Lezen

Sokkels

We openen onze ogen, trillend en loom het lichaam verzwaard van de nacht. De pupil die te snel verkleind na wijdopen dromen. Het gewoel van de slaap loopt over in het gewoel van het leven, het gevoel van het leven, het gewoel van gevoel. Als een naaldenprik in ons zijn, is ons zijn. Prik, het licht in de ooglens. Prik, de eerste spier die samentrekt. Prik, de gedachte aan wat moet en wat mag. Prik, de volle blaas die smeekt. Prik, die eerste gedachte. Het is de vraag die sloom ligt te hunkeren op het achterste van onze tong, onze keel dichtknijpt en de lucht ontneemt of de mond openspert en inhaleert. We lachen onze tanden bloot om al wat we niet weten, een grimas en een schreeuw, want de grens is klein tussen plezier en pijn. Goedemorgen.  We duwen ons recht uit de warmte van de slaap en plaatsen ons voor de twee sokkels van iedere dag. Kiezen we voor het hoofd, of voor het hart. Hoofd, of hart. Niemand kan beslissen met zijn hoofd op de foute plek en het is snel grijpen naar dat wat klopt. Maar de bloederige pomp verdwijnt soms onder vingerafdrukken, uitgeput na al die jaren van ritme houden, ritme houden, ritme houden. Hoofd of hart. En ergens daartussenin zit het lichaam. Het wakende leven is vaak onbewuster dan het slapende, en zonder stil te staan grijpen we het eerste het beste. Als een stel sleutels dat op de kast ligt te wachten op vertrek, oeps, bijna vertrokken zonder. En wat ben je in het leven zonder sleutels, de mens heeft een akelige gewoonten van sloten. Zoals alles is het een kwestie van gewoonte, en na een tijd is het snel gekozen voor datgene dat niet onder het stof is verdwenen.    Hij grijpt het hoofd, plaatst het recht op de ruggengraat en vertrekt.    Zij twijfelt, voelt, en neemt voorzichtig het hart.    Hij doet wat moet, praktisch en volgens de regels van de logica. In deze maatschappij moet je je hoofd gebruiken. De grijze massa is ons besturingssysteem, met de radars van de logica afgestemd op de sensaties. Een consequente consistentie, een consistente consequentie - als het ongestoord doet wat hoort. Verstand komt voor op alles, zonder hersenen die de juiste prikkels geven zouden de spieren onze ruggengraat niet recht houden, zouden onze voeten geen stap vooruit zetten. En vooruit is de richting, beweging is de sleutel. Mensen hebben de akelige gewoonte overal sloten op te plaatsen, het is het verstand dat de sleutels aanreikt. Gezond verstand ordent de wereld - als het ongestoord doet wat hoort. What you see is what you get, eerst zien en dan geloven want de perceptie toont de waarheid en ons verstand is de sleutelbos. Weggegrist van de sokkel maar uiterst efficiënt. Dat laagje stof op het hart is niet relevant, het heeft geen nut maar schaadt ook niet. Hij functioneert. Logisch. Druk op start en ga rechtdoor. Registreer en analyseer volgens de logische redenatie van de probleemoplossende functies. Dorst: drinken. Volle blaas: plassen. Honger: eten. Interacties: reageer, consequent en volgens aangeleerde algoritmes - het doen en laten van de maatschappij. Ook wel zoiets als normen en waarden. Dat is het leven, dat is het zijn. Het zijne.  Zij legt het hart in haar ribbenkas. Hij is reeds gaan lopen met haar verstand, maar de kamers van haar hart bevatten leven en plaats voor beiden. Haar maag knort, maar is reeds gevuld met gedachten aan hem. Haar dorst is niet meer te stillen met water alleen. De gevulde blaas wordt niet geregistreerd. In plek daarvan kijkt ze naar haar vingertoppen, en herinnert hoe de zachtheid van zijn huid aanvoelt, de hardheid van de onderliggende spieren. Haar longen vullen zich met zuurstof en de geur van zijn lichaam vult het hare. Lucht, het houdt het hart licht. Het leeft en doet leven, vult ons en omarmt ons. Overal in, op, onder, door, tussen. Het druipt uit onze poriën en vult de aarde met onszelf. Ze grijpt naar het ongrijpbare, en lacht voor het onvatbare. Het is het gebaar dat telt. Met haar ogen gesloten legt ze het hand op het hart, voelt hoe de kamers zich vullen met bloed en gevoel. Een gedachte fluistert zacht vanuit het hoofd dat hij beheerst. „Je zou moeten…” „Nee’, breekt ze de gedachte,’ Ik voel, en dat is meer dan genoeg.” En ze blijft zitten met haar hand op haar hart, de blik gericht op de lege sokkels voor haar. Ik voel. Ik voel. Ik voel. De kamers blijven zich vullen. Zijn lach. Hoe haar lach voelt bij zijn lach. Zijn ogen. Hoe haar blik voelt bij zijn blik. Zijn huid. Wat haar huid voelt bij zijn huid. Zijn warmte. Hoe haar warmte leeft bij zijn warmte. Zijn lucht. Hoe haar lucht verdwijnt bij zijn vertrek.    De sokkels beginnen te daveren. De rest van de kamer, van haar kamers, vervallen in stilte. De sokkels daveren, steeds harder en harder. De ene sokkel kantelt naar de andere. In de nanoseconde dat ze elkaar raken, versplintert alles. Scherven zweven in de lucht, en beginnen aan een neerwaartse beweging. Ze voelt duizenden spelden vallen in de doodse stilte. Haar hart verzakt. Hij staat voor de deur, met een zwaar hoofd en de sleutel in zijn hand, en hoort het oorverdovende lawaai. De straat davert, de stad davert, de wereld lijkt te imploderen. Geluid, registreren, analyseren, reageren. Spieren, benen, links, rechts, links, rechts, links, rechts, ademhaling versnellen om de kracht te compenseren, deur, openen, hand op klink, spieren gebruiken, klink naar beneden, deur openduwen, haar zien zitten met haar hand op haar hart, de splinters als een laag stof over de vloer, het bed, haar haar, haar hart. Registreren. Analyseren. Reageren. Reageren. Reageer dan. Haar huid, haar blik, haar hart. „Reageer”, zucht ze fluisterend. Hij kijkt en analyseert. Keert zich op zijn hielen en verdwijnt uit de kamer. Na enkele tellen komt hij terug met een stoffer in de ene hand, een vuilzak in de andere. Stilzwijgend maar doelgericht veegt hij de splinters bij elkaar. Beginnende in de linkerhoek, naar de deur toe werkend. Hij veegt de splinters van de vloer, het bed, plukt alle splinters zorgvuldig uit haar haar, veegt ze voorzichtig van haar schouders, haar armen, haar benen. Veegt ze van haar neus, lippen en oogleden. Elke splinter wordt weggehaald van het oppervlak. Hij neemt de zak, doet nog een snelle controle, en verlaat de kamer. „Reageer”, zucht ze fluisterend, met haar hand op haar hart. De splinters zijn weg. Alles is weg. Probleemoplossend denken. Dorst. Drinken. Hij verzamelt hout, nagels, een hamer. Geconcentreerd en praktisch timmert hij twee gloednieuwe sokkels in elkaar. Glazend. Zonder stof. Hij plaatst ze opnieuw in de kamer, naast het bed waar zij op zit, met haar hand op het hart. Op de plek waar haar blik naar gericht is. Moe, slapen. De splinters zijn weg, de sokkels hersteld. Probleem, oplossing. Hij neemt het hoofd van de ruggengraat, plaatst het op de sokkel, loopt om het bed heen, slaat het laken open, legt zich neer op zijn rug, ontspant de spieren en slaapt. Zij zit, met het hand op het hart. „Reageer”, fluistert ze. Hij slaapt. Zij zucht. Lucht. Ze neemt het hart van tussen haar ribben, plaatst het op de nieuwe sokkel. Een splinter blinkt. Haar huid zoekt zijn huid. Haar warmte zoekt zijn warmte. Haar lucht zoekt zijn lucht.  Het is het gebaar dat telt.

SanneNadineF
0 0

Kruistocht in pamper

Geween maakt me wakker. Het is 7 uur en ik had nog een half uurtje extra slaap voorzien. Maar het geluid is dwingender dan een op hol geslagen brandalarm. Negeren is geen optie. Spurtje naar de keuken voor een immer troostend flesje. Dat brengt vandaag weinig soelaas. Ik merk dat ook zij nog een half uurtje extra slaap had kunnen gebruiken. Ze is zich daar zelf ook van bewust, ondervind ik aan het gehuil dat enigszins vervelt tot gejammer. Gejammer dat me vergezelt wanneer ik in de douche sta, mij aankleed en haar naar beneden wil dragen. Bovenaan de trap zet ze kracht bij. Gejammer wordt gekrijs. Want naar beneden gaan, kan ze sinds twee dagen helemaal zelf. Enig inschattingsvermogen van de mogelijke gevolgen van hysterisch gekrijs bovenaan trappen, heeft zich niet parallel ontwikkeld. Ik vraag me kort af hoe pedagogisch verantwoord het is om toe te geven aan dat hysterisch gekrijs, waarop ik resoluut voor de lieve vrede kies. Deze houdt de volle 15 minuten stand. Tot ik me schuldig maak aan een mensonterende behandeling waar ze zich hevig tegen verzet. Haar kleren en schoenen aantrekken. Het blijken bovendien de foute schoenen. Haar rode Conversejes hebben afgedaan. Het zijn de roze katsjoe botten die haar voorkeur wegdragen. Opnieuw ben ik in dubio, maar ditmaal houd ik voet bij stuk. Pluim op mijn hoed. Represailles van haar kant. Tijdens de drie minuten durende rit naar de crèche, besluit ze Anunagewijs nog even alles uit de kast te halen. Opdat ik het geweten zou hebben, dat ik haar het recht op katsjoe botten niet zomaar kan ontzeggen. Een mens zou bijna denken dat het hierop volgend kiss&ride-moment een opluchting is. Maar mijn moederhart bloedt. Hoewel er volgens mij foltertechnieken bestaan die babyaans gekrijs impliceren, kan ik niet wachten om het opnieuw te aanhoren. Tot dat moment zich weer aandient, dat spreekt.

freelise
0 1

HET NIEUWE PASEN

Misschien hield God zelf het vuurtje aan het dak van zijn Notre- Dame?  Gewoon..Eventjes kijken welke reactie zijn achterban zou hebben. Hij had in zijn Bijbelse verleden al meer zulke sadistische spelletjes gespeeld, gewoon om bevestiging te krijgen hoeveel vertrouwen zijn volgelingen wel in hem hadden, dus…Stond hij eventjes perplex toen die superrijken de geldomhaling op gang brachten? Als een lopend vuurtje verwittigden ze elkaar. Hoe die rijke stinkerds sneller dan het licht de knip van hun Louis Vuitton, Gucci en l’Oréal portefeuilles openden en er miljoenen euro’s, als per opbod, uit toverden. Diezelfde  fiscusontduikers die hij enkele jaren voordien Frankrijk met koffers vol geld over de grens zag rennen, om zeker geen belastingen te moeten betalen. Waren die nu hun schuldgevoel aan het witwassen? Dachten ze dat ze met zulke giften recht hadden, om eenmaal als ze boven aan de hemelpoort zouden komen, ze zonder discussie met Petrus in een speciale VIP-lane ontvangen zouden worden? Of bedachten ze alleen maar dat ze deze giften bij hun volgende belastingsbrief als onkosten mochten aftrekken?  God stond ook versteld om te zien hoe de Parijzenaars op 1 nacht een benefietconcert uit de grond stampten. Hoe minder bescheiden giften bij het volk rond gehaald werden. God zag dat het goed was. Zat hij daarboven op zijn wolk, op de leuning van zijn hemeltroon mee te trommelen of op de muziek op en neer te wippen? Deed hij met Petrus en Jezus een polonaise en riep hij: “waar zijn die handjes?” toen hij de rollende rrrr van Mireille Matieu over de Place des Invalides hoorde tuimelen. Had hij daarom geen tijd om zich met de Christelijke paasvierders aan de andere kant van de wereld bezig te houden? Hij wordt toch verondersteld ‘alwetend en almachtig’ te zijn! Waarom wist hij dan niet dat er in Sri Lanka enkelen van dat andere ‘ware geloof’ luxe hotels en zijn kerken zouden binnenknallen? Eventjes een onoplettendheid en 359 doden en meer dan 400 gewonden. Wat vond hij het ergst? Hele families die met een exploderende moslimbom uit elkaar gerukt werden of zijn brandende kathedraaldak? Of bedacht hij dat Petrus het nu wel ineens ontzettend druk zou krijgen aan zijn hemelpoort? Die zou overuren moeten kloppen en zeker geen tijd hebben om mee naar die andere Gods vertegenwoordiger op aarde de luisteren. Die langejurkenman die als een carnavaleske rockster van op een balkon, op dat Vaticaanplein, elk jaar diezelfde woordjes prevelde en kruisjes uitdeelde aan die duizend naïevelingen die naar hem opkeken. God zag dat het goed was…ga en vermenigvuldig U! Zijn lucratief religieus handeltje zou nog eeuwen blijven draaien. God tikte zijn zoon op de schouder en fluisterde dat het sprookje van zijn herrijzenis er bij de gelovigen in gegaan was als zoete koek. Prima gedaan! God zat alleen nog met één dilemma.. wat was er nu waar van Jezus zijn chocolade eieren?   Sim  diep bedroefd over al die religieuze onzin  21/4/2019

Sim
32 0

Zoektocht naar rust

Het trachten, het zoeken, het verlangen. Het hopen te vinden van de rust, de stilstaande fase in een dagelijkse wedstrijd, een ratrace, een race tegen de tijd. Het verlangen en het zoeken naar een quasi onbestaande tijdelijke toestand om deze eeuwig te laten duren. De rust zo ver weg, zo ver van hier en zo schraal en bitter weinig aanwezig. Gestoord, verstoord worden door de verstoorders, hen die drukte, lawaai en onrust kwistig uitdelen als hing hun leven ervan af. De druk van de dagen, weken en maanden vooruit vol plannen, volle agenda’s, sociale verplichtingen, ontmoetingen, afspraken, noodzakelijkheden, drukten in ons bestaan. Cijfers van uren, cijfers van minuten, cijfers van dagen, weken, maanden. Een rat race met mensen, bezige bijen omdat het moet, omdat we er onszelf toe verplichten. De wanhopige zoektocht naar stilte, rust, bezinning, verandering, stabiliteit. Rust. Het gezoem van bezige bijen, van slierten auto’s, tractoren, vrachtwagens, die alsmaar diepere putten maken in de wegen en het landschap. De rubberen banden die zich kapot verslijten aan het asfalt, betonnen straten en kiezelwegen. Het schuren tot het bot. Het gekreun en gezoem tot kilometers ver. Autoloze, autoluwe dagen. Een zegen voor mens en machine. De zondagse rustdag. De zondag wordt uitgesteld tot de volgende vakantie. De volgende vakantie verbleekt voor een nieuwe vlucht uit de dagelijkse beslommeringen. Het uitkijken naar verlof, pensioen en rust om als het zover is opnieuw deze momenten weer bomvol te boeken met taken, opdrachten, uitstappen, verkenningen, studies, verplichtingen, … De hunker naar rust, de hunker naar actief bezig zijn, nuttig zijn voor onszelf en anderen, de maatschappij. Bezig zijn, druk zijn. Wanneer mag Doornroosje weer gaan slapen? De boze wolf weer boos zijn? Roodkapje weer gewoon door het (Haller)bos wandelen? Zonder dit op Twitter of Facebook te moeten posten? Omdat iedereen het doet en we er ons toe verplicht voelen. De asociale maatschappij die gemaakt sociaal wil doen. Alleen als iedereen het kan zien. Alleen dan. Ik leef als ik twitter. Ik leef als ik facebook. Maar ik heb geen flauw idee wie de buurman is, de man of vrouw in de trein, in de winkel, naast ons. We zijn doof (dood?) als het geen likes oplevert. We weten niet meer wat we posten. Facebook vertelt het ons wel een jaar later. Druk doen, druk bezig zijn, de tijd, ons leven verder doen of verdoen, nuttig of nutteloos bezig zijn omdat het moet. Omdat ze willen dat we het allen zo doen? https://autismestorm.home.blog  

Autisme Storm
0 0

Mijn Draak (vervolg II)

1 juli 2018   Beste lezer   Ook dit jaar is de langverwachte zomervakantie weer begonnen. Het was een bewogen jaar op werkvlak – waarbij we van hot naar haar gingen – op zoek naar één ding... VOLDOENING...   Ken jij ook dat gevoel? Je doet je job met hart en ziel, maar denkt dat je het niet goed genoeg doet. Een merci of dankjewel kan wonderen doen – al is het maar een klein schouderklopje – dan voelt een mens zich toch al snel de hemel te rijk?! Het gevoel dat je écht iets uitmaakt in het leven van een kind – dàt is onbeschrijfelijk. Dàt is waarom ik mijn job enorm graag doe. Dàt is de roeping van het onderwijs... JA – u hoort het goed – het onderwijs. Die branche die op zoveel weerstand van de buitenwereld kan rekenen, maar vaak ook een bron is van succeservaringen voor zowel leraren als leerlingen. Succeservaringen op alle vlakken – waarbij we proberen de leerling centraal te stellen . En ergens, is dat wel gelukt! De appreciatie die ik kreeg van de lagere-school-kindjes waarmee ik als zorgjuf werkte --- staat  toch wel recht tegenover die van enkele pubers die daarna in mijn klas zaten --- maar met een beetje FANTASIE en VERBEELDING slaag ik er toch steeds weer in om (bijna) iedereen te blijven boeien en mee te nemen in het “verhaal”.   FANTASIE is fijn – het is nog steeds een plek waar ik helemaal mezelf kan zijn. De kleine Cornelia had dit al vroeg begrepen, en ging dan ook ongestoord op in die fantasie. Als volwassene, is dit beperkter geworden – want jezelf VERLIEZEN in een DROOMWERELD, ook al helpt dat je vooruit, dat is zeker NOT DONE! Hardop zingen, luidkeels lachen als je aan ietsgrappigs denkt of iets grappigs ziet..... Probeer het maar eens, want ik ben op zo’n momenten blij dat een mensenoog geen echte kogels afschiet!   Als kind, echter, kende mijn fantasie geen grenzen... Uren kon ik opgaan in mijn Fantasiewereld – is dat voor jou ook herkenbaar?! Een fantasiewereld, die bevolkt werd door vele dieren - hun aanwezigheid zelf kon me al troost verschaffen. Zo was er een pony, of was het een paard, of neen, een éénhoorn…? Die me vergezelde op mijn avonturen door het magische land van Cornelia. Ik kon er uren over fantaseren: Een droomwereld waar veel onwaarschijnlijke dingen gebeurden. Een land om te ontdekken, waarin een meisje het heft in handen had. Zo’n land sprak enorm tot de verbeelding, ik verlangde er soms zo hevig naar…   Als volwassene, blijkt dit verlangen steeds groter te worden... TERUGKEER naar het LAND VAN CORNELIA – Als dat eens zou kunnen?!    

CVDR
0 0

Mijn Draak - een autobiografisch fictieverhaal (inleiding + I + II)

Beste lezers van AZERTYFACTOR.BE ; beste iederéén, wie-je-ook-mag-zijn... Wat zenuwachtig upload ik hieronder een herwerkte versie van mijn 'origineel' - dat ik in 2017 liet verschijnen als 'vervolgverhaal' op een eigen website ten voordele van Parkinsononderzoek... Willen jullie aub je mening geven, eerlijk en ongezouten, zodat ik kan leren uit mijn eventuele fouten? Geen idee hoe dit naar mensen toe overkomt, mijn verhaal, mijn ideeën, mijn leven... Hopelijk genieten jullie even zeer van het lezen, als ik van het schrijven!   __________________________________________________________________________________   Ergens in België, juni 2018   Beste lezer – ja – jij daar – Hallo! Aangenaam  en welkom bij mijn verhaal...  Een verhaal dat je meeneemt naar alle hoeken  van mijn verbeelding. Het bevat stukken herinneringen aan vroeger – lang vervlogen tijden – en flash forwards naar de toekomst.   Herinneringen, die realiteit waren en zijn, maar die niet noodzakelijk in de gegeven volgorde aan bod zijn gekomen in mijn leven.   Enkele jaren geleden, ging ik op tocht in het Land van Fantasie – en uiteindelijk is deze neerslag een creatieve verwerking van mijn avonturen in dit bizarre land... Met personages die je tegelijk bekend voorkomen maar toch ook bevreemdend aanvoelen. Een fantasieverhaal dus, waarbij de invloeden uit andere literaire werken duidelijk voelbaar zijn. Het staat, onder andere, bol van verwijzingen naar Antoine de Saint-Exupéry’s “Le Petit Prince”.   Geniet ervan, verlies je in mijn fantasie –                 kom jezelf tegen...              ...vind uiteindelijk jezelf...   ...en vergeet zeker niet je eigen opinie te delen! Dit verhaal wil een duiding zijn van hoe ikzelf deze ervaringen heb meegemaakt – zonder te belerend over te komen. Ervaring is subjectief, vandaar dat ik ook graag weet hoe jij dit allemaal ziet! Graag weet ik ook iets van jou – voor we beginnen - wat is jouw verhaal?!   Naam: ................................................................................. Leeftijd: ............... Woonplaats: .................................. Met welke reden lees jij dit boek? ...............................................................................................   mijndraakmijnverhaal@gmail.com           Het is nu zo’n drie jaar geleden, dat het Hoge Woord er uit kwam... Parkinson... Wacht – stop – hold the presses - WAT?!   “Jaja... Parkinson, mevrouwtje... de DAT-scan heeft het duidelijk uitgewezen – kijkt u maar even mee... Ziet u hier de oplichtende celletjes? Dat zijn DOPAMINE-cellen, en die cellen zien we veel minder oplichten op uw scan – ziet u wel?!”   De dokter praatte en praatte, ik hoorde er niets van... De hele wereld leek weg te draaien – steeds sneller en sneller, tot alles enkel  een verre waas leek te zijn. In de verte hoorde ik hem nog steeds doorgaan – maar zijn woorden drongen nauwelijks tot me door.   “Het is natuurlijk verschieten – dat begrijp ik maar al te goed – een actieve jonge vrouw op uw leeftijd... Maar het is niet het einde van de wereld, weet u...”   NIET het EINDE van de wereld... Oh nee?! En waarom leek dat dan zo? Op dat moment, leken zijn woorden wel van een buitenaardse planeet te komen – inlevingsvermogen – empathie – zag hij dan de tranen in mijn ogen echt niet?! De angst, de onzekerheid, het ongeloof, de woede...?!   “Als u wilt, gaan we voor een second opinion bij dé gerenommeerde professor... Gezien uw leeftijd, zou ik het zelfs  aanraden!”   JA, vooruit dan maar – nog meer onderzoeken... Ik liet het over me heen komen – what more could I do?! Let the games begin... AGAIN!   Terwijl hij een afspraak voor me vastlegde – of toch dit probeerde te doen – zonk de moed me diep in de schoenen...   Hoe zou ik dit ooit vertellen aan... “Slecht nieuws, mevrouwtje... Er is een wachtlijst van negen maanden bij deze professor – ondertussen zal ik al medicatie opstarten, als deze aanslaat weten we toch al iéts meer hé.”   Iets méér? Maar u kwam juist te zeggen dat de Ziekte van Parkinson wel degelijk in mijn leven was binnengeslopen... Waarover wilde u dan nog méér duidelijkheid?! Zou er kans bestaan dat u zich heeft vergist?! Dat de scan toch een verkeerd beeld gaf?!   “Daar kan ik jammer genoeg niet op antwoorden – meestal is deze scan 100% correct – maar goed, de wonderen zijn de wereld nog niet uit... We zullen eventjes moeten afwachten...”   EVENTJES zegt hij... NEGEN MAANDEN tijd zodat het zaadje dat toen ingeplant werd in mijn hoofd kon verder groeien... NEGEN MAANDEN waarop het verder kon evolueren, van een vage schim naar een tastbaar gegeven– NEGEN MAANDEN om daarna “mischien” te “bevallen” van een baby-from-hell...   EVENTJES – effe – een relatief korte tijd in een mensenleven... Maar op dat moment, écht niet voor Mij! Ik kon tijdens die negen maanden me niet van de gedachte ontdoen : “mijn leven, as-I-knew-it” was voorbij... Leven deed ik nog wel – en sterven zou ik zeker niet snel van deze ziekte – maar confronterend was het zeker wél!   Op verschillende vlakken – beginnend bij de blikken van de mensen, die op dat moment nog van niets wisten – maar ook op werkvlak eiste het een zware tol... Niets kon ik nog verdragen, van die pubers die ik geacht werd iets bij te leren. En meermaals dwaalden mijn gedachten weer af – naar mijn eigen schoolsituatie. Die leraars hadden de situatie ook niet steeds goed aangepakt – maar zeker ook niet slecht....! **FLASHBACK**   I -  een vage herinnering   Een klein meisje – met lange blonde haren – pijpenkrullen – zit aan een tafel. Rond haar, kleurrijke stoelen, die haar hard en leeg aanstaren. Stoeltjes, die een paar seconden geleden nog vol zaten met leeftijdsgenootjes. Leeftijdsgenootjes, die een paar tellen geleden hard joelend en vol jolijt de stoeltjes mochten verlaten. Ergens in de verte, hoort zij het gelach van kinderstemmen. Een hamertje tik-tik-tik. Een liedje dat wordt gezongen. Een pop die een kreet smoort van blijdschap, omdat zij uit haar bedje wordt gehoffen.   Dat kleine meisje, lijkt wel in trance… Een roes van concentratie, een waas van boosheid, proberen de tranen te onderdrukken. Kijkend naar de tafel, met allerlei afgewerkte maskers. Kijkend naar de papiermand, waar resten papier in zijn beland. Proppen in vrolijke kleuren, met hier en daar enkele bruine stroken ertussen. Die bruine papierstroken – zijn niet afkomstig van de kindjes uit de klas, neen. Zij zijn maar van één persoon. En die persoon, die is het reeds gewoon.   “Wat is ze gewoon?” vragen jullie je nu waarschijnlijk af. “Waarom zit ze daar nog alleen?” hoor ik jullie vragen.   Haar concentratie wordt onderbroken door luid jongensgelach “Kijk, juffrouw, nu knipt ze wéér scheef!”. Het bruine papier wordt uit haar handen getrokken, smalend bekeken door enkele stoere kleuterjongens. “Kan jij niet eens knippen – Cornelia…?!” hoort zij Haantje-De-Voorste zeggen, “…je lijkt wel een baby!”. Die zin echoot door haar hoofd “Baby-baby-baby…!”.   Gelukkig worden de jongens weggejaagd door een warme stem, die hoort bij een grote, slanke juf. “Laat haar maar, jongens…” hoort ze de stem zeggen “…anders is ze morgen nog stééds bezig!”. De klas barst in lachen uit – terwijl zij een nieuw ‘snorharenblad’ voorgelegd krijgt. “Komaan, meid, nog twee strookjes récht knippen en je mag gaan spelen.” Zegt de juf, die snel weer naar de andere kindjes toegaat. Even nog, werpt ze een blik op de lange benen en de rug die haar wordt toegedraaid. Onverhoopt knipt ze verder – wetend dat ze zéker vijf stroken zal moeten knippen voordat er twéé zullen goedgekeurd worden.   Crea-uurtje… Wat voor vele kinderen een ontspanning zou moeten zijn – lijkt voor haar uren te duren. Gelukkig komt er zo meteen nog een zang-uurtje aan, dàt zal hààr tijd worden. Een tijd waar zij kan tonen wat ze kan – want toontjes zingen en tekstjes leren – dàt kan ze als geen ander. Ze hoort de tonen uit de mond van de kindjes komen en…   Met herwonnen geloof in zichzelf, vangt ze het knipwerk weer aan. Met enige fierheid, kan ze een tijd later toch ook haar snorharen op het (leeuwen?-) masker vastkleven. De carnavalvakantie staat voor de deur – zou ze toch nog even spelen met de poppen, of toch de liedjes mee gaan zingen?! Snel ruimt ze op, stommelt ze naar het hoekje maar…   DDDDRRRRIIIINNNNGGG!!!                                                                                Niet meer spelen – niet meer tonen dat het wél klaar was, dat zij géén baby meer is – want alle kindjes stuiven de deur uit, zonder haar nog een blik te gunnen… De vakantie was begonnen!   II – Fantasie   Ze blijft even alleen achter – verdwaasd rondkijkend. Een tweede juf komt naar haar toe, feliciteert haar met haar werk en wenst haar een leuke vakantie. “Had ze daarnet zitten dromen?  Een flashback naar vroeger – toen ze nog wat jonger was?” Haar overpeinzingen worden onderbroken door gekuch uit de gang. De - inmiddels al iets ouder geworden -kinderen wachten op de gang, met jas en boekentas al rond en op het lijf.   “Maak voort jij!” sist een groot meisje met lang bruin haar haar toe. “Wij willen naar huis!” fluistert een ander. Trager dan ze zou willen, knoopt ze haar jas toe en stapt ze richting de lange rij. Samen gaan de kinderen de lange gang door, en wanneer ze bij de buitendeur komen weten ze met hun vrolijkheid geen blijf! “Joehoe! Vakantieeeeee!” hoort ze hen roepen en snel lopend – vliegend lijkt het wel – stormen ze de speelplaats op. Het meisje probeert hen te volgen, probeert even opgewekt buiten aan te komen, en éven lukt haar dat ook…!   Opgelucht haalt ze adem als ze aan het schoolhekken staat, kijkend naar de voorbij zwevende wolken. Nu heeft ze even tijd voor zichzelf, voordat haar mama haar komt ophalen met haar broertje en zusje. Tijd om te doen waar ze goéd in is – zingen en fantaseren…   Luid hinnikend reed ze dan op het muildier over de speelplaats. Eerst in stap – want ze moest voorzichtig zijn. Op het eerste eiland waar het bootje hen naartoe had gebracht, waren er immers inboorlingen, en die mochten haar niet zien! Haast sluipend reden ze samen door de wildernis.   Eiland na eiland doemden zo voor hen op – het éne al meer bizar dan het andere – met personages die haar meermaals hielpen te ontsnappen aan de werkelijkheid. Een werkelijkheid, die steeds méér onwerkelijk leek te worden naarmate ze ouder werd. Een werkelijkheid, waar velen haar niet leken te begrijpen – maar waar ze zeker niet het gevoel had ‘alleen’ te staan.   Zeker niet tijdens de vakantieperiodes, wanneer ze naar hartelust met Broer en Zus kon fantaseren. Even haar hoofd helemaal legen – niet meer denken aan de juiste sommen of schrijfwijze van bizarre woorden. Neen, in deze wereld leek dat allemaal bijkomstig.   Beetje bij beetje werd ze verder opgeslorpt , opgeslokt door dit gevoel van zaligheid – een staat van BEWUST ZIJN, in plaats van het ONDERGAAN – een staat van BEREIDHEID om het onbekende te ontdekken – een staat van ZICH OPENSTELLEN naar nieuwe ervaringen toe, iets wat zeker niet evident was maar toch een goed gevoel met zich meebracht...                 VOLDOENING heet dan dan...!

CVDR
24 1

Midday in Paris

 We zijn in Parijs. Gisteren aangekomen in een klein gelijkvloers appartementje. De meisjes vonden het top, ik vond het top, alleen mijn wederhelft vond het middelmatig. Lichtjes teleurgesteld. Anderzijds kon ik enkel blij zijn met het feit dat we in Parijs zijn. Op één of andere manier heeft Parijs voor mij een magie die met niets te vergelijken is.   En ja, ondanks dat ik een hekel heb aan luchtvervuiling en ik het niet zo op heb met drukte en toeristen, voor Parijs doe ik consessies. De romantiek, de sfeer van lang vervlogen tijden waar de lucht bezwangerd was van de geur van gepoederde pruiken, kunst en decadentie. In de eenentwintigste eeuw noemen we dit cultuur en lopen we met grote belangstelling en intellect langs schilderijen die ons schaamteloos vertellen over toen. Toen, toen rijk wreed en arrogant heerste over arm. Toen het gewone volk het spuugzat was geconfronteerd te worden met de excessieve uitbarstingen van voedselverspilling en de opstand groot werd door een tergende hongersnood. De tijd dat de stegen nog stonken naar uitwerpselen en de Seine nog proper was. Deze geschiedenis gaan we vandaag bekijken. In het Louvre en in Versailles. In de hoop dat we er iets uit leren. Dat we onszelf een beetje bijschaven en verfijnen om niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Dat we niet opnieuw rijk over arm laten heersen en dat we niet opnieuw vervallen in dezelfde decadentie. Dat we niet opnieuw een revolutie veroorzaken en opnieuw geen oog hebben voor de minder bedeelden.   Of is er eigenlijk niets veranderd in de loop der jaren? Onze vervuiling van nu vertolkt zich in CO2 en de gegoeden dineren nog steeds in dure etablissementen terwijl zwervers zich als hongerige honden voor de deur verzamelen. Nog steeds springen we liever veilig in een taxi dan door gure buurten te lopen waar de haat naar weelde en voorspoed broeierig in de lucht hangt en waar zwerfvuil struikelblokken vormen en stank zich verspreidt.   Gaan we dit verteren vandaag? Of gaan we met de stroom mee? De toerist uithangen en genieten van het feit dat wij niet bij de minderbedeelden horen? De geschiedenis leert ons misschien iets vandaag…

Heidi Schoefs
17 0

Te hoge corti-wat??

Naar aanleiding van het moderne woord burn-out en de kans van te hoge cortisol daarin:    Na een nacht eindelijk goed slapen, waar ik eigenlijk al maanden op zat te wachten. Stond ik met een glimlach op. Voor het eerst in weken voelde het goed aan om gelukkig te zijn. Voelde het geluk van blij zijn als een wereldwonder.   De zon scheen en zo bleek de natuur ook mee te voelen met mij. Het was een koude dag, maar zonnig. Want we deelden de kracht van geluk door de zonnestralen. Maar nog niet zonnig genoeg om het zomergeluk te delen. Het is nog een lange weg, maar dit is een begin. Het begin om niet uit een diep dal te klimmen. Maar een fysiek dal waarbij het mentale ver weg verborgen zat. Mentaal zat ik goed in mijn vel. Veel zin in al mijn dromen waar te maken, veel levenslust. Ik zal en wou iets van mijn leven maken. Maar dat was niet van mij af te lezen. Slapen, weinig eten en stilte. Dat was het enige wat ik deed. Het was te zien aan mij dat mijn lichaam uitgeput was. Maar alles wat ik alleen maar wou was leven, gewoon bezig zijn en dromen waar maken. Want ik was effectief gelukkig, wat vele dachten dat ik weer een depressie nabij was voelde ik me gelukkiger dan ooit. Maar door al die periodes van ongeluk was mijn lichaam uitgebrand. Het vuur dat me kracht gaf om door te gaan, om geluk in de assen te zoeken, was uit. In de assen was inderdaad geluk gevonden, maar de energie van het vuur, de warmte dat ervan af kwam was weg. Geen warmte voor energie aan te maken voor mijn cellen. Geen voeding voor mijn hersenen om mijn concentratie de volle loop te laten gaan. Maar mijn ziel (de assen) was eindelijk wat ik altijd wou.   Maar is dit nu echt de oplossing? Geluk vinden door fysiek er onder door te gaan? Toen ik terug warmte van de zon kreeg, voelde ik me terug fysiek aanbranden. Ik vond terug die kracht om de warmte in mijn cellen te laten gloeden. De zon gaf me terug kracht. Kracht om persoonlijk het vuur met de hand aan te steken. Maar aangezien ik geen geleerde campeerder ben, vraagt dit tijd. Ik weet nu de handelingen om het vuur aan te krijgen, maar ik geef mezelf leertijd om dit effectief te laten branden. En het vuur terug te laten branden. Zodat ik mijn leven terug normaal, maar anders kan leven. Zodat het vuur nooit meer uit gaat en ik een geleerde campeerder van mijn leven wordt. Dat mentaal en fysiek hand in hand gaan bij wandelingen en natuur mijn leidraad wordt. Ik ben er klaar voor om de weg vol natuurlijke obstakels te doorstappen en na verloop van tijd de berg omhoog te klimmen en de vlag van mijn leven te plaatsen. Met besef dat ik het heb bereikt, ik heb de grens van mentaal en fysiek beklommen en heb het gehaald. De berg van mijn lichaam, een zware tocht maar het is het zo waard.

DePauwLynn
0 0