van het Place de Victor Hugo? Of zouden we vleugels aanbinden en vluchten naar de stad verderop? Thuis hadden we ons die vraag nooit hoeven stellen omdat we in een kleine stad woonden. Het was tevens een dorp waar we rust en activiteit vonden zonder moeite te doen; wilden we avontuur dan maakten we het laat op café en fietsten we op de tast weer naar huis, wilden we rust was het bos altijd nabij of maakten we het minder laat op café. Waar je ook gaat, stad of dorp, roest je niet overal? Misschien is het louter een kwestie te kiezen hoe je dat doet; snel of traag, weelderig of gematigd, intens of oppervlakkig. Als je al de keuze hebt. Sofia vertelde me dat de eigenares best aardig was, al had ze verbaasd gereageerd op de vraag wat er voor jongvolwassenen zoal te doen was in de buurt. Ik wist dat Sofia de bewoners van het dorp bedoelde en dat ze antwoorden zocht op onze vragen: Wat houdt de jongeren hier? Komen ze na hun studies terug naar huis of blijven ze in de stad? De vrouw had drie tellen voor zich uit gestaard voor ze antwoordde: ‘Bevalt het u hier dan niet?’ Het aangelegde strand maakte snel plaats voor een welig kronkelend rotspad dat almaar op en af ging, twijfelend tussen water en lucht. Enkele meter hogerop bewerkte een boer zijn grond. De man droeg een strohoed met brede rand, zweet parelde op zijn verweerde onderrug. Nadat hij ons opmerkte snoof hij ander vocht weer naar binnen en richtte zich gehaast terug op zijn werk. Mijn onzekere maar oprechte knik ging volledig naar zijn achterste, Sofia merkte dit op en gniffelde.  Wat verderop besloten we terug te keren en waren we opgelucht toen we opnieuw wegzakten in het mulle zand aan de rand van het kleine strand. Óns strand, want deze strook behoorde tot het domein van het hoger gelegen vakantiehuis dat tien dagen het onze zou zijn. Ik keek nog even achterom toen Sofia het halfuur bergop aanvatte. De zon was op haar beurt aan de terugweg begonnen en zou binnen enkele uren het water raken. Een visarend plooide zijn vleugels en bad voor zijn val.      

de amechtige specht
31 1

Als een elf in een trollenwereld

Als ik mij in de grote krioelende buitenwereld begeef, moet ik scheef lopen. Een beetje gebukt ook en eigenlijk zou ik afgezien van mijn mond ook mijn neus moeten bedekken. Maar dat laatste laat ik, als een stille act van rebellie, achterwege. Het meest waardevolle deel van mezelf blijft thuis en ik handel zo snel mogelijk af wat er op het programma staat. De bevoorrading gebeurt efficiënt en compact, ik laat geen vuil water insijpelen. Maar spetters of soms zelfs een douche kan ik niet vermijden. Eenmaal weer thuis, in de veilige zone, veranker ik mezelf aan de fundering. Echte ontlading is een herinnering, ik rust in tijdelijke simulaties. Ik leef als een elf in een trollenwereld. Alles is bedekt met een laagje gif en ik herken mijn eigen spiegelbeeld niet. Het is wel degelijk hier dat ik moet zijn, het constante geschraap van mijn bestaan tegen de puntige wanden van de omgeving vormt geen bewijs van een vergissing. Mijn wonden worden open gehouden, doch zijn klein genoeg om er niet van te sterven. Het lijden is met de tijd redelijker geworden, alsook ben ik mijn magische kracht steeds beter gaan beheersen. Tijd en mogelijkheden werden mij gul bedeeld, om het ontdekken en ontplooien van mijn vleugels een kans te geven. Ik kan niet zeggen dat ik het gevoel heb er alleen voor te staan, ik hoor het gejuich aan de zijlijn zachtjes rinkelen. Ontroerd door vederlichte aanmoedigende strelingen reik ik met mijn armen naar boven, waar mijn smekende blik botst op de onbewogen bevestiging dat het hier beneden is dat ik moet blijven. Hier vindt de ervaring plaats waar ik met een gedempte kreun van tegenzin en inspanning mijn kamp opsla en enkele hoeken vanuit strategische plaatsen belicht. Vanzelfsprekend, als van nature, doemt de mogelijkheid om te vluchten voor mijn zwevende voeten op. Ik manoeuvreer errond, steeds behendiger in het vermijden van een val. De duisternis is mijn huisgenoot en tevens het dichtstbijzijnde vehikel dat altijd paraat staat om mij weg te voeren. Terug naar het beginpunt, zonder mededogen mij het uitzicht op een verlossende exit ontziend. De wereld en ik, we oefenen invloed uit op elkaar. Een wisselwerking waarbij de schaalverhoudingen op de mesthoop van misleiding en ontmoediging worden gegooid. Mijn blik glijdt door een steeds groter wordend venster dat enkel op de binnenkant uitkijkt en mij alles laat zien dat ik even vergeten moest om aan te sterken. De schaamte voor mijn authentieke kleuren brokkelt verder af, ik doe zelfs geen moeite meer om het gruis onder het tapijt der betamelijkheid te vegen. Ik heb de mogelijkheid dat ik waanzinnig zou worden, steeds in mijn achterhoofd laten leven. Als een toevluchtsoord waar de spanning van rond mijn middel valt en ik schouderophalend mijn ongeschonden waarheid terugvind.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/11/15/als-een-elf-in-een-trollenwereld

KarolienDeman
7 0