Lezen

De eieren

𝗗𝗲 𝗲𝗶𝗲𝗿𝗲𝗻 Als de kippen 's morgens vroeg nog op hun stok zitten, zie ik het goud zelden passeren. Ik bedoel het goud dat de ochtendstond in de mond zou hebben. Zeker die zaterdag niet. 's Nachts had ik de slaap niet kunnen vatten en wat doet een mens dan? Hij vat iets anders. Een boek, zijn telefoon, de afstandsbediening of iets uit de koelkast. Hij zet zich op de zetel, gaat iets later terug naar bed, valt weer niet in slaap en vertrekt vervolgens terug naar beneden voor hetzelfde traject. Om 7 uur 's morgens had ik van al dat op en af geloop mijn 10.000 stappen voor die dag bijna bereikt. Om de dag toch smakelijk te starten vroeg ik mijn huisgenoten of ze zin hadden in spek met eieren. Dat had ik niet moeten doen, want in de koelkast had iemand de nieuwe doos met eieren bovenop de oudere gezet. En op die oude eieren stond geen datum. Daarom moest ik met de eitjes de versheidstest doen. Blijven ze op de bodem liggen in een beker met water? Of gaan ze lichtjes omhoog? Een mens zit daar 's ochtends niet op te wachten. De eieren ook niet. Ik kreeg het aardig op mijn heupen en kon een paar vloekwoorden niet tegenhouden. "Nu heeft hij niet alleen ambras met zijn eigen, maar betrekt hij er die arme eieren nog eens bij", zei onze oudste al gapend vanop de zetel. Ik bromde iets van eieren en onderaan, maar niemand verstond me. Beseffend dat zoiets geen frisse start van de dag was, besloot ik eerst een douche te nemen. Misschien kwam de gouden ochtendstond zoals water uit de kraan. Terug beneden zei ik goedemorgen en wenste ik iedereen een fijne dag. Ook de eieren. Al is dat braadpangewijs beschouwd een ietwat minder geslaagde uitdrukking.

Rudi Lavreysen
24 0

De lenteplooi

De lente brengt de wereld naar buiten. We groeten de bloesems, in sommige tuinen neem je al barbecuegeuren waar, de terrastafels en –stoelen worden uit de kelder van het café gehaald en de wielertoeristen fietsen hun winterbenen los. Na hun lentetocht zetten ze zich aan een fris gepoetst terrastafeltje. Daar zaten wij ook. Van de rust genietend, mijn krant lezend en me afvragend of het warm genoeg was om mijn vest uit te doen. Het wielerpeleton naast ons evalueerde de gepresteerde kilometers. Het waren noorderburen zo bleek. Een van de renners was in een vrolijke bui en klikte en tapte met zijn fietsschoenen op de terrastegels alsof het tapdans schoenen waren. Hij had er plezier in. Ik had al een paar keer boven mijn krant zijn richting uitgekeken, maar toen in het café de klassieker 'Heb je even voor mij?' weerklonk, en de waard de radio nog wat luider zette, ging hij helemaal los. Hij kon amper op zijn stoel blijven zitten. Tap klik tap klik tap tap klikkerdeklik tap. Zijn wielerkompaan naast hem zette het op een fluiten en een derde wielrenner maakte aanstalten om het refrein volmondig mee te zingen. Maar vooraleer hij luidkeels 'Heb je … ' zou uitstoten, bedacht hij zich en zette zijn bierglas aan de toch al openstaande mond. Mijn verontruste blik had misschien geholpen. "Denk aan iets anders", zei mijn vrouw. Dat ging niet meer. In mijn hoofd zag ik de wielrenner zoals Gene Kelly in de gietende regen 'Singing in the rain' zingen en ondertussen tapdansen. Met een fietspomp in de hand in plaats van een paraplu. Het volgende liedje was een traag nummer. Het tapdansen stopte. De wielertoerist riep de waard. "Wat hebben jullie van de tap?", vroeg hij met een Nederlandse tongval. Ik glimlachte en dat bracht mijn gezicht alsnog in een lenteplooi.

Rudi Lavreysen
9 0

Streepjesman

Ik ben een streepjesman, duidelijk geen blokkenman. Al lijken geruite hemden om de zoveel jaar opnieuw in de mode te komen. Zoals nu. In de jaren tachtig liep ik ook rond in een hemd met rood en zwart blokpatroon. Hemd uit de broek natuurlijk. "Weer eentje met strepen?”, zegt mijn vrouw als ik opnieuw een trui of T-shirt met lijntjesmotief tevoorschijn heb gehaald. “Ge weet toch dat horizontale lijnen niet afslankend werken.” Het is lief hoe ze het voorzichtig uitdrukt. We bevinden ons in de provinciehoofdstad in een winkel met de Engelse naam voor ziekenhuis. Ik haal een trui met dunne horizontale lijnen uit het rek. Een ontwerp van Paul Smith. Ik trek hem meteen aan. “Dat staat u heel goed meneer”, zegt de verkoper die stilletjes tot bij me is gekomen. Het lijkt wel een scène uit ‘Wordt u al geholpen’ met mister Humphries die bij me staat. Mijn vrouw staat iets verder en luistert mee. “Het is inderdaad mooi”, zeg ze. “Maar die horizontale lijnen weeral.” Ik weet wat er komt en haal een theorie naar boven die ik onlangs in de krant heb gelezen. “Grote en slanke mensen komen goed weg met streepjes, maar voor kleine en iets vollere mensen is het geen goed idee. Tenzij het over dunne strepen gaat. Die maken je optisch veel minder breed.” “Klopt”, zegt mister Humphries. “Ik heb dat artikel ook gelezen. Al was dat vooral naar vrouwen gericht. Maar voor mannen zal het ook wel kloppen”, knipoogt hij. De trui gaat mee naar huis. Daar vraag ik aan onze jongste of hij weet van wie deze trui is. “Dit is een trui van Paul Smith”, zeg ik. “Oh”, reageert hij laconiek. “En moest die man zijn trui dan niet meer hebben?” Je moet toch altijd zo opletten wat je zegt.

Rudi Lavreysen
11 1

De waarheid: Hoe de Tip Van De Week van M. De Ridder over MCH tot stand kwam

Ianthe wreef in haar ogen, gaapte naar een griet in rode lange jas die voor haar verscheen, staarde naar de witte bloemen in haar haar, glimlachte zuinig, zag dat het bloemenmeisje naar de vrije stoel aan haar tafeltje wees en nam schuifelend plaats. Wat doet een bloemennimf in Café Sport? ‘Ik ben Marjan,’ zei ze met een stem als een boterbloem. ‘Marjan De Ridder. Ik ben dichter -slash- rapper, schrijver, illustrator en leerkracht.’ Ianthe schudde haar hand, een hand met op de nagels bloemetjes getekend. Nagelillustraties? Een klasjufje dus. Wat moest die van haar? Ianthe zei niets en liet de hand met de bloemennagels los. ‘Je vraagt je waarschijnlijk af, wat ik hier kom doen? En waarom ik naar jou vroeg?’  Asjemenou, een helderziende dichter -slash- rapper! Ianthe kon een zucht door haar tanden niet onderdrukken. Ze keek Café Sport rond, zag geen bekenden en bracht haar hoofd dichter bij Marjan. ‘Mevrouw De Ridder, dichter -slash- rapper, waar kan ik jou mee helpen, want dat doe ik graag als altruïst -slash- Wereldverbeteraarster. Wist je dat er mensen zijn die beweren dat altruïsme niet bestaat? Dat anderen helpen, de straat oversteken bijvoorbeeld, puur egoïsme is? Maar dat is niet waar, mensen streven niet het puur maximale na, ze laten graag nog iets over voor anderen.’ Marjan leek even van haar stuk, herpakte zich, haalde een A4-tje uit haar aktetas en schoof het op tafel, richting Ianthe. ‘Lees dit,’ zei ze dwingend. “Wie is er gek? of One step d'r out!' van MCH” stond als titel gedrukt. Wie is er niet gek, dacht Ianthe. ‘Je moet mij helpen,’ zei Marjan, ‘ik zit helemaal vast. Ik hoorde van de redactie van AZF dat jij hier expert in bent. Ghostwriter zelfs.’ ‘AZF… die klotebende, rotmongolen,’ mompelde Ianthe. ‘Ben ik mee gestopt,’ herpakte ze zich, ‘bracht niets op.’ ‘Ik heb geld, veel geld,’ zei Marjan. Ianthe trok een wenkbrauw op. Veel geld? Als leerkrachtje zeker, dacht Ianthe, met nagels illustreren zal het ook niet binnenstromen.  ‘Ik geef je tweeduizend als je een recensie over dit topstukje schrijft.’ Dit wijf is gek, dacht Ianthe, tweeduizend lire? Of roebels? Kusjes? Ze is niet mis, misschien een trio met Alberto? Werkt ze als lichtekooi? Daarom zoveel geld? ‘Euro?’ vroeg Ianthe. ‘Wat anders?’ Dit wijf meende het. ‘Voor een paar lijntjes?’ Misschien bedoelt ze drugs? ‘Ianthe, het is een meesterwerk. En van MCH!’  Who the fuck is MCH, dacht Ianthe? Dit kind snuift lijm, of flipt van de boterkoekjes. ‘Doe je het?’ vroeg ze smekend, met lippen als een eend. Smeken als een eend? Duckface flowergirl kent de poses niet. Gelukkig waant ze zich geen actrice. Ik laat deze malloot vooraf betalen, dacht ze. ‘Isgoe,’ zei Ianthe, ‘het verlangen om goed te doen, de drang naar juiste kennis en de zoektocht naar schoonheid is voor mij belangrijk.’ Tweeduizend flappen ook, dacht ze. ‘Oh, kan je vooraf betalen? Handje contantje?’ Marjan De Ridder haalde vier briefjes van vijfhonderd uit haar portemonnee alsof het briefjes van vijf euro waren. Mevrouw De Ridder is loaded! Ianthe nam de briefjes aan, plooide ze in vier en stak ze in haar decolleté.  ‘Deal! Je topstukje krijgt een recensie van jouw hand, enfin de mijne, maar in jouw naam. Had je al iets bedacht?’ Marjan nam een tweede vel papier uit haar tas en legde het bovenop het eerste. ‘Nog niet veel,’ zei ze blozend. “One step beyond. MCH kopt in het kortverhaal “Wie is er gek? Of One step d’r out” meteen binnen met impressies van een verhouding tussen huurder en verhuurder.” ‘Niet slecht,’ mompelde Ianthe, ‘helemaal niet slecht.’ Ze schraapte haar keel. ‘Ik snap waarom je mij verzocht. Deze openingszin is loos, platjes, droog, niet fleurig, zou jij moeten weten, met je bloemetjes in je haar.’ ‘Ik weet het Ianthe, het mist bloemetjes.’ ‘Precies,’ zei Ianthe smalend, ‘impressies is te gewoontjes, maak er sfeerische impressies van, dat verstaat geen kat, maar toont dat jij niet gewoontjes bent, speciaal bent, dat je niet gewoon een dichter bent, of een rapper, maar een dichter -slash- rapper, begrijp je?’ De bloemen op haar kop knikten. ‘Zelfde probleem met verhouding, enfin, omgekeerde probleem, dat woord is te zwaar, te heftig, heeft iets nodig, iets zachter, bijvoorbeeld banaal, maak er banale verhouding van en je openingszin is af.’ ‘Wow,’ zei Marjan, ‘ze overdreven niet.’ ‘Die losers van AZF?’ vroeg Ianthe, dacht aan de tweeduizend op haar tieten en las de tweede zin. “Elke zin is een vuist.”  ‘Serieus, mevrouw de Ridder?’ zei Ianthe. ‘Dit lukt misschien in het eerste leerjaar, of geef je les in de peuterklas? Zinnen in een recensie verdienen lengte. Doe bijvoorbeeld volgende.’ Ianthe schrapte vuist, verving het door gebalde vuist en vulde de zin aan zodat ie klonk als een klepel: “Elke zin is een gebalde vuist in een aanslepende ruzie tussen de twee hoofdpersonages.” ‘En dat kan jij zonder de tekst gelezen te hebben?’ schrok Marjan. Ianthe haalde haar schouders op. Ik kan alles voor tweeduizend ballen, dacht ze. Meer had Marjan niet.  ‘Dus zover zat je?’ vroeg Ianthe nodeloos, meer om haar belang te onderstrepen, te benadrukken dat ze die tweeduizend waard was. ‘Hier zit ik vast,’ zei Marjan. ‘Het is een kortverhaal, juist?’ zei Ianthe. ‘Dus het is een verhaal, maar toch is er ruimte, en omdat er te weinig gezegd wordt, weet de lezer niet alles, juist?’ Marjan knikte instemmend. ‘En er is conflict, dat is er altijd? In een tijdspanne?’ ‘Weet ik niet,’ zei Marjan. ‘Doet er niet toe,’ zei Ianthe, ‘wat denk je van volgende: “Het kortverhaal is compleet maar laat ruimte voor mijmeren, laat de lezer twijfelen over wie of wat nu de meeste olie op het vuur gooit. In enkele zinnen toont de schrijver hoe waanzin in de mentale toestand van beide betrokkenen sluipt. Doordat de schrijver verschillende highlights in de week van de figuren opgooit en handige schijnbewegingen maakt in de tijd-ruimte interpretaties doorheen het verhaal krijgt de eigenlijke inhoud van de verhaallijn nog meer gewicht.” Marjans mond viel open. Ze staarde naar Ianthe al zag ze een geest verrijzen, op de muur kloppen en driemaal naar de wc gaan zonder doorspoelen. ‘Die MCH,’ zei Ianthe toen Marjan bijgekomen was, ‘heeft hij iets van een eigennaam gebruikt?’ ‘Madness, dacht ik,’ zei Marjan. ‘Madness?’ herhaalde Ianthe. ‘Dacht ik toch, wacht, check de tekst.’ Marjan greep het blad onder het vel papier waar Ianthe op schreef. ‘Niet nodig,’ zei Ianthe en hield haar tegen. ‘Madness will do.’ Ze schreef verder: “Toch weten we niet wie Madness is en of de gekte in het huis zit, in het hoofd van de verteller, de sfeer of de personages. De woorden hebben nog laagjes.” Laagjes, dacht Ianthe, dat werkt altijd. Toujours, dacht ze, een Frans of Engelstalig woordje gebruiken, dat werkt ook altijd. Maar is misschien hier niet nodig. Het is een ijzersterke tekst, vond Marjan. Dan mag dat nog eens gezegd. ‘Viel er je nog iets bijzonders op, aan die tekst, bedoel ik, niet aan het leven in het algemeen, of aan de stand van de maan, of aan hoe hier in café Sport de mannen scheef aan de toog hangen.’ Marjan keek naar de mannen aan de toog, likte haar lippen en tuurde opnieuw naar het blad waar Ianthe zo meteen nog een zin op zou kliederen. ‘Wel, euh,’ stamelde Marjan, ‘eigenlijk wel. Ik begreep niet goed waarom MCH op het einde er plots twee andere figuren bijsleurde. Dat leek me overbodig.’ ‘Overbodig,’ herhaalde Ianthe, ‘daar kunnen we wat mee.’ “Wanneer de schrijver dan op de valreep nog twee extra personages introduceert, klikken alle zinnen in een context en krijgt de lezer pas een resoluut besluit op zijn bord.” Ianthe las de recensiezin voor en Marjan lachte hardop, als een manische patiënt die te horen kreeg dat er nieuwe pillen uitgevonden werden, en dat zij als testcase uitgekozen werd. ‘Prachtig,’ siste Marjan. ‘Waarlijk prachtig, echt prachtig, zeer prachtig.’ Voor een dichter -slash- rapper toch arm van woordenschat, dacht Ianthe. Ach wat, rijk met geld, niets dat met euro's niet opgelost kan worden. Essentie vinden, daar kwam het nu op aan. ‘In drie woorden, Marjan, waar gaat dit stuk over?’ vroeg Ianthe. ‘Drie woorden?’ De bloemen in haar haar leken te verwelken, drooggezet door de moeilijke taak. ‘Of vier, maar niet meer, gewoon wat is de essentie, als er al een is, want essentieschrijvers, dat vind je niet veel meer, en al zeker niet op AZF. Je vond dat verhaaltje toch daar? Of heb je stiekem het uitgeknipt van een echte literatuursite? Alhoewel, met die start: One step beyond.’ Ianthe gniffelde even, tokkelde met haar vingers op de tafel als waren de vingers astronauten die de maanlanding oefenden, schraapte haar keel en herhaalde haar vraag. ‘Drie à vier woordjes dus, Marjan, over dit topstukje.’ ‘Goh,’ zei Marjan, ‘iets over een dakappartement en dat die kerel rare dingen doet om geen lawaai te maken en met een oud wijf die hem weg wil of zo.’ Tellen geeft ze niet, dacht Ianthe. Een, twee, drie, vier, hoedje van, hoedje van. Spuwt dat kind hier zowaar de langste zin uit in het hele gesprek, terwijl duidelijk drie á vier woorden gevraagd werden. Die leraresjes luisteren niet. Of verzon ze dat lerares zijn ook op haar cv? Schrijver en illustrator, dat is iedereen met een pen en papier. Maar moet je voor lerares geen opleiding genieten? Is dat geen beschermd beroep? Zou het wel moeten zijn, vond Ianthe. Voor de toekomst van de kinderen, en dergelijke. ‘Let op,’ zei Ianthe, schreef en las daarna voor: “Dit verhaal klimt tot in de nokjes van een fantastisch-realistisch studioappartement, vernielt de onschuld van oma’s en verkent de mentaal ongezonde compromissen die vaak voorkomen in een ongelijke machtsrelatie. De schrijver doet dit op zo een vrije en amusante manier dat ik het flitsverhaal graag zou zien doorgroeien tot een novelle of roman.” ‘Tot een novelle of roman?’ vroeg Marjan. ‘Weet ik veel,’ zei Ianthe, ‘is dat niet een mooi compliment, en tegelijk gebruik je de magische ik-zin, trek je jouw wil erbij, over wat jij - want daar gaat het toch om - wil. Dat jij verdomme wil dat die MCH jou een novelle schrijft, of God betert het, als hij echt wil, als hij echt jou wil plezieren, als de muze met bloemetjes in je haren die je draagt, een roman!’ De ogen van Marjan glinsterden, de kaken bloosden, en mocht Ianthe niet beter weten, ze leek te dompen op haar stoel. Dit grietje werd hier geil van. En Ianthe werd ervoor betaald. Betekende dit dat ze… Aan wat anders denken, dacht ze. Kan ik hier nog meer geld uitsleuren? Zoals het een echte professional betaamd? ‘Vind je dit goed genoeg?’  ‘Goed genoeg? Het is meesterlijk, Ianthe!’ Marjan klapte in haar handen. ‘Dit is de beste recensie ooit verschenen op AZF.’ ‘Dat kan wel zijn,’ zei Ianthe, ‘maar voor vijfhonderd extra, word jij de held van de recensie?’ ‘Vijfhonderd is geen probleem, maar hoe dan, hoe ga je dat flikkeren?’ Ianthe stak haar hand uit en vormde een kommetje. ‘Handje contantje?’ ‘Tuurlijk, dom van me,’ zei Marjan, nam nog een briefje, plooide het in vier, leek zich even te bedenken of ze het in Ianthes decolleté zou proppen, maar besloot dan toch het gewoon in het kommetje te leggen. Ze liet niet na Ianthes hand te strelen. ‘Thanks,’ zei Ianthe, ‘watch and learn. One step beyond!’ Ze nam haar pen en in één vloeiende beweging schreef ze: “Ik kon alleen maar denken: heerlijk toch zo een beetje drijven tussen absurdisme, ruzie en geluidsoverlast. En vond als podiumdichter (slampoëet) een soort punchline in een kortverhaal, maar daar zoekt u zelf maar naar. Eén ding is zeker: MCH maakt in dit verhaal geen enkel ongezond compromis.” Ze bekeek het vel papier. Best slordig handschrift heb je Ianthe, dacht ze. Ooit wordt dit ingekaderd, opgehangen in Tate Modern en zullen duizenden ernaar staren en de goddelijkheid bewonderen. Ianthe draaide het vel papier naar Marjan, die het gretig vastnam en luidop las. Toen ze slampoëet bereikte, schokte haar stem en liep een traan over haar wang. ‘Bedankt Ianthe,’ ze stond op, omhelsde Ianthe, kuste haar vol op de mond en probeerde haar tong binnen te wurmen. Ianthe beet op haar tanden. ‘Sorry Ridder,’ zei Ianthe, ‘dat is voor Alberto.’ ‘Ken ik Alberto?’ vroeg Marjan. ‘Neem je werkje, ga naar huis en typ het over.’ Ianthe keek hoe Marjan haar spullen pakte en Café Sport buitenwandelde. Geen foute kont, dacht Ianthe, waarom ben ik zo trouw aan Alberto?  Ze streelde de briefjes door haar borstenhouders. Tweeduizend vijfhonderd flappen.     (De personages in dit fragment zijn verzonnen; elke gelijkenis met bestaande plaatsen, met gebeurtenissen, met levende en/of dode personen, berust louter op toeval.) (Vrij naar 'Tip van de week van 30/03' in opdracht van MCH)

TonyCoppo
59 4

Al dat eten

"Ik ga hier snel binnen", zei mijn vrouw. "Doe maar", zei ik. "Dan schuil ik daar even", naar het café wijzend 50 meter voorbij de winkel. "Hoezo schuilen?", antwoordde ze, "het is prachtig weer". Ik wilde vooral schuilen tegen de drukte van de winkelstraat. Elk excuus is goed om paskamers te vermijden. Het was een huiskamerachtig café. Niet meteen passend in de winkelstraat, waar alles op elkaar lijkt. Het was alsof ik de Lekke Ketel binnenkwam, het café uit het boek van Harry Potter, die toegang geeft tot de Wegisweg.   Ik plaatste me aan een ronde tafel. Naast me zaten twee vrouwen en een man. Op de tafels lagen tafelkleedjes. De man van het gezelschap heette André. Dat wist ik snel omdat de vrouw naast hem het bij elke zin vermeldde. "Gij zijt niet zot van olijven hè Andrè. Als er op een pizza liggen, geeft hij ze aan mij, hè André." André, ik schatte hem een jaar of zestig, had een schuimend streekbier voor zich staan. Ik bestelde hetzelfde bij de patron en stak mijn hand op naar André toen ik ervan proefde,  zoals buschauffeurs dat doen als ze elkaar tegenkomen met de bus.   "En ansjovis", ging de vrouw van verder. Ze kwam op dreef. Er volgde een opsomming van wat André niet graag had. Ik dacht aan de uitdrukking die wel eens aan Willem Elsschot wordt toegeschreven. “Zwijgen kan niet verbeterd worden.” Ik draaide me om, want ik meende aan de kachel een Elsschot-achtig figuur te zien zitten, met de pijp in de hand. Maar er zat niemand. André had een snor zoals Elsschot. Misschien was het daarom. “Kiwi's, lychees, passievrucht, zalm, kappertjes, artisjokken, …”. Ze bleef maar opsommen. “Het is me wat hè Andre, al dat eten.” André knikte bevestigend. “Maar wat zullen we straks eten André?”

Rudi Lavreysen
10 0

Renewal By The Dessert (part of TheWildlander's Ember stories).

Snippet 1 It had been hours since the sun had set, yet the dark red sand remained hot. I must admit that I had been utterly unprepared. My Robes and wide hat had been fashioned in such a way to protect me from the scorching sun. But now that the heat came from below, it created a bubble against my skin af trapped sweat, heat and blistering pain. I didn't dare to stop to heal my heatburned legs, for I feared I mightt not get up again. It would still be two hours before we would reach the next oasis. Two hours of heat, pain and exhaustion. Snippet 2I noticed how cold I felt, before I regained any other senses. I remembered tumbling on my knees in the desert sand for what seemed mere seconds ago. I shivered as the contrast in temperature from my last memory and the currest state of my body failed to reconcile. I openend my puffy eyes. My neck stung as I moved to propperly take in my surroundings. I laid on a small stone bed in a dark grey tent. Not all like the simple tents my expedition used, but one fashioned by elaboratly decorated canvas. A seemingly endless chain of iron was woven into it and along hung small droplike gemstoned.  How had I come to find myself in a deamonic Welltent? Snippet 3I stayed four days in that Welltent, while the deamonic doctors helped me back to health. None of the doctors spoke my language, so I couldn't ascertain how many days I had been unconscious, how I got there or how long I would need to get on my way again. Yet their ailments and ols seemed to help, for my burned and blistered skin healed rapidly. Shortly after my fourth sunset in the Welltent, a turquoise skinned deamon entered my tent. She was older and wore a white surgeons gown that had seen better days. She was humming a soft chant as her eyes glared rapidly from her clipboard to me and to the clipboard again. She shook her head. The small gems and golden chains that were fixed between her silvery horns rattled.  She sat down on the stool next to my stone bed and took hold of y arm. She continued humming and gently started pinching my sunburned skin between her long fingers. The places that she touched turned white for a few seconds. She seemed to nod approvingly. Snippet 4She wrote something down on her clipboard and stood up slowly. “Please follow me. Some fresh night-air will do you good.”, she said in a fluent Lanrian accent. After not having been able to communicate with anything more than some basic hand signals and nods, it took some time before I realised that I understood what she had said. I got out of bed, awkwardly fumbling with the spacious silken robes the deamons had given me. “Could you tell me what day it is?”, I asked and added: “You are the first person, well first euhm.” My throat was sore. I swallowed. “You are the first individual that I've spoken to that speaks my language .”  A joyful smile appeared on her face. “For your question, it is the fifth day after your human Saldrian Specialday. As for your puzzlement: the others were male.”, she said. Seeing my confused face she added: “They are male. The lesser educated.” Snippet 5The night-air outside  the tent felt much cooler than I had expected and even though it the sun had set, my eyes still needed a multitude of seconds to register my surroundings. The deamons had set camp in a small oasis with long trees that probably provided ample shadow during the day. Most tents were clustered in a crescent shape around a stone pool, with my tent being the tail end. I inhaled deep and focused my eyes on more distant objects to relax the tension that had build up in my recti. I slowly let my eyes drift from the small cooking fires to huge round nuts in the trees to the wooden palisade and back.  Snippet 6“Do not toutch the Water of Slaver, for this oasis is a holy place for deamons. If are in need of water, you must take it from one of the pumps.” The doctor pointed her long fingers towards a stone building surrounded by tents. The small building was intricately decorated and stood out as it was the only permanent construction in sight. “I am at the Oasis of Selkier?”, I asked to her as much as I asked to myself. Her face grew dim and her joyfull hum stopped abruptly. “You should refrain youself from using his name.”, she said. “If any of the clergy hear you they might take great offence.” I mumbled an appology and she begged my goodnight. I stared at the firelights reflecting on the water and pondered. The Oasis of Selkier was located at least two days of travels from where I had lost consciousness. Was it just good fortune that had brought me to my destination?

TheWildlander
8 1

There are no Russians in Kiev: aflevering 6

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana: “Onze president Zelensky heeft gelijk. We moeten erkennen dat de Oekraïne geen lid van de NAVO kan worden. Het Westen moet ons andere veiligheidsgaranties geven. Het is voorbij, Radoyka! Het is gedaan met ons land, krayina! Er rest enkel te kijken wie we nog kunnen redden!” Radoyka: “Panikeer zo niet! Vanmorgen is het misschien erger geworden. Misschien… Er is dan twee of drie keer het luchtalarm afgegaan. Syrena dlya povitryanoho nalʹotu! Ik heb doffe knallen van de inslagen gehoord en misschien ook artillerievuur. Er lijkt nu een offensiefje bezig. Er gebeurt wel iets, maar laat dat niet zorgen voor onrust.” Oksana: “Drie miljoen mensen zijn op de vlucht in het buitenland en drie miljoen in ons krayina, verdreven uit hun huizen! Zovele vrouwen en kinderen hebben afscheid moeten nemen van de mannen. Ze zijn op de laatste treinen gekropen voor de hoofdstad leeg liep. Een hand tegen het treinvenster en dan met een zakdoek vechten tegen de vele tranen. Slʹozy, slʹozy. Een plastieken zak of een rollator is alles wat de vluchtende vrouwen bij hebben. Ze wilden, maar konden niet blijven. Huizen zijn kapot of volledig afgebrand. Zlamanyy, z·horiv… “ Radoyka: “Hiernaast was een Vlaamse reporter aangekomen, in de flat van dat meisje dat naar Tsjechië is gevlucht.” Oksana: “Die man, die met een bestelwagen met hulpgoederen is aangekomen? Ik vroeg mij al af ‘wie is die man met die furhon, wat doet die hier?’ Hij had geen toegangskaart tot het appartement en een soldaat met een kalashnikov heeft hem in de parkeergarage nog aangesproken. Volgens mij is het een Russiche spion!” Radoyka: “Geen spion, dat is die zhurnalist. Er zijn gelukkig vrijwilligers die dapper genoeg zijn om van Lviv naar Kiev te rijden in zo’n busje om legerhelmen tot hier te brengen. Die hebben hem meegebracht” Oksana: “Gelukkig zijn de Belgen de file gewoon, dus wat is een reisje bij nacht over hobbelige binnenwegen, twintig uren langs allerlei blokposten waar je je paspoorten dan moet tonen.” Radoyka: “Nu, die Vlaamse reporter, die репортер, was maar aan het filmen en foto’s nemen in de buurt gaan ons appartement. Dat schoot mij toch wel in het verkeerde keelgat, weet je Oksana!? Ik heb de eigenares met hem contact laten opnemen. Toevallig had zij nog een andere leegstaande flat. Ze heeft hem naar dat gebouw doorverwezen. Veel mensen brengen nu de nacht door in onze parkeergarage. Maar niks voor mij hoor, de nacht doorbrengen op een harde vloer.” Oksana: “Het zijn de laatste dagen van Kiev! Ons leven is voorbij!” Radoyaka: “Wanhoop niet, pani Oksana! De opmars van de rosiyany is gestopt. We gaan winnen tegen de Russki! Het centrum van Kiev zullen ze nooit bereiken! Een stelletje baydyky kan onze stad nooit vernielen. Wat stuk is ruimen we op. Winkels en appartementen. Dat is alles! Kiev gaat de dans ontspringen. De overwinning ligt voor ons. De Russki durven geen stap meer verder… “ Oksana: “Ben je niet te positief?” Radoyaka: “Er staat een stralende zon aan een blauwe hemel! Lekkere vitamine D, gratis ter beschikking! Iedereen is meteen naar buiten gekomen. De mensen maken allen een toffe wandeling, wat ik ook gedaan heb. De rekken in de winkels zijn tot de nokken gevuld en de bakker om de hoek verkoopt nog steeds de beste koffiekoeken in de hele wereld! Zelfs in België hebben ze niet eens zulke lekkere patisserie. Kiev gebak, dat smelt op ieders’ tong. Je weet wel, zoals M&Ms. Superlekker!”

Autisme Storm
6 0

There are no Russians in Kiev: aflevering 5

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana: “Dag Radoyka. Zou er snel een wapenstilstand komen? Er zijn vandaag weer nieuwe gesprekken online voorzien met de Russki.” Radoyka: “President Putin had nooit gedacht dat we zo eensgezind achter Zelensky zouden staan. Een president die heeft gezegd ‘desnoods te willen vechten tot de laatste druppel’. De Panji dachten dat wij met bloemen in de straten zouden staan en gingen applaudisseren als de Russische tanks voorbij zouden komen. We zijn broederlanden, maar anderzijds ook al acht jaar in conflict met elkaar in het oosten. Oekraïne is enorm veranderd sinds 2014 en dat hebben ze in Moskou niet begrepen. Putin leeft in een sprookjeswereld zonder besef van een Oekraïens volk en een Oekraïense natie. Maar we vechten als leeuwen voor ons land en onze vrijheid.” Oksana: “Elke dag bombarderen de Russki ons land meer en meer in puin, dorp na dorp, stad na stad moet eraan geloven. Niemand is waar dan ook nog veilig tegen bommen, tanks en soldaten. Niemand gaat ons volk herinneren…” Radoyka: “De ene boek na de andere zal verschijnen met verhalen over onze heldhaftigheid. Hoe gewone burgers Russki танк tegenhielden door er simpelweg voor te gaan staan. Hoe president Zelensky, de barmhartige, de genadevolle, de onweerstaanbare nu de heerser, beschermer en vormgever wordt van het Oekraïense volk. Hoe hij en zijn vrouw het aanbod van president Biden tot evacuatie naar Amerika weigerden om bij hun volk te blijven. En hoe de Oekraïense verdedigers op Slangeneiland een Russisch oorlogsfregat dat tot overgave opriep beantwoordde met een vette ‘fuck you!’. Of onze acteur Pasha Lee, 33 jaar, die kinderen uit hun huis hielp evacueren in Irpin. De evacuatie die de Russki bemoeilijkten door beschietingen. Pasha trok zijn kogelvrije vest uit en gaf het aan een kind om dit te beschermen. Hij was de stem van de Lion King en The Hobbit en werd gesmoord door een Russki m’yach. Een kogel doodde een leeuw. Deze narratieven zullen eeuwig meegaan!” Oksana: “Je bent wel erg positief, intussen worden al onze gebouwen en steden aan puin geschoten en beginnen mensen honger te lijden… “ Radoyka: “Amerika gaat nog 200 miljoen dollar aan wapens sturen. Dat is 1,2 miljard dollar militaire steun van president Biden de voorbije maanden.” Oksana: “Waarvan we nu al weten dat deze wapens via smokkel bij allerlei groeperingen terecht gekomen zijn, binnen en buiten Oekraïne, van neonazi’s tot terroristen die de islam misbruiken om een islamitisch kalifaat te stichten. Er is totaal geen controle meer wie die zbroyi momenteel in bezit heeft en wat die of zijn hrupa er mee gaan doen… De Duitsers stuurden 1.200 bommen, waarvan 900 in de prullenmand moesten omdat er zoveel schimmel opstond dat onze soldaten speciale pakken dienden te dragen om niet ziek te worden. De wereld wordt echt geen betere plaats met al die zbroyi die ze nu naar Oekraïne sturen. Ze moeten praten, niet vechten!” Radoyka: “Putin kan het hele land kapot bombarderen, maar hij zal nooit de harten van ons volk kunnen veroveren of onze eigen wil breken. Onze eendracht, onze harmonie kan niet kapot.” Oksana: “Ons land is zlamanyy!”. Radoyka: “We bouwen het weer op!” Oksana: “Maar eerst een wapenstilstand!”

Autisme Storm
10 1

Wie ben ik?

Ik lees een autobiografie waarin de auteur een beschrijving geeft van de huizen waarin hij heeft gewoond. Hij zoekt een antwoord op de vraag wie hij is. Het is een van de stappen op zijn zoektocht. Het zijn maar liefst 21 woningen. Voor mezelf tel ik er 4. Zo vaak verhuizen lijkt me een helse job, zeker met de meer dan duizend boeken die hij heeft. Maar boeiend is het wel. Ook al ken ik zijn huizen en appartementen niet, ik zie ze helemaal voor me. "Vind je dat niet erg?', vroeg een vriend, nadat ik hem had verteld dat ons ouderlijk huis er niet meer staat. Nee, omdat die herinneringen aan het huis zich voor mijn ogen afspelen, zoals een film die je nooit meer vergeet. Een film die zich blijft afspelen. Zo is het kippenhok in het jeugdverhaal dat nu op de schrijftafel ligt in mijn hoofd een getrouwe kopie van het kippenhok achteraan in de tuin, waar vader menig uur heeft gesleten. Niet zoveel als de kippen natuurlijk, maar zijn beestjes kwamen niets tekort. Net zoals de vethaantjes die hij om de paar jaar opzette. In de aanpalende schuur stond een oud gasfornuis waarop hij in een vaalgele kastrol de aardappelen bereidde voor de beestjes. Hij stompte er nog wat sla en andere groenten in, want de dieren moesten gezond groot worden. De geur van de stamppot kwam tot aan het huis. Moeder vond het niks. Als de kastrol niet meer op het vuur kwam en vader zijn bijl tevoorschijn haalde, bleef ze binnen. “Doet ge een beetje voorzichtig Harry?" Maar ze stond wel aan het keukenraam te kijken, zodat ze op haar sloffen snel bij de schuur was, mocht er daar iets gebeuren. Je raakt ze niet kwijt, al die beelden. Ze maken wie ik ben.

Rudi Lavreysen
5 0