Lezen

Racisme kan van mij part den hoogste boom in

Beste Vlaanderen, Racisme is niet makkelijk uit te leggen, want het is juist zeer complex. Het kunnen kleine onschuldige gebeurtenissen zijn die tot schrijnende zaken en gevolgen lijden. De oorzaak hiervan zijn racisten. Een racist is iemand die zijn eigen ras verkiest boven een ander ras op basis van godsdienst, huidskleur, afstamming,… Dit HAAT ik aan onze maatschappij en daarom schrijf ik hier een brief over voor te laten weten dat niet allen ik maar nog veel mensen hier niet achter staan er iets aan willen doen. Ik zal beginnen over iets wat vriendinnen er ik hebben meegemaakt. U kent waarschijnlijk wel Vlaamse Belang awel daar heeft het mee te maken. Dus een vriendin van mij Liza heeft een andere huidskleur. En op een dag stond er een lid van deze politieke partij flyers uit te delen. Haar vriendinnen dus ook Liza komen samen uit school. Wat doet de persoon die geeft alleen aan mij en een paar andere vriendinnen een flyer en niet Liza! Waarop Liza zegt “En ik?” waarop hij antwoord “Jij krijgt er geen!” Dit is puur racisme, Liza kreeg er geen omdat zij een andere huidskleur heeft. Vinden jullie dat oké? Nee toch? Racisme bestaan jammer genoeg al heel lang. Het was vroeger altijd de blanken die het goede deden en alles mochten. Denk maar aan de kolonisatie waarbij Belgen ja wij Belgen mensen uit Congo gingen halen om als slaaf in Amerika te gaanwerken. Waarbij ze tijdens de toch naar Amerika nog is afgrijselijk werden behandeld en daarna werden verkocht als slaven op een markt. Zo kan ik wel nog een aantal voorbeelden opnoemen over racistische gebeurtenissen in het verleden. We denken nu  zo extreem is het allemaal niet meer, maar dat is het wel. Het is nu op andere vlakken bij ons, vooral vooroordelen waardoor deze mensen veel minder kansen krijgen en minderwaardig worden behandeld. Iedereen heeft vooroordelen dikke mensen zijn lui, dakloze zijn profiteurs,… Soms moet je is beter nadenken waarom is die zo. Voor je direct een oordeel over iemand klaar hebt. Iedereen is gelijk en heeft gelijke kansen zo staat het geschreven in de wet maar in de maatschappij is dat NIET zo. Werknemers gaan bijvoorbeeld vaak iemand rapper op sollicitatie laten komen met een Belgische naam. Dit heeft een meisje bewezen ze had eerst CV gestuurd met haar echte naam die buitenlands klonk en dan met de naam Laura. Alleen Laura mocht op sollicitatie komen. Dit bedoel ik met vooroordelen maar als je goed nadenkt weet je ook dat dit puur racisme is. Waarom worden mensen beoordeeld op hun afkomst en niet op hun capaciteiten, gewoon omdat ze een andere huidskleur hebben of een ander geloof? Ik zal dit nooit maar ook nooit begrijpen.   Wat we hieraan kunnen doen is geen vooroordelen hebben. Dan is er automatisch ook geen racisme meer, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik denk niet dat het mij zal lukken om iedereen hun maindset te kunnen veranderen. Alleen gaat dat niet en met een paar ook niet. Je moet al met duizenden, miljoenen zijn omdat te kunnen oplossen! Het is wel al beter dan vroeger geworden, maar ik denk dat er altijd racisten zullen blijven rondlopen, waarbij je nooit hun maindset gaan kunnen veranderen. Als we altijd bij deze acties gaan blijven protesteren, hoop ik dat er altijd meer en meer mensen gaan inzien dat ze fout zitten. En hierbij hun gedrag gaan aanpassen. Ik hoop Vlaanderen uit het diepste van mijn hart dat jullie uit deze brief kunnen afleiden dat racisme niet kan en mag getolereerd worden. Het moet echt veranderen,  dat is beter voor de maatschappij en voor ons zelf. Zo kunnen we iedereen aanvaarde hoe die is, wat die doet en waar hij of zij in geloofd en daar geen probleem mee hebben. En als we dat kunnen, kunnen we iedereen gelijke kansen geven. De wereld zou er zoveel mooier van worden en iedereen zal er gelukkiger van worden! Samen tegen racisme #BLM! Groetjes Floor De Ridder  

deridderfloor
0 0

Brief aan Vlaanderen met ...

Beste Vlaanderen Er is heel wat dat mij stoort aan Vlaanderen en ik vind dat er een aantal dingen moeten veranderen. Dit gaat van mentale problemen tot de voetpaden en zo kan ik nog een eindje doorgaan. Ik woon in Londerzeel en Denderleeuw en bij beide gemeentes stoor ik mij enorm aan de voetpaden. Zelf vind ik dat ze er heel slecht bij liggen. In beide dorpen zijn de voetpaden veel te smal en de stenen liggen alles behalve gelijk. Hoe vaak ik al bijna op straat liep doordat het voetpad te smal is, is onbeschrijflijk. Dit heb ik vooral als ik aan het stappen ben in het dorp van Londerzeel. Ook ben ik al heel vaak bijna gevallen op het voetpad door dat alle stenen door en op elkaar liggen. Een kennis van mij is een keer in het dorp van Londerzeel gevallen, waardoor haar bril kapot was. Persoonlijk vind ik dat de voetpaden breder moeten en veiliger om te stappen. Waar ik het ook heel moeilijk mee heb, is dat er heel weinig gedaan wordt voor mensen die het psychisch zeer moeilijk hebben. Meestal staan ze er helemaal alleen voor. Ik heb al zeer moeilijke tijden achter de rug en nooit heb ik het idee dat ik ergens terecht kan. Natuurlijk kan ik bij iemand terecht, maar voor sommigen is dit helemaal niet voldoende. Naar een psycholoog gaan is niet altijd evident voor iemand, want het kost ook redelijk veel geld en niet iedereen kan zich dat permitteren. Naar mijn weten wordt er ook niet veel georganiseerd voor mensen die het moeilijk hebben. Ik vind dat er dan ook meer zou moeten gedaan worden rond mentale problemen. Dan spreek ik over evenementen waar jongeren en of volwassenen naar toe kunnen om hun gedachten te verzetten, en hun hart kunnen luchten bij iemand die ze niet kennen. Dan kom ik op het volgende dat er in Londerzeel heel weinig plekjes zijn, waar ik en mijn vrienden ’s middags kunnen eten tijdens  school. Ik heb het dan ook over, wanneer het heel slecht weer is. Meestal zitten de cafés in het dorp helemaal vol en is er geen plek meer waardoor je buiten moet zitten. Dat is zeker niet leuk als het regent, sneeuwt of hagelt. Het andere probleem kan dan ook weer zijn dat je geen geld hebt om een drankje te kopen, waardoor je wel buiten moet zitten. Ik vind dat er meer plekjes moeten zijn waar je binnen op je gemak kan eten en dus niet in het slechte weer moet zitten, of moet betalen om iets te drinken. Dit is helemaal niet alles dat me dwarsligt. Maar ik hoop vanuit het diepste van mijn hart dat hier zeker iets aan wordt gedaan. Dat de voetpaden veiliger worden, dat er meer mensen met mentale problemen geholpen worden, dat er eindelijk plekjes zijn waar we kunnen eten als het slecht weer is. Laten we samen Vlaanderen beter maken. Met vriendelijke groeten Britt Van Tricht

BrittVanTricht
7 0

Kip

Elsie en John zaten aan de ontbijttafel toen de telefoon in de hal rinkelde. Ze keken elkaar gealarmeerd aan. De vaste lijn, dat waren in de regel enkel  nog televerkopers maar op dit uur, op een zondag  kon het enkel rampspoed betekenen. Terwijl Elsie zich haastte om op te nemen flitste haar in ijltempo  een hele reeks mogelijke scenario’s door het hoofd, heupfracturen voor haar bejaarde ouders, fietsongevallen met vluchtmisdrijf voor haar mileubewuste dochters, ontvoeringen met witte bestelwagens voor haar avontuurlijke kleinkinderen. “Hallo”, zei ze voorzichtig Een stem die ze niet meteen kon thuisbrengen zei “Elsie? Het is Femke. Kip is dood.  Je moet me helpen Elsie. want ik  heb het gedaan, ik heb hem vermoord”. “Georffrey De Cauter, vermoord door zijn vrouw en dat na al die jaren? Dat klinkt als een ongeloofwaardige wending in een slecht televisiedrama”, was de droge reactie van John op het relaas dat Elsie hem even later deed van  haar telefoongesprek. “Jammer genoeg is het realiteit “ zei Elsie terwijl ze van haar lauw geworden koffie slurpte.  “Van al degene die hem dood wensten is het uiteindelijk Femke  die hem vermoord heeft.” ging John verder op zijn eigen gedachtenstroom “Ze noemde hem de hele tijd Kip?” zei Elsie een dikke laag boter op een croissant smerend. “Echt!”  John fronste zijn zware wenkbrauwen wat hem een strenge aanblik gaf.. “Je kijkt zo verbaasd?” zei Elsie en beet in haar croissant “Dat is de  bijnaam die wij mannen onder mekaar hem gegeven hebben.” zei John “ omdat hij het altijd over kippen had wanneer hij over vrouwen sprak.  Zo van, dat zijn lekkere kippetjes, dat is  een mooie kip, of die stomme kip toch niet! en zie daar wat een  vette kip, want  voor Geoffrey waren alleen supermodellen goed genoeg ” “Wij,  de meisjes op kot noemden hem ‘Evil Bambie’” terwijl ze de kruimels van haar vingers veegde. “Evil Bambie!” John verslikte zich bijna in zijn koffie “In die tijd toen hij nog rank en slank was, had hij iets van een hert, met zijn lange benen en zijn kastanjebruine kuif, en dan die  donkere ogen omfloerst door lange zwarte wimpers, die gaven hem een onschuldige Bambielook,  waarvoor veel meisjes gevallen zijn.” “Oh was dat het? Ik heb nooit begrepen wat zijn succes was bij de vrouwen, zo’n arrogante,  brutale  klootzak, en totaal amoreel. Bijzonder geschikt uiteraard als strafpleiter, voor een bepaald  soort cliënteel.  Maar als potentiële echtgenoot, een familiedrama in de maak?“ “Vandaar Evil Bambie” zei Elsie, “ nu de meeste meisjes hadden hem heel vlug door en na een tijdje circuleerde in de hele rechtsfaculteit en ook daarbuiten de waarschuwing,  pas op voor Evil Bambie”. “Die waarschuwing heeft dan blijkbaar Femke nooit bereikt.”zei John “Ik heb ook nooit begrepen wat zo’n fijngevoelig meisje uit zo’n gecultiveerd milieu, dochter van een schrijver en een dichteres en zelf zo artistiek getalenteerd ooit gezien heeft in zo’n vulgaire vent ”. Elsie schudde haar hoofd,  “Jij en je fascinatie voor kunstenaars, daar zitten toch ook veel arrogante, brutale klootzakken tussen. Misschien is Femke wel gegaan voor iemand die op haar vader leek?” “Is dat wat ze gezegd heeft?” vroeg John haar nadrukkelijk aankijkend over de rand van zijn leesbrilletje. Elsie haalde haar schouders op en inspecteerde de broodmand waar nog een chocoladebroodje en twee  zoete sandwiches te blinken lagen. “Misschien is het beter dat ik er niet al teveel over zeg. Wie weet belandt de zaak wel op jouw bureau, meneer de procureur”  zei ze terwijl ze het chocoladebroodje in twee sneed en de helft ervan teruglegde. “Wie weet,  meester, maar één ding kan je me wel nog vertellen, want dat is geen onderdeel van het onderzoeksgeheim als ze zelf schuld bekent. Heeft ze gezegd hoe ze hem vermoord heeft?” “Ja waarom” “Omdat ik schat dat hij ondertussen zeker honderd kilo weegt terwijl zij nog altijd hetzelfde fijne tere poppetje is” “Oh John, je hebt altijd een boontje gehad voor Femke hé” plaagde Elsie John wilde protesteren maar Elsie ging meteen verder “ Ze heeft  hem de hersenpan ingeslagen met een kip ” “Met een kip?” vroeg John niet begrijpend “Met een ingevroren kip”  verduidelijkte Elsie. “eentje die Geoffrey zelf geslacht had”    

Paula Dumont
4 0

Liefde in coronatijd

Liefde in coronatijd Loes:         Oma, wil je het verhaal over jou en opa nog eens vertellen alsjeblieft? Oma:        Tuurlijk lieverdje! Zoals je wel weet zijn opa en ik al lang samen, maar achter onze relatie schuilt wel een leuk verhaal. Opa en ik zaten beiden in het vijfde middelbaar, we hebben elkaar leren kennen door gemeenschappelijke vrienden. Stiekem hadden we beiden wel interesse in elkaar maar durfden we dat niet onmiddellijk toe te geven. We hebben dan ook een half jaar lang rond elkaar gefladderd, maar zowel opa als ik durfden de eerste stap niet te zetten.     Toen we eindelijk wel de moed hadden gevonden om onze gevoelens voor elkaar uit te spreken hebben we onze relatie dan ook ‘officieel gemaakt’. De eerste maand zaten we alle twee op   een roze wolk, we waren graag bij elkaar en deden veel dingen samen. Ik moet toegeven Loesje, ik voelde de vlindertjes zo in mijn buik echt rond fladderen. Maar jammer genoeg werden we snel van die roze wolk getrokken. Het coronavirus gooide roet in ons liefdesverhaal, Doordat de situatie zodanig escaleerde had België besloten om zijn grenzen te sluiten voor de buurlanden. En zoals je weet Loesje, woonde opa vroeger in Nederland. Dit wilt dus zeggen dat we elkaar niet meer konden zien. Je opa en ik waren echt met stomheid geslagen. We beseften zelf nog niet helemaal goed wat dit voor ons zou betekenen, maar we wisten wel dat we een oplossing moesten bedenken om elkaar toch te kunnen blijven zien. Je opa is dan ook verschillende keren met de auto langs de Maasbrug in Maaseik gereden. Maar tevergeefs, keer op keer stond er politie te controleren. Je moest een zekere verklaring kunnen voorleggen waarom je als Belg nu zo dringend naar Nederland moest of omgekeerd. Natuurlijk hadden wij geen ‘geldige’ verklaring. Ook had de gemeente van Maaseik alle kleine grenswegen laten blokkeren met containers of enorme grote betonnen blokken. Ook dit was dus al geen optie meer. Ik volgde elke dag het nieuws en hield de berichten van de burgemeester van Maaseik nauwlettend in de gaten. In de hoop dat er gecommuniceerd zou worden over de grenzen, maar ook hier stuitte ik keer op keer op een teleurstelling. Opa en ik hadden dan ook maar besloten om eventjes af te wachten en gewoon in contact te blijven met elkaar via onze gsm. We belden dan ook elke avond met elkaar, dit hielp me wel om de quarantaine door te komen. Het was natuurlijk niet leuk dat we elkaar fysiek niet konden zien, maar in het begin was ik al blij dat we wel nog konden praten met elkaar. Maar na enkele weken begon ik toch te hunkeren naar een knuffel van opa, ik wou hem gewoon zo graag zien en kunnen vastpakken. Ik wou mijn bezorgdheid met hem kunnen delen over de situatie, ik had gewoon iemand nodig die me zei dat alles goed zou komen. Ik maakte me de voorbijen weken dan ook zorgen over “wat als de grenzen niet meer open gaan?”, “wat als corona nooit meer verdwijnt en we onze dierbaren nooit nog kunnen zien of knuffelen?”. Want Loesje mijn kind, je moet niet vergeten dat we ons toen in een quarantaine bevonden: De enige mensen waar ik toen contact mee mocht hebben waren mijn ouders. Mijn oma en opa kon ik gedurende een maand niet bezoeken, net zoals de rest van mijn familie. Ook had ik mijn vrienden al  sinds de school sloot niet meer gezien. En dat sociaal isolement begon er toch hard in te hakken. Gelukkig, kreeg ik op 18 april goed nieuws, de burgemeester van Maaseik had in een facebook post vermeld dat het vanaf nu een essentiële verplaatsing zou zijn wanneer je je lief in het buitenland wou bezoeken. Ik was zo blij en opgelucht tegelijkertijd, dat ik je opa meteen alles heb verteld. Hij had namelijk geen facebook account, dus hij had het goede nieuws nog niet vernomen. De dag na de mededeling wou opa me dan ook graag komen bezoeken, maar het voelde wel nog een beetje onwennig allemaal. De grens oversteken voelde nu als iets illegaals. Er stond nog steeds politie bij de Maasbrug en opa moest dan ook uitleggen waarom hij zo nodig naar België moest. Hij legde dan ook met een bang stemmetje uit dat hij vernomen had dat je lief bezoeken vanaf nu gezien werd als een essentiële verplaatsing. De politie stelde hem daarna wat vragen zoals “hoelang zijn jullie al samen?” en “waar woont je vriendin?”. Nadat hij keurig geantwoord had op de vragen mocht hij van de politie doorrijden. Toen hij bij mij thuis aankwam was het dan ook een blij weerzien.  Sindsdien probeerden we elkaar elke week weer te zien.   Loes:         Als je er nu over terugdenkt, vond je het dan een stomme periode? Oma:          kijk Loesje, een quarantaine is helemaal niet leuk. Het sociaal isolement valt na een tijd zwaar. Het liefst wil je je dierbaren gewoon kunnen omhelzen, maar ik wist ook dat dit in de situatie waarin we zaten niet mogelijk was. We moesten zoveel mogelijk afstand houden van iedereen en ons sociaal leven was zo goed als onbestaand. Ik vond het dan ook helemaal niet leuk dat ik je opa niet meer kon zien. Zeker niet omdat onze relatie nog zo pril was en omdat ik liefst nog een tijd langer op die roze wolk wou blijven verder zweven. Ik snapte de beslissing van de overheid om de grenzen tijdelijk te sluiten dan ook wel, ze probeerde enkel voor een stagnatie of daling in de coronacurve te zorgen. En als ik nu zo terug denk over deze tijd denk ik dat het misschien nog goed is geweest voor ons. De generatie waar opa en ik in zijn opgegroeid was een generatie die vaak niet lang samen blijf met hun partner. Al snel was het ‘interessante’ er van af. Maar doordat je opa en ik elkaar niet zo vaak hebben kunnen zien werd die interesse juist geprikkeld.

Emmevandebosch
0 0

Brussel: jongeren sluiten eigen cafés.

            In 1988 was ik 20 jaar en stond ik net als jij aan de vooravond van mijn leven dat ik me avontuurlijk en onbezonnen inbeeldde. Ik woonde in het grote Brussel dat later te klein zou zijn voor mijn ambities. Er was nog geen internet, er was nog geen smartphone. We hadden onze bruine kroegen en we hadden aids. Een virus zo sterk in opmars dat mijn adresboekje en mijn vriendenkring voorgoed zou tekenen. We ‘moesten’ veilig vrijen. Het condoom was, net als een mondmaskertje, geen verplichting maar wel sterk aangeraden. Het doet wat met een jong iemand die de eerste intieme huidcontacten alleen maar met een rubberen maskertje kon voelen.             Toen ik in 1992 naar Parijs verhuisde om net zoals jij mijn ambities en dromen groter dan Brussel te maken, vertelden krantenkoppen me dat Parijs de hellhole van aids was. Ik zat midden in een wespennest. In mijn wildste jaren dan nog wel. En dus ging ik werken voor een aidsvereniging omdat het aidsvirus meer dan alleen maar mensen doodde. Het coronavirus legt hetzelfde parcours af maar door je roekeloos gedrag denk ik dat je de schade die het coronavirus aanricht niet kan inschatten. Ik heb ontelbare partners gehad, net zoals jij vandaag ontelbare contacten hebt op café. Bij al die partners heb ik dat vervelend en irriterend rubbertje aangedaan, toegegeven, soms al eens niet. Een beetje zoals jij vandaag het mondmasker ‘vergeet’. Seks heeft niet dezelfde intensiteit als een avondje op café met vrienden maar het gebeurt allemaal evenzeer in een onbezonnen sfeer. Het risico op besmetting blijft even hoog.              Vandaag moeten door jouw onbezonnenheid niet alleen mijn cafés maar ook jouw cafés dicht. En gaat de droom en de broodwinning van caféuitbaters en mensen die er werken aan diggelen. Je kan kritiek geven op een overheid, zoals we dat ook in de aidscrisis gedaan hebben, maar je kan ook kijken in eigen boezem. Even weg van dat zinloos schermpje en die irritante stoere houding die je zo typeert. Als jij zegt dat je feestjes gaat bouwen in appartementen, dat je naar café-restaurants gaat, dat je dat mondmasker niet meer wil dragen, dat afstand houden toch zo moeilijk is en als jij verkeerde ideeën in de media gooit en zegt dat mensen de metro mogen nemen maar niet meer op café mogen, dan hebben we een probleem en moet ik met jou in gesprek gaan. Niet om je de les te leren, en al evenmin om de intellectuele armoede van jouw generatie te bekritiseren. Maar om hier samen uit te komen. Om jou besef bij te brengen dat jouw houding de horeca de finale doodsteek toebrengt. En daarmee ook je eigen onbezonnen leven.              Verplicht iemand jou om een mondmasker te dragen of om de anderhalvemeterafstand te respecteren? Het antwoord is neen. Waar het mondmasker dan toch moet van de overheid, lijkt me dat eerder om ook jou te beschermen. Onze overheid is geen politiestaat. Moeten is relatief wanneer het om de persoonlijke leefsfeer gaat. Het is uiteindelijk jij met jezelf en hoe jij verantwoordelijk kan omgaan met jezelf en de maatschappij. Of niet. Ik ben nog steeds seronegatief. Het aidsvirus heeft me niet gevonden. En net zoals het condoom geen vrijkaart is om niet met het aidsvirus besmet te geraken, is het mondmasker dat ook niet voor het coronavirus. Dus hebben we andere strategieën bedacht om het voor iedereen veilig te houden. Kijk naar het titanenwerk dat aidsverenigingen over de hele wereld verricht hebben. Jij kan ook strategieën voor jezelf en voor de samenleving toepassen zonder het gevoel te hebben dat de hele coronacrisis op jouw schouders ligt. Dat kan al door de bestaande aanbevelingen toe te passen. Het is ook zwaar voor mij. Maar het is nog zwaarder voor die vrouwen en mannen die vandaag aan de zuurstofpomp liggen en vechten voor hun leven. En het is ook zwaar voor mijn vader die al sinds maart 2020 niet meer uit het woonzorgcentrum is mogen gaan om eens mosselen te gaan eten. Ik hoor nu graag eens van jou hoe jij je gezond verstand gebruikt en hoe jij je gedrag gaat aanpassen om onze cafés weer open te krijgen. Ik kan er misschien nog iets van leren. En vooral wil ik eens naar jou luisteren en begrijpen hoe jij uiteindelijk deze crisis gaat oplossen, ok doomer?

Erwin Abbeloos
36 0

De tent in de tuin - Als een tekening.

Vooraf: De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een derde deel.   Als een tekening Wanneer ik in de spiegel kijk, vraag me af of anderen aan mijn gezicht kunnen zien dat er beelden zijn die niet vergeten kunnen worden. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik ze. Op mijn wang zie ik de sporen van haar aanraking, hoe ze me troostte als ik een nachtmerrie had, hoe ze me liefdevol kneep als ze trots op me was. Vertelt mijn neus aan anderen hoe heerlijk ze rook? Naar wilde bloemen in een veld met hoog gras, naar suikerspin, naar koffie soms, en hoeveel rust dat amalgaam me bracht wanneer ik in haar armen lag. Getuigen mijn ogen er nog van hoe moeilijk het was om haar ongelukkig te zien, dagenlang roerloos in bed of opgekruld in een hoekje van de zetel? Dragen ze de sporen van de tranen die ik liet wanneer zij huilde? Kunnen anderen de herinnering zien aan de ontzetting op mijn gelaat toen ik er mezelf voor het eerst op betrapte te denken dat ze misschien nooit beter zou worden? Lezen ze nu nog de vraagtekens die zich op mijn voorhoofd vormden toen ik me afvroeg of ze zou verdwijnen? Wilde bloemen in het hoge gras, een moeder die door de wind werd weggevoerd. Soms zie ik bloemen die me aan haar doen denken, of een tekening van een bloem. Als een tekening haar al voor me terug kan brengen, is het dan niet waarschijnlijk dat er beelden op mijn gezicht geschreven staan, dat iedereen kan lezen wat ik verloren heb?   Papa, weet je nog?  Hoe het mijn gewoonte was om tekeningen voor haar te maken, wanneer ze voor de zoveelste dag op rij neerslachtig in de zetel lag en opnieuw al zolang niet meer leek te hebben bewogen? Ik tekende wat ik die dag buiten had gezien, op weg naar school. In het weekend tekende ik wat je vanuit het keukenraam kon zien. Wanneer ze in de zetel lag, hield ze alle gordijnen dicht, dus vond ik het mijn taak om buiten voor haar naar binnen te brengen. ‘Meneer Pierre heeft zijn brievenbus alweer geschilderd’, rapporteerde ik in potloodstrepen. ‘Op weg naar school dragen de bomen intussen roze bloesems’. Die bloesems kleurde ik donkerder dan ze in werkelijkheid waren, omdat ik dacht dat ik de natuur nog mooier moest maken dan ze al was, als de lente haar al niet meer overtuigen kon om op te staan. Ik tekende Lukas zijn gezicht, vervormd, zoals wanneer hij het tot jouw ergernis tegen de ruit van onze auto drukte. Ik koos er nadrukkelijk voor haar af te schermen van triestere taferelen, de dode kat van Klaartje, ook al maakte het beeld van dat beestje, aangereden in de goot, me wekenlang onrustig. Ik tekende ook nooit de regen, zelfs niet als die viel wanneer de zon scheen en ik me afvroeg of ik ook in haar ogen regenbogen zou kunnen vinden als ze doorheen haar tranen lachte. Tussen de tekeningen die ik voor haar maakte, zaten er ook enkele van de maan. Die maakte ik wanneer ik niet kon slapen, wakker lag van het idee dat mama steeds scherper leek te vervagen. Dan keek ik uit mijn dakraam naar de sterren en naar de maan in al haar vormen. Een tijd lang vroeg ik me af of de stand van de maan me meer zou kunnen vertellen over de staat waarin mama op dat moment verkeerde, over het wassen en afnemen van haar verdriet. Nu, zoveel zomers later, besef ik dat mijn moeder in een hemellichaam werd geboren, voorbestemd om een beeld te worden tussen de sterren.

Caroline Spaas
0 0

De tent in de tuin - De nacht waarin ze verdween.

Vooraf:  De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een tweede deel.   De nacht waarin ze verdween.    Papa,  Je vond haar toen je thuiskwam na een bedrijfsetentje. Je besloot om mij en Lukas niet te wekken en belde ook geen ambulance. Tot iets minder dan een maand voordien had je dag en nacht, dag en opnieuw nacht de wacht gehouden. Je waakte in elk deurgat en eiste van haar en van ons allemaal dat alle sloten onvergrendeld bleven. Je zorgde ervoor dat ze nooit uit je zicht verdween, en daardoor niet uit onze levens stappen kon. Die avond was je voor het eerst een avond weg, omdat het beter ging, volgens haar, in onze ogen en in die van haar psychiater. Toch denk ik dat je niet verrast was toen je in jullie badkamer de sporen van een overdosis pillen aantrof. Je vond haar in de schaduw van de maan, de schaduw van jullie bed en zakte naast haar op de grond. Dat vertelde je me nooit, over dat neerzakken, je spreekt namelijk ook niet over deze avond, maar ik beeldde het me later in. Ik beeldde het me in toen ik probeerde te begrijpen waarom je ons in bed liet liggen en besloot geen hulpdienst te betrekken. Het was al ochtend toen je ons belde vanuit het ziekenhuis. Ik wist al wat je ging zeggen voor je het zei. Lukas en ik hadden zo vaak op deze realiteit geanticipeerd, maar wisten ook hoe onwerkelijk het altijd zou voelen, dat ze ooit niet meer naast ons aan de ontbijttafel zou zitten, geflankeerd door Froot Loops, dat de vier stoelen op een dag altijd teveel maar daarna nooit meer voldoende zouden zijn. Je bevestigde wat we al vreesden en tijd stond plots stil. Het moment vernauwde en drong alles overspoelend binnen. Ik dacht en voelde niets, maar zag alles plots schreeuwend scherp. De Froot Loops, drijvend in melk, zoutkristallen in de verse boter, het brood dat ademhaalde. Kruimels aan een mes, kruimels rond het brood, een scheur in de zak, kruimels op de grond, een barst in een glas, een spoor van zon op tafel, lauwe koffie in een kop en hoe mijn handen trilden, maar ik dat niet voelde, enkel zag. Ik denk dat je toen je haar vond meteen wist dat het voorbij was, nog voor je echt dichtbij haar gekomen was, dat je wist hoe er niets meer voor je over was om te beschermen. Je wist dat je verloren had. Precies op het moment dat dat besef tot je doordrong, bedenk ik dat je dichterbij ging, en naast haar bent neergezakt. Ik verbeeld me hoe alle kracht toen uit je gleed, langs haar lome voeten vloeide, over de vloer van jullie slaapkamer, de badkamer en de trap. Je laatste hoop uit huis gespoeld, maar je deed niets. Ik denk soms dat je door niets te doen alles probeerde te doen wat zij van je verlangde. Ik denk dat je haar zo eindelijk alles gaf dat ze van je wilde hebben, maar wat je liefde voor haar je niet eerder toeliet haar te geven. Nu vraag ik me soms af of je schetsen maakt van de momenten die hadden kunnen overleven, als je wel een ambulance had gebeld, of je je afvaagt of het nog iets had uitgehaald. Ik vraag me af of je jezelf verantwoordelijk acht, of het etentje vervloekt dat waarschijnlijk veel te saai was voor het bedrijfsbudget dat er aan werd gespendeerd. Als je die vragen hebt en ze ooit met mij zou durven delen, zou ik je antwoorden dat ik vrees dat het hoe dan ook verloren was. Ze wist heel goed waarom ze ons en haar psychiater vertelde dat het echt wel beter ging, ze wilde dat je plaats zou ruimen. Als je dat niet had gedaan, had ze op dag haar plan toch doorgezet, met of zonder ons. Daarna zou ik je vertellen, papa, dat ik begrijp dat je je schuldig voelt. Ik voel het elke dag.  Vorige week leken mijn dromen voor het eerst in lang terug op de schreeuwerige nachtmerries waar ik last van had vlak nadat ze gestorven was. Ik kreeg de opdracht haar te redden, maar mijn opdrachtgevers vulden in één adem aan dat ze al dood was en ik niks kon ondernemen. Het engste aan die dromen is nooit het schuldgevoel, maar het gevoel dat ik zelfs geen kans meer krijg, en daardoor nooit schuld zal kunnen dragen. En als ik niet schuldig ben, wat ben ik dan wel? Wat heb ik dan voor haar betekend? Ik wilde je die ochtend bellen, maar deed het toch maar niet. Ik weet immers niet of jij kan geloven in schuld als iets dat leven geeft.  

Caroline Spaas
0 0

De tent in de tuin.

Vooraf: De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een eerste deel.    De tent in de tuin   Papa,  Elke zomer tot ik tien werd, stond er een tent in onze tuin. Daarin sliepen we met drie: ik, Lukas en jij, met je tenen vlakbij onze neuzen. Ik kan me niet herinneren of je echt niet in dezelfde richting als de onze paste, dan wel of je je voeten en lange tenen uitgerekend daar tussen ons in parkeerde... om ons met wat meer afstand in het oog te kunnen houden, of om een ander perspectief te hebben op de griezelverhalen die we elkaar vertelden. Misschien deed je het nog vooral om onze van chocolademelk verzadigde adempjes niet recht in het gezicht te moeten incasseren. Die chocolademelk werd door mama voor ons naar buiten gebracht, geserveerd met slagroom en hagelslag, in plastic kopjes en steeds zorgvuldig neergezet op de wiebelende kampeertafel bij de ingang van onze tent. Bijzonder is het, hoe alles zoveel specialer werd wanneer de context niet de keuken, amper vier meter verderop, maar wel de tuin was. We waren avontuurlijke kampeerders, van kop tot lange tenen. We waren bang van niets en voorzien van alles: kampeertafel, slaapzakken, muggenmelk, een zaklamp, twee knuffelberen en de sleutels van het huis voor als we 's nachts moesten plassen. Wie het tegen die tijd te koud had of te hevig was geschrokken van de kat van de buren in onze tuin, kon dan binnen bij mama blijven. Zij was te ziek te om te kamperen, vertelde je ons altijd. En zo gebeurde het wel eens dat ik niet terug de tuin in ging, maar in plaats daarvan bij haar bleef, omdat alleen slapen me vele malen enger leek dan buiten in een tent. Ik drink koffie aan de keukentafel. Het is zomer. Ik ben intussen achtentwintig. Nu, zoveel zomers later vraag ik me af wat je dacht wanneer ik niet terug de tent inkwam. Vond je me een bangerik, zoals ik er 's winters als kind echt wel een was, op schaatsen, bang om te vallen, er toen, net als nu, van overtuigd dat voeten dienen om er stevig op te staan of om heel snel weg te rennen? Vermoedde je dat ik gewoon heel dicht bij haar wilde blijven? Raadde je dat ik toen al voelde mijn moeder kon verdwijnen? Dat ze zou verdwijnen, in de nacht. Raadde je dat ik restjes tijd verzamelde voor de ochtend komen zou waarop ons gezin niet langer uit vier, maar uit drie delen zou bestaan. Ik wil je zo graag vragen wat je toen al wist, papa, maar ik vraag je al jaren niets. Ik betrap mezelf erop in jouw bijzijn rond herinneringen te laveren, nooit meer alles met je te delen. Ik zal ook nooit meer met je spreken over de tent in onze tuin, omdat zij daar niet bij ons was en jij slechts kan leven in de herinnering aan momenten waarop ze er wel nog was.  Maar wat zal er dan nog van ons overblijven?  

Caroline Spaas
1 0

Kindertijd.

Toen ik deze ochtend wakker werd, herinnerde ik me dat ik over mijn grootmoeder had gedroomd. Het grootste deel van mijn leven woonde mijn grootmoeder bij ons gezin in hetzelfde huis, op haar eigen verdieping weliswaar, met een eigen keuken, badkamer en een eigen living, waar ze urenlang TV keek. Altijd naar Familie en 's namiddags naar documentaires, over een van beide wereldoorlogen of over de klassieke oudheid, al dan niet vooraf opgenomen op een van vele videocassettes die vandaag nog meegaan.  In mijn droom stapte ik mijn eigen, gelijkvloers appartement binnen, om in de achterste kamer de trap naar haar verdieping te ontdekken. Ik kondigde mijn thuiskomst aan en liep de trap op. Mijn grootmoeder had die dag op mijn dochtertje gepast, terwijl ik uit werken was. "Alles is vlot gegaan', zei ze, en ook: "Je ziet eruit alsof je je ergens zorgen over maakt".  Ik ging zitten in het zeteltje van donkergroen velours, waarvan de vering na vele jaren aan kracht had ingeboet. Met mijn meisje nog op haar schoot zat ze tegenover me en luisterde naar de gedachten die ik traag ontvouwde, als de wikkel rond een Napoleon bolletje uit haar zware kristallen schaal, waarvan mijn broers en ik het deksel lange tijd niet zelf op mochten tillen. Ik lichtte het deksel van mijn twijfels en deelde met haar de vragen die ik had over deze nieuwe rol als moeder, over de manier waarop zij het voor mij had gedaan, het haar dochter had zien doen, naar mij kijkt terwijl ik mijn poging waag voor de vierde dochter in de rij. Ze zat tegenover me en luisterde. Ze drukte een kus op het voorhoofd van mijn dochter en zei precies wat ik niet wist dat ik wilde horen.  Moeder worden voelt als opnieuw veel meer kind worden. Ouderschap komt met de nood om de trap op te kunnen lopen, de nood om op te stijgen doorheen de generaties die voorafgingen en daar op zoek te gaan naar stukjes zekerheid, naar stukjes kindertijd om mee te nemen naar beneden. Mijn grootmoeder met de donkergroene zeteltjes zou morgen 82 jaar geworden zijn. Mijn dochter is naar haar vernoemd. 

Caroline Spaas
0 0