Lezen

Tellen tot drie, slapen en de Wallen van Amsterdam

Als snel in slaap vallen een olympische discipline was, won ik zonder verpinken de gouden medaille. Wanneer mijn hoofd mijn hoofdkussen raakt, maak ik in minder dan één minuut de oversteek. Ik slaap tot mijn wekker afgaat, of tot één minuut daarvoor (geconditioneerd zegt u?). De laatste maanden maakte ik echter kennis met insomnia. Het in slaap vallen binnen de minuut bleek nog altijd on point, maar plots werd ik midden in de nacht wakker om de slaap niet meer te kunnen vatten. Nu kan u allerlei trucjes gebruiken om terug de slaap te vatten. Eén daarvan is een app waarbij een nasale stem u vraagt om terug te tellen van 1000 naar 0. Ik kan u verzekeren: mijn frustratiegehalte telde omgekeerd evenredig op terwijl ik de nummers aftelde. Het leek een langgerekte overgang van oud naar nieuw (u kent het wel: glaasje bubbels in de hand, aftellen en toch niet té dicht in de buurt staan van die creep die al een uur lang elke vrouw in de feestzaal aanspreekt om te informeren of ze als eerste met hem wil kussen op middernacht.). Mijn concentratie verlegde zich gaandeweg, eerst tussen de honderdtallen, daarna tussen de tientallen. Bij 933 vroeg ik me af hoe ik me kon laten verleiden door een app, bij 897 vroeg ik me af wie in godsnaam deze app had gemaakt en bij 883 moest ik uit bed om op te zoeken wie de maker van die app was en om te checken of ik misschien toch een vorm van dyscalculie heb (kan iedereen vlot achteruit tellen? Eerlijk?). Vanaf het moment dat ik moeder werd, zie ik slapen als een kostbaar goed. Ook al levert slapen soms de meest onflatterende foto’s op. Ik hoop oprecht dat niemand ooit de fotoreeks in handen krijgt van onze Italiëreis in het zesde middelbaar waarbij het een sport was om een klasgenoot te fotograferen terwijl die in een semi-comateuze toestand op de bus sliep. U wilt niet weten hoeveel kwijl en dubbele kinnen er in één fotoboek gebundeld zijn. Ik behoorde niet tot de groep newborn moeders die gezegend was met doorslapende baby’s, niet op de leeftijd van één maand, een half jaar of één jaar. Ouders die mij vol trots vertelden dat zoon- of dochterlief na enkele weken al doorsliep kon ik geen ruimte geven. Ik kon hen alleen maar aanstaren, met een bleek gezicht en wallen die meer in het oog spongen dan de Wallen van Amsterdam. Ondertussen slapen mijn dochters doorgaans door (langgerekte avondrituelen daar gelaten: ‘ik heb nog één vraagje’). Maar ik ben nog steeds geen moeder die zomaar een kinderslaapkamerdeur kan opengooien om me te vergapen aan de schoonheid van een slapend kind. Doorslapen is één ding, vast slapen iets totaal anders. Wanneer ik me toch in hun kamer waag, krijg ik steevast de vraag: ‘Wat is er, mama? Wat doe je hier?’. Waarna ik sus en mompel dat ik de vuile was kom halen. Ik vraag u dus geen tips om mijn – hopelijk tijdelijke - insomnia te bestrijden, enkel tips om zo stil als mogelijk mijn slapende dochters te aanschouwen in de nacht.   Dochter: Weet je nog hoe je vroeger zei: ‘ik tel tot drie en dan vertrekken we’. Moeder (glimlacht): Ja, maar dat werkte alleen als jullie nog kleuters waren. Dochter: Nu doe je hetzelfde met jezelf. Maar eigenlijk is het niet eerlijk: als volwassene krijg je véél meer tijd.   Moeder: ? Dochter: Je telefoon telt tot 1000 en dan pas moet je slapen.

Lore Dewulf
12 0

Brief aan Vlaanderen

Ik ben een zeventienjarig meisje dat zeer graag in Vlaanderen woont. Opgegroeid in een normaal gezin. Mama en papa die mij steunen in alles wat ik wil bereiken. Twee broers waar ik een goede band mee heb. Opgegroeid in een rustig gelegen huis is een dorp. Ik ga graag eens naar een drukke stad, maar ben ook heel graag op het platteland. Ik vind dat Vlaanderen de ideale mix is en dat ik zeer dankbaar mag zijn dat ik hier geboren ben. Wel heb ik mijn eigen mening over bepaalde dingen en kunnen sommige dingen zeker beter aangepakt worden in deze maatschappij. We leven nu in een pandemie, dat maakt het natuurlijk niet makkelijker. Maar misschien heeft het wel voordelen voor ons gedrag tegenover elkaar en de maatschappij.  Ik keek voor corona naar Vlaanderen met een bezorgde blik. Ieder voor zichzelf, dat was de maatschappij. Wil je iets bereiken, dan moet je er zelf voor zorgen. Dat is het zeker nog wel op sommige vlakken, maar corona heeft er ook voor gezorgd dat Vlaanderen warmer werd, naast natuurlijk alle miserie dat het virus met zich meebracht.  Mijn kijk op Vlaanderen is een beetje veranderd, maar toch ook niet helemaal. Ik zie mensen nog steeds in een boog rondom mij gaan of naar de grond kijken als ze mij passeren. Misschien is dat normaal, misschien is dat uit angst voor het virus, maar dat was soms ook al voor corona. Ik zie het juist als een kans om de mensen eens in hun ogen te kijken. Meer te vragen hoe het met hun gaat, want emoties kan je moeilijk aflezen van een gezicht waarvan meer dan de helft bedekt is met een mondmasker.  Er zijn mij zeker dingen opgevallen. Zo had je het applaus voor de zorgsector elke avond om acht uur. Een heel mooi gebaar vind ik, die mensen zijn de echte helden in deze crisis. Doe het maar eens, elke ochtend opstaan wetende dat je met honderden mensen in contact gaat komen die besmet zijn met een dodelijk virus waar men nog niet eens alles over weet. De moed en passie voor hun werk moet immens zijn. Elke dag weer alles eraan doen om zoveel mensen zo snel mogelijk te genezen. Mijn respect voor die mensen is enorm groot. Eerlijk gezegd, ik zou er de moed niet voor hebben. Ook was er een drone die soms over Vlaanderen vloog waar je een boodschap kon overbrengen voor iemand, de zorg, de bevolking, wie dan ook. Ook dat vond ik een zeer mooi gebaar. Het is zoals ik hiervoor al zei, Vlaanderen is warmer geworden. Over na corona kan ik nog niet praten, want we zitten er nog midden in. Ik hoop dat mensen dat ook beseffen.  Frustraties zijn er altijd. Je kan het nooit eens zijn met alles en iedereen. De beslissingen van de overheid snap ik vaak niet. Maatregelen laten vallen wanneer er nog steeds zeer veel besmettingen zijn frustreert mij mateloos. Langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat die mensen wel gewoon hun best doen, maar gewoon ook niet voor iedereen goed kunnen doen. Ik denk dat er veel dingen zijn die wij niet beseffen waar de overheid rekening mee moet houden. Ook frustreert het mij wanneer ik de bus opstap en vier veertienjarigen hun mondmasker niet zie dragen en hoor roepen naar elkaar of ik iemand zie met zijn neus uit zijn mondmasker. Het is nu ook niet moeilijk de maatregelen correct te volgen. Het zijn er al niet veel, leef ze dan ook na! Sommige mensen kunnen zeer respectloos zijn tegenover andere mensen zonder dat ze het zelf beseffen.    Mijn boodschap voor Vlaanderen zou zijn, maak het beste van de situatie waar we nu inzitten. Sterker zelfs, maak er gebruik van eens mensen in de ogen te kijken, te vragen hoe het met hen gaat, knik eens, knipoog, spreek met uw ogen! Zeg eens dank u als je een verpleger, dokter of eender wie ook tegenkomt die echt wel de titel held verdient. Hou de warmte in Vlaanderen, ook na de pandemie. Draag uw mondmasker, bescherm niet alleen uzelf, maar ook een ander. Wederzijds respect, liefde en het creëren van een warm gevoel bij uzelf en de mensen rondom u zijn de ingrediënten voor de ideale samenleving. Laten we samen van Vlaanderen een maken.  

Marg
6 0

Moederliefde

Er is geen liefde puurder, altruïstischer en warmer dan echte moederliefde. Helaas heeft niet iedereen het geluk dit te mogen ervaren. De relatie met je moeder laat een afdruk na op het verloop van je leven. Ik ben ontzettend dankbaar voor de warme relatie met mijn moeder en dat ze mij al 35 jaar laat voelen wat onvoorwaardelijke moederliefde is. Ik kies er bewust voor om zelf geen moeder te zijn in dit leven. Dit wil echter niet zeggen dat ik geen moederliefde kan geven. Ik kan moeiteloos het kind zien in iemand. In ieder van ons huist een kind dat niets liever wil dan geliefd worden. Ongeacht iemands leeftijd, zie ik een kleine jongen of meisje door alle lagen heen schemeren. Ik ben in staat om naar iemand te kijken met de ogen van een moeder. Dat zijn ogen die liefdevol kijken met mededogen, geduld en begrip. En vanuit dat standpunt is het maar een kleine stap om ook moederlijk te handelen, door bijvoorbeeld zorgzaam of troostend te zijn. De bron van waaruit mijn liefde ontspruit is oneindig. Het werd mij onlangs heel scherp duidelijk dat de moederliefde die ik naar anderen overhevel, naar het prachtige voorbeeld van mijn eigen moeder, eveneens aan mezelf geschonken kan worden. Daarmee wil ik zeggen dat ik mezelf als een moeder kan liefhebben. Ik kan mezelf vanuit datzelfde moederperspectief bekijken, verzorgen, troosten, aanmoedigen of geruststellen. Eveneens kan ik mezelf aanraken als een moeder door mezelf te strelen of knuffelen. Ik vermoed dat veel mensen hier weerstand tegen zullen voelen. Jezelf liefdevol aanraken is iets dat niet echt cultureel ingeburgerd is en eerder als raar wordt beschouwd. Toch is het ontzettend heilzaam en een uiting van eigenliefde. Ik zou mensen willen aanraden om dit ondanks de ingeprente tegenzin toch te proberen. Vooral in tijden als deze, waarbij het afstand houden zo fervent gepredikt wordt, kan dit een gezond tegenwicht bieden. Als ik bijvoorbeeld iets moeilijk moet doen, dan knijp ik zacht in mijn bovenarm en bevestig ik wat een flinke meid ik wel niet ben en dat ik best trots mag zijn op mezelf. Of als ik verdriet heb, dan streel ik over mijn wang terwijl ik zeg dat het oké is om te huilen. Niemand kan zo goed zorgen voor mij als ikzelf. Niemand weet en voelt beter dan ikzelf wat ik nodig heb. Wat mij betreft is dat eigenliefde van de bovenste plank. Er is niets zo helend als eigenliefde. Het is het ultieme medicijn. Als je als kind een schrijnend gebrek aan moederliefde gekend hebt, hoeft dit niet meteen te betekenen dat er geen voeling kan zijn met de energie van moederliefde. Intens ervaren wat iets niet is, kan helpen om klaar te zien in wat het dan eigenlijk wel is. Iemand die bijvoorbeeld als kind mishandeld is geweest, kan vanuit die ervaring bewust beslissen om het bij zijn of haar eigen kinderen geheel anders aan te pakken. Sommige mensen zijn in ons leven om ons te laten zien wat we niet willen. Ook dat is erg waardevol. Want zo wordt de focus op wat we wel willen alleen maar scherper. En hoe scherper we voor ogen houden waar we naar verlangen, des te meer kans dat het dan ook op ons pad zal terecht komen. Dat heet visualisatie, iets waarover ik reeds vol passie en overtuiging heb gesproken en geschreven. Tot slot maak ik nog even de bedenking dat moederliefde niet uitsluitend iets vrouwelijk is. Het is een term die gelinkt wordt aan vrouwelijkheid, maar een man kan uiteraard eveneens deze liefdevolle energie gewaarworden en uiten. Moederliefde is slechts een woord om een specifiek gevoel te omschrijven, maar de onderliggende betekenis is veel ruimer.

KarolienDeman
26 0

Refugee walk, ontoereikend cynisme en dikke duimen

Met één oog check ik whatsapp op mijn telefoon: ‘nieuwe groep aangemaakt: Refugee walk’. Meteen daarna volgt de vraag naar voorstellen voor een groepsnaam voor ons team. Ik zie ‘solitaire mieren’ verschijnen. Wie dit bedacht heeft? De andere leden van mijn gezin. Dit wekt bij mij vragen op: ‘Wiens voorstel? Of komt dit uit de groep? Is dat wel mogelijk bij solitaire mieren?’. Ik krijg een antwoord terug: ‘Het is het resultaat van een gezamenlijke brainstorm. We zijn solidaire mieren, geen solitaire’. Ziehier de reden waarom je beter niet met één oog naar je telefoon kijkt. Samen met 1869 anderen wandelden we als solidaire mieren de Refugee walk, georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Door de samenstelling van ons wandelgezelschap – de helft van onze groep gaat nog naar de lagere school – kozen we voor de 10 kilometer. De andere optie was de volle 40 kilometer en laat ons eerlijk zijn: geen enkele 8-, 9- of 10- jarige zit daarop te wachten. Ofte: hoe je je kinderen schaamteloos kan inschakelen om je eigen mankerende conditie te maskeren. Elk ingeschreven team voor de Refugee walk krijgt een goodiebox met shirts voor alle deelnemers, een boekje met verhalen van vluchtelingen en een drankje. Na de wandeling vraagt mijn oudste dochter of ze haar Refugee walk shirt de volgende dag mag aandoen voor school. ‘Dit is mijn nieuwe lievelingsshirt, ik wil die tonen aan mijn klasgenoten. Ik wil hen ook graag vertellen over onze sponsorwandeling. Misschien willen zij volgend jaar ook allemaal meedoen!’. Het is gebeurd. De kinderlijke onschuld is verdwijnen, die heeft plaatsgemaakt voor een moreel reagerende mens. Ik mag dan wel eens cynisch uit de hoek komen, in deze context smelt mijn cynische zelf. Weet u wat het is: cynisme is een theorie van alles: het klopt altijd. Maar wat is het omgekeerde van cynisme? Naïviteit? Is het naïef dat u idealen heeft, dat een kind idealen heeft? In dit geval vind ik het noodzakelijk om totale relativering te weigeren, om te weigeren om bepaalde waarden af te geven. Het toeval wil dat ik diezelfde avond naar Becoming keek, de documentaire van Michelle Obama. De voormalige First Lady praat met iedereen, van de Queen of England tot tienermeisjes uit achtergestelde Amerikaanse buurten. Ze motiveert en inspireert en geeft de jonge – vooral vrouwelijke - generatie mee dat ze, net als hen, zoekende is in het leven. Dat ze moeten geloven in zichzelf. Dat zij ook een heel lange weg heeft afgelegd. Michelle Obama heeft heel goed begrepen dat de anderen maar zo dom zijn als jij ze maakt. In die zin behoort ze tot de beperkte groep Grote Empathische Leiders: ze predikt verbondenheid in plaats van tegenstellingen. Daar kan geen cynicus tegen op.   Dochter: Geef eens je hand. Moeder: Waarom? Dochter: Ik ga je duim meten. Moeder: Euh… Ok… Mag ik ook weten waarom? Dochter: Als je me een duim geeft, wil ik weten of het ook een dikke duim is. Moeder: Fair enough.

Lore Dewulf
12 0

Daar zit muziek in

Blokfluit spelen met een klas ongemotiveerde veertienjarigen. Het behoorde niet tot de persoonlijke levensdoelen van mijn muziekleerkracht, maar eerder tot het leerplan waar hij aan gebonden was. Elke week hetzelfde liedje: een uitgebluste leerkracht die zijn blokfluit nam en demonstreerde hoe je een lied speelt, om zich daarna tot de klas te richten, ‘dit liedje gaan jullie vandaag leren spelen’. Op het forum van vogelvisie.nl lees ik dat er verschillende meningen bestaan over welke vogel het geluid van een blokfluit benadert. Sommigen beweren een bosuil, terwijl anderen overtuigd zijn dat het om een zwartkop gaat. Er gaan ook stemmen op richting diamantduif. Toen ik in het onderkoelde collegelokaal zat te luisteren naar mijn fluitende leerkracht, dacht ik niet aan vogels. Vogelgeluiden, of elk ander rustgevend geluid, waren nog verder weg toen de klas uitgenodigd werd om mee te fluiten. Op het examen moesten we elk om beurt een lied spelen. De leerkracht had een grijns en een grijs potloodje om je te beoordelen. Een jongen uit mijn klas kreeg een één voor aanwezigheid. Hoe hij dat klaarspeelde? Hij legde zijn muziekboek open zodat hij de partituur van het lied kon lezen (de eerste noot is een sol). Daarna bladerde hij naar de laatste pagina van zijn boek, naar de grepentabel (hoe positioneer je je vingers om een sol te fluiten?). Na elke noot keerde hij terug naar de grepentabel. ‘Ik heb genoeg gehoord’, zei de leerkracht na zeven noten, en het kleine potloodje kraste een één op de puntenlijst. Muzieklessen op zijn smalst: een opgelegd oubollig lied spelen op je blokfluit en daarop beoordeeld worden door een onverbiddelijke leerkracht met een petieterig potloodje. Onlangs keek ik naar The Eddy, een miniserie over een Jazz club in Parijs, geregisseerd door Damien Chazelle. De serie toont muziek als taal, elk personage gebruikt muziek om te communiceren. Iedereen vindt zijn plaats in en door muziek. Je hoeft de constructies van jazz niet te begrijpen om te weten wat de personages je willen vertellen. Muziek verbindt, troost, lijmt, stimuleert, spreekt, redt, creëert en eert. Ik had de serie graag integraal gezien in de muzieklessen van weleer. Dan was mijn blokfluitkennis beperkter, maar kiezen is niet altijd verliezen. Mijn jongste dochter leert piano spelen. Ze musiceert met een verpletterend plezier. Het gaat niet enkel om haar vingers op de juiste toetsen te zetten, het gaat vooral om de voldoening van het creëren. Een instrument leren spelen is soms instrumenteel, maar het is hoe dan ook niet bedoeld om te beoordelen met een grijs potloodje.   Dochter (met een zelfgemaakt castagnette in de hand): Mama, luister hier eens naar! Moeder: Wat is dat? Dochter: Hier zit muziek in.

Lore Dewulf
6 0

Gift

Ik herinner me nog goed de tijd dat ik onbekend was en mijn columns níét wekelijks door 40 mensen gelezen werden. Wat was dat een waardeloze periode. Bij de bakker moest ik de volle prijs betalen voor m'n croissants, in de boekhandel deden ze alsof ik Jan met de Pet was die de nieuwste Kampioenenstrip kwam kopen en vrouwelijke loopsters lieten me opvallend minder vaak hun ontblote boezem zien wanneer ik hun richting kwam uitgelopen. Nu dat allemaal veranderd is, kan ik me geen leven meer voorstellen als onbekende Vlaming, hoewel ik net heb uiteengezet hoe goed ik het mij allemaal herinner. Zo'n supersterrenstatus, ik kan het iedereen aanraden. Daar zit natuurlijk het probleem. Ik maak amper dt-fouten, schrijf hashtags als Hemingway en heb in m'n adembenemende illustraties lang geen 50 tinten grijs nodig om de lezeressen ondeugende gedachtes te bezorgen. Maar niet iedereen is geboren met zo'n onuitputtelijke massa talent als ik. Dat is, doordat ik zo bescheiden ben, iets wat ik te vaak vergeet. Een vriend van me werkt in de fabriek waar ze de lucht in Maltesers pompen. Acht uur per dag werkt hij zich krom aan de lopende band, iets wat ik ook heb gedaan als jobstudent en waar ik overigens zeer goed in was. Dag na dag verzekert hij dat elk chocoladeballetje even knapperig is als het vorige. Je wil niet weten hoe hard mensen het verlíézen als hun Maltesers niet consistent zijn in knapperigheid. Deze kameraad draait daar dus dagelijks zijn nikkel af en krijgt er een habbekrats voor in de plaats. Als ik hem dan vraag waarom hij niet kiest voor zo'n leven vol rijkdom en aanzien als het mijne, zegt hij: 'Maar Hans, snap jij het dan niet? Ik ben helemaal niet zo uniek als jij. Gewone stervelingen als ik hébben geen keuze. Stop met die bescheidenheid en besef dat jij staat waar je staat door jouw uitzonderlijke gaves.' Na enkele dagen ben ik dat alles weer vergeten, niet zozeer omdat het me niet interesseert, maar vooral omdat mijn geheugen echt niet zo buitengewoon is. Daar heb je die bescheidenheid weer. En de vervelende kanten aan de roem? Die zijn er ook, hoor. Met jeuk die zich nog maar een beetje in de buurt van je zitvlak bevindt, leer je best zo snel mogelijk leven, want in het openbaar aan je achterste krabben is geen optie meer. De magazines zouden nogal smullen. Daarnaast is het onmogelijk om meer dan 10 meter aan een stuk te wandelen zonder dat je grootste fan om een selfie komt vragen. En 10 meter verder word je opnieuw aangeklampt door een grootste fan. Verder voelen vrouwen van middelbare leeftijd zich zo vrij om tijdens fotomomenten in je billen te knijpen. Hoogst onaangenaam, behalve wanneer je op dat moment jeuk aan je achterste hebt. En dan zijn er ook nog de afgunstigen, de lastigaards die willen dat jij hén speciaal behandelt in plaats van omgekeerd. Zo hebben sommige bakkers de arrogantie om te doen alsof ze me niet kennen om me alsnog de volle prijs van hun croissants te kunnen aanrekenen. Kleine mensen. Ach ja, allemaal klein bier vergeleken met de voordelen. Ik zou niet meer kunnen terugkeren naar dat leven van nietsbetekenende dertien-in-een-dozijner. Oké, ik maakte misschien meer tijd voor mensen. Ik stond klaar, luisterde. Maar uiteindelijk help je één iemand. En nu? Nu bereik ik wekelijks 40 verschillende volgelingen en inspireer ik hen met m'n kunst. Omdat ik wéét dat ik hen die spark kan bezorgen. Dat idee van hoop. Die glimlach na een ondraaglijke dag van lucht in Maltesers pompen. Ik ben het levende bewijs dat je je dromen kan waarmaken en dat ook jij misschien ooit een god wordt voor een heel leger van bewonderaars. En dát is waar ik het voor doe.

Hans Verhaegen
26 1