Lezen

Luft haben

Rij A13, ik heb het gehaald, nog net op tijd. Waarom duurde het ook zo lang eer mijn hamburger klaar was? Fast Food, werkelijk? Ik geef haar mijn vliegticket. Verkeerde verdieping, snauwt ze. Ik kijk vragend, verwonderd omdat ze tegen me snauwt. Ik had nochtans mijn beste Duitse glimlach boven gehaald. Verkeerde verdieping, herhaalt ze. Alsof ze een dictafoon heeft ingeslikt. Ik kijk nog eens vragend, deze keer omdat ik me afvraag of ze een robot is. Zo eentje uit de toekomst, of uit Japan, wat min of meer hetzelfde is. Ik zie de eerste rimpels rond haar ogen en mondhoeken. Dus toch een mens. Zo rond de 40, vermoed ik, maar best nog knap. Wat niet strookt met haar humeur. Het is niet eerlijk, zeg ik. Nu is het haar beurt om vragend te kijken. Oeps, de woorden te laat ingeslikt. Welke verdieping dan? probeer ik opnieuw. Zie ik eruit als een grondplan? Weer snauwt ze tegen me. Ik druip af en waan me in een escape room. Ik vraag me af waar ik de gate-nummers moet ingeven om de juiste verdieping te vinden. Of misschien iemand die niet tegen me snauwt. Na een tijdje ren ik opgelucht naar rij A13. Ik kom opnieuw hetzelfde hamburger restaurant tegen en ... daar zit ze. Ze ziet mij en wordt lichtjes rood van razernij. Weer ben ik op de verkeerde verdieping! Ik sla in paniek, het wordt wazig voor mijn ogen. Ik draai me om en val in de armen van een knappe, lange man. Die me met een lieve glimlach en een zachte, exotische stem vraagt of het wel gaat. Ich muss luft haben, zeg ik in mijn beste Duits. Je bedoelt “flughafen”, snauwt de robot achter mij.

Amanda C
0 0

Papa

Nu het vaderschap nadert met rasse schreden, voel ik me elke dag weer een beetje meer lid van de club worden. Inderdaad, lieve vrienden zonder kinderen, tijd om uit de kast te komen. Deze activist voor het luierloze leven is van kamp geswitcht. Maar even serieus, wélke vrienden zonder kinderen? De mijne waren al eventjes op, hoor. Dus toen in maart het plusteken onherroepelijk blauw kleurde, pakten mijn vrouw en ik mekaar vast, blij dat het ons ook eindelijk gelukt was. Blij dat we verlost waren van die maandelijkse teleurstelling en het geheimhouden ervan. Blij dat de wereld daarbuiten dan misschien wel leek te vergaan, maar dat er voor ons weldra een nieuwe zou openen. En vooral, blij dat we ons het eerstvolgende decennium bij al die jonge ouders niet meer zouden moeten excuseren om jaarlijks drie weken heerlijk kinderloos te gaan roadtrippen aan de andere kant van de wereld. Laten we even heel duidelijk zijn vooraleer sommigen te enthousiast worden: mijn nakende naamsverandering naar 'papa' verandert niets aan andere kinderen. Het merendeel van hen zijn nog altijd irrationele, over-energieke, stembanden mishandelende, ongeduldige, met-goede-humor-ongezegende, brutale, egocentrische, suikerverslaafde, gespreksverstorende, kleinzerige en meer wel dan niet lelijke miniatuurtirannetjes waarbij ik me in sneltempo ongemakkelijk en uitgeput voel. Maar de clichés kloppen. Of om het met de volkswijsheid van mijn moeder te zeggen: mijn kind, schoon kind. Sinds dat minivrouwtje in de buik van mijn wederhelft groeit, ben ik me pas werkelijk bewust geworden van het wonderlijke ervan. Ja, mijn ogen glinsterden toen de gynaecologe onaangekondigd de hartslag van ons kleine menswormpje liet horen. Ja, ik mis al eens een halve Casa de Papel door tegen een bolle buik te praten en op een stampje te wachten. De snelheid waarmee dat kind groeit is rechtevenredig aan de snelheid waartegen ik in een stereotype verval en het ding is nog niet eens geboren. Vraag me dus gerust om voorgoed te stoppen met schrijven wanneer ik hier in rijmvorm een 500-woorden-lange lofzang neerpen over de magische kleurschakeringen in de pamperinhoud van dochterlief. Laten we vooral allemaal binnenskamers houden dat wat ons eigen kind doet of produceert altijd net iets exclusiever, gek ruikender of indrukwekkender is dan wat de rest doet. Dat geldt voor elke sprong in de ontwikkeling, alle op je eigen oordeel gebaseerde IQ-testen en zowat alles waarvan je denkt dat de jouwe die sukkelende hoopjes nietskunde in de crèche of op school overklast. Soms laat de door je eigen bloedband gekleurde subjectiviteit je al wel eens denken dat die drie willekeurige strepen op papier het bewijs zijn dat de nieuwe Van Gogh op een Tripp Trapp in je keuken zit. Vergeet in dat geval ook niet te kijken naar de dertien strepen op de eettafel zelf. Maar terug naar míjn kind. Het zal niemand verbazen dat ik met de komst van dit kleintje al heel wat heb bijgeleerd de laatste maanden. Bijvoorbeeld dat je best iets eet voor je de winkel waar je je geboortelijst gaat opstellen even ‘binnenspringt’. En met eten bedoel ik: vul een trekrugzak alsof je een hike van 20 kilometer door de bergen plant. Zo'n trektocht duurt in vele gevallen minder lang en de kans dat je het pad kwijtraakt is kleiner tussen de bergtoppen dan in de gemiddelde babywinkel. Hydrateren is key, snelle suikers en proteïnesnacks zijn een must. Extra punten als je een luchtmatras voorziet voor je zwangere vrouw zodat ze liggend – kussen onder de beentjes – kan kiezen uit de 317 verschillende verzorgingstassen die het meest verkochte merk aanbiedt. Oh en, maak geen grapjes. Vraag dus niet of Angelcare ook goed is tegen wespensteken en of je er voor die prijs de Brusselse popzangeres bij krijgt. Na zes uur door winkelgangen en brochures hollen is de verkoopster even afgemat als jullie. Ze heeft er dan ook niets aan wanneer je schertst: ‘Een draagzak? Die zit al in m'n broek, hè. Hebt ge ‘m?’ (Ze had ‘m, wijzen was echt niet nodig.) Verder zijn ook alle kwinkslagen over borstzalf, tepelhoedjes en afkolftoestellen off limit. Hoewel het, na wat aanvoelt als een intercontinentale vliegreis zonder eten, lijkt als een gevatte woordspeling waarrond je een hele comedyshow zou kunnen bouwen, is het dat voor de verkoopster en je vrouw niet. Of om het in jouw komisch jargon te zeggen: de mop zuigt, ja. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat zal voor een volgende keer zijn. Niemand houdt ervan om alleen maar over kinderen te praten behalve de persoon die aan het woord is, toch? Ik moest trouwens al gestopt zijn met werken, want ik heb nog een heleboel andere dingen te doen vandaag. Wachten op stampjes en tegen mijn vrouw zeggen dat ik zeker weet dat ons dochtertje het snelst en hardst kan buiktrappen van alle ongeboren kinderen, bijvoorbeeld.

Hans Verhaegen
14 0

Café In de Linde

  Onder de stamgasten van Café In de Linde heette het dat  Mariette de waardin geboren was in de achterkamer tussen de biervaten, de  zakjes  chips, de repen praliné en double lait en de droge worstjes. Een flauwe grap die over de jaren heen de status van legende had verkregen terwijl de werkelijkheid net dat tikkeltje vreemder was. Haar vader had het café gewonnen bij het pokerspel. maar vermits hij er  de man niet naar was  om zijn dagen door te brengen achter de tapkast liet hij het  aan Mariette en haar zus Lisette over om de zaak draaiende te houden. Maar Lisette had net zoals haar vader het kaarten in haar bloed al waren het in haar geval tarotkaarten.  Als ze vijf minuten tijd had en ook wanneer ze die niet had probeerde ze klanten te overhalen  om door haar hun kaarten te laten leggen.  Helaas voor Lisette bestond de klandizie van het café, dat op slechts enkele passen van een begraafplaats gelegen was voornamelijk uit potige grafdelvers, steenhouwers en nuchtere begrafenisondernemers en die waren niet meteen ontvankelijk voor dat soort hocus pocus. Op een dag had Lisette dan maar de bus naar de grote stad genomen en was nooit meer teruggekeerd. Het enige wat ze had achtergelaten was een grote glazen bol  die ze van een anonieme aanbidder gekregen had met Valentijn en die nu al jaren zijn vaste plaats had op de hoek van de toog.  Als iemand er Mariette over aansprak was haar standaard antwoord dat de bol haar vertelde als er problemen op komst waren. Waarna ze luidkeels lachte al was het wel opvallend dat er in al die jaren nooit een dronkenmansruzie of een gevecht te noteren viel.  Niet dat de klanten van Café In de Linde zo braaf waren verre van. Menig vechtpartij werd beslecht op het kerkhof, uit het zicht van Mariette. Mariette was een klein pezig vrouwtje met een felle blik en een scherpe tong. Aanbidders werden vakkundig ontmoedigd en niemand kon haar moederlijke allures toedichten. Toch was haar café voor vele van haar klanten een tweede thuis en voor sommige waarschijnlijk hun enige. Geheel getrouw aan de legende leek Mariette echt in de wieg gelegd om waardin van Café In de Linde te worden. Wat een zieltogend dorpscafé zonder dorp was toen haar vader het buitmaakte werd in haar handen een pareltje van cafécultuur. Als in de vroege ochtend  de deur openging geurde het er naar  bruine zeep en  boenwas. De koperen taps glimden, de zilveren koffiefilters sprankelden, de glazen fonkelden. Vroege jongens konden er terecht voor havermoutse pap en ’s middags in de winter stond er altijd wel een pot erwten of ajuinensoep te pruttelen op de Leuvense stoof. In de lente vulde ze de plantenbakken op de vensterbanken buiten met geraniums en viooltjes. In de zomer hing er een vliegengordijn met veelkleurige linten aan de deur. In december liet ze manke John de ramen beschilderen met voorstellingen van kerstmannen en rendieren. Zo  gingen  de jaren voorbij terwijl de wereld van Mariette en haar klanten stilstond. Tot op de dag dat er twee film en een radioploeg arriveerden die met hun wagens de ingang tot het kerkhof blokkeerden, alle vijf  de tafeltjes van het café innamen en hun spullen er achterlieten alsof ze al jaren kind aan huis waren. Ze bestelden expresso en cappucino en latte machiato en kregen filterkoffie met een dot slagroom. Mariette en de enkele klanten die op die zomerochtend aan de toog hingen keken stilzwijgend naar het spektakel van door elkaar rennende mensen met camera’s en microfoons en wat nog allemaal. Het vreemdste was dat ze maar rond het bushokje aan de overkant bleven draaien. Mariette  deed alsof het haar allemaal om het even was. Ze had haar handen ook meer dan vol met al dat vreemd volk. Klanten zijn klanten, als het geld maar binnenkomt, zei ze  Uiteindelijk  waren Leo en Mon van begrafenissen Bertels poolshoogte gaan nemen. Bleek dat het allemaal ging om een scharminkel van een boom die half weggestopt  zat achter de bushalte. Eén of andere een minister had beslist om die tot monument uit te roepen omdat  hij er al enkele honderden jaren stond, geplant bij wijze van grenspaal  op het snijpunt van de grens tussen drie gemeenten. Meer nog die boom was de linde uit de naam van het café en had een blikseminslag overleeft, vandaar zijn zielig voorkomen. Nadat de hele bende weer verdwenen was staken Mariette en haar stamgasten de straat over om het monument  van dichtbij te bekijken. Niemand van hen had de boom ooit opgemerkt, behalve misschien om ertegen te pissen, opperde Pierre de steenhouwer. Het hoofd schuddend om zoveel onzin keerden ze  na enkele minuten op hun stappen terug niet wetend dat vanaf dan niets meer hetzelfde zou zijn in Café In de Linde.    

Paula Dumont
1 0

Over schaamte, schuld en spijt: gewaarwordingen die het welzijn kunnen ondermijnen

Dat ik mij zou moeten schamen, had hij als reactie getypt. Onder de link die ik deelde, stapelen de tekstballonnetjes zich op. Hier en daar een verontwaardigde emoticon. De bloeddruk van sommige mensen stijgt als ze een overtuiging spotten die niet strookt met de hunne. Alsof het gaat om een persoonlijke aanval. De opgelegde maatregelen werken sterk polariserend. Een kamp met mensen die zeggen dat we gewoon even flink moeten zijn en niet zeuren, want alleen zo gaan we van die pandemie verlost raken. Haaks daartegenover staat de veronderstelling dat dit nieuwe virus zich niet zomaar laat uitroeien en dat de maatregelen onze vrijheid beknotten. Ik kan me eerder in dit laatste vinden, al besef ik dat ik eigenlijk niets weet. We gokken. Er was ook iemand die zei dat de ene mening meer waarde heeft dan de andere. Dat we moeten luisteren naar de experts en wetenschap. Ik weet uit eigen ondervinding dat de experts het soms ook niet weten, maar dat niet gemakkelijk zullen erkennen. En dat de wetenschap al vaak bepaalde ideeën heeft moeten herzien. Ondanks dat er wel naar gestreefd wordt, is absolute objectiviteit in de wetenschap een illusie. Het zou van nederigheid getuigen om te midden van al dat zogezegde ‘weten’ te benadrukken dat nog lang niet alle mysteries van het leven ontrafeld zijn. Zeker als het gaat over de werking van het menselijk lichaam. Mij ergens voor schamen, is wel het laatste dat ik ga doen. Het gevoel van schaamte is het omgekeerde van eigenliefde. Ontzettend veel mensen kampen met een chronisch tekort aan eigenliefde. Ze willen of durven niet te zeggen dat ze zichzelf graag zien. Alsof een beetje zelfhaat sympathieker overkomt. Wat mij betreft moeten we af van de stilgezwegen veronderstelling dat eigenliefde pretentieus is. Mensen die mijn achtergrond kennen, weten dat ik sterk overtuigd ben van de body-mind connectie. Dit onderwerp besprak ik reeds uitgebreid in mijn boek, op mijn blog en tijdens mijn workshops. De aard van iemands gedachten, vooral datgene dat diep en onbewust ingeprent zit, heeft een rechtstreekse invloed op het fysieke welzijn. In de klassieke geneeskunde wordt dat fenomeen als het placebo-effect omschreven. Het is dus gekend, maar de draagwijdte wordt (nog) niet volledig begrepen. Schaamte impliceert dat je jezelf niet volledig wil of kunt aanvaarden. Je stoot als het ware een deel van jezelf af. Leven met het drukkende gevoel van schaamte is schadelijk voor de gezondheid. Schuldgevoel is nog zo’n andere gewaarwording die, zeker op lange termijn, de volledige potentie en het welzijn van een persoon ondermijnt. Schuldgevoelens kunnen ook op manipulatieve wijze ingezet worden om mensen in een bepaalde richting te manoeuvreren. Handelen uit schuldgevoel is niet authentiek handelen. En wie zijn authenticiteit verloochent brengt zichzelf eveneens schade toe. Met regelmaat benadrukt de media onze verantwoordelijkheid ten opzichte van klimaatverandering. Het zou onze eigen ‘schuld’ zijn dat we vandaag met hittegolven te kampen hebben. Aangepraat schuldgevoel verschijnt in diverse gedaantes en werkt vaak heimelijk op de achtergrond, in het onderbewustzijn. Zo zouden we ons bijvoorbeeld schuldig moeten voelen over onze ecologische voetafdruk en het normaal vinden dat we daar op één of andere manier voor moeten boeten. Dit idee wordt ook gehanteerd in het hele vleermuisverhaal, waar het Coronavirus van afkomstig zou zijn. Weliswaar ietwat kort door de bocht postte ik onlangs op Facebook dat het voelen van schaamte en schuld geheel nutteloos is. Bij deze wil ik die uitspraak nuanceren door eraan toe te voegen dat alles in dit leven bestaansrecht heeft en dus een zeker nut heeft. Ik ben er wel van overtuigd dat deze gewaarwordingen op lange termijn zelfdestructief zijn. Schaamte en schuld kunnen ons iets leren over onszelf, maar dienen ook weer tijdig losgelaten te worden. Spijt kan in dezelfde categorie geplaatst worden. Een langdurig knagend spijtgevoel tast het zelfbeeld aan en kan bijdragen tot gevoelens van minderwaardigheid. Wat vervolgens ook weer kan leiden tot lichamelijke kwalen. Ik ben niet alleen overtuigd van het bestaan van de body-mind connectie, maar ik ben mij evenzeer bewust van iets dat ik hier ter plekke de reality-mind connectie ga noemen. Een lange en moeizame zoektocht heeft mij gebracht tot de vaststelling dat ikzelf geheel verantwoordelijk ben voor de perceptie van mijn realiteit. Nu ik het zo formuleer, klinkt dit als de evidentie zelve. Toch gedraagt het merendeel onder ons zich alsof ze geheel machteloos staan tegenover de grillen van de zogenaamd externe realiteit. Ik zei het al vaker; de realiteit die ieder van ons ervaart is in feite een zelfgeschapen interpretatie. En die interpretatie, vormgegeven door (al dan niet bewuste) gedachten, bepaalt de kwaliteit van ieders leven. Als de gedachten veranderen, verandert de realiteit met je mee. Ja, natuurlijk zijn er dingen die we niet kunnen veranderen. Maar we hebben wel het volledige zeggenschap over de interpretatie van die dingen. Het ontwikkelen en bewust vormgeven van de interne wereld heeft een onmiddellijke weerslag op de kwaliteit van de waargenomen externe realiteit. Daarom is zelfontwikkeling voor mij de hoogste kunstvorm die er bestaat. De hele Coronakwestie en de onrust die het opwekt, is een uiterst interessante uitdaging voor de geest. Angst en andere vormen van weerstand kunnen nu extra gemakkelijk binnensijpelen. Maar er is geen betere manier om je hiertegen te wapenen dan door jezelf mentaal te trainen in het behouden van (zelf)vertrouwen en interne rust. Dit is een erg woelige overgangsperiode. Het is belangrijk om te beseffen dat het potentiële gevaar eerder een interne dan een externe kwestie is. Dit is een oproep om meester te worden/blijven over de eigen gedachten, ongeacht wat iemand anders zegt of doet. Ook wil ik onderstrepen dat het als mens toegestaan is om fouten te maken. En dat het zeer heilzaam is om vergevingsgezind te zijn tegenover anderen. En vooral tegenover jezelf. Vergeving is immers het antigif bij uitstek voor schrapende gewaarwordingen zoals schaamte, schuld en spijt.

KarolienDeman
70 1

De wederkerende neiging om het onbegrensde te proberen vatten

Het verleden en de toekomst zijn slechts concepten, enkel het huidig moment bestaat in zijn tastbare vorm. Littekens en andere sporen kunnen enkel aan het bestaan van een verleden gelinkt worden als er een idee op geprojecteerd wordt. Alle dingen bestaan op zichzelf, zonder idee, weerstand of oordeel. Rustend in het ‘nu’. Alleen een mens projecteert een verhaal dat men verleden noemt. Ik ben er lang vanuit gegaan dat het ‘nu’ iets is dat steeds in beweging in, als immer voorbij glijdend. Maar die veronderstelling kwam voort uit het aangeleerde idee dat tijd iets lineair is. De illustratie van tijd bestaat eerder uit een punt in plaats van een lijn. Een punt dat symbool staat voor het hier en nu dat ervaren wordt vanuit oneindig veel perspectieven. Deze spelen zich allemaal simultaan af, zonder ruimte in te nemen. Omdat tijd iets abstract is, een illusie zelfs, valt het niet samen te vatten in een vorm zoals een punt of een lijn. Het projecteren van ideeën is een manier van creëren. Aan alle menselijke scheppingen zijn gedachten vooraf gegaan. Gedachten zijn in combinatie met wilskracht efficiënte tools die we als mens bezitten. Net als de verschillende perspectieven van waaruit het leven kan ervaren worden, zijn ook de scheppingsmogelijkheden oneindig. Het leven is onbegrensd. Mijn bestaan, ik als unieke creatie, is één van de oneindige mogelijkheden. Het had ook anders gekund. Maar ik ben nu volledig gefocust op en doordrongen van deze mogelijkheid. Wetende dat alle andere mogelijkheden zich eveneens aan het afspelen zijn. Als parallelle universa. Er is geen mogelijkheid die de voorkeur geniet of beter zou zijn dan een andere. Voorkeuren en oordelen zijn geprojecteerde ideeën. Er worden geen mogelijkheden overgeslagen, werkelijk alles wordt uitgeprobeerd. Alles dat we mooi zou kunnen noemen. En evenzeer alles dat we verwerpelijk zouden kunnen vinden. Geconditioneerd als we zijn, is het niet evident om zonder oordeel ergens naar te kijken. Onze opvoeding, cultuur  en medemens heeft ons geleerd wat van waarde is en wat afgekeurd moet worden. Het is een kunst om buiten dat kader te kijken. Ik oefen mezelf daarin. Maar vraag me tegelijk af of het überhaupt mogelijk is. Als de perceptie van mijn omgeving mijn eigen creatie is en ik tevens een product ben van mijn omgeving, dan kan ik nooit loskomen van mijn individueel kader. Maar wie zegt trouwens dat ik begrensd ben? Zulk idee is een creatie van eigen hand. Net zoals al de ‘rest’.

KarolienDeman
8 0

De zondvloed

Gescheiden door twee glazen wanden staren we elkaar aan. Tussen ons ligt een straat, een koppige weg die de wereld dichterbij brengt, of ons eindeloos laat cirkelen in de besloten wereld van dit dorp. De kat aan de overkant laat mijn blik los en probeert vliegen te vangen met haar beide voorpoten. Het glas dwarsboomt haar pogingen, maar bederft de pret niet. Op het voetpad wandelen gemaskerde mannen en vrouwen, hun glimlach, of grimas, verborgen achter een lapje stof. Fietsers happen naar lucht, in de straat die kreunt onder het stof en de hitte. Zweetdruppels parelen op vermoeide voorhoofden, glijden langs slapen naar beneden, het stof tegemoet. De belofte van een regenbui hangt al in de lucht, zwaar als een aambeeld. Wolken bollen op en duwen de zon opzij. Het carnaval van de eenzaamheid trekt voorbij. De kat ziet wat ik zie, mensen die zoeken naar antwoorden in onzekere tijden, naar wat het betekent om mens te zijn, om nu te leven. Ze grijpen de tijd vast, in plaats van elkaar. Tijd is glibberig en verglijdt altijd, veel te snel. Plots is de straat leeg. De hemelsluizen gaan open, toveren de weg om in een kolkende rivier. De wind huilt ongenadig, lichtflitsen scheuren het wolkendek open, betoveren het dorp. Toeschouwers kijken toe, aan hun venster. Ze zien hoe de wereld die ze dachten te begrijpen steeds verder wegglijdt. Hoe een virus zijn klauwen uitsteekt. Hoe de ondraaglijke hitte hen gevangen houdt, en hoe alle hoop wegspoelt als modderstromen op een verlaten weg. Druppels verdampen, lossen op in de herinneringen van de machteloze kijkers. Ze vergeten snel. Een golf van solidariteit glijdt door het dorp. Honden kwispelen, kinderen huppelen voorbij. Het leven heeft hen nog niet in een houdgreep. De buurt haalt opgelucht adem. De zondvloed is voorbij. De zon schijnt, en verstopt zich straks achter de huizen, om daar de wacht te houden. De kat aan de overkant hunkert net als ik naar een troostende nacht. Er zijn nog zekerheden.

Ine Moreels
17 1

Petrichor

“We zijn nu al drie seizoenen een koppel.”Ze zegt het zonder verpinken, strijkt een ontsnapte haarlok achter haar oor. Hij kijkt haar niet aan, weegt zijn antwoord in het trillende licht van de hete zomerzon. Het water van het kanaal klotst onophoudelijk tegen de romp van een aangemeerde boot, verdrinkt zijn woorden nog voor hij ze hardop zegt. Er is iets aan haar uitspraak wat hem treft. De bescheiden grootsheid van die mededeling. Het gemak waarmee ze hun relatie op gelijke hoogte stelt met de onvergankelijkheid van de seizoenen, ze keren altijd terug...“Weet je,” gaat ze verder, als hij blijft zwijgen, “ik blijf maar wachten op een groots gebaar. Iets vol overgave. Niet zo’n scène als in de films, bedoel ik. Meer zoiets als onweer na een hete dag. Het ene moment schijnt de zon nog ongenadig en gutst het zweet je uit de kleren en dan opeens, boem, die rommelende dreiging, de wind steekt op, de hemel splijt in vonken uiteen en je weet plots dat je enkel en alleen op dit ene moment hebt zitten wachten. De koele druppels op je hunkerende huid, de sissende geur van zwavel en het besef dat je hier altijd al hebt moeten zijn. Op deze plek, dit bevroren ogenblik.” Ze keert zich naar hem toe. Legt haar blik onbevreesd in de zijne.“Petrichor.” Vragend staart hij terug, één wenkbrauw opgetrokken en met zijn beetje schuine lachje, waarvan ze beweert dat net die onregelmatigheid hem onweerstaanbaar maakt.“Petrichor,” herhaalt ze dan. “De geur van regen op droge grond. Dat, mijn lief, is wat jij voor mij bent.” Haar blik dwaalt weg over het water. In profiel doet ze hem denken aan een Griekse godin wiens naam hem ontsnapt. Petrichor, herhaalt hij in stilte. Zelfs de klank van het woord smaakt zoet. Één tijdloos ogenblik lang herinnert hij zich alles wat hij nooit heeft geweten. Dan legt hij zijn armen stevig om haar heen, drukt zijn wang tegen haar zachte haren. “Ik wed dat je haar in de herfst de kleur heeft van gesponnen goud.” Zijn stem amper een fluistering, gedempt door hun aanraking en het gestage klotsen van het water. Zonder dat ze zich omdraait, ziet hij haar gezicht voor zich, de krulling van haar mondhoeken, de subtiele boog van haar lippen. Haar glimlach als regen op dorre grond.

Elfi Vandenabeele
56 3

over palindromen, zelfvernedering en Hannah Gadsby

Nanette, de veelbesproken show van Hannah Gadsby, stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Nu ik als late adapter ook de weg naar Netflix gevonden heb, was ik klaar voor een avondje comedy. Ze begint haar show gemoedelijk: ‘My name is Hannah, and that is a palindrome. Everyone in my family has a palindromic name, it’s a bit of a tradition. There’s Mum, Dad, Nan, Bob and my brother Kayak’. Er zijn makkelijke grappen, waarmee het publiek hartelijk lacht. Gaandeweg creëert ze tijdens haar show een andere sfeer. Ze vertelt openlijk over haar jeugd. Die was allesbehalve idyllisch. Als lesbisch meisje groeide ze op in Tasmanië, tijdens een periode waarin homoseksualiteit nog strafbaar was. Toen ze ouder was, onderging ze een aantal heel akelige #metoo ervaringen. Ze heeft zeker haar deel ellende gekend in haar leven. En daar maakt ze grappen over. Dat is haar job. Dat heet zelfvernedering. Zelfvernedering op een comedy podium is geen nieuw fenomeen. Hoe ze ermee omgaat wel: ze benoemt namelijk het mechanisme van de zelfvernedering. Ze legt het bloot. Ze legt uit dat moppen uit twee delen bestaan: ‘Jokes have two parts, a question and an answer, a set-up and a punchline. The set-up builds tension, the punchline releases it. That’s my job.’ Bij verhalen ligt het anders: ‘Stories have three parts, a beginning, a middle and an end. To make a joke from a story, you have to leave out some parts of it.’ Om haar betoog te illustreren haalt ze er enkele grappen uit het eerste deel van de show terug bij. Ze vertelt het verhaal achter de grap. De verhalen zijn schrijnend. Zo vertelt ze dat ze op een avond in elkaar geslagen werd bij een bushalte. De grap was grappig, tot het een verhaal werd. Dat grappen uitleggen niet grappig was, wist ik al (‘dus: Wablieft en Wablaf zijn de namen van de twee personen die in die boot zaten!’). Maar ik wist niet dat de verhalen achter de grappen ook nefast konden zijn voor de feestvreugde. Ze werpen een ander licht op haar grappen. Als je terugblikt op het eerste deel van de show merk je dat zelfvernedering de grootste gemene deler is. Door haar verhalen of het meegeven van de volledige context  krijgt het publiek een spiegel van de kwetsbare en vernederde vrouw op het podium. Ik bewonder haar lef om het zelfvernederingsmechanisme bloot te leggen. Ze creëert een intieme sfeer tijdens de show en bevrijdt openlijk haar bestreden demonen. Comedy kan zelfspot verdragen, maar zelfvernedering gaat een brug te ver. Zelfspot werkt prima om te kunnen relativeren, om zaalshows mee op te bouwen. Maar waar eindigt zelfspot en begint zelfvernedering? En wat doet die zelfvernedering met de persoon op het podium? Verwordt het podium dan tot een zelfontworpen schandpaal? Eentje voor eigen gebruik?   Terug naar de palindromen: ik leerde proefondervindelijk dat grappen over palindromen niet altijd lichtvoetig zijn. Dochter: Mama, ik heb een raadsel. Wat is het omgekeerde van dood? Moeder (enthousiast): levend! Dochter (droog): fout! Het juiste antwoord is dood.

Lore Dewulf
39 2