DqM

Gebruikersnaam DqM

Teksten

Hardtwerk

Allez bekijkt dat hier nu eens. Dat hart van u. Dat ligt godverdomme in frennen vaneen. Maar allez. Dat is nu toch geen gezicht. Dat trekt toch op niks hoe uw hart erbij ligt. En er is duchtig opgetrapt. Dat zie ik. Precies of 't was nog nie genoeg dat het gebroken was. Ge moet wat profijtiger zijn op uw hart. Uw hart, dat moet ge nie zomaar aan iedereen blootstellen. Laat staan dat ge het overal gaat insteken. Zijt ge nu nog nie geleerd ? Ge steekt het ergens in en ge krijgt het verinneweerd terug. Da weet ge toch. En wie kan het weer op de juiste plaats steken ? Ja maar ja En ge hebt al zo’n teer hart En veel te vol Uwe mond loopt er van over En veel te vurig Ik weet het Gij kunt er ook niks aandoen Maar gij verbrandt u nog eens aan uw eigen vuur. Da zeg ik u. Allez geeft mij stoffer en blik. Dat ik uwen tikker bijeenveeg. Dat ik het bijeenpuzzel en plak ’t zal ewa tijd kosten Ge hebt het ver laten komen. Doeme toch. En wa plakt daar allemaal aan seg ? Woorden. Harde woorden. Nondedju. Nie moeilijk dat ge er zo verfomfaaid bijloopt. Nie moeilijk dat uw hart zo koud is Ik zal wa moeten bijverwarmen. Ik zeg het gelijk het is Da gaat hier hard werken worden. Krijgt die woorden der maar weer eens af. Zo’n kleverig hart da gij hebt. Zoudt gij eens nie ne keer goe blèten ? Dat de grootste druk d'eraf is ?   Het is tegenwoordig nogal godgeklaagd met de harten van vandaag. Dat kan ik u wel zeggen. Efkes ter info : Een hart dient om te voelen Te voelen. Hoort ge da ? Maar dat weet precies niemand meer. Voelen dat is er vandaag den dag nie meer bij Daar hebben de mensen het te druk voor drukdrukdruk Als er woorden aan uw hart blijven plakken Dan moeten die daar af. Eerst moet ge ze durven voelen. Goe voelen hoe zeer ze doen. En dan wegspoelen Eens ne keer goe blèten Gelijk een klein kind Nie zomaar eens een traantje wegpinken he Of eens efkes vol schieten Maar voluit gaan ’t zout voelen branden op uw gezicht Dat moet ge doen. Ge moet helemaal overlopen Uw hart uitstorten Uw eigenste zee produceren. Ik kan het nie genoeg zeggen : ik ben ne voorstander van blèten. Als ge blet dan spoelt uw verdriet weg. Dat is bewezen. En ge moet daar uwen tijd voor pakken.   Maar weet ge wat de mensen doen als er woorden aan hun hart plakken ? Dan gaan ze in nen denktank zitten denken. Dan gaan ze toerkes draaien in hunne kop Nieuwe vertakkingen maken in hun hersenen. En er dan van verschieten dat de Sinksenfoor dit jaar in hunne kop staat. Hun verhaal blijven vertellen en vertellen en vertellen En gelijk willen halen En zeggen dat den andere ne klootzak is En goei bewijsmateriaal hebben van zijn “klootzak zijn” En van iedereen willen horen dat den andere ne klootzak is En misschien is diene andere ne klootzak Want ik kan u verzekeren dat er klootzakken bestaan. Er zijn klootzakken Die uw hart onderscheppen, het binnenstebuiten keren En er dan ook nog eens op trappen om het vuur dat er in zit te doven. Gewoon omdat ze nie kunnen uitstaan dat gij zo’n vlammend hart hebt ’t Is daarom dat ik u zeg : ge kunt zaken van ’t hart nie oplossen met uw verstand. En ook al is er ne klootzak in ’t spel En ook al hebt ge gelijk Uw hart heeft daar niks aan Voor waar ik zeg het u. Dus toerkes gaan draaien in uw kop Dat haalt niks uit. Meer nog : ge wordt er zot van. Maar ik snap wel dat mensen het doen. Tristesse is nie zo sexy.   Als ge weent dan willen ze altijd weten waarom Precies of ge moet u verantwoorden voor uw tranen En als ge dan zegt waarom, dan zeggen ze “och trek het u nie aan” Precies of gij hebt ervoor gekozen om het u aan te trekken Precies of ge kunt het zomaar u ineens nie meer aantrekken. Precies of zij hebben een gebruiksaanwijzing van hoe ge dat dan moet doen Of ze zeggen “ tis het verdriet nie waard” Dan vraag ik mij af wat is het verdriet dan wel waard sèg ? Bestaat er misschien ne lijst ergens in Brussel waar allemaal redenen opstaan voor tristesse ? En als uw verdriet er nie opstaat Dan is het het verdriet nie waard Dan moet ge maar stoppen Of ge wordt er op gewezen dat er mensen zijn die het nog veel erger hebben dan u Precies of er is een volgorde van belangrijkheid Precies of het ene verdriet sluit het andere uit. Ik kan daar iets van krijgen. Tristesse dat is ne paria. Ge zijt al triestig. En dan moet ge het nog inhouden ook. En niemand die bedenkt wat dat met ne mens zijn hart doet O en soms wordt het wel normaal gevonden dat ge weent Als er iemand dood is bijvoorbeeld Of efkes bij liefdesverdriet Maar het mag dan ook weer niet te lang duren of de goegemeente heeft schrik dat ge gaat afglijden En iedereen gaat het onderwerp uit de weg En de mensen gaan moeite doen om u op te vrolijken Iedereen wil van alles met u gaan doen En ge wordt meegepakt naar festiviteiten Om daar schijnvrolijk te wezen Zodat de mensen kunnen zeggen Ze is er precies al over Amai, ze is sterk En dan zijn ze content Want ze hebben u geholpen En dat gij dan ’s avonds ligt te blèten in uw bed Dat telt nie Want dat ziet niemand Wat een gedoe En als ge nie meedoet met da spel en toch uw smart laat zien dan zijt ge nie goe bezig En dan wordt ge vermeden En dan zijt ge nie alleen triestig Ge zijt ook nog eens eenzaam. Ik weet nie wat dat is met verdriet Waarom zegt nu nooit eens iemand : blèt maar eens goe, weet ge wa , Ik doe mee. Want iedereen heeft toch zo zijn verdriet Waarom zet nu eens niemand zijnen bleitsmoel op facebook en op zijne status : gaat kapot van verdriet ? Hoeveel likes zou dat opleveren ? Nee, het moet vooral plezant blijven We moeten lachen want YOLO En carpe diem en hakuna matata Awel : ik protesteer, ik protesteer hard. Er moet eerst geblet worden En dan kunt ge weer lachen Zo simpel is ’t.  

DqM
0 0
Tip

Leo de kameleon

Leo was een kleine kameleon. Diep onder zijn vel zaten felle oranje, rode, gele, blauwe, groene en paarse tinten. Kleuren zijn gevaarlijk, zeiden zijn mama en papa. Je moet de kleur worden van de plek waar je bent. Je moet je vel aanpassen aan andere dieren. Zo blijf je goed verstopt. En kan niemand je pijn doen. Dat is ons geheim. Als Leo in het bos was, werd hij dus groen en bruin. Bij Lieveheersbeestje werd hij oranjerood en zwart. In bad werd hij zo wit als het schuim. Flink jongen, zei mama. Je bent een kanjer, zei papa. Leo voelde zich geen kanjer. Onder zijn vel voelde hij het oranje, rood, geel, blauw, groen en paars tintelen. Eén keer had Leo stiekem zijn kleurenpalet uitgeprobeerd. Alle kleuren die in hem zaten, waren er in één keer uitgekomen. Leo keek naar zichzelf in het grote meer aan het bos. Hij sprong van opwinding en bleef maar lachen van geluk. Dit wilde hij aan iedereen laten zien. Maar buurman Kameleon had hem al gezien en vertelde alles aan zijn ouders. Je blijft twee maanden binnen, zei papa. En geen computer, zei mama. Maar, zei Leo, jullie hebben geeneens mijn kleuren gezien. Ze zijn mooi. Mijn oranje is nog meer oranje dan de zonsondergang. Mijn rood is roder dan bloed. Mijn blauw is blauwer dan de lucht op een zomerdag. Mijn groen is groener dan pas gemaaid gras. Mijn paars is paarser dan violet en purper tezamen. Het is gevaarlijk. Punt uit, zeiden mama en papa. En dus bleef Leo binnen en werd grijs : de kleur van zijn saaie bestaan. Zijn huid jeukte. Zijn lijf spande. Hij kneep zijn ogen dicht en beet op zijn lippen. Hij rolde zich op als een pasgeboren kameleon. Zo hard deed Leo zijn best om niet te veranderen in een regenboog. Hij voelde zich klein, heel heel klein. Op een dag gebeurde het toch : Leo's kleuren ontploften als een bom uit zijn vel. Daar stond hij : kleuriger dan tienduizend regenbogen. Hij was bang en blij tegelijk. Blij omdat alle kleuren er nog waren. Bang omdat dit verboden was. Grijs, grijs, grijs, dacht Leo, ik MOET terug grijs worden. Maar de kleuren vlamden harder dan ooit. En daar hoorde hij de sleutel in het slot. Mama en papa waren thuis. Leo spurtte naar de badkamer, draaide de kraan open en goot de hele fles badschuim in het water. Leo, waar ben je, hoorde hij mama roepen. In bad, piepte hij. Wit, wit, wit, dacht Leo, ik MOET wit worden. Mama en papa lachten toen ze Leo’s ogen zagen blinken in een grote wolk schuim. Gekkerd, zei mama, waarom huil je ? Toen zagen mama en papa het vage kleurenpalet onder de zeepvlokken. Het gaat vanzelf, huilde Leo. Mama tilde hem uit bad. Haar stem trilde : ik…ik…ik wist niet dat jij zo’n wondermooie kleuren had. Ongelofelijk, stamelde papa. Ik wil ze zo graag laten zien, fluisterde de kleine kameleon. Zal je dan voorzichtig zijn ? , vroeg mama zacht. Altijd, riep Leo. Je bent een kanjer, lachte papa. En zo voelde Leo zich ook : een echte kanjer.                      

DqM
2 1
Tip

Florence en de feeks (een modern sprookske)

  De feeks vroeg aan de spiegel aan de wand Spiegel o spiegel wie is de schoonste van ’t land De spiegel zei ’t is dat ge ’t nu vraagt aan mij Maar d’er is eigenlijk iemand anders dan gij Haar naam is Florence , z’is vurig en gewoon En daarom zo echt en door en door schoon De feeks werd zot en trok haar haar uit hare kop Ze dacht : dat zal wel zijn; dat geluk dat moet op   Ik heb hier nog nen agenda degelijk verstopt ‘k Zorg dat dat contentement stillekes aan flopt ik vermeng heimelijk wat gif met venijn Ik doe er wat nijd bij en massa’s chagrijn En toen de wereld draaide gelijk de Sinksenfoor Had die Florence nog altijd niks door Alles werd zwart en haar lijf trilde gelijk zot Ze viel omlaag en haar hart scheurde kapot   Een knaagdier vrat haar van binnenuit op Er zat een slang in hare nek, een schroef op hare kop 100 kilo lood duwde op haar middenrif De dokter zei : maar ge zit gij vol gif En de feeks die danste een Polonaise alleen Hip hip hoera ze ligt in frennen vaneen Pardon, zei de spiegel, ‘t is wat ambetant Maar ze blijft toch nog de schoonste van ‘t land   Haar hart is gebroken maar ‘t vuur is nie weg Ik kan er nie aandoen,’ t is gelijk ik het u zeg De feeks werd koleirig van de weeromstuit En zei als’ t zo zit, awel, dan ruk ik haar hart eruit Florence sliep en plengde ondanks het cliché Zoute tranen in haar eigenste zee Om haar hart dat brutaal leeg werd geroofd Om het vuur in haar dat bijna werd gedoofd   Toen de feeks graaide met haar gelakte nagels in't zwart greep Florence naar haar nasmeulend hart Ze was bang maar tufte in de feeks haar gezicht Zei : als gij denkt dat ge mij hebt ontwricht Denkt dan maar rap iets anders, serpent Ik heb nog nooit iemand zo zielig gekend Daarop ontblootte Florence haren decolleté Haar hart vatte vuur en trof de feeks. O nee!   Het serpent dook krijsend in Florence haar zee Bij nader inzien was dat een vrij fout idee Het zout vrat zo waanzinnig diep in haar huid Dat ze niet meer wist wat ze deed en naar verluidt Is zij daarna gestruikeld en gevallen van nen berg Ze verdween onrustwekkend. O ja dat is…erg ;-) En Florence ? Awel, haar hart is terug vol En 't vuur in haar brandt gelijk de costa del sol   Florence floreert,  ze staat parmantig weer recht Misschien komt u haar wel ns tegen in ‘ t echt.      

DqM
2 1

Fraudebestrijding

Het gaat helemaal mis met deze wereld. Schietpartijen, vluchtelingen, armoede en nu ook nog eens een misdrijf op onze eigenste hogeschool. Door onze studenten godbetert. Ik haast me me naar het epicentrum van informatie : de leraarskamer. Het is de collega ethiek die hen op heterdaad betrapt heeft en tekst en uitleg staat te fezelen. Hij had hen al langer in de smiezen, maar toen de jeugdige delinquenten hun hoofden naar elkaar toedraaiden, was het bewijs onweerlegbaar. “ Welk bewijs ? “ vraag ik “ Van de fraude “, getuigt de collega triomfantelijk. “ De fraude “, herhaal ik langzaam. “Ge bedoelt dat ze hebben afgekeken ?” Mijn collega knikt, de mond vergenoegd in een streep. Rond hem staat een handvol lectoren belangrijkheid te veinzen. Dat het toch godgeklaagd is. Ik kijk van de ene collega naar de andere en terug. Ik zoek de ogen van onze directeur die we voortaan heel modern unit-manager mogen noemen. Jezus. Ik dacht dat mijn eigenste studenten voor de ogen van hun lector drie miljoen euro hadden verduisterd om het geld te versluizen naar een Zwitserse bankrekening en het vervolgens waren gaan witwassen op de Kaaimaneilanden. Dat ze op een hacienda in de Caraïben en op youtube uitdagend een cubaanse sigaar zaten te roken. Dat dacht ik. Maar het gaat – o ja nostalgie ! – gewoon om ouderwets afkijken. Mijn hart doet een eenzame polonaise. Waar is de tijd ? Ik beken : ik deed het in mijn broek bij de gedachte aan afkijken alleen al. Ik was stikjaloers op mijn heldhaftige vriendinnen die vlijtig etiketten plakten aan de binnenkant van hun grijze uniformrok. Die hun Snoopy-lat van kleine klevertjes voorzagen en hun stevige billen uitdagend volschreven met de grondlagen van de Condroz. Ik heb het één keer gedaan. Bij Els Vanbeeck. Dat biecht ik op omdat ik mijn straf heb uitgezeten. Ik snapte destijds niks van de fietspomp. In het toenmalige VSO ( Vernieuwd Secundair Onderwijs jaren tachtig) leerde iedereen Latijn en technologische opvoeding in het eerste oriëntatiejaar. Els Vanbeeck snapte de fietspomp en ik kon de verbuiging van servus. En het was de week van Broederlijk Delen. Ik bakte niks van dat hele afkijken. Mijn gerede twijfel was veel te zichtbaar voor die van wiskunde die toezicht deed en mij toch al niet kon uitstaan.  Stond ze daar zogenaamd wat in haar meetkundige oneindigheid te staren om mij dan vlak voor het belsignaal alle vreugde van een geslaagde operatie te ontnemen. Resultaat van het afkijken : een E ( dat was een buis in het VSO) en een buitenspeelverbod. Het principe “non bis in idem” was mijn ouders vreemd. Het ach en wee-geroep in de leraarskamer doet mij stoppen met mijmeren. Deze nostalgie is onbetamelijk. Dit is geen afkijken meer : dit is Fraude en Fraude is weerzinwekkend. Punt. Ik panikeer. Een onzichtbare hand knijpt mijn keel dicht. Een knaagdier vreet aan mijn maag. Niemand mag dit weten. Ik moet zwijgen als vermoord. Mijn dossier moet hic et nunc vernietigd worden. Iemand moet infiltreren in het Heilig Graf van Turnhout. Ik ben een delinquent. Door een grove nalatigheid loopt er op deze hogeschool een misdadige lector rond. Ik zou mijn ervaringsdeskundigheid als verschoningsgrond kunnen opwerpen, maar ik ben ook nog eens een nul op het vlak van surveilleren. Twintig jaar al sta ik in januari, juni en augustus toezicht te doen en nooit ofte nooit heb ik ook maar één student kunnen betrappen op afkijken. Ik heb nooit geleerd hoe het moet. Echt echt niet. Er was geen vak “Technieken van het surveilleren”. Niks. Ik heb het zelf uitgezocht. Naar godsvrucht en vermogen. Jaren van onrust en onzekerheid heb ik doorstaan. De hel was het : doen alsof je studenten bespioneert en ondertussen afkijken bij zelfzekere collega’s. Hun onkreukbare blik. Hun pronte houding. Ik weet niet wat dat met mij is. Ik kan het niet. Nochtans heb ik de ogen van mijn moeder en zij was winkeldetective in de GB. Duizenden betrappingen heeft zij op haar conto. Op dat van mij staat al jarenlang een schuldgevoel. Want natuurlijk begrijp ik dat we in deze tijden van nultolerantie niet voorzichtig genoeg kunnen zijn. Fraude in het onderwijs is onaanvaardbaar en moet in de kiem aangepakt worden. Zonder genade. Ik beken ootmoedig mijn schuld en incompetentie in deze. Hoeveel studenten zijn door mijn verzuim onrechtmatig in het bezit van een diploma ? Ik ben een gevaar voor de samenleving, een tikkende tijdbom. Daarom beste overheid : geef centen – veel graag – voor de misdaadbestrijding. Het is een zaak van nationaal, wat zeg ik  : internationaal hoogdringend belang. Bespaar op uren. Verhoog die werkdruk, het inschrijvingsgeld en de pensioenleeftijd. Belast desnoods de allerlaagste inkomens. Zeg desnoods foert tegen het hele sociale zekerheidssysteem, maar investeer alstublieft in fraudebestrijding. U hoeft dat niet voor elke hogeschool te doen. Enkel voor de onze is genoeg. Een mens kan niet met iedereen solidair zijn. Ergens kan u daarvoor wellicht nog wel wat geld vinden. Niet dat ik denk aan een belasting op vermogenswinst. Ik zou niet durven. Alleen al omwille van de gedachte, spoel ik mijn mond met zeep. Doe het voor het te laat is. Voor het onderwijs, pijler van onze dierbare democratie ten onder gaat aan de misdaad. Dank bij voorbaat. Geheel de uwe. Dominique Minten

DqM
0 0

Publicaties

Slagen en Verwonderingen, theatertekst. (2008)
Wild van hart, theatertekst. (2010)
Toch bedankt, theatertekst (2011)
Poeha, theatertekst/liedteksten (2012)
"Precies of allez", liedtekst voor Turnhout, culturele hoofdstad (2012)
"We gaan voor Groen ", dialogen voor promotiefilm verkiezingen (2012)
Leo de kameleon (Werkmetzin 2019)

Prijzen

Liefde voor lyriek, 2015
Schrijvers zonder vlees, 2016
Six word story Passaporta, 2019