Lezen

De veiligheidscontrole

U kent ze wel. De vrienden die tijdens een zomerse barbecue met hun verhalen en anekdotes de avond nog smakelijker maken. Ze zijn zoals de barbecuesaus die voor wat pittigheid zorgt. Ergens hebben ze het talent van een echte acteur. Ze spelen een rol, maar toch blijven ze zichzelf. Het is de gave van geloofwaardigheid. Tijdens een verblijf aan het stukje kust in Frankrijk, waar 75 jaar geleden de bevrijding van Europa werd ingezet door de geallieerden, kwam ik een dergelijke acteur tegen. De Nederlandse man van middelbare leeftijd stond voor me in de rij bij een Normandisch oorlogsmuseum, waar we een veiligheidscontrole kregen die zo scherp was als op de luchthaven. Portefeuille, horloge en telefoon moesten in een bakje dat achter de scanner mocht passeren. Vervolgens ging de veiligheidsman met een scantoestel zorgvuldig aan de slag. De handscanner had veel weg van een stofborstel, maar dan eentje die piepende geluiden maakt. Hij begon bovenaan ter hoogte van de schouder, waarna er meteen een luide 'bliep' weerklonk. "Hebt u daar metaal zitten?" vroeg de veiligheidsbeambte vriendelijk. "Ja, daar zit inderdaad wat metaal na een operatie", lachte de Nederlander. Aan zijn andere schouder klonk dezelfde bliep. "Ook daar ben ik geopereerd." Bij het scannen van zowel zijn linker- als rechterknie ging het toestel opnieuw af. "Ja, ook daar zitten stukjes metaal." De brave man was een attractie voor de rij wachtenden. Hij piepte zoals een videogame uit de jaren 80. Hij onderging het geduldig. Zijn vrouw die even verder stond te wachten, had een rode kleur gekregen die duidelijk niet van de zon was. Toen er ter hoogte van zijn onderbuik opnieuw een piepend geluid weerklonk, keek de veiligheidsman bezorgd. "Daar heb je toch geen metaal zitten?" "Nee," lachte de man, "dat is gelukkig mijn riem maar." Toen hij eindelijk binnen was, zei hij iets tegen zijn vrouw dat ik niet kon verstaan, omdat ik zelf onder de CT-scan moest. Wellicht was het zoiets als: "Dit verhaal wordt straks een knaller op de camping."  

Rudi Lavreysen
0 0

De regenboogpin is geen ideologie.

De hoffelijkheidscampagne van de stad Antwerpen waarbij medewerkers van de stad die in contact met burgers komen de regenboogpin niet mogen opspelden, maakt de link met een zeker nieuw salonfähig Vlaams conservatisme duidelijk. Het is een vreemde beslissing, niet louter omdat deze beslissing indruist tegen de principes van gelijkheid en vrijheid die de overheid moet garanderen – de regenboogpin is geen religieus kledingstuk -, het is ook een beangstigende beslissing voor wat de komende jaren in Vlaanderen als beleid zou kunnen gevoerd worden. De burgemeester van Antwerpen lijkt in de greep van het Vlaams Belang te zijn en de morele blauwdruk van een Vlaams regeerakkoord lijkt nu al duidelijk te worden, ook al zal er allicht niet geregeerd worden met Vlaams Belang. Er zal heropgevoed worden  naar traditionele vooroorlogse waarden. Via de sluipwegen van regeringsonderhandelingen kan alsnog een ethisch conservatief programma dat het Vlaams Belang nastreeft de Vlaamse maatschappij binnensijpelen. De regenboogpin is een symbool dat iedere burger aanbelangt, het is een symbool van een mensenrecht en is niet door een ideologie gestuurd, zoals neutraliteit van de staat dat voorschrijft. Het gaat over de vrije beleving van de eigen seksualiteit. Het puur en gewoon mens zijn. Het is een symbool gegroeid in een context van onderdrukking, schending van mensenrechten en polarisatie. Door het verbieden ervan maakt Bart De Wever duidelijk dat er maar één seksualiteit/affiniteit de norm is, zoals het ook staat in de beginselverklaring van het Vlaams Belang : ‘De eerste en belangrijke kern van de samenleving is het traditionele gezin, waarvan de waarde maatschappelijk erkend en gewaarborgd wordt door het huwelijk tussen man en vrouw’. Een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht wordt de facto als minderwaardig beschouwd. Ik vraag me af wat de burgemeester gaat doen op 1 december, op wereld-aidsdag wanneer uw medewerkers het rode lintje willen dragen? Wordt dan ook uitgelegd dat de aidsstrijd een ideologische strijd is die het neutraliteitsprincipe van het stadsbestuur aantast? Of gaat de burgemeester nu al in het kielzog van het Vlaams Belang, Vlaanderen naar de donkere wateren van een extreem rechtse samenleving leiden en, net zoals bij het verbieden van een regenboogpin, het leed, de strijd, het herdenken van duizenden burgers die aan aids gestorven zijn negeren ? Het is komkommertijd maar het is ook in die tijd waarin de burger het meest alert moet zijn. En al zeker in tijden van vandaag.  

Erwin Abbeloos
0 0

In een tekst niet ver van hier.

In een tekst niet ver van hier, wandelt Valerie door het bos. Het is er kil. De grond is nat. Ze is op zoek naar stilte, ze wil herbronnen. Zo heet dat tegenwoordig. Herbronnen. Detoxen. Resourcer. Ze weet niet zo goed welke richting ze uitgaat. Door de bomen ziet ze de zon niet. Waar is het noorden, waar is het oosten. Dat weet ze niet. Ze probeert gewoon te zijn. Daar, in het midden van het bos. Verdwaald en eenzaam. Ze is niet bang van wilde dieren of ongekende wezens. Het gezoem van insecten kleurt de stilte die ze zo lang zocht. Zo lang al.. en eindelijk is ze in stilte. Ze is de stilte. Ze ademt in en uit, ze zucht en er gaat een kille ril over haar lijf. Alsof een geest haar ziel uit haar lichaam trekt. Ze ademt steeds dieper en dieper. Ze voelt zich gelukkig, voldaan en rustig. Ze voelt zich puur. Ze voelt dat alle lawaai en alle herrie waarmee de stad haar elke dag opnieuw mee vult, verdoofd en verlamd is. Hier wil ze zijn, hier wil haar lichaam zijn. Haar hoofd draait lichtjes omdat ze te diep adem heeft gehaald. Ze wrijft over haar volle borsten en buik als om zich houvast te geven. Het is mooi, het is goed, het is berusting. De natte geur van de bomen en het gras, de dode bladen en het donkergroene mos bedwelmt haar geest. De stilte wordt doorbroken wanneer ze in de verte haar vriendin Sam ziet. Sam wuift naar haar, joehoet en struikelt haar richting uit. Het beeld is verstoord, er is ruis. Waarom.. waarom toch, vraagt Valerie zich af. Valerie doet alsof ze haar vriendin niet gezien heeft maar dat maakt het lawaai alleen maar heftiger. Ze wendt haar gezicht af, kijkt of er een andere richting in het bos is, een schuiloord, ergens waar ze onzichtbaar is. Waar niemand haar ziet, waar niemand haar komt halen, waar niemand om haar geeft. Niemand. Ze loopt tussen het gebladerte door, houdt zich vast aan zware taken van de bomen, ze hijgt, ze verliest af en toe het evenwicht maar snel komt ze weer in het ritme van haar vlucht. Want dat wil ze. Ze wil vluchten. Ze wil weg. Gewoon weg zijn. Ze wil met rust gelaten worden. Het getier van haar vriendin wordt minder regelmatig tot het uitsterft en er alleen de longen van het bos te horen zijn. Het bos heeft Sam tot zwijgen gebracht. Vanachter een zware boom ziet ze hoe haar vriendin ontmoedigd rechtsomkeer maakt. Valerie hoopt opnieuw op rust en verbondenheid met de bomen. Ze zet zich neer op de knieën van de dikke eik en kijkt rond. http://erwinabbeloos.over-blog.com/2019/07/valerie-en-het-bos.html

Erwin Abbeloos
23 0

De sekstape van Linde Merckpoel.

Dag Linde, Onlangs maakte je een vlog over een BDSM kamer. Ik had al gehoord dat je nu fulltime vlogt en ik dacht : wel, laten we eens kijken (want ik had nog nooit naar je vlogs gekeken). “Ik was vorige week op een feestje en daar hoor ik er voor het eerst over”, begin je je verhaal. Het is inderdaad jouw verhaal want het verhaal is tijdens je vlog (dus geen reportage) eigenlijk nooit naar je toegekomen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het allemaal niet goed begrepen heb. Maar misschien begrijp ik ook de bedoeling van een vlog niet. Hoogstaand reportage maken is het niet. Ik hou van dieptegang en eerlijk ziel vertoon. Ik zou het ook geen uitlach teevee noemen, al zou iemand als Lex Draco die onderaan in de reacties staat het zo wel zou noemen. Misschien heb je nog een wereld te ontdekken want je hebt toch al zo veel bagage… Kijk, wij verschillen een wereld, en op zich is daar niets mis mee. Zo gaat het leven. Ik, als vijftiger en vele andere rollen achter de rug, ga voor minder sensatie. Maar ik ken je niet en ik ga je zeker ook niet veroordelen. Ik respecteer je werk. Het is wat het is, het is de generatiekloof, het is vloggen. Het is hier ook de disneyficatie van de wat meer serieuzere reportage. Enfin, het is niet mijn ding. Te licht, teveel “moi-moi-moi”, te veel lawaai en te weinig inzicht. Voor mij althans. Ik had graag minder meisje, meer vrouw, minder Disney, meer rauw gezien. In jouw vlog hoorde ik tweemaal “niet normaal”, één keer een “ik vind het raar”, er wordt constant gegiecheld en ik betwijfel ook heel sterk aan de titel sexpert van je vriendin. Door het gegiechel en het lachen. Maar soit.  Ik hoor met verwondering en verbazing “kijk, die materialen”. Ik zie jullie lachen met de hondenmaskers als was het Aalst carnaval. Om maar te zwijgen over jullie eerder gênante vertoning aan het St.-Andrews kruis. “Tsjak, en, voel je je al geil?” Wat was de bedoeling? Naar het einde van je vlog, geef je enkele van je bedenkingen vrij. Je ontdekt en je deelt het met de wereld. Jouw wereld. De wereld van iemand die een generatie na mij komt. Dat moment was eigenlijk het enige moment waarin ik dacht : hmm, die Linde is toch niet zo oppervlakkig. Wat je op het einde zei, weet ik allang. Dat komt door ervaren. Het leven en het beleven. En ik vermoed dat je wel openstaat voor nog vele onthullingen. Je bent geen Nicolette Kluijver uit “Spuiten en slikken” maar wie weet. Never say never.. https://www.youtube.com/watch?v=i4-nyTNi61k http://erwinabbeloos.over-blog.com/2019/07/valerie-en-het-bos.html  

Erwin Abbeloos
59 0

Verbleekt rood

Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.   Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip. Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal. Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos.   Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld, maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.   Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.   Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal.    Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.   Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.   Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje, zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.   Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan binnenvallen en allen blijven eten.   In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek zie ik haar rug, wanneer ze zachtjes de kamer verlaat.   Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden.  Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.  

Susanna
26 0

Magische hoestsiroop

Magische hoestsiroop      Ik ben opgegroeid tussen de kleine witte ronde en de langwerpig - ovaalvormige -blauwe. Pilletjes die je weer laten lachen wanneer je door liefdesverdriet wordt geraakt, die je wakker houden tijdens de blok in een examenperiode, of rustiger maken bij alle dagen heel druk.    Een snoepwinkel voor grote mensen noemden mijn papa en mama hun apotheek waar ze vaak zalfjes verkochten aan meisjes met een droge huid of magistrale bereidingen klaarmaakten die dienden om de verzwakte bijtjes van sommige mannen weer tot bij het bloemetje van hun geliefde te laten vliegen. Dat was voor in extreme gevallen én op voorschrift.    Een dokter was bij ons thuis onbekend. Diarree, acné, bronchitis, voor ieder kwaaltje had de grote apotheekkast van papa en mama wat in de aanbieding. Ik kon zo vaak ziek worden als ik maar wilde, alles was voorhanden. Instant. En het was gratis. Maar ik werd nooit ziek.    Het leek wel of die tot de nok gevulde schappen een helende werking op mij uitoefenden en die kast mij als een engelbewaarder haar helende hand boven het hoofd hield.    Ik was al vijftien toen ik voor de eerste keer ziek werd. Een vieze hoest die maar niet wilde overgaan. Een hardnekkige blijver waar je je na week zeven toch vragen over zou moeten stellen. Voor mijn ouders was een hoest niet erg genoeg om een dokter lastig te vallen. In de kast stond wel iets dat kon dienen.   Ik zal het gevoel van mijn lippen tegen het glazen flesje en de donkerbruine siroop die langs keelholte en door slokdarm mijn maag binnenliep voor altijd koesteren. Iedere avond voor het slapengaan dronk ik van het uitverkoren drankje van het derde schap, tweede plaats van links, dat mij ging genezen.    Het hoesten minderde al na enkele dagen zonder dat ik er erg in had. Ik was te verdoofd door de geheime samenstelling van het siroopje. In het begin voelde ik mij licht in het hoofd en sliep als een roos. Ik werd ook overdag rustiger en zag overal het plezante in. Het glas was constant halfvol.    Na een tijdje kreeg ik de meest verhelderende dromen waarin ik mezelf zag afstuderen met grote onderscheiding als plastisch chirurg. Een transfer naar voetbalclub FC Barcelona werd met veel toeters en bellen ondertekend in Camp Nou, met een gouden vulpen onder het toeziend oog van Messi in hoogsteigen persoon.   Mijn examens in juni verliepen vlekkeloos. Resultaat: een hoop hoge cijfers en twee medailles op de door onze school georganiseerde zwemwedstrijd, plus een eerste plaats bij de jeugdjumping aan de zijde van Jeunesse, de pony die ik dankzij mijn uitstekende rapport had verdiend. Bovendien speelde de ploeg waar ik sinds mijn vierde iedere zondag vol overgave op het veld stond, na zeventien seizoenen nog eens kampioen en werd ik de topschutter van de competitie.    Er was geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om te stoppen met mijn wondermedicijn.   Maar de kast bleek niet zo magisch te zijn dan ik had gedacht. Ze kon zichzelf niet aanvullen. Bovendien hadden mijn ouders gemerkt dat mijn hoest bijna over was en dat ik alleen ’s avonds op onverklaarbare wijze een geforceerd kuch-keelgeluid bleef produceren. Het leek niet in het minst op de hoest van enkele weken eerder.    Siroop werd verboden, de kast ging op slot. Gelukkig had ik al lang van tevoren een sleutel laten bijmaken. Vanaf nu zat er niets anders op dan op creatieve wijze mijn drankjes te nuttigen.   Wat ik vervolgens heb gedaan, jaren aan een stuk zonder dat mijn ouders het ooit te weten zijn gekomen of dat een klant er zich is over komen beklagen; ondanks de vreemde, fruitige smaak die ik ongetwijfeld moet hebben achtergelaten - was: keer op keer alle flesjes hoestsiroop uit de kast halen, de helft overgieten in Coca-Cola flesjes, die ik in mijn kamer verstopte, om vervolgens de andere helft van de hoestsiroopflesjes te vullen met grenadine van zwarte bessen alvorens ze weer op het derde schap te zetten, tweede plaats van links.   Of ik ooit aan hoestsiroop verslaafd ben geweest weet ik niet. Wel was er een hele tijd dat sluimerende verlangen iedere avond weer die mooie kleurrijke verhelderende dromen te dromen. Belevenissen die ik zonder mijn doorgedreven imitatie-hoest waarschijnlijk had gemist.    Voor die nachtelijke escapades ben ik dankbaar. Misschien heeft een overdaad aan magische beelden in mijn slaap mij tot het besef doen komen dat, om gelukkig te zijn, je niets anders nodig hebt dan jezelf en het leven zoals het zich op dat moment aandient. Dat geluk gewoonweg simpel kan zijn.    Toen ik verliefd werd op een meisje met droge huid -ondertussen zijn we getrouwd- en ik een contract tekende bij een voetbalclub uit derde nationale, studeerde ik uiteindelijk af als huisarts.    Het glas champagne tegen mijn lippen tijdens de proclamatie herinnerde mij aan het geheim van mijn jeugd dat in een kast bij mijn ouders stond.    En ik wist: nu is het tijd geworden om anderen te genezen, om voor hen de allerbeste siroop te maken en erop te wijzen dat dromen hoe onmogelijk ook, in werkelijkheid slechts één kuch verwijderd kunnen zijn van een glas zwarte bessen grenadine.

Sascha Beernaert
103 0

Andermans Champagne

Zwetend scrol ik door haar gekunstelde woorden en struikel over de beelden die zij schetst.  Ze ontrafelt woord voor woord haar zelf gesponnen mierzoete suikerspin waarin ze mijn lief het kwaad van alles maakt. Hij is de heks met de rode appel, zij Sneeuwwitje en ik de toehoorder.  Zonder voorprogramma begint ze haar one woman show zoekend naar haar enige publiek.  Mijn eerste koffie is nog niet leeg wanneer ze het eerste schot afvuurt met haar van kleine meisjes jaloezie zinderende zinnetjes. Zonder waarschuwing vooraf introduceert haar icoon met wit gepoederd gelaat zich als de vriendin van mijn lief.   Haar besluit staat vast; mij zal ze meenemen in haar braakliggende val van ego beschadiging. Sneeuwwitje heeft niet haar gedroomde prins en ik zal het weten. Zorgvuldig stipt ze het gemiddeld aantal keren seks per week en geeft en passé een hint. Ze laat schemeren hoe ik niet pas in dit sprookje dat nog niet uit is.  Een moederfiguur, een veilige haven, een seksloze zus zijn de etiketten die ze me virtueel opplakt. De actrice zet een tandje bij. Al knippend en plakkend vult ze mijn chatvenster met zijn sussende woorden van weken geleden. Liefkozend pruttelt ze hoe hij echt iets aan het opbouwen was met haar, ze smijt er nog een wonderlijke zwangerschap bij en spreidt uit hoe hij haar smeekte nog wat geduld te hebben. Ja ze wist van mij,  en ja ze wist dat ik zijn echte liefde was, maar nee ze wist niet dat hij haar en mij bedroog. Acteren is een dubbelwandig beroep.   Haar vernederende woorden bedoeld om mij alle lust tot liefde voor de man van wie ik al jaren houd in de kiem te smoren breken mij bijna op. Ondertussen nestelt zij zich in nog meer spinnenweb en wacht ze ongeduldig af in het centrum van haar ego.  Valselijk streelt ze mijn gevoel wanneer ze me alle goeds en wijsheid toewenst. Ze is een klein kind, nog te onrijp om te beseffen hoe het leven klopt.    Ze komt als een geschenk uit de vergeten stofnesten van onze relatie gevallen. Wij, mijn lief en ik, vegen ons nest samen aan en lappen de ramen tot alles blinkt zoals toen we elkaar net kenden. Hij en ik genieten van het leven en de vriendschap en de liefde die uniek blijft.  Hij heeft een ongeschreven regel overschreden maar zij des te meer. Zij verloor en koos haar naar braaksel ruikende troost in het kleineren van de andere vrouw.    Ze zal nog vaker uit andermans Champagne drinken zolang ze niet begrijpt wat echte liefde is.     

Susanna
13 1

Thuishaven: gedichten op, over en onder plekken - 2 delig gedicht

1 Want waar je je graag bewust bent maar je uitzweten in bestaan wil terugverdienen (dubbel en dik: in emotie, spanwijdte: genoeg) Daar: een ijzeren wil, over dit staren zegt ze ‘Jij daar met mij, jij weet wel?’   Waar ik voor sta? Maar ik gedraag me ernaar. Bijgevolg ik die is wie ik wil zijn, niet wie ik kan. Als een unieke metropool van je bosje huistoeristen. (Iedereen is hier altijd thuis)   Polshoogte nemen, maar, geen zorgen, het is hier dat ik nog zitten zal. En liefst alles transparant houden, niet vergeten denken aan morgen en staren tot je erin zou kunnen verdrinken. Woorden rollend bijschaven als een amorfe taal waarin iets in steekt: namelijk een boodschap die mijn taken in zich opneemt. ‘Ziet u me hier nu zitten’ (dit was mijn antwoord)   Doorlopen om er onderdoor te kunnen gaan en orde te scheppen, het kan alleen maar hier, waar gewenning een pars pro toto zou kunnen zijn.   Het zit me ook zo lekker dit laagje voedsel voor kwatongen. Vandaar, er kan nooit genoeg van zijn, een nooit genoeg is zeker op zijn plaats en luistert nooit genoeg.   Subliem wordt pas gezien als de dagen vormen wat ze zijn. Noemen bij naam en liefst vandaag, omdat wij je goed genoeg kunnen zijn voor wie je zou willen zijn.       2 Schrijven wat ik al ben zou me gezond kunnen houden. Mijn plaats ver weg of lang geleden. Nu ben ik ontheemd geraakt.   Gent? Ze zou kunnen dienen. Tussen mij en dat verre oord enkel dat rondvliegende gevaarte Teleurstelling, die krachtpatser, maar waar van aard.   Zwaarte. Hefboom. Daar ga ik. Schrijven waar? Niet weer, het is een kwestie van geduld en geloof in se.   Een essayist met een doel willen worden en dan dat grote doel najagen: geloofwaardigheid.   Bezig nu het nog kan en daar werd ik geboren. Madensuyu de oren in, Gent de wereld uit, het had gekund. Ook mogelijk: Madensuyu te hoog inschatten (nooit!), en mezelf vrijpleiten van het dwangschrijven. Tot ongeloof van de lezer, bedankt consument.   Grote woorden in steden die zich als dorp vermommen maar met een nog grotere rol te vervullen: staan voor wat ze zijn. Zwaaien want: de tijd valt als een persoon. Daartussen komt alles dat we denken dat we schrijven.   (Eronder een stukje tekst: niet aanraken, bijna gevaarlijk!) Tabula rasa, gelukkig!   Gezellige betwetersfeer onder de radeloze uitgevers die ook geen ander leven zouden willen, het heeft niet veel gescheeld.    

Dries Verhaegen
15 0