Lezen

BOERKA, BOERKINI, BADPAK, BIKINI, MONOKINI EN NIKSKINI

Vannacht is weer duidelijk het bewijs geleverd dat vrouwe Alla de hemel over onze contreien aan het overnemen is. Zij duwde God de Vader en zijn mannelijke pauselijke aanhang meer en meer richting Noord- en Zuid Amerika om daar nog wat gelovige zieltjes te winnen. De Getuigen van Jehova mochten van haar nog een beetje in Europa rondzwalpen. Zij vindt het nog steeds superleuk om te zien hoe deze zendelingen, keer op keer, zowel bij de inlandse bevolking als bij de nieuwe moslimburgers, de deur tegen hun eigen façade krijgen. Alla kijkt vanuit de hemel naar haar oprukkende exodus. Zij is er zeker van dat er in Europa nog meer dan plaats genoeg is om haar islamitische achterban te verwelkomen.  Als zij over haar nieuw stukje Europese hiernamaals zweeft, laat zij haar hemelse oog vallen op de stranden van Zuid Frankrijk. Zij schrikt zich een hoofddoekje. Zijn dat lijken die daar allemaal op hun buik, langs de kustlijn aangespoeld zijn? ’t Is tenslotte de Middellandse Zee! Neen, het zijn waarschijnlijk dolfijnen of walvissen. Als ze wat beter kijkt ziet ze dat het dikbuikige zonnekloppers zijn. Zij vindt het een eigenaardig fenomeen, dat hier mannen en vrouwen, waarbij de vruchtbaarheiddatum al ruim overschreden is, met een pens ouderdomsspek rondlopen, alsof ze binnen de maand van een voldragen vetbobbel moeten bevallen. Zij laat haar religieuze blik over al de stranden van de azurenkust glijden en begint echter weer te twijfelen. Moet hier haar volksverhuizing integreren? Blijkbaar zijn hier de mensen zo arm, dat ze zich zelfs geen normale kleding kunnen veroorloven. Zij aan zij liggen ze, praktisch in hun blote reet, in de zon te bakken en te braden. Hier ziet zij voor de eerste keer het werkelijke bewijs dat de Europeanen er alles aan doen om zo snel mogelijke het Arabische of Afrikaanse kleurtje te krijgen zodat de nieuwe burgers zich onmiddellijk welkom zouden voelen.  Ze begrijpt echter niet waarom er op die goudgele stranden zoveel vrouwelijke exemplaren met hun blote, verschrompelde, hangende, valse silicone -en watermeloen tieten pronken. Eventjes verder lopen ze zelfs helemaal naakt. Mannen waarvan de viriele vervaldatum met prostaat bedreigd wordt en vrouwen waarvan de overgangsopvliegers al behoorlijk verleden tijd zijn, laten alle genotattributen schaamteloos zwieren, schommelen en waggelen als ze langs de vloedlijn in de brandende zon beachbal spelen.  Niet alleen de oudere senioren maar tevens de jonge vers geïmporteerde islamitische mannen gluren geil naar de bruine hangtieten en de door de wind opstaande frambozentepeltjes. Alla is compleet uit haar lood geslagen. Hier zal ze straks wat erectiestoornissen en hartinfarcten moeten uitdelen. Ze is er inmiddels achter gekomen, dat dit naaktfenomeen totaal niets met armoede te maken heeft, maar volgens haar, gewoon een decadent gevolg is van het Westerse denken. Diezelfde blote zonaanbidsters gniffelden daarstraks nog: “Of het soms al terug carnaval was”, toen er een oudere vrouw in boerka en twee jeugdigere met boerkini’s ingepakte moslima’s pootjesbadend voorbij kwamen wankelen.  Het is ‘Allahemeltergend’, aan die neerbuigende en uitdagende Europese mentaliteit zal ze de komende jaren behoorlijk moeten werken! Nergens geen badpak, bikini, monokini of een nudist meer, alleen nog boerkini’s en vanaf nu, mannen en vrouwen gescheiden op het strand en de zee in! Duizend bommen en granaten! Ze heeft in haar nieuw veroverd stukje Europese hemel al behoorlijk haar vrouwtje moeten staan. Niets dan miserie had ze met die nog niet bekeerde mannetjes. Vorige week kwamen er vier verongelukte, in alcohol gemarineerde midlife mannetjes aan haar hemel- moskeepoort aan. Ze hadden hun zielenleuter al paraat in de hand. Ze joelden en zeurden om die 72 maagden, die Alla hun zogezegd beloofd zou hebben. Toen ze voor de zoveelste keer uitlegde, dat dit een slechte vertaling was, dat het hier alleen maar om 72 druiven ging, maar dat ze dit zo lang mogelijk verzweeg om de zelfmoordterroristen niet te ontmoedigen, was de hemel te klein! De mannen gilden dat ze dan liever terug opteerden voor de traditionele rijstpap met gouden lepeltjes. Toen ze hen bekeek en zei dat ze voor goddelijke rijstebrij een tiental jaren eerder de geest hadden moeten geven of minstens een ander werelddeel hadden moeten uitzoeken om naar de eeuwige jachtvelden op te stijgen, waren de rapen gaar!  Problemen, problemen..Indien Alla ze zelf niet meer kan oplossen, zal ze de wijze raad van haar zuster Sjaria moeten inroepen. Nu ze eindelijk die Christelijke mannelijke encycliek verdreven heeft, zal ze zich zelf persoonlijk met de vrouwen in het westen bezighouden. In het begin zullen deze westerse dames misschien wat zweten onder die lange jurken, maar alles went. De doorsnee Europese vrouw zal nog wat onhandig aan die hoofddoekjes frunniken, maar als alternatief kan ze nog steeds voor de totaal verhullende, snel overgooiende boerka kiezen. Als Alla wat later, vanaf haar wolk, tijdens de seniorenvakantietijd opnieuw over het strand uitkijkt, kan ze alleen maar besluiten dat voor de meeste bejaarde najaarstoeristen deze kleding een geweldige verbetering zou zijn.. Mooi of lelijk, dun of dik, kort of lang, een doek erover! Met wat geluk kan ze zonder veel problemen de Middeleeuwen terug invoeren. Alla moet er nog eventjes diep over nadenken hoe ze al het bloot in één keer van de stranden kan vegen. Ze heeft al een Middellandse Zee tsunami in gedachte.  Vannacht zal ze als voorproefje al eens een staaltje van haar hemelse macht tonen. Met luid dondergeroffel, flitsende bliksems, hagelstenen en bakken water laat Alla aan de bange blanke man en vrouw horen dat het haar menens gaat zijn!  

Sim
189 0

Săptămâna trecută în ziare* of VORIGE WEEK IN DE KRANTEN EN OP TV

Ermierii belgieni trebuie decât să învețe muncitori străini români sau polonezi dacă angajează! Wat zegt U? U begrijpt niet wat ik jullie schrijf? Oké ik probeer het nog een keer. Belgijskie ale rolnicy mają się uczyć zagranicznych pracowników rumuńskich i polskich, jeżeli zatrudniają one!Ja zeg, nog steeds begrijpt U niet wat ik jullie vertel! Dan bent U waarschijnlijk niet één van die Belgische boeren die recentelijk een taalbad hebben moeten nemen. Soms zit ik zo verbijsterd naar de televisie te kijken dat ik het fragment eventjes helemaal opnieuw zou willen bekijken om te zien of ik het wel degelijk goed begrepen heb. Staat daar zo’n mannetje van het Vlaams Infocentrum land- en tuinbouw heel trots te verkondigen dat Vlaamse boeren nu een cursus Pools of Roemeens kunnen volgen als ze straks seizoensarbeiders voor de fruitpluk uit Polen of Roemenië willen aannemen. Onze boeren moeten Roemeens of Pools leren als ze vreemde werkkrachten van die landen in dienst nemen!Vindt U dit niet een beetje de wereld op zijn kop? Als U straks in Spanje in de horeca aan het werk wil, zou men het dan daar niet meer dan normaal vinden, dat U een woordje meer kan zeggen en verstaan dan „Dos cervezas por favor.” Zouden de Italianen genoegen nemen met het feit dat U, in hun land als restauranthulpje, alleen in het Italiaans op de romantische toer kon gaan? Ik veronderstel dat ze waarschijnlijk ook zouden verwachten dat U buiten pronto, prego, domani, puo bacio en ti amo, zich toch ook wat kooktermen zou eigen maken. Denkt U dat een Chinees wat Nederlands zou gaan leren, als U zich daar op de arbeidsmarkt gooit? Wat is dat toch met onze halfzachte watjesboerenbondregelaars? Zou het niet verstandiger zijn om aan die Roemeense en Poolse arbeidsmigratie duidelijk te maken dat juist zij de taal van hun werkgevers een beetje onder de knie moeten hebben. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat juist zij een snelcursus landbouwtermen- en inburgeringsboerenbond Vlaams zouden moeten krijgen alvorens ze hun kop maar in één of andere serre zouden mogen steken! Klein examentje afleggen vooraleer ze bij ons ook maar een seizoensgebonden vruchtje mogen plukken?  Ik blijf het onthutsend vinden dat onze Vlaamse landbouwers les zouden moeten volgen, omdat vreemde werkkrachten hen zouden verstaan!  Nog zo iets absurd zijn de recente krantenkoppen over relatiebreuken of echtscheidingen van bekende Vlamingen. De schatten, eigenlijk zijn ze  grappig en simpel tegelijkertijd. Wie van de lezers ligt er nu werkelijk wakker van het feit dat een acteurtje plots na 8 jaar terug single is. Wie kan het schelen of een tv vedette en haar man scheiden omdat ze vinden dat na 10 het liefdesvuur geblust is of ze gemerkt hebben dat aan de overkant het gras groener groeit. Vinden wij het niet degoutant dat een juist in de steek gelaten BV-vrouw  s’ anderdaags in de gazet laat schrijven met wie ze de copulerende nacht doorbracht. En wie zit er nog te wachten op het nieuws van een zuurkous journaliste die verklaart dat zij en haar man na 40 jaar een eind aan hun huwelijk maken. Pluim voor die echtgenoot, ik zou veel sneller van die saaie programma makende heilige boon gaan lopen zijn. Miljoenen mensen lezen de papieren en internetkranten en de scheidende partijen vragen dan ook ineens bij het verschijnen van dit ‚hot item’ tussen de lijntjes door, om hun privacy te willen respecteren. Ondertussen blokletteren zij eventjes hun privéleven in de kranten. Als de splitsende echtelieden de vuile huwelijks was in de mand willen houden, dan moeten ze hun klep houden, hun problemen in hun persoonlijke levenssfeer oplossen zonder daar heel kranten lezend Vlaanderen mee lastig te vallen. Want zeker weten, eens de echtscheiding uitgesproken, gaan we weer met zijn allen in de roddelblaadjes kunnen mee genieten van de meest vulgaire uitleg. Waar ik wel van gesmuld heb, is het verhaal dat VTM stopt met het programma Royalty. U weet wel, dat programma over onze koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen. De kijkcijfers zouden desastreus teruglopen omdat de jeugd niet meer geïnteresseerd zou zijn in die ruziemakende, door ons onderhouden Plopsalandfamilie. Hebt U er al eens over nagedacht waarom zo’n prinses of koningin, nadat ze het glazen muiltje aangestoken heeft, plots zo’n kaasbolachtige of vliegende schotelhoed gaat dragen of zich gaat behangen met goud, edelstenen en diamantenkroontjes ?  Zal U het straks spijtig vinden, eens het programma afgevoerd is, dat U de megadure haut-couturejurkjes, waar U aan meebetaald hebt, niet meer zal kunnen bewonderen? Lacht U ook nog een beetje meewarig als U dat prinselijk nakomertje allerlei onzin hoort uitkramen en telkens opnieuw zonder vergelding door de regering op de vingers getikt wordt? Ik ben er alleszins van overtuigd dat, als onze jongste prins-rebel voor televisie durft vertellen dat hij zoveel meer belastingen aan België betaald heeft, dan dat hij ooit aan dotatie ontvangen heeft, hij duidelijk zuurstofgebrek bij de geboorte gehad heeft. In Antwerpen zeggen wij dan al ginnegappend dat we denken dat er ergens een koninklijk hoekje af is, of voor de Nederlanders, dat hij niet helemaal spoort. Zulke toestanden, waarbij een psychotisch koninklijk kakelnestje om zich heen slaat, laten alleen maar zien dat deze familie niet anders is dan de onze. Alleen teert deze, niet door het volk verkozen blauw bloed monarchie,  mee op onze portemonnee.  Ik denk dat alleen de royaltywatchers, na het afvoeren van dit VTM programma  in zak en as zullen zitten. Nu komen ze straks niet telkens weer in beeld als ze langs de kant van de weg, met Belgische vlaggetjes wuivend, zich weer een tenniselleboog zwaaien als die koninklijke Disneyfigurenoptocht voorbij komt.Diezelfde landgenoten klagen vervolgens steen en been, staken te pas en te onpas omdat de regering teveel zou uitgeven en dat zij te weinig in het loonzakje vinden of als pensioen  uitbetaald zouden krijgen. Vinden deze, in sprookjes gelovende, landgenoten nog steeds dat wij met ons belastinggeld het rijkeluisleventje van het ‚blauwe bloedvolkje’ moeten blijven subsidiëren? Pikken zij het nog steeds dat zo’n bekakt gepensioneerd Efteling-gezin met een zeker misprijzen naar zijn burgers wijzen, omdat hun exuberante dotatie verminderd werd?  VTM heeft het duidelijk begrepen, wij stevenen af op een koningsdrama... Ach, terwijl de wereld rondom ons explodeert, mensen door de klimaatopwarming straks gaan verzuipen, aardbevingen onze aarde hertekenen, een massamigratie gelukzoekers op gang komt, wij een schuldgevoel opgedrongen krijgen en uitgemaakt worden voor racisten, houden wij ons ondertussen bezig met taalbaden, BV- nitwits en voorbij gestreefde poppenkastsprookjesfiguren.   *Vorige week in de kranten  

Sim
0 0

OVER POKEMONJAGERS, ORANJEGEKTE EN DE RODE DUIVELSHYPE

Wanneer bedenk je ineens; ik word een Pokémonjager? Is dit een besef dat al een aantal dagen in je bovenkamer suddert, of plopt zo’n idee spontaan bij je binnen. En wanneer gebeurt zo’n openbaring dan? Lig je met je luie krent al meer dan enkele vakantieweken al zappend voor de televisie of verveel je jezelf zodanig te pletter voor je tablet alvorens je echt actie onderneemt? Word je door je ouders om de vijf minuten aangemaand om toch iets te gaan doen en je luie lijf uit je bed te hijsen of zie je zelfstandig het licht in de duisternis? Als je in een opwelling van ondernemingslust dan werkelijk tot inkeer komt en je snel uitdijende vakantiekont uit de sofa opricht,  gaat er dan plots een lichtje branden met de tekst; Pokémon, Pokémon?? Hoe begin je er dan aan? Zachtjes, solojacht, helemaal alleen, of  lijkt zo’n tandem duojacht je interessanter? Slenter je liever als een jagende Gaston en Leo, met zijn tweetjes door de straten? Of sluit je jezelf liever ineens aan bij het Pokémon- debielenclubje om met zijn duizenden tegelijk op jacht te gaan? Vind je jezelf ook niet ongewoon dwaas, als je jezelf in de winkelruiten weerspiegelt ziet? Zo’n opgeschoten tiener met een half neergeknakte hals en een tot een tenniselleboog geforceerde arm met daarin aan het einde een schermpje dat ergens ten velde virtuele cartoondiertjes signaleert. Zo’n fictieve figuurtjes, die jij, en met jou duizenden anderen, moet zien te vangen. Houden de winkeliers die de Pokémon-rage in hun straat bestelden er geen kater aan over? Een populatie van ongeveer drieduizend man, die door hun straat zwalpten, het verkeer volledig blokkeerden, terwijl ze alleen oog hadden voor hun smartphone, de virtuele fictieve wezentjes en zelfs geen blik in de winkeletalages wierpen? Je moet maar als grootouder juist die ene dag uitgekozen hebben om, tijdens de vakantie, met je kleinkinderen naar de Antwerpse dierentuin te gaan, terwijl er plots zo’n 15.000  tekenfilmfiguurjagers te horen kregen dat er Pokémons in de Zoo gesignaleerd waren… Hoe lang gaat het nog duren alvorens personen met slechte bedoelingen een groep jeugd naar één welbepaalde plaats gaan lokken en hun dan met een hele speciale en exceptionele Pokémon- boem gaan verwelkomen?  Een hele nieuwe generatie met artritisnekken en reumaduimen.. Wat een kleutertuinhype! Ach, er zijn al meer rages over ons heen gekomen die wij als zoete koek geslikt hebben..eens worden wij allemaal waarschijnlijk wel ooit volwassen zeker! Of niet? Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop traditie en hypes. Een hoop hypes komen vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten. De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel. Met driekleurige mutsen over hun buitenspiegels en wapperende Belgische vlaggentjes reden de supportersauto’s luid toeterend rond. Mannen dronken bier uit blikjes waarop de duiveltjes afgebeeld stonden, want mannen weten waarom. Kinderen verzamelden Rode Duivelsstickers en lazen meer in hun plakboeken dan in hun examenleerstof. We waren weer één voor allen en allen voor één België en morgen wordt er weer door het zelfde volk over de splitsing gediscussieerd. Ach elke rage loopt soms de spuigaten uit. Over de Franse autostrades staan er nu reeds borden met de vermelding: Rij veilig, hier vindt men geen Pokémons! En vandaag staat er in de krant dat de politie de Pokémon Go jagers, die zich niet aan de verkeersregels houden, gaat beboeten. Pokémon wordt dan Pakkeman!  

Sim
3 0

So you think you can art?

Een snuifje arty farty kan ik best wel pruimen. Soms is kunst op het eerste zicht misschien niet meteen toegankelijk en moet je een beetje moeite doen om het te appreciëren. Regelmatig zelfs doe ik een poging om mijn beide voeten van de grond te krijgen om mee te gaan in de gedachtengang van een artiest. Maar soms gaan dingen gewoon te ver. Zoals vorige vrijdag bijvoorbeeld. Ik ben een fervente danser. Al van kindsbeen af trippel ik rond van de ene danszaal naar de andere. Ik kijk ook graag naar dansprogramma’s op televisie à la ‘So you think you can dance’. Dus dacht ik: waarom niet nog eens naar een live dansvoorstelling gaan kijken? De sensatie van een groep dansers op een paar meter van jou te zien zwoegen, is vaak onbeschrijflijk mooi.Zo gedacht, zo gedaan. Vrijdagavond trok ik vol verwachting naar de plek waar het zou gebeuren. Ik was lichtjes gestrest, want de afwezigheid van parkeergelegenheid had ervoor gezorgd dat ik tien minuten te laat aankwam. Hijgend strompelde ik de zaal binnen. ‘Eindelijk,’ dacht ik ‘eindelijk kan ik mijn weekend beginnen met een ontspannende dansvoorstelling.’ Al snel had ik echter door dat dit geen gewone dansvoorstelling was. Neen, waar ik in terecht was gekomen was wat men tegenwoordig een ‘perfomance’ noemt. Als toeschouwers bevonden we ons rechtstaand in een expositieruimte waarin twee, laat ons ze voor de gemakkelijkheid ‘danseressen’ noemen, hun ding stonden te doen. Ze waren gehuld in vleeskleurige strapless body’s die de illusie van naaktheid moesten creëren. In het begin deed ik nog mijn best om me in te leven. De twee danseressen vormden beelden aan de hand van bepaalde poses die ze elkaar aanmaten. Ze maakten daarbij gebruik van gewaden vervaardigd uit lange stukken stof. Met mijn brein probeerde ik de poëzie in dit staaltje weinig dansante kunst te zien. Helaas begon het getoonde tafereel na twintig minuten danig te vervelen. Soms verwisselde ze van plaats in de ruimte en dan kreeg ik steeds weer een opstoot van ijdele hoop op beters. Helaas, wat we als publiek te zien kregen was meer van hetzelfde. De twee danseressen gingen om de beurt in een soort standbeeld-houding staan wat de bedoeling had om bepaalde gevoelens op te wekken bij ons toeschouwers. Het enige wat bij mij werd opgewekt was de zin om naar huis te gaan. Een beetje actie of een klein danspasje had ik op zijn plaats gevonden zo op een vrijdagavond.En toen kwam het enige wat nog miste in deze experimentele uitspatting: de eerste blote borst. Ik weet niet wat het is in de hedendaagse podiumkunsten, maar zonder naakte spelers lijkt de performance niet geslaagd. Voor je het weet zit je als onschuldige en nietsvermoedende kijker naar het schaamhaar van een onappetijtelijke acteur van middelbare leeftijd te kijken. Maar goed, gelukkig was hier geen schaamhaar te zien, noch een acteur van middelbare leeftijd. Wel vier blote tieten, die ik eigenlijk ook niet per se had hoeven zien. Na goed anderhalf uur was de performance ten einde. Beleefd klapte ik mee met mijn mede toeschouwers. Bij het buitengaan wisselde ik nog een veelbetekenende blik met de dame naast mij. We dachten beiden hetzelfde: ‘Doe ons toch maar So you think you can dance.’

Ans DB
0 0

Verrassend Brussel

Het is waar, je was de stad wat moe.Ze bruist nog hier en daar, maar de slechte smaak overheerst. Kijk maar naar de wansmakelijke kerstversiering van de laatste jaren en de vreselijke disco-light-show op de Grote Markt. Je hebt jezelf gedwongen om met een schrijfkans mee te doen waardoor je op een voordrachtnamiddag belandt in het hart van de stad. Je nodigt iemand uit die al te graag een stukje van Brussel wil zien. Het weer valt tegen en maakt de stad nog troostelozer. Maar dan volgt een eerste surprise. Je ontdekt een winkel op het Vossenplein. Het blijkt een schatkamer aan kledij uit vroegere tijden. Hier zou je nog uren kunnen rondsnuffelen. Van hoeden met veren en jurken waarin diva’s ooit op de Brusselse podia schitterden tot zware kazuifels waarin kerkoversten pronkten in Brusselse kathedralen. Bij het verlaten horen geestdriftige klanten het slechte nieuws:  de zaak sluit weldra de deuren.  Moet dit niet beschermd worden en tot werelderfgoed uitgeroepen? Na balletjes met stoemp en kriek in ’t Goudblommeke,  één van de pareltjes uit het Brussels verleden volgt de voorleessessie  en een gastbabbel over haar Tutti Fratelli project van de iets ruwer ogende maar niet mindere diva Rheinhilde Decleir.  Met haar obligate bloem in heur haar zingt ze een liedje uit haar Nieuwe Sceneperiode. In het Aantwaarps, of wadachte?  Zij zou nog staan in één van de ruimere  jurken van daarstraks, de kazuifels niet te na gesproken. Iets later glijd je over het eerder genoemde mooiste marktplein van Europa.  De kinderkopjes zijn glad van het vocht. Een troost:  gelukkig is de kerstboom echt. Onbewust stap je nu in de goede richting. In de Koninginnegalerij is de kerstversiering iets smaakvoller, dat mag ook wel in dit peperdure winkelcomplex. Eindelijk dan toch een stukje authentieke kerstsfeer:  in de prinsengalerij verrast  een heus mannenkoor je met kerstliederen. Je vervolgt je tocht en dan krijgt het onbestemde ronddwalen plots een doel:  ‘A la Mort Subite’, een tweede parel aan de Brusselse kroon. Beroemdheden zijn en waren er kind aan huis, waaronder Maurice Béjart, Franse choreograaf, die de danswereld in België tot ongekende hoogten tilde. Hier is geen muziek, dit is een praatcafé, een ontmoetingsplek bij uitstek waar men hoofzakelijk komt  om: gezien te worden, te discussiëren, te zwansen met het toffe personeel, te genieten van de beste bieren die België te bieden heeft. Je zet je snel aan het eerste vrije tafeltje bij de ingang naast het koppel waarvan de vrouwelijke helft perfect beantwoordt aan het eerste criterium: opvallen! Een sympathieke pinguïn-ober ruimt het tafeltje.  Er is teveel tocht en je verzet je naar de tafelrij in het midden van de zaak. Ondertussen is het koppel vertrokken.  Nu zit er een oudere dame in haar eentje  naast een foto van de jonge Jacques Brel. Ze praat aldoor in zichzelf,  neen ze heeft géén gsm,  maar weet zo dat ze het tenminste tegen een intelligent persoon heeft en bevestigt op die manier het tweede criterium: discuteren! Je bent van plaats veranderd waardoor de eerste ober je zoekt en met een kwinkslag overdraagt aan zijn collega van de middenbeuk.  Het derde criterium is een feit: zwansen! Straks is het Kerstmis, dus kies je een Barbe de Noël van de Brouwerij Verhaeghe.  Goede keuze, zo blijkt en meteen is het vierde criterium beslecht: genieten! Drie tafeltjes verder krijg je plots een groepje jonge mannen in het vizier.  Eén ervan kijkt je kant op en dan merk je het.  Voor alle zekerheid kijk je nog eens richting de oude dame aan de ingang, die nu, nog steeds pratend, aanstalten maakt om te vertrekken.  Er is de foto van Brel en nu weet je het zeker.  De jongeman lijkt, althans van ver, sprekend op  Brel.  Als hij dan ook nog een onaangestoken sigaret in de mond neemt en je hem zijdelings bekijkt, lijdt het geen twijfel.  Dit is de ‘sosie’ van de jonge Jacques. Als Kerstekind kan dit tellen. En dan besef je:  hoe je het ook draait of keert,  Brussel verrast telkens weer.      

Vic de Bourg
38 2

Dear dagboek

17 november 2016 - De voorbije week was er onder mijn vrienden op Facebook enige opschudding ontstaan over een bericht dat zijn oorsprong vond op de website onzetaal.nl. Het volgende staat er in grote letters te lezen:   Nederlanders spreken (nog steeds) zeer goed Engels Uit het jaarlijkse onderzoek van onderwijsorganisatie Education First* blijkt opnieuw dat Nederlanders zeer goed Engels spreken.   Het stukje leidde tot zowel vermakelijke als enigszins zure reacties. Vooral de Walen moesten het ontgelden als de oorzaak van het magere resultaat van team Belgium (15de). Dit mag echter geen afbreuk doen aan de kunde van onze noorderburen. Hoe moeiteloos zij omspringen met het gebruik van Engelse woorden in alledaagse conversaties, mag met name blijken uit deze korte uit mijn dagboek ontleende passage. Van het steenkolen Engels is überhaupt geen sprake.   30 april 2013 - Het is de week van de inhuldiging van Willem-Alexander als koning der Nederlanden. Een Nederlandse hoogleraar aan een business school (in het Engels uitgesproken) en zijn vrouw zijn onze gasten. Hij vertelt dat hij op rust is gesteld en zich heeft toegelegd op fietsen. Niet zomaar recreatief peddelen, maar écht koersen. Criteriums rijden. De sprint aantrekken in de bochten en wat dies meer zij. Daarvoor heeft hij een fiets met een erg stijf frame (op z’n Engels uitspreken) tussen de benen. Niet die speciale versie waarvan er maar enkele 100 gemaakt zijn door BMC en ooit werd ontworpen door de beroemde Hincapie. Nee, een nog betere! Zijn eega is bescheidener, zij durft zelfs rechtsomkeert maken wanneer de fietstocht met meneer uit de hand dreigt te lopen. Ze lijkt ons thans over een meer dan behoorlijke conditie te beschikken. Ze schrijft cases (u heeft het ondertussen door) en geeft les aan dezelfde school als haar man. Ze waren na deze week bij ons erg relaxed (jawel) en hadden het zeer naar hun zin gehad ondanks de regenbuien aan het begin van de week.   Einde citaat.   Ik vond het vooral heerlijk hoe dit onbeduidend stukje uit mijn dagboek onverwacht een nieuwe context kreeg. Dit is waarom ik zo van schrijven hou. And no, I didn’t found it out!     * Onderzoek werd uitgevoerd door organisatie die taalcursussen verkoopt!

Ivan Seymus
0 0

Allemaal een beetje Hillary

Er bestond geen twijfel over: ze zou winnen. Ik ging dus met een gerust gemoed slapen op dinsdag acht november. Hillary Clinton zou samen met haar Bill weer naar het Witte Huis trekken. De ochtend nadien werd ik wakker in een andere wereld. Ik die dacht dat ik in het breeddenkende Westen leefde, werd ineens geconfronteerd met het feit dat mijn buurman daar wel eens anders over zou durven denken. Aan de reacties op Trumps overwinning op sociale media te zien, was ik niet de enige die een wake up call van jewelste kreeg. De in mij langzaam ingedommelde voor ruimdenkendheid strevende mens, schoot bruusk wakker. Eerlijk is eerlijk, als blanke hetero heb ik relatief weinig last van discriminatie. Wat ik dan wél weer ben, is een vrouw. Erger nog: ik ben een zelfstandige vrouw. Zo eentje die opkomt voor haarzelf. Grab me by the pussy and your balls will be just a good memory. Jawel dames en heren, ik behoor tot de feministen van mijn tijd. Een groep waar Trump en, helaas zo blijkt, heel wat andere mannen het nog steeds moeilijk mee hebben. Soms zijn ze er erg openlijk over, maar nog vaker zit hun seksisme onderhuids. Zo gebeurt het vaak dat een vrouw die zichzelf in eerste instantie niet als feministe beschouwde, er uiteindelijk toch één wordt. Ik ben best een kritische ziel. Als vrouw in deze maatschappij, is dat niet altijd een pluspunt. Begin jaren tachtig werd ik geboren. In die tijd leerde Madonna meisjes ‘to express yourself’. Madge was meteen mijn idool. De impact van de pracht en praal van tutu’s en schitterende oorbellen op de kleine Ans waren groot. Bijgevolg stond ik op als kind in een veel te groot onderhemdje met de paternoster van mijn tante nonneke van ‘Like a prayer’ te doen. De toon was gezet. In de jaren ’90 werd werd er nog een schep bovenop gedaan. De muziekwereld vuurde een fenomeen genaamd ‘The Spice Girls’ op ons meisjes af. Dit was ook meteen het startschot van de ‘Girlpower’. Na het rebelse feminisme dat ik al van Madonna had meegekregen, werd nu de boodschap van onafhankelijkheid voor de tweede keer door mijn puberale strot geramd. Slikken deed ik het maar al te graag. Ik kleurde mijn haar rood zoals Ginger Spice en liep rond in kledij waar Gwen Stefani alleen maar met een goedkeurende blik naar had gekeken mocht ze mij ooit in het echte leven zijn tegengekomen.Dat ik op mijn achttiende met een scriptie over ‘feminisme’ afstudeerde aan het middelbaar, is dan ook geen al te grote verrassing. Maar wat is dat nu net, dat feminisme? Wel eigenlijk is het heel simpel:  “Feminism is the radical notion that women are people” (red. Cheris Kramarae – Paula Treichler)Vrouwen zijn dus mensen, net zoals ook mannen dat zijn. Natuurlijk zijn er verschillen en heeft deze soort mens haar sterke en zwakke punten. Dat hoeft niet per se te betekenen dat het ene geslacht de meerdere is van het andere. En dan ben je een dertiger en staat de grootste staat ter wereld op het punt een vrouw aan het hoofd te krijgen. Eindelijk.Toch gebeurt het dan nét niet en word je wakker in een maatschappij waar het glazen plafond van gewapend glas blijkt te zijn. Het wordt je ineens duidelijk dat het niet voor iedereen normaal is dat Peter en Rik gaan trouwen. Je beseft dat Sumaya elke dag met de vraag worstelt of ze nu wel of niet een hoofddoek mag of in andere gevallen moet dragen. Je komt tot de constatatie dat niet iedereen denkt zoals jij denkt en dat die ‘iedereen’ dichter bij je staat dan dan je had gedacht.Laat ons dus alsjeblief niet op onze lauweren rusten en denken dat de strijd voor verdraagzaamheid reeds gestreden is. Het recht voor iedereen om gewoon te mogen ‘zijn’ moet je blijven verdedigen, elke dag opnieuw.

Ans DB
0 0

Hop 'till you drop

‘Jobhoppen’: vele trekken er hun neus voor op, maar ik heb het tot mijn specialiteit verheven. Toegegeven, het ‘hoppen’ gaat als dertiger niet meer zo gezwind als toen ik een twintiger was. Ik neem mij ook steeds vaker voor dat dit écht de laatste keer is geweest dat ik van betrekking ben veranderd.Desalniettemin, heb ik door de jaren heen wel wat tips vergaard over hoe je je eerste dag op nieuw werk het beste overleeft. Bij deze dus, mijn handleiding tot succesvol starten op je job. STAP1: Voorbereiding is allesOntbijten is belangrijk, maar vraagt tijd. Je ontbijtmok, de koffie en het brood zet je dus de avond van tevoren klaar op het aanrecht. Zo verlies je ‘s ochtends geen minuut van je kostbare tijd.Ook je outfit kies je best de avond voordien. Niemand wil te laat komen, maar ook niemand wil een foute indruk maken op dag één door een complete mismatch aan te trekken. Er zou zo maar eens een Jani in je team kunnen zitten. STAP2: Op tijd in bedHet spreekt voor zich dat je goed uitgeslapen op het appel dient te verschijnen. Wallen onder je ogen of een ochtendhumeur zijn uit den boze. Neem je lievelingsprogramma dat net dat tikje te laat begint op en kruip op tijd in je nest. STAP3: Vertrek op tijdStressen onderweg naar je eerste werkdag leidt enkel tot migraine. Vertrek op tijd, zodat je je onderweg niet hoeft te ergeren aan elk rood licht of elke trein die vertraging heeft. STAP4: Muziek doet wonderenEr is geen betere remedie tegen beginners stress dan het meekwelen met populaire meezingers. Gooi al je gène dus overboord en zing schaamteloos mee met Clouseau of Milk Inc. Ben je meer van het ruige type dan kunnen Metallica of Dr. Dre ook soelaas bieden. STAP5: Trek je goede humeur aanFake it ‘till you make it. Ook al ben je met totaal het verkeerde been uit bed gestapt, op jouw eerste werkdag ben jij het zonnetje in huis. Speel even de beste versie van jezelf en lach die tanden bloot. Een vriendelijke blik en een ‘goedemorgen’ doen wonderen.  STAP6: Praten helptTrek je mond open en praat met je collega’s. Zo leer je snel de do’s en don’t binnen een bedrijf. Je medewerkers zullen je ook aangenaam en toegankelijk vinden, wat de werksfeer enkel ten goede kan komen. STAP7: Sla de lunch nooit overEerste werkdagen kunnen erg druk zijn, maar sla nooit je lunchbreak over. Ga mee eten met je collega’s en kruip niet met je boterhammen alleen in een hoekje.In het begin zal je nog niet veel kunnen inbrengen in de tafelgesprekken. Je zal misschien sommige oud-collega’s missen en er kan zelfs een gevoel van eenzaamheid de kop opsteken. Vergeet echter nooit dat dit een fase is. Voor je het weet, praat je mee over weekendplannen en het koffiemachine dat alweer stuk is. STAP8: Blijf jezelfAkkoord: de eerste dagen moet je jezelf soms wat forceren tot vriendelijk gedrag, maar het heeft ook geen zin om je grenzen met de voeten te treden omdat je nieuw bent. Uiteindelijk zal je op lange termijn toch in stresssituaties belanden, waar je ware aard naar boven komt. Blijf dus steeds trouw aan jezelf en wat je gevoel je ingeeft. STAP9: Op tijd naar huisHet menselijk brein kan maar een bepaald aantal informatie verwerken op één dag. Het heeft dus geen enkel nut tot laat ‘s avond nog verder te werken in de hoop dat je de dag nadien al geheel weet waar de klepel hangt in je nieuwe werkomgeving. Ga op tijd naar huis, ontspan en begin dag twee met een fris hoofd.STAP10: Verwacht niet te veelWanneer je je bij thuiskomst de eerste avond een beetje down voelt, dan is dat te begrijpen. Ook het gevoel dat je je nieuwe job nooit zal kunnen en dat je alle namen van je collega’s alweer bent vergeten, is volstrekt normaal. Je bent gewoon moe. Laat het los, want het zal nog een paar weken duren eer je in het nieuwe ritme zit. Eens je weer helemaal mee bent, zal je zoals van ouds weer niet meer te stoppen zijn.

Ans DB
0 0

De 48 Inch Huismus

Zijn ellebogen rusten op de tafel terwijl hij zijn handen in elkaar vouwt. Ik kijk hem onderzoekend aan. Bruine haren en groene ogen. De persoonsbeschrijving die ik via mijn vriendin heb gekregen, klopt wel.Hij is niet meteen mijn type, maar echt een absolute no go is hij ook niet. Beetje gewoontjes misschien. Duf hemd en bruine broek, maar ik heb mezelf voorgenomen om positief te blijven en niet meteen iedere man aan wie ik word voorgesteld met mijn kieskeurige karakter neer te sabelen. Ik ben er al 33, het moet nu wel eens gaan gebeuren, dat tegenkomen van die ware. Daarover moet ik nu ook weer niet te moeilijk gaan doen.‘Ik ben zo wel een beetje wat je noemt een huismus.’ Hij kijkt me aan, bijna alsof hij er trots op is.God neen hé, denk ik, een huismus. Ik glimlach beleefd en drink van mijn drankje.Hij gniffelt zenuwachtig en gaat met zijn hand door zijn vormeloze coupe haar.‘Zo zo, ik las toch dat je zaalvoetbal speelde? Ga je dan nooit eens op stap met je ploegmaten?’ probeer ik.‘Soms tijdens het seizoen, maar dat is nu voorbij dus ligt dat even stil’.‘Dat ligt even stil,’ herhaal ik traag. Deze 38-jarige single man heeft een stilliggend sociaal leven. Vreemd doch intrigerend. Ik drink nog eens van mijn glas frisdrank. ‘Wat doe je dan buiten het seizoen op pakweg een zaterdagavond?’‘Ik hou heel erg veel van film kijken’, zegt hij enthousiast.Eureka, denk ik, een raakvlak en stel hem meteen de vraag die ik altijd aan mijn cinefiele medemens stel: ‘Welke recente film moet ik zeker nog in de bioscoop gaan bekijken?’‘Forrest Gump vind ik wel goed’, antwoordt hij met een uitgestreken gezicht.‘Forrest Gump?’ Ik frons mijn wenkbrauwen.Hij knikt vol overtuiging.‘Die is toch bezwaarlijk recent te noemen,’ zeg ik voorzichtig. ‘Of heb ik een iets gemist en is die film om de één of andere reden weer te bekijken in de bioscoop?’Hij kijkt me betrapt aan. ‘En jij werkt in de media ofzo?’ vraagt hij snel.‘Eh ja’, stamel ik verbaasd door zijn abrupte switch van gespreksonderwerp. ‘Ik verzorg de beeldafwerking van series en films. Het plannen en coördineren van de technische kant van de zaak.’Hij glundert gefascineerd. ‘Ik heb een Samsung 48 inch. 4K, 50 hertz, 11, 4 cm dik. Het ding kan wel geen 3D weergeven. Ik zou liever een 55inch hebben, maar ik weet niet goed of de kleuren daarbij nu effectief beter tot hun recht zouden komen. Wat denk jij als expert?’Ik kuch zenuwachtig en er valt een korte stilte. Tussen de beeldafwerking van tv-series en de mogelijkheden van tv-toestellen ligt er ook voor mij nog een hele wereld aan onbekende techniciteiten. Met een serieuze blik ga ik met mijn vinger langs de rand van mijn glas. ‘Dat denk ik niet,’ zeg ik dan. ‘In België zijn de tv stations nog niet in staat om uit te zenden in die resolutie.’ Ik kijk hem snel aan om te kijken of hij doorheeft dat ik de boel bij elkaar bluf.Hij lijkt mijn uitleg te slikken en knikt instemmend. ‘Goed dat ik daar mijn geld niet aan heb uitgegeven dan.’‘Inderdaad, gelukkig maar’, zeg ik ongemerkt opgelucht. ‘Wil je me even excuseren, ik moet even naar het toilet.’ In de wc steek ik mijn polsen onder koud water en staar naar mezelf in de spiegel: dit is echt de stroefste date die ik ooit onderging. Mocht het kunnen, ik zou stante pede langs het wc-raampje willen ontsnappen. Helaas is er in dit etablissement geen raampje in de wc-ruimtes. Het lot staat vandaag helaas niet aan mijn kant. Ik adem diep in en uit en keer terug naar ons tafeltje.‘Dus geen 3D op jouw televisie?’ glimlach ik gespeeld geïnteresseerd. Nog een uurtje, neem ik mezelf voor, en dan veins ik een dinerafspraak met vriendinnen.Gelukkig schijnt de zon vandaag.

Ans DB
1 0

De Heilige Reiziger

Een rustige, luilekkere zondagochtend. Buiten miezert het een beetje, maar ik zit lekker warm binnen en slurp van een zalige kop koffie. Het intense aroma van Arabica en een lekker stuk chocolade, beter kan de laatste dag van de week niet beginnen. God wist wat hij deed toen hij deze dag en Arabica schiep.  Ik ben net voor de vijfde keer de eksters in mijn tuin aan het tellen, wanneer ik word opgeschrikt door mijn telefoon.‘Hallo met Ans.’‘Ja hallo Ans, het is hier met God.’‘God? Als je van de duivel… Euh…Nou ja, ik was net aan je aan het denken.’God kucht en zegt fijntjes: ‘Jaja dat zal wel, je was zeker aan het denken dat het weer lang geleden was dat je bent langs geweest. Waar was je net trouwens tijdens de zondagsmis?’‘Ik euh…’ stamel ik.‘Zeker weer feministisch getinte verhalen aan het neerpennen over je menselijke tegenhanger: de man?’‘Ik? Neen nooit, ik schrijf enkel over de sociologische aspecten van de maatschappij en heel soms over de fauna en flora.’God slaakt een gelukkige zucht: ‘Ha ja, de fauna en de flora, juist. Ik was echt op dreef op dag 5 en 6 van de schepping. Echt fabuleuze dingen gemaakt toen. Top prestatie.’‘Ja echt heel mooi gedaan hoor, God. Dat deed niemand je ooit na’, beaam ik gemeend.‘Goed ter zaken!’ zegt God ineens kordaat, maar dan aarzelt hij even. ‘Nou ja, goed’, gaat hij op een kalmere toon verder. ‘Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik bel je eigenlijk om je een gunst te vragen.’‘Oh’, zeg ik en leun verwonderd achterover in mijn schommelstoel.‘En met welke gunst kan ik U dan van dienst zijn?’‘Wel, je kent toch de Heilige Christoffel?’‘Die met de baard? Patroonheilige van de reizigers toch?’ gok ik in de hoop Gods toorn niet aan te wakkeren.‘Ja die, nu wil die dus zelf ook eens op reis’, zucht God. ‘Ik hoorde dat jij naar Frankrijk ging en ik dacht: Christoffel is dan wel geen God, maar leven als een patroonheilige in Frankrijk, dat kan toch ook lang niet slecht zijn. Zou jij hem niet willen meenemen voor een paar dagen?’Ik draai met mijn ogen, want je moet weten, patroonheiligen zijn geen gewone heiligen. Ze willen steeds vers fruit, volstrekt veganistische maaltijden en als het even kan, elke dag chocolade van Neuhaus.‘Goh God, eigenlijk zit mijn wagen al helemaal vol. Zo een patroonheilige met zo’n mijter en een lang gewaad, dat gaat echt niet meer lukken.’‘Stop toch met liegen!’ buldert God door de hoorn. ‘Ik heb je wel met je ogen zien draaien! Ik ben wel God en God ziet alles! Mocht je nu eens wat meer naar de mis komen, dan zou je dat niet vergeten.’Ik schrik en stoot per ongeluk mijn kopje hete koffie over mijn benen. God straft onmiddellijk, weet je wel. Ik hoor hem gniffelen aan de andere kant van de lijn.‘Verdomme!’ keel ik.‘Hela, jongedame, hier vloekt men niet! Het tweede gebod! Je zou beter wat meer in de Bijbel lezen in plaats van de Humo.’Ik blaas over mijn pijnlijk verbrande benen.‘Bon, dat is dus geregeld: bemin uw naasten zoals uzelf en jij neemt Christoffel mee naar Frankrijk. ’‘Oké, oké’, gehoorzaam ik gedwee.‘Dat is mooi’, zegt God tevreden. ‘Ga dan nu in vrede en neem jezelf misschien ook een nieuw kopje Arabica’.

Ans DB
0 0

Gebaseerd op herkenbare feiten

‘Uw hand in de mijne.’ Het klinkt zo ongelooflijk onnozel normaal. Een evidentie, die zo evident is geworden dat de schoonheid ervan vaak vergeten wordt. De aanraking verloren en de essentie van ‘graag zien’ voorbij. Hij is vertrokken. Na al die maanden, eindelijk met heel zijn hebben en houden mijn hoofd uitgestapt. Ik zou moeten huilen maar ik voel niets.Of neen, ik voel niet niets, maar het voelt niet zoals ik dacht dat het zou voelen. Ik ga niet dood ofzo. Het is eerder een soort teleurstelling, maar dan zo eentje van de ergste soort. Misschien was dood wel minder erg geweest, want dan had ik effectief niets gevoeld. Nu is er enkel een zeurderige leegte. Eén die vreemd genoeg verschrikkelijk vol aanvoelt. Kent ge dat? Dat uw lichaam niets meer wil voelen, maar dat uw hoofd dat niet toelaat? Ge zoekt de uitknop van uw brein, maar die zijn ze bij fabricage vergeten aan te sluiten. Tot dan ineens toch alles donker wordt. En stil. En dan zijn ze daar ineens aan de horizon: die wolken. Het zijn geen kwade, grijze wolken. Neen, ze zijn zacht en roze. Er komt geen regen uit, wel fijne en warme zonnestralen die mijn ziel opwarmen.Een nieuw begin. Nog een beetje wankel op mijn benen, maar ik sta er wel. Er vliegen vogels om mijn hoofd in alle kleuren. In’t begin wilt ik ze wegjagen met al hun storend getjilp. Maar als ik dan begint te luisteren, dan hoor ik ineens dat ze een gevoelig liedje zingen. Een liedje alleen voor mij. Een liedje dat klinkt als het frisse jonge meisje dat ik ooit was. Ik zou zo graag nog eens echt verliefd zijn, in de positieve zin van het woord. Op wie maakt op zich niet uit. Gewoon dat gevoel hebben alsof ik voor de eerste keer de zon zie. Ik kijk er recht in en mijn ogen zijn verblind, maar ik kan er niet mee stoppen. Zo schoon is het. De mooiste verslaving der verslavingen. Mijn benen worden week en ik kan niet meer stappen, terwijl ik in mijn hoofd vlieg. Totaal verloren en toch de weg kennend. Intuïtief op het onbekende doel af.Iemand zijn hand vasthouden, gewoon omdat het kan. Omdat dat niet doen, een gemiste kans zou zijn. Een fout die ik mezelf nooit vergeef als ik er naast zou grijpen. Naast die hand. Ik vind het verschrikkelijk moeilijk om verliefd te zijn. Het is eigenlijk de grootste ramp die mij kan overkomen. Het neemt mijn hele ‘zijn’ over.Onzekerheid wordt een evidentie, zelfzekerheid slechts een vage herinnering.Als ik mezelf niet te dik vind, dan voel ik me zeker wel oninteressant. En als het de twee voorgaande zaken niet zijn, dan is er vast en zeker wel iets anders wat er mis is met mij. Niet goed genoeg, een tweede handsje. Een tweede Ansje. Het is de angst. Het maakt alles kapot en een leven vlak. Angst dat mijn langzaam net opgebouwde ego weer ineen zal stuiken als een kaartenhuis. Angst om op mijn bek te gaan. Mijn gezicht, maar ook mijn zicht te verliezen, verblind door liefde.Angst voor wat gaat komen, voor het onbekende. Xenofobie voor liefde zeg maar. Ze verteert alle positivisme die verliefdheid normaal met zich meebrengt. En dan staat gij daar, totaal overwacht. Onwetend, maar toch wetend. Drie dagen krijgt ge. Drie dagen moogt ge mijn hart vasthouden. Daarna moet ge het teruggeven. Meer dagen kan ik niet zonder, want zonder kan ik niet leven. Zonder kan ik niemand nog graag zien. En eerlijk, wat is een leven zonder graag zien? Wat is een mens zonder een hart om graag te zien?Drie dagen moogt ge er naar kijken en het koesteren.Tenzij ge er goed voor zorgt natuurlijk, dan moogt ge het misschien wat langer vasthouden. Mijn hart.Meer durf ik u voorlopig niet beloven.

Ans DB
0 0

Als het even kon, zou het mogen.

If the greatest thing (we’ll ever 'learn') is to love, and to be loved (in return), there must be a space, a platform, a medium, a dimension where ‘love’ and ‘the greatest thing’ can be defined and take place, independently from the lover or the loved one, in order to avoid a conflict of interest. Evenwicht is dan (“dus”) niet ‘het geluk’, evenwicht is het middel, de tool, het werktuig, de methode.. Als er dan toch een ‘moeten’ aan te pas moet komen, MOET (i) het individu (psychologie, emotie) vrij zijn om lief te hebben (recht) en (ii) onvoorwaardelijk – kansen tot - liefde krijgen ('plicht') van de maatschappij (constructie, ratio) waarin ze opgroeit. (iii) De wisselwerking tussen beide partijen, de ruimte (planeet, mensheid, spirit) waarin deze wisselwerking kan plaatsvinden, moet inclusief zijn, of ze kan (‘zal’) niet zijn. Als al wat ons wordt aangeleerd (taal, geschiedenis, etiquette, leven, denken) (a) anders had kunnen zijn, (b) alomvattend, specifiek en ‘waar’ of ‘legaal’ als ze is, of ‘legitiem’ als ze bevonden wordt, en (c) categoriek dreigt te zijn en een gespecialiseerde vorm aanneemt, dan is het compromis, wordt het conformeren aan "het" grijze (of "het" specifieke) des te moeilijker. Als dit compromis plaatsvindt in (‘door’) de maatschappij, dan komt het individu bedrogen uit, en omgekeerd. Waar zowel de één als de ander zich kan vinden in het statische, het onbeweeglijke, de status quo, het gekende, ligt het risico eveneens in het zodanig beweeglijk zijn dat beiden zich kunnen vergissen of zich verliezen in het vicieuze, het abstracte, het oneindige. Één zijn in onze verschillen is niet verschillen in ("onze") eenheid. Belangrijker nog dan het “zijn” (en de fundamentele elementen die haar kenmerken en bepalen) van soit het individu, soit het collectief, lijkt me die ruimte van interactie, die hersteld dient te worden opdat de geest open kan zijn, het collectief regeneratief, en weerom vice versa. De sleutel tot communicatie, de voorwaarde tot “safe” spaces, de noodzaak van zelfkritiek, en de roep om “vrijheid” in de breedste zin of interpretatie van het woord […] vragen om een ‘concept’ dat (in al haar coherentie en verbondenheid) zowel los van mij als van de rest staat. Investeren in een plaats (abstract en concreet) waar permanente invraagstelling (toegelaten) kan (worden) - zonder ‘schade’ te berokkenen aan het geheel en het ‘zelf’ - is dan ook cruciaal.

Pseudoniem
0 0

Relaas over de superioriteit van het Westen. In de depressiviteit.

Het leven is anders hier. Meer verantwoordelijkheden. Op de lange termijn. Je hebt minder het gevoel van groot nut te zijn omdat je minder snel je problemen overwint. Je krijgt minder vaak resultaten geboekt en je krijgt al even minder schouderklopjes op de weg er naartoe. Je kijkt mensen minder in de ogen en er is zo’n afstand die zelfs op fysiek vlak is waar te nemen, die fameuze beschermende bubbel van privacy, om elke mens. De lach-en op mensen hun gezicht zijn niet echt hier, het is een kopie, van iets wat ze op de televisie geleerd hebben. Ik voel me dom, als ik met hen in conversatie treedt, die mensen. Ik voel me dom, omdat ik niet meer met ratio alleen redeneer. En zelfs die wetenschap die broedt op kennis, feiten en objectiviteitstheorieën in de hiërarchie der dwazen is niet het enige wat scheelt. Er scheelt veel hier, in deze maatschappij, in deze superieure, Westerse, domme, inherent zieke en veeleer arrogante maatschappij. Ik ben zo boos dat ik het niet eerder zag. Ik neem me dat kwalijk. Ik draag een deel van dat arrogante in me, en ik wil het uit mijn lichaam krijgen. Wat wij eten, wat wij inademen, wat wij van stress met ons meedragen, hoe wij elkaar aanspreken, hoe wij eigenlijk geen zak om elkaar geven of hoe we er althans weinig aan doen om dat te veranderen: hoe we weinig als collectief om elkaar kunnen geven. Het is zoveel en in zoveel kleins, het zit in onze gezichtsuitdrukkingen, waarom tonen wij niet? Er is geen licht. Donker is het hier. De straten zijn anders. Grauw, blauw is echt verleden, leven er hier gelukkigen? Ik zie ze nooit, zij, zij die stralen, zij lopen niet op straat. Ze zijn er niet, of ze stralen op een ander. De straatlampen zijn stuk, de universiteiten, zij blinken, maar zij hebben geen karakter, zij schijnen niet. De zwervers op straat spreken zelfs in de wartaal der verloren kuddedieren, maar zij denken, zij zien de wereld voor wat het is, niet ingepakt in die versierde kerktoren met zo’n zilveren schotel die je in slaap sust en valse dromen doet najagen. Ik klaag je aan, Westen. Je hebt het helemaal mis.

Pseudoniem
0 1

Het verschil is ..... ORIGINALITEIT !

Als we op zoek gaan naar verschillen, is het dan niet juist de dingen die "anders" zijn die we er uit halen ? Het nieuwe verschil of het oude verschil blijkt uiteindelijk juist hetzelfde te zijn. Steeds weer wordt er gestreefd naar originaliteit en dat is juist wat iets aantrekkelijk maakt.  Je kan er van houden of het verwerpen.  Je kan bljven vast zitten aan je oude gewoontes, je origine, je veilig voelen door niet uit je cocon te stappen. Maar dan zoek je zelfs geen verschillen of originaliteit. Je houdt er van hoe het is.  Mensen die op zoek gaan naar originaliteit, zoeken naar verschillen. Neem nu onze multi-culturele samenleving. Je kan blijven hangen en zeggen : Ik ben Belg en dat is mijn cultuur en mijn gewoonte en ik stap daar niet vanaf ! Of je kan zeggen : Ik woon tussen verschillende culturen en wil daar iets van opsnuiven. Misschien zelfs iets van leren begrijpen, misschien zelfs iets van leren. Eén van de voorbeelden is het koken. Veel mensen zijn constant op zoek naar nieuwe recepten en vinden dit in de buitenlandse keuken. We hebben bijna de hele wereldkeuken in ons land en dat geeft toch aan dat veel mensen (zelfs onbewust) honger hebben naar nieuwe dingen. Naar het verschil met eigen keuken, naar originaliteit in een andere keuken. En als we de "andere" keuken gaan combineren met eigen keuken, hebben we toch iets origineels gecreëerd ? Uw stoofvlees is lekker, maar het verschil is dat ik in het mijne nu Oosterse specerijen gebruik . En dat maakt mijn recept origineel.  Een verschil wordt ook gecreëerd door evolutie. In het schrijven bijvoorbeeld is het toch normaal dat er steeds weer verschillen komen om de zoveel tijd. Ten eerste is er uiteraard het aspect zoals eerst reeds aangegeven. De mens zoekt naar originaliteit in wat hij creëert. Aldus ook een schrijver. Ten tweede is er de verandering van tijdsgeest. We leven nu eenmaal in een wereld van verandering. Het multi-culturele, nieuwe wetten, emancipatie, technische evolutie, aanpassen van de taal (nieuwe spelling, nieuwe woorden), enz. Er leeft zoveel rondom ons dat we er kunnen blijven bij stil staan of dat we er in meegaan. Natuurlijk beïnvloedt dit alles onze manier van leven, denken, schrijven.  Dit leidt tot het verschil annex diversiteit annex ORIGINALITEIT .

Bjorn Vermeulen
23 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Hoe moeder stierf en dat dat eigenlijk mijn schuld was

  ‘Moeder, je zou me toch komen ophalen aan het station? Ik had gezegd om kwart voor twee. Half drie is het nu.’   ‘Moeder, het is drie uur. Waar blijf je? Bel je me?’   Maar moeder belde niet. En ook op de boerderij nam niemand op.     Om half vier kreeg ik de jongste broer aan de lijn. Ik zat op de rand van één van de grote bloembakken voor de stationsingang en keek verveeld rond. Na een weekend in Gent het dorp troostelozer dan ooit. Ik keek naar de bussen die af en aan kwam rijden. Naar de mensen die op en af stapten. De meesten beladen met zakken van de Aldi, er is een filiaal in de naburige gemeente. De Aldi is voor arme mensen, zei moeder altijd toen ik als kind vroeg waarom wij er nooit heen gingen. Arme mensen zonder auto.   De jongste broer ademde onregelmatig en probeerde zich goed te houden. ‘Ons moeder. Louiza, toch.’   Ik zocht tevergeefs houvast op de rand van de betonnen bloembak die, toen de jongste broer verderging, stroperig werd, als drijfzand. Ik dreigde weg te zinken. ‘Maarten. Met zijn tractor. En moeder, met de auto. Verblind door de zon, zeggen ze.’                                                                      *   In de keuken zaten de vier broers samen met vader aan tafel. Ze keken naar het tafelblad. Ze keken niet op toen ik ook ging zitten, maar bogen hun hoofd nog dieper. Hun neuzen raakten het tafelblad net niet. Wie niet beter wist, zou de aanblik komisch gevonden hebben.   De jongste broer richtte zich op. Hij keek me aan en ik dacht een veeg bloed op zijn T-shirt te zien. Dat hij er als eerste bij geweest was. Dat hij net het erf afgereden was, hij was de maaier komen halen, het gras op het stuk land aan de Wissel stond zo hoog. Daar, aan de Wissel, in de bocht… Moeders auto stak half in de gracht. De tractor van Maarten was er half over gegaan. Dat hij erbij was toen ze… Dat hij de deur eerst niet open kreeg. Hij had haar gordel losgemaakt, haar uit de auto gehaald. Ze had iets gezegd, maar hij begreep niet wat. Dat alles zo snel ging. Dat Maarten haar niet gezien had. Dat Maarten daar stond. Gewoon stond. Godverdomme, de klootzak.   Ik haastte me naar mijn kamer.                                                                   *   ‘Zusje, het is net zo druk nu. Kun je niet pas tegen de avond terugkeren? Ze komen materiaal leveren voor de nieuwe stal en vader is niet thuis. Ik ga me te erg moeten haasten. Kun je echt geen trein later nemen?’   ‘Nee, ma, dat kan ik niet. Ik vertrek nu naar het station. Ok?’                                                                        *     Maarten vraagt om langs te komen op de boerderij. Maar men wil Maarten niet zien. Men wijst hem met de vinger. Het is zijn schuld. De politie komt enkele keren langs en er passeert ook een verslaggever van de krant, maar niemand wil met hem praten behalve een loslippige buurvrouw.   In de krant heeft men het over een tragisch ongeval en over Maarten D. (39), een bekende van de familie, goed bevriend met de vier zonen van het slachtoffer. Dat hij mij om de twee weken de hersenen uit mijn kop neukt, heeft de verslaggever er niet bij vermeld.   Dat het niet de eerste keer is dat de jonge boer een ongeval veroorzaakt. Alleen niet eerder met zo’n tragische afloop. Het slachtoffer was een liefhebbende echtgenote en moeder van vier zonen en een dochter. Lid van de KVLV. Een hardwerkende boerin, die haar boerderij met trots bestierde.   Maar ik moet Maarten wel zien.   Ik klop op de achterdeur en vind zijn ouders in de keuken. Ze zitten aan tafel en veren op wanneer ik binnenkom. Een klamme hand, enkele woorden van medeleven en verder niets. Boeren zijn harde werkers, geen praatjesmakers. ‘Hij is bij de kalveren,’ zegt zijn vader ten slotte. Toonloos. Mijn tong plakt tegen mijn verhemelte. Ik trek de achterdeur geruisloos achter me dicht.   Hij staat werkloos naar de eerste kalverhut te staren, een emmer met melk in zijn rechterhand. Ik schuifel met mijn voeten in het stro, zodat hij wel moet omkijken. Hij ziet me, maar hij mijdt mijn blik. Hij zet de emmer neer en veegt zijn handen af aan zijn overall. ‘Louiza.’ Dan pakt hij de emmer weer op, gaat voor de tweede kalverhut staan en giet wat melk in het drinkbakje. Het kalfje begint meteen gulzig te drinken. ‘Ik heb haar niet zien komen,’ zegt hij. Hij gaat in de richting van de derde kalverhut. Het kalfje komt nieuwsgierig dichterbij, likt in afwachting aan de tralies. Ik sla mijn armen om zijn grote, logge bovenlijf. Hij houdt de emmer nog steeds in zijn hand. Zelfs wanneer zijn tranen in mijn hals beginnen te druppen.   Mannen huilen niet, wil ik zeggen.   De broers huilen niet. Vader ook niet.   Dus waar haal jij het recht?  

Valerie Tack
78 2

Wij zijn samen onderweg, Hallelujah!

De twee mannen in mijn leven zijn Titus en Adam. Er is ook nog een derde man, maar die wenst anoniem te blijven. Moeder leest mee. Titus is de stille man die alles doet wat je als vrouw verlangt. Met zijn verlegen glimlach laat hij zich elke keer weer optillen tot de plek waar ik het wil. Hij houdt het hoofd met lachende, ondeugende , zelfs ietwat loensende ogen altijd wat schuin. Hij flirt schaamteloos en jawel, daar hou ik wel van, seizoen na seizoen… Sleur wordt zwaar overschat. Titus gaat ook wijdbeens wandelen met zijn vette rana ribibunda aan de leiband, dicht bij zijn voet, maar dat deert mij niet. Titus zou complexen kunnen hebben over afmetingen, maar ik vind het goed zo. Ik ben discreet. En dan is er Adam. Adam kwam pas twee weken geleden voor jaren in mijn leven, hoop ik, maar ik kan al maanden niet over hem zwijgen. Vanaf het eerste moment dat onze blikken elkaar kruisten, was het red alert voor mijn gelukcentrum. .Ik ben dan ook vol blinde vlekken voor hem en dat is goed zo. Adam is vinnig, brutaal en sexy en weet verdomd goed dat hij gewoon onweerstaanbaar is. Hij praat bijna onhoorbaar bij hoog toerental en daar hou ik wel van. Ik kan inderdaad hier en nu verklaren zonder gêne dat door Adam ik mij weer vrouw voel. Het schriele dametje is weg. Mijn benen zijn eindeloze verlengstukken geworden van mijn al even aantrekkelijk bovenlijf. Ik ben die vrouw die in slow motion u voorbij wandelt op 14 cm hoge hakken in goudkleurige sandalen, naar u even mijn koele, gespeelde ongeïnteresseerd blik werp terwijl ik heel expressief aan mijn al even voluptueuze lippen lik en mijn lange, karamelkleurige krullen laat dansen op mijn schouders. Dat is wat Adam met mij doet. Wie mij beter kent, weet dat ik niet vies ben van een experimentje hier en daar. Wie mij beter kent, weet ook dat ik lijd aan een ernstige vorm van mannenanalfabetisme, ergens tussen stadium III en IV. Een ernstige overdrijving? Spreek mij tegen. Stelling: hoogste graad van mannenanalfabetisme. Gegeven: het einde van de avond na een meer dan een geslaagd etentje in ons lievelingsrestaurant. Het begin van iets beloftevols. De eerste donderslag , de eerste slingerende bliksemschicht en de donkergrijze lucht kondigen zich dreigend aan. Het zal stormen op alle fronten. Man vraagt : “Heb je een paraplu bij?”. Bewijs: Het duurt 45 seconden voor ik een antwoord kan en durf verzinnen en verwoorden op de vraag van de avond. Mijn hersenen scannen koortsachtig de mannenbetekenis van het woord paraplu. Bedoelt hij dat hij mij nu beschermend in zijn armen zal nemen? En indien ja, hoe drapeer ik mijn armen rond zijn nek zonder een neusbreuk te veroorzaken? Of wil hij nagaan of ik een vrouw ben die in alle omstandigheden zoals MacGyver voor hem op de motorkap spring en ducttape, een Zwitsers zakmes en het vork van het dessert in de jarretelles van mijn beste ondergoed verstopt heb samen met een paraplu?  En wil hij zo nagaan of hij eindelijk de vrouw van zijn leven gevonden heeft: een subtiele combinatie van Angela Merkel en Lara Croft? Wil hij zo verifiëren of ik een paraplu kan openen in één dodelijk efficiënte beweging zonder mijn imaginaire 75D in zijn gezicht te proppen? Of wil hij ontdekken of ik wel de betekenis van het woord paraplu ken? Al die mogelijke antwoorden moet ik overlopen gedurende 45 seconden. Ondertussen staan wij beiden in de plenzende regen. Onze auto is verdwenen in een diepe modderpoel. En dan ontdek ik aan zijn verbeten lip dat hij waarschijnlijk paraplu paraplu bedoelt .  Besluit: stelling bewezen. Ik ben, denk ik, er terecht trots op dat ik bij elke professor met een nerveuze tic de stelling van Pythagoras op meer dan 250 manieren kan bewijzen aan het bord. Ze vloeien uit mijn krijtje. Hypothenusa, parallellenpostulaat, triangulatie galmen door de ruimte in een ware melodie. Mijn bord staat vol. Het hoogtepunt is er. Mijn professor hapt naar adem. In diezelfde mate weet ik alles over mannen. Ik bestudeerde het in een boek. Als mijn professor mij even later op een topografische opmeting zegt dat ik nu zijwaarts moet invluchten met mijn jalons, de loodlijnen moet neerlaten en de cirkelbogen moet uitzetten, blijf ik stokstijf staan. Het flipperkastgevoel is er weer in alle hevigheid. Mijn bluetooth vindt nooit zijn apparaat. Dat is het patroon in mijn mannenanalfabetisme. Het is dus tijd voor een nieuw experiment. Wij doen dat dus met zijn drieën: Titus, Adam en ik. De derde man doet niet mee. Moeder leest mee. Eerst neem ik Titus liefdevol op. Zijn witte baard raakt mijn oor even aan, maar het kietelt niet. Hij klemt zijn rode lantaarn in zijn linkerhandje, maar dat doet hem niet kirren van plezier. Hij glimlacht alleen maar. Wij gaan naar de oprit. Daar staat Adam al te wachten: trots, rood, uitgestrekt, in volle glorie. Vrees niet, Titus, ik gesp je stevig vast. Adam laat het gewillig toe. Ik neem plaats.   Wij hebben elkaar eindelijk gevonden: de ongeduldige, de lieve en de passionele zijn samen. Alle knopjes lichten rood op. Op de achtergrond zingt Finley Quay, It’s Great When We’Re Together . Het zwarte canvasdakje schuift open. De blauwwitte wolken rijden mee. Ik neem de eerste afslag op de snelweg. Wind beroert ons zachtjes. Het toerental stijgt. Hier zijn wij dan met ons drie samen en alles kan gebeuren. Stop het dagdromen. Stop de tijd. Titus, mijn tuinkabouter van regenbestendig plastiek, grijnst naar het keukenraam. Mijn splinternieuwe Opel Adam 1.4, 64kW Easytronic Open Air, ‘Red 'n' Roll briljant’ met ‘I’ll be Black’ dak straalt op de oprit in de weerspiegeling van het raam. Waarom toch kan de liefde niet zo simpel zijn als cruisen in een Opel Adam met een vastgeklikte plastieken tuinkabouter aan je zij ?

Anne-Marie De Clercq
130 0

Olifantengenen

Ik denk dat ik niet mag klagen over de genen die ik geërfd heb. Geen enge ziektes in de familie, geen rare afwijkingen, toch geen zichtbare in ieder geval. Iedereen in mijn familie ziet er voor hun leeftijd heel geconserveerd uit. Nu bestaat mijn naaste familie maar uit 6 personen dus misschien is dit niet echt een referentie.   Zo hebben mijn neefjes een zwarte vader waardoor zij gezegend zijn met de knappe mengeling van koffie met een beetje melk. Als kind beweerde ik stellig dat ik mijn snel bruinende kleur te danken had aan mijn neefjes. We hadden in die tijd, op de basisschool, nog niets geleerd over erfelijkheid. We leerden toen het verschil tussen een eik en een es, we  moesten in het park dan blaadjes zoeken en die tussen telefoonboeken drogen. Ik vraag me af hoe ze dit nu doen, blaadjes drogen. Als mama haar favoriete passage uit “50 tinten grijs” wil doornemen, kan ze wel eens voor een verrassing komen te staan. Het kind heeft dan misschien niet alle juiste blaadjes gevonden maar op vlak van seksuele voorlichting met een vleugje sm, heeft het kind toch iets nuttigs geleerd.   Ondanks die goede genen heb ik ook een paar mindere kantjes geërfd. Mijn eerste grijze haar ontdekte  ik toen ik 20 werd. Die werd prompt uitgetrokken. Toen werd het wat bizar en de volgende 5 jaar heb ik een grijze bles ontwikkeld. Die kon ik niet meer uittrekken want een kale plek midden op mijn hoofd, dat was nog "bizarder". Het zou nog jaren duren vooraleer ik aan het kleuren ging want ik was best wel trots op die grijze bles die niemand anders had!   Verder hebben mijn genen af en toe toch wel voor frustraties gezorgd, zeker in mijn pubertijd. Ik, bruin krullend haar (nu grijs dus), “zwaardere botten”, nogal rare wipneus en ongewenst haargroei dat typisch is aan brunettes versus mijn zus, 5 cm groter, 10 kilo magerder, sluik lang blond haar, zelfde neus maar minder prominent aanwezig. Iemand die zelf een vuilniszak kan laten doorgaan als de nieuwste modetrend. Die ogenschijnlijk alles kan eten wat ze wil. Ik kom ze wel eens tegen in een winkel, op een groot reclamebord. Iemand die haar broek maat 38 aan jou geeft omdat die van haar kont afzakt. Ik verkondigde luidkeels dat ik heus wel in een 38 geraak (wat ook zo is, echt waar! Meestal…) maar zij heeft toevallig die merken gekocht die net te klein zijn. Het is ook het type broek met wijde pijpen die haar fantastisch staan maar die mij het uitzicht geven van formaatje olifant. Nu pas na al die jaren heb ik dat allemaal kunnen loslaten, ik heb tenminste grotere borsten…

Dana's plakboek
0 0