Lezen

En dan: terug in de wagen

Terug in witte lijnen in wegen gekropen vraag ik me af wat meest in het witst van de strijd was geweest en wat me is ontgaan: jij bent me ontgaan, de teleurstelling is me ontgaan, de debiele wegenwacht die stedelijkheid verkracht is me ontgaan, de handige cultuurcheque voor een portie handige kannibalen en vice versa - is me ontgaan, maar wat wil ik, voyeurisme in het zonneland op zijn best? exotisme exploiteren waar het al geëxploiteerd is op zijn eerste benen de vloer de splinters in de benen in, weg houvast? een denkbeeldig aandenken aan wegwerpgebaren van de onverschillige overkant? een weinig tot verbeelding overlatend hevig hijgend windgeruis in de oren hé wat klinkt dat bekend - die we verwerpen, verpletteren, verdenken etc want hij is en blijft de andere kant? Een ogenschijnlijke waaier aan luchtventilatie op mijn hotelkamer aub.   En dan: terug in de wegen van de schijn.   Woestijn vind ik wel oké, niet omdat dat me de daver op het lijf bezorgt, maar aanstalten maken tot de tropen, dat smaak ik wel, de E19 is Babylon nog niet maar in de schemer van OCD is alles wel een nakend einde natuurlijk. Vroeger zouden de Tourette-patiënten vrolijk hebben meegekweeld om daarna hun hongerdood even te verven op het gelaat van de weigering. Nu alleen maar andere kant van het plaatje: alles waar niet is aan gedacht de fanatiekeling de bemiddelaar de onruststoker de weigeraar En dit allemaal in een wagen, in de schaduw het vergeten van de passieve speeltjes.   In de wegenwacht klinkt de herinnering. In de luchtwegen de afstand. In de afstand de wagen, die doorklinkt in de memoires van een zonderling.On pense pas monsieur, on pense pas. Wederom een straf geluid:   de zekerheid, de absolute zekerheid, de vrijheid in!   Nergens klinkt de stereo van alomtegenwoordigheid me nog bekend. Dan maar Brel. Tellen tot 4, tot de gedachten een vangnet voor de hamer van de slaap zouden kunnen vormen, dan de uitvoering: gracieus, roekeloos, en vlot.   Hij is dit gewend, de routine van een stoornis.   De stilstand rolt onze chevy voorbij. Niks daarvan. Chevyroletti pas ici hé. Dit is een autobahn, naar een autosnelwegritsstrook. Welkom in het beloofde wegennetwerk.   De toegepaste wanhoop zegt: niet slapen in deze misselijke buitenkant van het buitenland. Ik weet mezelf bijster snel te wrijven tot bolletje mens in een toekomst die niet zal nalaten.

Dries Verhaegen
0 0

Antverpia

Iemand die het al eens zong en nu niet opnieuw maar dat ik je er terug vind. Zo weten we, is er genoeg van de kwaaltjes die ons treiteren maar wat doe je als je dan met 2? Juist ja.   Om elke hoek schuilt standvastig decoratief goed met een kwinkslag inboedel te noemen - en dat doen we ze ook aan - zonder meer terug te vinden wanneer je ze nodig hebt, men zou hier huizen kunnen blutsen   uit de menig weifelende weigering die ons toch de bocht uit stuurt, laantje dan ook maar uit, steegje in, hier niet maar ergens dat ik je mis en wegwuif tot in mijn binnenste rioleringen: mij en jou in een notendop dat is wat je nalatigheid toelaat in jezelf.   Liefde is: hier misschien maar het wordt snel een overtocht die rond ons klemt en meeneemt naar zichzelf want kennen, een plek? Nergens dat hij vadsiger her en der de hoeken van de kamer liet zien want niets dat hier godverdomme eens blijft.   Alle mensen zwijgen maar ze spelen geen schaak dat heb ik je al gezegd dus wanneer de kerels beter weten zijn spiercellen een overbodig begrip, ik ken mijn afrodisiac al en vind het in de buitenstad waar alles toch zo levendig weeft tussen het oog en de voering van mijn pakje op-het-gemakje.   Anvèrpia zegt ze, maar nee dat is een understatement zeg ik en daarmee de kous af de laan uit, hop, opschieten, doe wat je moet doen in een stad die met weinig twijfel in één woord een oord te noemen is. Hoe zou dat lopen zonder twijfel?   We doen elkaar een voorstel, zij en ik waar een doorweekt woord uit de lucht een belofte betekent en de stemming in een café af te lezen is maar dan letterlijk.   En nu plots iedereen geil, krijg wat. Jezelf zou je mogen wegcijferen voor het hoger goed maar nog kun je ervan op aan dat je stevig weerwerk zult krijgen van een spastische neerbuigende interactie tussen jou en vrouw.   De blues zijn doordrenkt met stad en zo is het. Ergens dat het geschiedde en dan bloedde de kaart zijn dood dood, werkelijk ieder vat werd een pad en we kunnen drinken dat we liefhebben. Mooizo zegt ze.   Er bestaat geen koudere borrel dan je straat de straat uitvegen, en als ik me dat herinner giechelen.   Dit is me nu nog eens een dorp for a tourist zul je bedoelen, eigenlijk bedoelt ze dat maar a tourist weet wel beter en vooral: hij houdt niet van barbaarse sensatie en de lucht is blauw, dit is geen ratio naar zijn recht of kortom, hij had gehoopt op meer denkvermogen als aandenken en wij 2 zitten hier maar lullend de werkelijkheid af te keuren tot we er tussen man en vrouw uitzien en zo is het.   A tourist is like a toy dat is wat ze weten en nemen hem de vestiging dat de ratio zou kunnen zijn af, zalven zich de medicatie inbecause a tourist is also a boy en een toerist is dus ook gepaard gegaan met het cliché der clichés.   De medicatie ingezalfd, lekker uitrijden in de koepel klucht en ijzeren weefsel dat avondlicht eet uit stinkende houten kommetjes metgezellen, metabolisme in een notendop daarvoor doe je het af en toe wanneer de nood hoog is en clichés alweer vervallen in iets heiligs: namelijk geilheid, het hoge woord dat een stad voeren kan.   De stervelingen hier zijn ergens van doordrenkt, maar de vinger erop leggen zou automatisch de vinger er op leggen, en kom nou Chiquita wil je dat echt, of blijf je de sterke vaandeldragers van een regelrechte ramp genaamd ‘t stad soigneren.   De toerist vindt er zijn weg wel maar alleen als hij het nodig heeft de sekte met aandacht voor aandacht aan te kondigen, de Noorderburen lachen zich een hoed en wij zetten hem op, zitten we hier mooi in ons beloofde gelijke land zonder hand of tand om op te staan maar ja maar nee zeg ik u.   Nodige kwaaltjes worden heruitgevonden en alle tanden van van de onbesproken monden - zij moeten ook aan geld komen! - worden getrokken zeg ik u. Monddood de nacht in, kroeg.   Kuiltje nachtrust verstoord dus de beuk erin, ook nergens is een plek die we kunnen wegleggen in de groene zone van ontreddering.   Als kleuren de geste op bestelling laten opkomen (een heel klein zonnetje boven de stad) zie ik het: jij die zo onontkoombaar na lacht als ik het je vertel.

Dries Verhaegen
0 0

Bergbeest I & II

Bergbeest I   Je hoopt iets te vinden Dat er waarschijnlijk altijd al was Iets dat perfect in je navel past Maar dan groter (Is mijn theorie) Of je hoopt gevonden te worden Zomaar op straat En dat iemand zegt “Ik ben al tijden naar jou op zoek Nu kunnen we verder”   Het is hoe je kijkt Hoe alles uiteindelijk blijkt net niet genoeg te of veel te veel Hoe je de veren van je vleugels verloren denkt (Ik kan aan komen zetten met was zoveel ik wil) Hoe de gedachte dat je dingen te verliezen hebt je doet verdwijnen   Je rook eens aan een meisje Aan haar hals Was plots niet meer zeker van wat je daar te zoeken had Waar je op hoopte (Ik denk: iets vinden voor je navel of gevonden worden op straat maar het kan ook iets anders zijn geweest zoals het bergbeest - daar kom ik misschien nog op terug) En of ze wel jouw soort was   Haar hoofd ligt de laatste tijd vol met zandzakken Overvol Ze houdt zich voor het gemak graag van de domme en vergeet ondertussen voor het gemak haar naam Mensen zeggen wel eens dat met haar niet te praten valt of niet echt Daar verontschuldigt ze zich voor Ze valt vaak maar  Niet samen met zichzelf   Ze weet dat jij wel samenvalt (In de mate van het mogelijke) Ze vindt het onmogelijk om in jou geen homo universalis te zien hoe graag ze ook stiekem heel af en toe stilletjes op je zou willen neerkijken Elk mens verdient medelijden (In de mate van het fatsoenlijke) Als ze naar je omhoog kijkt moet ze denken aan Icarus en dat maakt haar bang Ze verstopt de was voor de veren achter het behang   Jij bent simultaan god en aanbidder Heel af en toe ook gewoon mens maar dat staat je minder Boetseert wolken doet klei zweven Even lijkt het alsof alles verbonden  En niets gevonden Omdat het er al is     Bergbeest II   We verhuizen later naar een berg die ook een beest is Die elk moment kan vertrekken Dan kreunen de bomen Schokt de grond Wij gezellig mee Of we bergen verzetten Of de berg zichzelf  Is uiteindelijk niet van belang              

Marieke Ornelis
94 1