Lezen

De verschijning

November 2023. De warmste maand november sinds 1850. Het jaar dat een onverklaarbare dood over Mark kwam tijdens zijn vakantie in Spanje. Weggeplukt in een flits wat enkel de Goden kunnen verwezenlijken. Als een stier die tegen hem aanliep werd hij de adem ontnomen. Zijn vrouw en kind stonden er bij en keken er naar. Hij keerde niet meer terug, of toch?   Juni 24. De warme zonnestralen breken door op het door Mark aangekocht terrein. Enkel een verminkte serre en door klimop omgeven schuurtje geven je er een huiselijk gevoel. Rozenplanten en appelbomen vertonen kleine groene bladeren die snel volwassen wensen te worden en het beenirriterende gras sluipt hoger als water dat klimt in een vollopend bad. Een roodborstje volgt de grote voetstappen van Marks neefje, nieuwsgierig als een hond die een tenniswedstrijd volgt waar de bal van links naar rechts wordt gespeeld. De neef heeft er een erezaak van gemaakt om het terrein te beheren en ongewenste planten als bramen en brandnetels te verwijderen om het gezin van Mark te ontlasten met de uitputtende handelingen. Op die ene dag in juni veranderde alles. Midden op het terrein vlak naast de glazen serre links,  waar een flink uitgezette druivelaar in groeit vechtend voor elke millimeter zonnestraal, vond hij iets heel onverwachts. Een golfbal. Maart 25 De wind loeit door de kamer al zijn de ramen gesloten. De golfbal staat te blinken op de zwarte eikenkast. Er staat in het vetgedrukt en zwarte inkt het cijfer 1 op. "Er zal wel een buur zich in het spelletje hebben geïnteresseerd en de serre als doelwit hebben gebruikt" denkt de neef. Ondertussen werden er bij elk bezoek nieuwe ballen gevonden. Steeds 1 per keer. Wel 20 in totaal.  In zijn ruwe door bramen opengereten handen ligt een streekeigen magazine waarvan de titel niet de moeite is om uit te spreken. Tijdens het zacht ombuigen van de flinterdunne pagina's ontdekt hij een foto op pagina 7 die zijn aandacht trekt. Die foto heeft hij eerder gezien. Hij heeft die 7 jaar geleden uit een eerdere editie van hetzelfde magazine geknipt en in zijn dagboek verwerkt. Roos-zwarte kleuren die een horizon uitbeelden boven een eenzame donker geïllustreerde populierenboom.  Zijn blik verschuift naar rechts en hij leest de betekenis van de foto:" uitvaartcentrum De Laet." Bewondering valt af te lezen op zijn gezicht, en hij voelt zijn hart een slag overslaan. De foto die hem 7 jaar geleden al interesseerde verwijst naar een uitvaartcentrum en heeft dezelfde achternaam als de overleden man. Mark De Laet. Een huivering speelt weer op en hij krijgt een onweerstaanbare drang om een schaar uit zijn keukenkastlade te halen en de foto en achternaam uit te knippen. Een geest lijkt de daden in te fluisteren in zijn oren, zo gedreven knipt hij beide delen haarfijn uit. Een moment van stilte. Hij leest de naam De Laet, draait het uitgeknipte kaartje uit onverklaarbare nieuwsgierigheid om en leest daar met grote verschrikte ogen dat wat hij nooit zag aankomen. Op de achterkant las hij het woord:" Mark" De neef was overtuigd dat de geest van Mark nog iets wilde vertellen. In de maanden er op volgend werden er bewegingen waargenomen op camera's in de garage, als een ufo die zich vergist heeft van luchtruim en overal opbotst tegen opdoemende donkere wanden. Er verplaatste een blauwe zitbal in de woonkamer alsof er iemand er een trap tegen gaf en er plezier in had zich er bovenop te werpen zodat je een trampolinesprong krijgt.  Er werd beweging waargenomen in de hoek van de hobbykamer tijdens het bespelen van zijn gitaar.  De geest nam uitvoerig de tijd om de muzikale uitvoering te bewonderen van het nog in levende familielid. juli 26 De golfbal ligt nog steeds op de kast, stilliggend in de dag voor het blote oog maar in de nacht zorgt een licht briesje voor het wiebelen van de wit ronde vorm.  Een verschijnsel onzichtbaar maar opmerkbaar door het stijgen van de haartjes op je armen waakt over het slapende lichaam een paar kamers verder, wachtend of de neef levend of dood de volgende dag voor zijn neus zal staan                        

Edsauti
12 0

Het leven is me er eentje

Het kan niet alle dagen feest zijn, maar als het dan geen feest is, dan kan het leven behoorlijk vervelend worden. Ik had deze morgen gerust vrede kunnen nemen met de laatste korsten van mijn brood tot ik ontdekte dat de muizen die de spouwen van mijn ongeïsoleerde bestaan bewonen zich er al te goed aan deden. Als dank kreeg ik een handvol hagelslag cadeau, zo vriendelijk zijn ze wel. Toch bedank ik liever voor dit ontbijt. Heel even nog probeerde mijn koelkast mij te verleiden op zoek te gaan naar de benodigde boter. Met een verwelkomend gebaar strekte ze haar deur zo ver mogelijk open als een kind dat wil tonen dat het weldegelijk zijn tanden had gepoetst. Daar wist toch het kleinste kind al hoe je daar onderuit kan geraken. Je mag je niet laten vangen, een mens houdt ze maar beter in de gaten.  Gelukkig wist ik ook die muizenissen van mij af te schudden. De gang en het vooruitzicht van de razende buitenwereld die zich kenbaar maakt als het verblindend licht door de ruit van mijn voordeur priemt, voelden aan als een zucht van bevrijding. Het geklungel met de veters van mijn schoenen gijzelt mijn vingers en de wisselende druk op mijn borst ontneemt mij meteen weer vrij te ademen. Ik klungel wat aan alsof ik niet meer wet hoe mijn veters te strikken. ‘Doe eens kalm’ wilde ik mezelf niet zeggen en toch hoorde ik het de hele tijd gonzen als een hartslag in mijn oren. Het pompen hoort eerder als een verbrijzelen. Eindelijk zongen mijn voeten en in twee stappen zwaaide de poort van het licht open.  Met een ronde bocht zo groot als zijn draaicirkel, draai ik mijn lichtgrijze Taunus tussen de Fiesta en de Ibiza uit het baanvak op. De linker raam gaat met een piepend geluid in het ritme van mijn draaiende handbeweging naar beneden tot ze zich te slapen legt in mijn portier. De radio kraakt wat maar valt dan midden in een nummer dat bluer than velvet were her eyes kreunt over deze walgelijke ochtendblues. Zo blauw als mijn Taunus, de ogen van mijn siamese kater en de lucht op deze zonovergoten ochtend. Waar zat dat rotbeest eigenlijk? Kon ik dan niet een ding van hem verwachten? Nee zo is het leven.  Inmiddels sta ik op de parking van de supermarkt. In de achteruitspiegel zie ik brave burgers zoeken naar dat inmiddels zeldzaam geworden muntstuk. De sleutel die ons toegang geeft tot onze trouwe charettes altijd klaar om uw toekomstig afval mee te zeulen door de winkel. Eenmaal de rollende slachtbank gepasseerd, scheiden de wegen opnieuw. Eerder onverschillig nu ik het zo bekijk. Ik wacht even tot die halve gare zijn oude gebruikte kar kan slijten aan een nieuwe klant,  maar het duurt even. De hoofdjes van het verse koopvee knikken braaf voorover om elke sociale interactie te kunnen vermijden. Ook andere sociale funerarium technieken worden toegepast. Iemand doet of hij iets zoekt in zijn zakken, een ander begint te bellen met zichzelf, een ander verzint de halfbakken smoes dat ie geen wisselgeld heeft.  Nog even en het wordt irritant. Ik kan niet uitstappen anders verlies ik mijn onverschillige pose. Ik heb altijd wat voorradig om zulke aanstellers te omzeilen, maar nog meer verkies ik te doen alsof het niet bestaat. Beter verdient zulk gespuis eenvoudigweg niet. Je riekt zulke humanisten, ja want dat zijn het, al van ver. Dat heb je dan als je met open ramen van het leven wilt genieten, de geur van zelfvoldane goedzakken want ook zij zijn het waard. Ze rieken naar zeemzoet geloof in een met honing overgoten wereld waar kinderen zichzelf wel zullen opvoeden, een geloof in de mens ontdaan van al haar onaardigheden in het leven. Zoals muizen die je ontbijt verkloten of een huiskater die niet thuis geeft wanneer zijn enige raison d’être zijn opwachting maakt, maar de jacht hem niet roept.  Mijn blik verglijdt naar de zijspiegel op rechts. Een stel lange benen die je kunnen uitbenen vanop het trottoir aan de overkant, kliefde doorheen mijn gezichtsveld als was het door de boter die ik zou gaan halen in de supermarkt. Als omkijk zie nog net een rietenhoed en een witteblouse verdwijnen. Snel frutsel ik een kauwgom of drie uit het potje voor mijn handrem en gooi mijn deur open. Plots was ik op jacht naar de rest van de benen. De deur slaat dicht als ik reeds voorbij mijn kofferbak ben, maar ik zie niet meteen een verschijning die beantwoordt aan de driftigheid waarmee ik mijn Taunus ongesloten achterliet.  Dat is een zeldzaamheid. Ik sta stil en kijk even rond. Als betrapt moet ik lachen al weet ik eigenlijk niet goed om wat dan precies. Toch heb ik iets mispeutert, ik heb alle bloemen uitgetrokken en ik maakte het veel te grof. Zo vroeg op de ochtend en opnieuw laat ik mij mijn onschuld ontnemen. In mijn gedachten vliegen de benen nog verschillende keren door de lucht als concordes in de bovenste lagen van het luchtruim terwijl ik mijn weg naar binnen neem. Ik vergeet de kar en been rechtstreeks naar de gang met drank. Net als ik de textuur van haar blouse weet te ontrafelen, zie ik dat mijn voeten tegen elkaar voor het rek staan met speciaal bieren.  Twee halve liters stout vervoegen mijn handen en fluitend loop ik naar de kassa. Als een slag bij heldere hemel opende het gouden uur zich. In plaats van een brood, hagelslag en boter, had ik nu de oplossing gevonden in boterhammen waar niet op te knabbelen valt.  Opnieuw voelt het leven weer als een deugeniet aan, een kwajongensstreek waar om gelachen kan worden, maar nog steeds heeft het me liggen.   

Anton Nymand
0 0

Metamorfose: verander de wereld,  begin bij je zelf

Ik begon het nieuwe jaar met ‘word jezelf’,dus waste ik mezelf schoon van oude namen,schreef mijn angsten op briefjes, verbrandde ze als offers aan de god van ‘persoonlijke groei’ en hing in mijn kledingkast alleen neutrale tinten:beige voor de ziel, grijs voor de toekomst, zwart voor wat ik niet durfde uit te spreken. Ik stond om vijf uur op, niet uit discipline, maar omdat slapen steeds meer voelde als een belofte die mijn lichaam niet kon houden. Ik dronk citroenwater met mindfulness, terwijl mijn gedachten als ratten aan de binnenkant van mijn schedel knaagden: Ben je genoeg? Ben je genoeg? Ben je… Jij kwam in de lente, met handen vol citaten over ‘voorbestemde ontmoetingen’.We bouwden een liefde van Pinterest-quotes en avonden waarin we ‘geen telefoons gebruikten’. Je zei: Je verdient iemand die je ziel ziet.Maar toen je keek, zag je alleen wat ik had gecureerd: een museum van glimlachen zonder tanden, een tuin waar niets bloeide, maar alles ‘netjes’ was. We probeerden ‘less is more’. Dus gooiden we emoties weg die niet pasten in onze minimalistische relatie. Geen ruzie, geen tranenalleen een stilte die zo dik werd dat we erin vastliepen, alsof het tapijt onder ons was veranderd in beton. Toen zei je: “Groei gebeurt buiten je comfortzone.”Dus stapte ik naar buitenmaar buiten was alleen regen en een wereld die niet wist dat ik bestond. Ik probeerde grenzen te stellen, maar mijn ‘nee’ klonk als een blad dat van een dode boom viel: zacht, onopgemerkt, nutteloos. Op een nacht, om 3:33 uur, zei je: “Misschien moeten we stoppen met proberen te redden wie niet gered wil worden.” Ik knikte. Want ik wist: jij bedoelde mij. Maar ik bedoelde jou. En misschien bedoelden we allebei onszelf. Nu woon ik in een appartement dat perfect is voor Instagram: licht, luchtig, levenloos. Mijn avondroutine eindigt altijd met hetzelfde gebaar: ik kijk in de spiegel en vraag niet meer wie daar staat. Ik zeg gewoon: “Goed gedaan. Je hebt de dag weer overleefd.”Alles op zijn plek. Zelfs mijn afwezigheid.

Merlijn
0 0