Lezen

Ons Panini stickerboek

In het sigarettenwinkeltje op de hoek van het Simon Stevinplein koopt mijn vader onze eerste Panini stickers van het WWF thema “RED DE NATUUR”. Algauw volgen meer pakketjes met stickers en het bijhorende stickerboek. Dit is de start van een wekelijks terugkerende gewoonte. In mijn herinneringen komen mijn vader en mijn broer mij ophalen van de turnles, halen we pizza’s bij de italiaanse speciaalzaak en stappen we onderweg naar huis het winkeltje binnen om twee pakketjes stickers te kopen. Aanvankelijk kunnen we vlot de genummerde vrije plaatsen in het boek bekleven. Er zijn rechthoekige vakjes voor natuurtaferelen en ook uitsparingen met de contouren van dieren, planten en schelpen. Later leggen we een lijstje aan met de ontbrekende nummers. We trachten het lijstje in te korten met de inhoud uit meer nieuwe pakketjes of door te ruilen. Mijn broer neemt de stickers die we dubbel bezitten mee naar school en toont bij thuiskomst trots de zeldzame nummers die hij heeft weten te bekomen. Bijna dertig jaar later neem ik het boek opnieuw ter hand en sla het open. Op plaats één van het boek, in de rechterbovenhoek van de eerste bladzijde, prijkt de panda als vaandeldrager van alle bedreigde diersoorten. Binnenin staan bosbranden en oprukkende industrie afgebeeld als directe bedreigingen voor onze natuur. Ik zie beelden van milieuvervuiling door afval en in zee lekkende olietankers. Het cijfer driehonderdvijftig markeert een van de laatste lege plaatsen in het boek, linksboven in een vier-stickers-grote afbeelding van een energiecentrale die baadt in het avondrood. Ik tel de zegeltjes op de volle spaarkaart - vijftig stuks of één per pakketje stickers. Het retouradres op de spaarkaart is niet ingevuld. Ik stel vast dat we zo de mogelijkheid onbenut lieten om tot dertig ontbrekende stickers op nummer te bestellen aan een tarief van vier frank per sticker. Hiermee bleef ons stickerboek onvolledig, als een stil eerbetoon aan de spanningsboog die wij ruim een jaar lang aanhielden.

Brecht Fevery
57 1

Carrièreswitch

1983.  Verleden week werd ik negen jaar. Ik kreeg een nieuwe T-shirt en een modelvliegtuigje. Later wil ik stuntpiloot worden of gezagvoerder van een passagiersvliegtuig.Gisteren kwam de kapelaan mij samen met mijn schoolvriend uit de klas halen. Hij had extra misdienaars nodig bij een belangrijke begrafenisplechtigheid. Wij schrokken ons een hoedje. Er stond een tank voor de poort van de kerk  en wel honderd soldaten in verschillende uniformen. Een militaire muziekkapel speelde een treurige mars. De kapelaan legde uit dat er een voorname begrafenisdienst was en er extra misdienaars nodig waren. De mis zou met wel drie geestelijken worden opgevoerd. Dat gebeurt normaal enkel op kerkelijke hoogdagen. Drie oudere misdienaars waren al op post. Vanuit de deur van de sacristie legde ze uit wat er allemaal gaande was. Dit was een staatsbegrafenis voor een piloot die omgekomen was toen zijn vliegtuig was gecrasht bij een reddingsoperatie in een ver land.De kerk zat nokvol met gewone mensen uit het dorp, maar ook de burgemeester was er met enkele belangrijke politieke toplui. Eerst kwamen hoge officieren binnen in prachtige uniformen van zowel de landmacht, de zeemacht als de luchtmacht.  Zelfs een generaal was helemaal  uit de hoofdstad gekomen en vertegenwoordigde de koning. Dan begon de dienst. Wanneer de kist met de nationale driekleur werd binnengebracht speelde het orgel het volkslied. Achter de kist liep een dame die helemaal in het zwart was gehuld. Ze werd ondersteund door een man in een uniform van de luchtmacht. Later vernam ik dat ze amper dertig jaar oud was en dat haar dochtertje pas negen was geworden, net als ik.Alles was indrukwekkend. Er werden speeches gehouden en de vertegenwoordiger van de koning zei dat aan de omgekomen piloot postuum een belangrijk ereteken werd uitgereikt. Dat ereteken werd bovenop de kist gelegd. Bij het buiten dragen van de kist liepen de priesters en wij als misdienaars vooraan tot aan de kerkdeur. Daar gingen wij links en rechts van de wijde poort staan terwijl de kist op de schouders van zes militairen werd gehesen. De echtgenote van de overleden man had haar zwarte voile voor haar aangezicht omhoog gedaan. Ik kreeg de tranen in de ogen bij het zien van zoveel smart en leed. In het voorbijgaan kwam iemand van de aanwezigen naar mijn schoolkameraad en mij, bedankte ons en stopte ons een geldbriefje in de hand. Vandaag heb ik mijn besluit genomen. Ik heb het geld in mijn spaarpot gestopt. Het spaargeld ga ik later gebruiken om mijn studies te betalen. Piloot ga ik niet meer worden maar ik wil studeren voor dokter en ga dan bij het leger om gekwetste soldaten te genezen.  

Vic de Bourg
37 1
Tip

ode aan alle supermarkten

5 januari IK KAN NOOIT MEER NAAR HUIS. (meer dagboekfragmenten)     Vandaag ben ik verdwaald in de Delhaize, vijf keer opnieuw. Misschien is verdwalen niet het juiste woord, want ik deed het met opzet en met opzet verdwalen kan niet, bestaat niet. Wat ik deed was eerder zwerven. Ronddolen tussen de ingeblikte groenten en pakjesrijst op zoek naar iets wat mooi genoeg is om een gedicht over te schrijven, naar een chiasme of twee. En ik vroeg het aan een voorbijganger of drie, maar niemand wist waar de woorden ergens lagen en of ze ook verhalen verkochten in de supermarkt. De laatste man bedacht dat ze misschien aan de kassa konden liggen, maar daar had ik natuurlijk al lang gekeken, want achter de kassa liggen ook altijd de sigaretten en die zijn al even gevaarlijk verslavend als woorden. Een kassierster vertelde mij dat ze alleen voedsel en huishoud- middelen hadden, dat ik beter naar een andere winkel kon gaan, een boekenwinkel misschien, of de bibliotheek om de hoek. Dan keek ze op haar horloge en zei: het is beter dat je gaat, we gaan zo sluiten.   -   (En graag had ik ook mezelf in een verpakking gerold, één van bubbeltjesplastiek als dat mocht, had ik mezelf ergens onderaan een rek verstopt, tussen de frisdranken en de wijn, in de hoop dat een oud vrouwtje haar bril vergeten was en zich vergiste, dacht dat ik een blik soep was en me meenam naar huis. Dat ze mij tussen haar kruiden-collectie plaatste en me daar vergat, pas op een zonnige ochtend in april terugvond en daar zo gelukkig om was, oprecht blij om mij te zien. En dan zou ze me liefdevol klaar maken, zachtjes roeren en mooie woordjes toefluisteren. Ze zou me zelfs kruiden, met tijm en kamille, en dat zijn dan nog mijn lievelingskruiden.)   -   ik verdwaal ergens tussen de soep en specerijen in, vind mezelf in een diepvrieszak erwtjes, bedenk tien woorden die rijmen op zuivelproducten en schrijf een gedichtje over hoe wit de vloer hier is en hoe ik zóóó houd van donuts en chocolademelk, van tijm en kamille en een beetje van de andere boodschapgangers ook <3   -   De kassierster draagt een donkere schort en er zitten vlechtjes in haar haar, twee. Ze staat  in het gangpad met een aubergine tegen haar borst geklemd en vraagt of ze mij kan helpen, of ik iets zoek. Ik zeg: verkoopt u soms ook wat woorden? Zij lacht, schud haar hoofd en zegt dat ze wel een paar kranten hebben, een scheurkalender en cursusblokken, als ik dat misschien bedoel. Ik knik en vraag of ze dan ook even mijn hand wil vasthouden, want het is al drie weken geleden sinds ik voor het laatst iemand aanraakte en mijn huid is hongerig, mijn vingertoppen gulzig. Of ze me misschien wat leugens kan vertellen zoals ik zal je nooit vergeten of: je bent niet alleen, ga maar slapen nu. Ze fronst en kijkt op haar horloge, zegt dat het beter is dat ik nu ga, ze gaan zo sluiten, en ik val op de knieën en sla mijn armen om haar benen, als een kleuter met verlatingsangst, smeek of ze mij wil meenemen naar huis, ik zal alles voor haar doen. Ik zal op de grond slapen, zal morgenochtend voor haar afwassen. Ik vertel haar dat ik nooit meer naar huis kan, dat mijn verdriet thuis op me wacht, verstopt onder mijn bed, en dat dat verdriet zo hongerig is, nooit voldaan, dat het aan mijn geluk zal vreten tot er niets meer van me overblijft behalve de tranen en misschien een paar woorden.   Het is al bijna ochtend wanneer ik thuis aankom. Mijn appartement is donker en leeg, en ik bid voor mooie dromen, ga liggen, sluit mijn ogen en laat mijn monster-onder-het-bed me dan maar verslinden.    

floo
200 1

het regende vandaag

3 januari 2022 Dagboekfragmenten.     Het regende vandaag. Ik nam een tram, vergat mijn bestemming ergens halverwege – was te druk bezig met buiten in het stormweer te verdrinken – en bleef dan maar zitten. Drukte mijn voorhoofd tegen het raam en keek toe hoe Brussel achter het glas helemaal onder water liep, hoe de mensen met dikke winterjassen en haastige passen het voetpad afsnelden, de haren nat, hun schoenen volgelopen. Hoe een meisje schuilend onder de gevel van een vijfsterrenhotel te druipen stond, de mascara al langs haar wangen naar beneden gelopen, haar ene schoentje kwijt.   Twee keer reisde ik van eindhalte naar eindhalte, mezelf afvragend hoe je toch in hemelsnaam een schoen ongemerkt kan verliezen, om vervolgens mezelf te verliezen bij halte zes: Hallepoort. (Ik heb nog gezocht op de mivb site voor verloren voorwerpen, maar daar stonden nergens meisjes tussen.)   -   Brussel is de verdrinking nabij. Het water komt al tot mijn enkels dus ik doe mijn schoenen uit, bind ze rond mijn nek en ga blootvoets verder. Een paar mensen staan op het perron te wachten op een tram die waarschijnlijk niet meer zal komen en doen alsof ze mij niet zien. Ik kies de diepste plas en ga rondjes drijven op mijn rug, kijk hoe druppels zwaar als kwik de lucht uit komen gevallen en proef er eentje met mijn tong. Het wil maar niet stoppen met regenen.   Op het Beursplein branden er nog steeds kerstlichtjes en ik vind er een vis. Een vis met gouden schubben en blauwe vinnen, eentje die bijna even groot is als mijn onderarm en rondzwemt in een plas.   Graag wil ik je vertellen over de vis, een gedichtje schrijven over hoe ik zwom van zuid naar noordstation, maar jij zal me nooit geloven. Daar waar jij bent regent het nooit zo, hier kent de hemel duidelijk meer verdriet.   -   Vanochtend wachtte ik op een tram en het regende en de regen tokkelde zo prachtig mooi tegen de kasseien en het asfalt en ik moest weer denken aan die laatste keer toen je met je haren tegen je voorhoofd geplakt stond te wachten op de zonsondergang zo helemaal natgeregend, en ik moest denken aan hoe mooi je was toen en hoe de regen je wangen kuste en van je wimpers drupte en ik dacht aan hoe je fluisterde dat de zonsondergang het altijd waard zou zijn en ik wilde huilen toen ik je daar zo zag staan in mijn herinneringen, met het laatste zonlicht nog net in je ogen, het liefst huilde ik alle vijf de oceanen terug bij elkaar, verdronk ik mezelf en de rest van de wereld in mijn tranen, ja, ik had zo graag al mijn verdriet voor jou verspild, lieveling, maar het regende en als het regent zijn tranen ook maar gewoon water.             https://flodemeyer.wixsite.com/blub/januari

floo
4 0

Allener

Sommige dagen zijn allener dan andere. Ik heb het opgezocht, het woord bestaat echt. Het geeft ook goed weer wat ik op zo’n dag voel. Dat heeft ook niks te maken met de afspraken die ik heb of met de dingen die ik moet doen. Het is een soort leegte die in mijn ziel kruipt en die maakt dat er een kilheid in mijn botten komt. Op die dagen begrijp ik dat mensen die alleen wonen de verwarming een graadje hoger zetten. Je krijgt de neiging je dikke sokken aan te doen en bovenop de kachel te gaan zitten. Maar het helpt niet, de kou komt van binnenuit. Op die dagen moet Stef een heel eind mee gaan wandelen. Hij wordt van zijn warme vacht afgehaald en hup, naar buiten. Mijn handen diep in mijn zakken, kraag omhoog en lopen. Stef vindt dat op zich niet erg. Zoals gebruikelijk loopt hij mijn route drie keer. Heerlijk om een hondje te zijn. Toch is Stef op zo’n dag veel meer troost dan die kleine man beseft. Onwillekeurig krijg ik toch meer energie van zijn enthousiasme. Ook de frisse lucht doet goed, het waait toch de mistflarden uit mijn hoofd. Weer thuis doe ik dan mijn best om de draad weer op te pakken en te proberen positief in het leven te staan. Meestal gaat dat dan ook wel een stuk beter, zo’n wandeling doet goed, hoe slecht het weer ook is. Natuurlijk moet ik wel zorgen dat ik eerder bij de deur ben dan Stef. Die viezerik banjert overal doorheen en loopt met een grote boog om de handdoek in de garage heen. “Pootjes schoonmaken Stef”, nee, dat is niet zijn favoriete bezigheid. Maar om te voorkomen dat het in huis gaat kraken als je door de kamer loopt, moet er toch flink gepoetst worden. Meestal ga ik dan even aan tafel zitten. Even helemaal niks. Straks ga ik weer aan de slag maar nu wil ik even voor me uit staren. En dan hoor ik de stem van mijn maatje stil in mijn hoofd. “Kom op Mach, jij kunt alles.” Nee hoor, lang niet alles, maar ik doe mijn best.

Machteld
3 1

Alles is heimwee

Alles wat je vast pakt, daar zit een herinnering aan. De stomste dingen brengen een reactie te weeg. Wat doe je met al die spullen. Sommige dingen kunnen weg maar even zoveel dingen wil ik echt niet missen. En dat heeft niks met financiële waarde te maken. Die oude winterjas. Zoveel gedragen. Die oude slippers. Zo versleten. Maar ook de verzameling zakmessen. Iedere vakantie kwam er weer één bij. De verzameling Spaanse messen, zorgvuldig ten toon gesteld. Nooit mee gesneden, daar waren ze te kostbaar voor. Dierbare spullen, ze worden zorgvuldig weggeborgen. Natuurlijk blijven er ook veel spullen gewoon op hun plaats staan. De verzameling Ernie-poppen. De hele slaapkamer staat er mee vol. De karikatuurprent die ik heb laten maken bij zijn koperen jubileum. De verzameling foto’s. Het gereedschap in de garage, zo zuinig onderhouden. Ach, zoveel dingen. Zeker, er zijn ook zaken die weg kunnen. Daar zit geen emotionele waarde aan. Ik hou niet minder van mijn maatje als ik die weg doe. Of de dingen met een vraagteken. De luchtbuks van opa, wat moet daar mee gebeuren. Ik heb geen idee, voorlopig ligt hij nog veilig op zolder. Er zal vast wel een oplossing voor komen. Het heeft ook helemaal geen haast. Herinneringen zijn een ongrijpbaar iets. Ze laten zich niet sturen. Ze dringen zich ook aan je op tijdens momenten dat je er niet op bedacht bent. Soms als een mokerslag maar soms ook als een lentebriesje. En altijd is daar weer dat weten. Het zijn herinneringen, het komt niet meer terug. Alleen de heimwee, die blijft.    

Machteld
9 0

De teleurstellende kunstwereld

Kunstonderwijs, dat was voor mij een vanzelfsprekendheid. Het was het transcendentale aspect van kunst dat mij aantrok. Hoe kunst de grenzen van het alledaagse kan overschrijden. En tegelijk daarmee het alledaagse op ongeziene wijze zichtbaar maakt.  Met de kunstenaar als onderzoeker en interpretator, gezegend met een geest die het voor de hand liggende steeds een stap voor is. Deze persoonlijke definiëring kleurde de keuze van mijn studietraject. Van mijn ervaring met het kunstsecundair onderwijs rest er enkel nog eelt op mijn ziel. De opleiding schoot schromelijk tekort omdat de waarde van het creatief denkend brein werd onderschat. Het kso is als een restafvalbakje waarin de leerlingen die zich niet vlekkeloos in het onderwijssysteem laten gieten worden gekieperd. Men reduceert kunsteducatie tot veredelde handenarbeid en plaatst het onderaan de sociale ladder der studierichtingen, op gelijke hoogte met het beroeps en technisch onderwijs. Ik zat het uit, zes ellendige puberjaren, met mijn hoop en verlangen gericht op meer verzadiging in het hoger onderwijs. Daar kon ik uiteindelijk smullen van vakken zoals filosofie, psychologie en literatuur. Vakken die mij ook evidente input hadden geleken tijdens mijn middelbare opleiding. In de hoge school is kunsteducatie weer serious business. De marginale positie van de kso-er wordt prompt ingewisseld voor de status van iemand die het zich kan permitteren om hogere studies te doorlopen in een vakgebied dat in essentie enkel als spielerei in de zijlijn van het echte leven bestaat. Alleen wie het overleven heeft overstegen, heeft de tijd en ruimte om diepgaand over kunst te contempleren. Van de vele door studenten opgezette toonmomenten in de aanwezigheid van koffie slurpende juryleden, grootmeesters in gewichtig doen en bedenkelijk kijken, leerde ik dat een hoge score vaak school in de overtuigingskracht van de presentatie en niet zozeer in de kwaliteit ervan. Charismatisch gelul gehuld in een hip kunstenaarsjasje van pedante onverschilligheid haalde het vaak van een kwetsbaar oprecht onderzoeks- en ontwikkelingsproces. Er werd languit gekauwd op het concept achter de bewegingen van de maker, dewelke men graag vertaald zag in een zo droog en complex mogelijk uitgeschreven filosofisch essay. Ondanks het gevoel onder een elitaire stolp te vertoeven, smeerde ik de hogere kunstopleiding breed uit over mijn twintigerjaren en verteerde zowel een master, postgraduaat als lerarenopleiding. Totaal vervreemd van de praktische realiteit en gebrainwashed in mijn ideeën van wat kunst en het kunstenaarschap eigenlijk inhoudt, opende ik samen met mijn voormalige partner een kunstgalerij waar we laagdrempeligheid met kwaliteit trachtten te verenigen. Het was tien jaar lang op verschillende vlakken een mooie oefening in het worden van wie ik vandaag ben. In een wereld waarin namedropping een sport is, gelakte puntschoenen en opzichtige brilmonturen inspiratieloze uitingen van artistieke apartheid zijn en cirkels bewust klein gehouden worden, heb ik niets (meer) te zoeken. Mijn weerstand wordt in het licht van de huidige crisis alleen maar bevestigd, want ook nu lijkt het zelfzuchtige behoud van status en de exclusieve bubbel de koers van de kunstwereld te bepalen. Gedwee worden de absurde en discriminerende maatregelen van de overheid opgevolgd. Men laat zich voorliegen, muilkorven, isoleren, commanderen en chanteren. Ziel en gezond verstand worden voor een appel en een ei verkocht zodat de show onverstoord door kan gaan. Want de plannen waren al gemaakt, de contracten reeds getekend. Ook in de kunstwereld, staat succes gelijk aan een drukke agenda. Er rest geen tijd om plots opdoemende barsten in het systeem nader te onderzoeken. En als scheuren kloven worden, dan zijn er de talrijke drogredenen om deze tot de laatste snik te overbruggen en negeren. Geoccupeerd en afgeleid door de kleine warme interne keuken, heeft de hedendaagse kunstenaar en zijn entourage niet gemerkt dat ook zij gehypnotiseerd werden door het verhaal dat in de marge van hun verheven wereldje stond te flikkeren. Het storende en onvermijdelijke poppenspel krijgt een boze blik toegeworpen, maar helaas wel voor waar aangenomen. Mits het toepassen van opgedrongen aanpassingen waarmee een resem grenzen en rechten worden overschreven, krijgt men de toelating om zichzelf weer vrolijk te verliezen in zoete dikdoenerij en de verkoop van gebakken lucht. En daar lijkt men zich warempel gelukkig mee te prijzen, want halleluja, de deuren van de sacrale white cubes mogen weer open. Ik ben er mij bewust van dat mijn relaas hier door verdomd korte bochten vliegt, wat enkel maar bijgedragen heeft aan de ontlading en het plezier van dit schrijven. Ondanks de teleurstellingen die de zich consequent afzijdig houdende kunstwereld mij bracht, blijft mijn creatiedrang en liefde voor kunst onaangetast. Enkel mijn reeds gehavende beeld van gerenommeerde kunstinstellingen en hun aanhangers is verder de dieperik ingetuimeld. Dit is een tijd waarin de onderliggende structuren en hun mankementen bloot komen te liggen. Het rammelt en kraakt langs alle kanten en status biedt niet langer een betrouwbare houvast. Het ziet ernaar uit dat ook de kunstwereld dit op hardhandige wijze zal moeten ondervinden.https://www.karoliendeman.com/blog/2022/1/3/de-teleurstellende-kunstwereld-onverstoorbaar-afzijdig

KarolienDeman
33 1