Lezen

Frau Meier

Frau Meier     Nu is Frau Meier weg. Goed tien jaar is ze in Rostock onze overbuur op de eerste verdieping geweest. Ze is al decennialang gescheiden, en Jens, haar enige zoon, is enkele jaren na haar scheiding naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Ze is dus al lang alleen. Haar hele beroepsleven heeft ze als verpleegster in hetzelfde ziekenhuis bij dezelfde professor gewerkt. Die sprak haar aan met ‘Schwester Maria’ - niet met ‘Maria’, maar ook niet met het formele ‘Frau Meier’. Een vertrouwelijkheid die fijnzinnig spoorde tussen het Duitse duzen en siezen.                 Nadat Schwester Maria met pensioen was gegaan, en dus weer voor iedereen zonder uitzondering Frau Meier was geworden, was ze naast ons ingetrokken. Ze had hier een betaalbare, kleine flat gevonden, die ruimschoots bood wat ze nodig had. Ze had tijd zat, maar die kreeg ze moeiteloos om. Door de muur heen hoorden we haar urenlang genieten van de mooiste Duitse schlagers. Ze is groot en struis, doch haar gezondheid wil niet echt mee. Men zag het haar aan, ze stapte altijd erg langzaam als ze in de tuin een sigaret ging roken, of in haar lange regenmantel op boodschap ging. Ze kon ook zelf wel eens over haar wankele gezondheid  beginnen, hoewel ze dan méér knikte dan sprak. Misschien wachtte ze telkens op een teken van verstandhouding, een nieuwsgierige blik, die haar signaleerde dat ze gerust verder kon vertellen. Of misschien dacht ze dat ze alles al eens eerder uit de doeken had gedaan, zodat een brede beweging van de hand over haar buik moest volstaan om er ons aan te herinneren dat ze dáár geopereerd geweest was - een snede van hier tot ginder, weet je. We weten inderdaad al langer dat het rommelt in haar buik, maar méér wilde ik daarover liever niet horen.                 Ik denk dat ze eenzaam was. Ze plakte een beetje als ze me op de overloop of in het trappenhuis of op de stoep tegen het lijf liep. Dan moest ik vaak naderhand enige haast voorwenden om hoffelijk afscheid te kunnen nemen. Maar dat zal nu niet meer gebeuren, want nu is Frau Meier weg.                 Frau Thom woont op het gelijkvloers. Vanachter de gordijntjes volgt ze alle bewegingen op straat. Ze weet steeds wie het huis binnentreedt en wie het huis verlaat. En van alle bewoners weet ze feilloos de laatste nieuwtjes te achterhalen. Zo kon natuurlijk alléén zij ons op een dag zeggen, terwijl ze haar hand met gebogen vingers vóór het voorhoofd zwaaide, dat Frau Meier „einen Knall hat“. Frau Meier had haar gezegd dat Angela, die ingenieur is, van nu af aan haar verpleegster was. Blijkbaar rommelt het dus niet alléén in haar buik, het rommelt ook in haar hoofd.                 Dat het inderdaad kommer en kwel werd voor Frau Meier, drong langzaam tot ons door. Vanuit Amerika kon Jens niet veel voor haar doen, en daarom had hij Frau Möller, een oude bekende van zijn moeder, ingeschakeld om een oogje in het zeil te houden. Sindsdien kwam Frau Möller regelmatig op bezoek, soms alléén, soms vergezeld van haar echtgenoot. En na verloop van tijd kwam ze niet alleen polshoogte nemen, ze kwam Frau Meier ook bevoorraden. Want Frau Meier kookte niet meer. Ze was altijd een fijnproever geweest; af en toe liet ze ons daarvan getuige zijn als ze met een proevertje bij ons aanklopte. Maar het moment kwam waarop ze geen zin meer had om te koken, of niet meer in staat was om te koken, ik weet het niet precies. Van dan af kwam Frau Möller één of tweemaal in de week de nodige calorieën leveren. En van dan af stonden op het menu van Frau Meier steevast wienerworstjes voor ´s middags, en een plak kaas voor ´s avonds op de boterham. Elke dag. Van dan af ook liet ze zich steeds minder vaak zien. Toen ze een tijdje geleden van een kortverblijf uit de kliniek terug thuisgekomen was, klopte ze ´s avonds toch nog eens aan. Haar lange regenmantel hing over haar schouders, als maakte ze zich klaar om weg te gaan. Ze sprak niet meteen, doch met gesperde ogen zei ze na een poosje dat ze zo bang was. Angela heeft haar dan een uurtje geknuffeld en haar verzekerd dat er niemand in huis was, die er niet mocht zijn. Toen Angela ´s anderendaags dit voorval telefonisch rapporteerde aan Frau Möller, vernam ze dat ze daar al aan het uitkijken waren naar een instellingsplaats.                 Ik had Frau Meier al een hele poos niet meer gezien, toen ze vorige week weer eens aanklopte. Het was wel even schrikken. Ze stond op haar sloffen aan de deur, haar ogen glaasden, haar uitgedunde haar stond recht gespitst als bij een jonge punker. Ze stak me een aangebroken plastic doosje met wienerworstjes toe, en zei dat ze die op overschot had. Ik ben nu wel niet zo tuk op wienerworstjes, en vroeg of ze echt wel zeker wist dat ze die zélf niet meer kon verbruiken. Duizend procent zeker, zei ze. Ze wankelde even, zocht snel met het éne been een nieuw evenwicht, en slofte dan met de glimlach der gelukzaligen op het gelaat haar appartement weer binnen. Ik had de worstjes nauwelijks aan de kant gelegd, of ze klopte nogmaals op de deur. Daar stond ze met een tweede doosje, waarin nog één enkel worstje lag. Ik heb beide doosjes in de koelkast gelegd, daar wachten ze tot ik eens grote honger heb.                 Gestommel op de overloop. Door de spion kon ik zien dat de deur van Frau Meier´s appartement openstond. Jens was er. In de gang stond één en ander gestapeld. Het was meteen duidelijk: er werd verhuisd. En werkelijk, Jens had zijn moeder enkele dagen tevoren naar de instelling gebracht. We hadden er niets van gemerkt. Nu was hij met de hulp van de Möllers begonnen het appartement leeg te maken. Echt verhuizen was het eigenlijk niet, want zijn moeder deelde nu in de instelling een kamer, die al helemaal bemeubeld was. Opruimen was dus de boodschap. Tegen de avond parkeerde een wagen van de reinigingsdienst vóór de deur, en de hele inboedel, die ondertussen op het voetpad opeengestapeld lag, werd knarsend en krakend in de vernieling geperst. Een brede couch bood wat weerstand, viel enkele keren in stukken en brokken terug in de muil van de vuilniswagen, maar begaf het uiteindelijk onder de overmacht van de hydraulische persen. Eén van de vuilnismannen nam een klein kadertje in de hand, bekeek het enige tijd, aarzelde, gaf het dan door aan een collega. Een wijle stond de hele equipe van vier het kadertje te bekijken, dat dan op het muurtje van de voortuin werd gelegd. Twee onberispelijk witte tuinstoelen kraakten onder het geweld van de pers. Een paar opgerolde tapijten plooiden soepel mee. Een zware bijzettafel, waarvan dan toch één poot wat losjes hing, volgde meedogenloos. Als de klus geklaard was, nam de chauffeur het kadertje in de hand en nam het mee als hij zich in de cabine hief. Ik volgde met de ogen de wagen tot hij uit het zicht verdwenen was. Nu is Frau Meier weg, dacht ik, nu is ze helemáál weg.      

lieven
0 0

Frau Meier

Frau Meier     Nu is Frau Meier weg. Goed tien jaar is ze in Rostock onze overbuur op de eerste verdieping geweest. Ze is al decennialang gescheiden, en Jens, haar enige zoon, is enkele jaren na haar scheiding naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Ze is dus al lang alleen. Haar hele beroepsleven heeft ze als verpleegster in hetzelfde ziekenhuis bij dezelfde professor gewerkt. Die sprak haar aan met ‘Schwester Maria’ - niet met ‘Maria’, maar ook niet met het formele ‘Frau Meier’. Een vertrouwelijkheid die fijnzinnig spoorde tussen het Duitse duzen en siezen.                 Nadat Schwester Maria met pensioen was gegaan, en dus weer voor iedereen zonder uitzondering Frau Meier was geworden, was ze naast ons ingetrokken. Ze had hier een betaalbare, kleine flat gevonden, die ruimschoots bood wat ze nodig had. Ze had tijd zat, maar die kreeg ze moeiteloos om. Door de muur heen hoorden we haar urenlang genieten van de mooiste Duitse schlagers. Ze is groot en struis, doch haar gezondheid wil niet echt mee. Men zag het haar aan, ze stapte altijd erg langzaam als ze in de tuin een sigaret ging roken, of in haar lange regenmantel op boodschap ging. Ze kon ook zelf wel eens over haar wankele gezondheid  beginnen, hoewel ze dan méér knikte dan sprak. Misschien wachtte ze telkens op een teken van verstandhouding, een nieuwsgierige blik, die haar signaleerde dat ze gerust verder kon vertellen. Of misschien dacht ze dat ze alles al eens eerder uit de doeken had gedaan, zodat een brede beweging van de hand over haar buik moest volstaan om er ons aan te herinneren dat ze dáár geopereerd geweest was - een snede van hier tot ginder, weet je. We weten inderdaad al langer dat het rommelt in haar buik, maar méér wilde ik daarover liever niet horen.                 Ik denk dat ze eenzaam was. Ze plakte een beetje als ze me op de overloop of in het trappenhuis of op de stoep tegen het lijf liep. Dan moest ik vaak naderhand enige haast voorwenden om hoffelijk afscheid te kunnen nemen. Maar dat zal nu niet meer gebeuren, want nu is Frau Meier weg.                 Frau Thom woont op het gelijkvloers. Vanachter de gordijntjes volgt ze alle bewegingen op straat. Ze weet steeds wie het huis binnentreedt en wie het huis verlaat. En van alle bewoners weet ze feilloos de laatste nieuwtjes te achterhalen. Zo kon natuurlijk alléén zij ons op een dag zeggen, terwijl ze haar hand met gebogen vingers vóór het voorhoofd zwaaide, dat Frau Meier „einen Knall hat“. Frau Meier had haar gezegd dat Angela, die ingenieur is, van nu af aan haar verpleegster was. Blijkbaar rommelt het dus niet alléén in haar buik, het rommelt ook in haar hoofd.                 Dat het inderdaad kommer en kwel werd voor Frau Meier, drong langzaam tot ons door. Vanuit Amerika kon Jens niet veel voor haar doen, en daarom had hij Frau Möller, een oude bekende van zijn moeder, ingeschakeld om een oogje in het zeil te houden. Sindsdien kwam Frau Möller regelmatig op bezoek, soms alléén, soms vergezeld van haar echtgenoot. En na verloop van tijd kwam ze niet alleen polshoogte nemen, ze kwam Frau Meier ook bevoorraden. Want Frau Meier kookte niet meer. Ze was altijd een fijnproever geweest; af en toe liet ze ons daarvan getuige zijn als ze met een proevertje bij ons aanklopte. Maar het moment kwam waarop ze geen zin meer had om te koken, of niet meer in staat was om te koken, ik weet het niet precies. Van dan af kwam Frau Möller één of tweemaal in de week de nodige calorieën leveren. En van dan af stonden op het menu van Frau Meier steevast wienerworstjes voor ´s middags, en een plak kaas voor ´s avonds op de boterham. Elke dag. Van dan af ook liet ze zich steeds minder vaak zien. Toen ze een tijdje geleden van een kortverblijf uit de kliniek terug thuisgekomen was, klopte ze ´s avonds toch nog eens aan. Haar lange regenmantel hing over haar schouders, als maakte ze zich klaar om weg te gaan. Ze sprak niet meteen, doch met gesperde ogen zei ze na een poosje dat ze zo bang was. Angela heeft haar dan een uurtje geknuffeld en haar verzekerd dat er niemand in huis was, die er niet mocht zijn. Toen Angela ´s anderendaags dit voorval telefonisch rapporteerde aan Frau Möller, vernam ze dat ze daar al aan het uitkijken waren naar een instellingsplaats.                 Ik had Frau Meier al een hele poos niet meer gezien, toen ze vorige week weer eens aanklopte. Het was wel even schrikken. Ze stond op haar sloffen aan de deur, haar ogen glaasden, haar uitgedunde haar stond recht gespitst als bij een jonge punker. Ze stak me een aangebroken plastic doosje met wienerworstjes toe, en zei dat ze die op overschot had. Ik ben nu wel niet zo tuk op wienerworstjes, en vroeg of ze echt wel zeker wist dat ze die zélf niet meer kon verbruiken. Duizend procent zeker, zei ze. Ze wankelde even, zocht snel met het éne been een nieuw evenwicht, en slofte dan met de glimlach der gelukzaligen op het gelaat haar appartement weer binnen. Ik had de worstjes nauwelijks aan de kant gelegd, of ze klopte nogmaals op de deur. Daar stond ze met een tweede doosje, waarin nog één enkel worstje lag. Ik heb beide doosjes in de koelkast gelegd, daar wachten ze tot ik eens grote honger heb.                 Gestommel op de overloop. Door de spion kon ik zien dat de deur van Frau Meier´s appartement openstond. Jens was er. In de gang stond één en ander gestapeld. Het was meteen duidelijk: er werd verhuisd. En werkelijk, Jens had zijn moeder enkele dagen tevoren naar de instelling gebracht. We hadden er niets van gemerkt. Nu was hij met de hulp van de Möllers begonnen het appartement leeg te maken. Echt verhuizen was het eigenlijk niet, want zijn moeder deelde nu in de instelling een kamer, die al helemaal bemeubeld was. Opruimen was dus de boodschap. Tegen de avond parkeerde een wagen van de reinigingsdienst vóór de deur, en de hele inboedel, die ondertussen op het voetpad opeengestapeld lag, werd knarsend en krakend in de vernieling geperst. Een brede couch bood wat weerstand, viel enkele keren in stukken en brokken terug in de muil van de vuilniswagen, maar begaf het uiteindelijk onder de overmacht van de hydraulische persen. Eén van de vuilnismannen nam een klein kadertje in de hand, bekeek het enige tijd, aarzelde, gaf het dan door aan een collega. Een wijle stond de hele equipe van vier het kadertje te bekijken, dat dan op het muurtje van de voortuin werd gelegd. Twee onberispelijk witte tuinstoelen kraakten onder het geweld van de pers. Een paar opgerolde tapijten plooiden soepel mee. Een zware bijzettafel, waarvan dan toch één poot wat losjes hing, volgde meedogenloos. Als de klus geklaard was, nam de chauffeur het kadertje in de hand en nam het mee als hij zich in de cabine hief. Ik volgde met de ogen de wagen tot hij uit het zicht verdwenen was. Nu is Frau Meier weg, dacht ik, nu is ze helemáál weg.      

lieven
0 0

Echte vrienden

BART VAN DE PEER is getagd in een bericht.   JAKE GYLLENHAAL was vriendschap aan het vieren in "Restaurant The Ivy, Los Angeles" met BART VAN DE PEER.   Ik ben slecht in Frans maar “Je t’aime!”... Ik heb nooit opgelet bij wiskunde maar op mij kun je rekenen! Ik snap niks van Engels maar “I will be there for you!”... Ik doe niets bij aardrijkskunde maar jij betekent de wereld voor mij! Ik doe nooit wat bij lichamelijke opvoeding maar ik zal je opvangen als je valt. Nederlands is stom maar door jou heeft vriendschap een ware betekenis gekregen! Kortom, ik heb je fucking graag! Zet dit op je prikbord als je iemand ontzettend graag hebt! Die paar weten het wel =)     ...   Toch mooi é? Hoe bepaalde vriendschappen kunnen ontstaan en een bevestiging zijn voor de rest van het leven dat ons rest... Vrienden, je kan er niet genoeg hebben. Ik ben zeer dankbaar voor alle mensen die ik als vrienden kan beschouwen, en ik ben er zeker van dat deze vrienden zich nog meer vereerd voelen dan ik om deel uit te maken van onze unieke band. Er zijn zeker uitzonderingen, zeg maar bepaalde personen die er uitspringen.   Ik weet dat het zeer ongeloofwaardig klinkt, maar er zijn zelfs mensen in het buitenland die kunnen uitpakken op sociale media dat ze vrienden zijn met mij.    (Ik citeer Eddy Wally-vis, “gewéldig” “wauw” “onvoorstelbaar” “oh my god”)   En die het niet alleen laten om bij het type “facebook vrienden” te behoren... Maar ook nog moeite doen om Bart Van de Peer, en zijn overvolle agenda, in levende lijve te ontmoeten om vervolgens te kunnen genieten van dat beetje tijd die hij overheeft. De waarde van mijn tijd is goud waard. En dat mag je letterlijk nemen...Op dit moment bedraagt de waarde van mijn tijd iets meer dan de actuele goudprijs van vandaag (1kilogram goud = €35.037,61). Het specifieke bedrag kan ik jullie zeker meedelen, maar wordt nu ook niet jaloers dat de tijd van een ander slechts evenveel waarde heeft als het schietspek dat ik rond mijn oren krijg geschoten als ik me waag om even langs de lokale kruidenierszaak te gaan voor sigaretten en vuilniszakken.   De waarde van schietspek bedraagt dezer dagen iets van een €3 voor 100kg... Als u dan weet dat 10 vuilniszakken van de gemeente Ranst €15 kost, kan u zelf wel de som maken dat je beter kan investeren in vuilniszakken dan het schietspek van Jan Modaal en consorten. Maar de waarde van mijn tijd is natuurlijk van een heel andere planeet, het bedraagt vandaag iets van een €45.098,30 voor een goed gevuld uur. Wat maakt dat ik me zeker kan bestempelen van “+10 hipsterpunten” tot “zeer exclusief”.   “Niveauverschil is iets van alle tijden.” Met deze quote van Gene Thomas wil ik jullie de specifieke vriendschap toelichten van een wel zeer bijzonder iemand in mijn leven. Jake Gyllenhaal. Het begon allemaal onverwacht, zo gaat dat nu eenmaal bij het begin van vriendschappen die worden gesmeed. Ik was op zoek in de videotheek naar een goede film. Rustig aan mensen, haal even adem, tel tot 10, doe een yoga oefening van Ingeborg,... Ik ben idd naar een videotheek geweest ipv iets te moeten kiezen van telenet en zijn beperkt aanbod goede, kwaliteitsvolle films. De film die ik koos was “Demolition” van Jean-Marc Vallée. Hoofdrollen werden verdeeld onder Jake Gyllenhaal, Naomi Watts en Chris Cooper. Het verhaal leest u meteen, maar toch moet ik nog een klein “fait divers” meegeven toen ik met mijn film naar de kassa ging. Ik herkende het gezicht van de vrouw die daar in de videotheek stond te werken. Het was niemand minder dan Sabine De Vos. Er doet u wss geen belletje rinkelen bij de naam die ooit nog uithangbord is geweest bij de vroegere BRTN. Na dit mislukt avontuur van haar, waar ze destijds Jo De Poorter moest vervangen omdat hij homo bleek te zijn, heeft ze zich net zoals ik helemaal gestort op het schrijven van boeken. Enkel vergat Sabine te denken aan de quote van Gene Thomas. Die ik nota bene heb laten inkaderen in de living als geheugensteuntje om steeds alles beter te doen dan zowat iedereen. Sabine haar boek “Traliemama’s” kan volgens criticasters als BVdP bestempeld worden als ondermaats, slordig, vol schrijvfauwten, melig gezeik, nat feministisch boerinnenbeklag,... enzovoort. En dit allemaal zonder het boek gelezen te hebben. Dus we kunnen spreken van een wel zeer betrouwbare bron. Toffe gast trouwens die BVdP.   Dat is het verschil tussen mij en Sabine, zij probeert alle moeite te doen om het verschil te maken. Terwijl mensen zoals ik gwn het verschil zijn. Eet kak Sabine! Schrijnend was het hoe ze zich onherkenbaar probeerde te maken toen ik haar €4,95 overhandigde om de film “Demolition” voor een dagje huiswaarts mee te nemen.   Het verhaal nu. Jake speelt de rol van Davis Mitchell, een 30tiger die in een bevoorrecht leven is terecht gekomen vol geld en doorprikbaar geluk... Een mooie vrouw, een job als makelaar bij het bedrijf van de oohzo typerende schoonvader, een villa waarin niets ontbreekt,... U kent het wel. Davis en zijn vrouw raken echter betrokken bij een auto-ongeluk. Idd zeer ongelukkig want die kut van een Julia zat achter het stuur. God straft onmiddelijk en Julia is dood. Davis heeft, Hollywood getrouw, zo goed als niets over gehouden aan het nare ongeval. Hij ontwaakt in het ziekenhuis en het nieuws van de dood van zijn overleden vrouw sijpelt niet echt binnen hoe de familie had verwacht. Davis en Julia bleken dan toch niet zo gelukkig te zijn. Maar daar wil de schoonvader natuurlijk niets van weten, hij sust zijn geweten dat iedereen anders omgaat met het rouwproces van een overleden geliefde. Davis besluit om een zakje M&M’s te kopen in de snoepautomaat op de gang, en we hebben het allemaal wel eens meegemaakt, het bewuste snoepgoed zit vast. Wat volgt is een prachtige klachtenbrief naar de klantenservice van de snoepautomaat. Al snel komt er respons op de brief. Karen Moreno die Davis terugschrijft is enorm geïntrigeerd door de mooie brief die ze te lezen kreeg. Er ontstaat natuurlijk een band tussen deze twee personen met een totaal verschillende achtergrond. Karen is een single mama die het moeilijk heeft met de opvoeding van haar kind, is net zo onzeker zoals Eddy Wally-vis live moest zingen in “De Kaasboerin” te Mol, en heeft te kampen met een weedverslaving. Men kan spreken dat deze lotgenoten zich “geroepen” voelen om elkaar te vervolledigen.   De rest van het verhaal laat ik aan jullie over om te ontdekken door de film eens te bekijken. Ik moet wel vermelden dat u zich zeker niet mag laten misleiden door Hollywood en de vele films die op ons worden afgevuurd. Achter elk van deze films moeten toch echt wel doordachte, slimme mensen zitten die ons allen het gevoel kunnen geven dat alles goed komt... Dat iedereen recht heeft op alles wat we maar nodig hebben, en willen hebben. Er wordt geld uit onze zakken geklopt om dit circus allemaal te geloven, en onbewust halen we films als referentie aan in het echte leven. Het mag dan wel een typisch typerende film zijn van een weerspiegeling van ons naïef en doorzichtig leven... Toch heb ik ervan genoten!   Na de film heb ik dan ook geen moment getwijfeld om te starten met een nieuwe vriendschap in mijn leven. Ik stuurde een vriendschapsverzoek naar Jake Gyllenhaal op Facebook, gaf een kleine “bijsluiter” mee met wie hij überhaupt te maken had... En kijk nu? Zowaar heeft Jake de eer zich te vervoegen in “de rangorde van beste vrienden van DE essentiële Bart van Vlaanderen”. Van zotte joodse feestjes in Los Angeles, tot samen thee drinken en genieten van diverse filmavondjes bij mij, met de bakfiets langs het Albertkanaal fietsen en ons voldoen aan een heerlijk ijsje, elkaars piemels vergelijken, een heerlijke quiche maken, filosoferen over het leven, dineren in de meest exclusieve restaurants, zelfs gwn eens skypen met elkaar zorgt voor een glimlach op mijn gezicht... om nog maar te zwijgen wat voor een glimlach er bij Jake verschijnt.   Ik geniet van de extra bevestiging die Jake, door een echt vriendenbericht, openbaar te posten en alleen mij er in te taggen op Facebook.     Wel dat zijn nu nog eens echte vrienden.

Bart Van de Peer
0 0

Met de S van dommerik

Ooit, lang geleden ondertussen, heb ik eens een krant gelezen. Ik heb evenveel geduld om te lezen zoals ons arm Waltertje, zoon van Willem Tell, stond te wachten wnr zijn vader die rotte appel van zijn even beschamend hoofdje ging schieten.   Ik probeer, zoals zo vaak met weinig succes, mij te focussen op de krant die ik dan eens in handen krijg te doornemen. Als ik dan toch eens een krant lees dan is het “De Morgen”. Maar ik ga hier zeker niet aan product placement doen... Links, rechts,.. Ze mogen allemaal mijn zware balzak eens komen kussen zoals Jody Bernal in den tijd.   Het moet op de Worstenfeesten in Vlimmeren geweest zijn dat ik deze flamboyante Nederlander met Colombiaanse roots leerde kennen... Ik was daar met mijn al even gehandicapte vriendin Kassandra. Zij, hij of het was een scharrel die ik, zoals alleen maar een plat gestampte boer, kon bijeenscharrelen door haar te helpen om een bekertje witte wijn te bestellen aan de toog omdat niemand haar had zien zitten... Een opportuniteit die ik natuurlijk niet kon laten liggen. “ Ey! 2mazouten en ne witte wijn makker! Of hebde mss kak in uw ogen als ge mevrouw hier teleurstellend, al zittend, laat wachten om iets te bestellen? Hebde geen manieren ofzo makker?!” Het ijs dat er tussen mij en Kassandra nooit was werd in haar ogen gebroken. De prins op het witte paard, trakteerde in volle galop een plastic bekertje wijn...   Kassandra kon verschrikkelijk goed pijpen.   Voila, leuke details. De rest is bijzaak waar niemand op zit te wachten... De “waarom” Kassandra in een rolstoel beland was, en nog van die ongemakkelijke vragen die ik eigenlijk niet hoefde te stellen op de 1ste zatte avond van de Worstenfeesten in Vlimmeren. Pfft.   Er was natuurlijk nergens redding te bespeuren toen bleek dat Kassandra een zeer gebrekkig accent gebruikte om haar Nederlands “verstaanbaar” te maken. Met het idee haar te dumpen bij het gehandicapte toilet, gingen we samen op zoek. Het WC voor mongolen was aan de inkom, rechts naast de vestiare. Dus moesten we op zoek naar de WC voor mongolen in een rolstoel. Deze was gelegen aan de backstage. Voor we daar waren betrapten we nog Sergio, van “Touch Of Joy”, op het naar binnen rammen van enkele pakken bakboter. Sergio heeft altijd heel veel stress voor hij moet optreden... Ik had graag een langer praatje gemaakt, om uiteindelijk de nummer te kunnen strikken van Xandee... Maar Kassandra moest echt hoogdringend gaan zeiken, alsof het leek dat ze dat nog niet genoeg had gedaan.   Uiteindelijk waren we aangekomen aan het bewuste toilet, en als er sprake mocht zijn van een heus plot, betrapte ik daar 2 mannen die uiteindelijk mijn al minder loodzware balzak mochten kussen. Jody Bernal en Bart Kaëll lagen elkaar daar wat te tongen. Que si que no, zou ik die 2nichten nog een kusje moeten geven nadat ze eens aan mijne zak hebben mogen hangen?   Jullie kunnen dus wel snappen dat ik het verdomd moeilijk heb om mij te focussen als ik eens een krant probeer te lezen.    “Tientallen doden tijdens religieus festival in Ethiopië”   Ik dacht voor ik dit artikel begon te lezen.. “Wat weet ik eigenlijk over Ethiopië?” Is het niet het land dat in de jaren ’80 werd geteisterd door een hongersnood van jewelste? Waren het toen niet een bende rijke hypocrieten die er een liedje voor hebben gemaakt? Band Aid? Bono zal wel vooraan hebben gestaan met het kruis van Jezus in de rechterhand, en een hoop flappen in zijn linkerhand. Het is daar heel warm, en het zit daar bomvol met negers... Niet zomaar negers, maar van die rappe negers die marathons lopen op 15minuten. Aan de haven van Antwerpen druipt er met momenten soms zoveel gezever en wijsheid uit de mensen hun mond dat ik word verplicht er iets van op te steken, zo heb ik me laten vertellen dat die “rappe negers” zich kunnen onderscheiden van de “negers” doordat ze altijd 100den kilometers moesten lopen voor water. Vandaar dus. Oef.   Ik voelde me dom omdat ik niet wist dat de hoofdstad van Ethiopië, Addis Abeba is. Nu zijn daar natuurlijk enkele factoren voor... Het is ten eerste onmogelijk om als gwne sterveling alle hoofdsteden van de wereld te weten. Dat is iets waar ik mijn geweten al een beetje met kan sussen. Ten tweede, wordt mijn intelligentie niet bepaald door kennis te hebben van alle hoofdsteden. En ten derde, Ethiopië ligt in Afrika... Het grootste containerpark van de wereld. Ik moet niks hebben van containerparken. Ik heb het ook niet zo met vegetariërs, hoewel Hitler een vegetariër was heb ik er zo mijn (voor)oordeel al voor klaar staan. Ik heb er een donkergroen beeld van dat ze zich altijd verplicht voelen om u er met op te zadelen dat ze door bepaalde trauma’s geen vlees meer willen eten, of er een vorm van compassie zich laat doet opwekken dat ze het verdomse toch ni gemakkelijk hebben, en dat je er precies nog respect voor moet hebben voor de levenskeuze die me niet kan boeien. Veganisten, nog zoiets. Atheïsten spannen dan weer helemaal de kroon door zelf een geloof “zonder naam” te hebben opgestart.   Maar toch was het overmacht dat het allemaal overnam, ik voelde me heel even dom. Een beetje ongemakkelijk zelfs. Ik voelde mij als een huisvrouw die even niet wist wat ze moest doen nadat ze heel het huis gekuist had. Of van die onaangekondigde stiltes die er vallen als ze u vragen op straat hoe het met u gaat en je zou oprecht eerlijk antwoorden. Om nog maar te zwijgen wnr je de kans krijgt om een mop uit te leggen.   Eigenlijk ken ik niet zoveel moppen... Hoewel? Ik kan jullie natuurlijk altijd plezieren met de mop van mijn seksleven. Vraag dat maar aan Kassandra, sterke twijfels heb ik of ze wel degelijk een mop kan vertellen, laat staan dat jullie er iets van verstaan.   Laat ons gewoon stellen dat mijn domheid, mij siert, een zekere streling biedt voor mijn ego... Dat ik ook geen reet aandacht wil besteden of het allemaal wel mooi geschreven is een uitstekend bijvoorbeeld.        Is het woord schrijvfauten trouwens correct geschreven?      Lees maar tussen de regeltjes.  

Bart Van de Peer
0 1

Voor ik vergeet, Jezus en de bakkerij

Voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet,... Ik kan het mij nog wel enkele honderden keren opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw zeggen.. Maar ik ben soms Dori van Finding Nemo, maar dan in het kwadraat qua real life time ervaring... of toch zoiets.   Zo opgetogen, fier, kop in de wolken en de voeten nog verder daar boven, charismatisch, sociaal, lief, gezellig,... Zo fucked up kan ik ook uit de hoek komen. Half slapend werd ik naar binnen gebracht, om vervolgens dagdromend naar buiten te gaan en de draad des levens weer op te nemen. Het leek wel of men batterijen even opgeladen moesten worden, ik heb zo al eens 3x mijn batterijen moeten opladen... Bekijk het als een laptop beste mensen. Als we een laptop continu opladen, brandt hij na verloop van tijd zijn eigen batterijcellen op... Met als gevolg dat je hem zonder aansluiting maar mss 20minuten kan gebruiken en dan valt hij gwn uit. Ik ben, natuurlijk, de man bij uitstek die het toch eerst allemaal getest moet hebben om dan nog maar halverwege tot de vaststelling te komen dat de geplande 20minuten werden herleid tot een 10tal minuten. Gedaan met schrijven. Laptop is op.   Niet dat we natuurlijk een anekdote moeten maken, laat staan een vergelijking, over de levensduur van een laptop en het leven van mij... De essentiële.   Zo ging het eigenlijk een beetje altijd, ik hoorde wel wat de mensen mij wisten te zeggen, of de raad die in een vorm van een flets gebakken satéke vol cliché’s me de mond werd ingeramd, ik luisterde zelf... Maar deed er bitter weinig met. Ik geloofde in alles zoals een moslim gelooft in de kerk. Ik deed zelfs mijn best om het allemaal te geloven. Oprecht. Momentopnames. Illusies die verdomd, godgeklaagd, echt zouden worden. Het moest wel.   Maar ik ben ook maar een gewone bom beste mensen, ook ik ga eens af... naar beneden. Van al mijn bezoekjes in het ziekenhuis, de psychiaterische afdeling, de consultaties bij therapeuten en consorten heb ik eigenlijk mss maar weinig van opgestoken. Ik zou het verdomd moeilijk vinden om pakweg bij de 9de consultatie iets te moeten zeggen van “Verdorie! Gij! Wauw! Gij é?! Gij blaast mij hier helemaal omver met uw woorden en kennis van wederopstanding... Dank u mijnheer! Dank u zo hard! Zo hard é mijnheer den dokter om mij hier uit te sleuren!”   Begrijp me nogmaals, nogmaals, nogmaals, nogmaals niet verkeerd. Er zullen wel van die scheten in mijn gezicht hebben plaatsgevonden die me even omver hebben geblaast, of bepaalde one liners die ik wel heb onthouden, ... Maar om nu te zeggen dat het iets daadwerkelijk heeft verandert aan alles? Dat het een oplossing is geweest voor mijn problemen? Nee... Dat moet jezelf doen. Niets is gratis in het leven. “Voor niks komt de zon op”, als ge natuurlijk besluit om dagenlang in uw bed of voor de TV te blijven zitten kan je zelfs van dat niet meespreken.   Ik ben zowat alles geweest in mijn leven vermoed ik, maar echt tevreden met wie ik ben, wat ik kan? Nee... Ik heb me er bijna over dood gepiekerd. Als dit schrijven omschreven mag worden als een soort van wederopstanding zou ik zelf eens cynisch lachen.   Ikzelf heb min of meer vrede genomen met de gebeurtenissen, de zaken die dan toch niet zo onvoormijdelijk zijn gebleken, de belofte’s, de waarheden, de leugens, de dromen, de lotto winnen en hem den dag zelf nog opbratsen zeg maar. Als er van die euforische dagen waren leek het wel of ik het groot lot had gewonnen.   Maar hoe zou ik het in godsnaam kunnen verwoorden dat de persoon die dit leest er mss wel baat bij heeft of eventuele intresse?   Mss kan een domme vergelijking van de melk bij de kat zetten wel eenig soelaas ver(l)ichten. Iedereen weet er wel van, maar wij Belgen, wij kunnen nog als weinige mensen in Europa langs de autostrade op de parkings alcohol kopen... Maar... jawel, er is een maar.. Iedereen mag drinken behalve de chauffeur. Er zullen wellicht meer mensen zijn als mij die er zich geen vragen bijstellen, of die het kortzichtig bezien en het logisch vinden dat chauffeurs niet mogen drinken. Maar heeft men ooit al eens bezien dat de week-end alcoholieker in spé het mss wel raar zal vinden dat hij zich op weg naar weet ik waar zich kan voldoen aan een stel frisse pinten? Ik zou bijvoorbeeld met enkele 1000den euro’s al het bier kunnen kopen, om vervolgens verder te rijden... Niets mis met? Toch?   Zolang je maar niet drinkt...   Het is toch een beetje de kat bij de melk zetten, of de melk naar de kat brengen,... We gaan morgen toch ook geen sigarettenautomaat plaatsen in de kindercreche? Of heeft K3 mss al een gat in de markt gevonden om vapers te verkopen in Plopsaland? Want naar het schijnt is dat helemaal niet ongezond, en zou de stap naar het old skool roken minimaal zijn? In ieder geval? Ik ben die chauffeur langs de autostrade die even stopt voor te pissen, een pak sigaretten, en ow jom... mss nog een biertje? Of ik zou die kleine zijn die sigaretten gaat halen voor een familielid, maar stiekem er zelf ook eentje van gaat roken...   Maar ik wil tegelijk de tendens niet verbreken door alles in het belachelijke te trekken zoals ik dat maar al te graag doet... "Kom Bartje, we halen er geloof bij."   Wat zou Jezus doen in mijn plaats? Ik heb er zo eens over nagedacht toen ik snachts in mijn bed lag... twijfelend of er eigenlijk wel iemand mijn teksten leest op azerty... Moest ik dus zoals reeds vermeld denken aan Jezus... Als er miljoenen mensen in de wereld geloven in een verhaal van een man die 2stenen aan het vechten kreeg om ze dan in een gebakken brood te laten rijzen, die verdomse de alcoholproblematiek heeft aangewakkerd door water te veranderen in wijn...  Wie ben ik dan? Ik ga zeker geen bakkerij opendoen zoals Jezus zou doen mocht hij eindelijk eens zijn opgedoken na zijn wonderbare ontsnapping uit de grot, of “the cave” zoals zijn min of meer trouwe apostelen het noemde in den tijd. Ik word hobbyschrijver, in dezelfde zin als Jan Modaal die een mening over vanalles heeft.   One of the guys.   Gewoon Bartje, maar dan beter.

Bart Van de Peer
0 0

VAN DIE BOER GEEN EIEREN

Eindelijk is ma kip afgekickt van haar dioxineverslaving of moet ik zeggen, afgekipt. Zonder dat er een haan naar kraait, worden er duizenden kippen door zo’n pluimveehouderboertje in één ruimte bij elkaar gedreven. De kakeldames staan daar pluim tegen pluim en als ze hun pootjes twee centimeter willen verzetten botsen ze tegen elkaar op, dat noemt de boer dan scharrelen. Dus vandaar de naam: scharreleieren. Scharrelen, foefelen en leggen zoals de kiekens, zonder papa haan. Zij drummen en lopen als kippen die hun ei niet kwijt kunnen. Door het plaatsgebrek pikken de hennen elkaar kaal, maar dat pikt de boer niet. Zelfs een kale kip kan nog leggen! Moederkloek is er nog steeds van overtuigd, dat zij met elk legsel voor haar nageslacht zorgt, terwijl ze echter alleen aan onze voedselketen doneert. En nu heeft die kiekenboer ontdekt dat er een luis in de pels zit..de leghennen hebben bloedluizen in de pluimen! Niet echt luizen, maar vogelmijten die zich overal in hun kippenparadijs nestelen.  Bloedluizen vormen een vervelend probleem voor de kippenhouders. Kippen die gebeten worden, leggen daardoor minder eieren en dat betekent op termijn dat de scharrelkweker minder in het laatje krijgt.  Om te voorkomen dat de eierenboer, zonder actie te ondernemen zijn kip met de gouden eieren zou slachten, koos hij snel eieren voor zijn geld. Als een kip zonder kop gaf de Nederlandse kiekenbaron zijn scharrelkippen een ‘anti bloedluis bestrijdingsmiddel Fipronil douche’. Nederland stond op zijn kop! Volgens het Nederlandse voedselagentschap was er Fipronil vergif in de eitjes terechtgekomen en dat was gevaarlijk voor de volksgezondheid. De Belgische pluimveehouders zouden het gifbadschuim niet over hun kakelhennen gesproeid hebben maar er alleen de nesten, zitstokken en voederbakken in de kippenhokken mee behandeld hebben. Toch kwam er een hoeveelheid mijtenshampoo in onze Vlaamse eitjes terecht. Het Belgisch Voedselagentschap, dat al meer dan twee maanden hiervan op de hoogte was, beweert echter dat er met onze eitje niets gevaarlijks aan de hand is. Wij mogen lustig ons gekookte eitjes blijven uitlepelen en probleemloos ons cholesterolgehalte blijven opdrijven. Als U dan zo, ’s zondagsmorgens uw reepje brood in de gele dooier duwt, denkt U dan nu ook niet spontaan aan een geel zwavelmeer?  U kan er vergif op innemen dat U onmiddellijk verbanden gaat leggen met de volgende eigerechtjes: Opgelet, dit wordt een kippenboeren-gif-omelet! Of er is geen smaakverschil aan een roerei met Fipronil. Of een broodje Russisch ei op een bedje van sla met mijtenvergif.  Ei benedict, ‘t is nu geen mosterd maar Fipronil dat pikt. Gebakken paardenoog, sunny side up, met snuifje zout en gemalen mijtenkorrels. En als dessert meringues met bloedluizensuiker. De Fipronil fraude is stukken groter dan gedacht. Wij hebben duidelijk een eitje te pellen met het Belgische voedselagentschap! De pluimveesector beweert dat de kippenboeren heel goed wisten waarmee ze bezig waren en nu worden de voor de bevolking ‘onschadelijke’ vergiftigde eieren alsnog uit de Belgische winkelrekken gehaald en in Nederland de luizenkippen preventief vernietigd. Zijn wij zulke zachte eitjes geworden, dat wij alles letterlijk en figuurlijk blijven slikken? Dioxinekippen, gekke koeienbiefstukken, slechte kwaliteit olijfolie met een label van extra virgine, hinnikend paardenvleesgehakt in de rundvlees-hamburgers en diepvrieslasagnes,  salmonella in de zalm, nepchianti in de wijnrekken, kortom fraude, list en bedrog op ons bord…en dit alles voor het grote geld. En dan even een kippenvelmomentje! Stellen wij ons nu na jaren plots de vraag, waar komen toch al die kankers vandaan? Ach ik heb deze ochtend lekker een zachtgekookt eitje weg gesopt en ik voel me nog steeds kiplekker en U??   Sim, 5 augustus 2017

Sim
150 0

DE HEILIGE KOE

Nog maar een paar jaren geleden, bevestigden wij onze fietsen achter aan de auto vast en reden richting één of ander fietsparadijs. Nu, vandaag de dag, draaien wij onze straathoek om en staan in de file. Of je nu rekening houdt met de huis- werk- spitsuren of niet, om de hoek sta je stil. Want er zijn veel teveel mensen en veel teveel auto’s.  Als wij op familiebezoek willen gaan, van de zuid-  naar de noordkant van Antwerpen, rekenen wij er sowieso al een half uur extra rijtijd bij, want je mag door de drukte op de autostrade op sommige stukken nog amper 70 km, in plaats van de toegelaten 120 km, per uur rijden. Kriskras wriemelen de wagens van het ene naar het andere baanvak, want het lijkt er immers altijd op, dat waar jij rijdt het veel trager en soms helemaal niet vooruitgaat. Met een beetje geluk rij jij zelf juist voor die ene wegpiraat die zigzaggend, zelfs over de pechstrook, van rechts naar links een ongeval uitlokt en de autobaan na zich, in een regelrecht compleet verkeersinfarct achterlaat. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files en teveel wegpiraten . Als je vanuit het Antwerpse een daguitstapje naar de Belgische kust plant, moet je  alle inzittenden voor de rit onderweg van een noodrantsoen eten en drinken voorzien. Al snel wordt het drie uren autostradebumperen in de blakende zomerzon. Gezellig kleef je uren achteraan dezelfde auto, waar lieve kindjes door de achteruit wuiven, obscene gebaren maken of je het vingertje geven. Per meter vooruitgang, houd je het hart vast, want in de achteruitkijkspiegel, zie je telkens die vrachtwagenmastodont gevaarlijk dicht achter je bumper remmen. Als je twee linkerbaanauto’s voorbij treuzelt, kom je steevast telkens opnieuw naast die ene neuspeuteraar of die rijdende daverende discobarbolide te staan. Op de autoradio kwebbelt een stem een tiental minuten de verkeersinformatie en alle files aan elkaar. Zij vertelt je, veel te laat, juist voorbij die ene afslag, waar je het beste de autostrade kon verlaten. Volgens de radiodame zou je dan uiteindelijk langs de gewestwegen, door steden en dorpjes, via rotondes en verkeerslichten sneller je eindbestemming kunnen bereiken. Wie had er jaren geleden gedacht dat het woordje “snelweg”  de autolading helemaal niet meer zou dekken. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files, teveel wegpiraten en teveel vertragingen. Als je de pech hebt dat je gemeente bestuurt wordt door een “Groene”, dan zie je al snel dat alle tweebaanswegen, waar je vroeger vrolijk door kon rijden, herschapen worden tot één- baanvak trajecten, waar, de kop staart aanschuivende auto’s, de bestuurders met de meest uiteenlopende uitlaatgassen elkaar trachten te vergiftigen. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen en teveel versmallingen. Ook in onze achterafstraten worden er, om het verkeer te vertragen, veel te hoge drempels aangelegd, waarover je, als je er iets sneller dan de toegelaten 30 km per uur, overheen gaat, als een stuntrijder omhoog gekatapulteerd wordt. Een ietwat geoefende fietser zoeft je met zijn twee vingers in zijn neus vrolijk voorbij. Want er zijn te veel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen en teveel drempels. Nu moesten wij laatst van Edegem richting Boechout rijden om iets uit de caravanstalling te halen. Maar in de gemeente Hove, die er juist tussenin ligt, presteerde men het, al meer dan anderhalf jaar, overal wegdek- en rioleringswerken tegelijkertijd uit te voeren en allerlei omleidingen uit te stippelen. Langs dit omleidingsparcours stonden er, om en om, langs beide kanten van de rijbaan overal ineens gigantische betonnen geel geschilderde bloembakken, zonder enige reflecterende signalisatie. Als een rallyrijder moest je door de velden, tussen de boerderijen en recente nieuwbouwwijken slalommen. Bijna verwonderlijk dat hier ’s nachts niet meer bloempotcrashes voorkomen. Een ritje dat je, normaal ruim berekend, op maximaal 20 minuutjes reed, duurde nu meer dan één uur en twintig minuten. We hadden het gevoel dat we heel Vlaanderen gezien en bereden hadden, want ergens onderweg was er in geen einde en verte nog een omleidingssignalisatie te bespeuren. Verder wordt je ook constant door een doemdenker weerman aangemaand niet met je wagentje de weg op te gaan als er ergens ten lande een onweersbui of sneeuwvlaag kon vallen of indien bevroren ijzel het wegdek in een ijsbaan kon veranderen. De strooiwagen kan dan immers ook niet strooien, want hij staat in de file. Als je dan toch, op eigen risico, meer varend, schuivend en sleerijdend,  besluit met je auto aan te sluiten aan de meest dramatische langste file ooit, dan kan je alleen maar hopen dat je zonder enige blikschade je eindbestemming bereikt. Ook in Antwerpen graaft men alle straten tegelijkertijd open. Het is zelfs zo erg dat mensen die in de haven werken nu niet meer met de auto op hun werkplek geraken, zonder eerst een rondje sightseeing fileleed te ondergaan. Sommigen hebben, uit pure ellende, zich een elektrische fiets aangeschaft waarmee ze langs de omgespitte putstraten kunnen manoeuvreren. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels, bloembakken en teveel omleidingen. En juist nu wordt die brug over het kanaal afgebroken, die ene brug die voor de inmiddels helft fietsende Antwerpenaren een behoorlijke shortcut bleek te zijn. Tot maart volgend jaar moeten ook de E-bike trappers een alternatieve fietsroute uitdokteren. Als je dan toch besluit, omdat je fiets ergens gepikt werd, opnieuw met je autootje richting stad of haven te pendelen, ben je uren zoet met het vinden van een parkeerplaats. Je bent in een wip een fortuin kwijt aan parkeergarages, parkeermeters of boete schrijvende parkeerwachters.  Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen en te weinig gratis parkeerplaatsen. Als enige tijdrovende alternatief heb je dan nog het openbaar vervoer. Dus je stapt op bus en tram en laat je statussymbool onbewaakt op je oprit of in je straat geparkeerd staan. Bij je thuiskomst kan je dan alleen maar vaststellen, dat tijdens je afwezigheid, dieven,  je velgen, je voor- of achterbumpers van,  en je gps- systeem, je radio, zelfs je airbag en stuur uit je auto gestolen hebben. Je auto-onderdelen rijden nu vermoedelijk, gedemonteerd, in een Oostblokvrachtwagentje richting rommel- of zwarte markt . Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen, te weinig parkeerplaatsen en veel te veel crapuul. Je wordt nog aangemaand om een nieuwe minder vervuilende auto te kopen, zodat je zonder problemen in de Antwerpse lage emissie zone binnen mag, maar je kan er nergens meer mee rijden, laat staan parkeren! Iedere burger zijn eigen auto. En daarom staan we nu met zijn allen uren met onze auto’s en camions benzine verdampend in de rij, stil, heel stil, onbeweeglijk, onveranderlijk, roerloos, stokstijf stil… En juist op het moment, als je dan uiteindelijk uit pure ellende beslist om je auto dan maar aan de kant of in je garage te laten staan, je de wandelschoenen wil aantrekken en te voet in de omgeving wil gaan rondstappen, valt er de jaarlijkse autoverzekering en de autobelasting in de brievenbus, de heilige koe moet gemolken worden….Want met die taks moet men de straten vernieuwen, versmallen, overal drempels en bloembakken plaatsen, omleidingen aanleggen, weg- en rioolputten graven, aan elke nog vrije parkeerplaats parkeermeters plaatsen en de lonen van de parkeersmurfen betalen..   Sim, op zondag wandelend door Edegem     16/7/2017

Sim
0 0

Voor altijd hier

Liefste   Het is hier heerlijk. Als ik kon, zou ik voor altijd blijven. Gaan we later in Italië wonen?   Veel kusjes   P.S.: Alles doet me aan jou denken. Ik mis je.     Het kaartje hing al maanden tegen de muur boven zijn bureau. Hij keek nog elke dag naar het mooie, sierlijke handschrift, dat tegelijk verraadde dat ze het heel snel had moeten schrijven. Telkens stelde hij zich voor hoe ze daar zat met haar gezin, aan een tafeltje dat eigenlijk te klein was om met vier personen aan te eten, op het terras van een of ander Italiaans restaurant. Hoe ze van haar mama die kaartjes echt wel op dat moment moest schrijven, op die te kleine tafel tussen de gemorste etensresten, terwijl ze dat liever rustig in haar kamer had gedaan. Bij zulke beelden verscheen er onwillekeurig een glimlach op zijn gezicht en tegelijk een traan in zijn ooghoek. Soms streelde hij over haar foto, probeerde hij zich te herinneren hoe zacht ze was, en verzachtte dat de pijn een beetje. Andere keren veroorzaakte dat een heuse waterval met zijn wangen als pijnlijk decor. Het niet weten was misschien nog wel het ergste. Hij wilde stilaan verder met zijn leven, zich klaarmaken voor een nieuwe relatie, maar altijd was er dat ene stemmetje. Wat als ze nog terugkwam? Als ze ineens voor de deur stond en hij een nieuwe vriendin had? Zij zou kwaad zijn en hij een bedrieger. Toch? Misschien was ze wel bewust verdwenen. In dat geval had alleen hij het recht om boos te zijn. De twijfel knaagde aan hem. Ze spookte niet meer constant door zijn hoofd, maar als ze er was, kwam het extra hard aan. Sinds een maand of twee gebeurde dat vooral in zijn dromen. “Ben je die meid nu nog niet vergeten?”, reageerden zijn vrienden als hij probeerde om erover te praten. “Kom op, ze heeft je zomaar achtergelaten. Zo iemand wil je toch niet?” “Ze was je sowieso niet waard,” zeiden zijn ouders. “En is het nog geen tijd om die foto weg te halen?” Hij haalde dan zijn schouders op, negeerde het, veranderde van onderwerp en praatte verder in gedachten.   Een nachtje Spanje “Wil je met me naar de sterren kijken?” Hij knikte, trok haar tegen zich aan en drukte zijn lippen tegen haar kruin. De motorkap van zijn auto zat niet goed, maar dat maakte niet uit. Zij lag in zijn armen, de hemel was vergeven van kleine lichtjes die eigenlijk al lang gestorven waren en die je alleen in het donker kan zien. Ze zaten daar, kusten, knuffelden en zwegen. Elkaars gezelschap was genoeg. “Ik wil voor altijd hier blijven. Komen we later in Spanje wonen?” Zelfs in zijn droom besefte hij dat dat niet klopte – ze wilde naar Italië. Toch knikte hij en beloofde dat ze dat zouden doen. “Met jou wil ik overal gaan wonen. Jij bent mijn thuis.” Dat was goed, ze leek tevreden. De wereld draaide en zij bleven even stilstaan, op hun plekje alleen op een verlaten weg tussen het dorpje en hun afgelegen verblijfplaats, alsof alles voor eeuwig goed zou blijven en niets hen in de weg stond. “Ik houd van jou.” Ze draaide haar hoofd zo dat ze in zijn ogen kon kijken en hij wist dat ze het meende. “Ik ook van jou.” Hij had geen enkel tijdsbesef en bijgevolg wist hij niet hoe lang ze daar zo zaten. Het was veel te lang geleden dat hij nog eens in haar prachtige ogen had kunnen kijken, dat hij die vlinders in zijn buik gevoeld had en dat hij zo intens gelukkig was. Het duurde allemaal veel te kort. Een fractie van een seconde sloot hij zijn ogen, maar toen hij ze weer open deed, was ze weg. Hij zat nog steeds op de motorkap van zijn oude autootje met alleen een gapende leegte naast hem. In de verte hoorde hij een gil en het geluid van een geforceerde motor. De paniek sloeg hem om het hart, meteen daarna het schuldgevoel. Op dat moment werd hij zwetend wakker, zijn wangen vol tranen, zijn borstkas ging snel op en neer. Hij had niet eens gemerkt dat hij was beginnen huilen. Het is niet jouw schuld, fluisterde hij tegen zichzelf. Echt niet.   Hartzeer Hij had die droom wel vaker gehad. Elke keer liep het hetzelfde af, elke keer voelde hij zich even schuldig, elke keer hoopte hij dat ze terug zou komen en zou blijven. Ook elke keer vervloekte hij zichzelf omdat zijn gevoelens voor haar weer een beetje versterkt waren. Ogen zijn maar gewoon ogen, tot ze je in vuur en vlam zetten en je beseft dat ze misschien zelfs een beetje ziel in zich dragen. “Heb je haar weer gezien vannacht?” Zijn mama wist dat ze niet over dromen moest spreken, want het waren eerder nachtmerries, al zou hij ze zo ook niet omschrijven. Het waren beelden, scenario’s, wat gebeurd zou kunnen zijn, wat misschien niet was geweest als hij haar had kunnen helpen. Het waren bijna martelingen. “Ja. Vreselijk.” Ze knikte, liet het onderwerp met rust. Gelukkig herhaalde ze niet nog een keer dat hij haar moest vergeten, dat het tijd was voor een ander, dat zijn verdriet wel heel lang duurde. Hij at langzaam zijn boterham op en vertrok naar de les. Nog steeds zag hij haar lege stoel en deed dat pijn. De aula’s waren niet meer die waarin ze samen hadden gezeten, veel proffen had ze nooit gekend, medestudenten leken er niet aan te denken dat elke plek die zij niet invulden van haar had kunnen zijn. Haar afwezigheid was soms zo pijnlijk dat het leek alsof ze in zijn oren schreeuwde en zijn hart van binnenuit opvrat.   Een avond Londen De lichtjes van de stad verlichtten hun laatste avond in het hart van Engeland. Ze hadden niet veel eerder een laatste keer de eekhoorntjes van St. James’ Park gevoerd, de kirrende lach die zij had uitgestoten toen er eentje over haar been naar boven klom, weerkaatste nog steeds in zijn hoofd. “Je bent zo mooi,” zei hij. “Londen ook.” Hij glimlachte, schudde zijn hoofd, bedacht zich wat een typische reactie dit was en sloeg zijn arm om haar middel. “En het leven met jou.” Ze gaf hem een zoen, alsof ze zo wilde bevestigen dat zij er net hetzelfde over dacht. De wereld was alleen van hen. Een liedje van Clouseau kwam spontaan bij hem op en hij begon zachtjes te zingen. Ik wil jou de wereld geven, die van ons kan niet meer stuk; ‘k neem je mee naar warme oorden op een eindeloze reis, dit zijn meer dan mooie woorden: jij verdient de Nobelprijs. Ze danste om hem heen, over het voetpad, op de straat. “Pas op, er rijden auto’s,” waarschuwde hij haar nog. De lampen van typisch Londense taxi’s, rode bussen en andere voertuigen leken soms meer een spotlight dan een gevaar voor haar. Ze speelde ermee, liet haar witte jurkje in het rond zwieren. Hier was het licht te fel om sterren te zien. Het kwam echter niet eens bij hem op om omhoog te kijken, zij eiste al zijn aandacht op. Zij was zijn ster, zijn licht in de duisternis, zijn alles. Terwijl zij danste, zelf zong wanneer hij er even mee stopte en het verkeer gewoon doorging, droomde hij over hun toekomst, probeerde hij zich in te beelden dat ze daar waren met twee kindjes – een jongen en een meisje en na haar de liefdes van zijn leven. Ze leken meer op haar dan op hem. Getoeter en piepende remmen haalden hem uit zijn gedachten. Hij wilde zijn arm uitstrekken, haar tegenhouden. Het was te laat. Ze vloog de lucht in, werd naar achteren gekatapulteerd. Haar witte jurkje kleurde bijna even rood als de bus die nog maar net kon uitwijken en zijn leven zo zwart als de taxi die ze niet had zien aankomen. Hij schrok wakker. Het was donker in zijn kamer, in zijn hoofd, in zijn hart, overal. Je kon niets voor haar doen, zei hij tegen zichzelf. Echt niet.   Zwart De nacht was zwart, de dag was zwart, alles was zwart. Het rood van liefde leek te zijn verdwenen, zelfs die voor haar. Enkel ’s nachts keerde het af en toe nog terug, heel kort. Hij klom langzaam uit zijn dal, kon bijna accepteren dat ze niet meer terug zou komen.   Een dag Italië Ze zaten samen in een restaurantje in Italië. De tafel was groot genoeg voor twee, maar die voor vier waren eigenlijk te klein om met een gezin aan te eten. Het rook er naar pizza en pasta. “Proscuito e melone,” bestelde ze. Dat deed hem altijd even glimlachen. In warme landen was meloen met ham haar lievelingsgerecht, dat wist hij al. “Zullen we nu onze kaartjes schrijven?” Eerst protesteerde ze, ze wilde tijd om na te denken wat erop moest, om te beslissen wie welk kaartje kreeg en mooi te schrijven. Hij wist haar om te praten: hier in San Gimignano hingen postbussen en dan hadden ze een stempel van haar favoriete Italiaanse dorpje. Ideaal, vond hij. Oké, vond zij. Na even nadenken schreef ze op elk kaartje hetzelfde. Het is hier heerlijk. Zonnige groetjes uit Italië. Hij vond het nogal onorigineel, maar wist zelf ook niets beter te bedenken. Alleen bij het kaartje voor haar ouders schreef ze een zinnetje extra. Als ik kon, zou ik voor altijd blijven. “Gaan we later in Italië wonen?” Dat was tegen hem en hij knikte. “Het maakt me niet uit waar we wonen, jij bent mijn thuis.” Daarop pakte ze zijn hand vast, drukte haar zachte lippen er tegenaan en gaf hem zo onbewust duizenden vlinders. “Te quiero.” Ze lachte. “Dat is Spaans, slimmerik.” Hoe het in het Italiaans dan moest, wist ze niet. Ze schreven verder kaartjes en zij wilde aan alle postzegels likken, want dat vond ze lekker. “Vreemde smaak heb je.” Daarop kaatste ze de bal echter meteen terug. “Besef je dat je net ook jezelf hebt beledigd?” Het duurde even voor het tot hem doordrong wat ze bedoelde. Er verscheen spontaan een pijnlijk grimas op zijn gezicht en hij bewoog zijn hoofd heel zachtjes op en neer. Onderweg terug naar de auto postte ze de brieven, draaide ze rondjes onder zijn armen door, zoende ze hem op de meest onverwachte momenten op de vreemdste plaatsen. Mensen draaiden zich om en keken naar hen, maar dat maakte niet uit. Hij was trots op haar, op zijn eigen, gekke, lieve vriendin. Die avond zaten ze samen op het terras van hun Bed&Breakfast, keken naar de heuvels en eindeloze boomgaarden die zich voor hen uitstrekten. Af en toe vlogen er vogels voorbij, kwamen er merels drinken aan het zwembad, deed een wesp haar van haar stoel opspringen. “Weet je dat ik schreef dat ik hier zou willen blijven wonen?” “Ja, dat heb ik gezien.” Ze slikte, draaide haar hoofd lichtjes opzij en vermeed elk oogcontact. “Ik heb hier een studiootje gevonden. In Rome, eigenlijk. Morgen trek ik erin, overmorgen laat ik mijn naam veranderen en binnen drie dagen ben ik verdwenen in de massa. Zoek me niet, alsjeblieft. Het spijt me echt. Ik wil gewoon verdwijnen.” Hij werd wakker met tranen op zijn wangen, zijn hoofd begraven in zijn kussen. Het is haar eigen keuze, daar kan je niets aan doen, zei hij tegen zichzelf. Echt niet.   Stilletjes helen Zijn derde droom was het pijnlijkste en zachtste scenario dat hij zich kon voorstellen tegelijk. Ze leefde nog, was vast gelukkig, had ervoor gekozen om te verdwijnen en alles en iedereen achter zich te laten. Dat nam niet weg dat hij zich afvroeg waarom hij niet mee mocht. Had hij iets verkeerd gedaan? Soms dacht hij dat haar ouders misschien wel beslist hadden om in Italië te blijven en een nieuw leven te gaan leiden. Hadden ze geheimen? Wat wist hij allemaal niet? Het brak zijn hart, zijn hoofd, zijn slaappatroon, alles. Het helingsproces leek eeuwen in beslag te nemen. Op de meest vervelende momenten dook ze bij hem op, vroeg hij zich af wat er aan de hand was, of hij wel echt kon doen en laten wat hij wilde, want ze zou zomaar eens plots voor zijn deur kunnen staan. Na twee jaar moest hij wel stilaan accepteren dat dat niet zou gebeuren. Ze was weg, ze bleef weg. Haar lichaam leek onvindbaar, zijzelf ook. De politie schatte de kans dat ze nog leefde in op bijna nul. “Je kon er niets aan doen”, zei zijn mama dan. “Echt niet. Als je mee was geweest op vakantie met haar, dan zat jij hier nu misschien ook niet. Had je dat liever gewild?” Hij schudde elke keer zijn hoofd en meende dat hij het wel goed vond zo. De mogelijke scenario’s in zijn hoofd namen af, het gepieker verdween hoe langer hoe meer naar de achtergrond en een ander meisje begon haar plaats in te nemen. “Nee, dat niet.” Even dacht hij na, toen vulde hij aan. “Ooit ga ik op vakantie naar Italië, naar diezelfde plaatsen, zien wat zij zag en waar ze zo graag voor altijd wilde blijven, hetzelfde avontuur beleven en dezelfde dingen ontdekken. Als ik een lieve vriendin heb om mee te nemen en de kracht om alles te bezoeken zonder me in te beelden dat zij er ook is, dat ze met mij naar huis gaat, dat ze veilig is. Ik hoop niet dat ik haar ga vinden. Ze is weg. Voor altijd.”

Marthe
0 1

Zondagrituelen

Linda en Gert prutsen aan hun quads. Dat is hun zondagochtendritueel. Al jaren. Linda was ermee begonnen toen bleek dat Gert niet zo een viriele man was als hij de eerste vijf jaar liet uitschijnen. De eerste vijf jaar van hun verkering nam Gert immers elk vrij moment te baat om Linda in allerlei posities te grazen te nemen. Linda vond dat leuk. Ze werd graag te grazen genomen; zeker in de tuin wanneer de mogelijkheid bestond dat de frisse moslimbuurman hen kon beloeren. Maar nu wordt Linda niet te grazen genomen. Nu prutst Linda aan haar quad.   Claudia is acht en is de dochter van Linda en Gert. Ze is intelligent, knap, speels, moedig, grappig en bijt elke zaterdagnacht rond twee uur de banden van Linda's quad stuk. Ook de banden van die van Gert moeten eraan geloven. Claudia is namelijk verlekkerd op rubber. Haar droom is om een rubberplantage te beginnen in Congo. In het diepe binnenland van Congo.   Gert: 'Staat ons huwelijk op springen, liefje?' Linda: 'Geef me die moersleutel eens aan.' Gert: 'Ik bedoel... Ik ben ook niet meer gelukkig. Dus kunnen we geen regeling treffen?' Linda: 'Olie alsjeblief.' Gert: 'Ik weet niet of het Midden-Oosten de ideale plaats is om een dochter op te voeden.' Linda: 'Wil je ze?' Gert: 'Wie?' Linda: 'Je dochter.' Gert: 'Heb je het over het hoederecht?' Linda: 'Of co-ouderschap. Ik weet niet hoe die dingen noemen de dag van vandaag. Olie?' Gert geeft Linda de smeerolie. De wrijvingen verminderen onmiddellijk.   Claudia ligt in haar bed te dagdromen over Congolese rubberplantages. Ze mag haar kamer niet uit als straf voor de stukgebeten quadbanden. Al drie jaar mag ze 's zondags haar kamer niet uit. Maar Claudia voelt zich niet alleen. Ze voelt zich nooit alleen, ze dartelt in haar dromen rond tussen de rubberbomen van haar plantage. Ze zal de Congolezen een goed loon uitbetalen, denkt ze. En een quad. Elke Congolees zal een quad krijgen. En een goed loon.   Gert gaat zoals elke zondagavond darten met zijn vrienden. Dat is het moment waarop Linda het huis uit glipt en zich in het bed nestelt van haar frisse moslimbuurman. Hij neemt haar te grazen. Linda valt in slaap. De frisse moslimbuurman durft haar niet wakker te maken. Hij is onder de indruk van haar blondheid en borsten. Hij legt zijn hoofd op haar buik en hoopt dat ze beiden wakker worden in het paradijs maar hij beseft dat dat onzin is en neemt haar nogmaals te grazen. Ze vallen beiden in slaap. Gert ligt dronken te slapen op de vloer van het café waar hij dart. Zijn vrienden hebben dartpijltjes in zijn wangen gestoken bij wijzen van grap. Claudia dwaalt door het donkere huis. Ze heeft honger. Ze ziet de quads en hun banden. Ze kan er niet aan weerstaan.   Het is zondagnacht

Michaël Verest
36 0

Otto, deel 1

We zitten zwijgend naast elkaar in de auto. Bart lijkbleek achter het stuur, ik als in een pijnlijke roes. Het lijkt alsof mijn middenrif tegen mijn rug plakt. Ik probeer Barts blik te vangen, maar hij houdt zijn ogen strak op de weg gericht. De auto krijgt een stevige ruk wanneer een vrachtwagen ons met een rotvaart voorbij steekt. Bart klemt zijn kaken op elkaar, ik weet dat hij inwendig vloekt. Mijn oude Nissan Micra puft en steunt tegen negentig per uur op de rechterrijstrook, terwijl we om de paar seconden voorbij worden gestoken. Voor het eerst sinds we elkaar kennen steekt Bart het niet op de wagen en maak ik geen grapjes over zijn rijstijl. Vandaag heeft ons allebei het zwijgen opgelegd. Wanneer we na tien eindeloze minuten de snelweg verlaten en hij de wagen even later de oprit op manoeuvreert, voel ik hoe mijn lichaam zich overgeeft aan een opslorpende vermoeidheid. thuis. Hij is intussen om de auto heen gelopen en opent mijn portier. Een niet te benoemen gevoel gaat door me heen wanneer hij het wiegje van mijn schoot tilt. Ik onderdruk de neiging om ze uit zijn handen te trekken, stap uit en loop hem moeizaam achterna naar de voordeur. We zwijgen nog steeds. De hiel van zijn linkerschoen is helemaal scheefgelopen en de kraag van zijn hemd zit dubbel. Heel even lijkt het of hij terug mijn puisterige buurjongen is en we allebei weer dertien zijn. Ik weet niet meer wanneer mijn afgrijzen voor hem juist is omgeslagen in liefde. Hij is er gewoon nooit niet geweest. ‘Zal ik hem in zijn wieg leggen?’ vraagt hij zonder me aan te kijken. Ik wil hem vragen wat hij denkt. Of hij boos is op mij. Hem zeggen dat zijn kraag dubbel zit. ‘Ja, dank je. Vind je het goed als ik me even in de zetel leg?’ ‘Tuurlijk, schat. Ik ben in de keuken, roep maar als je me nodig hebt.’ Ik wacht tot hij in de keuken is verdwenen en buig me over het witte babybed. Otto is zo stevig ingepakt dat hij wel een popje lijkt. Hij ziet er prachtig uit. Zijn neus is rond en stevig, zijn kleine lippen zijn perfect gevormd. ‘Wat ben je mooi, lieveling.’ fluister ik tegen zijn volmaakte gezicht. ‘Mijn kleine, mooie Otto.’ Ik leg mijn hand op zijn gemutste hoofdje. De vroedvrouw heeft gezegd dat we daar beter afblijven omdat zijn schedel nog niet helemaal af is, maar ik kan me niet inhouden. Even lijkt het of hij beweegt. Alsof zijn lichaam zachtjes schokt en hij dadelijk zal wakker worden. Ik weet intussen dat hij koud en hard aanvoelt en ik zie de donkere vlek boven zijn linkeroog. En toch krijg ik de gedachte dat hij plots wakker kan worden maar niet uit mijn hoofd. Ik blijf beweging in zijn armen zien. Zoals eergisteren. Eerst bewoog hij zijn vuisten in lichte schokjes, daarna strekte hij zijn vingers en begon hij zijn hoofdje te schudden. Daar was ik niet op voorbereid. Hij opende zijn ogen en keek recht in de mijne. Helblauw. Daarna gleden ze zachtjes weer dicht. Ik heb altijd gedacht dat ik nooit over een vorm van moederinstinct zou beschikken, maar op dat moment voelde ik hoe het me bij de keel greep. Een enkele blik heeft mij van een doodgewone vrouw tot een moeder gemaakt. Twee, hooguit drie seconden. Ik kan onmogelijk uitleggen hoe het komt en hoe het voelt. Als ik lang genoeg naar hem kijk, lijkt het alsof hij zijn ogen toch opnieuw opent. Alsof het allemaal maar een droom was.

Annelies Leysen
0 0