Lezen

Ergernissen

Heb je je ook al eens blauw geërgerd aan auto’s die via de pechstrook aan de hitte van een ellenlange file proberen te ontsnappen? ‘He, geldt het niet voor jou dan? Voel je je beter dan een ander?’ De kans is misschien wel reëel dat er iemand achter het stuur zit die zijn macho-instinct laat domineren over de algemene beleefdheid. Maar zou het héél misschien ook kunnen dat op de achterbank een vrouw aan het bevallen is, of iemand een hartaanval heeft en dringend op spoed moet geraken? Dan heb je natuurlijk geen tijd om na te denken over wat de andere bestuurders van je gebrek aan hoffelijkheid vinden. Wij Belgen zitten – in tegenstelling tot wat de Nederlanders misschien over ons denken – niet verlegen om een mening. We spuien ze met gemak rond en bazuinen onze waarheden in de oren van elke kleine muis die het horen wil. Daarbij gaat het nu niet alleen meer over het pijnlijke gebrek aan kennis bij de weermannen of de manifeste onkunde bij leerkrachten of de zielige hebberigheid van verzekeraars. Het gaat ook niet zozeer meer over wat er bij de buren gebeurt of de bakker die er toch zo slecht uitzag en die dus zeker kanker heeft. Momenteel draait veel over wat er verkeerd beslist werd in de coronacrisis. Natuurlijk mag iedereen een mening hebben. Het is prima om naast jezelf ook de wereld rondom je in vraag te stellen. Alleen stel ik me soms vragen over hoe die mening werd gevormd. Want over alles wat je om je heen ziet gebeuren, is er wel iets duister, niet onderzocht of bevraagd, een andere kant van het verhaal. En als je dan alleen dat ene futiele artikel van die ene journalist las, die op een verdoken manier vaak gewoon zijn persoonlijke mening op het verhaal meegeeft, eerder dan de naakte feiten, weet je dan echt heel zeker dat je over alle informatie beschikt om er überhaupt al een mening over te hebben, voor je die als een onvervalste waarheid gaat verkondigen? Dus lieve lezer, wees tolerant, aardig en slim en bedenk eerst dat meerdere scenario’s mogelijk zijn wat betreft hetgeen rondom je heen gebeurt, voor je beslist ‘je lekker dubbel over de pechstrook te gaan zetten om die potsierlijke macho eens een lesje te leren!’.

Vlechtenmeisje
0 1
Tip

beste dokter

Beste dokter, U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor. Anderhalf jaar geleden was ik bij u voor een ingreep. Ik vermoed dat u zich mij niet herinnert, en dat begrijp ik. Uw werk zal niet altijd gemakkelijk zijn, u ziet veel mensen en af en toe een beetje lichtvoetigheid werkt prettiger. Maar zo voelt het natuurlijk nooit voor uw patiënten. Ik weet de precieze dag nog, en het uur. Er waren drilboren aan het werk op de Rooseveltplaats die de stenen en de aarde omwoelden, en de lucht was grijs van het stof. Ik vond dat wel toepasselijk. In het onpersoonlijke kantoorgebouw durfde ik amper op de knop van de derde verdieping drukken toen er twee maatpakken in de kleine lift stapten. De wachtzaal baadde in de zon en was bevolkt door een oudere vrouw die haar blik strak op haar magazine hield, een stil jong koppeltje en dit hoopje ellende. Ik kan mij haarscherp herinneren hoe ik u vertelde wat er gebeurd was, en hoe u keek tijdens dat eerste consult, want daar kon ik zeven lange zondige dagen op kauwen. Ik weet dat die zeven dagen niet uw schuld zijn. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar nog meer dan dat eerste consult, werden de woorden die u tijdens de ingreep zei gegrift in mijn ziel. Ik droeg ze mee, terug de auto in, naar huis, in mijn bed, en op lange wandelingen in een poging ze te laten vervliegen in de zeelucht. Toen ik daar lag met mijn voeten in de beugels en ‘ad ultimum’ mijn akkoord nogmaals moest ondertekenen, vroeg uw assistente langs haar neus weg of ik die vrouw was die niet had gevoeld dat haar man geen condoom had gebruikt. U schoot in de lach. U knikte en hikte van het lachen. U vroeg aan mij hoe dat in godsnaam mogelijk was, en ik merkte dat u niet van mijn verhaal geloofde. Had ik meteen kunnen zeggen dat ik dat ongepast vond? Waarschijnlijk wel. Maar de schaamte-inductie van de zeven dagen wachttijd had zijn werk gedaan. Ik begreep plots ook niet meer hoe die zinnenprikkelende warme zomeravond met iéts teveel wijn ooit werkelijkheid had kunnen zijn. Hoe het leven in mij plots wakker was geworden en ik alles had toegelaten in een wervelende omhelzing waar geen plaats meer was voor praktische beslommeringen.Ik had te veel vertrouwen en te veel wijn. En blijkbaar een dove foef.  De tweede assistent kwam in de kamer, en er werd mij gevraagd om het verhaal ook aan haar te vertellen. Had ik dan op de rem moeten drukken? Zeker. Maar luttele minuten later zou u met een zuigdarm in mijn baarmoeder binnendringen, en dat “zou wel eens pijn kunnen doen”. Dan wil je de handen die die darm bedienen liever te vriend houden, dus lach je mee.  Mijn psycholoog sprak van post traumatische stress. Natuurlijk valt er iets voor te zeggen dat dat lag aan de hele ervaring en niet louter aan uw aandeel. Misschien, maar ik wandelde van De Panne naar Nieuwpoort en ik kon mezelf vergeven. De hulpeloosheid die ik voelde op die tafel, onder uw handen, kreeg ik niet uitgewist.  Ik weet het, u bent de vijand niet. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar als u de komende jaren één keer uw tong omkeert voor u lichtvoetig grapt ten koste van een vrouw die net zeven dagen nadacht heeft of ze haar kind op aarde zal zetten dan wel aan de aarde zal toevertrouwen, zal die dankbaarheid ook juist voelen.   Met vriendelijke groet,   uw patiënte.

Tine Tytgat (2)
265 12

Het prinsesje met de zonnebril (GEZOCHT: ILLUSTRATOR)

1.        Er was eens een prinsesje genaamd Roos, waar elk spiegeltje aan de wand voor koos.   Op de vraag ‘wie is er de mooiste van het land?’ was er nooit enige discussie aan de hand.   Hierover bestond een algemeen akkoord: zíj was de enige in haar soort.   2.        Nu moet je jezelf afvragen ‘wat is het dat telt?’, het is niet alleen wat je ziet waardoor je hartje versnelt.   Haar rijkdom was enorm, en haar macht was groot, maar zo het er naar uitzag, zou ze alleen zijn tot haar dood.   Haar enige vriend was de eenzaamheid, want iedereen werd verblind door haar schoonheid.   3.        Vele edelmannen gingen naar haar kasteel hoog op een rots, kwamen aan met grote ijdel, maar vertrokken zonder trots.   Ze werd bezocht door knappe prinsen uit verre landen, maar allemaal stonden ze voor haar met hun mond vol tanden.   Waar was toch die prins op een wit paard, die haar schoonheid evenaart?   4.        Voor een normaal bestaan zou ze alles geven, op deze manier kon ze niet langer leven.   Ten einde raad schreeuwde ze luid, de volgende onheilspellend woorden uit:   “Ik wil zo graag mijn schoonheid kwijt, het is nu al zó lang dat ik er onder lijd.”   5.        Een slechte heks had haar smeekbede gehoord, sloop het kasteel binnen en nam het woord:   “Lief meisje, ik zal je mijn gelaat geven, maar in ruil moet jij wel 10 jaar zonder spraak leven.”   Diep bedroefd door een vriendeloos bestaan, besloot het prinsesje op het voorstel in te gaan.   6.        Als bij toverslag veranderde ze in een lelijk vrouwmens, ze keek in de spiegel en had meteen spijt van haar wens.   Het duurde niet lang voor de heks weer verdween, maar eerst zei ze nog iets heel gemeen:   “Nu ben jij lelijk en ik prachtig, jouw uiterlijk maakt mij almachtig.”   7.        Net te laat kwamen de bewakers binnen gerend, en in de troonzaal troffen ze enkel iemand onbekend.   Ze herkenden Roosje helemaal niet, al wat ze zagen was een lelijke griet.   En omdat ze geen klank meer kon uitten, lag Roosje al snel met haar klikken en klakken buiten.   8.        Eerst wist ze met haar schoonheid en geld geen blijf, nu had Roosje alleen nog de kleren aan haar lijf.   Nog steeds alleen, maar nu ook stom en met een misvormd gelaat, moest Roosje zien te overleven op straat.   Elke dag moest ze bedelen om rond te komen, van haar vroegere bestaan kon ze alleen nog maar dromen.   9.        Iedereen die haar passeerde keek op haar neer, met uitzondering van één vriendelijke jongeheer.   Er was enkel medelijden in het begin, maar al snel werd het lelijke eendje zijn vriendin.   Het was een vriendschap die niemand had kunnen voorspellen, probeer maar eens iets zonder klank te vertellen.   10.    Gelukkig was het zo, dat na verloop van vele jaren, de twee vrienden leerden spreken met gebaren.   Een taaltje waar niemand anders iets van verstond, met gebruik van handen en zonder mond.   Over haar afkomst heeft ze echter nooit iets gezegd, zo was de vriendschap zeker oprecht.   11.    Week na week groeiden ze naar elkaar, tot de dag na het tiende jaar.   Roosje zou eindelijk met hem kunnen spreken, spijtig genoeg had het lot het anders bekeken.   Haar enthousiasme sloeg al snel om in verdriet, want net die dag verscheen de jongeman niet.   12.    Dat de jongeman werkelijk een prins was hield hij liever geheim, omdat hij anders niet bij iedereen zichzelf kon zijn.   Hij was opgeroepen ten strijde de voorgaande nacht, omdat zijn koninkrijk was aangevallen door een duistere macht.   En als prins heb je nu eenmaal de verantwoordelijkheid, om je leger te leiden in de strijd.   13.    De aanvaller was een kwaadaardige heks met een leger almachtig, niet alleen was ze heel mooi, maar ook heel krachtig.   Ze verblindde haar tegenstanders met haar schoonheid, gepaard met haar tovenarij won ze zo elke strijd.   Ze trok door het land en wou alleenheerschappij, iedereen had schrik en was de wanhoop nabij.   14.    Maar in dit verhaal is er ook een goede tovenaar, uiteraard met een lange baard en spierwit haar.   De prins liet zich betoveren om haar schoonheid te weerstaan, zo kon hij na al die jaren oorlog de heks toch neerslaan.   Door die slag werd niet alleen de boosaardige heks geveld, hierdoor werd ook aan al haar betoveringen een einde gesteld.   15.    Daardoor was het mooie prinsesje teruggekeerd, maar Roosje had haar lesje nu wel geleerd.   Vanaf nu droeg ze steeds een zonnebril, ook al was het buiten koud en kil.   Zo zorgde ze er voor dat iedereen haar kon aankijken, zonder voor haar pracht te bezwijken.   16.    Na de strijd keerde de moedige prins zo spoedig als mogelijk terug, op zoek naar het meisje dat leefde onder de brug.   De prins zocht overal en klopte op alle deuren, maar het meisje was nergens meer te bespeuren.   Radeloos besloot hij naar het kasteel te gaan, misschien wist daar wel iemand van haar bestaan.   17.    Zoals zovele prinsen hem voor gingen, mocht ook hij als adel de troonzaal binnen.   Hij herkende echter niet zijn vriendin de bedelares, want ze had nu terug het gelaat van een wondermooie prinses.   Gelukkig kon ze meteen alles verklaren, met slechts het gebruik van enkele gebaren.   18.    Op enkele seconden stond de prins heel dicht, en nam de zonnebril van haar gezicht.   Niet meer verhuld stond ons prinsesje daar, en toch kon de prins kijken naar haar.   Nog steeds betoverd kon hij haar aanschouwen, ook al was ze veel mooier dan andere vrouwen.   19.    Daardoor verloor de prins volledig het noorden, en nu kwam híj niet meer uit zijn woorden.   Hij deed  toen plots een eigenaardig gebaar, En iedereen in de troonzaal keek verbaasd naar elkaar.   Maar het prinsesje wist wat hij zei door zijn handen samen te vouwen: ‘Ik hou van jou, wil je met me trouwen?’     => Samenwerking met illustrator gezocht: iljavandenbergh@gmail.com

Iljavdb
33 2
Tip

unieverzum

  HOERA HOERA HOE   RA               d                   d                                                                   e                 e                      p            p                                                    a         a                     r        r                    a    a                        l    l                      l  l                      e                      l  l                     l    l                   e      e                  n        n                                                                                                            k            k                                                           r              r                                                                 u               u                                                           i                  i                                                      s                   s                                                 e                    e                                            n                      n        e                            e     l                               l    k                                k   a                                  a  a                                    a r                                       r   PFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF     B L A B L A B (l) A  A S     D I E      K E R Z E N                                                                                                          zware Schwere    la gravité  est  morte                                                                                                                             T                                       I                                         V                                       A                                      R            V I V E    L A    G       (toutderrièrelesmots:opeenA4moethetpassenopeenA4moethetpassenopeenA4moethetpassenopeenA4heelhetunieverzumopeenA4)

Francois gfff
124 5

Ergens tussen grijs en blauw

De dokter schudt haar hoofd."Ik ga eerlijk zijn met u mevrouw, ik had dit resultaat niet verwacht." zegt ze vanachter haar plexiglas scherm.Vorige week vrijdag was mijn eerste onderzoek in het UZ Gent van het nieuwe jaar.Mijn oogspieren werden getest en onderzocht.Ik keek al naar de deur omdat de meeste onderzoeken nog niet veel hebben opgeleverd.Waarom zou dit anders zijn. De dokter draait zich om en haalt er een tekening van het oog bij.De linkerbovenspier van mijn linkeroog, daar zit blijkbaar de schuldige.Al sinds september heb ik vaak een duizelig gevoel, alsof ik dubbel zie. Soms gepaard met misselijkheid.Maar de reden was tot nu toe, na talloze onderzoeken, onbekend.Het blijkt dus die ene spier te zijn die heeft besloten om minder te gaan werken.Waardoor mijn linkeroog bij het opzij- of opkijken net dat ietsje trager beweegt dan rechts.Met als resultaat dat ik alles even dubbel zie.Zeer vervelend bij het afdalen van een trap, wandelen of het bepalen welke auto echt is, dat kan ik u verzekeren.En dus doe ik bovenstaande activiteiten al even niet meer (het rijden) of onder begeleiding (het wandelen in een onbekende omgeving) of extreem traag zoals een waardige, oudere dame (trappen afdalen). Nu zit daar die dokter die kan verklaren hoe het komt.En ik heb even zin om een vreugdekreet te laten horen of haar te omhelzen ("Oppassen, Corona!" zou mijn zoon zeggen).Ik hoor jammer genoeg Murphy al op de deur kloppen en hij komt al om het hoekje piepen."En wat kan ik daar aan doen" vraag ik de dokter nog steeds redelijk vrolijk."Niet zo heel veel, vrees ik." blijkt het antwoord te zijn.Spieren kan je toch trainen, dacht ik in al mijn naïviteit. Alleen blijkt dat hier niet het geval. Ik pols naar wat er kan en van waar dit in godsnaam toch weer allemaal komt.Een bevredigend antwoord blijft voorlopig uit.Een operatie kan maar ze moeten overleggen.De dokter verdwijnt even in de magische overlegkamer met andere assistenten en de professor. Na een kwartier komt ze terug. Een prisma zou misschien een oplossing kunnen zijn.De dokter tovert een doosje tevoorschijn en haalt er een glaasje uit.Dat glaasje zal dan door een opticien op mijn glas worden gekleefd om te testen of het werkt.Het zal weer even wennen zijn, geeft de dokter mee maar het zou kunnen helpen.We maken afspraken over de verdere nauwe opvolging en het overleg dat zal volgen indien dit niet werkt.Tijdens mijn wandeling vandaag langs de vertrouwde route laat ik alles bezinken.Het prismaglas is besteld en zou er volgende week zijn.Ik ben hoopvol en wens van harte dat dit glas alles verhelpt.Het was ook een opluchting om toch van één ziekteverschijnsel de oorzaak te weten.Al weten we niet wat het veroorzaakt heeft of wat er volgt.Ik kijk naar de lucht tijdens de wandeling die van grijs zachtjes naar blauw overgaat. Zo voel ik me een beetje vandaag.Ergens tussen hoop en angst.

Alice Bremt
5 0

Het Sprookjes Café

 Dit verhaal speelt zich af wanneer alle kinderen liggen te slapen en alle sprookjesboeken zijn gesloten en de sprookjesfiguren vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen. Vele van jullie denken dat een sprookje eindigt met “en ze leven nog lang en gelukkig”, maar dat is verre van waar. Zo neem ik jullie graag mee naar het sprookjes café waar menig prinses een rood wijntje drinkt tegen de rimpels en praktisch alle prinsen hun witte paarden laten rusten, terwijl ze van een biertje genieten. Trollen, wolven, dwergen, kabouters alles komt hierbinnen en verlaat het café wanneer het weer tijd is om lieve mensen kinderen in slaap te lezen.      Het café stroomt langzaam vol. Broeder Tuck schenkt iedereen bij, terwijl de schout de openstaande rekeningen bijhoudt.  Achterin spelen de trollen klaverjas en de wolven vermaken zich met een potje blaasvoetbal. De prinsen zoeken hun vaste plek aan de bar en op een enkele na is de club weer compleet.   ‘Proost! Op een weelderige avond!’ Met een perfecte witte grijnst steekt prins Eric zijn biertje in de lucht.Dat had je niet verwacht hé?!    De deur van het café vliegt open, waarnaar zeven kleine gezette mannen gehaast de vloer beginnen te vegen. En pas nadat de vloer blinkt in het kaarslicht, komen de drie beste vriendinnen binnenschrijden. Ach daar zijn ze de “belangrijkste” vrouwen voor het verhaal. Wist je trouwens dat de vader van Doornroosje de oom van Sneeuwwitje is en die weer de neef van Assepoester even als hun prinsen die weer schakeling familie zijn van elkaar…Nee… wist je dat nog niet? Ach niet belangrijk …zolang de kleinkinderen er maar ongeschonden vanaf komen…   ‘Hallo! Zou je het heel erg vinden om deze intro verder te skippen en gewoon te beginnen aan het verhaal?!’ sist Sneeuwwitje.Ugh prinsessen! Ze willen altijd maar in het “middelpunt” blijven… kan ik eindelijk mijn zegje doen komen die verwende nesten er weer tussen!    ‘BEN JE KLAAR?!’         (Eye-roll) (Adem in. Adem uit.)   (Schraap je keel!)    Ergens ver weg, diep tussen de bomen staat een huisje, lieftallig en klein, waar vogels tjirpen in de vroege morgen tot aan de schemerige maneschijn. Na vele jaren slapen zei de jonkvrouw heel gewoon:  ‘Als jullie het niet erg vinden ga ik zo naar mijn bedje toe, ik ben zo ongelofelijk moe…’ gapend staat Doornroosje op.Sneeuwwitje schudde langzaam haar hoofd en vertelde dat dat nog niet kon.  ‘Dat kan nog niet’ snauwt Sneeuwwitje.   ‘Maar waarom?’ Geïrriteerd ploft Doornroosje weer terug op haar stoel. Het grote nieuws, het was eindelijk daar, de prinsessen staarde belangstellend naar…    ‘Ik ben laat… ik ben laat, IK BEN VEEL TE LAAT!’ tierend van stress komt het Witte Konijn het café binnen gesprongen.Uhm… Konijn dit is het verkeerde sprookje…   ‘FIJN heb ik weer, nu ben ik nog later!’   ‘Wat nou verkeerd sprookje? Ik kan nog wel een nieuw trofeetje gebruiken!’ Geniepig stapt Gaston uit zijn duistere hoekje. ‘LEFOU! Pak mijn geweer!’ LeFou glundert trots, terwijl hij het opgepoetste jachtgeweer aangeeft.    ‘Niemand schiet als Gaston!’ zwijmelt hij.    ‘DOE NORMAAL!’ Krijsend gooit Belle haar boek op tafel, vol afkeur kijkt ze naar het tafereel dat steeds grimmiger wordt. Binnen een mum staat ze voor het vizier, zonder Gaston nog een blik waardig te gunnen keert ze zich om naar het Witte Konijn.    ‘Wat een schattig beestje ben jij,’ ze bekijkt hem van top tot teen, ‘wacht eens volgens mij heb ik weleens over jou gelezen!’ Lieflijk haalt Belle haar hand over zijn snuit.    ‘NÉÉ, ga weg!’ brult Konijn en met een woeste zwaai slaat hij haar hand weg.Konijn ik wil niet heel vervelend zijn, maar wij zijn hier bezig met een verhaal. Spring jij je konijnenhol weer in, dan kan ik dit verhaal even afmaken, zoveel tijd hebben we niet!   ‘Alsof ik hier tijd voor heb?! Heel de wereld staat op z’n kop en jullie zitten hier maar te niksen!’ Verwildert kijkt hij om zich heen. ‘Kom niet dichterbij! Blijf uit mijn buurt!’ Pardon... Konijn?   ‘Die is niet goed in z’n kop.’ mompelt prins Adam binnensmonds.   ‘Ja, wat is jouw probleem? Doe gewoon normaal makker.’ Alladin komt langzaam op het rumoer af, en seint dat iedereen zich rustig moet houden.   ‘Niks normaal, dit is het nieuwe normaal, blijf op afstand!' raast Konijn.Beste Konijn, we zitten hier gewoon gezellig bij elkaar voor dit verhaal, kom er dan gezellig bij. Neem wat tijd om rustig te worden voordat je weer “down the rabbit hole” gaat. Wacht… Kan het soms zijn dat je te lang bij de rups bent geweest? De lucht die je daar inhaleert is wellicht niet zo zuiver geweest.   ‘HA, die lucht daar is niet zuiver?! De lucht is op geen ene plek ter wereld meer zuiver, niet in de sprookjeswereld en zeker niet in de mensenwereld, zelfs het dierenrijk heeft het te voorduren. We gaan eraan! WE GAAN ER ALLEMAAL AAN!’ Okay…Nu ben ik ook de verhaallijn kwijt. Maar dan maken we er gewoon een nieuw verhaal van.Konijn vertel kort maar krachtig de inleiding, met niet zoveel woorden, want zoveel tijd is er niet.    ‘*@#$%^&^%$#@*! WE HEBBEN GEEN TIJD VOOR EEN VERHAAL! HET IS EEN STRIJD TEGEN DE KLOK, ZEKER NU MET DE AVONDKLOK! JULLIE MOETEN ALLEMAAL WAKKER WORDEN!!WE HEBBEN TE MAKEN MET EEN ONZICHTBARE VIJAND, DE DODELIJKSTE DIE ER BESTAAT!’ brult Konijn   ‘Dan moeten die vijand verslaan,’ bromt Jafar.    ‘Ik ga op onderzoek uit!’ Enthousiast stapt Alladin op zijn tapijt.   ‘YEAH,’ juicht Flynn ‘dan ga ik met je mee.’Dat klinkt als een spannende inleiding. Vorm een leger en bestrijd de vijand.   ‘Ow NÉÉ, dat is verboden! ALLES IS VERBODEN!’ gilt Konijn, ‘Geen samenscholing! Niet onnodig vliegen! Blijf op anderhalve meter! Was je handen stuk en draag een mondkapje! En geen alcohol meer! Ga in lockdown, SLUIT JEZELF OP!’ WAT DOEN JULLIE HIER NOG? HET CAFÉ MAG NIET EENS OPEN ZIJN! WE MOETEN HIER ALLEMAAL WEG, NIEMAND IS MEER VEILIG…’ krijst Konijn.   Panisch stormt iedereen het café uit.  Okay…Dat was echt heel kort… *@#^$! LOCKDOWN!   ...Einde...   

LindaMEvita
71 1