Gebruikersnaam Woorderlicht
Jolien is apotheker, lindyhopper, dierenvriend, vrouw en dichter. Hier brandt Woorderlicht; toegankelijke gedichten om door te lezen in je dagelijkse leven. Wees welgekomen!
lang kan ik haar kijken ik hou ervan, het beeld van haar ze verdraagt haar vertrouwde gezicht de ogen en haren zacht aangezet als met zilverstift maar daaronder een mond rechtuit met pen en scherpe kanten getuit hoe ze zorgelijk haar karakter aantrekt donker ook vegen van houtskool ik herken haar aan de paar houdingen waaruit ze kiest, de beste dekmantel altijd aquarel ze kan lang de dag in staan onbeweeglijk en duldig hoe ze haar beeld afwacht lang zal ik haar lezen lang zal ze mij leren dat ze getekend door het leven er gekomen is dat zie je ze is mijn lievelingsfiguur zij zal met tijd misschien vervagen maar zij zal nooit uitgegomd ik hou haar voor altijd bij als een eerste tattoo op mijn schouder voor mij wordt ze het nooit, echt ouder alleen maar meer van betekenis
Steeds vaker droom je de jaren als minuten voor je uit. Wat met de volgende tien. Te vroegvoor de job van je leven? Waar kan je minstens 38 uur per week met je hart en ziel heen. Als de tijd juist zit, zal je een eerste, een zoveelste of geen kind verwekken. En wanneer van alles genoeg, vlak voor het te laat is, nog één keer omkijken en zelf kiezen te vertrekken. Er wordt gezegd dat er een God is die lacht om onze plannen. En toch. Zijn we tot in onze kernen voorgeprogrammeerd? Zelfs onze chromosomen gecompacteerden nog, ze blijven splitsen. Openen zich als minuscule accolades. Hoe ze ons plaats geven. Het serieus lang kan duren (zelfs driekwart leven) eer we turen door hun kieren schijnbaar niks zien en leren: het is op microscopisch veel verlangen dat we teren. En plots zit je er terug. Vooruit starend in de les wiskunde. Je juf krult armen rond een niks op bord en jij vraagt je af waarom je ook dit weer voor het leven moet gaan onthouden. De lege verzameling. Waarvoor die ooit even dienen zal.
heerst er dan een bovenaardse kracht waarin wij geloven laat geen gewaad ons groots, maar een kosmische kolos ons kleins beloven een midden in solitaire standpunten een kort kassaticket als wij genoeg inkrimpen het uitdijen alleen nog naar ons binnen toe lukt het misschien samen te verdwijnen als supernova in een paar miljard keer machteloos te verschijnen bedaard als sterrenstof en zij die onverbogen weer naar andere woorden trekken laat ze gaan, laat ze lopen, hoe zijn we zo ver gekomen daar komt een wereldlijder gecontroleerd ten val en leeft nog kort en gelukkig
gelijke warmte heeft van al mijn badwater lichaam gemaakt een kleverig laagje vandaag druipt van me af tot op de badkamervloer visco-elastisch trek ik na druk met vertraging terug naar mijn vorm ik glunderlach en glim in zachtgele schemer als een net uit het kuipje gekiepte flan met karamel je meest vereenvoudigde zelve is waar je met de gulzigste goesting naar zocht
Er was eens een mens die gezien wou maar niet rechtstreeks Het bracht een mens die zich vragen stelde bijna uitzinnig Nog net op tijd keerde de mens de vraagtekens om tot hengelhaakjes waaraan uit hordes voorbijsnellende mensen enkele bleven hangen als pijlen wezen: ‘Kijk hier, hier woelt het leven’
dat je graag iets doet omdat het nu nog kan, witte rozen opknopen tegen de wind dat je al hard kan missen wat er nu nog is, veertig voetstappen als een marathon dat wat je niet uitspreekt even niet bestaat, zoveel zenuwbanen zomaar zinderend ja een eindmens weet dat als straks bijna ophoudt het laatste wat je wil doen, leven is als wie je waardig bent