Lezen

De wet van de rek

In dit land zijn we zelden voor perfectie.Perfectie is iets voor Duitsers en Britten — landen die handboeken schrijven over hoe het leven moet, en daar vervolgens ook naar leven.Wij zijn Vlamingen. Bij ons is er altijd marge. Frictie die mag blijven liggen. Een akkoord dat nooit exact getekend wordt maar wel leeft: het is goed genoeg. Neem nu auto’s.Een Mercedes is een perfecte auto — dat voelt ge zelfs in de zetel, daar zakt ge anders in dan in een Skoda. Maar niemand sterft van een Skoda. Een Skoda brengt u waar ge moet zijn. Niet sexy, wel degelijk. Een tweedehands van vijftien jaar oud doet dat ook, en die leidt vooral niet tot ruzie met de boekhouder in huis, maar zorgt alleen maar voor je imago als je die Maggy noemt of Chantal.  Zelfde verhaal bij wellness.Een dag wellness is de absolute max:stoom, eucalyptus, een badjas die uw uitstraling opwaardeert, en een stilte die tot in uw schouderbladen landt. Maar een bad thuis na een te lange dag is ook goed genoeg.Geen detoxwater met komkommer maar kraantjeswater in een plastieken beker.Geen therapeute die uw spanning aanraakt, maar een kat die op uw schoot komt liggen.Goed genoeg. En dan kleding.Natuurlijk is Natan schoon, maar dat is voor Koningin Mathilde.Daar hangt klasse en een prijskaartje aan, dat voelt ge tot in uw vingertoppen.Een jeans van De ZEB is perfect goed genoeg voor de gewone Vlaming: comfortabel, degelijk en aanvaardbaar bij familie-feestjes.Maar of het nu alle dagen van de Zeeman moet komen — dat weet ik niet.Er is een verschil tussen goed genoeg en net iets te ver doorgeduwd in het concept. We noemen het 'De wet van de rek'.  Zo leven we: op het continuum tussen luxe en compromis, tussen ideaal en draaglijk, tussen schoon en doe-maar-gewoon.Onze volksaard is gebouwd op de zone daartussen: daar waar men tevreden kan zijn zonder zich schuldig te voelen dat men niet meer heeft nagestreefd.Dat heet maturiteit. Of luiheid.Waarschijnlijk allebei. En dan de liefde.Daar werkt het niet anders.Geen mens kiest een lief als men een Mercedes kiest: op opties, vermogen en luxe.Wij kiezen een lief volgens 'De wet van de rek'.We beseffen dat perfectie niet bestaat, dat iedereen stekels heeft en ook een handleiding- die soms in een taal geschreven is die ge niet machtig zijt. We kiezen op 'goed genoeg', niet persé op perfectie. De vraag is alleen:Hoeveel rek hebt ge?Hoeveel sokken naast de wasmand zijn aanvaardbaar?Hoeveel stilte? Hoeveel woorden?Hoeveel dromen die nooit gerealiseerd raken, plannen die nooit vertrekken, of trauma’s die meeverhuizen in dozen waar niemand nog weet wat erin zit? Mensen zijn geen wellnessdagen, geen Mercedes en geen Natan.Ze zijn eerder tweedehands, met gebruikerssporen en een verhaal.Ze zijn jeans van De ZEB met een onverwacht mooie pasvorm.Soms zelfs Zeeman, maar ge moet het kunnen dragen. Dan, zachtjes, stelt zich de echte vraag:Hoe werkt liefde eigenlijk?Is er zoiets als één perfect, of bestaan er gewoon meerdere goed-genoeg’s die elkaar op verschillende momenten van het leven kruisen?En verandert de standaard als ge ouder wordt, wijzer, moe, of simpelweg eerlijker? Liefde is geen keuze-examen met juiste antwoorden.Het is een stille wetenschap. Half psychologie, half buikgevoel.Geobserveerd in de keuken, op zondag in de zetel, in het verkeer, in een conversatie die te laat begon of te vroeg eindigde. Onder een dekentje. Of in stilte aan twee kanten van de tafel met koffie die koud werd terwijl niemand het merkte. Stille wetenschap heeft geen woorden nodig. Ze meet geen perfectie, maar compatibiliteit.Ze werkt met marges, met schroom, met het voordeel van de twijfel.Ze rekent niet in status maar in houdbaarheid. Hoe lang kunnen twee systemen samen bestaan zonder te scheuren?Hoeveel frictie kan er ontstaan zonder dat het gevaarlijk wordt?Hoeveel kleine wanverhoudingen kan een mens verdragen zonder dat hij zichzelf verliest? En misschien is liefde daarom zo Vlaams als het maar kan zijn.Omdat we het nooit helemaal op de spits drijven.Omdat we mild zijn in onze verwachtingen en hardnekkig in ons proberen.Omdat we weten dat niet alles spectaculair hoeft te zijn om waarde te hebben.Dat warmte belangrijker is dan glans.Dat de meeste dagen geen wellnessdagen zijn, maar wel badwater dat goed genoeg is. Misschien is dat 'De wet van de rek'. Dat het niet gaat over perfect, maar over blijven.Over wie met u in de zetel wil zitten wanneer ge geen Natan draagt, maar Zeeman.Over wie nog start op maandagochtend, ook al zijt ge zelf een tweedehands met kilometers op.Over wie, met alle rek die er nodig is, zacht genoeg is om u niet te breken

Katrien Daniels
85 4

De buitenbeller

Tijdens het wandelen kom je wonderbaarlijke mensen tegen. Kijk, daar staat een echte buitenbeller. Op het terras van een taverne met een telefoon aan zijn oor. Het is behoorlijk koud, maar toch heeft hij enkel een trui aan. Tja, als je gebeld wordt, heb je geen tijd om snel een jas aan te trekken. Een echte buitenbeller rept zich meteen naar buiten. Hij neemt binnen zijn telefoon op en zegt tegen de persoon aan de andere kant van de lijn iets in de zin van 'Wacht, ik ga naar buiten'. Eenmaal buitengekomen deelt hij eerst zijn locatie met de persoon die hem gebeld heeft. Het is geen nieuw fenomeen, maar je ziet ze minder vaak, de buitenbellers. Dat heeft met de draadloze oortjes te maken. Dan valt het niet zo op en lijkt het alsof ze tegen zichzelf praten. Een buitenbeller kan ook een buitenroker zijn. Dan profiteren ze van het buitenbellen om meteen te gaan buitenroken. Andersom zal het ook wel eens gebeuren, maar toch beduidend minder.  Ik ken deze buitenbeller. Hij zwaait uitbundig. Misschien zegt hij tegen zijn gesprekspartner dat hij naar mij zwaait, want die kan natuurlijk niet zien dat de buitenbeller aan het zwaaien is. Maar zo duurt het gesprek wat langer en kan hij bij het terug binnenkomen tegen zijn tafelgenoten 'sorry, dat was dinges' zeggen en zo een gesprek over dinges op gang brengen. Het lijkt een tegengesteld gegeven, maar buitenbellen kan een meerwaarde voor het sociale gebeuren zijn. Nu steekt hij zijn duim naar mij omhoog. Dat weiger ik pertinent. Gewoon terugzwaaien is genoeg. Destijds waren er alleen binnenbellers. Je zag pas buitenbellers toen de eerste generatie draagbare telefoons eraan kwamen. Die kon je in het begin alleen thuis gebruiken, op het terras. Soms lijkt het alleen maar zo, dat de tijden veranderen.

Rudi Lavreysen
17 0

Lavendel en stekels. wat Francis mij leerde.

We noemen hem Francis, omdat hij Francis heet.Ik leerde hem kennen in het zuiden van Frankrijk. Lavendel, lichte wind, en gezinnen die functioneren zonder dat iemand doet alsof. Francis was daar met zijn vrouw en twee kinderen, een jongen en een meisje. Ze leefden op zo’n vanzelfsprekende manier samen dat je bijna zou vergeten dat dat inspanning vraagt. Francis was leerkracht geschiedenis. Je herkent leerkrachten tijdens de vakantie aan hun uitstappen: niet naar waterparken, maar naar geschiedenis. En als de dames willen shoppen - dat mag!- dan gaat hij met zijn zoon naar een boekenwinkel.  Ik vond dat schoon, maar ook confronterend. Want oprecht functionerende gezinnen zijn voor mij altijd een beetje gruwel. Niet om hen, maar om wat ze kunnen. Ze weten hoe samenleven werkt. Hoe je ruzie maakt zonder te verdwijnen. Hoe je terugkomt zonder drama. Relationele bekwaamheid, maar dan in een beige verpakking: niet opvallend, niet luid, maar wel efficiënt. Dat is een soort luxeproduct dat je niet op Tinder kunt bestellen. Ik oefen relatiebekwaamheid via Tinder — de avondschool van de liefde voor volwassenen die geen handleiding kregen. Tinder is geen gezin, het is proefwerk. Geen eindtermen, geen klassenraad, geen titularis. Alleen swipen, koffies, hoop en bij slecht weer ghosting. Feedback zonder commentaar. Trial & error, en soms vooral error. Onlangs postte Francis iets op Facebook. Zo houden 40+ers contact na een fijne vakantie: geen brieven, geen telefoons, maar Facebookstatussen en likes op foto’s. Hij schreef: “In het zesde jaar werken we rond relaties, liefde en seksualiteit. Wat betekent het dat we relationele wezens zijn, en wat doet ‘alleen zijn’ met ons bestaan?”“Samenleven vraagt geen perfecte nabijheid, maar een juiste afstand.”“Nabijheid kan troosten, maar ook kwetsen. Afstand kan beschermen, maar ook eenzaam maken.” Hij legt dat uit met stekelvarkens. Dat die elkaar in de winter nodig hebben om warm te blijven, maar elkaar prikken als ze te dicht komen. En met Magritte’s Les Amants II: twee geliefden, heel nabij, maar met een doek over hun hoofd. Samen, maar toch niet gezien. Ik las dat en dacht: dat is onderwijs waar we later nog iets aan hebben. En dat is misschien het verschil tussen Francis en mij. Hij leerde relationele bekwaamheid in een gezin, en geeft die nu door aan leerlingen. Ik leer via datingapps. Tijdens één van die Tinder-dansen kwam hij op mijn pad. Niet Francis, maar de man aan de andere kant van de Antwerpse ring. Hij is geen case study, maar iemand die ik graag zie. Niet romcom-graag, niet bombastisch, maar met die stille warmte die je voelt in iemand die luistert en lacht op de juiste plaatsen. Iemand die boeken kan aanraden zonder uitleg, en toch precies weet welke zin voor je blijft hangen. Maar hij heeft ook stekels. Niet de agressieve soort, maar die van iemand die ooit geleerd heeft dat te dichtbij gevaarlijk kan zijn. Nabijheid ja, maar nooit zonder nooduitgang. En nog voor ik het doorheb, kan hij verdwijnen. Niet met deuren of drama, maar met stilte. Ghosting als zelfbescherming, vermoed ik. Of als vergeten vak van relationele bekwaamheid. En toch komt hij daarna weer op hetzelfde ritme terug, alsof hij nooit weg was en wij niets gemist hebben. En dat vind ik soms ontroerender dan blijven. Ik herhaal wel 'soms'.  Ik stel me voor dat ik op een dag met hem in het zuiden zou verblijven. Lavendel in juli. Boeken in augustus. Hij in een ligstoel met te veel zon op zijn schouders, ik aan tafel met een glas water waar citroen inzit. We zouden wandelen, kijken en zwijgen. Nabij genoeg om te voelen dat we bestaan, ver genoeg om niet te prikken. Warm, maar met ventilatie. Soms denk ik: misschien had hij Francis moeten kennen. Als gids. Als iemand die uitlegt dat warmte en afstand geen vijanden zijn, maar parameters. Misschien had ik Francis zijn inzichten ook vroeger moeten kennen. Maar kijk: iedereen krijgt zijn eigen handleiding.Misschien leren we graag zien zoals men in het zuiden dingen leert: door tijd, door zon, door nabijheid die niet dringt maar uitnodigt.Francis leerde het in een gezin. Ik leerde het via trail and error.  En hij, met zijn stekels, zijn pauzes en zijn zachtheid, leert het op zijn eigen tempo. En misschien is dat het enige wat telt: nabij genoeg om iemand te voelen, ver genoeg om hem niet kwijt te spelen.

Katrien Daniels
86 1

Halve verhalen / I know him so well

Het leven is een verhaal dat we schrijven terwijl we het beleven.Niemand weet hoeveel hoofdstukken er nog komen, of wat er in cursief gezet zal worden, of wat nooit voorbij de eerste zin geraakt. Ondertussen lezen anderen mee, selectief, slordig en met hun eigen interpretaties, zoals lezers horen te doen. Ik vraag me vaak af: welke hoofdstukken zien zij eigenlijk? De hoogtepunten, vermoed ik. De triomfen. Maar ook de scènewissels — vooral als ze met wat soucy details verlopen: een scheve scheiding, een veel te dramatische ziekte, een luide ruzie op het verkeerde moment. En natuurlijk de onuitgesproken familiedrama’s, verhalen waarvan iedereen alles weet maar niemand iets zegt, behalve aan de toog, in de auto of bij de afwas. En wie met wie en waarom — of waarom net niet. Het soort informatie dat altijd zonder bron, zonder nuance en zonder voetnoten de ronde doet. Want geen beter vermaak dan leedvermaak. Dat weten ze in het land van de bestsellers: het publiek leest het liefst als iemand anders op zijn bek gaat, en het liefst in kleur, geur en tijdstip. De echte aantekeningen in de kantlijn verdwijnen vaak. Die worden niet gelezen. Die leven ergens tussen het voornemen, de planning en de vergetelheid. Dan denk ik aan mijn grootmoeder.Een dijk van een vrouw. Niet door spierballen of standpunten, maar door warmte en volume. Ze was royaal in alles. Ze schepte altijd te veel eten op, ze gaf te veel kleingeld mee, ze hield de deur te lang open voor Jan en alleman. Bij haar leek niets half.Ze maakte bouillon waar drie gezinnen van konden eten.Ze vouwde lakens alsof er een militaire inspectie op de oprit stond te wachten.Ze had geen halfvol glas: ze dronk het, schonk bij of zette het weg. Doortastend. Het zit ons in het bloed.  En op vrijdag, een traditie, maakte ze rijstpap in kleine witte potjes. Eén per kleinkind.Met een dikke laag bruine suiker bovenop, als een winterdekentje dat smolt zodra het de warmte raakte. Wij aten dat op zonder er iets van te vinden en ondertussen schreef zij de eerste hoofdstukken van onze jeugdherinneringen. En toch vraag ik me af of er bij haar ook halve verhalen lagen netjes opgevouwen in de kasten waar wij niet in mochten. Misschien gebeurt dat met halve verhalen: we zien ze van een ander niet. We denken dat het een vloeiend verhaal is, terwijl het net zo gefragmenteerd is als het onze. Misschien leert ouder worden ons vooral beter verbergen. Wat zijn halve verhalen dan? Dat zijn wilde plannen voor theatervoorstellingen die nooit in première gingen, maar waarvan de titel toch al in een notitieboekje stond, omcirkeld en met uitroepteken. Dat zijn Basic-Fit-abonnementen die vooral dienen om een licht schuldgevoel op te bouwen in de boekentas.  Dat zijn vegetarische intenties die sneuvelen zodra iemand stoofvlees-friet op tafel zet “zoals de oma’s dat kunnen”, inclusief de geur van tijm en laurier. En dat zijn amourettes die alleen echt bestaan in de verbeelding: half bedachte kussen, half uitgekristalliseerde weekenden in Parijs, half uitgesproken verwachtingen die nooit verder raakten dan een glimlach, een emoji of een blik die net te lang duurde. Verhalen die begonnen zijn, maar nergens moesten aankomen om waar te zijn.Verhalen die soms liever in de coulissen blijven, gewoon omdat ze daar mooier lijken. En eerlijk: soms ook veiliger. Daar zit sowieso muziek onder. Niet in majeur, niet in refrein, maar meer als een soundtrack die zacht meeloopt. Een jaren tachtig-ballad die je niet bewust hebt gekozen, maar die toch aanslaat als je het raam een stukje laat zakken.Geen groot drama. Geen koor. Alleen een melodie die fluistert dat het had kunnen zijn — en dat dat ook een verhaal is. Misschien is dat het mooie aan halve verhalen: ze hoeven geen einde te hebben om waar te zijn. De wereld zal nooit weten dat ik steels een hartje via WhatsApp stuur als startschot van de dag. Dat ik luidkeels meezing met foute ballads op de ring. I know him so well. Dat ik op maandag hoofdstukken vol verwachting schrijf, en ze op dinsdag herschrijf omdat het zo altijd loopt. Misschien zijn we allemaal samengesteld uit halve verhalen. Misschien is niemand een afgerond boek, zelfs mijn grootmoeder niet, met haar lakens, haar bouillon en haar rijstpap met bruine suiker. Misschien zijn we eerder een verzameling onafgewerkte scènes, losse eindjes, verlangens en stiltes met een soundtrack die niet altijd op tijd valt maar toch meespeelt. Misschien is dat het hele verhaal. It was good. It was fine. En uiteraard is het madness — he can’t be mine.Maar kom: ik ken hem absoluut zeer well.

Katrien Daniels
49 1