Lezen

Zinloos vastberaden.

Vastberaden zinloosheid: Niet alles wat ik doe, doe ik ambitieus of dient een groter doel in een een uitgekiend plan. Niet in alles wat ik neerpen heb ik naarstige aspiraties om een doelwit te treffen of om te beroeren. Neem nu deze bijdrage (als je dat zo al mag noemen). Een paar woorden op papier die tot niets leiden! Alleen maar opgeschreven ter eer en glorie van mijn verveling om heel duidelijk te maken dat ik niks te vertellen heb. Kenschetsend mijn zinloze alledaagsheid neerschrijven is in geen buut maar alleen maar een bezigheid die geen enkele maatschappelijke relevantie heeft en maakt op geen enkele manier deel uit van een strategisch plan om dingen in beweging te krijgen. Mijn bescheidenheid fluistert me in dat er al genoeg dingen in beweging zijn die beter stilletjes onberoerd hadden gebleven. Dus zoek niet achter een diepere verborgen beweegreden waarom deze nietszeggende redekalving op papier verscheen want je zal ze niet vinden.En nu ga ik vissen. Ook al zo'n bezigheid waarover de vraag kan gesteld worden welk hoger doel het zou kunnen dienen. Ogenschijnlijk geen enkele dus... of toch?In t beste geval kom ik daar een uurtje tot rust en tot het benul dat ik me in al mijn onbezonnenheid niet hoef bezig te houden met grootse dingen en weidse plannen en dat ik al de drukte en heisa rustig aan mij kan laten voorbij gaan zonder dat ik me er een minuut zorgen over hoef te maken.  Zinloze vastberadenheid om geen enkel verschil te maken.

jan pultau
0 0

Niet meer

Mijn gedachten vertragen, stollen. Ik probeer naar ze te grijpen, reik naar ze met onzichtbare tentakels van pure wilskracht, maar steeds weer kan ik er net niet bij. Ik kan ze aanraken, strelen, maar als ik mijn tentakel eromheen wil krullen, schieten ze weg. Het is een hopeloos gevecht tussen mijn verschillende zenuwcellen, sterk en zwak, waarbij de winnaar al lang vastligt.  Dementie, noemen mensen het — maar dat kan ik me nu ook al niet meer herinneren. Vijf jaar geleden begon mijn geheugen beetje bij beetje te verbrokkelen, en nu blijft er niet veel meer over dan een klomp basis overlevingstechnieken, bijeengehouden door een snoer aan vage herinneringen. Ik zie gezichten voor mijn geestesoog drijven, namen, woorden, maar kan het ene niet aan het andere koppelen. Het zijn losse stukken die niets met elkaar te maken lijken te hebben, ook al weet ik ergens nog dat ze hand in hand gaan. Als ik ze probeer te combineren, vervagen ze allemaal en veranderen in een stekende pijn in mijn achterhoofd. Sommige dingen weet ik wel. Willekeurige begrippen, herinneringen, feitjes. Het Italiaanse restaurant waar ik elke zondag een heerlijke carpaccio van rundvlees at; de uitslag van de  Olympische Zomerspelen van 1992 in Barcelona; jaartallen van bepaalde oorlogen, zoals de Varkensoorlog in 1906 of de Brabantse Successieoorlog van 1355 tot 1357. Maar de echt zinvolle zaken gaan aan me voorbij. Ik ben een oud omhulsel, helemaal versleten, met nog net genoeg hersencapaciteit om te bestaan, maar te weinig om nog honderd procent levend genoemd te kunnen worden. En ik haat het. Ik haat het niet meer goed kunnen en ik haat het helemaal niet meer kunnen en ik haat het dat alles wat ik was nu steeds meer begint te vergaan. Ik haat het niet weten en ik haat het eindeloos wachten, maar veel meer kan ik niet doen. Dus grijp ik met mijn tentakels naar de wegschietende herinneringen, alsof het een spel is, en registreer gezichten en namen en stemmen zonder te weten wie ze zijn of wat ze voor mij betekenen.      

Nel
0 0

opdracht Lieve en opdracht Riet

Opdracht 1 Riet Evers   Voor de derde keer kijk ik op mijn horloge. Alsof ik nog niet weet dat het 23.22 uur is en dat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mijn laatste trein zal missen. In mijn hopeloze haast zwier ik mijn tas iets te wild over mijn schouder. Los tegen een even late medereizigster aan. Ze zoekt even naar haar evenwicht, maar duwt me dan prompt en met vaste hand op het wachtbankje in de stationshal. “Zitten!” “Euh…, sorry… mevrouw,” stamel ik. “Ah. Hij kan toch met twee woorden spreken”, zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij. “Eens kijken.” En ze graait mijn geruite pet van mijn hoofd. “Mevrouw…”, stamel ik weer, terwijl ik me afvraag waar ik dat vrouwmens eerder gezien heb. Is dat niet die zelfverklaarde kookboekschrijfster die Paul Jambers dagelijks een tong draait nadat ze haar portie vers fruit in de mixer heeft gegooid? “Wat zit er in die tas?”, vraagt ze. “Mevrouw Jambers,” zeg ik, “dat gaat u geen reet aan.” Ze keilt mijn hoofddeksel tegen mijn neus en beent zonder verder nog iets te zeggen de stationshal uit. De wijzers van de stationsklok hebben de twaalf ingehaald. Ik kan het niet laten om nog even naar mijn horloge te kijken: 00.06 uur. Een nieuwe dag, een nieuw verhaal.   Opdracht Lieve Laureyssen   Ik vroeg hem of hij niet naar binnen wilde komen. “Sebiet”, mompelde hij. De pretlichtjes in zijn bijna zwarte ogen keken heel even in mijn richting. De herfstzon was achter de horizon verdwenen en het werd kil in de schaduw van de langgevelhoeve waar mijn grootouders een halve eeuw gewoond hadden. Met tussenpozen van exact 48 seconden steeg er een rookwolkje op uit zijn pijp. Het bankje waarop hij sinds mensheugenis zijn avonden doorbracht was ooit koningsblauw gelakt geweest. Het had al lang geen verf meer gezien. Dat was niet anders voor de raamkozijnen en de voordeur. Mijn grootvader was een man in grijstinten geworden. Zijn huid had de allures van een oude krant. “'k zen ze kwaat”, zei hij elke avond na een laatste blik geworpen te hebben op het bloemenperkje dat hij plichtsbewust maar met grote tegenzin onderhield sinds mijn grootmoeder overleden was. Ik ging naar binnen om mijn wollen vest te halen, want ‘sebiet’ zou nog wel even duren. Toen ik stilletjes naast hem wilde gaan zitten, zag ik dat zijn pijp op de grond gevallen was. De pretlichtjes waren uit. Ik had er alles voor gegeven om de tijd 5 minuten te kunnen terugdraaien.

KarenC
0 0

Aanstaande bruid

Opdracht van Prisca – voor tweede bijeenkomst - uitgewerkt door Jenneke 1. Lippenstift, pen, notitieboekje, spiegeltje, stophoest, maandverband, mobiele telefoon, katoenen sjawl, gevulde lunchtrommel, portemonnee, zakdoekjes, reservetasje, deo,  leesboekje    2. labello, armband, zonnebril , dropjes, telefoon, koeken, appel, flesje water, broodjes, telefoon, kleedje    3.+4. 1.zonnebril > zomer > handtas 2.dropjes > keelpijn > verkouden 3.armband > mooi > feest 4.broodjes > picknick > romantisch 5.telefoon > Facebook > vind ik leuk 6.appel > appelboom > appels plukken   5. *Katie is een echt buitenmens, een natuurliefhebber. Ze houdt van de zomer als het lekker warm is in de zon en de bomen die dan in bloei staan. Dan gaat ze erop uit met haar zonnebril op . *Ze gaat overmorgen trouwen met John. Ze wil er op haar trouwdag wel goed uitzien met de perfecte jurk, armband en lippenstift. Ze maakt zich wel  een beetje zorgen, want  ze heeft al een paar dagen last van haar keel. *Ze is dol op mooie dingen en vindt het leuk om zichzelf mooi te maken. *Op Facebook heeft ze zojuist een leuke man ontmoet, die luistert naar de naam Sam.   6.  Aanstaande bruid   ‘Ben je er klaar voor? ...  Hallo …. Katie ben je er klaar voor?’  Ineens drong de stem van haar vriendin Suus haar hoofd binnen.  Met een ruk draaide Katie zich om op het zonnige bloemenkleed op het gras. Ze keek op en zag twee lachende ogen en een bos wiebelende krullen. ‘Uhm ja waarvoor bedoel je?, zei ze ietwat  geschrokken.  ‘Of je er klaar voor bent om te trouwen, natuurlijk. Hé, waar was jij met je gedachten’, zei Suus vrolijk, waarna ze een hap van een broodje nam. ‘Lekker zeg die eiersalade. Wil je ook een broodje salade  of liever één met  kaas?’, ratelde ze door.  ‘Die appelsap is ook goed, proef maar eens. Nu in de aanbieding bij de Appie voor een euro. Kost geen drol, haha.  Hier … en pas op voor je lippenstift. Die kleur is echt mooi bij jou.’ Katie pakte de groene beker aan. ‘Ja, vind je?’ ‘Jaaa, die donkerrode kleur staat je echt goed! Je moet nu niet meer van kleur veranderen. Dit is gewoon perfect.  Zeker weten.’ ‘Okee’, lachte Katie, ‘als jij het zegt.’ Ze sloot eventjes haar ogen en voelde de zomerse zonnestralen over haar gezicht kruipen. Het gaf haar een warm en behaaglijk gevoel en ze ontspande zich. Alle stress van die morgen gooide  ze van zich af.  De laatste pas-sessie van haar bruidsjurk en bruidssieraden zat erop.  Katie had Suus meegevraagd. De meiden kenden elkaar al toen ze nog kleuters van vier waren en  sindsdien waren ze hartsvriendinnen.  In de zomer gingen ze vaak samen gezellig naar het park om te picknicken en om bij te kletsen. Ze vertelden elkaar altijd alles… ‘Als John jouw vrijdag ziet, dan kan hij vast zijn ogen niet van je afhouden. Ik dacht al ‘wauw’ en ik ben alleen maar je bruidsmeisje. Dus wat moet John dan wel niet denken, want hij is de bruidegom. ‘ Katie knikte instemmend.  Ze wilde graag stralen als bruid.  Ze kende John al vijf jaar. Nu was hij nog haar vriend, maar nog twee nachtjes slapen en dan kon ze hem haar ‘man’ noemen.  Het hele afgelopen jaar had in het teken gestaan van de bruiloft.  Romantisch als hij was, had John haar ten huwelijk gevraagd als een echte prins op het witte paard. In de maanden daarna had ze het druk gehad om alles rond de bruiloft goed te regelen. Ze had echt naar haar trouwdag toe geleefd, maar nu kwam het wel dichtbij. Straks was ze echt mevrouw De Vries. Het klonk toch anders dan Katie van Dijk, wat ze al haar hele leven gewend was. Katie nam een slokje uit de beker en een heerlijke, frisse en appelzoete streelde haar tong.  Ze tuurde het grasveld over.  In de verte kwamen twee verliefde stelletjes het park in lopen. Haar gedachten gingen naar Sam, die heel anders dan John was en met wie ze om de gekste dingen kon lachen.  Met John was het anders, die was heel lief voor haar, maar altijd veel serieuzer. Plots klonk er het harde gemekker van een geit.  ‘Wat is dat?’, zei Suus geschrokken, terwijl Katie meteen in haar handtas graaide. Het was haar mobieltje die afging en aan het geluid te horen was het een bericht  van Sam. Ze kende hem nu een paar weken van de volleybal.  En ook al wilde ze het niet toegeven, ze vond hem erg aantrekkelijk. Dat gevoel probeerde ze te negeren, ze had immers al een verloofde. Ze keek op het scherm en zag dat ze gelijk had.  Haar hart maakte een sprongetje en ze hoopte dat Suus het niet zou merken. Toen ze opnam en ‘Hallo, met Katie’ zei, voelde ze hoe haar gezicht rood kleurde.   Suus keek haar verbaasd aan.  ‘Nee, dit ga je niet menen …  wie heb jij aan de telefoon?’ zei ze, terwijl ze er wilde armbewegingen bij maakte.

Jenneke
0 0

Twee scènes (opdracht 1)

Scène (opdracht Riet) Snel… de hoek om… Te laat… ik kom te laat…. Vlug! Jas uit, schoenen aan de kant! Ik zie zwarte vlekken voor mijn ogen van het lopen. Waar is die afwasschort? En mijn werkschoenen? Misschien ziet hij me niet, als hij achteraan de koelkast aan het vullen is, dan glip ik zo binnen. Ik adem te luid, van het lopen…. shshsh…. stiller, rustig, rustig… “Hey, gast, te laat??? Hoe zit dat, vind jij je eigen werkuren uit? En wij maar travakken, en meneer ligt in zijn bed… Begin maar met de bloedworst, ontvellen en aan Jani geven, die gaat alles bakken. Waar wacht je op? Of wil jij de gastvrouw spelen misschien?  Die komt later, ja, zij wel, bloemekes water geven en tafels indekken… Awel? Tong verloren?” De chef snauwt en draait zich om naar het drankkot. Als een gek begin ik de stapels glazen en borden in de machine te stouwen, en duw op de rode knop. Onmiddellijk schiet het ding in gang. Ik heradem, dat was het voor vandaag wel weer? Gisteren was zalig, ze was zo blij met die ring, ze heeft hem zeker nog aan. Het was maar een kleintje en de diamant was ook al geen echte, maar het ging om het gebaar, toch? Alleen stom dat ik weer door die wekker sliep. En die stond nog wel op maximum, maar ik hoor het echt niet! Het komt zo sullig over, ik heb me verslapen. De waarheid maakt geen indruk. Pff….. rotjob…. Ik wil iets anders….. ‘Money, money, money…. It’s so funny…. !’, zingt de chef mee met de radio vanachter de stoof. Luid en vals.   Scène (opdracht Karen) De herfstzon voelt warm op mijn handen en de gloed verspreidt zich langzaam onder mijn huid. Ik zit stil op mijn plekje aan het keukenraam om de twee meesjes niet te storen. Ze vliegen vanop een uitsparing in de bakstenen muur hoekig tussen de hortensia’s door. De kop thee verwarmt mijn handen nu ook aan de binnenkant. ‘Ik heb te lang staan schilderen in die onverwarmde kamer, maar ik weet hoe lastig het is om opnieuw te beginnen als ik stop. De herfst is begonnen, die kleuren, die ga ik straks gebruiken voor de achtergrond.’ ‘Wat zal ik klaarmaken als avondmaal? Ik heb asperges waar Diego zo verlekkerd op is, maar komt hij wel? Wie weet met wie hij nu weer op stap is! Niet aan denken, gewoon doordoen, alsof er niets aan de hand is. Dus asperges misschien? Met wat eieren? Het voelt als wiskunde vroeger, wanhopig verderdoen zonder te weten waar je gaat uitkomen. ‘ ‘Ik ga nu eerst nog wat verder schilderen, nog even, tot het te donker wordt. Het licht is zacht nu en mijn borstels staan te wachten. Die achtergrond wil ik vandaag nog klaar hebben, morgen zie ik maar weer welke kant het opgaat. Die kop thee gaat mee.’

Lieve Lauryssen
1 0

De kok met k-o-k

Het Vriendje is kok, niet van beroep maar wel van opleiding. Het Vriendje is wel een blijvertje, toch zolang hij zo blijft koken.   Ik ben daar eens goed over nagedacht en ik ben tot de conclusie gekomen dat je als vrouw geen betere man kan hebben dan eentje die graag en goed kookt. Koken is namelijk iets dat iedere dag terugkeert in het huishouden. Je bent toch meteen een uurtje per dag bezig aan dat koken, een uurtje waarin je iets anders kan doen.  Een boek lezen, met de hond gaan wandelen, je benen ontharen, allemaal dringende zaken. En tegen dat je klaar bent schuif je je voetjes onder tafel.   Een man dat handig is en wel raad weet met de klusjes, is ook zeker makkelijk maar op uiteindelijk zijn de meeste klusjes wel gedaan en wat moet je hem dan laten doen? Uiteraard moet de man ook nog aan de klusjes willen beginnen. Uit ervaring en verhalen van andere lotgenoten hoor ik al te vaak dat hun man weliswaar handig is maar dat je even geduld moet hebben tegen dat hij er aan begint. Een maandje of 6 is zo het gemiddelde. Maar koken… wel een man heeft ook honger, de meeste altijd, dus alleen al uit eigen belang begint hij  dan maar te koken en wij vrouwen genieten daarvan mee. Zolang hij niet te veel desserts maakt en een halve kilo boter gebruikt voor een stukje vis uiteraard. Je moet hem voor je eigen gezondheid wel nog een beetje opleiden en sturen maar daar weten we wel raad mee. Je moet ze tenslotte ook leren dat hun sokken in de wasmand horen en niet ernaast. Het zal later aan de weegschaal te merken zijn of de opleiding al dan niet gelukt is. En ook aan de kledingstukken naast je wasmand.   Een man vinden die én goed kookt, dat ook iedere dag wilt doen én dan nog handig is, en die klusjes ook nog eens meteen immédiatement klaart én bij voorkeur ook nog zijn sokken in de wasmand doet. Nou ik zal maar stoppen want ik kom bijna niet meer bij van het lachen.   Dus ik ben zeer tevreden met het Vriendje die goed kookt en wiens sokken bijna altijd de wasmand bereiken. Ik zal die vijs dan wel in de muur draaien. Mijn vijskunsten overtreffen ruim mijn kookkunsten. I rest my case.

Dana's plakboek
0 0

Agentschapsdag

Tweejaarlijks organiseert het agentschap Wonen een agentschapsdag in telkens een andere stad. Dit jaar was de ‘Koekenstad’ aan de beurt.   Tijdens de voormiddag was er een ruim keuze aan activiteiten. Cultuurliefhebbers konden zich vergapen aan de rijke geschiedenis van de Stad, ofwel een bezoek aan de Ruien, het MAS, MOMU, FOMU of Red Star Line. De sportievelingen konden tijdens een gegidste wandeling of begeleidende fietstocht meerdere pareltjes van de stad ontdekken.   Na de keuzeactiviteit was het tijd voor een walking buffet in feestzaal De Ark. Een idyllische plaats aan de rand van de Schelde met zicht op de Antwerpse haven. Strompelend kwam iedereen de zaal binnen, vooral lachende gezichten maar hier en daar ook moeë blikken. Heerlijk genietend van de uitgebreide lunch met de hoge middagzon op je aangezicht. De zon die glinsterde op het zacht kabbelende water en de langzaam voorbijvaren schepen deed je af en toe je wegdromen. Iedereen had ervoor gekozen om de wandelingen vanuit de binnenstad te voet af te leggen. Een extra troef was natuurlijk een kijkje op het nieuwe havenhuis, een architecturaal hoogstandje van de inmiddels overleden architecte Zaha Hadid. Voor sommigen een omstreden ontwerp dat hier en daar behoorlijk wat discussies uitlokte.   Kortom, een ontspannend dagje waarvan de meesten genoten hebben.   -----   Opmerking: Halverwege gestopt omdat ik meer en meer de indruk kreeg dat ik beschrijvend schreef. Dit is eerder de fase van info verzamelen met een intern verslagje voor mijn collega’s als resultaat. Helaas geraakte ik niet tot een opiniërende tekst.

Griet
0 0

Zinnen herschrijven

Blz.24 Naamwoordstijl en nominalisering vermijden helpt je leesbaar schrijven. Als je leesbaar wil schrijven, vermijd je best naamwoordstijlen en normaliseringen.   blz.28 in ons land wil elke gemeente opkomen voor groepen mensen die omwille van hun afkomst, huidskleur, levensbeschouwing kwetsbaar zijn voor discriminatie en sociale uitsluiting. Om een gericht diversiteitsbeleid te voeren is het noodzakelijk om deze etnisch-culturele minderheden te bereiken om: klantgerichte dienstverlening te organiseren; meer inspraak en participatie te ontwikkelen begrijpelijke info aan te reiken over de werking van hun gemeente.   blz.30 (synoniemen geven) anticiperen: verwachten attitude: houding capabel: bekwaam complex: moeilijk concept: idee continu: voortdurend discrepantie: ongelijkheid effectief: werkelijk evident: vanzelfsprekend frequent: vaak impressie: indruk innoveren: vernieuwen integraal: volledig intentie: bedoeling mutatie: verandering participeren: meedoen prioriteit: voorrang regio: streek restrictie: beperking sporadisch: af en toe substantieel: hoofdzakelijk urgent: dringend vigeren: gelden   blz. 33 Het provinciaal integratiecentrum vindt de individuele keuzevrijheid en privacy voor inburgeraars belangrijk.   blz. 34 De Centra voor Basiseducatie en voor Volwassenonderwijs zorgen voor de toegankelijkheid van hun diensten voor mensen met een migratieachtergrond. Ons adviesorgaan wil daarom deelnemen aan de raden van bestuur om beter zicht te krijgen op de specifieke noden voor deze nieuwkomers.   De kleuter raakte gewond door een dronken chauffeur.   Wilt u graag op de hoogte blijven van de uitgestippelde wandeltochten in het Hageland? Vul dan het inschrijvingsformulier in dat u in onze folder vindt.   Michel probeert elke dag een uurtje huiswerk maken voor zijn nieuwe school, ook al heeft hij er een hekel aan.   blz. 35 Eind oktober presenteerde het PRIC het beleidsplan aan de coördinatoren van lokale steunpunten in Leuven.   Dat is niet waar ik hoofdzakelijk voor kies. Op dit ogenblik voelt het bestuur er niets voor. Ik spreek niet tegen dat we ook schuldig zijn. Hij bevestigde dat hij de documenten had doorgespeeld aan de pers. We aanvaarden enkel schriftelijke en tijdig ingediende aanvragen.   blz.37 De cliënt kan zonder begeleiding alleen gaan wonen als de thuissituatie verandert.

Griet
0 0

Roger en Jeannine (opdracht David) / Igor (opdracht Dennis)

‘Met Rombouts’   ‘Euhm… spreek ik met Jeannine? ‘Nee, met haar man. Wie heb ik aan de lijn?’ ‘Roger. Kan ik Jeannine spreken?’ 'Roger wie?' 'Roger Flamenne'  ‘Ik geef haar door, momentje.’   ‘Met Jeannine’ ‘Jeaninne, zijt gij het? Het is Roger hier. Roger Famenne.’ ‘Roger!  Ge hebt het dus gelezen.  Ik wist niet dat gij Famenne heet met uw achternaam.’ ‘Er is veel van mij dat ge niet weet. Enfin, ik van u ook niet.  Die avond in café De Welkom dacht ik dat gij alleen een hondje had, maar er blijkt daar nog eentje te wonen.'  ‘Het is niet wat ge denkt, Roger, maar anders dan … ’ ‘Dus gij zoekt mij, gij schrijft dat in het groot in de gazet,  ik ben zo goed u te bellen – ik had dat ook kunnen negeren hé – en uw man pakt op. Schoon Jeannine. Is dat wat ge wilde uitleggen? Zijt ge daarom gaan lopen toen?.’ ‘Roger. Kan ik u later eens terug bellen? Dan kunnen we rustig praten.’ ‘Kunt ge nu niet praten omdat hij ernaast staat? Is het dat? Staat hij daar met zijn oor naast dat van u? Dat oor waar ik heel de avond heb aan staan lebberen in De Welkom?’ ‘Dit is niet het moment, Roger, ik...'  ‘Nee, Jeannine, ik bel u nu. Ge hebt hier verdorie iets uit te leggen. Ge hebt het zelf geschreven in de gazet ‘Ik kan alles uitleggen’, met naam en al,  iedereen kan het lezen, en iedereen weet over welke Roger het gaat, ah ja, Roger van naast het politiebureau, zo zijn er geen drie, ah nee,  en dan bel ik u en dan kunt ge niet praten. Dat klopt dus niet, Jeannine, daar zit geen logica  in…’ ‘Het is niet wat ge denkt Roger, maar ik moet nu inleggen.'  ‘Durf het niet hé, Jeannine. Jeannine?’ ….. ‘Godverdomme Jeannine.’       Igor (Opdracht Dennis)   Igor draait zich nog een laatste keer op zijn andere zij. Binnen een kwartier loopt zijn wekker af. Hij wordt altijd een kwartier voor zijn wekker wakker. Hoewel hun bed groot is, draait Lina met hem mee. Hij wrijft over het litteken op zijn linkerschouder. Dat doet hij vaak ’s ochtends. Lina kruipt dichter tegen hem aan en nestelt haar gezicht diep tussen zijn schouderbladen, alsof ze zich daar schuilhoudt voor iets. ‘Als ik je niet zie, jij mij ook niet.’  De vochtige wolken van haar adem tegen zijn rug, de damp van vertrouwde liefde. Het litteken heeft de vorm van een vlinder. De eerste dagen, toen het vlees nog vochtig was en de wonde open, had hij erover gewreven met een mengeling van trots en ongeloof. Iemand had zich op een brutale manier in zijn leven naar binnen gebeten. Hij had zoiets nooit meegemaakt, dat soort verbetenheid.  Dat soort geilheid ook. Toen het malse vlees een dikke korst werd, had hij de trofee fier getoond aan al zijn vrienden. Later, toen ze was weggegaan, was hij erover blijven wrijven. En hoewel hij  nu niet meer aan haar dacht als hij het litteken streelde, stelde het hem gerust. De geruststelling van ooit iets te hebben meegemaakt,  liefde misschien. Terwijl zijn vingers de randen van de vlinder volgen, raken Lina’s vingers de zijne. Misschien moet hij vandaag langer in bed blijven. Haar dampende adem bereikt zijn hand. Ze kust zijn hand, daarna het litteken. Dit heeft ze nog nooit gedaan, maar hij laat haar begaan. Zijn linkerschouder als bedevaartsoord van de liefde. Hij wil dat het verder gaat, hij begint hijgende geluidjes uit te stoten. Hij hoort Lina iets fluisteren, maar verstaat niet wat ze zegt. Als hij beter luistert, merkt hij dat het geen fluisteren is, maar eerder een soort van dierlijk ademhalen. Ze gromt. Hij zet zich schrap. Hij herkent dit geluid. Nog voor hij zich kan omdraaien, haalt ze uit naar zijn linkerschouder. Haar tanden dringen het vlees binnen. Hij wrikt zich los en kijkt haar recht in de ogen. De ogen van een in het nauw gedreven wolvin. De wekker gaat. Er zit bloed op de lakens.

claire
0 0

Scènes (opdracht van Karen en Lieve)

Scène 1 in opdracht van Karen   Meer vel dan vruchtvlees   “Goed kauwen, schat van me! Dat is toch wat je wonderdokter je gezegd heeft? Op eten moet je kauwen. Ook op mandarijnen.” Ik haatte het als Paul zich zo bijdehand gedroeg. Sinds mijn maagverkleining behoort een strikt dieet tot het dagelijks leven. En ja, ik eet nog steeds de hele dag, een verrukkelijk aanbod van druiven, appels, ananas. Deze periode ben ik zelfs in opperbest humeur, want de mandarijntjestijd is aangebroken. Voor mij kan dat oranje seizoen niet lang genoeg duren. Ik hou van mandarijnen, ik eet graag mandarijnen, ik vreet mandarijnen! Een mandarijn zit vol vitaminen en vezels en bevat amper 25 calorieën. Het is ongevaarlijk voedsel, met die kleine beentjes, meer vel dan vruchtvlees. Paul wordt gek als hij me met een mandarijn ziet. Hij ergert zich te pletter als ik de velletjes er minutieus afpel. Het pellen is een soort ritueel, het geeft mij meer tijd om met het fruit bezig te zijn, minder tijd die overschiet om aan mijn volgend shot voedsel te denken. In wiskunde en sluwe berekeningen was ik altijd al goed.   Paul komt hier al jaren over de vloer, we delen een stadstuintje. Zijn bekende klop op de achterdeur geeft mij telkens een versnelde hartslag. Soms verstop ik me, dan hoort hij me wegstormen. Meestal roept hij dan iets gemeens. “Zullen we pizza met mandarijn bestellen, Hanneke?” Of: “Zullen we naakt in bed gaan liggen?” Hij weet dat ik dan volledig dichtklap. Onze grootste ruzie kregen we toen de lieverd op een avond voor me kwam koken. Ik zag dat hij moeite had gedaan. Hij was naar de kapper geweest, had duidelijk de prentjes met modellenkapsels in de kapperszaak bekeken, was vergeten dat halskettingen voor mannen uit de mode waren sinds 1985. Hij had bovendien speciaal magere vis gekocht. Met gepaste trots hield hij de verse zeetong hoog boven zijn hoofd. Gillend, dat het uit de beste vishandel van de stad kwam. “Voor jou enkel kwaliteit!” Het zou een topavond worden, brulde hij er nog achteraan. Ik zie nog altijd het ongeloof in zijn blik toen ik zei dat zeetong lang niet de magerste vissoort is. Zijn pakje vis dat hij trots boven zijn hoofd hield, bleef secondenlang in de lucht hangen. Zijn linkeroog trilde, de kaken in een gekwetste klem. Sinds die avond aten we nooit meer samen.   Scène 2 in opdracht van Lieve   Verrassend weg   Mooi beeld. Oude man met fluwelen pet, schurende stoppelwangen, pijp in de mond. Waarschijnlijk nog een wandelstok bij de hand waar hij de loslopende honden mee verjaagt. Rond hem hangt een geur van tabak en vervlogen eau de cologne die zijn dochter voor hem meebracht van haar reis naar Oostenrijk. Het beeld klopte. Avto zat gemoedelijk voor zich uit te staren op het bankje voor zijn huis. De kinderen uit de buurt liepen met een boog om hem heen. Wegens de beruchte wandelstok. Na een schel, sissend gefluit tussen zijn tanden mochten ze dichterbij komen. Kwam er geen geluid, dan bleven de buurjongetjes waar ze waren. Geen haar op hun hoofd dat het erop zou wagen om dichterbij te gaan zonder de schelle verwittiging. Veel zekerheden waren er niet in het dorp, maar dit was er eentje van. Zekerheden zijn goed, ze gaven het uitzichtloze bestaan van de opgroeiende jeugd wat kleur. Avto was er, Avto bleef er. Avto rookte pijp. Hij zou er alles voor geven als hij de tijd vijf minuten kon terugdraaien. Dat zei zijn blik. Al sinds zijn geboorte.   “Klinkt heel naturel, dit verhaal”, roept Dolf. “Georgische oude man, een stuk in de tachtig. Heeft niks meer te verliezen en plaagt de plaatselijke jeugd wat met gespeelde strengheid. Dit is ‘m! Mooi shot, Vanessa! Heb je die man een fles wijn gegeven? Geen onverwachte neef die advocaat is en ons met auteursrechten of wet op de privacy zal lastigvallen? Goed, dan hebben wij onze Georgiër voor de brochure ‘Verrassend weg’. Leuk werk, jongens! Wat is het volgende land op de lijst? Bhutan, dacht ik? Iemand al ideeën of lunchen we eerst?”

Riet
1 0