Lezen

Sensorgevoelig

Nog vier minuten.De mensenzee stort de stad in.Ik trek tegen de stroom in de trappen van het Noordstation op.Hoe de wind ook waait,we vloeien samen.De man die aan de voet van de ingang accordeon speelt, krijgt enkele euro's in zijn hand gelegd. Hij sluit zijn hand, maakt een zachte vuist, een gebaar van kracht. Deze ochtend oogt vriendelijk. Iemand heeft zonet voor de muziek gezorgd en vooral, voor de mens erachter. Het maakt mij essentieel blij wanneer we elkaar iets meer geven dan ons kleinste kleingeld dat we kunnen missen, dat we niet zullen voelen. Waarom zouden we niet willen voelen? 'Alle kleine beetjes helpen'en toch … in één keer een verwarmende koffie of een maaltijd kunnen betalen, dat ís iéts. Iets is soms even alles.   Voor de man met het draaiorgel die door Brussel trekt, vouwde ik dit weekend een briefje van vijf euro. Hij had mij uit mijn raam zien zwaaien, had gelachen en met zijn handen draaiend rond elkaar in de lucht getoond hoe ik het briefje waardering voor zijn wandelingen vouwen kon. Ik liet het waaien. Origamigeld is een mooie gift. We keken samen hoe mijn bijdrage door de lucht reisde. Het gaf ons de tijd om er samen om te lachen. Een euro zou te snel gevallen zijn. We zouden het niet gevoeld hebben. Nu hadden we tijd. Een moment van uitwisseling tussen het verzenden en het ontvangen. Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelenals we elkaar iets geven.   Tijdens de wintermaanden werd ik steeds gegrepen door zijn vingers die de koude trotseerden. Ook doorheen de donkere dagen speelt de accordeonist 's ochtends solo aan de trappen van Brussel-Noord. 's Avonds dan weer zag ik hem samen met kompanen muziek maken aan het Centraal Station. Zijn accordeon krijgt er gezelschap van een contrabas met twee gele en één rode snaar, een gitaar en een cimbalom. Hoe ze ook besnaard zijn, ze vloeien samen. Er is tijd om iets te geven, iets te voelen, iets door de lucht te laten reizen. Ik vouw een glimlach bij de muziek die we van hen krijgen.   Ik reis in de tijd.Nog drie minuten.Achter mij in de mensenzee zie ik een meisje met een krant in haar handen. Ze leest geconcentreerd de voorpagina terwijl ze verder wandelt. Haar zo te zien brengt me in contact met het gevoel gegrepen te kunnen zijn door iets. Op de voorpagina prijkt zeer terecht steeds weer een artikel over onze planeet, onze aarde en dus ook òns klimaat. Een gevoel van hoop grijpt mij. De voorbije nachten sliepen verschillende verbonden harten in tenten op het Troonplein tijdens Occupy for Climate. Het gegeven dat er 'voor' iets een actie plaatsvindt en al zeker als het de grond die ons draagt betreft, de natuur in ons, de natuur waarin wij zijn, raakt mij. Ik voel me vanochtend door de medemensenzee gegrepen en ik heb het grijpende een hand gegeven. We vloeien samen.   De glazen deur die tot de grote stationshal leidt, is gesloten. Ergens vangt een sensor mijn vorm op. De twee ramen waaruit de deur bestaat, openen zich langzaam. Ze vertrekken vanuit het midden en schuiven elk naar een kant.Nog twee minuten.Van zodra ik voldoende centimeters deuropening detecteer, stuw ik de voorband en het stuur van mijn plooifiets vooruit. Te snel. De sensor is in de war door mijn verschijning en de deuren blijven steken. Te veel prikkels. Een prikkel is nochtans een veranderende omstandigheid in de omgeving van de sensor en dat was ik, maar met te veel impulsen en sensorgevoelig.Nog één minuut.   Ik glip toch gauw door de smalle opening. Meteen ben ik me breekbaar bewust van het feit dat ik als van glas ben, transparant. Dat het meisje dat mij zonder het te weten hoop had gegeven, mij ziet. Ik draai me om, zoek haar. Ik had een beter voorbeeld willen zijn, met respect voor mijn omgeving en diens gevoeligheden. Ik zie haar tussen de geblokkeerde ramen staan. Met haar rechterhand duwt ze rustig de glazen deur verder open. Ze houdt de krant op dat moment in haar linkerhand. Vervolgens wisselt ze van hand, houdt rechts de krant,duwt de glazen deur open aan de linkerkant.Wanneer de deur helemaal open staat, wandelt ze er beheersd door. Ook zij kijkt nog eens achterom, glimlacht tevreden om haar werk, knikt, wrijft in haar handen – nog zo'n gebaar van kracht. Ze is transparant, sensorgevoelig en een voorbeeld.   Zij zal de toekomst hoeden.Wij samen.We vloeien samen.De trein vertrekt.Ik reis in de tijd, door de medemensenzee gegrepen.Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen als we elkaar iets geven.

Jill Marchant
3 0

Moment des arts

met mijn ogen toeluister ik naar zijn ademhalingzwoel zwelt de nachtluchten ik denk aan al mijn liefdes in deze stad   met zijn ogen toespeelt hij met zijn gevoelbij een adempauze kijkt hij naar de volle maan - naar meerkijkt dan vanop de berg naar de kunst achter zijn rug: Brusseldan naar de oprijzende moerasoevers voor zichtrappen waar passanten arm in arm, hand in hand, hand in haarop Mont des Arts op dat moment - een hoogtepunthun blik nog even laten zweven over de benedenstad   een zilveren gloed vloeit over het gouden midden van het panoramavan koper is de soundtrack die hij met zijn ademtochten speeltvoor vele levens vanavondof we nu klimmen of dalen   ik ben de avond daarop rond hetzelfde tijdstip teruggegaanom hem meer te gevendan de munten die ik de avond voordien in mijn portefeuille vondwe herkenden elkaar'je suis revenue pour vous remercier''merci'we glimlachten magnetischeen jongeman danste naar ons toehij bonsde met zijn rechterhand op zijn hart, mouvement du respecten legde tien euro in de instrumentenkoffer, geste doréwij drie met onze handen op onze harten op de trappen waar passanten arm in armgenoten van dat moment des arts onder de volle maan   van zijn mond gleed naar zijn hals een tedere trilling - zo ontstaat het geluid van saxofoonde muzikant blies sterren de stad inze stijgen verder naar het bovenmaanse   ik heb het hem gevraagd en zijn naam en waar en wat hij het liefst en hij zei'op deze hellingmet de lucht tussen onsals ik ze tussen mijn lippen perskan ik mijn onderdak betalen'   in Brusselzwelt zwoel de nachtlucht vol sax

Jill Marchant
0 0

De kleine prinses

Er zit een geheimzinnig meisje recht tegenover mij in metro 5 – richting Erasmus.Ze heeft een paraplu op haar schoot liggen en ze houdt hem stevig vast.Ze kijkt door het raam.Haar opa staat naast haar.Zijn arm rust beschermend op de leuning van haar zitplaats.We staan stil in Beekkant. De metro naast ons komt ook tot stilstand.   “Een slang! Die mevrouw houdt een slang vast!”, roept ze luid.Ze wijst naar de metro naast de onze.Verschillende mensen uit onze wagon kijken benieuwd rond.Haar opa fronst.Metro 5 naast ons vertrekt in de andere richting, naar Herrmann Debroux.Zien speelt zich niet af in dezelfde hersendelen als wetenen er volgt zo’n moment waarbij je je afvraagt of wij nu bewegen, of zij.Het is een optische illusie,een waarneming van onze ogen die onze hersenen anders interpreteren.   Ik denk aan ‘De Kleine Prins’.Hij tekende een boa die een olifant had ingeslikten grote mensen zagen er een hoed in.Ik zie nog hoe de vrouw aan de andere kant van het raamhaar sjaal op haar schoot legt, terwijl de metro vertrekt.   Het kleine meisje friemelt aan haar paraplu.Ze kijkt me guitig aan en ik fluister ‘kapoen’ langs mijn glimlach weg.Opa Frons haalt zijn arm van de rugleuning,legt zijn hand op de paraplu en houdt haar tegen.“Niet opendoen”, zegt hij kort “We zijn er bijna. Nog één halte.”Het kleine meisje kijkt heel even erg beteuterd.Daarna kijkt ze me opnieuw met speelse ogen aan.Ze plooit haar dichtgeklapte paraplu voorzichtig een stukje open.En ze toont me – alsof ze me een geheim laat zien –voorzichtig de prent van een prinses.   Ik denk opnieuw aan de kleine prins.Opa Frons zag 'de hoed'. Hij zag een sjaal en een paraplu.Het kleine meisje zag een boa en verbergt in haar regenscherm geheimen.Zij wilde mij per se, met een zekere urgentie zelfs, nog voor ze uit moesten stappen,de verborgen prinses tonen.Dat had haar opa misschien nog niet goed begrepen.Zien speelt zich immers niet af in dezelfde hersendelen als weten.

Jill Marchant
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg) Vertrouw niet altijd op de gps.

Niets zo handig als een gps wanneer je in een ander land vertoeft. De tijd dat we een Michelinboekje of grote landkaarten gebruikten ligt achter ons. Of… toch niet! Je gaat bijvoorbeeld naar een camping niet ver van Montelimar. De Gps wijst je de kortste weg via tolwegen en je betaalt graag voor deze luxe als je maar snel ter plaatse komt. Vijf kilometer voor je bestemming stuurt het navigatietoestel je de bergen in. Dat klopte met onze gegevens en de foto’s op de website. Aangegeven als een rustige ACSI 4 sterren-camping met zwemgelegenheid, ruime plaatsen, een prachtige omgeving en een voordelig tarief buiten seizoen. De weg wordt een provinciale baan die ons 3 kilometer verder brengt. Mijn echtgenoot zegt met een grote zucht van tevredenheid:  ‘We zijn er bijna. Ik ben blij want ik begin moe te worden.’ Tja, ik kan niet rijden dus rust de verantwoordelijkheid  van het rijden volledig op de schouders van mijn man. Het provinciaal baantje wordt hoe langer hoe smaller tot het een rijbaan is met een volle witte streep die af en toe wordt onderbroken om op een voorziene plaats een inhaalmanoeuvre uit te voeren. We draaien een weggentje in waar een wegwijzer staat met de naam van de camping erop. Het baantje lijkt ons wel erg smal voor een auto met caravan maar onze elektronisch gids houdt aan. De laatste twee kilometer worden we enerzijds belaagd door overhangende rotsen en aan de andere zijde door een steile afgrond afgezet met rotsblokken als buffer. Hier en daar ontbraken zelfs de rotsblokken omdat de plaatselijke everzwijnen het blijkbaar leuk vinden ze uit de weg te ruimen om ongehinderd overal door te kunnen. Het was warm die dag maar het was niet van de hitte dat mijn echtgenoot peentjes zweette. Sommige momenten hing er een voor- of achterwiel van onze auto boven de afgrond en schuurde de aluminium afwerking van onze caravan tegen de overhangende rotsen. Na een aantal halsbrekende maneuvers lukte mijn man erin om de camping te bereiken. Na een nacht welverdiende rust waren we op zoek naar een supermarkt om onze inkopen te doen en reden richting Montelimar. Bleek dat indien we verder richting Montelimar hadden gereden en een stukje waren teruggereden er een comfortabele baan ons rechtstreeks ter plaatse had gebracht. Omdat het niet de laatste keer was dat de gps ons die loer draaide checken we nu eerst de hoofdbanen met behulp van, u raadt het al, het Michelinboekje of de landkaart.    

Fanny Vercammen
0 0

Die vluchtige zomer

Hoe vluchtig was die zomer Als een zuchtje in de herfst Drie hittegolven zei de weerman Ik trek een warme trui aan Te weinig water stond in de krant Ik neem een glas water van de kraan Niets gebeurt op politiek vlak Alleen revoluties brengen politiek Weer een kat vermist En de asielen zitten bomvol Net als de wegen, de steden, het openbaar vervoer Als heel de aardkloot eigenlijk Want niemand woont in de oceaan Water genoeg daar Maar we hebben liefst iets zoetigs Om onze tanden kapot te knabbelen Op kosten van de sociale onzekerheid Om nadien tien vegi kookboeken te kopen Dieet 363 te volgen En de maand nadien een nieuwe kleerkast Want weer een maatje bij Zolang ze maar geen vreemd kleurtje hebben Ik vind wit een vreemde kleur Zolang ze niet anders zijn Mijn spiegel schrikt zich elke ochtend te pletter Besef Als de linkshandigen beginnen rechts te schrijven Is hun laatste pennentrek nader We gaan iets voor het klimaat doen Elektrische boten in Amsterdam Ze gaan varen met 300 miljoen Chinezen Die voor het eerst een monovolume kopen Fijn in gangnam style het milieu … verder om zeep helpen Moet er nog een iFoon, e-auto of tablet zijn Nikkel, mangaan en kobalt Kom gerust langs in Congo Lieve Belgen en Chinezen Ontgin het, steel het, verkoop het Laat de kinderen putten graven Twintig meter diep Kinderen en ertsen genoeg Vooruit met die plundering Want de zomer was weer vluchtig En lithium wacht op ons Made in Chili en Australia Een half miljoen ton Voor minder komen we niet langs Want we hebben het druk Met het plunderen als kolonisten Van elke Afrikaanse bodem En onze dieetboeken zijn reeds tweedehands Zo vluchtig als die zomer   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
0 0

Gebeurtenissen uit de jeugd van Benoit die van hem een schrijver maakten

Brandweerman   Ik ben Benoit. En ik heb lang gedacht dat ik brandweerman zou worden. Dat dat het leukste beroep was. Wagens, sirenes, ladders, slangen, water. En spuiten. Als het maar nat is, dacht ik, is het goed. Bij regenweer heb je spijtig genoeg geen brandweermannen nodig. Wanneer het weerbericht slecht weer voorspelt is dat voor mij een dag om snel te vergeten. Dan ben ik verdrietig en loop thuis rond met krampen in mijn buik van pure stress tot ik op de wc ga zitten en mijn darmen leeg pers. Wachten op een straaltje zon kan lang duren als je in het kleinste kamertje zit. Geloof mij. Op dagen met onweer lees ik stripverhalen zolang het nodig is en vraag zo nu en dan aan Onze-Lieve-Heer om bliksem en donder voor eeuwig en altijd te verbannen naar de hel. Drie weesgegroetjes later zet hij dan meestal een regenboog aan de hemel. Daar ligt een schat begraven. Met kleurrijke snoepjes en gouden muntstukken uit chocolade. Voor heel brave kindjes zoals ik. Daar koop ik dan een paraplu mee. Dat is het enige wat ik kan doen om mij tegen de regendruppels te beschermen. Maar ik weet niet goed of dat wel echt werkt, want ondertussen liggen er al drie stapels stripverhalen onder mijn bed. Dat is genoeg voor minstens anderhalve week. Als het moet lees ik extra traag en dan kan ik twee weken verder. Op de hardnekkigste regendagen, wanneer de wolken zwart aan de lucht blijven hangen, als een kanker die je ondanks al dat water niet van je huid gewassen krijgt, twijfel ik over het bestaan van een God, dat geef ik eerlijk toe. Maar nooit heb ik getwijfeld dat ik brandweerman zou worden.   Geen seconde.     School   Onze klas telt achttien leerlingen. Evenveel jongens als meisjes. Les krijgen we van een juf. Haar naam is Frieda. Volgens papa is een meester beter, want met de wijven hebt ge niks as last. Ikkekannekik a schaamhaar zien zingt hij dan heel luid. Dat is een liedje op een vinylplaat. Van de groep Katastroof. Mijn mama geeft ook les op onze school. 1A is haar klasje. Bij aanvang van een nieuw schooljaar heeft zij ook achttien leerlingen. Kleutertjes is eigenlijk een juister woord. Op het einde van het schooljaar zijn die gegroeid tot minstens dertig. Dertig van die kleine in hun broekjes pissende en kakkende ettertjes. Mijn mama heeft daar weinig last van. Haar darmen zijn beter bestand tegen de stress dan die van mij. Ik zit nu in het derde klasje en doe het niet meer in mijn broek. Mijn grote hobby is zoals gezegd stripverhalen lezen. Het is te zeggen: ik kijk naar de prentjes, en teken die niet al te snuggere dikke agent over op vellen A4 papier en hang die dan met duimspijkers tegen de muur in mijn kamer, want lezen kan ik nog niet. Ik ben vijf. Agent 212 is superleuk. Mijn papa is ook politieagent.   Ergens in Brussel.     Schaarbeek   Schaarbeek ligt in Brussel en is een gevaarlijke stad. Dat is toch wat mijn papa zegt. Wanneer hij ’s ochtends naar zijn werk vertrekt is dat voor vierentwintig uur. Hij patrouilleert op straat, het liefst van al achtervolgt hij stoute mensen. Met zijn Volvo. Onverwoestbaar als je hem mag geloven. Zelfs wanneer zijn achtervolging in het Josaphat park eindigt en hij daarvoor trappen op en af moet rijden. Ik heb die Volvo nog niet gezien. Maar het is een zwarte. Met blauwe zwaailichten. Mijn papa is geen racist, maar uit ondervinding weet hij dat ge naast de wijven ook met de Marokkanen en de Joden niks as last hebt. Marokkanen hebben namelijk nooit iets gedaan. Ook al doen ze wel iets verkeerd, dan nog zullen ze volhouden dat ze het niet gedaan hebben. Dat zit in hun cultuur. Bovendien moet je opletten want ze zeggen erge dingen zoals: ‘Ik weet woon uw huis.’ ‘Ik poep uw moeder.’ Ze zullen het met de glimlach op hun gezicht blijven herhalen. Met gebalde vuisten achter hun rug. Joden zijn dan weer een ras apart. Die zwemmen in het geld en hebben hun eigen scholen die ze laten bewaken. Ik heb op het schoolplein gehoord dat Joden arm zijn, dat ze in kampen met miljoenen samenzaten en dat de Duitsers hen met gas hebben gedood. Hoe het dan komt dat er nog altijd rijke Joden zijn weet ik niet.   Misschien is mijn papa ook een Marokkaan.     Kraantjeswater   Wanneer het eens een dag regent en ik geen zin heb om stripverhalen te lezen, speel ik met de brandweerkazerne van Playmobil. Ik heb een extra ladderwagen en een rescue helicopter. Je zou eens moeten weten hoeveel keer ik denkbeeldige vuurtjes in ons -ondertussen vergeelde tapijt- heb geblust. Mama vindt dat ik voortaan kraantjeswater moet gebruiken. Dat Spa te duur is om het leven van mijn zus haar Barbie te redden. Ik was ervan overtuigd dat ik brandweerman ging worden tot ik vorige week bij mijn oma ging logeren. Daar ben ik voor het eerst beginnen nadenken.   Of politieagent niet beter bij mij past.     Meester   Op school krijgen we les van meester Deleu. Hij is wel vaak ziek en wordt dan vervangen door een interim juf. Op dagen dat hij toch voor de klas staat heeft hij het vooral moeilijk met het uit elkaar houden van David en David. Niet dat ze qua uiterlijk op elkaar lijken, maar omdat meester Deleu graag pintjes drinkt en af en toe ook een glaasje whisky of wodka.   David komt uit ex-Joegoslavië en wil als David (met duidelijke ‘A’) aangesproken worden. De andere David is de populairste jongen van onze klas en wil om dat te blijven niet met David vergeleken worden. Hij heeft liever dat we Devid tegen hem zeggen. (op z’n Amerikaans). David en Devid komen uit een marginaal gezin waar ook veel whisky’s en wodka’s gedronken worden.   Het is nooit mijn bedoeling geweest om mijn vriendschapsboekje door die twee te laten invullen. Maar op de een of andere manier is het hen toch gelukt. En spijtig genoeg staan er nu dingen in zoals:   Tiptaptop de datum staat op z’n kop Mijn fijnste schoolvak: Niks Mijn hobby’s: Op straat lopen Ik hou helemaal niet van: Joden en Marokkanen Wat ik later worden wil: Brandweerman of gigolo Mijn idool: Samantha Fox De beste (pop)groep: Beethoven, Europe Mijn beste boek: Vlasko en zijn hond Tophit: Putain putain van TC Matic Het beste tv-programma: Cocoricocoboy Mijn mooiste film: Rocky I II III IV, Flodder Het lekkerste eten: Frieten Ik hou helemaal niet van: meester Deleu en Sabien Het meest houd ik van: De interim juf met de dikke borsten           Broers: 1 Zusjes: /   Ik weet nog perfect hoe het koekje en het appelsapje uit mijn schooltas die dag smaakten. Zoals die keer dat mijn favoriete winkel gesloten was en mama besloot om naar de Aldi te gaan. Slecht. En toch slikte ik de brij door, en besliste om David en Devid tussen de andere klasgenootjes te laten staan.     24 uur   Als mijn papa zijn vierentwintig uren shift erop zit kruipt hij in bed. Dan slaapt hij en moeten mijn zus en ik stil zijn. Ik speel op die momenten vaak in de tuin. Met de tuinslang spuit ik de planten extra lang nat. Zo lang tot mijn zus Wendy roept dat haar Pluisje niet van water houdt. Pluisje is het konijn dat ze van de Sint heeft gekregen omdat ze zo’n goed rapport had. Pluisje zit eenzaam in een kot in de garage. Het doosje lucifers dat ik daar vorige maand vond ligt nu in de badkamer, in het medicijnkastje. Onder de keelpastilles en naast de hoestsiroop. De rododendron nog eens in brand steken mag niet meer van mama. Ik moet mijn fantasie gebruiken. Denkbeeldig vuur kan ook geblust worden. Liefst met droog water op het nieuwe Ikea tapijt.   Soms vraagt mama of ik zin heb in een spelletje. Mens-erger-je-niet vind ik plezant zolang ze mij laat winnen. Wanneer ik meer dan één pionnetje achtersta zeg ik dat ik kaka moet doen en ga op mijn kamer een stripverhaal lezen. Mijn favoriet blijft Agent 212. Iedere week breng ik er een paar van de bib mee. Ik zoek dan naar straffe verhalen. Tot nu toe is dat niet gelukt. Papa’s verhalen uit Brussel zijn veel spectaculairder.   Misschien moet mijn papa eens een stripverhaal maken.     Sabien   Devid heeft gezegd dat hij mij gaat tonen wat een gigolo doet. Devid is mijn beste vriend. Hij stelde Sabien voor. Omdat zij de enige is bij wie al iets te merken is van beginnende borstjes. Bovendien doet het gerucht de ronde dat ze afgelopen weekend haar eerste bh'tje zou hebben gekregen. Omdat Devid de populairste jongens van de klas is, wijk ik niet van zijn zijde. Dat komt mij misschien nog eens van pas. Ooit.   Het is hem gelukt onze klas te overtuigen. Tijdens de speeltijd, om tien uur, zullen ook nog eens alle jongens van 5B komen helpen. We hebben alle details besproken. De schoolmuur zal gedeeltelijk nieuwsgierige blikken afschermen. Voor de rest zorgen de andere leerlingen. Met hun ruggen naar de bakstenen muur en hun gezichten naar de speelplaats gericht. Het wordt een kringetje van jongens en van meisjes. Een halve cirkel eigenlijk. Sabien, Devid en ikzelf zullen in het midden staan. Voor de niet deelnemende leerlingen en vooral voor de leerkrachten die toezicht houden zal het lijken alsof we, zakdoek leggen niemand zeggen, aan het spelen zijn. Dat is toch het plan.   Om tien uur gaat de bel. Het is zover. Devid en ik stormen als gekken naar buiten. Sabien komt even later, alsof er niets aan de hand is, de speelplaats op gewandeld. Haar halflange blonde haren heeft ze in een staartje samengebonden. Devid deelt bevelen uit. Plaatst jongens en meisjes zo dicht mogelijk tegen elkaar. Jullie mogen in geen geval kijken, gezichten in die richting. Hij wijst naar de basketbalring op het einde van de speelplaats.   Ik sta in het midden van de door leerlingen gevormde halve kring samen met de populairste jongen en het mooiste meisje van onze klas. Is dit wel verstandig om hier en nu te doen, waren de toiletten niet veiliger geweest? Stel dat een van de leerkrachten komt kijken wat er hier gebeurt. Zoveel kinderen die stilstaan, met hun ruggen naar elkaar, is verdacht.   Devid vraagt of we borstjes te zien krijgen. Sabien schudt nee. De beschermende kring rond ons vertoont gaten. Borstjes heeft als een rode lap op een stier gewerkt. Enkele jongens hebben zich omgedraaid in de hoop een glimp van Sabien te kunnen opvangen.   Omdraaien, brult Devid hen toe. Vervolgens haalt hij zijn piemel tevoorschijn. Hij houdt het verrimpelde stukje huid wachtend in zijn hand, kijkt naar Sabien. Komaan, nu jij. Sabien doet het iets minder haastig, maar ze doet het. Met beide handen trekt ze haar broekje en onderbroekje naar beneden. Devid duwt zijn piemel tegen haar spleetje. Een… twee… drie seconden. Propt hem daarna weer in zijn broek. Jouw beurt, zegt hij. Mijn nieuwsgierigheid is sterker dan mijn angst. Het kan mij niet schelen wie of wat ons nu kan zien. Ik wil zoals Devid zijn: een gigolo.   Ik ben elf. Ik rits mijn broek open. Ik zeg niets. Sabien zegt niets. We zwijgen samen.   Ik tel de gaten in de muur niet meer. Mijn hand met daarin mijn penis zit op gelijke hoogte van een kleine witte navel. Ik mik nog enkele centimeters lager en kijk in de ogen van Sabien. Trrrrrrrrrriiiiiiiiiiiiiii…. De bel galmt over de speelplaats. Iedereen rept zich naar de geschilderde cijfers en letters op de grond waar iedereen netjes per twee op komt staan. Devid staat naast mij. Volgens mij weet hij het. Sabien ook. Ik ben geen gigolo. Ik word geen politieman. Ik zal nooit brandweerman zijn.   Toen ik de vakantie daarop weer bij oma bleef slapen en ik in de slaapkamer haar grijze schaamhaar kon zien was ik vastberaden om zoals de rijke Jood, die zijn school bewaakt, te worden.   Bij die gedachte verscheen er een glimlach op mijn gezicht.

Sascha Beernaert
3 0