Lezen

Tip

Herder

Wouter had haar aangeraden het huis te verlaten op een moment dat er niemand thuis zou zijn. Daaruit had ze afgeleid dat haar eigen aanwezigheid in het huis reeds niet meer als thuis zijn beschouwd werd. Nu stond ze naast de auto en steunde met één hand op de klep van de laadruimte, waaronder haar reiskoffer en een paar draagtassen gepropt zaten. Op de achterbank stonden verhuisdozen en op de passagierszetel vooraan stond haar paspop met de afgeschroefde poot ernaast.   Ze keek naar het huis. Telkens ze ergens wegging, keek ze achterom. Het was een gewoonte die ze zichzelf had aangeleerd nadat ze in haar studententijd een geliefd jasje op de trein was kwijtgeraakt en had gezworen dat zoiets niet meer zou gebeuren. Een verlies was niet iets dat je overkwam, daar was ze sindsdien van overtuigd geweest. Het was het gevolg van nalatigheid, een gebrek aan karakter.   Tot haar ergernis zag ze dat ze vergeten was de voordeur te sluiten. Haar hand greep in haar broekzak naar de sleutel, maar in haar benen kwam geen beweging. Waar had ze ook weer gehoord dat vergeten een vorm van onbewust beslissen was? Terwijl ze de sleutel doorheen de stof van haar jeans in haar been duwde, klonk vanuit de hal plots het voorzichtige tikken van hondenpoten. Het was de oude Border Collie, die in de deuropening ging zitten en haar aankeek.   Plotseling kwam haar een vroege ochtend in de lente voor de geest, jaren geleden, waarop ze de meisjes te voet naar school had gebracht terwijl de hond vrolijke cirkels om hen heen rende. Wouter was naast hen komen lopen met een vuilzak in zijn hand. Halverwege de woonwijk was hij de straat overgestoken om de zak in een container te gooien.  De hond was hem meteen gealarmeerd achterna gerend, en had alle trucs van een herdershond gebruikt om Wouter weer te doen omkeren. “Zie je dat?” had ze de meisjes gezegd. “Dat is wat collies doen. Die houden de kudde bij elkaar.”   Ondertussen was de hond gaan liggen, met zijn kop op zijn poten, zijn blik nog steeds onafgebroken op haar gericht. Ze hoorde hem zachtjes janken. “Het spijt me, ouwe jongen,” zei ze. Met trillende handen maande ze de hond weer naar binnen en sloot de deur.      

Kathleen Verbiest
68 0

Krijsen in de knop.

  Dit is niet het verhaal van foute momenten. Dit is het verhaal tussen de regels. Het speelt zich af ergens in een onbestemde tijd, waar niets is wat het lijkt en de hoofdrolspelers niet weten dat ze hoofdrolspelers zijn, in een blijspel, waar drama en lach elkaar in sneltempo de das om doen. Jij was jij en ik was ik. Dachten we. Ik leerde je kennen op een moment waarop de kosmos zich gedroeg als een balsturig en onwillig kind. Eén dat snoep uit de kast wil en dan toch maar een appel eet, gewoon om zijn ouders te horen zeggen: “Je weet niet wat je wil.” Het kind weet het altijd. Het kind wil kunnen kiezen, op het moment dat de keuze voor zijn neus staat. Dat is wat het kind altijd doet. Kind zijn. Zonder daar veel zwaarte aan te hangen. Kiezen. Niet kiezen. Geen honger hebben en toch eten. Goesting om te proeven van wat er voor zijn neus staat. De kosmos laat zich niet vangen aan wetten. De kosmos doet wat de kosmos doet. Zorgen voor entropie en chaos in de kop. Dat is waar de kosmos is uit ontstaan. Botsing. Een harde kraak op het wezen van de tijd. Het moment, en dan weer verder. De man en de vrouw botsen. As it will ever be.   Ik leerde je kennen. Ik leerde je kennen op een moment dat mijn leven even een aaneenrijging was van gebroken harten, op een moment waarop de dagelijkse routine bestond uit ontwaken, koffie, eten, dut, koffie, eten, met daartussen wat vrolijk getik en gestolen momenten van waardeloos niksen. In stilte en gewauwel. Wat jij toen uitvrat en welke hoogtes en laagtes je doorging, daar heb ik geen flauw idee van. Je sprong en viel, racete en knalde, brak harten en koos voor schaamhaar. Je koos voor trage groei. Je koos voor tegen-de-natuur-in. Je koos voor het moment waarop de man in je leven kwam. Die man zou alles veranderen. Maar je wist het nog niet. Hij kuste je, tegen zijn normaledoen in, en daar begon het. Het verhaal.   Ik leerde je kennen. Ik leerde je kennen als snelle denker en spiritueel vat. Ik leerde je kennen in je gulle lach en via de zachte zee in je ogen. Ik leerde je te zien, door de drukte heen. Ik leerde niets wat ik nog niet wist of gezien had. Ik zag je staan. Het waren momenten van stille ontroering, momenten van herkenning en vreugde in de knop. Dit is niet het verhaal van verloren momenten. Dit is niet het verhaal van sneller en traag. Dit is het verhaal waarop alles anders wordt. Dit is het verhaal waarin ik je zie, hoor. Waarin ik je hoor en voel. Hoor vragen en zie goochelen met hekserige wijsheid. Het verhaal waarin de rollen even omgekeerd zijn.   De man luistert. De man luistert goed, maar hoort niet alles. Hij hoort vragen, luistert naar besognes van het hart. Hij keert terug naar de stilte van zijn hol, om doorheen de talloze woorden en de drukte van de dag het verhaal te ontwaren. Waar is de vrouw mee bezig? Wat houdt haar werkelijk bezig en wat wil ze doen? Hij hoort haar zeggen dat ze snel gaat, dat ze voortdurend luistert naar wat de maan haar opdraagt, dat ze als een raket leeft, dat ze dit en dat ze dat. Dat ze als honderd honden wil racen tot de meet nog voor het konijn vertrokken is. Over de trouw aan haar vader. Over dat alles nu moet, want morgen kan het gedaan zijn. De man luistert, steeds met grote oren, naar het boeiende verhaal. Hij slaat haar gade, die vrouw met kind. Het kind dreint en wil een ijsje. Het kind dreint en wil een ijsje. Het kind dreint en wil een ijsje. Maar ze krijgt het niet. Niet dat, maar wel een ander. Ijsjes zijn ijsjes. Mijsjes altijd mijsjes. De vrouw is het kind. Het kind is de vrouw. De oude wijze dame zit te lachen aan tafel.   Wie ben jij? Is de vraag die de vrouw vaak stelt. De man gedraagt zich speels, en is wispelturig. Hij wentelt zich in nieuwe aandacht en krijgt zijn hart niet opgestart. Zet twee stappen en één terug. De man heeft paden bewandeld. Het slijkt hangt aan zijn broek. Ze vindt de man erg leuk, maar de man is niet helemaal mee. De man vindt de vrouw aantrekkelijk, grappig, slim en mooi. Ze zegt vaak rake dingen, maar misschien ook soms zomaar wat. Wat wil ze dan? Slapen. Hangen. Liggen. Vrijen. Sexen. Lachen. Koken. Niet drinken. Nooit drinken. Eten. Gulzig zijn. Inkten. Maken. Spelen. Huilen. Ontroeren. Tussen de tik van de wijzers door.   Dit is het verhaal van de vrouw die wou. Het verhaal van de vrouw die wou springen, vanaf het eerste moment. Het is het verhaal van de vrouw die altijd doet en nimmer omziet. Het is het verhaal van de vrouw die de bakens uitzet en zegt wat er gebeurt. Dit is het verhaal van de vrouw die niet gelooft in niet volgen. Die gelooft in dat ene kansmoment. Waarop ze zegt dat het nu is en niet morgen. Dat ze vraagt waar gaan we heen. Dat ze kiest om snel te delen, niet te talmen en te doen. Dat is waar, zegt de man. Maar de man zegt meer. Dat het gaat om verstilling en geen controle, meegaan op zijn flow. Dat de angst voor iets anders niet leidt tot hartzeer. Dat eerst willen vertragen met de groei van pubishaar, niet rijmt met kiezen voor veiligheid omdat traag rauw aanvoelt. Dat situatie en controle niet echt hoeven, en bescherming evenmin. Omdat de man echt heeft gekozen. Dit is het verhaal van de vrouw die haar hart op slot deed, omdat de man haar niet wou volgen. Dit is het verhaal van de man die zijn hart opende, omdat de vrouw hem wel kon volgen. Dit is het verhaal van de vrouw die moest helen, traag omdat de tijd het vroeg. Dit is het verhaal van de man die mee wou helen, omdat zij het vroeg. Dit is het verhaal waarin de aanzet werd geschreven, met bloed tegen de muur. Het verhaal van overgave, van kwetsen en tinctuur. Dit is een verhaal zonder einde, een parabel in de knop, over hoe andere paden – en paarden in galop – niet ho zeggen en zeker ook geen stop. Een verhaal van open geesten, en niet weten wat gedaan. Over iets anders, nu. En dat zie je er ook aan.

Adelin Perdu
0 1

Pendelpencils

Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het donker, of toch, zo leek het. Het was slecht een illusie. Het treintraject liep doorheen de bergen, en de penetrerende tunnels maakten dat ook overdag de reiziger zich in nachtmodus bevond. Elke maal de trein de tunnel uitreed, en het zonlicht de wagon verlichtte, werden de passagiers gewekt. Ogen werden uitwreven, monden gaapten, en lichamen strekten zich uit. Om dan weer, enkele minuten later, de volgende tunnel en nacht in te rijden, en weer verder te dommelen op het ritme van de wiegende wagon.   De pendelaars op dit traject hebben het goed. Het vroege wakker worden wordt verzacht door de sluimerende, schommelende reis naar hun bestemming. Ze krijgen de tijd om de dag te beginnen. Ze krijgen de tijd om hun ogen te laten wennen aan het zonlicht en aan de geuren en kleuren die bij klaarte hun donkere holtes verlaten. Ze moeten niets. Ze wennen. Aan het licht, aan het geluid, aan elkaar, aan hun plannen voor de dag. En wennen is goed. Wennen maakt dat je beter voorbereid de dag doorkomt.   Toch hebben de pendelaars op dit traject het ook lastig. Veel te warme wagons in de zomer, ijskoude in de winter. Verwarmingen die niet werken, plakkerige vloeren, zuurgeurende toiletten, onvriendelijke medereizigers, en constante vertragingen. Het zit hen niet mee. Gezucht rukt op wanneer ze de trein opstappen, die hen genadeloos naar hun bestemming brengt. Ze hopen een vertraging op te lopen, om dan het recht op klaagzang over de Italiaanse spoorwegen te kunnen opeisen. Ze grommen en knorren en puffen en zuchten.   De trein remt het station binnen. De pendelaars staan recht en stappen de trein uit. De dag is begonnen. Het warme deken van de treinwagon wordt genadeloos van hen afgetrokken. Maar dat is niet erg. De reis heeft zijn dienst gedaan. Ze zijn klaar. Ze zijn het gewend.   Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het nu licht. ‘Het blijven het pendelaars. Maar deze hebben het toch niet zo slecht.’, dacht ze.

Rebekka
0 0

Le Bohémien 1 – Een barst, en het licht dat binnenstroomt

In het blauwe teiltje dat Jan in zijn ene hand draagt, past de afwas van één gezin. Borden, glazen en bestek, maar niet de braadpan. Die moet Jan in zijn andere hand dragen. Hij sloft over het stoffige pad van de tent naar het sanitaire blok. Slippers aan zijn voeten, zijn lange witte tenen steken onder de bandjes uit als voelsprieten. Als er iets aan zijn lijf is wat hij echt lelijk vindt, dan zijn het wel zijn lange, kromme tenen. Kleine steentjes en zand van het pad kruipen tussen het plastic van de slippers en zijn tenen. Hij wordt gek van dat kriebelende, jeukende gevoel aan zijn voeten. Hij flippert het gruis weg, eerst de linkerslipper en dan de rechterslipper. Ondingen. Hij had zijn instappers moeten meebrengen. Maar daarvoor was geen plaats meer in de koffer. Wel voor Muriëlle haar watersandalen en haar bottines. Niet voor zijn comfortabele schoenen.   Er ritselt iets in het hoge, droge gras naast het pad. Hier zitten beesten, hij weet het. Dat is typisch voor het zuiden van Frankrijk. Hij heeft ze nogal gehoord deze week. Vermoedelijk slangen of hagedissen. Of anders muizen of ratten. In elk geval iets vies of giftigs. Dat kan niet anders op deze camping. Wat loopt hij hier eigenlijk te doen? Er staan vier afwasbakken op een rij onder een golfplaten afdak. Twee ervan zijn bezet door luidruchtige Nederlandse kinderen. De clichés kloppen.   Aan een andere spoelbak doet een roodharige vrouw de afwas. Hij schat haar rond de dertig, jonger dan Muriëlle, slankere heupen ook. Ze is niet erg groot en een Française te zien aan de pareo die ze draagt, of hoe zo’n wikkelding ook mag heten. Haar voeten zijn gebruind en ze draagt Birkenstocksandalen met een oranje riempje. Opvallend. Jan knikt naar haar wanneer hij het teiltje neerzet in de afwasbak naast haar. Zij kijkt hem niet aan. Zij wast af. Hij doet afwasmiddel in het teiltje en draait de koude kraan open, dan de warme kraan.   Er komt geen druppel water uit de kraan, er klinkt een kort, droog geklop en vervolgens schiet de kraan met een knal de lucht in. Het water spuit in het rond. Jan krijgt de fontein vol in zijn gezicht. Hij is meteen drijfnat. De Hollandse kinderen gillen en lachen hem uit. ‘Klojo’ en ‘oen’. Jan staat perplex. Hij staart naar het blauwe teiltje en naar het gutsende water.   Jan is een man die niet reageert, nooit, tenzij het hem allemaal teveel wordt. Muriëlle noemt hem traag. Jan noemt zichzelf bedachtzaam. Hij weet wel dat hij dingen opkropt om dan te ontploffen. Maar meestal relativeert hij liever dan hij reageert. Zo blijft Jan gelukkig. Geen conflicten, geen gedoe. Een klein beetje oorlog is soms écht niet beter. Dat weet hij van zijn werk op het Nationaal Geschiedkundig Instituut.   Ondertussen is hij kletsnat, short en poloshirt zijn doorweekt en hij staat met zijn slippers in een kleine modderpoel. Hij vindt het een onaangename gewaarwording, maar kan alleen maar kijken hoe het water uit de buis gulpt.   Pas als het water stopt met lopen, ziet hij dat zij op haar knieën onder de wasbak zit. Hij ziet de welving van haar natte voetzolen, de slanke enkels die overgaan in smalle gespierde kuiten. ‘Vreemd, dat ik hiernaar kijk’, gaat er even door zijn hoofd. Dan kijkt hij naar haar en ziet dat zij naar hem kijkt en een lach niet kan onderdrukken.   ‘Jij bent héél erg nat’, zegt zij, ‘je moest gewoon de hoofdkraan dichtdraaien.’   ‘Je spreekt Nederlands,’ antwoordt Jan. Een vaststelling, wat kan hij anders zeggen?   ‘Dacht dat je Frans was.’   ‘Nee, van Gent. En jij?’   ‘Brussel’, zegt Jan.   ‘Bon, allez, nog veel plezier met de afwas, die van mij is gedaan. Ik ga mijn voeten wassen. Ik haat modder tussen mijn tenen. Uw schuld.’   ‘Grappig accent, met die r ergens achteraan in de keel’, denkt Jan terwijl hij de afwas doet aan een andere afwasbak. De kapotte kraan laat hij voor wat ze is. Hij kan ook niet alles oplossen. Hij moet op het werk al hele dagen problemen oplossen over dat rottig historisch algoritme. Nu is hij met vakantie. Jan is graag met vakantie. Hij houdt van het zonder tijd zijn. Van tijd die geen tijd meer is, maar een vloeiend geheel wordt.   Terwijl hij met de afwas in het teiltje terugloopt naar de tent, verdwijnt hij in de zinderende hitte die over het kampeerterrein hangt. Even is er geen Jan meer. Veel meer dan dit niet-zijn mag hij niet verlangen.   Hij landt wanneer hij een venijnige prik voelt. Op zijn arm zit een insect dat hij nog nooit heeft gezien. Een soort megawesp. Nog nooit gezien. Bestaat niet. Mag niet bestaan. In een paniekerige reflex slaat hij het beest van zich af. Het steekt hem nog een keer, wat nog meer pijn doet. Er verschijnt meteen een pijnlijke rode bobbel op zijn arm. Muriëlle zal hier wel raad mee weten. Hij sloft verder over het stoffige pad. Op zijn hoede, op deze rottige camping zit beslist nog gevaarlijk ongedierte.   Wordt vervolgd …    

David Van Bambost
0 0

Zian

Op een bank in de Kompanjiestuin Een zwerver komt naar me toe Hij vraagt: tekent u? Nee, ik schrijf Wil ik dan iets voor hem doen?   Want jij bent door God naar mij gezonden Ik die al jaren door de straten dwaal Ik vraag geen geld, ik vraag alleen schrijf alles op En vertel de wereld mijn verhaal   I’m sixty-one, oud en versleten Toen mijn vrouw is gestorven ben ik alles kwijt geraakt I’m alone, het is hard, dus drink ik my doppie Want zonder ’n doppie kan je niet slapen op straat   Mag ik my doppie drinken, mag het asjeblieft?   Want ik krijg te min money om een huis te betalen Alle problemen hangen samen met geld Ze steken ons weg in plaats van te helpen Maar nu wordt het anders, nu jij alles vertelt   Want jij bent door God naar mij gezonden Ik die al jaren door de straten dwaal Ik vraag geen geld, ik vraag alleen schrijf alles op En vertel de wereld mijn verhaal   I’m coloured, ’n kleurling, ’n bruinman uit Kaapstad Wij leven hier ook, maar ze steken ons weg The world is a ghetto, maar ik doe wat ik wil Ons land is niet goed, de kleurling heeft pech Alle jobs gaan naar zwarten, dus vind ik geen werk meer Al heb ik nog zoveel talent Die regering, hy mors, Zuma must suffer Hy is ’n gemorspresident   Maar jij bent door God naar mij gezonden Ik die al jaren door de straten dwaal Ik vraag geen geld, ik vraag alleen schrijf alles op En vertel de wereld mijn verhaal   Mijn moeder zei: ik weet niet waar je gaat Maar ga je eigen weg en dat heb ik altijd gedaan Moenie worrie nie, God is goed, hij is de beste gids Hij toont je waar je moet gaan Je kan zijn wie je wil, je kan zijn wat je wil Je kan zijn wie je wil, je kan zijn wat je wil Je kan zijn wie je wil, je kan zijn wat je wil Maar je kan nooit Allah zijn   Maar jij bent door God naar mij gezonden Ik die al jaren door de straten dwaal Ik vraag geen geld, ik vraag alleen schrijf alles op En vertel de wereld mijn verhaal   Op een bank in de Kompanjiestuin Trots, hoop en wanhoop verdoezeld met wijn Ach, Zian, ik wist toen ook niet Dat jou verhaal nu een liedje zou zijn

Annemie Corens
17 0

Maak dat mee!

Toen lange Eddy met de licht groene, opgevoerde Zündapp KS50 van Moe, z’n broer Patje achterop, tegen 65 km/uur de rotonde aan het dorpsplein wilde oprijden, kwam er net een tractor met een op en neer wiebelende beerkar aangereden. Eddy smeet alles dicht en kon de brommer nog net in evenwicht houden. Z’n broer botste met z’n witte helm tegen de rug van lange Eddy aan. “Godverdoemme, nu zitten we daarachter” riep die. De John Deere met zestienduizend liter stront draaide veel te snel de rotonde af. De twee ongeduldige broers volgden op vier meter. De landbouwer reed, uiteraard, niet snel genoeg naar de zin van Patje. ‘Geef gas, nondedju!’ riep die. Ter hoogte van de Onze Lieve Vrouw van de Zeven Weeën kerk liep het mis. Op dat moment ontplofte met een ongelofelijke knal de rechterband van de zware beerkar. De stukken rubber en de koeienstront, vlogen in het rond. De Zündapp slipte en knalde, rechts van de beerkar, tegen wat er was overgebleven van de velg. Eddy werd samen met de brommer gekatapulteerd en zweefde ettelijke meters door de lucht. Hij kwam terecht op een remorque van een Marokkaan die zijn inboedel aan het verhuizen was, drie voertuigen verder dan de tractor. De zwevende Zündapp zelf knalde tegen een boom links van de rijbaan en slingerde de wei in. Patje lag, helemaal bedolven onder de stront, rechts van de tractor in de berm. De oude boer stapte, alsof er niks was gebeurd, uit z’n tractor. “Dat is van 1944 geleden dat ik nog zo’n knal heb gehoord.” zei die zonder te verpinken tegen de vloekende Patrick in de berm. De ongedeerde Eddy, lijkbleek -bijna zo wit als het wit van de pasgeverfde wegmarkeringen even verderop richting rotonde -, wandelde terug naar de plaats van het ongeval en sloeg de boer, met een overtuigende linkse, op zijn neus. In de kanariegele VW golf achter hen, die nu tamelijk donker groen zag en stonk, zat een vrouw te bibberen, haar handen stijf geklemd rond het stuur. “Maak dat mee!”, mompelde Patje, “een beerkar met een klapband.” Ondertussen stond gans het dorp rond de plaats van het onheil. Met name de parochiezaal, waar op dat moment de KWB hobby tentoonstelling net was geopend, liep leeg om naar het spektakel te komen kijken. Daar hadden ze de knal namelijk ook gehoord.

Hubert Grimmelt
0 1

DONOR IN THE DARK

Oké, met het televisieprogramma “Make Belgium great again” werd het noodzakelijk doneren van organen na de dood, nog eens in de verf gezet. Onnodig blijkt, want in principe is iedere Belg donor. Alleen met het ondertekenen van een beëdigd donorpapiertje voorkom je nu, dat ma, pa, zoon of dochter zich tegen je donatie gaat verzetten en ze je na de dood toch nog met al je gezonde attributen in de grond laten zakken of in de oven willen schuiven. Straf vond ik toch de uitspraak van de religieuze Joodse -en de Moslimgemeenschappen: “Zij zullen nooit donor worden, want ze moeten zich steeds integraal, met alles erop en eraan, aan de hemelpoort bij hun gefantaseerde Goden aanmelden.” Straf, dus die ontplofventjes hebben tijdens hun leven eventjes deze definitie overgeslagen.  Ik kan me niet indenken dat als zo’n bommengordelterroristje zichzelf opblaast, zodat je zijn weinige hersens van de vloer kan bijeen schrapen en zijn ledematen er als bloederige puzzelstukjes bijliggen, nog van zijn “herder” in zijn hemel aan zijn maagden mag beginnen. Sterker nog, ik vind dat deze religieuze jandoedels, als er bij hun één of ander intern niet meer functioneert, dan ook nooit op een donorwachtlijst mogen terechtkomen. Meer nog, ik veronderstel, dat ik dan ook het recht mag hebben om in mijn donorcodicil te stipuleren dat mijn organen aan iedereen geschonken mogen worden, behalve aan prakkiserende Joden en Moslims. Ben ik dan een racist? Nee hoor, ik behoed deze mensen voor een heleboel misverstanden aan hun sprookjeshemelpoort. Als Pietje de dood dan toch langskomt, moeten ze daarboven met hun Jehova en hun Allah niet in oeverloze discussies treden omdat ze een atheïstisch hart, lever, nier of longen in zich hebben.   Soit, de laatste septembernacht was de koudste in 39 jaar. De temperaturen flirtten met het vriespunt. Overal in België zullen er mensen zijn geweest, die met hun elektrisch kacheltje eventjes de boel doorverwarmd hebben. Zitten wij nu misschien al in alarmfase 1 van het elektrische afkoppelingsplan?  Wij worden op allerlei fronten met een mogelijke black-out rond de oren geslagen. De herfst en de winter komen eraan en ik zal al heel blij zijn dat als we straks met de caravan thuiskomen, de automatische elektrische garagepoort open zal gaan en wij niet in het donker, met een kaars in de hand, door de gang moeten strompelen. Met een beetje geluk sijpelen er geen ontdooide ijsjes uit de diepvrieskast en kan ik zonder problemen de vakantiewas in de machine laten draaien. Kan de verwarming nog aangezet worden? Zelfs stoken met aardgas, moet elektrisch opgestart worden. Mogen wij van onze Vlaamse kajotsterminister vanaf nu terug hout stoken in de open haard? Wat kan je nog in je keuken bewerken zonder elektriciteit? Moeten wij onze gasbarbecue voor alle veiligheid maar uit de caravan halen? Of wordt het alle dagen gazpachosoep, koude plat of tomaat- garnaal? Geen frietjes bakken, geen expresso- koffietje laten doordruppelen, geen magnetrondiners of potten en pannen op je keramisch vuur. Geen water in de zomer, geen elektriciteit in de winter! Het doet me zo’n beetje terugdenken aan de allereerste reisjes in de jaren ’50 en ‘60 naar Italië. Daar was het water ook gerantsoeneerd en kwam soms maar één uurtje per dag iets uit de kraan. Wat is er aan de hand in België? Zijn wij een soort ontwikkelingsland geworden? Onze minister van energie heeft er het handje van weg, om met een vermanend vingertje naar Electrabel te wuiven. Vinden jullie mijn zin, in het kader van haar handicap een beetje ongepast? Misschien, ik zelf vind hem grappig, zeker als je ziet wat de nieuwe minister van energie bij haar aantreden van haar CDF voorgangster als welkomstgeschenk kreeg;  een opwindbare zaklamp… Kunnen wij tijdens de wintermaanden nog met onze e-bikes rijden? Gaan we straks, als we allemaal elektrisch rijden onze auto’s wel kunnen opladen. Een oplaadbeurt gaat dan wellicht meer kosten dan een volle tank benzine! Wie er ook in de fout ging, wie wou de kerncentrales al veel eerder afschaffen zonder ook nog maar een goed alternatiefplan? Wie privatiseerde Electrabel om de put van de staatsschuld te dempen?  De Gentse rode ridder oppert nu, juist voor de verkiezingen, om het BTW tarief terug naar 6% te brengen. Geen enkele journalist vindt dit deze keer populistische praat en durft vragen “wie gaat dan die schuldenput terug dichtgooien, wie gaat dat volgens U betalen?” Weer de rijken zeker? Wie wou niet dat er ergens ten velde grote zonnepanelenvelden aangelegd werden, omdat er juist daar een bedreigde soort kikkertjes rondsprongen of een speciale soort mieren marcheerden? Wie wil er geen windmolenparken in de zee omdat het panorama dan verstoord is? Nu roept Electrabel dat de onderhoud van deze kerncentrales miljoenen gaat kosten ook omdat de elektriciteit nu van het buitenland geïmporteerd moet worden. Importeren wij nog niet genoeg onderontwikkeling uit het buitenland? Gaat er deze zomer nog wel genoeg elektriciteit zijn, als we met zijn allen onze airco in onze verplichte over- geïsoleerde huizen moeten laten draaien om wat verkoeling te hebben. Stel nu, even hypothetisch, dat bij een mogelijke black- out alle winkeletalages niet meer verlicht mogen worden. Als alle verkeerslichten en alle treinovergangen niet meer functioneren. Als alle straat- en autostradelichten gedoofd worden en dat wij met zijn allen aangespoord worden om romantisch met kaarslicht een potje scrabble of mens erger je niet te spelen. Dat gans België een donker onderontwikkeld gat wordt. Dat de duisternis de dief inspireert. Dieven sluipen door het duister en zoeken inbraakmogelijkheden in de nu alarmloze villa's. Alerte burgers verwittigen de politie. Er volgt een flitsende achtervolging en de gestolen auto met een kwartet bandieten smakt tegen een nutteloze lantaarnpaal. Brandweer en ambulances erbij en met de slachtoffers naar de spoed. Tevergeefs, te laat! Mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan, moeten zich in het midden van de donkere nacht naar de desbetreffende hospitalen haasten.  Ineens is er een overschot van donororganen, nieren, harten, longen en levers. De slachtoffers worden op brancards in de operatieruimtes binnen gereden en de transplantiechirurgen staan al met hun scalpel paraat. De burgers wordt gevraagd om nu in Alarmfase “Black out”, zeker op dit moment absoluut geen elektriciteit meer te gebruiken. Ergens in een gesloten asielcentrum steken 550 transmigranten tegelijkertijd de batterij opladers van hun smartphones in het stopcontact en pffft, kaboem…er kwam een varkentje met een lange snuit en in heel België ging overal, ook in de ziekenhuizen en bij iedereen het licht voor altijd uit.   Sim, 30 september 2018  Liverdun    

Sim
0 0

MISS CAMPING LA FLORIDE

Wij lazen in de krant dat een voormalige tv omroepster een boek had geschreven waarin ze aankondigde dat ze al meer dan 25 lentes was, vooraleer ze haar eerste orgasme kreeg en sindsdien masturbeert ze dagelijks. Ze schrok van de negatieve reactie op haar ontboezemingen en reageerde geschokt met de vraag “hoe preuts we eigenlijk geworden waren”! Preuts? Wie zit er nu op zo’n informatie te wachten, wie wil weten waar en hoeveel keer Eva gevingerd heeft? Zulke verklaringen horen toch niet in de krant thuis, maar in een weekblaadje voor overgangdames en roddeltantes! Bij een Brugs firmaatje kan je kuisvrouwen en -mannen inhuren om half naakt je tapijten te komen stofzuigen. Voor enkele euro’s meer gaat er wat meer lingerie uit en komen de poetshulpen met hun gat omhoog je plinten afstoffen. Binnen een jaar of vijf gaat de #metoo beweging hier weer een vette kluif aanhebben! Nu ben ik zelf een kind van de zestiger jaren, iemand die mee als eerste haar bh over de haag zwierde en met de pil, de condoomloze seksuele revolutie inluidde,  maar ik vraag me nu meer en meer af, wanneer is de mensheid zo plat en ongegeneerd geworden. Verschieten wij dan, dat de Midden Oosten nieuwkomers in Europa, schrikken van al dat ombeschaamd etaleren van bloot vlees en onze totale ongeremde seksuele omgangstaal? Vinden wij het nog gek dat zij opteren voor hoofddoekjes, sluiers, boerka’s en Sharia- wetjes? Ook hier op het strand  ligt er zo’n overjarige pépé te zonnen terwijl hij zijn zwembroek onder zijn kont getrokken  heeft. Soms loopt hij langs de vloedlijn te paraderen, in zijn blote poepert en zijn zwembroek die als een omega letter over zijn flierefluiter hangt te bungelen. Soms voel ik de neiging hem toe te roepen: “Trek die boel nu maar naar omhoog, want niemand wordt nog heet van zo’n twee oude gerimpelde chocolade bruine platte kadetten!” Ik vraag me ook af voor wie hij dit toneeltje dagelijks opvoert. Toch niet voor zijn madame, die naast hem ligt te zonnen en die er uit ziet alsof er een airbag veel te snel in haar badpak afgegaan is. Misschien wou hij wel naar de nudistencamping, maar stelde de mevrouw haar veto, omdat ze zich niet meer zo lekker zou voelen, om met al haar vergaarde overgangsvet, tussen die zonnende naakte lijven rond te denderen. Het koppel is, volgens de nummerplaat op de camper van de regio Parijs en misschien zit er daar in één of ander arrondissement wel een snol nagelbijtend op meneer zijn  terugkeer te wachten. Wat een rentree kan hij dan maken als hij haar dan kan vragen het witte stukje vlees te zoeken! Het is eind september en op de camping zitten er alleen nog oudere seniorentypes. Soms stel ik mij de vraag, wanneer sommige spiegelloze oudere seniorendames zouden inzien, dat het voor iedereen appetijtelijker zou zijn als ze hun lichamen in een strak badpak zouden steken. Laat toch een beetje aan de verbeelding over in plaats van royaal met die blubber- cellulitis- buiken over je bikinibroek rond te zwaaien en met je pompoentoeters of muggenbeettietjes ongegeneerd topless zwierend over het strand te flaneren. Wanneer besef je dat je dit niet meer moet doen? Het is eind september en een nieuwe soort kampeerders komt de camping opgedraaid. De campergeneratie, die met hun één, twee of zelfs drie honden niet meer welkom is in de hotels. Daarom huren of kopen ze een megagrote camper en zetten daarnaast een tentje op voor de roedel keffers. Hun fietsen worden vooraan en achteraan uitgerust met een hondenmand met daarover een soort gevangenistraliewerk zodat ze de blaffers ongestoord mee kunnen nemen op hun fietstochten. Soms hangt er achteraan zo’n  kinderfietskar, waar ze zo’n twee piepende poedels in meesleuren. Vermits ze met hun gigantische campers bijna niet in en uit hun kampeerplaatsjes kunnen rijden en ze op hun fietsen geen plaats overhouden om per fiets boodschappen te doen, huren ze dan ter plaatse nog een auto om naar de supermarkt te rijden. Mensen waar zijn jullie mee bezig??Waar is de oer tentenkampeerder en de kleine caravantoerist gebleven?  Het paadje dat doorheen de camping richting strand loopt wordt stilaan de hondenwandelboulevard. Elke hond wil wel een praatje maken met Lassie, Boomer, Beethoven of Rintintin  of de tweeling platsmoelhondjes van de andere kampeerders en dat ontaard soms in een oeverloos irriterend gegrom en geblaf. Het gelukkigst zijn de baasjes, als hun schijtertje een drol kan leggen op een lege campingplaats en als ze dan toch betrapt worden door alerte kampeerders dan zie je die schijtmadammen en koude kakmeneren nadien enigszins verveeld met hun stronttrofee richting vuilbakken slenteren. Alhoewel het zo laat op het seizoen is, is er nog steeds animatie op de camping. Niet dat we er last van hebben want het is werkelijk helemaal aan de andere kant van het domein. Eenmaal geprikkeld door onze nieuwsgierigheid zijn we een kijkje gaan nemen. Staan er daar, op een scène, in een oorverdovend lawaai, voor drie man en een paardenkop, zo’n zes Folies Bergèretypetjes met pluimen op hun kop en in hun gat wat op een Moulin Rougetempo rond te draaien. Aan de wekelijkse Miss Camping La Floride verkiezing werd al eind augustus, toen het jonge geweld terug naar huis was, een einde gemaakt. Maar manlief is nog steeds in de running voor de beker van de enige ongetatoeëerde hetero op de camping. Maar misschien wordt hij met een witte penislengte geklopt door de mokkabruine Parijzenaar.   Sim, Camping Le Floride et l’Embouchure, Le Barcarès.  22/9/2018           

Sim
350 0

DE KOGEL IS DOOR DE KATEDRAAL

Oké, de kogel is door de kerk. Volgend jaar in mei gaan we niet meer met de caravan rondtoeren, maar gaan we eerst onze eigen “to do and to see” citytrips vervolledigen. Geen Rome, Barcelona, Lissabon of Parijs meer, maar de tocht zal nu zonder nog verder uitstel naar het onvolprezen Salisbury gaan. Op de televisie zagen wij het Russische komische zenuwgasduo Alexander Petrov en Ruslan Bosjirov deze toeristische wereldstad  aanprijzen. Volgens een googleverhaaltje en zonder blikken of blozen vertelde dit novisjokkoppel op de Russische tv hoe geïmponeerd ze wel waren toen ze de 123 m hoge toren van de in 1220 gebouwde kathedraal zagen. En dat alle langs de andere kantmannen zeker een tocht langs de bewierookte Salisbury homobars moesten houden, want dat was de reden dat deze twee testosteronbonken voor een nachtje vanuit Rusland naar Groot Brittannië overgevlogen waren. Zelfs Poetin hoorde dit wikipedia- Skripalfabeltje met een grijns op zijn gezicht aan. Denken die Russen nu werkelijk dat wij in het westen van die onderontwikkelde goedgelovige idioten zijn? Soms kan ik deze redenering wel een beetje volgen. Soms denk ik ook dat het menselijk ras volledig aan het desintegreren is als je verhalen hoort van massa-pedo-priesters, van jeugdeikeltjes die met pasgeboren katjes voetbal spelen of het grote zootje drugsverslaafden die zonder hun dagelijkse wiet, pil of shot het leven niet meer aankunnen. Je moet op een zomerse dag eens in de Efteling rondwandelen. Zelfs mijn kinderen en kleinkinderen geloofden hun ogen niet. Of in juni over de wandeldijk op Tenerife tussen de jonge Britse lillende alcohol gemarineerde vleesmassa’s met hun bête koppen, doorlaveren! Of video’s bekijken van die comazuipende neukende Britten op Mallorca, die van hun hotelterras proberen in het zwembad te duiken, ja dan kan ik er inkomen dat die Russische nep-homo-toeristen zo’n stukje televisietoneel bij elkaar fantaseren. Zelfs heel Rusland maakt nu grappen over die twee gifacteurs. Misschien moet Fabre deze pseudo homoheren onder contract nemen. Ze zouden zeker een culturele meerwaarde geven als hij ze tussen zijn naaktdansers zou laten optreden. Zijn pornoballet zou meteen een schot in de roos zijn bij alle nog rond dwarrelde exhibitionisten. Misschien dat de #metoo verhalen dan niet meer van de ballerina’s, die het choreograaf- regisseursbed moesten delen, zouden komen,  maar van de blote penisdansers, die dan meer dan ongemakkelijk hun billen stijf bij elkaar zouden moeten houden tijdens de grand écart? Dus volgend jaar met zijn allen naar Salisbury, de nummer één op de Russische citytrip-lijst en zeker de kathedraal bezoeken.   Sim, 17 september 2018  Le Barcarès Frankrijk

Sim
55 0

Trauma

Ze loopt de stad in op zoek naar sporen van Trami. Vanochtend op het nieuws zei de nieuwslezer: ‘Typhoon nr 24 woedde in de nacht van 1 oktober over Noord Japan en heeft daar  geen menselijke slachtoffers gemaakt.’ Nr 24? Zou dat uit respect zijn voor de slachtoffers? In het zuiden zijn slachtoffers gevallen. Net zoals misdadigers een balkje voor hun ogen krijgen? Jammer voor de man of vrouw die betaald heeft voor de naam Trami. Hoeveel, vraagt ze zich af? Wat kost een typhoon als Trami? Trami ging vannacht flink tekeer. Klokslag drie uur stond Trami voor haar deur. Trami klopte aan alsof ze van een knokploeg was.  ‘Trami hier. Doe de deur open. Iedereen in huis, meekomen jullie. We maken jullie af.’ Ze beefde van schrik en kroop onder haar dekbed, dunner dan haar angst. Trami ramde op de deur.  Haar laatste minuten op aarde waren geteld.  Toen werd het stil.  Sloop Trami naar het volgende huis? Ze hoopte vurig van wel. Mensen zijn egoïsten. Ze is geen haar beter dan de rest. Haar hoop vervloog toen Trami als een gek aan haar luiken trok. Die sloerie was op haar balkon gekropen! Ze had het op haar gemunt. Niet op haar buren. Trami was razend. Ze maakte de hele nacht een hels kabaal. Toen de zon opkwam, gaf Trami het op. Voordat ze zich uit de voeten maakte, rukte ze nog wat planten uit de grond,  duwde een fiets omver. Maakte uit frustratie de bel kapot. Zo is Trami! Kleinzielig in haar wraakzucht. Nu zoekt ze naar sporen van Trami. Als een soort van trauma verwerking. Voor wat ze heeft meegemaakt. Een boetedoening voor haar egoïstische gedrag van vannacht. Ze struint door de stad. Wat denkt ze eigenlijk te vinden? Een ontwortelde boom? Die als een liggend buddha’s langs de weg ligt. Zal ze bidden? Weggevlogen dakpannen? Ze retourneert ze wel per post, ‘adres onbekend’. Omvergevallen vuilnisbakken? Ze duwt hun ingewanden terug naar binnen. Als een dokter. Maar het is alsof de stad haar niet wil vergeven. Trami heeft geen spoor achtergelaten. Als ze terug naar huis loopt, komt ze de buurvrouw tegen. Ze herkent haar grappige hoedje van op afstand. Een klein detail springt in het oog.  De blauwe hoed is vastgeklipt aan de boord van haar hemd. Die hoeden clip heeft ze niet eerder gezien. Vast voor Trami. Dat is het teken. Trami heeft gesproken. De buurvrouw draait zich om.  ‘Wat een nacht, he!’ ’Inderdaad. Ik ben blij dat u nog leeft.’ ’Ha,ha,ha!’ De buurvrouw lacht. Ze heeft haar buurvrouw aan het lachen gebracht. Dat lucht op!      

Margaretha Juta
0 0