Lezen

Bonbon

Normaal trek ik nooit naar een outlet, een burcht van karton aan de rand van de stad waar verkopers hun pijlen hebben gericht op het kuierende, koopkrachtige volk.   Nee, ik hou niet van shoppen.Ik koop, dus ik besta,is niet aan mij besteed.   Ik draag geen dure merkkleding. Ik drink geen exclusieve wijnen. Ik kook niet uit Zwitserse pannen. Ik draag geen zijden lingerie. De Japanse tijd tikt niet aan mijn pols. Mijn oksels ruiken naar mij.   Maar nu is alles anders, Er is een uitbraak van het Corona-virus De regering heeft de noodtoestand uitgeroepen. Ik ga dood, dus ik besta, is het nieuwe voelen, proeven, passen.   Er is geen levende ziel te bekennen. De deuren van de winkels staan wijd open, Het lijkt well of de pianomuziek die uit de luidsprekers galmt  achter de feiten aanholt.   Kan je angst afkopen? Welke winkel zal ik eens binnengaan?  Ik ben hier toch. Een dolende geest. Waar shop je als het lijkt alsof de wereld is vergaan en je bent bij toeval de laatste shopper? Wat heb je dan nodig? Een nieuwe jas?  Sportschoenen met dikke zolen? Sexy lingerie? Lindt, de chocolatier op de hoek is open. Bonbons? De paashaas lacht me toe. Iets beters kan ik ter plekke niet bedenken.    Ik schrik van de prijzen.  Maar ze hebben daar iets op bedacht. Hoe meer bonbons je koopt, hoe groter je korting is. Als je 31 bonbons koopt, ben je het goedkoopste uit. Maar zoveel bonbons heb ik toch niet nodig? Ook niet als ik ze met mijn man en dochter deel. Het is crisis in mijn hoofd. Ik ben zo slecht in rekenen met bonbons.   Met zes bonbons in een doorzichtig zakje, loop ik naar huis. Het leven smaakt vandaag naar chocola met champagne vulling.                          

Margaretha Juta
17 0

Monoloog Rabot

De vierde wereld bestaat. De vierde wereld bevindt zich dicht bij ons.Ik had er geen idee van. Ik wist niet eens dat er een vierde wereld bestond.Ik ben de die wereld gaan bekijken en gaan beluisteren.Toen ik daar aankwam luisterde ik naar de wind en bekeek de hoge gebouwen.De hoge gebouwen die er over een korte periode er niet meer zullen staan.Ik sta momenteel op stenen tegels en binnenkort op puin.Ik bel aan en luister naar de krakende stem die me vertelt dat de deur open is, zoals altijd.Terwijl ik door de deur stap zie ik dat de lift stuk is. Al jaren, zo vertelt één van de laatste bewoners tegen me.Ik ben reportagemaker vertel ik en ga met bepaalde verwachtingen naar boven via de trap.Eén van de twee uitgangen van het gebouw. De andere is via het dak, zo vertelde de bewoner me waarmee ik afgesproken had.Hij vertelde me dat hij vorig jaar rond deze tijd geroep hoorde.Help me, help me. Ik negeerde het, vertelde de bewoner.Tien minuten later hoorde hij een ambulance beneden aan het gebouw.Ik was in shock. Zoiets had ik nog nooit gehoord.Ik wist dat het erg was, maar zo erg. Nee.Vandaag ben ik opgestaan met verse moed en ga bezweet slapen.Bezweet van de angst, pijn en verdriet.Morgen is het een andere dag. Voor de bewoners een dag met een grote leegte want wat ik niet wist was dat er een kogel door de muren ging gaan.Toen mijn documentaire in première ging zag ik de bewoner terug.Hij kwam om een laatste herinnering. Het was ook mijn laatste herinnering aan hem.Of toch niet?Mijn laatste herinnering kreeg ik de volgende dag op de deurmat voorgeschoteld.In de krant, tussen de overlijdensberichten.Zelfmoord.Tot ziens, vriend. Tot ziens.

hennonr
0 0

Stinkend jaloers

Anne bladert in het fotoalbum. Ze ziet zichzelf terug als baby. Ze lacht. Een foto trekt haar aandacht. Op de foto is een toiletpot te zien. De klep staat open. Het lijkt wel alsof de pot geeuwt van verveling. Anne schuift haar bril naar boven. Op de bodem ziet ze iets liggen. Een enorme... Anne doet alsof ze moet overgeven. 'Wat ligt daar?' vraagt ze aan mama die over haar schouder meekijkt. 'Een drol. Dat zie je toch!' 'Dat bedoel ik niet. Ik zie ook wel dat daar een drol ligt. Ik heb het over de vorm.' 'Oh. Dat!' zegt mama. In de pot ligt een perfecte Y. Niet een van chocola, maar een van poep. Het lijkt wel alsof Sinterklaas hoogstnodig moest poepen en toen maar een letter in de toiletpot heeft achtergelaten. 'Wie heeft die Y gepoept? Toch niet Yasmin?' vraagt Anne ongelovig. Yasmin is haar jongere zus. Ze zijn altijd elkaars rivalen geweest.Anne voelt een steek van jaloezie. Tot overmaat van ramp zegt mama lacherig: 'Hoe raad je het!' Mama wijst naar de driedimensionale letter in de pot en zegt: 'Nog voor Yasmin kon schrijven, poepte ze de eerste letter van haar naam. Knap, he! Daarom heb ik deze foto genomen. Een drol kan je niet bewaren, zoals een tekening, een tand of een trofee. Mama heeft een koffer vol herinneringen. Anne kijkt met afschuw naar de drol. Gelukkig is de foto gemaakt in het stenen tijdperk. Toen Instagram nog niet bestond. Ze moet er niet aan denken hoeveel likes deze foto zou hebben gekregen als hij vijftien jaar later gemaakt was. Er bestaan in de wereld vast niet veel mensen die het presteren om de eerste letter van hun naam uit te poepen alsof het een koud kunstje is.            

Margaretha Juta
22 0

De man in mijn bed

Als je mij tot je opneemt vind ik mijn weg, stroom ik door je aders, doorheen je hele lichaam reis ik af naar je hoofd. Ik doe het niet met opzet; het is een fysiologisch werkingsmechanisme. Ik heb er geen baat bij als jij mij neemt. Het laat me koud als je mij links laat liggen. Ik ben simpelweg aanwezig en als ik er ben weten wij dat je mij wilt. Als je mij laat, zal ik jou laten. Ik, jouw drug. Jij denkt dat ik je wereld op haar kop zet, maar in realiteit neem ik je wereld over. Ik word je wereld.   Sommigen zeggen dat ik niet goed voor je ben. Anderen vinden mij net zo betoverend zoals jij mij vindt. Er is geen consensus over; je twijfelt. Er zijn momenten waarop je besluit dat het beter is om mij te laten, maar je weet dat als ik terug in je buurt kom, je mij niet zal kunnen weerstaan. Wanneer ik bij je ben leef je. Alles in mijn wereld is leuk. De wereld is steeds leuk voor jou, want zo ervaar je het, maar wij weten dat de wereld gewoon bestaat. De wereld maakt het niet uit of jij haar leuk vindt. De wereld is gewoon. Als ik weg ben word je kleurenblind. Het leven gaat zijn gang, het is geen ramp, maar je mist de bril die ik je op doe zetten.   Ik ben je wereld en het maakt me niet uit of je in me bestaat. De wereld is groot, zij voelt niet. Zij heeft botsingen gevoeld, zij heeft vuur gevoeld, maar tegenover jou voelt zij niet. Zij ziet je niet, enkel je schaduw en mogelijks de voetsporen die je achterlaat. De wereld is een narcist. De wereld wordt graag onderhouden, maar is onverschillig over wie deze taak uitvoert. Als jij het niet meer doet, zal iemand anders het wel doen. De wereld bespeelt niet: je kiest zelf om erin te leven. De wereld teistert je niet, zij is gewoon. Jij wilt erin leven. Jij wilt haar vruchten plukken, in haar zonlicht leven. De storm, de hitte, neem je erbij. Het voelt alsof zij je leven geeft, maar ze heeft je niets gegeven. Zij is.   "Je bent verslavend. Ik ben blij dat je gestuurd hebt," zei de man in mijn bed.   

Probeersels
9 0