Lezen

Kassa 2

Kiezen is verliezen. Zo merk ik toch vaak in de supermarkt. Deze ochtend nog. Ik koos kassa 2. Die met enkel bancontact. Die zal wel snel gaan. Veel tijd had ik niet, er wachtte nog een volle dag. Een luid gelach aan kassa 1 steeg op, de hele kassarij genoot van een grap. Verloren. Kassa 2 bleef ernstig. Ach, andere kassa’s zouden wel even saai zijn als hier. Tot ik de lange, grijzende man aan kassa 3 opmerkte. Hij keek me even indringend aan maar vervolgde dan zijn gesprek met de dame achter hem in de rij. Zijn stem klonk diep. Zij laadde haar kar uit. Ze droeg een elegant broekpak, het zat als gegoten. En hakjes en sieraden. Mijn sneakers en comfi jeans betekenden niets. Niet sexy. Verloren. Ik was zelfs mijn oorbellen vergeten. Ik zag hem nog knipogen naar haar. Ze bukte zich voor een pak melk. Ik ving zijn blik terug op. Hij bleef kleven. Verward draaide ik me om. Ik focuste op mijn boodschappen. Net niet te veel om in 1 keer 2 verdiepingen de trap op te kunnen dragen. Dat doe ik al 20 jaar. Sinds de scheiding woon ik in een appartement. Het huis bleef bij mijn ex. Zo hadden we gekozen. Verloren? Was er wel een keuze? Had het anders gelopen als ik toentertijd hem niet was tegengekomen op mijn eerste job, in de computerzaal, tussen printers en bandenkasten? Als ik psychologie was gaan studeren in plaats van informatica? Als mijn vader er niet op had gewezen dat computers de toekomst gingen uitmaken?  Als ik geweten had wat kiezen?   Mijn beurt. Ik scan mijn klantenkaart en laad mijn herbruikbare boodschappentas in. Ik leg de diepvrieskrokketten op het gehakt. Het vlees moet vers blijven. Straks is er een Sintfeestje bij mij thuis.  Het eerste echte Sintfeestje voor mijn kleinzoon. Met fikse stap loop ik naar mijn auto, het miezert. Vanonder mijn regenkap zie ik de grijze man nog even opkijken naar mij. Zou hij vrij zijn? Zou ik een kans nemen? Zou ik hem nog terugzien? Ik glimlach even snel terug. Hij kijkt al de andere kant op. Dame broekpak laadt haar boodschappen uit in haar Porsche. Ach laat maar, deze oma heeft een missie. Gekozen!  De tafel is gedekt. Lichtslingers hangen op. Voor de kerstboom is het nog net te vroeg. Twee kartonnen boeken met flapjes liggen te pronken op de kinderstoel. ‘Bumba’ en ‘Mijn eerste sprookjesboek’. Oma kon weer niet kiezen. Mijn kleinzoon wint. Mijn leven ook.  

Lumes
7 0

New Blue & Old Flesh

  Het is gelukt. De vraatzuchtigen verlaten paleis verlaten. Kijk omhoog. Het blauw is nieuw. Kijk niet om of Hello Fresh brengt morgen zout met friet. Het is gelukt. Er kwamen eindeloos veel barsten in de muffe serres. Adem weer en steek een natte middelvinger in de lucht naar alle goden van dat zwelgend volk. En eindelijk. Illusies krijgen echte lenteknoppen. Straks schijnt weer die schoonheid op de wanden van de grot. Ja. Echt. Hoera. Roze bijbels mogen worden bijgekleurd met spoken. Vurige bessen worden weer ontdekt, zonder navigatiebrol of pientere machines. Het is gelukt. Alles is weer eigenwijs, geurt naar punk en puberrebellie Bevrijd zijn de gitaren, hersenschimmen en kanaries vliegen rond die schedels vol met zelfverzonnen strijdverhalen. Wat wil een ziel nog meer? Kunnen lichamen dit zuiver feest nog aan? De stadskern stroomt weer vol met vrolijk volk. Ze dragen lentebloemen rond de nek, ze smijten met de rijst van oud geluk. Ze zullen wachten op coureurs uit het verleden. Oh, wat mooi. De lucht is blauw. Cool Blue kan dan toch die pure sponsor worden, deelt thans gratis schermen uit. Goddelijke stemmen preken over die terugkeer naar de holen met vertrouwde beelden op die wand. Herontdek de gouden kooien, klinkt uit megafonen. Zefs de rattenvanger zoekt nu menselijke volgers, want de geesten van weleer, die zo vertrouwde troep... ...alles ligt er nog en smeekt naar witte tanden, ogen die slechts staren willen naar een oude schaduw.       uit de reeks 'Waanhoop'      

Bernd Vanderbilt
3 0

Paazei

simpele woorden steriel bijna en uiteraard klinisch beautiful freaks weerloze, ongevaarlijke nuttelozen want dat is de huidige realiteit dat de asocialen de socialen zijn de ongevaarlijke de gevaarlijke de maatpakman te beduchten   wijlen voetbalicoon en enfant terrible van den Beerschot Rik Coppens knipte de plastrons af van de goegemeente mijn vader, de neutrale butler, prostitueerde zich aan de hoogste bieder, de champagnespuiters, de decadenten hij had geen empathie met de rebellen, de schooiers, het langharig werkschuw tuig, of de kinderlijke voetbalmiljonairs McEnroe spuwde hij uit omdat die geen handtekening wou geven aan een kind maar zelf troggelde hij wel voor een peulschil horloges af van de dorpsgek   schaam u van den doden niets dan goed but that shit fucked me up stel je voor binnen enkele decennia de dochter die jou voor de bus gooit dan want is dat niet wat kinderen nu doen ouders overladen met alle zonden van Babylon moeder waarom leven wij terwijl het zo’n geschenk zou kunnen zijn maar wie zorgt nog voor wie alles is zelfbehoud geworden er is al lang geen sneuvelbereidheid meer hoe kan het ook als je in niks meer gelooft volgens Goelag-overlever Sjalamov waren dat de beste mensen in het kamp zij die geloven geloven in God geloven in het goede rechtvaardigheid, wederkerigheid, solidariteit, barmhartigheid, opoffering dure woorden in het (belastings)paradijs ze kosten niks uitgesproken maar wat als je daadkracht ontbeert woorden zijn namelijk hol dit schrijven volkomen overbodig de daad is alles Socrates had ongelijk wie het goede weet, kent, doet niet per se het goede tenzij in het kapitalisme iedere daad verkeerd is dan is lethargie en passiviteit toch een mogelijk antwoord maar wie gelooft dat, hein?   eels - beautiful freak - live - 1997

Kameraad 60
43 0

De wet van drie, zes en negen

 Mijn vriend heeft een perfecte pelouse. Maar echt. Perfect. Geen spriet durft scheef te staan. Ge houdt uw adem in als ge er voorbij loopt. Het gras ligt zo strak dat ge het gevoel hebt dat het ’s nachts nog rechtgetrokken wordt. Het is een voortuin. Dat is belangrijk, want een voortuin is niet van u alleen. Een voortuin is een statement. Een zachtgroene mededeling aan de straat. Het bepaalt de norm.  En elke vrijdag — élke vrijdag — staat hij daar. Alsof zijn leven ervan afhangt. Alsof er een jury komt. Alsof ergens iemand met een clipboard notities maakt. Hij maait. Hij strooit. Hij kijkt. Hij stapt achteruit en dan weer vooruit. Hij buigt zich. Hij recht zich. Hij knikt soms. Naar niemand. Hij kan zorgen voor iets dat eigenlijk nooit af is. Hij blijft geloven dat perfectie bestaat.  “Drie, zes en negen,” zegt hij dan. Alsof het over iets eenvoudigs gaat. Alsof iedereen dat weet. "Drie, zes en negen maanden om uw gazon te bemesten. In maart en september ook kalk. En in die negende maand maakt ge alles klaar voor de winter." Hij zegt dat met een vanzelfsprekendheid waar ik licht ongemakkelijk van word. Maart. Ge begint. Ge strooit. Ge hoopt. Ge denkt: dit wordt schoon. Juni. Ge onderhoudt. Ge kijkt of het pakt. Of het groeit. Of ge het onder controle hebt. Spoiler: dat hebt ge niet. En dan september. Ge strooit opnieuw. Kalk. Zorg. Nog één keer alles geven. Niet om het mooier te maken — maar om het te laten overleven wat komt. Want daarna wordt het koud. Daarna groeit er niks meer. Daarna is het gewoon… wachten. Ik moest daar dus aan denken. Aan die drie, zes en negen. En aan hoe wij mensen elkaar liefhebben. Want wij doen dat ook zo, denk ik. In het begin zaaien we. We geven alles. We willen dat het groeit, dat het schoon is, dat het klopt. In het midden proberen we het gaande te houden. Water geven. Praten. Soms zwijgen. Doen alsof we weten waar we mee bezig zijn. En dan — ergens — komt er ook een september. Een moment waarop ge voelt: nu moet ik zorgen dat dit blijft. Niet dat het nog groter wordt, niet dat het nog beter wordt, maar dat het kan blijven bestaan. Dat het de winter overleeft. Misschien maken we een liefde ook klaar voor de winter. Na die negende. Niet met mest of kalk, maar met zachtheid. Met aanvaarding. Met minder eisen. Niet meer alles willen veranderen. Niet meer alles willen laten groeien. Maar gewoon zeggen: blijf maar, het is goed zo.  Mijn vriend staat in zijn voortuin. Recht. Zeker. Met zijn perfecte pelouse. Voor de straat. Voor de blikken. Voor iets dat misschien buiten hem ligt. En ik? Ik sta ernaast. Met vuile handen. Met vragen. Met iets dat lijkt op liefde. En het lichte besef dat ge sommige dingen perfect kunt onderhouden voor de buitenwereld, maar dat ge ze pas echt leert kennen wanneer niemand kijkt, het stil wordt, en de winter begint.

Katrien Daniels
80 4

De mens als een unieke open-samenleving en de filosofie van Emmanuel Levinas

De mens als een unieke open-samenleving en de filosofie van Emmanuel Levinas   Als ziekenhuishygiënist werd ik geconfronteerd met hygiënische problemen die binnen het gangbare denkkader niet langer oplosbaar waren. Ons mensbeeld had een update nodig. We hadden (en hebben) nood aan een nieuw hygiënedenkkader om alle problemen met betrekking tot zorginfecties en de mondiale verspreiding van zorggerelateerde ‘Multi Drug Resistant Organisms’ (MDRO’s) op te lossen. In 2015-2017 schreef ik hierover een ‘essay’: ‘De noodzaak van een nieuw zorghygiënedenkkader’. Als bij toeval las ik (en lees nog steeds) over de filosofie van Emmanuel Levinas (1906 – 1995), een Franse filosoof die beschouwd wordt als een van de grootste denkers van de twintigste eeuw. Zijn denkbeelden wijken vaak sterk af van wat we gewend zijn te denken maar zijn mensbeeld is, weliswaar in andere woorden, volledig congruent met het mensbeeld dat ik in mijn ‘essay’ beschreef. Klassiek zien we de mens als een enorm groot en enorm complex systeem van eukariotische cellen (10^13) die in een perfecte symbiose leeft met een enorm groot microbioom (10^14 prokaryotische cellen, bacteriën, eencelligen). Het microbioom (de commensale bacteriën) wordt niet als tot de mens behorend beschouwd. Het wordt als een epifenomeen beschouwd, een voor de mens nuttige, maar vrijblijvende, samenleving. Maar dat is niet zo. Het menselijke microbioom is een essentieel subsysteem van ons lichaam. De samenleving is open en noodzakelijk. Ons lichaam is eukaryotisch en prokaryotisch. Er bestaat op aarde geen complex-meercellig organisme zonder een eigen microbieel subsysteem. ‘Als je een menselijke gedaante tegenkomt zonder eigen microbioom, pas dan op! Die gedaante is zeker geen mens en wellicht een ‘alien’ met kolonisatieneiging.’, Yvon Bories. Het denken van Emmanuel Levinas is een differentiedenken of relatiedenken: alles is differentie (relatie) of uit differenties (relaties) afleidbaar en verklaarbaar. De differentie is een contradictie. Voorbeeld: Ik ben geest en materie, onafhankelijkheid en afhankelijkheid, tegelijk. Ik ben een levende contradictie. Hun gelijktijdigheid constitueert het lichaam. Ik ben een hybride werkelijkheid als differentie. In de combinatie krijgen we de derde entiteit (het lichaam), de logisch uitgesloten derde. Als zijnde de ‘vereniging’ is deze derde entiteit iets heel nieuws. Deze kan ervaren worden (Levinas is een fenomenoloog) maar niet gedacht. De vereniging kan niet logisch gedacht worden zonder tegenstrijdigheid. De logica bevat de wet van de niet-tegenstrijdigheid. Ons verstand werkt volgens de categorie van oorzaak en gevolg en weigert een contradictie op te nemen. De gelogificeerbare werkelijkheid, de werkelijkheid dus die door het bewustzijn met zijn denkwetten gevat kan worden, is kleiner dan de werkelijkheid. Maar wat niet logisch is kan nog wel reëel zijn (het lichaam is reëel). Het denken is een instrument om het leven leefbaar te maken maar wellicht niet om het omvattend te vatten. Mijn mensbeeld op de wijze van Levinas: Mijn lichaam is eukaryotisch en niet-eukaryotisch (prokaryotisch) in relatie samen zijn, verenigd in scheiding (niet vermengd). Ik (het eukaryotisch systeem) en ‘Ik’ (het prokaryotisch systeem), ik ben die beide als lichaam. Het lichaam is niet één, maar twee. Ons lichaam is reëel (maar niet logisch) en produceert geen antilichamen tegen de bacteriën van ons microbioom. Ons lichaam heeft weet van de lichaamseigenheid van het microbioom, nu onze geest nog! De werkelijkheid is wat het is of we het nu willen of niet. Het is niet de mens en zijn microbioom, zijn ééncelligen, als epifenomeen maar de mens als epifenomeen in een wereld van ééncelligen. De mens is niet de heerser der aarde, de mens is een vrucht van de aarde.   Gezien voor ‘t leven Ecce homo Kijk de mens En ik Ik heb de mens gezien Nog voor hij door mijn rede stierf Geen één in stukjes Door de rede in lijkwaad gebundeld Neen, ik heb de mens gezien In een wereld van magie Een samen één In magie getooid Ik heb de mens gezien Een feit met een uitroepteken? Een vraagteken? Geen weg terug Geen weg vooruit Ik heb de mens gezien Gezien voor ‘t leven.       Yvon Bories.

Yvo
0 0