Lezen

Vermoord of zelfmoord

Rustig ademhalend kwam ik tot rust. Nog steeds was er een wapen gericht op mijn slapen.  ik had iemand beschermt door hiernaartoe te komen. Zenuwachtig hapte ik naar adem. Zeg het, schreeuwde een man. Wat zou ik dan moeten zeggen vroeg ik.  Heb je het gedaan, ervoor gezorgt dat mijn broertje zelfmoord heefd gepleegt. Maakt dat wat uit vroeg ik. Hij gaf geen antwoord, maar schopte me vol in mijn buik. Ik snap best dat jullie boos zijn, maar wat nou als ik er niks mee te maken heb vroeg ik zacht. Ik had er inderdaad niks mee te maken. Ik was de gene die het voor andere mensen opnam. Onschuldige mensen zoals mijn vriendin Belle zat hier eerder vast met nog iemand. Het wapen zakte. Ik zag dat de mannen verdrietig waren, omdat hun broertje zelfmoord wilde plegen. Wat hem half gelukt is. Hij is verlamt, van zijn tenen tot zijn nek. Nooit meer zal hij praten. Het is handerhalfe week geleden gebeurd. Mensen waren geschrokken en leefde mee met de family. Het is een nare gebeurtenis wat door sommige mensen nog aan moeten wennen zoals de broers.  de broers wilde hun woede kwijt door mensen die hun broertje pijn had gedaan ook pijn te doen. Maar ik was diegene die voor mensen opkwam.  In gedachten begon ik de gebeurtenis op een rijtje te zetten. Au, ik vloekte. Nog een klap, alles werd zwart voor mijn ogen.  1 dag later.  Vel licht scheen op mijn gezicht. Toen ik me probeerde te bewegen, voelde ik steken van de pijn. De stoel lag omgekeerd. Waar waar ben ik, probeerde ik uit mijn mond te krijgen. Hier zei een mannen stem. Een schaduw bracht zich langzaam voort.  Nog op dezelfde plek zei hij. Het was een van de broers.  die ik hiervoor nog had gezien. Hoe laat is het vroeg ik wat harder. Hij negeerde mijn vraag en zei, je hebt mijn broertje geholpen zover ik weet zei hij nu wat minder stoer. Daar ben ik dankbaar voor zei hij verdrietig. Hij zette me rechtop. Tenminste mijn stoel waarop ik zat echt te genant voor woorden maar goed. Mijn andere broer vind het lief dat je hem holp maar niet genoeg. Je helpt iedereen zover ik weet. Ook de pestkoppen. En zorgt ervoor dat jij de pijn lijd die eigenlijk iemand anders zou moeten lijden.

Lisa
0 0

Boodschappen

Het duurt even voor ze gevonden heeft waarvoor ze naar de supermarkt gekomen is. Aan de kassa spreken jongeren in een vreemd taaltje tegen haar. Ze verstaat ze niet, nerveus wordt ze er wel van. Willen die iets van haar, of  heb ik iets fout gedaan? Met twee volgestouwde tassen verlaat deze dame op leeftijd de supermarkt. Regelmatig moet ze deze neerzetten om even uit te blazen, zodat ze de mensen in de omgeving kan bekijken.      De jongeren van aan de kassa komen nu naar buiten en hebben haar schijnbaar gezien, want ze komen haar richting uit. Verschrikt neemt ze haar last terug op en zo snel ze kan stapt ze verder. Vanaf nu kijkt ze bezorgd om zich heen. Bepaalde mensen blijft ze langer aanstaren. Wanneer dezen terugkijken, versnelt ze haar stap. Meer en meer begint ze de voorbijgangers te begluren. Verborgen onder haar hoedje observeert ze iedereen. Aan het eerste kruispunt zet ze met een zucht de te zware zakken neer.      Aan de overkant zijn een paar donkerder jongens veel lawaai aan het maken. Ze moet deze passeren, met die zware tassen kan ze geen omweg maken. Toch blijft ze langer wachten, twijfelend of ze wel langs die jongens zal lopen. Voor alle zekerheid kijkt ze achterom of daar ook al geen donkerder personen zijn die haar aan het achtervolgen zijn.      Toch niet, ze pakt haar tassen en zo snel ze kan steekt ze over. Uit voorzorg neemt ze de zijkant van het voetpad, zo ver ze kan van die amokmakers verwijderd. Gelukkig zeggen of doen ze niets. Toch versnelt ze haar pas nogmaals. Ze durft niet meer om te kijken en loopt zo snel mogelijk naar de volgende hoek, waar ze iets verder woont. Als daar maar weer geen onbetrouwbare mannen rondhangen.      Hijgend kijkt ze toch achterom en ziet rechts van haar een struise donkere man afkomen. Die lacht zijn tanden helemaal bloot, wat is die van plan? Ze wendt haar gezicht geschrokken af en steekt de straat onverhoeds over. Die man achtervolgt haar , sneller kan ze echter niet meer. Ze struikelt bijna over de opstap en moet even blijven staan om haar evenwicht te herstellen.      "Mevrouw Willemse!" – hoort ze achter zich zeggen – "mevrouw Willemse."      Geschrokken en met een bang kloppend hart kijkt ze om. Daar staat die man, hoe kent hij haar naam?      "Mevrouw Willemse, wil ik even uw zakken tot thuis dragen. Ze zijn duidelijk te zwaar voor u."      Wat bedoelt hij daar nu mee? Hoe weet hij waar ik woon? En kan ik dat zomaar vertrouwen? Je hoort en leest er meer dan voldoende over de laatste tijd.      Ze neemt haar tassen snel op en probeert terug te vertrekken. Die man heeft echter reeds een tas gegrepen , waardoor die uit haar hand schiet.      "Kom geef de andere tas ook maar, zo kan jij je sleutel al nemen voor je appartement.      Verbouwereerd kijkt de dame nogmaals naar die man. Ze voelt zich hulpeloos met de afgenomen zakken. Toch volgt ze hem zo snel mogelijk, ze wil haar boodschappen terug. De man heeft de deur van het appartementsgebouw geopend en komt nu terug naar haar toe. Hij reikt haar een arm en zegt:      "Kom, steun even op mij tot thuis. Ik maak je direct een lekkere tas thee, zoals ik de laatste keer gemaakt heb."    

Luc Van Roosbroeck
0 0

Douche

'Huilen doe je het best onder de douche, meisje,' zei mama Thea altijd, 'dan val je er niemand mee lastig.'   Ik laat mijn tranen de vrije loop terwijl het warme water over mijn lichaam stroomt. Ik hoef niet in de spiegel te kijken om te weten dat mijn lichaam bont en blauw is. Alles doet pijn. Douchen doet pijn, maar het loutert.Ik sta te trillen op mijn benen en voel hoe mijn blaas zich ledigt. Urine verdwijnt in de afvoer samen met een restje sperma.`Geen lullenmuts voor mij, juffie,' had hij me toegesnauwd voor hij me pakte. Hoe kon ik zo dom zijn dit te laten gebeuren? Ik had geen verweer.   Hij klonk beschaafd toen hij me opbelde voor een afspraak. Hij zag er charmant uit voor de videofoon. Ik liet hem binnen en hij betaalde correct en zonder zeuren.Hoe had ik kunnen weten dat hij zo hardvochtig zou zijn in bed? Ik vloek op mezelf. Waarom liet mijn mensenkennis me vandaag in de steek?Ik heb veel zin om mijn volgende klant af te bellen, maar ik weet hoe mama Thea daarover dacht: 'Dit hoort bij de job, meisje, dus hou op met zeuren en maak je mooi.'   Ik moet sterk zijn. Mama Thea is verleden tijd. Ik werk zelfstandig nu. Voortaan kies ik mijn klanten zelf. Natuurlijk zal ik fouten maken, maar het zullen mijn fouten zijn.'Die man komt hier nooit meer binnen!' roep ik zo luid als ik kan. Als een gewond dier gooi ik er nog een langgerekte schreeuw tegenaan tot mijn keel ook vanbinnen rauw aanvoelt. Het water likt mijn wonden. Ook dit gaat voorbij.   Mijn volgende klant is een vaste klant, weet ik. Ik ken hem; het is een schatje. Ik moet me mooi maken, al was het maar voor hem. Ik draai de kraan dicht en stap uit de douche. In de aangedampte spiegel zie ik enkel een schim van mezelf.Ik maak van één handdoek een tulband; ik drapeer een andere rond me als een jurkje. Mijn tepels zijn murw geknepen; alles schuurt wanneer ik beweeg.   Opeens hoor ik een vreemd geluid in de slaapkamer. Het is net een haan die kraait.'Een ringtone!' besef ik, en ik ga op het geluid af. Onder de bank waarop hij zijn kleren wierp, vind ik zijn GSM.'Thuis,' lees ik op de display. Dat is vast zijn vrouw die belt. Na de pijn, de woede en de aanvaarding, voel ik nu een nieuwe emotie: wraak.Ik maak vlug een belofte aan mezelf: 'Als de haan nog drie keer kraait, verraad ik hem!'   Wekelijkse schrijfopdracht schrijvenonline.org

Bruno Lowagie
11 1

Eerste persoon meervoud

  Het is ongewoon stoffig in de hoek van de turnzaal. Bij het boenen van de springbok voel ik in mijn achterhoofd een kleine snok, een elektrische stroomstoot. Zo’n pijnscheut die je krijgt als je je hoofd bruusk een kwartslag naar rechts of links draait. Ik wrijf de tinteling met mijn hand in de nek weg. Een scherpe toon suist een paar tellen na in mijn beide oren.   Twaalf jaar al werk ik dagelijks mijn stofronde secuur af. In de voormiddag de gangen en de refter, in de namiddag de turnzaal en de klassen. Klusjesman, conciërge, poetsploeg, in het college ben ik het allemaal. Het is niet zo dat ik mijn job niet graag doe of dat ik ermee aan het maximum van mijn capaciteiten zit. Neen, gewoon, ik maakte mijn school niet af. Dit is het alternatief.   Als ik na mijn ronde mijn werkplunje uittrek, loopt het goed mis. Een intense toon doet me een paar seconden het bewustzijn verliezen. Thuis verzwijg ik de uitval wijselijk en surf ik er in het wilde weg wat op los, op zoek naar een verklaring. Vergeefs. Morgen in alle stilte naar de huisarts dan maar.   De wachtzaal zit propvol. Fijn, denk ik terwijl ik wat onderuitzak, in een consultatie van hoogstens tien minuten zal ik een voorschrift op zak hebben. Wat pijnstillers of relaxatieoefeningen, meer hoef ik niet.   Mijn arts luistert amper als ik mijn symptomen beschrijf, ze vult gejaagd mijn elektronisch patiëntendossier aan. Naarmate ik meer details geef, stopt ze abrupt en vraagt me ietwat opgejaagd: “Wat is uw beroep ook weer, meneer Novak? Zou u kunnen zeggen dat u dagelijks veel van uw brein vraagt?” Ik antwoord oprecht neen en heb er meteen spijt van. Ze is op haar hoede. De volgende vraag stelt ze achteloos maar ik zie dat ze het antwoord belangrijk zal gaan vinden. “U hebt onlangs een ongewone, indringende toon gehoord?” Ik knik. “Een kleine schok gekregen?” Ik knik. Opnieuw.   “Geen reden tot ongerustheid, Dennis.” Ze gebruikt met klem mijn voornaam. “Maar ik denk dat we even je”- ze tutoyeert me – “breinprofiel en biostatistieken moeten uitlezen. Plaats je even deze chip achter je linkeroor? Druk maar hard aan. Zo. Het afgelopen jaar staarde je exact 2313 keer zonder noemenswaardige gedachten in de verte. Je aantal inactieve breinuren is zienderogen opgelopen. Dat kan maar één ding betekenen, Dennis. Je bent op dit moment deel van een globaal, neuraal netwerk. In mijn praktijk de eerste.“ voegt ze er fijntjes aan toe.   “Wie het geluid oppikt” gaat ze zonder verpinken verder “beschikt over een gezond brein, maar eentje, laten we het maar uitdrukkelijk zeggen met onbenutte capaciteit. Het Brain4all project benut ongebruikte synapsen – dit zegt ze echt! – en brengt ze samen in een krachtige, humanoïde supercomputer. Na de eerste toonwaarneming verlopen er exact 24u voor je integraal deel bent van een gigantisch, neurologisch netwerk van individuele breinen.” Ze sluit het scherm met een klap dicht.   “Fantastisch toch! De mensheid vergroot zo zijn rekenkracht én redeneercapaciteit. Aanzienlijk. Een logische stap in de evolutie. Stel het je voor, Dennis, als een vlucht spreeuwen die samen in de lucht immens mooie figuren maken, waarbij nu eens de een dan weer de ander de leider is. Je synapsen zijn,” ze checkt het uur, “over exact 90 minuten jouw gift aan de mensheid.” Ze besluit koel: “Je hebt daarnet trouwens zelf achter je linkeroor een kleine sensor aangebracht, daarmee monitoren we continu je biologische processen.”   Ik, Dennis Novak, voel me onwezenlijk. Nog 90 minuten puur mezelf, daarna één met de breinmassa. Wat zei ze weer? Over de vlucht spreeuwen, nu eens de een dan weer de ander de leider. Een leider zijn, iemand die het voortouw neemt. Ik deed het nooit. Was dat verkeerd? Elke mens denkt elke dag zo’n 50.000 gedachten. Zit de essentie van mijn zijn in die gedachten? Ben ik die gedachten? Mijn eerste persoon is zo meteen een eerste persoon meervoud. De plek achter mijn linkeroor jeukt. Is dit een zinvolle gedachte?

Hilde Devoghel
0 1

Beproeving

  De beproeving, zei je nog. Een inderdaad, het is zondag ochtend en ik kom tot de conclusie dat het een beproeving voor mij is. Ja, dat ook. Niet voor jou of voor jullie, maar voor MIJ. Nooit gedacht dat stilte zo moeilijk te verwerken is, waar ik anders toch van rust hou. Ik wil dat je geniet, en denk dat jou dat aardig lukt. Meer als aardig zelfs…………ik zie je al schrijven: het was erg leuk, ik ben verliefd. Zij is het…………….Ik reken ermee! En ik wil dat ook jij liefde hebt in je leven…………maar waarom doet het zo een pijn?   Hoe komt dat toch? Ik heb mijn handen vol, heb mijn agenda druk geplant zodat mijn gedachten niet kunnen gaan wandelen. En toch, ik heb een ding over het hoofd gezien: de nacht. Als uit de stilte, doodstilte wordt en mijn hersenen beginnen te werken. Als iedereen om me heen slaap, zelfs jij, langs haar………ergens duizenden kilometers van mij vandaan. Zelfs dat geeft me onrust. 3 nachten al slapeloos. Het zijn geen honderden kilometers meer maar duizenden. En dan denk ik: is ook dat een teken? Scheiden ons nu al duizenden kilometers. Waar alles in grote aantallen anders zo leuk was. Bijvoorbeeld meer als 11000 reacties, woorden, emoties en hunkeringen. Sehnsucht grijpt me. Ik kan geen slaap vatten. “Laat het los” zeg ik me zelf. Ik zie jouw woorden voor me: kwel je niet zelf, dat is voor niets nodig en dan ook: ik hou oprecht van jou. Ik glimlach op mijn kussen en tranen rollen over mijn gezicht.   Een triest gevoel bekruipt me. April komt wellicht nooit. Wellicht wijst jouw beproeving uit, dat je me niet mist en dat je in die 6 dagen hebt gevonden waar je naar op zoek was. En ja; ik zou er dankbaar en gelukkig voor jou moeten zijn. Maar hoe werkt dat? Hoe kan ik dat, als het tegelijk betekent dat het los laten is? Opgeven is. Pijn.   Vrienden, dat zou mooi zijn……….vrienden voor altijd. Maar het zou voor mij betekenen dat ik sterker moet worden, misschien moet ik de muur terug optrekken………de muur die jij gedurende maanden steen per steen hebt kunnen doorbreken. Ik voel me kwetsbaar.   Ik loop op dingen vooruit en moet dat laten. Ik zoek verstrooiing. Het is mooi weer!   En dan nog, wat wil ik eigenlijk? Alles wat ik wil, kan niet………..en wat is het eigenlijk wat ik wil. Is het niet zo dat ik alles heb wat men zou kunnen willen?    

Sonja Blondé
7 0

weet geen titel

  Eenmaal de klas binnengekomen, drong het tot me door dat iedereen me aan staarde. Niet alleen staarde ze me aan me ze lachte me ook uit. Oof, ik weet het weer. Gistermiddag, 2 uur op de klok, de bel ging bijna, dan was ik uit. Ik werd slet genoemt hoer en er werd gezegd dat ik met kaulo veel jongens naar bed ben geweest. Waar, waar was het niet. Totaal niet zelfs. Maar dat deze roddel zo snel is gegaan door 2 mensen? Dat had ik nooit verwacht. Er werd een briefje in mijn hand gedrukt. Ik werd er verdrietig van. Hoeveel kost het vanavond wil ik nog stond erop. Toen ik mijn ogen van het briefje haalde, barste alle jongens in lachen uit. Wat een rotstreek, gelukkig maar 1 briefje dacht ik, maar het bleef uiteindelijk niet bij 1 briefje, een kwartier later kwam de 2de er al aan. En weet je wat erop stond ik vertel het maar, Slet-Hoer ik dacht het al toen je 10 jaar was, maar nu weet ik het zeker. Lekker dan dit briefje heb ik net van mimjn beste vriendin gekregen, ik word lesbi genoemd en van alles en nog wat. Zo ging het ruim een uur achter elkaar door. De juf vroeg telkens waarom lachen jullie telkens, en zelf kon ze daar dan ook om lachen, maar ze wist niks wat er nou precies gebeurde. Niemand sprak de waarheid tegen haar. Ze maakte grapjes en daar kon de juf om lachen. Dan dacht ze zeker ach dat zal het vast wel zijn. Maar nee dat is het niet! Ruim een uur op school volgehouden kwam er nog 2 laatste briefjes, doe je het ook op school? Vast wel daarom ben je elke keer weg. Zulke briefjes kwamen er als laatst. Ik barste in huilen en rende weg. Naar buiten, pakte mijn fietssleutel uit mijn broekzak en deed t in mijn slot. En Fietste zo hard als ik kon weg. Langsaam borrelde woeden in me op. Het verdriet zakte weg maar in plaats daarvan kwam er zulke erge woede, dat heb ik nog nooit mee gemaakt.  het is winter en het sneeuwde, ik fietste naar een verlaten gebouw in mijn t-shirtje en een vest. Balde me hand tot vuisten, en sloeg tegen de muur aan. Tot mijn woede weg was. Maar ik was blijkbaar niet alleen. Ruw werd ik vanachter vastgepakt, en werd op de grond gegooit. Er belande veel schoppen in mijn buik en vuisten in mijn gezicht. EN OPROTTEN NU. Schreeuwde de jongen. Het was niet 1 jongen maar t was een heel groepje. Het is altijd al verlaten geweest, behalve nu in de wintertijd. Ik ving nog een paar klappen op met mijn gezicht, en voelde iets nattigs druipen. Ik veegde mijn hand over mijn gezicht, bloed heel veel bloed. Ik fietste terug naar de klas/school. Eenmaal binnen zag ik juf lopen.                                                                                                                                       Word vervolgt

Lisa
0 0

onder het ijs verzeild geraakt

  Nee niet doen, riep ik. Het ijs is nog veel ste dun. Tja, alles weter. Kom op belle, doe nou niet stoer. 1 stap op het ijs. Zie je riep Belle terug, het kan gewoon. Van geen kwaad bewust bewoog ze haar voeten, stap voor stap. Voor zichtig, en een beetje bang keek ze voor zich uit. Zie je wel, het kan gewoon. Nog een stap, een krak, 1 stap opzij, Krak.  Ze flikkerde, en kwam onder het ijs terecht. Gelach verdoofde mijn oren. Ik klom over het hekje heen gooide me jas op de grond, horloge gooide ik op mijn jas, telefoon uit mijn zak. 1 voet op het ijs. De wind schuurde langs me lichaam. Het was koud. Het leek net alsof de tijd heel even stil stond. Ik wilde terug keren, maar toch ook weer niet. Ik hoorde gelach. Meer mensen kwamen het ijs op waar Belle er  zojuist niet doorheen was gezakt. Snel greep ik haar arm, Krak. . nog een stuk ijs was weg. Ze was te ver. Ik sprong in het gat. Het is stil. Eenmaal dat ik belle zag, kon ik mijn armen heel even niet bewegen tenminste niet goed meer. Mijn hand reikte naar haar uit. Ik greep haar vast. Legde haar hoofd op mijn borstkast, en probeerde terug te zwemmen naar boven. Moeizaam zwemde ik vooruit. Een sirene,  hoorde ik, meester en juffen stonden aan de kant. Maar ze kwamen niet hier naar toe. Wat een scheiters. Ik pakte belle haar benen, en zwom naar een het ijs toe. Me benen begonnen langzamer te worden. Ik voelde niks meer, alleen me vingers. Die deden pijn en knelde. Eenmaal op een stuk ijs terecht gekomen wilde een meester me gaan helpen. Maar die kukelde voor over en zakte er ook doorheen. Buiten adem kwam hij weer boven, en kwam terecht op de kant. Moeizaam werkte ik me vooruit. Belle werd over gepakt. Eenmaal op de brug en het hek aan gekomen. Klom ik erover, en viel ik neer, sirenes, een ambulance nee niet 1 maar 2. Een ritje naar het ziekenhuis. Ik sloot mijn ogen en voelde niks meer. Ik was bewusteloos geraakt.                                                                                      EINDE                                                                                     Alles is uiteindelijk wel goedgekomen

Lisa
0 0