Lezen

DONDERDAGHOBBY

En ja, natuurlijk hebben wij alle begrip voor de jeugd die zich voor een beter klimaat wil engageren. Ik begrijp ten volle de ongerustheid van onze schoolgaande jongelui, als je ziet hoe wij met onze aarde omgaan, hoe tegelijkertijd de populatie explosief toeneemt en we steeds meer en meer voor voedsel en energie moeten zorgen. Maar dat ze nu juist mits een spijbel- donderdagnamiddag deze bekommernis aan de regering moeten tonen, dat gaat volgens mij een ietsje te ver. Waarom roept die facebook-jeugd elkaar niet op om op hun vrije woensdagnamiddag Brussel onveilig te maken. Minister van leefmilieu Joke Schauvlieghe is dan toch ook op post! Maar eigen vrije uurtjes aan de klimaatopwarming opofferen is waarschijnlijk minder leuk en zal resulteren in een lagere opkomst manifestatie- meelopers die zich aan de stoet aansluiten! Hebben de organiserende meisjes misschien juist elke donderdag een zweetnamiddag lichamelijke opvoeding of een vervelend zwemuurtje? Hebben ze die bewuste namiddag in samenspraak met enkele leraars of leraressen gekozen? Die krijgen dan plots onverwachts een paar vrije uren om hun zware arbeid takenadministratie bij te werken? Al bij de allereerste donderdaghappening sloten zich al een aantal katholieke uniformleerlingen aan de betoging aan. Zij hadden waarschijnlijk juist via bisschop  Bonny vernomen dat ze vanaf nu elke donderdagnamiddag in de godsdienstles terug de bijbel moeten bestuderen. Geloof kan bergen verzetten, maar om nu ineens alleen op God te gaan vertrouwen om onze wereld te redden lijkt ook voor mij een waardeloze gedachte. Dus beseffen die met rooms katholieke religie opgesolferde tieners dat met bidden alleen de klimaatopwarming niet gestopt kan worden. Zij bezitten dan blijkbaar genoeg verantwoordelijkheidsgevoel om niet op de Heer te rekenen, maar dat ze beter resultaat zullen behalen door met een plakkaat “Red onze aarde” voor het Vlaams regering halfrond te gaan marcheren. Ik kan me glashelder voorstellen hoe zo’n godsdienstleraar anno 2019 in een klasje opnieuw het verhaaltje van de schepping moet gaan uitleggen. Eerst schiep god Adam. Dan nam hij, zonder enige vorm van narcose een rib uit Adam’s lijf en daar maakte hij Eva van…Wie kan je de dag van vandaag nog wijsmaken dat Eva, Adam met een appel verleidde? Ja zeker, voor een appel en een ei, schoof zij haar vijgenblad opzij. Adam en Eva kregen vervolgens twee zonen Kaïn en Abel, die elkaar zo snel mogelijk de hersens probeerden in te slagen. En nu gaan er in die godsdienstklas 25 bronstige hormonen- en testosteronvingers omhoog, omdat ze de leraar nu wel eens willen horen uitleggen hoe het dan eigenlijk verder ging.”Hoe kon de overgebleven zoon zich een stamboom bij elkaar vogelen?” Moest hij op een Oedipus-wijze zijn eigen moeder versieren? Of had Eva, zonder dat wij het weten, nog een dochter op de wereld gezet en moest Abel incestueus met zijn eigen zuster aan de slag?  25 hitsige tieners, die ’s avonds al op hun smartphones  naar porno liggen te loeren, kan je zulke onzin niet meer op de mouw spelden! En dan dat ander sprookjesverhaal over die man die van alle dieren een koppeltje op zijn ark meenam. Keek Noach heel gepast onderaan of er telkens twee, van elke sekse eentje, inscheepten en of er geen twee homofiele pinguïns bijzaten? Twee giraffen, twee olifanten, twee kamelen, een stier en een koe, een kat en kattin, twee muizen…grrr één muis, enz. Je kan de tieners van nu toch geen knollen voor citroenen meer verkopen? Wie gelooft die bijbel onzin nog?  Het is toch evident, dat die studentjes liever een kilometer of twee spijbelend door Brussel stappen in plaats van een verhaal aan te moeten horen over een vent die samen met een meute hersenloze naïevelingen, 40 jaar lang door het woestijnzand  ploeterde op zoek naar het beloofde land. In de 21e eeuw kan je zulke parabels toch niet meer vertellen zonder dat men de wenkbrauwen optrekt. Zo’n gps-loze machoman, die 4 decennia lang aan een stuk weigert te luisteren naar zijn vrouw die wel over een degelijk portie oriëntatie beschikte en die al na de eerste week zei dat hij bij de allereerste Sinaï- rotonde de eerste afslag moest nemen en niet telkens moest rondlopen tot de vierde uitrit. Het beloofde land had dus bijgevolg al 39 jaar, 11 maanden en 21 dagen  vroeger kunnen ontdekt zijn. Dus bij deze begrijp ik onze milieuspijbelaars wel een beetje, maar zijn diezelfde tieners ook ineens bereid om de nodige consequenties voor een beter klimaat vol te houden? Worden ze nog elke morgen door ma of pa met de auto aan de school afgezet of nemen ze de milieuvriendelijke fiets? Willen ze, om de CO2 uitstoot van de veestapel te verminderen, ook hun steak met pepersaus, gemarineerde varkenshaasjes en burger King hamburgers opgeven en worden ze nu allemaal vegetariërs? Om hun biologische voetafdruk te verminderen, weigeren ze dan nu boontjes uit Senegal en in januari Spaanse aardbeien te eten? Verplichten ze hun ouders om alleen Belgische bio -producten te kopen en houden ze dat later op kot ook nauwgezet zelf vol. Gaan ze, nu vaststaat dat huisdieren even veel uitstoot hebben dan dieselauto’s, hun honden en katten naar het asiel brengen en er zeker geen nieuwe voor in de plaats nemen? Dieselen ze, tijdens de kerstvakantie nog met ma en pa mee richting wintersporten?  Bedanken ze tijdens de zomervakantie voor het vliegtuigreisje richting Turkije of naar de Egyptische Rode Zee en verwerpen ze city tripjes naar Barcelona of New York? Gaat het donderdagnamiddag klimaatbetogen verder tijdens de krokus- en de paasvakantie of is het milieu dan ineens een stuk minder belangrijk? Ik ben alvast benieuwd! Wij zijn ondertussen een paar dagen op Tenerife. Wij wandelden vandaag in Los Cristianos en hebben lekker op verschillende terrasjes gezeten. Op een paar uur tijd hebben wij opnieuw onze jaarlijkse dosis Afrikaanse negerleurders, vol getatoeëerde Brexitgangers, gehandicapte rolstoelhooligans en tonnen lillend, trillend en hangend seniorenvlees in vijftig tinten bruin, zien passeren… wordt vervolgd.   Sim, Costa del Silencio, Tenerife  16 januari 2019 www.neswmonkey.be/sim

Sim
3 0

Pedalenspel

Putteke winter. Donker, grauwe, grijze, winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor een uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. Baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Baby slaapt. Thuis op tv. Daarna nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm, huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor het uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. De baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek.  

Heidi Schoefs
0 1
Tip

Niets is wat het lijkt. Relaas van een bijzondere ontmoeting.

Ik woon dicht bij de Scheldevallei, aan de voet van de Vlaamse Ardennen, een regio die erg geliefd is bij fietsers en wandelaars. Met een paar locals verken ik af en toe de streek via wandelpaadjes langs poelen, vijvers, weilanden en bossen. Wandelen vind ik heerlijk: zowel om te genieten van de natuur als van het gezelschap. Zelfs wanneer we zwijgen, zegt de stilte vaak zoveel meer. Stilte vertraagt, zet de mallemolen tussen je oren even on hold en verscherpt je zintuigen.   Afgelopen zondag had ik er weer zin in. Ik vertrok onder een staalblauwe hemel met een stralende winterzon die haar best deed om de lente - veel te vroeg - te verleiden. Deze keer ging ik alleen op pad. Ik pijnigde mijn geheugen om mij de weg te herinneren naar een prachtige vijver, afgeboord met een rietkraag en wilgen. Het kostte mij wel wat moeite want het is een goed verborgen pareltje. Na een paar kilometer zag ik eindelijk de vijver tussen de bomen. Ik genoot van het heerlijke, winterse tafereel. Stil was het zeker niet want ik hoorde de vogels uitbundig fluiten. Ik wist dat er ergens aan de waterkant een kijkhut lag. Na een beetje zoeken, vond ik een kwakkel, houten brugje dat naar de hut leidde. De hut is vooral bedoeld voor vogelspotters. Ik ben absoluut géén vogelspotter. Ik kan met moeite een huismus van een koolmees onderscheiden en ik weet dat een vlieg geen trekvogel is. Tot zover reikt ongeveer mijn ornithologische kennis. Toch kan ik erg genieten van de schoonheid van die beestjes.   Door het natte weer van de afgelopen weken hing rond de zolen van mijn wandelschoenen al een even dikke laag modder en aangestapte aarde. Voorzichtigheidshalve hield ik mij links en rechts vast aan de reling van de brug en stapte voetje voor voetje naar de hut. Ik trok het gammele, piepende deurtje open. Ik dacht onmiddellijk aan het ‘Schurend scharniertje’ van Jos Ghysen, voor wie zich die tijd nog herinnert. Mijn gemijmer stokte al snel toen ik in de hut een oude man zag zitten. Hij keek niet op. Zijn ogen tuurden over het wateroppervlak. Ik twijfelde even of ik rechtsomkeer zou maken, wat ik overigens onbeleefd van mijzelf zou vinden, dan wel of ik zou blijven. Ik koos voor het laatste en schuifelde een beetje onwennig naar het midden van de hut voor een beter zicht op de natuurpracht. Met zijn ene gestrekte wijsvinger voor zijn mond, gebaarde de oude man met zijn andere hand om naast hem te komen zitten. Zijn gehavende handen verraadden noeste arbeid. Zwijgend nam ik naast hem plaats op het bankje. Ik leunde een beetje achteruit. Vanuit mijn ooghoeken sloeg ik hem gade. Hij deed mij denken aan de opa van ‘Heidi uit de bergen’: beetje nors voorkomen, een bruine, velourse broek, een zwarte rolkraagtrui waar een kolonie motten had huis gehouden, een kakigroene jas en een dikke, grijze haardos die om een kapper smeekte. Net zoals de opa van Heidi had hij een grijze baard, onverzorgd. De broodkruimels van deze ochtend kon ik nog spotten ... Voor de rest spotte ik helemaal niets ... Ik tuurde ook over het wateroppervlak. Ik zocht minutenlang tevergeefs naar wat de oude man zo fascineerde. Ik zag water, dode bladeren, riet, waterplanten, ...   Net toen ik voorzichtig weer wilde opstaan, nam hij mijn arm vast en wees hij naar de waterkant. Tussen het riet zat een koppel eenden. “Wilde eenden” fluisterde hij, alsof hij zijn woorden spaarde om geen geluidsoverlast te veroorzaken. “Cool!” dacht ik ironisch bij mezelf. “Het mannetje maakt het hof” fluisterde hij verder. Ik was niet bijster geïnteresseerd in het amoureuze gevogel, diep verscholen in het riet, maar ik bleef toch zitten. De oude man leerde me nog meer over de verliefde vliegbeesten, onder andere dat ik het mannetje, de woerd, kon herkennen aan zijn glanzende groene kop, een witte halsband en een kastanjebruine borst. De vrouwtjes zijn doorgaans donkerbruin. “De winter lijkt soms doods en stil, maar vergis je niet, alle voorbereidingen voor nieuw leven zijn ook onzichtbaar al aanwezig. In het donker ontkiemt immers het zaad” vertelde de oude man. “Wist je dat de Kelten feestten bij de eerste volle maan in november om het toekomstige nieuwe leven te vieren? Dat leven moet eerst kiemen, rijpen in de donkere aarde” ging hij verder. Ik humde eens om duidelijk te maken dat ik naar hem luisterde. Hij zweeg even, zuchtte diep en ging toen verder: “Zo gaat het ook met ons. Ons leven stopt niet bij onze dood, het kent net zoals in de natuur een cyclus.” Het gesprek kreeg plotseling een heel bijzondere wending. Voor het eerst keek ik hem recht aan in zijn glasheldere, blauwe ogen. Ik ken nog iemand met zo’n ogen ... Ik moest slikken bij de herinnering, de herkenning. Hij zweeg weer even maar bleef mij aankijken met een zachte maar toch doordringende blik. “We zijn hier om te leren, om een beter mens te worden, om te groeien, ons verder te ontwikkelen.” Ik was een beetje overdonderd en wist niet wat zeggen, maar ik begreep, ik voelde, wel wat hij bedoelde. Er hing een bijzondere, diepzinnige sfeer in de hut. De stilte was alleszeggend en oorverdovend. Ik hoorde zelfs de vogels niet meer. Ik vergat de woerd en zijn aanwinst. Ik dacht diep na over wat de oude man had gezegd ... Zijn woorden raakten mij.   Plotseling trok iemand de deur open. Ik schrok. De speciale stemming verdween, alsof ze wegvloog en opging in de natuur. Een nette dame van - ik ben slecht in leeftijden schatten - ongeveer 60 jaar stapte binnen. Ze was van kop tot teen uitgedost in een piekfijne wandeloutfit met een berenpoot. ‘Fashionable’ zou mijn oudste dochter zeggen. De dame bleef heel aanwezig in het hoekje van de hut staan. Ze keek me aan met een blik van ‘vertrek nu maar, IK wil nu op het bankje’. De oude man keek ondertussen weer strak en zwijgend voor zich uit. Ik hoopte zo dat de dame weer zou afdruipen. Helaas pindakaas ... Opeens rinkelde luid haar gsm. Het irritante lawaai stond in schril contrast met de natuurgeluiden. Ze nam op en begon met een schelle stem te tateren. De optie om terug naar buiten te gaan, overwoog ze duidelijk niet. En het leek er ook niet op dat het gesprek snel zou aflopen. Ik bedankte de oude man voor het bijzondere gesprek en verliet de hut.   De rest van mijn wandeling was ik verzonken in wat hij mij had verteld over de natuur, het leven en de dood. Waarom vertelde hij mij uitgerekend daarover? Het is toch geen koetjes-en-kalfjes-onderwerp voor vreemden die elkaar nog nooit eerder spraken. Of had ik hem al eerder ontmoet? Was onze ontmoeting geen toeval? Net voor ik de bebouwde kom weer naderde, kwam ik de dame uit de hut weer tegen. Ze leunde op één been tegen de koffer van haar mooie SUV en wisselde haar wandelschoenen voor een proper paar. Ik knikte en vroeg tijdens mijn passage wat ze van de hut vond. “Ik ben niet gebleven. Ik betrouwde die rare man voor geen haar.” Ik knikte nogmaals beleefd en stapte verder. “Je weet niet wat je hebt gemist” dacht ik bij mezelf. Niets is wat het lijkt ... Meestal toch.

Hilde Bours
48 1