Lezen

Stilte in de klas!

Vanaf 1 september mogen kinderen met autisme een dag in de week thuisblijven, lees ik in De Standaard en Charlie Magazine. De maatregel, geïnitieerd door Vlaams Parlementslid Kathleen Helsen (CD&V) komt er om te vermijden dat zo’n kindjes crashen door de vele indrukken in de klas. Ze moeten daarvoor een attest van een gespecialiseerde arts voorleggen. Ik verslik mij in mijn koffie. Val bijna van mijn stoel.   Eerst en vooral omdat de maatregel zich enkel richt op kinderen met autisme. Terwijl ook andere kinderen baat hebben bij meer rustmomenten. Zonder labels te willen plakken op alles en iedereen: ook kindjes met HDD, hoogbegaafdheid of HSP kunnen baat hebben bij meer rust.   De stille van de klas   Zelf ben ik introvert en hoogsensitief. Ik was dat kind dat zich tijdens de speeltijd ging verstoppen in de toiletten. Dat op trektocht met de scouts altijd alleen wandelde. Dat alleen op een bankje in de bus ging zitten, op weg naar het zwembad. Ik was "de stille" van de klas.  Ik heb me altijd een buitenbeentje gevoeld. Omdat “stil zijn” in onze maatschappij als iets negatiefs wordt bestempeld.   Een maatregel als deze, hoe goedbedoeld ook, zet kinderen met autisme aan de rand van de maatschappij. Ze moeten er uitstappen om te mogen deelnemen. Druist dat niet net in tegen de principes van het M-decreet?   Begrijp me niet verkeerd. Ik heb geen autisme, maar ik weet wél wat het is om continu indrukken te verwerken. Waar andere kinderen enkel woorden in krijt op het bord lazen en luisterden naar de leerkracht, zag ik welke krijtstrepen dik en welke dun geschreven waren. Hoorde ik een merel fluiten. Voelde ik welk klasgenootje zich slecht voelde. Las ik de helft van mijn handboek uit.   De lagere school ligt ondertussen al 20 jaar achter mij. We spreken midden jaren negentig, dus van smartboards, smartschool of smartphones was nog geen sprake. Als volwassene merk ik hoe moeilijk het is om met die constante informatiestroom om te gaan en alle bliepjes en trilalarmen te filteren. Alle notificaties van mijn sociale apps staan daarom standaard uitgeschakeld. Dat ik niet meteen reageer op berichtjes, ook al heb ik ze gelezen, weet mijn omgeving ondertussen. Maar als kind heb je die filter nog niet.   Gonzende eilandkantoren   Vandaag ben ik afgestudeerd en al zes jaar werkzaam in de marketingsector. Maar marathonvergaderingen, eilandkantoren, wekelijkse deadlines, werkweken van meer dan 40 uur en enkele onsympathieke bazen brandden me op. Niet alleen op school is er geen plaats meer voor stilte, ook op kantoor staan samenwerking en tijdsdruk centraal.   Voor de stillerds onder ons is geen plaats meer. We zijn nochtans met véél, mijn stille medemens. Maar niemand hoort ons, omdat de roepers, tafelkloppers en haantjes van deze wereld de plak zwaaien. Topposities innemen in onze bedrijven en politiek stelsel.   Zo'n 96% van de CEO's beschrijft zichzelf als extravert, terwijl de globale werkende bevolking zo'n 50% introverten uitmaakt. Dat plaatje klopt niet.  Het wordt tijd daar wat aan te veranderen. Susan Cain werkt in de VS aan een stille revolutie. Die mag stilaan naar Europa overwaaien. Want ook in Vlaanderen hebben we nood aan een nieuwe, stille wind, getuige deze maatregel op maat van extraverten.   Allereerste schooldag   Op 1 september gaat mijn Zoon voor de allereerste keer naar school. Ik herken veel van mezelf in hem. Ook hij reageert overprikkeld na een drukke dag. Weet met zichzelf soms geen blijf na teveel sociale interactie. Ik hoop dat hij in een klasje terechtkomt waar het oké is om af en toe stil te zijn. Waar kinderen rustig mogen zijn. Alleen mogen werken. Zichzelf mogen zijn. Ook al betekent dat dat hij “de stille” van de klas is. Want introverten hebben zoveel talenten. We zijn fantastische luisteraars, zijn empatisch, gefocust en, in de juiste omgeving, heel efficiënt en doelgericht. Laten we dat eindelijk als iets positiefs zien.

het stille meisje
0 1

Mijn trouwe compagnon

Lang, lang geleden kocht ik een olijfkleurige tas in de H&M. Ik naaide er wat oude knopen op die ik vond in mijn moeders naaikoffer en BAM, mijn lievelingstas was geboren.   De eerste keer dat ik ze om mijn schouder sloeg trapte ik mijn blauwgeel geschilderde fiets richting Blandijnberg – waarschijnlijk voor een les sociale en politieke leerstelsels of inleiding tot de communicatiewetenschap. Ze zou me volgen in al wat ik deed – mijn trouwe compagnon die in elke situatie bij me paste.   Ik zeulde ze mee naar het Latijnse kwartier in Parijs, drapeerde ze op de barkruk terwijl ik Guinness achteroversloeg in een pub in Dublin, slenterde ermee over de Ramblas en gooide ze in het zand aan het strand van Antalya. Ik versjouwde er beduimelde cursussen mee, romans uit de bibliotheek en volgekriebelde notitieboekjes.   Maar eens afgestudeerd, ruilde ik ze in voor andere exemplaren. Een minuscule clutch in rood lakleer. Een oversized exemplaar in zwart suède. Een allrounder van cognac leder. Een muisgrijze laptoptas. Al die tijd lag ze eenzaam te wachten in een doos op zolder, hopend dat ik haar op een dag terug mee op pad zou nemen. Het is een regenachtige zomerdag en ik sta op zolder nog wat vergeten verhuisdozen uit te pakken. Ik vis een beduimelde plastic zak van de Aldi uit een doos. Twaalf jaar nadat ik er de Blandijnberg mee op fietste is ze nog steeds intact. De motten hebben geen vat op haar gekregen. Zelfs de voering en rits zijn nog zo goed als nieuw.   Twaalf jaar nadat ik haar knopen aannaaide gaat ze weer met mij op pad. Inclusief volgekriebelde notitieboekjes en romans uit de bib. Niet meer naar Europese steden, wel naar de bakker om de hoek en de school van De Zoon.   Want ze is onverwoestbaar.  

het stille meisje
0 0

Parijs

Ik weet hoe je stem klinkt. Een warm timbre, met een Oost-Vlaamse tongval gemaskeerd door je vele omzwervingen naar Noorwegen, Nederland, Antwerpen, Parijs. Geperfectioneerd door dictielessen, voordrachten en practica. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Het enige wat ik ooit over mijn lippen kreeg was de vraag om een blaadje papier, toen ik eindelijk naast je durfde te zitten tijdens de les Communicatiewetenschap in de Universiteitsstraat. Je zit voor het eerst in weken alleen en ik zie mijn kans schoon. In een nagenoeg volle aula zou het niet opvallen hoe hartstochtelijk ik had uitgekeken naar dit moment. Ik recht mijn voorovergebogen schouders, wandel tien treden naar beneden, klap gezwind het houten stoeltje naar beneden en zet mijn okerkleurige tas erop, die ik nog zelf bestikte met knopen uit mijn moeders naaikoffer. Het stoeltje schiet terug naar boven en mijn tas blijft steken tussen de rugleuning en het zitgedeelte. Onhandig frunnik ik aan de tas. Jij glimlacht meewarrig en trekt het klapstoeltje naar beneden. “Dank je,” prevel ik. Het hoofd van onze vakgroep daalt over de trappen naar beneden en neemt plaats op het verhoogje vooraan. De prof met kort, blond gemècht haar draagt een knalgeel broekpak waar ze zelf om lacht. Haar stem klinkt strak, haar humor vals en ze trekt haar neus op wanneer ze je persoonlijk aanspreekt. Ik mag haar niet, maar ben dankbaar dat ze de les aanvat. Mijn zelfvertrouwen is samen met mijn olijfkleurige tas blijven steken tussen de klapstoel. Ik noteer naarstig wat de prof declameert. Verdwijn tussen mijn pen en notitieblok. Ik pen zo ijverig dat ik de laatste drie velletjes van mijn notablok volledig volkrabbel. Ik twijfel. Hoor niet meer wat ze reciteert. Wanneer het woord “examen” valt en heel de aula ritselt van pen en papier, staat mijn hoofd op ontploffen. Mijn laatste hoopje moed bijeenscharrelen en je aanspreken, of zo miniscuul mogelijk proberen schrijven in de marge van mijn overvolle blad. Jij ziet mijn pen boven mijn blad dansen en draait je hoofd een kwartslag. Kijkt me met je reebruine ogen ontwapenend aan. Die reebruine ogen waarin ik verdrink en die mijn tong zo droog als leer maken; mijn tenen doen tintelen. Het is nog erger dan in de boekjes. “Mag ik een blad van je lenen?”, fluister ik. Ik ben twintig, maar mijn stem klinkt als een vijftienjarig puberjongetje. Jij scheurt een bruinig ecovelletje van je notablok. Onze vingertoppen raken elkaar wanneer je me het blad overhandigt. Mijn maag krimpt, mijn hart ontploft, mijn longen barsten. De les loopt naar zijn einde en ik gris mijn spullen bij elkaar. Ik kan niet snel genoeg weglopen. De aula uit, de trappen af, mijn fiets op. Beukend op de pedalen jakker ik de Veldstraat in en knal ei zo na een shoppende voetganger omver. Zweet en tranen glimmen op mijn wangen. Ze proeven zout. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Ik ken ze van de promofilmpjes voor je doctoraat en je filmbesprekingen voor Canvas, waarin je met zachte woorden passioneel je liefde voor film uiteenzet. Ik ken ze van je voordracht voor De Buren, waar je trots je zelfgeschreven tekst over Parijs en de jaarlijkse reis met je ouders over de Route de Soleil voorleest. Ik ken ze van je boekvoorstelling, waar ik, spiedend over de fluweelrode zetels, je lippen minutieus in de gaten hield. Ik weet hoe je stem klinkt. Maar jij, weet jij nog wie ik ben?

het stille meisje
0 0

Brief voor bie.

Lieve bie   Over feiten en gevoelens.   Samen hebben we een lange weg afgereisd naar het onbekende. Maar wat wetend is voor ons, is voor jouw niet meer. Graag zou ik je wat vertellen voor ik je kan loslaten. Op die manier heb je ook mij verlaten. Want drie keer huilen en het was klaar. We konden niks meer doen voor jou.   Toen we het goede nieuws kregen dat je meekon op vakantie, lag jij onder narcose te slapen. Het was een kinderdroom die uitkwam. Maandenlang heb ik vol vertrouwen, spanning en moed uitgekeken naar ons moment. Jij had niks door. Eens vertrokken was ik ervan overtuigd dat alles goed zou komen. Hoe dan ook, je hebt het fantastisch gedaan. Wanneer het minder vlot ging of de nacht te donker werd hadden we troost aan elkaar. Je keek me aan met die ondeugende blik en ik hief je op het bed, dan had je rust. Sorry dat ik dit vergat, je was tenslotte ziek.   Wanneer ik iets laat vallen, zeg ik het nog steeds; “Sorry, bie.” Als ik in de zetel lig en mijn gedachten dwalen af, lijk je nog steeds met mijn voeten te willen spelen. Of ik een trui neem en er nog haartjes in blijken te prikken, dan wil ik hem niet meer wassen. Soms was ik moe, soms was jij moe. Sorry als ik daar geen rekening mee hield. Weet je nog, zo geschrokken toen je door het vliegenraam ging van de camper terwijl de pan viel. Je stond daar met je staart tussen je benen, bleef plichtsgetrouw staan en kwam terug naar mij. Toen hief ik je op het bed, zoals wij waren.   Jouw gedachten kon ik niet verwoorden, je stem kon ik niet vertellen. Ik dacht het gevoeld te hebben maar wie ben ik om te oordelen over het einde. Geen idee of ik een strijder zou zijn. Voor ons avontuur was ik soms verdwaald, soms heb jij de weg verloren. Maar samen zijn we door onwerkelijke en bewogen momenten gegaan. Wat ben je toch een sterke meid, heen en weer naar de dokters hopend op een positief bericht. Ook daar hief ik je op de tafel, weet je dat?   Er zijn nog veel vragen in dat stomend brein van mij, elk fragment uit welk scenario dan ook gaan voorbij. Maar toch, puur uit het hart denk ik dat je hebt gewacht, zodat wij terug samen thuis konden zijn. De leegte stond plots voor de deur, stilstaand draait de wereld door. De living heeft een lichtere tint, die salontafel zal niemand nog pijn doen en ik slaap nu niet meer alleen, hij had ook goed voor jouw gezorgd. Toch blijft het bed minder warm en is thuiskomen ook gewoon maar wat. Ze zeggen dat de huilbuien erbij horen, alleen weet ik niet of dat ooit nog over gaat.   Slaapzacht bie, mijn trouwste viervoeter.  

Lana
1 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 10)

Maandag, 12 maart 2012   Vandaag sprak ik voor de laatste keer met de basis. Ze hebben me ontslagen en wat hen betreft mag ik hier wegrotten. In tijden van nood kent men zijn vrienden! Gelukkig heb ik recht op een uitkering en moet ik daar (dankzij die communistische trut) geen stempeltje meer voor gaan halen!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Dinsdag, 13 maart 2012   Niets noemenswaardigs te vermelden, buiten het feit dat ik (net voorbij de maan) geflitst ben.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Woensdag, 14 maart 2012   Ik heb opnieuw een érg saaie dag achter de rug, laat staan dat ik nog weet welke dag het precies is. Vanmorgen zag ik een handdoek met het KGB-logo rondvliegen en ook mijn GSM moet hier ergens in de buurt zijn, want daarnet hoorde ik mijn ringtone (een huilende Chewbacca) doorheen het heelal weerklinken. Bij de aankoop van die Nokia werd me verteld dat je de maximale geluidsstand tot ver buiten de aardse sferen zou kunnen horen, wat ik nu enkel maar bevestigen kan.   Misschien was het Mariska, of mijn moeder ... Het valt te betwijfelen, want de eerste ligt in de armen van mijn baas en de tweede draait altijd het verkeerde nummer als ze me wil telefoneren. Ik heb tot op één cijfer hetzelfde nummer als Madame Blavatski, en als die wordt opgebeld, ben je gegaran-deerd enkele uren, dagen of zelfs weken kwijt!   Mij lijkt de tijd bijna rijp om het hier af te trappen, want de Doerak wordt constant door zware zonnewinden bestookt. Niet echt onoverkomelijk, ware het niet dat die heel erg kunnen stinken! Dit rudimentaire toestel naar aromatischere oorden loodsen, wordt (gezien mijn beperkte technische kennis) hoogstwaarschijnlijk een helse karwei. Mijn enige hoop ligt erin een inactief ruimtestation tegen te komen, dat deze capsule kan herbergen; niet zo onrealistisch, aangezien we hier de laatste jaren toch immens veel schroot gedumpt hebben!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 9)

Zondag, 11 maart 2012   De laatste dagen ben ik door een heuse mentale hel gegaan, waardoor het voor mij onmogelijk was om verslagen te schrijven.   Ik bevind me nog altijd aan boord van de Doerak en ben op weg naar de asteroïden-gordel; een hachelijke onderneming, met een onvoorspelbaar resultaat! De basis heeft me de voorbije dagen enkele keren opgebeld, maar tot op heden is daar nog niets uit voortgekomen. Ik ben zelfs geschokt, vast te moeten stellen dat er nog geen enkele hulpactie opgezet is en het ziet er niet naar uit dat daar direct verandering in zal komen! Vooral omtrent de schuldvraag met betrekking tot het falen van deze missie, is een hartig woordje gesproken. De internationale pers heeft nu immers ook zijn tanden in deze zaak gezet, dus moet er een zondebok gevonden worden! Het lijkt er sterk op dat ik die twijfelachtige eer toebedeeld zal krijgen, aangezien gebleken is dat mijn perceptie van de feiten niet helemaal met de werkelijkheid overeenstemde ...   Die dreigende rode gaswolk boven Rusland, was eigenlijk niets meer dan een ongeluk-kig voorval tijdens de wedstrijd van Lokomotiv tegen Zoelte (die we trouwens zwaar verloren hebben). Het bagage-compartiment van de Belgische supportersbus (vooral met kranige oudjes gevuld) bevatte blijkbaar een immense hoeveelheid Bengaals vuur-werk en uiteindelijk is het hele boeltje de lucht in gevlogen! Naar het schijnt heeft het daarna nog dagen oude wijven geregend in Moskou!   De aanvaring met de satelliet is ook ter sprake gekomen en ik zal daar (binnen niet afzienbare tijd) schijnbaar drie dagvaardingen voor ontvangen; enerzijds van Proxirus, voor intentionele beschadiging van privé-eigendom (zijnde hun satelliet), anderzijds van de Russische staat, voor opzettelijke vernietiging van staatseigendom (zijnde de MIR) en tenslotte ook nog één van Poetin himself, voor het sluikstorten van een urinoir met zijn portret in de kosmos.   De pre-selecties van Eurosong zijn eveneens achter de rug, en uiteindelijk niet door Tattoe gewonnen. Bovendien bemannen die twee meiden nu mijn kamer in de militaire academie van Siberië, omdat ze het gewaagd hebben elkaar te tongzoenen op het po-dium (wat de jury kennelijk niet zinde).   De storing in de elektronische systemen van de MIR, waar alle ellende mee begon, werd eigenlijk veroorzaakt op de basis; een gegeven dat gegarandeerd in KGB-archieven zal verdwijnen! De nieuwe poetsvrouw (en tevens maîtresse van de baas) heeft per ongeluk enkel vitale kabels beschadigd met haar KGB-boenmachine. Het is echt betreurenswaardig dat ik door de stommiteit van een poetsvrouw zo goed als zeker ten dode ben opgeschreven, maar het werkelijke drama voltrok zich toen ik haar naam vernam: Mariska Poljakov.   Mijn Mariska!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Natascha en de pingpongspruiten (5)

  Exit de Waymo. Ook andere vooruitstrevende plannen kenden geen succes. “De Opruimplicht van een Ganse Levensrotzooi” (vrij vertaald) en “Verplichte Euthanasie op 65 Jaar”, twee wetsvoorstellen ingediend door de Partij van de Jongeren, haalden het niet. De Seniorenpartij was er vanzelfsprekend niet voor te vinden en de immobiliënlobby had lange armen, waarmee ze tastten konden, in de pels van zilveren luizen, in de buidels van die lamme kangoeroes met gouden vacht. De middenstand regeerde het land, had zijn geld belegd in vastgoed, woonblokken voor een grijze generatie die zich vasthield aan wat herinneringen, zich vergaapte aan dagelijkse kots, de dyslexie van papegaaien in een kooi en de kookprogramma’s van een keukenrobot.   De man met de pingpongblik rochelde alsof hij wat kleverig slijm zocht voor zijn loszittende oogbollen. We reden frietkot De Bosbrand voorbij en wat verder lag Kinepolis. Daar zou hij de sporttas met daarin de vele brillen vastgrijpen en voorzichtig optillen. Hij ging de bus verlaten, langs zijn vaste weg in de richting van de ingang stappen, zijn gruwelpasje laten zien, uit de automaat een emmer popcorn met strooizout halen en doodalleen op de voorste rij plaatsnemen. De reclamespotjes voor vermeend genot en echte zoetigheden zouden niet tot hem doordringen. Hij was immers gekomen voor de horror, zijn ogen gingen straks snelle rondjes draaien rond hun as, als twee dolle planeten, elk op een breinaald gestoken door een zot. Het oppervlak was wit, met rode rivieren dooraderd, en de grote kraters, in elke bol één, waren overspannen met een levend vlies. Op het vlies groeiden grote kolonies fotocellen die gevoed werden met het bloed van gruwelbeelden.   In mijn achterhoofd hoorde ik eerst gegrinnik dat al snel overging in spottend gelach. Toen deze geluiden tot bedaren kwamen, sprak de man mij aan : “Dacht je echt dat daar horror vertoond wordt?” en zegde droogjes : “Als iemand uitstapt aan de halte Kinepolis op maandagochtend, dan is het een kuisvrouw en in het beste geval ook die kerel daar, hij die bij De Vrese de runderen elektrocuteert. Vandaag geen wreedaardigheden. Hij heeft die kuisvrouw leren kennen op deze bus en zal haar vandaag eens goed in haar kont neuken voor dat grote scherm.”   Ik zweeg, richtte mijn blik naar beneden, op de sporttas en vroeg mij af of zijn mond werkelijk bewogen had.       bladzijde vijf van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0