Lezen

WE ZIJN WEG VAN JOU

Moesten jullie ook zo glimlachen toen in de krant stond dat de doventolkers ineens het gebaar voor het woordje ‘Jood’ moesten aanpassen? Tot hiertoe beelden die dovenvertalers dit woordje uit door met hun wijsvinger tegen hun  neus in een haakhoek te plooien. Dit blijkt een negatieve bijbetekenis en mag dus niet meer. Dit is plots na eeuwen gebarentaal racistisch.  De Joodse gemeenschap stelt zelf een tekentje van een baard voor. Maar met welk gebarenteken gaat men dan een hipster aanduiden ? Ik heb eventjes mee mijn hersenen gepijnigd om een nieuw gebaar te vinden. Wat dachten jullie van een rechtse dikke duim vooruit, waarbij je dan met de linker wijsvinger een snijgebaar over het topje maakt. De vraag is natuurlijk of de dove dan nog onderscheid weet te maken tussen het woordje ‘jood’ of ‘moslim’? Eindelijk hebben Greta, Anuna en ik een nacht kunnen doorslapen, zonder donkere gedachten of doemdromen. De alarmerende studie van de nog sneller opwarmende oceanen werd geschrapt. Oeps de klimaatwetenschappers maakten een foutje.  Gênant niet? Op welke manier vertellen deze onderzoekers dan aan die angstige milieutypetjes, aan die Pipi Langkous en aan die schoolspijbelaars, na zo’n onrustwekkende flater dat ze een onjuist statistiekje getekend hadden? Het oceaanwater zal niet sneller aan onze lippen staan, maar ondertussen donderen er stukken van gletsjers naar beneden en zal de Mont Blanc binnen geruime tijd wel de Mont Noir genoemd worden. En terwijl er overal klimaatdoemdenkers in allerlei panels ons een schuldgevoel proberen aan te kwekken, vinden zij het blijkbaar nog steeds oké dat er overal ter wereld Grand Prix koersen gehouden worden, er bolides met veel CO2 uitstoot door Afrikaanse en Zuid Amerikaanse natuurgebieden racen en dat iedere nitwit met geld de aarde rondvliegt met zijn privéjet. Maar de klimaatverandering hoeft niet voor iedereen zo’n negatief gegeven te zijn. Voor de Vlaamse Wegen en Verkeer blijkt de klimaatopwarming een regelrechte meevaller. Het zou volgens de nieuwe wetenschappelijke statistieken in ieder geval in Vlaanderen niet meer sneeuwen, ijzelen en vriezen! Kerstbomen zullen langzaamaan vervangen kunnen worden door palmbomen.  Van de door droogte verdwijnende Franse wijnstokken, zullen binnen enkele jaren op onze heuveltjes de eerste wijnen geoogst kunnen worden. Dit wil zeggen dat onze dienst Wegen en Verkeer geen strooizout meer moet inslaan en dat ze daar op het einde van het jaar een flinke geldreserve aan overhouden. In het strooimagazijn vind je geen korrel zout meer, hoogstens een snuifje om je tomaten mee op te pimpen. Dat ze daar bij de Vlaamse wegen en verkeer een financiële mazzel hadden gehad, konden wij zelf zien toen we na onze Zuid Franse vakantie terug over de Vlaamse snelwegen naar huis reden. We waren het bord ‘Vlaanderen’ nog niet gepasseerd of er stonden ineens overal van die megagrote affiches langs de weg. Er stond een foto op van twee helmdragende genderneutrale wegenwerkers en die hielden elk aan een kant een hart vast en daarin stond: “WIJ ZIJN WEG VAN JOU”. De rest van de tekst was zo klein, dat als je aan 100 km per uur voorbij zoefde nauwelijks begreep waarom die man en die vrouw, zo weg waren van ons. Wie in godsnaam strooide er zo kwistig met ons belastinggeld in het rond? Wie bedacht zo’n onleesbaar concept? Waar gaat dit over? Over wegenwerkers, wegenwerken of over slechtleerse snelheidsduivels? Bedenkt het hoofd van dat agentschap plots dat ze dringend met hun strooizoutbankoverschot iets moeten realiseren voordat de nieuwe subsidies binnenkomen? Wil hij kost wat kost zijn dommelambtenaren aan het werk houden? Komt daar een bainstormvergadering aan te pas? Zitten daar creatieve medewerkers die zelfstandig zulke affiches verzinnen of wordt zo’n opdracht aan een externe dienst uitbesteed? Moeten de resultaten verder onder een lunchke of drie besproken worden of vergadert men liever, nu het saldo het toelaat, met luxe dinertjes met de nodige glaasjes dure wijn? Wordt er tijdens het dessert en de café gourment slinks afgetast of er ergens een donkergrijs bonusje onder tafel geschoven kan worden? En als die affiches er dan uiteindelijk hangen, vraagt dat agentschapsambtenaartje  zich dan soms ook wel eens af of de tekst wel degelijk al rijdend leesbaar is en of de bewustmaking wel bij de voorbij bollende automobilist binnen zal komen. Moeten de chauffeurs niet op de rem gaan staan, met een mogelijke kettingbotsing tot gevolg, om uiteindelijk de onleesbare puzzel op te lossen. Wegenenverkeer.be maar de rest van de letters is nog steeds één grote mistige blubber. Blijkbaar wordt dit nooit door de desbetreffende artistieke creatievelingen uitgetest. Affiche af, geld opgesoupeerd en op naar de volgende absurde belastinggeldverspilling! Sim,  Edegem 29 september 2019

Sim
5 0

WE ZIJN WEG VAN JOU

Moesten jullie ook zo glimlachen toen in de krant stond dat de doventolkers ineens het gebaar voor het woordje ‘Jood’ moesten aanpassen? Tot hiertoe beelden die dovenvertalers dit woordje uit door met hun wijsvinger tegen hun  neus in een haakhoek te plooien. Dit blijkt een negatieve bijbetekenis en mag dus niet meer. Dit is plots na eeuwen gebarentaal racistisch.  De Joodse gemeenschap stelt zelf een tekentje van een baard voor. Maar met welk gebarenteken gaat men dan een hipster aanduiden ? Ik heb eventjes mee mijn hersenen gepijnigd om een nieuw gebaar te vinden. Wat dachten jullie van een rechtse dikke duim vooruit, waarbij je dan met de linker wijsvinger een snijgebaar over het topje maakt. De vraag is natuurlijk of de dove dan nog onderscheid weet te maken tussen het woordje ‘jood’ of ‘moslim’? Eindelijk hebben Greta, Anuna en ik een nacht kunnen doorslapen, zonder donkere gedachten of doemdromen. De alarmerende studie van de nog sneller opwarmende oceanen werd geschrapt. Oeps de klimaatwetenschappers maakten een foutje.  Gênant niet? Op welke manier vertellen deze onderzoekers dan aan die angstige milieutypetjes, aan die Pipi Langkous en aan die schoolspijbelaars, na zo’n onrustwekkende flater dat ze een onjuist statistiekje getekend hadden? Het oceaanwater zal niet sneller aan onze lippen staan, maar ondertussen donderen er stukken van gletsjers naar beneden en zal de Mont Blanc binnen geruime tijd wel de Mont Noir genoemd worden. En terwijl er overal klimaatdoemdenkers in allerlei panels ons een schuldgevoel proberen aan te kwekken, vinden zij het blijkbaar nog steeds oké dat er overal ter wereld Grand Prix koersen gehouden worden, er bolides met veel CO2 uitstoot door Afrikaanse en Zuid Amerikaanse natuurgebieden racen en dat iedere nitwit met geld de aarde rondvliegt met zijn privéjet. Maar de klimaatverandering hoeft niet voor iedereen zo’n negatief gegeven te zijn. Voor de Vlaamse Wegen en Verkeer blijkt de klimaatopwarming een regelrechte meevaller. Het zou volgens de nieuwe wetenschappelijke statistieken in ieder geval in Vlaanderen niet meer sneeuwen, ijzelen en vriezen! Kerstbomen zullen langzaamaan vervangen kunnen worden door palmbomen.  Van de door droogte verdwijnende Franse wijnstokken, zullen binnen enkele jaren op onze heuveltjes de eerste wijnen geoogst kunnen worden. Dit wil zeggen dat onze dienst Wegen en Verkeer geen strooizout meer moet inslaan en dat ze daar op het einde van het jaar een flinke geldreserve aan overhouden. In het strooimagazijn vind je geen korrel zout meer, hoogstens een snuifje om je tomaten mee op te pimpen. Dat ze daar bij de Vlaamse wegen en verkeer een financiële mazzel hadden gehad, konden wij zelf zien toen we na onze Zuid Franse vakantie terug over de Vlaamse snelwegen naar huis reden. We waren het bord ‘Vlaanderen’ nog niet gepasseerd of er stonden ineens overal van die megagrote affiches langs de weg. Er stond een foto op van twee helmdragende genderneutrale wegenwerkers en die hielden elk aan een kant een hart vast en daarin stond: “WIJ ZIJN WEG VAN JOU”. De rest van de tekst was zo klein, dat als je aan 100 km per uur voorbij zoefde nauwelijks begreep waarom die man en die vrouw, zo weg waren van ons. Wie in godsnaam strooide er zo kwistig met ons belastinggeld in het rond? Wie bedacht zo’n onleesbaar concept? Waar gaat dit over? Over wegenwerkers, wegenwerken of over slechtleerse snelheidsduivels? Bedenkt het hoofd van dat agentschap plots dat ze dringend met hun strooizoutbankoverschot iets moeten realiseren voordat de nieuwe subsidies binnenkomen? Wil hij kost wat kost zijn dommelambtenaren aan het werk houden? Komt daar een bainstormvergadering aan te pas? Zitten daar creatieve medewerkers die zelfstandig zulke affiches verzinnen of wordt zo’n opdracht aan een externe dienst uitbesteed? Moeten de resultaten verder onder een lunchke of drie besproken worden of vergadert men liever, nu het saldo het toelaat, met luxe dinertjes met de nodige glaasjes dure wijn? Wordt er tijdens het dessert en de café gourment slinks afgetast of er ergens een donkergrijs bonusje onder tafel geschoven kan worden? En als die affiches er dan uiteindelijk hangen, vraagt dat agentschapsambtenaartje  zich dan soms ook wel eens af of de tekst wel degelijk al rijdend leesbaar is en of de bewustmaking wel bij de voorbij bollende automobilist binnen zal komen. Moeten de chauffeurs niet op de rem gaan staan, met een mogelijke kettingbotsing tot gevolg, om uiteindelijk de onleesbare puzzel op te lossen. Wegenenverkeer.be maar de rest van de letters is nog steeds één grote mistige blubber. Blijkbaar wordt dit nooit door de desbetreffende artistieke creatievelingen uitgetest. Affiche af, geld opgesoupeerd en op naar de volgende absurde belastinggeldverspilling! Sim,  Edegem 29 september 2019

Sim
30 0

Hetty's Trofee.

"Marco...niet doen..." Schreeuwde Hetty. Bijna beet ze in haar tong terwijl zijn lid in haar binnendrong. Verdedigen was zinloos maar ze deed het wel, tevergeefs, terwijl rake klappen op haar inbeukten maar haar niet echt konden raken. De woorden die hij haar toeschreeuwde gingen aan haar voorbij. "Vuile hoer, je bent nog harder om te nemen dan je broertje en je kutmoeder..."   Lachend, terwijl Hetty de pijn trotseerde, trok hij haar bij de haren richtng het bed aan de andere kant van de grauwe halfdonkere kamer met vergeeld papier geplakt in jaren zeventig stijl. Geboeid op het bed kroop hij hijgend op haar gebroken lichaam en beukte met een dierlijke drift op haar in. Hij pompte hijgend op haar in terwijl haar vagina bloedde. Haar ziel bloedde van de pijn.   Een passant begon op haar te schelden toen bijna over haar was gestruikeld. Hij verweet de gedaante onder de lappen deken toe en maande haar aan om werk te zoeken en iets over een leven opbouwen of, zo.   Terwijl ze halfslapend uit haar droom werd getrapt trachtte ze de woorden tot haar te laten komen. Ze rochelde en spuugde het slijm in de richting van de man die zich snel uit de voeten maakte.    De koude winter had haar smalle frele lippen met kloven bezet. De aders op haar ingevallen gelaat meanderden als uitgedroogde beddingen.  Ze braakte. Net als welleer. De tel der jaren waren lang verlvlogen samen met haar perzikhuid en haar mooie gekamde haren.  Enkel de pijn was gebleven. Zelfs de spuit had ze niet kunnen verzachten.   Bevend van de koorts en de roep van de naald probeerde ze de plastiek wegwerpspuit op te rapen. Ze prikte de naald in de venen waar nog plaats was overgebleven en stond op. Ze wankelde.   Terwijl haar zwakke hart het begaf zeeg ze neer. Als in vertraagde film zag ze, terwijl haar laatste zuchtje leven in de vrieskou vernevelde, het beeld van haar Sater. Verrast door de uithaal van het mes. Zijn stijve lid als trofee voor een onmenselijke toekomst in de goten van de stad in haar hand. Terwijl het bloed uit de wonde spoot en het leven langzaam uit hem wegvloeide. Voor het laatst toverde zich toen een lach rond haar volle rode lippen.   Zacht liet ze zich wegglijden.   Een leven op dun ijs gebroken.         "

Thomas Haghenbeek
0 0
Tip

Twee kijkers

Ze zijn geoefend in het kijken. Ze staan stil en kijken naar wat er gebeurt. Toch zie je deze kijkers niet meer zo vaak als vroeger. Meestal zijn het mannen. Ze zitten op de vensterbank van het huis en ze kijken naar wie voorbijkomt. Te voet, op de fiets of in de auto. Afhankelijk van de snelheid van het vervoermiddel zijn de passanten herkenbaar. Af en toe steken ze hun hand op naar voorbijgangers. Bij passerende auto's is het alsof ze een tennismatch gadeslaan. Dan gaat hun hoofd van links naar rechts. Of andersom. Al zittend op hun vensterbank lijken ze te revolteren tegen de jachtige mens die hen voorbijraast.Ik zie eind september twee kijkers aan de rand van het maïsveld op hun fiets zitten. Ik stop even verder. Als kijker naar de kijkers. Ik denk niet dat ze elkaar kennen. Ze zitten op ongeveer honderd meter van elkaar. Heel behendig balanceren ze op de bagagedrager van hun fiets, die licht overhelt. Het is wellicht een trucje van de ervaren kijker. Op die manier gaat hun tweewieler niet tegen de vlakte. Fiets en kijker houden elkaar in evenwicht. Ook daar moet je geoefend in zijn. Mocht ik het proberen, ik ging meteen tegen de aarde. Wat ook kijkers zou opleveren. Daarom heb ik mijn fiets veiligheidshalve op de staander geparkeerd.De twee mannen aanschouwen de maïsoogst. Ik geef ze geen ongelijk. Het is een mooi spektakel. De oogst vliegt van de maaidorser in de oplegger, die er met de tractor naast rijdt. De twee voertuigen houden gelijke tred. De oogst wordt op het einde van de zomer met een lichte boog in de laadbak gekatapulteerd. Alsof het een seizoen is dat verdwijnt. De afgelopen zomer die meteen fijngemalen wordt.  

Rudi Lavreysen
59 2

Koffie

KOFFIE   1.   “De koffie is op.” “Laat in de keuken nog een kan vullen.” “Er is geen koffie meer in de keuken. We moeten naar de winkel voor koffie.” “Ik kan hier niet weg schatje, ik kan hier niet weg.” “Dan ga ik.” “Nee, je blijft bij mij. Ik kan niet weg.”   Het is 1992. Ik ben zes. Ik schuil onder een tafel in een parochiezaal, tussen oude benen in panty’s van 100 den, de geur van gepoetste schoenen, het licht van de late zomerzon gebroken door het witte tafellaken. Tussen gefluister, vingergeroffel en af en toe schuldig gelach. Aan het raam helemaal achterin ruziën mijn ouders. De handen van mijn papa trillen, mijn mama frunnikt aan haar linkeroor. Ik zie hoe de paniek in hun lijf zich manifesteert, zich een weg naar buiten baant. Papa krabt zijn voorhoofd. Mama speelt met haar trouwring. Ze kijkt verbeten naar het buffet. De koffie is op.   Ik mag nog geen koffie, ik maak me geen zorgen. Al is mama strakker dan ooit, alsof ze hoekig werd en alle soepelheid uit haar lijf verdween. Dat is al zo sinds de geboorte. Wij zijn lieve kinderen. Ze ziet het niet.   Een week geleden keerden we terug uit vakantie in het Oosten van Denemarken, een ononderbroken rit van negen uur. Niemand gaf over. Linneke sliep door. Mama gaf de borst op de achterbank. Ik kreeg bij elke stop een nieuw stripboek. Suske en Wiske. Ik wilde Kiekeboe maar ik zeurde niet. Thuis aten we McDonald’s uit de drive-in, liep ik met mama door de tuin, gaven we de planten water, lieten de kippen los en proefden de eerste gevallen okkernoten. Dan bracht ik met papa de flessen wijn naar peter Pierre en tante Rika.   Tante Rika opende de deur. Ze keek niet naar mij. Ze keek naar papa. Ik zag nooit eerder een volwassene huilen. Een minuut later begon ook papa te huilen. Dan belden ze mama en toen die er was, begon ook die te huilen. En dan ook Linneke en dan ik. Maar ik huilde omdat ik met de racebaan wilde spelen en ik er niets van begreep. Peter Pierre was er niet, die haalde altijd de racebaan uit de kast. Op mijn eentje kon ik er niet aan. Tenzij, misschien, ik op een stoel ging staan.   Nog steeds verscholen onder de tafel, zie ik tante Rika zitten. Maar het is tante Rika niet. Ze is dunner en ze kijkt niet als een mens. Zelfs niet als een hond. Ze huilt zonder tranen. Haar schaduw heeft het origineel ergens achtergelaten. Ik ga plat op de grond liggen. Het begint er een beetje te stinken maar dat vind ik niet vies. Het wordt pas vies als het nergens naar ruikt. Zoals peter Pierre vanochtend in de kerk. Hij sliep niet. Want slaap stinkt.     2.   “We nemen een halfuurtje pauze. Versnaperingen zijn nog steeds te krijgen bij onze vlijtige helpers. Gewoon het vlaggetje in de lucht steken en de bitterballen zijn onderweg. En dan een dienstmededeling van de bar: het bier en de koffie zijn op. Ik herhaal: er is geen koffie meer, en geen pintjes. Wel nog thee en Duvel.”   De akoestiek in de refter is ellendig. Het is 2014. Ik ben 28 en zit op het toilet.   Halverwege de quiz staat mijn ploeg nog in de tweede kolom. Ik had hier een hele week naar uitgekeken. Naar iets dat ik onder controle heb. Naar ergens waar ik indruk kan maken. Iets waar ik de beste in ben. Maar niemand in Suske en Kwiske heeft me al vol bewondering aangekeken. Ik heb te snel gedronken. Ik heb koffie nodig.   Mijn hoofdpijn blijft zich uitbreiden. Vanochtend was het een licht tikken tussen mijn wenkbrauwen. ’s Middags, met de zon op zijn hoogst, voelde ik het tot in mijn haren. Ondertussen is er geen grens meer tussen mijn lichaam en de atmosfeer. Maar als alles ziek is, en jij voelt je anders, dan ben je gezond. Denk ik. Het is al te laat om een pijnstiller te nemen. Het is niet mijn bloed dat moet verdunnen, het is de lucht.   Op dit te lage toilet zonder privacy, met een deur die boven- en onderaan open is, herinner ik me iets uit één van mijn eerste gesprekken met mijn therapeut. Dat het niemand wat kan schelen dat mijn schoenen niet van veganistisch bioleer zijn, of mijn maandverband herbruikbaar. Dat niemand me uitlacht als ik Soedan niet op een kaart kan aanduiden. Gisteren probeerde ik bij hem te huilen. Maar ik gebruik geen papieren zakdoeken meer en mijn linnen exemplaar zat in de tas onder mijn stoel. Dus huilde ik niet. Begon ik over iets anders, een collega, het weer, de quiz waar ik zin in had. Ik zou moeten stoppen met therapie. Maar de schaamte om het uit te maken is nog groter dan die op het einde van elk gesprek, wanneer ik het geld overhandig en me vuil voel. Als ik buiten stap, doe ik dat snel, stiekem, met mijn blik ten gronde gericht. Ik vergeet waarom ik ooit begon.   Ik adem te veel lucht in, boer, trek mijn broek op. Terug aan de tafel zegt Linneke: “Ik dacht dat jij zo’n goeie quizzer was?”. Ik heb het koud en ik zweet. De koffie is op. Dan maar een Duvel.   3.   Het is vandaag. Ik ben ouder. Het stormt buiten, net als gisteren en morgen en ik heb de hele dag geslapen. Niet omdat ik moe ben, maar omdat ik moet schrijven. En wanneer ik moet schrijven, doe ik niets. Ik houd al twee weken de rolluiken gesloten om de warmte binnen te houden.   De koffie is op en de winkels zijn dicht en morgen moet mijn stuk binnen. Ik heb nog veertien uur. Mijn lief is in Seattle om een deal te sluiten, of misschien is hij al gesloten. Hij heeft me al twee dagen niet meer gebeld.   Ik neem de auto, dan hoef ik me niet aan te kleden. Ik word stilaan één van die dorpelingen die de auto neemt voor een boodschap aan het einde van de straat. Het waait echt wel te hard om te fietsen. Het is drie minuten rijden tot aan het tankstation. Er is altijd parkeerplaats.   Misschien had ik toch wat dagcrème moeten smeren. Het licht in de winkel is niet vergevingsgezind. Ik sta voor het rek met koeken, cake, koffie en vochtige doekjes. Er is geen fairtrade koffie. Alleen witte producten en Nescafé. Ik zoek op mijn telefoon naar de oorsprong van het koffiemerk van Carrefour. Een tl-buis flikkert. Ik zie mijn weerspiegeling in de koelkast met frisdrank, mijn witte Nikes opvallend fel. Krampen schieten door mijn maag. Ik probeer me te herinneren waarom ik die schoenen kocht.   Het lijkbleke gezicht in de koelkast kijkt me spottend aan. Mijn handen trillen. Het lijken mijn vaders handen wel. Ik draai me om en zie peter Pierre staan. Hij zegt: “Kan ik u helpen?” en verdwijnt. De enige andere persoon in de winkel is de vrouw met blauw haar achter de kassa. Ik koop niets en bel in de auto naar mijn moeder. Het is na tienen. Er neemt niemand op.   Ik start de wagen, ontsteek de lichten en zie een plastic zak over de parking waaien. Hij vliegt op en neer, van links naar rechts, en dan, plotseling, opnieuw naar de plek waar hij vertrok. Met wat dezelfde bewegingen lijken als eerder, waait hij terug op en neer, van links naar rechts. Tot hij vlak voor de vuilniscontainer opnieuw met een ruk naar links vliegt. Ik blijf een kwartier naar de plastic zak kijken.  Volg de keer op keer herhaalde bewegingen met mijn vinger tot ik het zie. De zak spelt een woord. De zak spelt ziek.   Misschien heeft het tankstation verderop wel fairtrade koffie. Onderweg belt mijn moeder terug. Ik hoor het niet, mijn telefoon staat op vliegtuigstand.

Fien Meynendonckx
31 1

Morgen

Beste persoon x,   Hier spreekt persoon y. Ik ben 20 jaar zit in mijn 2de jaar dierenarts.  Ik vraag me af of ik morgen er nog zal zijn? Ik zal misschien sterven door een hartaanval of door iets anders. Ik weet niet of ik wel zal hebben genoten van mijn laatste dag. Zal het een weekdag zijn of een andere gewoon weekend zijn?. Ik zal nooit weten wanneer ik sterf maar mijn levensverwachting is achtenveertig. Ik zal mijn kind misschien zijn op groeien maar niet mijn kleinkind maar dat is het probleem van vandaag niet.Ik heb pijn en pijn en nog eens pijn soms hoop ik om er niet te zijn. Om de pijn voor die paar seconden kwijt te zijn.Dan wordt je wakker en dan voel je zo een helse pijn dat je er niet meer wil zijn.  Daarom hoop ik dat ik zal kunnen afstuderen van de unief om mijn leven te kunnen leiden en mijn liefde en geluk te vinden in de zoektocht naar geen pijn zonder medicijnen of zelfmedicatie. Ik hoop op een leven na vandaag om deze mooie dag terug te kunnen delen met mijn hondje, gezin en toekomstige liefde. Want na vandaag wil ik leven, ik wil dit elke dag kunnen zeggen en ervoor zorgen dat ik mijn dromen kan waarmaken. Andere mensen kan helpen en hun dag beter maken. Ik zal nooit weten wanneer ik sterf maar mijn levensverwachting is achtenveertig. Ik zal mijn kind misschien zijn op groeien maar niet mijn kleinkind maar dat is het probleem van vandaag niet.Ik heb pijn en pijn en nog eens pijn soms hoop ik om er niet te zijn. Om de pijn voor die paar seconden kwijt te zijn.Dan wordt je wakker en dan voel je zo een helse pijn dat je er niet meer wil zijn.  Daarom hoop ik dat ik zal kunnen afstuderen van de unief om mijn leven te kunnen leiden en mijn liefde en geluk te vinden in de zoektocht naar geen pijn zonder medicijnen of zelfmedicatie. Ik hoop op een leven na vandaag om deze mooie dag terug te kunnen delen met mijn hondje, gezin en toekomstige liefde. Want na vandaag wil ik leven, ik wil dit elke dag kunnen zeggen en ervoor zorgen dat ik mijn dromen kan waarmaken. Andere mensen kan helpen en hun dag beter maken.

M323
0 0

Station Brussel Zuid

In deze trein van gebrekkig Frans met woorden fonkelend Spaans en snoeihard Nederlands wil ik blijven en glijden naar de verre horizon.   De pijn en zorgen achter mij verkleinen tot stip en stipjes in een  oase uit een droog verleden. Ik fantaseer; mijn gedachten zijn nu vrij. Hier alleen vreemden die mij liever zijn dan mijn eigen vader.  Met deze mensen, een mix van alle echtheden bij elkaar, wil ik verder trekken op het spoor dat ik vaak op een andere wijze bekeek.   Daar waar de rail in de diepte van een meter en een half mij vaak aanzuigt en trekt, voelen de stalen vluchtwegen onder mijn ongemakkelijke zitting als een uitvlucht naar een nieuw begin.   Kan een vrouw in de tweede helft van haar leven, haar kinderen gebaard, haar schepsels naar beste vermogen grootgebracht, losbreken van de realiteit?   Mijn reis zal stoppen in Brussel Midi, drie zalige lange uren strekken zich tevreden om me heen en ik reis. Het gevaarte zal aan mij trekken wanneer ik stop aan de Zuid. Mijn lief zal mij hier straks treffen, maar ik lonk naar een koffie in een papieren beker in mijn trein.   Hoeveel teksten zou ik schrijven al reizend naar heel ver weg. Ik bundel de berichten twinkelend op mijn telefoon tot ze dood is en onontvankelijk verklaard. Het geld thuis raakt op, mijn hond sterft van verdriet, mijn dochter redt het wel maar zal voor haar leven getekend zijn door haar afvallige moeder die koos voor haarzelf. Mijn lief trekt na een week terug naar zijn laatste vrouw en haakt in waar hij was gebleven om in ieder geval te kunnen leven. Mijn moeder dementeert en zal zich mij herinneren als de het jonge lieve kind. Mijn vader heeft zijn andere gezin en merkt niet dat ik verdwijn.   Ik zou losgaan helemaal. Compleet los van alles wat ik moet en maak een afspraak met de verleiding van het leven zonder dwang.   Het verschil met 30 jaar geleden toen ik in plaats van rails de wolken onder mij zag wegtrekken is de opgebouwde muur van verantwoordelijkheid die ik, of ik wil of niet, met hand en tand verdedig. Nog voordat mijn scherm van mijn smartphone zwart wordt zullen mijn genen mij terugroepen. Met slome modder aan mijn schoenen trek ik ze los van de grond, werp een blik achterom naar de groene weiden waar mijn fantasie vogels fluiten van geluk. Ik zal mijn jas dichtknopen en de kraag hoog opzetten. Gewapend voor de volgende reis zet ik mij in tegengestelde richting en zie de rugzakken op hun jonge schouders voorbij zweven.   Ik laat een streep na van verlangen lichtend in de mist. Mijn grond is waar ik zijn moet. Het leven onder dwang maar gevormd door mijn keuzes en de hoop op nog 50 jaar.   Ik slik mijn tranen in. Ze branden in mijn keel. De geruststelling dat ik niemand teleurstel verzilt de pijn.

Susanna
6 0