Lezen

tekst vooraf Reen Simoen

GR nieuws augustus 2015 Langeafstand fietsen buiten Vlaanderen Trek je deze zomer richting Ardennen? Een weekend fietsen gepland met vrienden? Wist je dat je het volledige Rando Vélo netwerk kunt raadplegen en downloaden op onze website? De gpx tracks zijn voor het eerst vrijgegeven door onze collega's van Rando Vélo en wij mogen met deze primeur uitpakken! Net als het aansluitende Nederlandse LF-netwerk kreeg deze een afzonderlijke overzichtspagina, rechtstreeks onder de rubriek LF-Fietsen. Heb je een andere bestemming in gedachten? Nog wat verder weg? Dan kan je zeker en vast inspiratie halen uit de uitzonderlijke rubriek ‘Over de grens’. Hier wordt een uitgebreid, internationaal netwerk van lange afstand fietsroutes weergegeven. Je vindt er zowel bewegwijzerde als niet bewegwijzerde maar in handige gidsen beschreven fietsroutes. Bij elke route hoort een detailpagina met heel wat praktische informatie en een link naar de bijhorende publicatie(s). Alle reeds opgenomen routes kregen de afgelopen maanden een update. Daarnaast werden ook heel wat nieuwe routes aan het overzicht toegevoegd. Zoals de Onbegrensd Fietsen routes van Paul Benjaminse, de nieuwe ‘Fietsen rond het Kanaal’ van Kees Swart en  de laatste nieuwe Noorwegen route van de Europafietsers. Ook de Jutland- en Schotlandroute kregen een eigen overzichtelijke detailpagina aangezien je deze sinds kort via onze webshop kan bestellen. Kortom wil jij LF-fietsen over de grens, een volgende avontuurlijke tocht plannen dan vind je alle nodige informatie onder deze rubrieken terug. Nieuwe Vlaanderen Fietsroute gids, een succes! Het afgelopen half jaar werden al meer dan 1000 exemplaren van de nieuwe Vlaanderen Fietsroute gids verkocht! En dit is waarom… of: Pas 4 maanden ligt de gids van de Vlaanderen Fietsroute op de winkelschappen, en  nu al  zijn er meer dan 1000 exemplaren van verkocht!  De gids oogt niet alleen mooi op je boekenplank, het is naast een ideaal cadeau voor fietsliefhebbers ook een zeer praktisch werkinstrument. Nog niks geboekt voor deze zomer, maar kriebelt het toch om even enkele dagen met de fiets erop uit te trekken? Dan is de Vlaanderen Fietsroute ideaal. De Vlaanderen Fietsroute neemt je me op een uitzonderlijk fietsavontuur door Vlaanderen. De route zelf is ruim 800 km en loopt als een lus doorheen de vijf Vlaamse provincies. Dankzij de noord-zuid kan je de grote lus gemakkelijk opdelen in kleinere rondes. De gids is een ringmapje met harde kaft en handige uitneembare kaarten op scheurvast papier. Het geheel is onderverdeeld in 20 etappes met praktische informatie zoals de lengte van het traject, het soort weg, parkeermogelijkheden, interessante plaatsen,… gevolgd door een gedetailleerde kaart met een hoogteprofiel en POI’s. En tot slot een beschrijving van de fietsroute opgedeeld met behulp van handige referentiepunten. Deze ronde van Vlaanderen is een unieke kans om op een sportieve manier kennis te maken met de eigenheid en pracht van de verschillende Vlaamse regio’s. je fietst door uitgestrekte polders, heide en bossen, fruitboomgaarden en zandduinen. Maar ook door pittoreske dorpen en Vlaanderens mooiste historische steden. Starten en stoppen kan overal waar je wenst. De Vlaanderen Fietsroute leent zich uitstekend voor meerdaagse fietsvakanties. In de gids en op de online detailpagina van de route zijn dan ook heel wat logies opgenomen. Deze beschikken over het fietsvriendelijk label en zijn op een afstand van maximum 5 kilometer van de route gelegen. LF-medewerkers werkten ook enkele kant-en-klare suggesties voor meerdaagse tochten uit. Heb je de Vlaanderenroute volledig afgefietst? Dan kan je een attest aanvragen en een plaatsje veroveren in onze eregalerij. (LF-Fietsen > Attest Vlaanderen Fietsroute) Fiets je graag met gps? Aanvullend op de gids kan je in de rechterkolom van de routepagina gratis de gpx-tracks downloaden. Je kan de nieuwe fietsgids bestellen in de webshop voor €19,99€. GR-leden krijgen 10% korting.       LF-Fietsen LF staat voor 'Lange (-afstand) Fietsroutes'. In Wallonië  spreekt men van Rando-Vélo (RV) en sinds kort ook van het internationaal en regionaal fietsnetwerk van Wallonië, gebaseerd op RAVeL. Het zijn routes in lijn die diverse regio's en zelfs landen doorkruisen. Voor de trajecten wordt altijd gezocht naar veilige fietswegen uit de buurt van drukke verkeersassen. De routes vormen voor recreatieve fietsers de perfecte basis voor het plannen van weekend- en dagtochten, én in het bijzonder voor het plannen van meerdaagse trektochten of fietsvakanties. Je kan naar eigen voorkeur een traject uitstippelen langsheen verschillende routes. Of je kunt er ook voor kiezen één afzonderlijke thematische route te volgen van begin- tot eindpunt, zelfs over de grenzen heen. Zo ontdek je op een sportieve manier heel wat verrassende plekjes in binnen- en buitenland. LF in Vlaanderen Het Vlaamse LF-netwerk omvat 10 routes, samen goed voor zo’n 1500 km fietsplezier. De routes hebben elk een eigen thema en leiden je doorheen gans Vlaanderen. Je overwint de Vlaamse Heuvels, fietst langs de kust, doorheen het kleurrijke platteland, parallel aan de loop van rivieren en langs de kunststeden Brugge, Gent, Antwerpen, Leuven en Mechelen. Er is voor elk wat wils! De Vlaamse LF-routes stoppen niet aan de gewestgrenzen maar zijn ook verbonden met het Waalse en het internationale netwerk van lange afstand fietsroutes. Het LF-netwerk is afgestemd op dat van de knooppunten waardoor je vlot kan overstappen van het ene netwerk op het andere. De knooppunten kunnen handig zijn voor het uitstippelen van een aanlooptraject vanuit je woonplaats. Spring in het zadel en laat je verleiden door LF!    

Reen
0 0

Tot ziens, Marianne (deel 7)

Ik zit in mijn stoel gekneld als een astronaut in zijn capsule en weet geen blijf met mijn knieën. De beenruimte tussen de rijen in de concertzaal is nauwelijks groter dan in een vliegtuig. Het verschil is dat ik in een vliegtuig kan opstaan en rondlopen wanneer ik wil. Hier zit ik voor een paar uur vastgekluisterd aan mijn stoel als een psychiatrisch patiënt aan zijn bed. Op het podium staat een onoverzichtelijke troep brulapen het uit te schreeuwen alsof ze met de huid van hun scrotum tussen hun rits gekneld zitten, allemaal in verschillende toonaarden. Ik word door het vocale geweld haast uit mijn zitje geblazen. Marianne heeft er blijkbaar geen last van. Zij houdt de hele tijd haar ogen gesloten, alsof ze in een diepe slaap is gedompeld. Het zachtjes wiegen van haar hoofd op de tonen van de muziek verraadt echter dat ze intens luistert.   Nadat de groep schreeuwlelijkerds tien minuten lang de longen uit zijn lijf heeft gemekkerd, volgt er een korte pauze om iedereen - in het bijzonder het publiek - op adem te laten komen. Ik slaak onhoorbaar voor Marianne een zucht van verlichting en verplaats mijn knieën. Ongewild raak ik deze van Marianne, die haar ogen opent alsof ze uit een diepe slaap ontwaakt. Ze glimlacht, alsof haar een taart is voorgezet waar ze dol op is.   Een paar tellen later zet een ingetogen harp, aangespoord door enkele rake accenten van het voltallige orkest, de intro voor een volgende aria in. Ik kijk om me heen en zie dat het auditorium op slag weer collectief in trance verkeert. Geen mens die nog een spier beweegt. Ik werp een zijdelingse blik op Marianne en merk dat ze haar ogen alweer heeft gesloten. Ik volg haar voorbeeld, meer uit verveling dan om te genieten van de ingetogen harpsolo. Meteen kan ik ondervinden dat het uitschakelen van het visuele aspect een gunstig effect heeft op het gehoor. Het lijkt alsof de muziek plots een stuk helderder klinkt. Het scheelt geen haar of ik raak in vervoering. Maar dan wordt de partituur van Donizetti plots brutaal verstoord door de tonen van het irritantste liedje aller tijden: de vogeltjesdans! Ik open mijn ogen en kijk om me heen. Iemand is vast vergeten zijn mobieltje uit te zetten. Ik kijk van links naar rechts en weer terug en zie iedereen hetzelfde doen. Net wanneer ik het hoofd schud om zoveel domheid, incasseer ik een nijdige elleboogstoot van Marianne.   “Auw,” doe ik. Ik kijk haar verbolgen aan.   “Is dat jouw telefoon?” sist ze. Ik schud vastberaden het hoofd. Hoe zou het mijn telefoon kunnen zijn? Die is kapot! Maar op datzelfde moment word ik een zacht getril in mijn broekzak gewaar. Ik voel een paniekaanval opkomen en haal mijn mobieltje tevoorschijn, wat tot gevolg heeft dat de vogeltjesdans op slag een stuk luider klinkt. Met bevende handen zoek ik naar de uitknop, die door de paniek even onvindbaar blijkt.   “That 's kinda awkward,” fluistert Marianne me toe nadat het me eindelijk is gelukt het toestel het zwijgen op te leggen. Ik kijk haar schaapachtig aan. “Sorry,” stamel ik. “Ik dacht dat mijn telefoon kapot was.”   “Shht!” doet iemand achter ons. Ik kijk voorzichtig om en zie in het lichtschijnsel, dat van het podium de zaal in straalt, dat tientallen misprijzende blikken op me zijn gericht. Ik zak onderuit in mijn stoel en durf me de rest van het eerste bedrijf niet meer te bewegen.   Tijdens de eerste pauze, terwijl Marianne alvast een glas gaat nuttigen in de foyer, haast ik me naar het toilet. Niet dat ik dringend moet, maar ik ben razend benieuwd wie me heeft trachten te bellen. Ik wil ook weten of en hoe mijn telefoon plots weer tot leven is gekomen. In het wc-hokje druk ik meteen de aan-toets in, maar er gebeurt niets. Het display blijft zwart als de nacht! Geen teken van leven. Ik haal het afdekplaatje van het toestel, maak de batterij los en blaas op de contactpunten. Het is als zalf smeren op een geamputeerd ledemaat en hopen dat het weer aangroeit, maar je weet nooit. Nadat ik ook het toestel heb uitgeblazen, wil ik de batterij terugplaatsen, maar laat ze uit mijn handen glippen. De plons waarmee ze in het water valt, klinkt alsof een kikker in een vijver springt. Ik kijk verbijsterd toe hoe de batterij als een paling in de zwanenhals van de wc-pot verdwijnt. Ik gooi me op mijn knieën en steek mijn hand in het water tot halverwege mijn pols. Ik tast in de zwanenhals, maar het enige wat ik voel is een slijmerige wand. Van de batterij geen spoor. Ik richt me weer op. Er kleeft een bruine smurrie aan mijn vingers die stinkt als een abattoir. Ik kan ternauwernood een gulp braaksel binnenhouden en haast me het hokje uit. De man naast wie ik mijn handen ga staan wassen, kijkt me met afgrijzen aan.   Voor ik de foyer binnenga, ruik ik voor de zekerheid nog even aan mijn vingers. Doorheen de zeepgeur meen ik nog de reuk van stront waar te nemen. Ik hoop dat Marianne het niet ruikt.   “Ben je daar eindelijk?” zucht ze. “Waar bleef je nou? Ik heb al een glas bubbels op.”   “Het was aanschuiven,” zeg ik.   “Jij ook een glas bubbels?” Ik ben niet gewend aan het drinken van mousserende wijn, maar sla het aanbod niet af. Ik zou wel gek zijn. Mijn gebrek aan geldelijke middelen rechtvaardigt een zekere inhaligheid.   “En?” vraagt ze. “Bevalt de opera je een beetje?” Ik knik voorzichtig. Ik durf niet anders. Tenslotte heeft zij me het toegangskaartje cadeau gedaan. Het zou haar tegen het hoofd kunnen stoten indien ik onomwonden zei dat ik het klote vind en het liefst de klok een uur of drie verder zou draaien.   “Wel stom van je telefoon,” zegt ze.   “Sorry, ik dacht echt dat hij kapot was,” antwoord ik verontschuldigend. “Hij had al uren geen kik meer gegeven.   “Mm,” doet ze bedenkelijk. “Anyway, staat ie nu af?”   “Hij zal niet meer rinkelen,” zeg ik beslist.   Ik zit de volgende twee bedrijven zonder morren uit, hoewel de tijd lijkt stil te staan. Wanneer het drama tussen Lucia en haar geliefde eindelijk zijn beslag heeft gekregen, verlaat ik opgelucht de zaal. Om me te bedanken dat ik haar gezelschap heb gehouden, biedt Marianne me nog een laatste glas aan. Ik sla haar genereuze aanbod ook deze keer niet af.   We nemen plaats aan de bar. Ze bestelt twee glazen bubbels, zonder me te vragen of ik dat goed vind. Het ene glas worden er twee. En drie. En vier. Australiërs blijken niet alleen vriendelijk en behulpzaam te zijn, maar ook bijzonder vrijgevig. Nadeel is wel dat mijn lege maag de opname van de alcohol in mijn bloed sterk beïnvloedt. Ik verlies mijn klare kijk en voel me loom worden. Op Marianne heeft de alcohol een heel andere uitwerking. Zij wordt met de minuut uitbundiger, om niet te zeggen extatisch. Om de haverklap schiet ze in een hinnikende lach en legt dan telkens haar hand op mijn dij, dicht bij mijn kruis. Ze kijkt me daarbij iedere keer aan als een kind dat voor de etalage van een chocolatier staat te watertanden.   Het is een eind na middernacht wanneer de barman demonstratief met zijn vaatdoek rond onze glazen begint te walsen. Marianne begrijpt de stille wenk en rekent af. Ik hoef geen cent te betalen.   “Kom,” zegt ze, terwijl ze de riem van haar handtas over haar schouder hangt. “Tijd om naar huis te gaan.” Ik sta op en volg haar. Ik voel me licht in mijn hoofd en zwijmel. Een rechte lijn is plots een wankel begrip. Haar uitbundigheid niet meegerekend, is het Marianne nauwelijks aan te zien dat ze een liter bubbels achter de huig heeft. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze een geoefende drinker is.   “Wacht je buiten op me?” vraagt ze in de grote inkomhal. “Ik moet nog even naar het toilet. Ik houd het niet tot thuis.” Ik loop verder, maar ze roept me na: “Boris!” Ik keer me om.   “Don’t run out on me,” zegt ze. Ze legt een grote nadruk op haar woorden.   Buiten wacht me een verrassing van formaat. Hoewel het putje nacht is, is de hemel boven Sydney allesbehalve duister. Het uitspansel kleurt onheilspellend oranjerood. Soms neemt de intensiteit van de dreigende gloed toe, dan weer af. Het lijkt wel alsof de Apocalyps zich aan het voltrekken is. Minutenlang sta ik het bevreemdende schouwspel gade te slaan, tot Marianne zich bij me voegt.   “Indrukwekkend, hé?” zegt ze. Ze vertelt me dat de gloed een gevolg is van bosbranden die al enkele dagen woeden in de Blue Mountains. Overdag merk je er - afgezien van een vleugje brandlucht - niets van, maar ’s nachts kleurt de hemel oranjerood tot kilometers in het rond. Ik kan mijn ogen niet van het betoverende spektakel afhouden. Ook niet terwijl we de trappen afdalen en het grote plein oversteken. Ik merk zelfs niet op dat Marianne haar arm in de mijne haakt, waardoor we als een verliefd stel tegen elkaar geplakt lopen.   Pas wanneer we halt houden voor de deur van een appartementsgebouw kom ik weer tot mezelf. Ik kijk om me heen alsof me net een blinddoek is afgedaan.   “Waar zijn we?” vraag ik.   “Bij mijn flat,” zegt ze met een vreemde glimlach op haar gelaat. Ik kijk in beide richtingen de straat uit.   “Ik moet naar het hostel,” werp ik op.   “Van wie moet dat?” vraagt ze. Ik bekijk haar verwonderd. “Waar moet ik anders slapen?”   “Je kunt bij mij overnachten,” zegt ze. “Zo’n hostel is het toppunt van ongezelligheid, joh! Je ligt daar met tien of wat in één zaal. Het stinkt er naar zweetvoeten en darmgassen. En ik heb plaats zat. Ik beschik over een hele ruime en comfortabele bank, moet je weten.”   “Maar ik heb al betaald,” werp ik op.   “Dat is jammer,” zegt ze. “Maar of je nou hier slaapt of daar maakt niks uit, dat geld zie je niet meer terug. Het verschil is wel dat je er hier een lekker ontbijt bovenop krijg! De gedachte aan een ontbijt doet me bijna overstag gaan, maar ik denk aan mijn spullen die ik heb achtergelaten in het hostel. Dat zeg ik haar ook.   “Wat heb je nodig?” vraagt ze. “Ik kan je alles geven wat je wilt: een tandenborstel, zeep, een handdoek… alles wat je nodig hebt behalve een pyjama, maar ik denk niet dat je die zult nodig hebben.” Ik bekijk haar met wat wellicht een domme blik is.   “Slaap jij in de zomer misschien in een flanelletje?!” vraagt ze. Haar lach galmt door de nachtelijke straat als een echo door de Alpen. Het klinkt als het gehinnik van een hyena. Als ze merkt dat ik twijfel, wordt ze weer ernstig.   “Ach, kom nou,” doet ze, “je hoeft nu toch niet dat hele eind te lopen omdat je spullen daar liggen. We gaan er morgen wel om.” Ik laat me overtuigen.   In de lift staan we dicht op elkaar geplakt. Marianne kijkt me de hele tijd diep in mijn ogen. Om haar mond speelt een lachje. Ik weet niet hoe ik me moet gedragen. Ik word ongemakkelijk als iemand me lang en doordringend aankijkt.   Bovengekomen maakt ze de deur van haar flat open en laat me voorgaan. Ik sta er van versteld hoe krap het er is. Wat zei ze? Plaats zat? De meubels in de woonkamer staan op elkaar gepakt als in een depot. Een groot deel van de ruimte wordt ingenomen door een gigantische hoekbank in blauw leder, een meubel waarop makkelijk een voltallig voetbalelftal kan plaatsnemen inclusief wisselspelers. Als ze hierop zinspeelde toen ze beweerde plaats zat te hebben, kan ik haar geen ongelijk geven. Maar verder is er erg weinig bewegingsruimte.   Alsof ik een geïnteresseerde koper ben, toont ze me de rest van de flat. Om te beginnen het keukentje, dat zo klein is dat je er nauwelijks met z’n tweeën in kunt. Langs de ene muur bevindt zich een grote kast, die nagenoeg de hele wand beslaat. De tegenoverliggende wand wordt geheel in beslag genomen door een aanrecht, een koelkast, een gasstel met oven en een spoelbak. In de korte wand tegenover de deur, bevindt zich een klein raam. De volgende kamer die ze me toont, is de slaapkamer. Ook die is krap bemeten. Tussen het ruime tweepersoonsbed en de gigantische kleerkast met schuifdeuren is zo weinig ruimte dat je er haast zijdelings doorheen moet waden. Tussen het bed en het raam aan de andere zijde is dan weer net genoeg plaats voor een stoel. Ook in de badkamer heeft de architect een krachttoer uitgehaald om alle voorzieningen in een ruimte van een paar vierkante meter te wurmen. De douchecabine is nagenoeg bovenop de wc-pot gebouwd om plaats te bieden aan een wasbak en een smalle, hoge kast. In tegenstelling tot in de keuken is er in de badkamer geen raam. Er bevindt zich enkel een afzuiggat in het plafond.   Nadat we onze verkenningstocht door de flat hebben afgerond, laat Marianne me op de bank plaats nemen. Zelf duikt ze het keukentje in, waar ze reeds na een paar tellen weer uitkomt.   “Shall we crack another bottle?” vraagt ze, terwijl ik op en neer wippend de vering van de bank uittest. Ze houdt een fles bubbels zo stevig bij de hals dat ze een aanklacht voor wurging riskeert. Als ik eerlijk ben, hoeft het voor mij niet meer. De lange reis en de lege maag hebben me uitgeput. Ik zou liever slapen, maar durf het niet te opperen. Het is tenslotte haar flat. Ik kan haar bezwaarlijk de woonkamer uitjagen. Ik knik dus vaag, in de hoop dat mijn lichaamstaal duidelijk genoeg zal zijn, maar dat doet ze niet. Een paar seconden later weerklinkt de droge plop van de kurk die uit zijn beklemming wordt bevrijd. Ik kijk gelaten toe hoe ze twee weinig bescheiden roemers tot aan de rand vult.   “Cheers,” zegt ze. Ze tikt haar glas tegen het mijne aan en drinkt alsof ze in geen dagen een druppel heeft gehad. Nadat ze haar glas op de salontafel heeft gezet, komt ze vertrouwelijk tegen me aanleunen. Ik word een beetje opzij gedrukt, maar tracht weerstand te bieden. Om me een houding te geven, kijk ik wat om me heen. Aan de muur, boven de commode, hangt een grote poster waarop een wuivende dame staat afgebeeld, die een paar herenschoenen in de hand houdt. ‘The seven year itch’ staat er in grote letters op te lezen.   “Mooi, hé?” zegt Marianne, die mijn blik heeft gevolgd. “Het is een oude bioskoopposter die nog aan mijn vader heeft toebehoord. Hij was dol op Marilyn Monroe.” Ze draait zich naar me toe. “Vind jij ook dat ik op haar lijk? Dat wordt me wel eens gezegd.” Ik kijk vergelijkend van haar naar de dame op de poster en weer terug, maar zie weinig punten van overeenkomst. Tenzij het blonde haar.   “Misschien een beetje,” zeg ik voorzichtig.   “Nou… wellicht doelen ze op mijn rondingen,” besluit ze. “Marilyn was ook niet bepaald een spijker.”   Ze neemt haar glas en drinkt gulzig.   “Boris, zeg me nou eens. Hoe oud ben je nou eigenlijk?” vraagt ze plots.   “Twintig,” zeg ik.   “Twintig…” Ze lijkt het woord te proeven als een slok wijn.   “En jij? Hoe oud ben jij?” vraag ik. Ze bekijkt me verontwaardigd. “Hebben je ouders jou nooit geleerd dat het onfatsoenlijk is om een vrouw naar haar leeftijd te vragen?” Ik voel me betrapt, maar ze lacht mijn onrust weg.   “Geintje!” zegt ze. Maar haar leeftijd kom ik niet te weten.    “Nou… zal ik wat muziek opzetten? Heb je een voorkeur? Ik kon wel zien dat opera niet helemaal je ding was. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn platencollectie niet helemaal up to date is. Maar wel gevarieerd.” Ze staat op en hurkt neer voor een kastje dat puilt van de elpees. Haar jurk scheurt haast van haar kont.   “These were dad’s records,” zegt ze. “Ik heb ze nooit van de hand kunnen doen. Sommige ervan leg ik nog vaak op.” Ze schuift een plaat uit de rij. “Ken je deze?” Ze toont me een hoes waarop drie kleurenfoto’s staan afgebeeld. Op de foto linksboven kijken een man en een vrouw elkaar verliefd in de ogen. Klaar om te zoenen, lijkt het me. Linksonder prijkt dezelfde jongedame met een baby in haar armen. Daar oogt ze dolgelukkig. Op de grootste foto, die de gehele rechterzijde van de hoes beslaat, staan ze alle drie: de man achteraan, de vrouw met haar hoofd leunend tegen zijn borst, vooraan het kind als kleuter. Hun gezichten staan bedrukt, alsof ze net slecht nieuw hebben vernomen. Bovenaan staat, tegen een zwarte achtergrond, in rode en witte letters: ‘Original Television Soundtrack from Sunshine’.   “Ken ik niet,” zeg ik.   “Het is de soundtrack van een film over een jonge vrouw die in de bossen woont with her better half and ankle biter,” zegt ze.   “Hm?” doe ik.   “Sorry. Ik bedoel: met haar echtgenoot en kind,” verduidelijkt ze. “Als ze te horen krijgt dat ze terminal cancer heeft, zet ze een gesproken dagboek op tape. Erg aangrijpend. En echt gebeurd! Vind je het oké als ik deze opleg?” Ik opper geen bezwaar. Alles liever dan opera. Even later vult een breekbare mannenstem de ruimte: “Almost heaven, West Verginia, Blue Ridge mountains, Shenandoah river…” Marianne ontsteekt intussen enkele waxinelichtjes en dimt de spots die in het plafond zijn ingewerkt. Daarna komt ze weer dicht tegen me aanleunen. Er heerst opeens een wat broeierige sfeer op de flat. Samen luisteren we ingetogen naar de muziek die wordt afgewisseld met gesproken dagboekfragmenten van de vrouw. Marianne lijkt niet meer te ademen. Pas wanneer de naald zich automatisch van de plaat heft, komt ze weer tot leven. Ze richt zich op om de elpee om te draaien. Op dat moment merk ik dat haar wangen nat zijn van het wenen.   “Sorry,” zegt ze, “maar iedere keer als ik dit hoor, krijg ik het kwaad. I just can’t help it. Ik moet telkens aan dad denken.”   “Is hij ook aan kanker gestorven?” vraag ik voorzichtig.   “What? No. Mum en dad zijn gestorven in een auto-ongeluk. It happened when I was about your age. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om je beide ouders tegelijk te verliezen. Het ene ogenblik behoor je tot een gelukkig gezinnetje. Het volgende ogenblik blijf je helemaal alleen achter.” Ze staart droevig voor zich uit. Ik voel de behoefte om haar te troosten, maar weet niet hoe. Ik heb geen ervaring met emoties.   “Heb jij je ouders nog?” draait ze zich plots naar me toe. Ik knik.   “Lucky you,” zegt ze. “Koester ze zolang je kan. Je weet pas wat je aan ze had als ze d’r niet meer zijn.”   Nadat ze de elpee heeft omgedraaid, komt ze weer tegen me aan liggen. De muziek, het gedempte licht en de hele sfeer zorgen ervoor dat ik stilaan in een soort van trance geraak. Slapen is het niet, waken evenmin. Het is iets tussenin, maar het voelt zalig.   Nadat de laatste noot van de plaat heeft geklonken, lijkt het alsof ik uit een heerlijke droom ontwaak. Marianne staat op.   “Vind je het oké als ik nog een elpee opzet?” vraagt ze. Ik werp een blik op de klok. De nacht leunt al tegen de ochtend aan, maar ik durf niet te weigeren. Even later stijgt uit de boxen een langzaam aanzwellend gitaargetokkel op, waarover zich een diepe mannenstem uitstrooit. Ik begrijp weinig van de ellenlange tekst, maar het steeds terugkerende refrein luidt eenvoudig: “So long, Marianne, it’s time that we began to laugh and cry and cry and laugh about it all again”.   “Nee, het is geen toeval,” glimlacht Marianne wanneer ik haar aankijk. “Dad named me after this song. Toen ik ter wereld kwam, was deze plaat net uit. Hij was gek op Leonard Cohen.”   Tijdens het tweede nummer gaat Marianne even plassen. Van haar afwezigheid maak ik gebruik om een blik op de hoes te werpen. Jaar van verschijnen: 1967! Dat betekent dat ze al eind de veertig is! Als ik het dan niet vragen mag... Wanneer Marianne de woonkamer weer binnenkomt, blijkt ze haar nauw aansluitende jurk te hebben geruild voor een loszittende nachtjapon waarin haar borsten wiegen als hespen in een koelwagen. Ze komt meteen weer koesterend tegen me aan liggen en legt haar hand op mijn buik. Ze frunnikt aan een knoop van mijn hemd alsof ze wil nagaan of deze nog wel vastzit.   “Boris… ben je echt van plan om op de bank te slapen?” vraagt ze fluisterend. “Ik beschik over een ruim bed, weet je.” Ze draait aan mijn knoop alsof ze me op een ander kanaal wil afstemmen en kijkt me diep in mijn ogen. “Heb je zin in een avontuurtje?” vraagt ze. Mijn adamsappel wipt op en neer en maakt daarbij een vreemd geluid.   “Kom nou,” doet ze. “Je gaat me toch niet vertellen dat je naar Australië bent gekomen om kangoeroes te kijken.” Ik voel me rood kleuren tot in mijn nek. Terwijl ze ongehinderd in mijn ogen blijft staren, legt ze haar hand op mijn kruis en knijpt er enkele keren in. Ik voel dat mijn onderbroek begint te spannen. Ze kijkt hunkerend naar de groeiende bobbel.   “Ik kan wel merken dat je zin hebt,” zegt ze ondeugend. Voor ik er erg in heb, duwt ze haar tong diep in mijn mond en draait ze om de mijne heen. Ik weet nauwelijks wat er gebeurt, maar vind het razend opwindend. Wanneer ze zich een volle minuut later weer opricht, hap ik naar zuurstof als een zwemmer in ademnood. Ze staat op van de bank en steekt een reikende hand naar me uit. “Kom!” doet ze. Ik voel mijn lichaam opgetild worden. Als een weerloos wezen volg ik haar naar de slaapkamer. Ze helpt me mijn kleren uit te trekken, alsof ze meent dat ik dat zelf niet kan. Ik duik meteen onder het laken en kijk toe hoe Marianne haar nachtjapon over haar hoofd gooit en zich ongegeneerd en poedelnaakt naar me toe keert. Ze heeft een stel borsten dat het begrip handjevol ridiculiseert, dijen als pletwalsen en een buik als een volgestouwde varkenspens, maar ze is ongelooflijk aantrekkelijk.   “What a donger you got there!” wijst ze. Ik richt mijn blik omlaag en merk dat zich in het laken een joekel van een erectie aftekent. Het lijkt wel een liggend Mariabeeldje dat vruchteloos overeind tracht te komen.   “Ik dacht het meteen toen ik je op de trappen van the Opera House zag zitten,” bekent ze. “Such a tall bloke must have some kind of a doodle!” Ze giert het uit terwijl ze naast me op het bed ploft. Ik blijf verkrampt naar het plafond liggen staren.   “Weet je niet hoe het moet?” vraagt ze. “Het lijkt wel of je nog nooit een meisje hebt gehad?” Ik schud beschaamd het hoofd.   “Nou, dan wordt het de hoogste tijd. Kom, leg je bovenop me.” Ik kruip onhandig op haar en blijf onbeweeglijk liggen. Ze neemt mijn penis in haar hand en brengt hem bij haar in. Het voelt klam en heet, alsof ze hoge koorts heeft! Als vanzelf begin ik mijn onderlichaam op en neer te bewegen.   “Harder,” fluistert ze me in het oor. “Sneller!” Ik voer het ritme op. Ze legt haar hoofd in haar nek, holt haar rug en slaakt een paar langgerekte kreunen. Na enkele minuten is het alsof zich in mijn onderbuik een atoomsplitsing voltrekt: een gevoel dat het midden houdt tussen pijn en intens genot. Ik recht mijn rug en loos mijn zaad diep in haar. Marianne stoot een oerkreet uit die het hele appartementsgebouw op zijn grondvesten doet daveren. Meteen nadat ik ben klaargekomen, voel ik me slap worden als een vaatdoek. Ik laat me van haar afglijden en leg me uitgeput op mijn rug. Mijn hoofd voelt licht als een gasbel. Het laatste waar ik me van bewust ben, is dat Marianne zich in de holte van mijn arm nestelt, als een jong dier in de warme pels van zijn moeder. Meteen daarna deemster ik weg en verzink in een diepe slaap…

Lou Van Lier
0 0
Tip

Florence en de feeks (een modern sprookske)

  De feeks vroeg aan de spiegel aan de wand Spiegel o spiegel wie is de schoonste van ’t land De spiegel zei ’t is dat ge ’t nu vraagt aan mij Maar d’er is eigenlijk iemand anders dan gij Haar naam is Florence , z’is vurig en gewoon En daarom zo echt en door en door schoon De feeks werd zot en trok haar haar uit hare kop Ze dacht : dat zal wel zijn; dat geluk dat moet op   Ik heb hier nog nen agenda degelijk verstopt ‘k Zorg dat dat contentement stillekes aan flopt ik vermeng heimelijk wat gif met venijn Ik doe er wat nijd bij en massa’s chagrijn En toen de wereld draaide gelijk de Sinksenfoor Had die Florence nog altijd niks door Alles werd zwart en haar lijf trilde gelijk zot Ze viel omlaag en haar hart scheurde kapot   Een knaagdier vrat haar van binnenuit op Er zat een slang in hare nek, een schroef op hare kop 100 kilo lood duwde op haar middenrif De dokter zei : maar ge zit gij vol gif En de feeks die danste een Polonaise alleen Hip hip hoera ze ligt in frennen vaneen Pardon, zei de spiegel, ‘t is wat ambetant Maar ze blijft toch nog de schoonste van ‘t land   Haar hart is gebroken maar ‘t vuur is nie weg Ik kan er nie aandoen,’ t is gelijk ik het u zeg De feeks werd koleirig van de weeromstuit En zei als’ t zo zit, awel, dan ruk ik haar hart eruit Florence sliep en plengde ondanks het cliché Zoute tranen in haar eigenste zee Om haar hart dat brutaal leeg werd geroofd Om het vuur in haar dat bijna werd gedoofd   Toen de feeks graaide met haar gelakte nagels in't zwart greep Florence naar haar nasmeulend hart Ze was bang maar tufte in de feeks haar gezicht Zei : als gij denkt dat ge mij hebt ontwricht Denkt dan maar rap iets anders, serpent Ik heb nog nooit iemand zo zielig gekend Daarop ontblootte Florence haren decolleté Haar hart vatte vuur en trof de feeks. O nee!   Het serpent dook krijsend in Florence haar zee Bij nader inzien was dat een vrij fout idee Het zout vrat zo waanzinnig diep in haar huid Dat ze niet meer wist wat ze deed en naar verluidt Is zij daarna gestruikeld en gevallen van nen berg Ze verdween onrustwekkend. O ja dat is…erg ;-) En Florence ? Awel, haar hart is terug vol En 't vuur in haar brandt gelijk de costa del sol   Florence floreert,  ze staat parmantig weer recht Misschien komt u haar wel ns tegen in ‘ t echt.      

DqM
64 2

Slimme protheses, de maakbare mens 2.0?

Dat technologie mensen kan helpen bij het dagelijks functioneren en ingezet wordt om bepaalde beperkingen te ondervangen, daar kennen we verschillende voorbeelden van. We hebben door de jaren heen heel wat technologie ontwikkeld om mensen te helpen, gelukkig maar. Het allereenvoudigste en herkenbaarste voorbeeld is misschien wel de bril die niets anders is dan een geslepen glas dat de werking van het oog ondersteunt. De mens heeft echter een heel arsenaal aan (hoogtechnologische) hulpmiddelen ontwikkeld. Het ene al wat invasiever dan het andere. In oktober 2015 werden in het UZ Gent voor het eerst een armprothese geplaatst die via een implantaat verbonden is met het bot van de bovenarm. Daarnaast werd de prothese verbonden met de resterende zenuwuiteinden en spieren in de arm. Die zenuwuiteinden worden aangestuurd door de eigen gedachtegang van de patiënt. Dankzij deze ingreep kon Samy Meziani  als eerste gebruik maken van een gedachten-gestuurde  kunstarm. De mogelijkheden van de slimme kunstarm staan ver voorbij die van een klassieke kokerprothese. Bemerk ook dat hiervoor, anders dan misschien gedacht, geen hersenimplantaat (met de risico’s van dien) nodig is. Bezinnen voor het beginnen Een nieuwe operatietechniek vraagt steeds omzichtigheid, ook wanneer het gaat om een combinatie van ingrepen die al eerder werden toegepast. Hoewel de ingreep er kwam op een logisch tijdstip in de medische evolutie – twee technieken werden eerst los van elkaar op punt gesteld alvorens ze ter gelijker tijd werden toegepast - werd ze niet ondoordacht uitgevoerd.  Samy had dan ook nooit het idee in een medisch experiment terecht te zijn gekomen. Hij werd van begin tot einde grondig geïnformeerd en deskundig begeleid. Dat van de artsen een specifieke kennis en specialisatie gevraagd wordt, is duidelijk maar niet vanzelfsprekend. Uiteraard is dit een eerste expliciete voorwaarde om tot de ingreep te kunnen overgaan.  De ingreep  stelt niet enkel eisen aan de artsen die erbij betrokken zijn. Er ging een zeer grondige fysieke en psychologische screening van de patiënt  aan vooraf. De ingreep kan enkel gerechtvaardigd zijn bij een persoon die verder in voldoende gezondheid verkeert. Daarnaast is de psychologische impact van dergelijke operatieniet te onderschatten. Het gaat immers om verschillende opeenvolgende operaties en een langdurige revalidatie. Naast het feit dat het lichaam en het functioneren van de patiënt natuurlijk ingrijpend zal veranderen.  Volgens Samy is de psychologisch factor zeker niet te onderschatten “het vraagt toch wel wat om ermee om te kunnen. Je moet nog in de spiegel kunnen kijken…” Dat enkel wie de screening doorstaat in aanmerking kan komen voor de ingreep, is gerechtvaardigd en heel raadzaam, wil men al te negatieve gevolgen op termijn voorkomen.   Wat als het fout loopt? De prothese biedt voor Samy heel wat voordelen. Naast het feit dat ze nauwkeuriger kan worden aangestuurd, is ze ook een stuk lichter en wendbaarder dan een klassieke prothese. Daarbij komt dat de zenuwuiteinden terug een bestemming hebben, zodat fantoompijnen grotendeels tot het verleden behoren. Enkel voordelen dus, zo lijkt het wel, maar loopt het dan nooit fout? Wel, dat schijnt mee te vallen. De prothese vraagt weliswaar dagelijks verzorging  en wordt om de 6 maanden door een kinesist aangespannen om de goede werking te garanderen maar dit lijken toch eerder beperkte inspanningen tegenover de extra mogelijkheden die Samy erdoor krijgt.  Doemscenario’s waarbij de werking van de prothese zonder meer uitvalt of de technologie een heel eigen leven gaat leiden via samy’s lichaam lijken niet aan de orde.  Mensen beter maken? Worden slimme protheses de nieuwe standaard en moeten we ons daarover zorgen maken? De ingreep is voorlopig slechts beperkt terugbetaald en daardoor nog niet op grote schaal toegankelijk in België. Van een nieuwe standaard is voorlopig dus geen sprake.                             Natuurlijk verschuiven we met deze technologie grenzen in de geneeskunde, maar tegelijk is het duidelijk dat de ingreep momenteel slechts bij heel welomschreven indicaties wordt toegepast. Het ogenblik waarop een dergelijke prothese wordt gebruikt om de mogelijkheden van de mens naar een hoger niveau te tillen, eerder dan om een medisch probleem te ondervangen lijkt dus nog ver af. Laten we dat vooral nog even zo houden.     

ElineMie
0 0

Gesprekje tussen 2 terroristen

      Rachid: ‘Vrede zij met u broeder Achmed!’ Achmed: ‘En met u broeder Rachid!’ Rachid: ‘Je ziet er wat opgeblazen uit, Achmed. Teveel couscous gegeten?’ Achmed: ‘Ach zwijg! Het is allemaal de schuld van die uilenkop? Rachid: ‘ Zit die ook al in de organisatie?’ Achmed: ’Teveel bruine Maroc gerookt Rachid?’ Rachid: ‘Wat is dan uilenkop? Achmed: ‘Ander woord voor domkop.’ Rachid: ‘Ik begrijp. Wie is domkop?’ Achmed: ‘Bouzouffa! Rachid: Dus Bouzouffa is uilenkop? Achmed: ‘Ach man, zo’n ezel!’ Rachid: ‘Ik dacht uilenkop?’ Achmed: ‘Rachid je luistert niet!’ Rachid: ‘Rachid luistert altijd! Bouzouffa is ezel met uilenkop.’ Achmed zucht. Achmed: ‘Ook goed.’ Rachid: ‘Wat heeft ezel met uilenkop Bouzouffa gedaan? Achmed: ‘Bouzouffa moest bom maken met TNT.’  Rachid: ‘Wat is TNT?’ Achmed: ‘Is afkorting van trinitrotolueen of TNT.’  Rachid: ‘Wat is tri..tro…u…een? Achmed zucht. Ahmed: ‘Rachid is even dom als uilenkop Bouzouffa. Trinitrotolueen  zijn chemische stoffen om bom te maken. Het molecuul bestaat uit tolueen waarvan de 2 ortho- en de parawaterstofatomen door een NO2-groep zijn vervangen. De stof wordt gemaakt door de aromatische nitrering van tolueen. Rachid: ‘En? Ik niet begrijp… bom niet goed? Achmed zucht nog dieper. Achmed: Achmed was vergeten dat Bouzaffa bakker is. Rachid: ‘Niks mis mee. Is goede bakker. Achmed: ‘Goede bakker, die slecht Nederlands kan; 1-methyl-2,4,6-trinitrobenzeen,           Had gelezen ‘doe hele citroen in methanol, bijeen.            Rachid: ‘Geen goede bom?’ Achmed: ‘Heel mijn leven ligt in nu in de handen van de profeet.’ Rachid: ‘Niet erg, de profeet is wijs, hij zal u belonen. Achmed kwaad: Achmed: ‘Ik ging in naam van Allah als zelfmoordterrorist naar de grote markt. Het was volmaakt; veel volk weinig flikken. Ik gooide de fles tussen het volk en riep Allah Achbar! Iedereen in paniek kijken of ze niet gewond zijn. Plots roept één van de ongelovigen: Gelooft zij Allah! Alle vuile plekken zijn uit mijn beste pak gegaan. De stenen van de grote markt waren als nieuw en roken citroenfris. Rachid: ‘Nee!’ Achmed: ‘Ik kreeg onmiddellijk en contract aangeboden om te gaan werken bij de Stad.  Burgemeester De Wever kwam mij feliciteren en riep mij uit tot Mister Proper van de Koekenstad. Politie is nu bezig met grote schoonmaak in Borgorocco. En mijn vrouw heeft nu meer tijd om te koken. Mijn maag kan niet tegen al dat eten. Ik ben ten dode opgeschreven.   Rachid: ‘Bouzouffa zal nooit het gelaat van de profeet zien. Alle twee: Allah Achbar!”  

Fanny Vercammen
0 0

informatie voor werkgevers

Beste werkgever   In deze folder vindt u alle informatie over stages en opleiding op de werkvloer. Sinds kort noemen we dergelijke stages en opleiding werkplekleren. Werkplekleren kunnen we definiëren als het aanleren van algemene én technische beroepscompetenties op de werkvloer. Vzw Argos heeft als jarenlange partner in diverse werkervaringsprojecten (op regionaal, Vlaams en Europees niveau) heel wat kennis en ervaring opgebouwd op vlak van begeleiding naar werk, loopbaanbegeleiding, vorming en opleiding. Daarnaast is vzw Argos ook een inschakelingsbedrijf binnen de sociale economie. Door deze rijke ervaring beschikken de loopbaancoaches over een sterke profielkennis van onze deelnemers en staan ze garant voor eerlijke referenties. Afhankelijk van de periode, beschikbaarheid en het doel, kan vzw Argos u informeren over de verschillende vormen, formaliteiten en vragen over werkplekleren. Deze stages en/of opleidingen kunnen doorgaan bij werkgevers gevestigd in Vlaanderen of Brussel hoofdstedelijk gewest. Zowel werkgevers uit de privésector, als vzw’s en openbare diensten kunnen fungeren als mogelijke werkplekplaats. Vzw Argos staat in voor: De gratis begeleiding en administratieve ondersteuning bij alle vormen van werkplekleren voor de werkzoekenden die wij toeleiden naar uw bedrijf. Een overzicht van de effectieve kost per stage/opleiding. Het aanbieden van een geschikte kandidaat vanuit onze intensieve begeleiding naar werk. Argos staat garant voor eerlijke referenties. Het verlenen van deskundig advies , ook over de tewerkstellingsmaatregelen die kunnen aansluiten op stage en/of opleiding Welke types werkplekleren bestaan er? BEROEPSVERKENNENDE STAGE – BVS BEROEPSINLEVINGSOVEREENKOMST – BIO INDIVIDUELE BEROEPSOPLEIDING – IBO INSTAPSTAGE – ISS Kortom, vzw Argos neemt de administratieve opvolging volledig en kosteloos op zich, schetst u een correct beeld van het profiel van de kandidaat en de effectieve kost bij de opstart van een cursist op uw werkvloer.   BEROEPSINLEVINGSOVEREENKOMST – BIO Wat? Met een beroepsinlevingsovereenkomst kunt u een kandidaat een betaalde stage aanbieden in uw bedrijf. Zo oefent de kandidaat extra vaardigheden en competenties in op de werkvloer. De duurtijd is afhankelijk van de inhoud van het stageplan. Nadien is er geen aanwervingsverplichting.   Wat wordt er verwacht? De werkgever en de coach van vzw Argos maken een stageplan op. Op de werkvloer laat u de stagiair de nodige vaardigheden en competenties inoefenen. Tijdens de stage betaalt u een vergoeding van 751 euro per maand (voor een voltijdse werkkracht vanaf 21 jaar, bij een deeltijdse stage wordt dit verrekend a rato van de gepresteerde uren). Wie jonger is dan 21 jaar krijgt een aangepast bedrag volgens de leeftijd. Belangrijke info voor de werkgever: U hebt geen aanwervingsverplichting na de stage. Tijdens de stage doet u Dimona-aangifte (Dimona zonder DmfA-aangifte). U bent niet onderworpen aan RSZ. De kandidaat-stagiair krijgt niet automatisch een vrijstelling bij de RVA om een BIO te starten. Dit moet de kandidaat individueel aanvragen via formulier C94A. (De coach volgt dit op bij deelnemers van vzw Argos). De BIO-vergoeding is onderhevig aan bedrijfsvoorheffing: U voorziet een medisch onderzoek indien vermeld in de cao. U zorgt voor een arbeidsongevallenverzekering en een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Bij ziekte hoeft u geen gewaarborgd loon te voorzien. U betaalt geen vakantiegeld noch een eindejaarspremie. Voor wettelijke feestdagen, waarop normaal voorziene stage-uren vallen, wordt de vergoeding voor de stagiair wel voorzien.   INDIVIDUELE BEROEPSOPLEIDING – IBO   Wat? Heeft u een vacature? Via een individuele beroepsopleiding (IBO) kan u een kandidaat-werknemer op maat opleiden. Deze opleiding op de werkvloer duurt minimum 1 maand en maximum 6 maanden. Nadien stelt u de cursist tewerk.   Wat wordt er verwacht? De werkgever en coach maken een opleidingsplan op maat van de cursist met vermelding van: functie (met bijhorend bruto dagloon) indicatieve duurtijd: tussen 4 en 26 weken uurrooster: voltijds of deeltijds, vast of variabel … (de opleiding moet min. 19u/week zijn) U voorziet opleiding en begeleiding op de werkvloer. U leert de cursist de competenties verwerven en versterken die nodig zijn om de job goed uit te oefenen. De coach van vzw Argos volgt op. Na de IBO werft u de cursist aan met een contract van onbepaalde duur. Onder bepaalde voorwaarden is er ook een contract van bepaalde duur mogelijk Na het tekenen van de arbeidsovereenkomst wordt uw medewerker gedurende een bepaalde periode beschermd tegen ontslag. Deze periode is even lang als de duurtijd van zijn IBO. Ontslaat u uw medewerker tijdens deze periode toch, dan kan hij via de arbeidsrechtbank een vergoeding eisen. Let wel: de bescherming geldt niet voor ontslag om dringende redenen.   Belangrijke info voor de werkgever: U doet een Dimona-aangifte vóór de start van de IBO en bij de uiteindelijke aanwerving. Tijdens de IBO betaalt u geen loon of RSZ, enkel een productiviteitspremie De productiviteitspremie wordt weergegeven op uurbasis en is als volgt berekend: Kost/uur = (weekloon* – 13,07% RSZ) – gemiddelde werkloosheidsuitkering** Werkregime onderneming/week *Normaal brutoloon: dit is het loon welke een werknemer voor die functie ontvangt (eventueel verhoogd met de ploegenpremies of andere toeslagen). **De gemiddelde werkloosheidsuitkering wordt door de Raad van Bestuur van de VDAB vastgelegd. Momenteel is dit bedrag vastgelegd op €21,45/dag. Op de productiviteitspremie betaalt u geen RSZ en geen BTW. De productiviteitskost loopt progressief op: 1ste maand: 75% 4de maand: 90% 2de maand: 80% 5de maand: 95% 3de maand: 85% 6de maand: 100%   Bij afwezigheidsperiodes betaalt u geen productiviteitskosten. Voor wettelijke feestdagen, waarop normaal voorziene opleidingsuren vallen, betaalt u wel een productiviteitskost. U kan er ook voor kiezen om vanaf dag één een productiviteitskost aan 100% te betalen. Dit betekent dan dat de cursist vanaf dag één ook 100% productiviteitspremie ontvangt. Als u hiervoor wenst te kiezen, geeft u dit door aan de coach van vzw Argos voor de start van de opleiding. U betaalt ook een tussenkomst in de verplaatsingskosten van de cursist. Dit wordt berekend volgens de voorschriften van de cao die voor uw onderneming geldt. In alle andere gevallen gelden de voorschriften van cao 19 van de NAR, voor zover de afstand woon- en opleidingsplaats meer dan 5 km is. U zorgt voor een arbeidsongevallenverzekering en een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. U geeft de prestaties van de cursist maandelijks door aan de VDAB. Op het einde van elke gepresteerde maand overhandigt u een aanwezigheidsattest (formulier C98*) aan de cursist. Vzw Argos biedt hierbij ondersteuning.   *C98 is een aanwezigheidsattest. De aanwezigheid van de werkloze attesteren tijdens de opleiding waarvoor de werkloze een vrijstelling heeft aangevraagd.     Meerwaarde voor de werkgever: U kunt de kandidaat-werknemer opleiden voor een specifieke functie binnen uw bedrijf. U ontvangt een financiële compensatie voor de opleidingsinspanning bij aanwerving van de cursist. Tewerkstellingsmaatregelen na IBO zijn nog mogelijk. Welke werkgevers komen niet in aanmerking bij IBO? Dienstenchequesbedrijven Wetgevende of rechterlijke macht (vb. rechtbank, parlement, …)   Verschillende soorten IBO voor een kandidaat uit een kansengroep[1]: C-IBO (curatieve IBO)   Een C-IBO is een variant op de klassieke individuele beroepsopleiding en is bedoeld voor werkzoekenden die al een lange tijd werkloos zijn. Werkzoekenden jonger dan 25 moeten minstens 12 maanden werkloos zijn. Werkzoekenden van 25 of ouder moeten minstens 24 maanden werkloos zijn. Verschil tussen IBO en C-IBO Afhankelijk van uw noden kan de C-IBO verlengd worden tot maximum 52 weken. Bij een C-IBO betaalt u geen productiviteitspremie tijdens de eerste contractperiode. Wordt de C-IBO verlengd, dan moet u wel een productiviteitspremie betalen zoals bij een gewone IBO. De loon- en arbeidsvoorwaarden in de arbeidsovereenkomst na C-IBO moeten minstens gelijk zijn aan de voorwaarden in het IBO-contract.   IBOT (IBO met taalondersteuning)   Een IBOT is een variant op de klassieke individuele beroepsopleiding en is bedoeld voor anderstaligen die taalondersteuning nodig hebben.   Verschil tussen IBO en IBOT Het enige verschil is dat uw cursist tijdens zijn opleiding twee keer per week taalondersteuning en begeleiding krijgt van vzw Argos. Zo krijgt de cursist het Nederlands* dat hij nodig heeft om zijn job beter onder de knie te krijgen.   *Nederlands: -  technisch vakjargon - klantencontacten - communicatie met werkomgeving (collega’s, werkgever) - …    

Casier Jessica
0 0

Het verband tussen Bernard en sir Cliff Richard

Bernard was een half jaar ouder dan ik en willens nillens mijn buurjongen maar hij is nooit mijn beste vriend geweest en daar had ik wel enkele redenen voor. Ten eerste stond zijn woordenschat mij niet aan. Zo gebruikte hij woorden als “nieverans” als hij “nergens” bedoelde. Vele jaren later reisde ik zogezegd naar “Niverance-les-Bains” als ik, in tegenstelling tot enkele welstellende schoolkameraadjes, niet op vakantie ging maar het met deze fantasiebestemming anders liet doorschemeren. Maar dat verfoeide woord “nieverans” was vanzelfsprekend nog geen reden om mijn buurjongen niet graag tot vriend te hebben natuurlijk.   Twee jaar later was het anders als we met andere buurjongetjes gingen voetballen op een weide achter “ons” bosje, onze natuurlijke habitat tijdens de woensdagnamiddagen, de weekends en het lange en zonnige zomerverlof. Elke grote eik of beuk had van ons een naam toebedeeld gekregen. De laagste takken van “de Witte” of “de Sinterklaas” bevonden zich hoog boven de begane grond en elkeen hielp een ander door elkaars opstap te zijn. De laatste werd dan met een dikke koord omhoog gehesen.   Dit wat kleinere bos was niet te verwarren met het iets verderop gelegen grote bos - met daarin enkel naamloze bomen - dat dienst deed als fietscrossbaan of als slagveld, waar de éne dag de “goede” cowboys en de “slechte” indianen (of was het andersom?) slaags geraakten en de speelgoedrevolvers met roze klappertjes het moesten opnemen tegen de zelfgefabriceerde - mits het bezigen van vaders werkbank - pijlen en bogen; en waar de andere dag het een strijdtoneel betrof tussen heldhaftige kruisvaarders en plunderende Saracenen waarbij de weer zelfgemaakte - mits alweer het bezigen van vaders werkbank - houten zwaarden kletterden tegen de plastic kromsabels van de zwartgeschminkte Moren.   Maar waar was ik gebleven? ‘Nieverans!’ zou Bernard gezegd hebben. Bij de voetbalmatch, juist ja. Bernard was zoals steeds keeper (“kipper” noteerde ik op ons wedstrijdblad) bij de tegenstanders en ik fungeerde als spits (“sentervoor” volgens ons wedstrijdblad) en daar begon al direct de ellende. Bij de eerste aanval van onze ploeg draaide de uit zijn goal gelopen doelverdediger zich valselijk om waardoor ik in volle vaart tegen Bernards uitgestoken achterste belandde. Ik kreeg geen lucht meer en lag kronkelend van de pijn op de voetbalweide. Ik vervloekte hem vanaf het moment dat ik weer naar adem kon happen.   Het zal nog eens een jaar later geweest zijn dat we slaags geraakten toen hij mij in ons geliefde bosje weer begon te pesten en uit te dagen. Want zo was hij, mij intimideren in het bijzijn van anderen met in zijn achterhoofd ‘hij durft toch niks te doen’. Maar daar had hij het toch even niet bij het juiste eind. Na menige leugen en het zoveelste verwijt, kookte mijn keteltje over en stormde ik op hem af terwijl de andere “bosjesmensen” met verbaasde gezichten toekeken. De klap die hij kreeg was enorm en deed hem in een ondiepe put ploffen waar niet thuishorende glasscherven zijn knie openreten. Bloed, geschreeuw en vele tranen waren het gevolg en even later ook een ziekenhuisbezoek. Rinus, onze wat introverte buurman en Bernards vader, kon er die avond niet om lachen toen hij het wedervaren van zijn zoon aan mijn ouders kwam vertellen. Maar toen ik van de eerste schrik bekomen was, lachte ik ’s anderendaags toch maar in mijn (vechters)vuist. “Boontje komt om zijn loontje” dacht ik. Sindsdien had ik veel minder last van Bernards slinkse manier van aanpak.   Ik zette het hem trouwens dubbel betaald en nog wel tijdens zijn communiefeestje waarbij hij een tiental buurkinderen had uitgenodigd, waaronder ook de mooie Duitse Cornelia. Misschien had hij gedacht de ganse namiddag met haar te kunnen dansen maar dat was buiten mij gerekend. “When the girl in your arms is the girl in your heart” galmde Cliff Richards zoetgevooisde stem, idool van Bernards zus Marian, door de luidspreker en dus voegde ik de daad bij het woord en danste ik op één tegel met Cornelia. Ter info: de tegels in de betreffende woonkamer waren erg klein; eerlijkheidshalve moet ik er wel aan toevoegen dat onze voeten, annex onze schoenen, nog niet helemaal volgroeid waren. Gevolg: Bernard jaloers, ik trots als een pauw (“as proud as a peacock” zou Cliff gezongen hebben). Sindsdien belandde mijn relatie met mijn buurjongen onder het vriespunt. “Below zero degrees centigrade or 32 degrees Fahrenheit” zou waarschijnlijk een te moeilijke titel geweest zijn voor een nieuwe hit van sir Cliff.

Marc M. Aerts
0 0