Lezen

Verrassend Brussel

Het is waar, je was de stad wat moe.Ze bruist nog hier en daar, maar de slechte smaak overheerst. Kijk maar naar de wansmakelijke kerstversiering van de laatste jaren en de vreselijke disco-light-show op de Grote Markt. Je hebt jezelf gedwongen om met een schrijfkans mee te doen waardoor je op een voordrachtnamiddag belandt in het hart van de stad. Je nodigt iemand uit die al te graag een stukje van Brussel wil zien. Het weer valt tegen en maakt de stad nog troostelozer. Maar dan volgt een eerste surprise. Je ontdekt een winkel op het Vossenplein. Het blijkt een schatkamer aan kledij uit vroegere tijden. Hier zou je nog uren kunnen rondsnuffelen. Van hoeden met veren en jurken waarin diva’s ooit op de Brusselse podia schitterden tot zware kazuifels waarin kerkoversten pronkten in Brusselse kathedralen. Bij het verlaten horen geestdriftige klanten het slechte nieuws:  de zaak sluit weldra de deuren.  Moet dit niet beschermd worden en tot werelderfgoed uitgeroepen? Na balletjes met stoemp en kriek in ’t Goudblommeke,  één van de pareltjes uit het Brussels verleden volgt de voorleessessie  en een gastbabbel over haar Tutti Fratelli project van de iets ruwer ogende maar niet mindere diva Rheinhilde Decleir.  Met haar obligate bloem in heur haar zingt ze een liedje uit haar Nieuwe Sceneperiode. In het Aantwaarps, of wadachte?  Zij zou nog staan in één van de ruimere  jurken van daarstraks, de kazuifels niet te na gesproken. Iets later glijd je over het eerder genoemde mooiste marktplein van Europa.  De kinderkopjes zijn glad van het vocht. Een troost:  gelukkig is de kerstboom echt. Onbewust stap je nu in de goede richting. In de Koninginnegalerij is de kerstversiering iets smaakvoller, dat mag ook wel in dit peperdure winkelcomplex. Eindelijk dan toch een stukje authentieke kerstsfeer:  in de prinsengalerij verrast  een heus mannenkoor je met kerstliederen. Je vervolgt je tocht en dan krijgt het onbestemde ronddwalen plots een doel:  ‘A la Mort Subite’, een tweede parel aan de Brusselse kroon. Beroemdheden zijn en waren er kind aan huis, waaronder Maurice Béjart, Franse choreograaf, die de danswereld in België tot ongekende hoogten tilde. Hier is geen muziek, dit is een praatcafé, een ontmoetingsplek bij uitstek waar men hoofzakelijk komt  om: gezien te worden, te discussiëren, te zwansen met het toffe personeel, te genieten van de beste bieren die België te bieden heeft. Je zet je snel aan het eerste vrije tafeltje bij de ingang naast het koppel waarvan de vrouwelijke helft perfect beantwoordt aan het eerste criterium: opvallen! Een sympathieke pinguïn-ober ruimt het tafeltje.  Er is teveel tocht en je verzet je naar de tafelrij in het midden van de zaak. Ondertussen is het koppel vertrokken.  Nu zit er een oudere dame in haar eentje  naast een foto van de jonge Jacques Brel. Ze praat aldoor in zichzelf,  neen ze heeft géén gsm,  maar weet zo dat ze het tenminste tegen een intelligent persoon heeft en bevestigt op die manier het tweede criterium: discuteren! Je bent van plaats veranderd waardoor de eerste ober je zoekt en met een kwinkslag overdraagt aan zijn collega van de middenbeuk.  Het derde criterium is een feit: zwansen! Straks is het Kerstmis, dus kies je een Barbe de Noël van de Brouwerij Verhaeghe.  Goede keuze, zo blijkt en meteen is het vierde criterium beslecht: genieten! Drie tafeltjes verder krijg je plots een groepje jonge mannen in het vizier.  Eén ervan kijkt je kant op en dan merk je het.  Voor alle zekerheid kijk je nog eens richting de oude dame aan de ingang, die nu, nog steeds pratend, aanstalten maakt om te vertrekken.  Er is de foto van Brel en nu weet je het zeker.  De jongeman lijkt, althans van ver, sprekend op  Brel.  Als hij dan ook nog een onaangestoken sigaret in de mond neemt en je hem zijdelings bekijkt, lijdt het geen twijfel.  Dit is de ‘sosie’ van de jonge Jacques. Als Kerstekind kan dit tellen. En dan besef je:  hoe je het ook draait of keert,  Brussel verrast telkens weer.      

Vic de Bourg
38 2

Wat een geluk

Kerstmis. Kerstdag. Dag waarop men bij uitstek niet alleen mag zitten. Nodig een eenzame uit Zij slaat alle uitnodigingen af. Ze is alleen. Niet zielig. Binnen handbereik – niet verder dan een telefoontje, een korte rit – weet ze geliefden, met koffie, wijn en warmte. Indien gewenst. Niet nu. Hier is zij. Zelf. In haar eigengemaakte comfortabele warme zelfje. Nest. Huis. Thuis. Ze past erin, het is net goed. Dit vinden in zichzelf is het grootste kerstgeschenk. Samen met het nieuwe apparaat dat mooie liedjes speelt . ‘Forget me not’, in het Japans (Utaka Ozaki) die man was keigoed *. Ze verstaat niets van zijn taal, maar ze begrijpt het hele lied. Ze luistert, huilt tranen zonder dat ze ze weg moet vegen. Niemand vraagt wat er is. Er is niets. Ze wordt graag ontroerd. Wat is het fijn dat dit kan, zo zitten in haar eentje en huilen gewoon omdat ze er zin in heeft. Vijf minuten later begint ze haar eigen zumbagroep. Ze geeft zich. Heupwiegen en kontdraaien en headbangen. Loeihard meezingen : ‘I believe’ van Yolanda Adams. Ojee. Ze is een ster, schittert voluit. Dan een trage op haar eentje. (Lara Fabian.) ‘Je t’aime’. Niemand die kijkt. Ogen dicht, smachtend, flirtend. Slik. Omhelst zichzelf. Kijkt even in de spiegel. Vindt zich mooi. Je t’aime. Danst verder. Draait om en om en om. Rozige wangen, blik naar binnen. Geluk hoeft niet ver gezocht, niet groot te zijn om groots te wezen. Ze steekt alle kaarsjes aan en telt ze. Tweeëntwintig. Twinkellichtjes. Kleine gelukjes in een potje. Voor het raam onderdrukt ze de zin in een sigaret, veroorzaakt door de lucifer, toch nog. ‘Can’t you see that it’s just raining, ain ’t no need to go outside’ (Jack Johnson). Buiten is het mistroostig. Mis-troost-ig, prachtig woord: mis en mist en troost en roos (ook nog stro maar wat moet je daar nu mee, behalve in een kribbe). Binnen is geluk. Binnen is het Kerstmis. ‘Ik zal mijn vrienden niet vergeten, want wie me lief is, blijft me lief’ (Shaffy) , ‘Liefde is alles’ (Bart) , ‘Je hebt een vriend’ (K3, de enige echte). Nog even die tranen laten stromen. Straks komen de kinderen thuis. Wat een geluk. ‘Old town’ van the Corrs en ze krijgt zin om te rennen. Gek mens. Gek gelukkig mens.

Goedele Billen
20 0

De minuten van de kapper

In de winter van 2014 brachten we een recordoogst aan olijven naar de molen. Dat gebeurde volgens een Provençaalse planning.   De openingsuren van de olijfoliemolens zijn strikt en bij enkele moet je zelfs voorafgaandelijk een afspraak maken. Dat is begrijpelijk want vanaf begin november worden er tonnen olijven over zuiderse wegen vervoerd. In de laadruimte van witte Citroëns en Renaults staan dan allerhande plastic bakken, jutten zakken, emmers en biezen mandjes.   Zo gebeurde het dat ik met mijn kisten voor de gesloten poort van de molen stond naast een stokoud heertje. Ik schatte hem 92 jaar en 1m50 hoog. Zijn olijfboompjes kunnen niet bijster groot zijn, dacht ik nog. Zijn baretje stond op tien over zeven. In realiteit was het half drie. Het bord aan de gevel gaf nochtans aan dat de ontvangst van olijven vanaf 14u plaatsvond. Daarop kregen we samen een ander bordje in de gaten. Hierop stond in stift geschreven dat ze vijf minuten koffie drinken waren.   “Vijf minuten vanaf wanneer?”, vroeg ik aan het boertje langs mij die bij zijn schattig mandje olijven bleef staan. Hij snufte en lachtte zijn drie tanden bloot: “Sais pas, mais pas grave. Ce sont les minutes du coiffeur!” Even later ging de schuifpoort open en het heertje liet me voor hem passeren. Zichtbaar genietend van de hoeveelheid zwarte bolletjes die ik op de weegschaal uitstortte, hoorde ik een diep “hoho!” toen hij nieuwsgierig het hoofd in de koffer van onze jeep stak. 450kg konden we leveren!   Zijn woorden bleven hangen en gezien ik die dag geen Fransman van een recenter bouwjaar kon vinden om mij uit te leggen, zonder dat onverstaanbare Provençaalse accent, wat hij precies bedoelde, hoopte ik dat Google het mij kon verklaren. Blijkt dat kappers, vroeger dan, de neiging hadden om steeds maar te beloven dat ze je dadelijk gingen helpen. Maar de minuut werd gemakkelijk een kwartier, zelfs een half uur.   Wie van jullie mijn haardracht kent weet dat indien mij zoiets overkwam, ik zou lachen als een boer met kiespijn.

Ivan Seymus
0 0

Dear dagboek

17 november 2016 - De voorbije week was er onder mijn vrienden op Facebook enige opschudding ontstaan over een bericht dat zijn oorsprong vond op de website onzetaal.nl. Het volgende staat er in grote letters te lezen:   Nederlanders spreken (nog steeds) zeer goed Engels Uit het jaarlijkse onderzoek van onderwijsorganisatie Education First* blijkt opnieuw dat Nederlanders zeer goed Engels spreken.   Het stukje leidde tot zowel vermakelijke als enigszins zure reacties. Vooral de Walen moesten het ontgelden als de oorzaak van het magere resultaat van team Belgium (15de). Dit mag echter geen afbreuk doen aan de kunde van onze noorderburen. Hoe moeiteloos zij omspringen met het gebruik van Engelse woorden in alledaagse conversaties, mag met name blijken uit deze korte uit mijn dagboek ontleende passage. Van het steenkolen Engels is überhaupt geen sprake.   30 april 2013 - Het is de week van de inhuldiging van Willem-Alexander als koning der Nederlanden. Een Nederlandse hoogleraar aan een business school (in het Engels uitgesproken) en zijn vrouw zijn onze gasten. Hij vertelt dat hij op rust is gesteld en zich heeft toegelegd op fietsen. Niet zomaar recreatief peddelen, maar écht koersen. Criteriums rijden. De sprint aantrekken in de bochten en wat dies meer zij. Daarvoor heeft hij een fiets met een erg stijf frame (op z’n Engels uitspreken) tussen de benen. Niet die speciale versie waarvan er maar enkele 100 gemaakt zijn door BMC en ooit werd ontworpen door de beroemde Hincapie. Nee, een nog betere! Zijn eega is bescheidener, zij durft zelfs rechtsomkeert maken wanneer de fietstocht met meneer uit de hand dreigt te lopen. Ze lijkt ons thans over een meer dan behoorlijke conditie te beschikken. Ze schrijft cases (u heeft het ondertussen door) en geeft les aan dezelfde school als haar man. Ze waren na deze week bij ons erg relaxed (jawel) en hadden het zeer naar hun zin gehad ondanks de regenbuien aan het begin van de week.   Einde citaat.   Ik vond het vooral heerlijk hoe dit onbeduidend stukje uit mijn dagboek onverwacht een nieuwe context kreeg. Dit is waarom ik zo van schrijven hou. And no, I didn’t found it out!     * Onderzoek werd uitgevoerd door organisatie die taalcursussen verkoopt!

Ivan Seymus
0 0

Stalen hart

Ik weet dat jij de sleutel bent van mijn ongesloten tralies. Maar je bent ook mijn buur van de duistere gangen. De uitspraak was al lang gemaakt, voor we samen vast zaten. Toen we onze handen tussen de tralies hielden. Hoop in onze handen aan elkaar doorgaven. Voor het eerst voelde ik warmte door al dat staal. Maar we werden gek tussen die vier muren. De waan dat de muren in elkaar schoven, onze handen elkaar niet meer bereikten. Nu de tralies in een stalen muur is verandert... Is de stilte nog killer dan de koude die ik uitblaas in de wind. Ik mis je, en ik weet dat jij me ook mist. We weten maar al te goed dat de deur openen geen moeite vraagt. Ik ben het wachten moe, ik vat kou zonder jou. Je kreeg alle kansen maar je keek liever naar een wit blad. Ik begrijp niet dat we zoveel excuses maken over één oordeel. Nu er zoveel tijd voorbij is gegaan, weet ik niet of je nog naast me zit. Ik ben je aan het opgeven, nu de winter is aangekomen. Twee verkeerde handen houden me vast, dat had jij kunnen zijn. Het zijn vooral in de eenzame avonden dat ik naar je me mijmer. Maar die tijd vul ik op nu, het is genoeg geweest. Vanavond schreeuw ik tegen die vervloekte muren. In de hoop dat je me voor het eerst eens kan horen huilen, want ik wordt ook gemarteld door die stilte. We kunnen zo gelukkig zijn samen, maar we zijn geboren voor het ongelukt. Verslaafd aan de pijnstillers. Binnen een paar maanden gaan we weer voor elkaar staan. Ik vraag me af of we de tijd samen zullen nemen, Of vrijwillig onze cel weer binnengaan.  

Lisa T.
0 0