Lezen

Tip

Wat ik later worden wil

‘Wat wil je later worden?’ Het is een van de vragen die we graag aan kinderen stellen.  Ik wilde schoonheidspecialiste worden. Geen idee waarom. Misschien omdat ik graag met potjes en crèmes speelde, misschien omdat ik het een bijzonder chic beroep vond. Ik zag mezelf later in een witte schort, met perfect gelakte nagels, in een salon waar het altijd heerlijk rook en waar vrouwen met een gerimpeld voorhoofd binnenkwamen en met een stralende glimlach weer buitenstapten. Ik zou ze allemaal mooi maken. En ondertussen hun levensverhaal aanhoren. Dat laatste zat er toen blijkbaar al in. Het is er niet van gekomen. Van die witte schort niet, van die perfect gelakte nagels evenmin.  Soms vraag ik me af hoeveel levens er eigenlijk in één mens passen. Hoeveel versies van jezelf er onderweg zijn blijven staan, met een boekentas in de hand, een schort om de nek of een diploma dat je nooit hebt gehaald. Niet omdat je er niet goed in zou zijn geweest, maar omdat je op een bepaald moment links bent afgeslagen en rechts sindsdien een doodlopende straat lijkt. Ik ben 49. Ik heb een beroep, een huis, twee volwassen zonen en een redelijk goed idee van wie ik ben. En toch betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik in gedachten een compleet ander leven leid. Eentje waarin ik 's morgens opsta, mijn boterhammen smeer en naar een werk vertrek dat ik nooit heb gehad. Juf Katrien van het derde leerjaar, bijvoorbeeld. Dat zie ik helemaal zitten. Ik zou een juf zijn die voorleest met verschillende stemmetjes, af en toe een rekenles opoffert voor een goed gesprek over het leven en op vrijdagmiddag de bananendans doet op Chiquitita van ABBA. Achtentwintig kinderen die zich compleet belachelijk maken. Juf Katrien voorop. De inspectie mag gerust komen kijken. Ik zou ook een lievelingsleerling hebben. Dat mag natuurlijk niet, maar ik zou er wel een hebben. Waarschijnlijk het kind dat altijd zijn turnzak vergeet en bij wie thuis niet alles vanzelf gaat. Of Katrien de masseuse. Van veel te rijke vrouwen. Met een eigen praktijk waar het altijd naar eucalyptus ruikt en waar mijn klanten binnenkomen met een hoofd vol problemen die ik me niet kan veroorloven. Een aannemer die de verkeerde kleur marmer heeft geleverd. Een man die voor de derde keer dit jaar naar Dubai moet. Een dochter die haar paard niet meer graag ziet. Ik zou begrijpend knikken, wat extra olie op hun schouders gieten en ondertussen uitrekenen hoeveel massages ik nog moet geven om zelf eens naar Dubai te kunnen. Ik zou ook boerin kunnen zijn. Met een overall, een paar stevige laarzen en een erf vol dieren die allemaal een naam hebben. Ik zou met mijn handen in de aarde zitten, mijn eigen groenten kweken en iedere ochtend een vers ei rapen. Wellicht zou ik na drie dagen ontdekken dat koeien ook op zondag gemolken moeten worden en dat mijn romantische beeld van het boerenleven niet helemaal strookt met de hoeveelheid stront die erbij komt kijken. Maar ik zou wel een fantastische boerin zijn. Eentje met een grote keukentafel, een erf vol bezoek en een koe die naar mijn moeder genoemd is. Of actrice. Niet noodzakelijk een hoofdrol, maar zo'n heerlijk personage dat in drie scènes de hele film steelt. De excentrieke tante, de cafébazin met een verleden of de buurvrouw die alles weet en haar mond niet kan houden. Ik zou ook bijzonder goed kunnen sterven op een podium. Met een laatste, dramatische zucht en een hand die nog net iets te lang in de lucht blijft hangen. Applaus. Rechtstaan. Buigen. Nog eens buigen. Ik zou het allemaal heel bescheiden ondergaan. En dan zie ik mezelf soms als onthaaldame in een ziekenhuis. Niet zo eentje die zonder opkijken een nummertje uitdeelt en naar de derde verdieping wijst. Nee, ik zou de mensen zien. De man die al twintig minuten voor de ingang staat omdat hij niet durft binnen te gaan. De vrouw die haar uitslag komt halen en haar handtas zo stevig vasthoudt dat haar knokkels wit worden. Ik zou hen de weg wijzen, maar ook een beetje moed meegeven. Ook al staat dat waarschijnlijk niet in de functieomschrijving. Leidinggevende op de dienst burgerzaken lijkt me ook iets. Ik zou mensen trouwen met een persoonlijke speech en een zakdoek binnen handbereik. Bij geboortes zou ik de namen luidop uitproberen en bij overlijdens zou ik net iets langer de tijd nemen. Ik zou wel moeite hebben om professioneel te blijven wanneer iemand zijn dochter Priscilliana-Mercedes wil noemen en bij de derde echtscheiding van hetzelfde koppel. En ooit heb ik een broodjeszaak. Geen gewone broodjeszaak waar je een smos kaas bestelt en er vervolgens een halve krop sla uit moet peuteren. Nee, ik zou broodjes uitvinden. Combinaties waar mensen speciaal voor omrijden. Met namen die minstens even belangrijk zijn als het beleg. De Scheve Schaats. De Grote Verzoening. Het Laatste Woord.  En dan is er nog dat beroep waarbij je geluiden verzint voor auto's. Dat móét toch bestaan? Iemand moet beslissen welk geluid een wagen maakt wanneer je je gordel niet om hebt. Of wanneer je achteruitrijdt. Ik zie mezelf in een studio zitten met een koptelefoon op, terwijl ik voor de zoveelste keer een piepje laat horen aan een vergadertafel vol ingenieurs. Te agressief. Te vrolijk. Te veel microgolfoven. We zoeken iets dat urgentie uitstraalt, maar de bestuurder niet het gevoel geeft dat hij persoonlijk gefaald heeft. Ik zou daar bijzonder goed in zijn. Vooral in het verzinnen van het geluid dat een auto maakt wanneer je de verkeerde afslag neemt. Een diepe, teleurgestelde zucht. Het vreemde is dat ik in al die levens gelukkig zou kunnen zijn. Denk ik toch. Misschien zou ik als juf na drie weken gek worden van de ouders, als masseuse van de schijn, als boerin van de stront en als broodjesmadam van mensen die vragen of de mayonaise apart kan. Misschien zou ik op de burgerlijke stand al na twee huwelijken de bruid willen adviseren om toch nog eens goed na te denken. En misschien zou ik als actrice nooit verder geraken dan een figurantenrol als lijk in een Vlaamse politieserie. En er is het besef dat je, door één leven te leiden, onvermijdelijk een heleboel andere levens niet leidt. Dat je ergens onderweg keuzes maakt zonder te beseffen dat het keuzes voor altijd kunnen zijn. Dat is dus wat de tijd met je doet. Je slaat ergens een weg in, bouwt er een huis, krijgt kinderen, maakt vrienden en voor je het weet, ben je er thuis. En al die andere wegen? Die verdwijnen langzaam achter de bomen. Niet omdat je ze bewust hebt afgesloten, maar omdat je nu eenmaal niet overal tegelijk kunt zijn. Zelfs niet als je heel goed kunt multitasken. En toch blijven ze ergens bestaan, die andere versies van jezelf. Juf Katrien met haar bananendans. De boerin met stront aan haar laarzen. De actrice die al drie keer gestorven is en nog altijd applaus krijgt. De masseuse die inmiddels zelf een villa in Dubai heeft. Misschien open ik op mijn zestigste alsnog een broodjeszaak. Met achteraan een massagetafel, boven een klaslokaal en op de parking auto's die bij het achteruitrijden een klein, tevreden zuchtje slaken. En als iemand me dan vraagt wat ik later wil worden, zeg ik gewoon opnieuw schoonheidspecialiste. Ik ben tenslotte nog lang niet 'uitgeworden'.  

Katrien Daniels
181 5

Kunstuur

Ze keek naar het visgraatmotief dat in het parket verweven zat. Ze volgde het patroon en liet zich naar de zware deur leiden. Ze sloot haar ogen, liet de geluiden van de ruimte over zich heen spoelen. Zo drong hij langzaam bij haar binnen. Zijn voetstappen klonken gedecideerd, zelfs lichtjes gejaagd. Opwinding echode in zijn kielzog door de gang. Met een trage zwaai opende ze de deur. Zoals altijd verwelkomde ze haar vaste bezoeker met de warmte die ze voor hem had opgespaard. Ze gloeide als een laatste zomerdag in de herfst, waarop elke kleur nog één keer in haar warmste tint te zien was.  Het warme eikenhout van het parket vormde een vreemdsoortige harmonie met de bijna klinische witte muren van de kunstgalerij. De werken varieerden in grootte en kleur. Ze zorgden zo voor een fragiel evenwicht in de kamer. Doorheen de ruimte klonk enkel hun ademhaling. Ze hoorde het zachte schuiven van zijn kleding wanneer hij zich iets naar voren boog om een kus op haar wang te drukken. Hij was klaar om de rondleiding voort te zetten. Haar hakken tikten speels op het houten parket. Ze leidde hem steeds verder naar binnen.  Ze liepen voorbij de werken die ze in de weken ervoor hadden besproken. Haar uitleg volgde een vast stramien. Telkens begon ze met een naam. De nacht waarin het was ontstaan. Een lichaam dat ze zich na jaren nog precies herinnerde. Ze streek met haar vingertoppen over littekens, kleine onvolmaaktheden die haar intens aantrokken en een liefdevolle genegenheid in haar opriepen. De kleine imperfecties maakten haar alleen maar vastberadener in haar toewijding. Het was haar gave, had ze gezegd. Om de weeffouten van het lichaam met tedere vingers te beroeren, tot ze even verdwenen.  Terwijl haar woorden klonken keek hij gebiologeerd naar de andere mannen. Haar stem zakte soms, alsof wat ze hem toonde niet gemaakt was voor het daglicht. Ze vertelde over mannen die ze nooit echt had kunnen vatten, en daarom zo lang had begeerd. Ze vertelde, en ze kreeg het onbestemde gevoel dat haar herinneringen niet langer alleen van haar waren. Naarmate het ritme van hun voetstappen samenviel, viel ook zijn schroom weg. Wanneer hij wegkeek en hun blikken daarna elkaar terugvonden raakten ze elkaar nog dieper aan. Op die momenten werd de ruimte kleiner, werd ze zich bewust van haar handen en de warmte in haar gezicht.  Ze gingen verder, ze weidde uit over het zoete gevaar van haar geheimen, over de opwinding die kon ontluiken wanneer iets niet mocht bestaan. Zonder franjes gaf ze toelichting bij de werken die haar sensuele drift verbeeldden. Over beproefde technieken en gewaagde experimenten. Hij luisterde zonder enig ongemak, alsof het donkerste werk een ereplaats verdiende in haar collectie.  Telkens wanneer ze iets nieuws onthulde, trok er een lichte spanning door haar lichaam. Dan rechtte ze haar rug, sloeg ze haar blik naar beneden en pas toen de laatste klank van haar woorden verdween keek ze hem recht in de ogen. Soms wist ze niet meer wat haar het meest blootgaf: het verhaal dat ze vertelde, of de manier waarop ze hem aankeek terwijl ze het vertelde. Ze naderden de deur van haar atelier. Begeleid door etherische stemmen dreven ze naar dat kloppende hart van haar privégalerij. Monteverdi. Madrigali guerrieri e amorosi. Altri cante d’Amor. Laat de anderen maar over de liefde zingen. Liefde en oorlog. Ze stapte binnen, hij volgde.  In het midden stond een tafel waarop een blad lag. De eerste lijnen waren al uitgetekend. Haar mond, haar lippen met hun zachte welvingen. Vingers die reikten naar haar albasten lichaam. Ze liet haar hand in de zijne glijden. Op de tast las ze zijn littekens. Zijn hand trilde, ze had hem nog nooit zo aangeraakt. Ze registreerde zijn angsten, zijn pijn. Ze ontleedde zijn drift en dissecteerde de weg naar zijn ultieme genot. Ze liet zijn hand los, liep naar het papier en bleef even staan. Plots draaide ze zich om. ‘Deze keer kan ik het niet alleen’, fluisterde ze. Ze nam het stuk houtskool en gaf het aan hem. Hij antwoordde met een aarzelende blik.  Hij stapte naar voren. Een dunne, onzekere lijn verscheen. Ze observeerde de beweging van zijn hand. Er was iets onherroepelijks aan zijn eerste spoor. Hij viel stil. Ze kwam naast hem staan, hun schouders raakten elkaar bijna. Ze rook de warmte van zijn huid, en hoorde hoe zijn adem stokte toen ze haar hand over de zijne legde. Ze leidde zijn vingers een fractie verder. Toen ze zich terugtrok, bleef hij staan. Hij zocht haar blik. De lijnen waren vers en toonden de plek waar hun handen elkaar hadden geraakt. Geen van beiden bewoog. Het laatste licht gleed langs de witte muren. In de schemering die volgde, bleef het papier op hen wachten.

Jolien Van de Velde
278 0

De prijs van een uur

We hebben de ketens afgeschaft,de mens kreeg eindelijk weer zijn krachtWe legden het ijzer achter glas,als bewijs van hoe barbaars het vroeger was. “Zie hoe de mens toen werd vernederd,hoe arbeid zonder waarde werd geleverd”We schudden het hoofd, beschaafd en vrij:Gelukkig is die tijd voorbij Nu sluiten deuren zonder keten,met codes die precies hun grenzen wetenGeen ijzer dat nog rond een enkel knelt,want wij zijn modern wordt er verteld Achter zo’n deur staan handen klaar,ze werken uren na elkaarZe wassen, vouwen, koken, dragen,zonder naar de waarde van hun tijd te vragen Tik Een minuut verdwijnt geruisloos in de tijd Tik Een uur van iemands leven kwijt Vijfenzeventig cent ligt op de schaal,voor zestig minuten in totaalMisschien één euro voor een uur,misschien wat meer, als gunst van de muur Maar noem het vooral geen gewoon loon,dat woord klinkt hier blijkbaar veel te schoonEen werknemer werkt, heeft rechten en teltHier werken slechts handen voor wat kleingeld. Geen gewone arbeid, geen gewone prijs,maar arbeid als les op weg naar de buitenreisWe noemen het netjes: re-integreren,want werken moet een mens weer leren Hij moet begrijpen, zodra hij buiten staat,dat arbeid gepaard gaat met waarde en daad.Dat tijd iets kost, dat werk iets waard kan zijnEen prachtige les, achter slot en grendel Tik Tik Tik Dezelfde klok hangt aan beide kanten,dezelfde zestig minuten langs dezelfde randenMaar steek een muur tussen mens en uur,en plots verandert wonderlijk de duur Buiten wordt arbeid naar waarde geschat,binnen krijgt hetzelfde uur haast niets op het padDe handen bewegen De klok blijft gaanAlleen de waarde blijft buiten staan En wanneer de werkdag uiteindelijk is volbracht,wordt de deur gesloten voor de nachtGeen ketting rinkelt door de gang,geen ijzer houdt een enkel gevangen en bang Dus wees gerust Wij zijn beschaafdWij weten wat menselijke waardigheid vraagtSlavenarbeid behoort tot vroeger tijden Dat zullen onze wetten blijven belijden. De ketens zijn immers afgeschaft Ze liggen achter glas,keurig tentoongesteld,terwijl achter een andere muureen uur wordt verkocht voor vijfenzeventig cent...

Ulrike Lorent
4 2

Hij die instond voor de veiligheid, en ook wel het gezelschap

...Eens thuisgekomen greep hij zijn notitieboekje. Hij plaatste het op de tafel, schreef bovenaan ‘Te doen:’ en trok er een streep onder. De pen was vastgebonden aan het leeslintje. Met die uitrusting ging hij zijn dagtaak tegemoet. Kamer voor kamer controleerde hij op rommel, onnauwkeurigheden of zelfs gebreken. Wanneer hij iets opmerkte, krabbelde hij dat in zijn notitieboekje volgens een vast stramien: "Houtvoorraad onder de 50% gedoken - kelder." Hij begon onderaan en werkte zijn weg naar boven. Tijdens zijn inspectieronde bleef hij alert en hield hij te allen tijde de deuren in een kamer in zijn gezichtsveld. Tot dat doel paste hij zijn wandelroute aan en wanneer een deur niet voortdurend gemonitord kon worden, draaide zijn nek overuren. Op zolder gekomen plofte hij neer in zijn zetel. Hij haalde zijn telefoon boven, nam een foto van het takenlijstje en verstuurde die naar Tom. Nu moest hij wachten. Na een kwartier lichtte zijn toestel op. Hij bekeek de melding en ging verder met zijn dag.  Tegen 16.00 uur schrok hij op van zijn alarm. Hij repte zich naar zijn kamer en kleedde zich om voor zijn betrekking. Op enkele ogenblikken tijd had hij de comfortabele sportkledij omgeruild voor een zwart-wit geblokte broek, een hoge witte muts en een hitteschort – zelf verkoos hij voor dat laatste de term koksbuis. Hij keek naar zijn horloge en stelde tevreden vast dat hij op tijd zou komen als hij nu meteen zou vertrekken.  Bij zijn aankomst had hij de keuken en het ingedommelde personeel in een mum van tijd aangevuurd, inmiddels heerste er een drukte van jewelste. Net daarom bezigde hij liever de titel van keukenmanager dan die van chef-kok. De afwasser had zich gesmeten op de vaat die was blijven staan na de dienst van gisterenavond, de sous-chef bereidde al het stoofpotje met rundsvlees voor en het keukenhulpje was in de zaal of elders de vloer aan het boenen. De eigenaar zou tevreden zijn met de gang van zaken en dan was hij ook tevreden. Met nog één uur en 15 minuten te gaan tot de dienst, liep er plots een jongetje de tuin van het restaurant in. Hij kende zijn taakjes en dit kind behoorde daar niet toe. Toen het zich naar de brede glaspartij begaf tussen keuken en buitenwereld, was het de taak van de portier om deze vroegtijdige tafelgast te wijzen op de openingsuren van het etablissement. Hij die instond voor de veiligheid, en ook wel het gezelschap, werd op de bol geaaid en een koekje toegestopt, waarna het kind binnenwandelde en een glas uit de kast nam.  "Dag nonkel Rik!"...

Vandichterbeke
13 1

Op de helling staan

Bij opmaak van deze tekst sta ik beter niet op een helling; mijn woorden lopen het risico afgeschaft te worden. Onze reisplannen dreigden in het water te vallen maar konden toch doorgaan. Misschien gaat jouw reis richting Oostenrijk of twijfel je nog? Twijfels staan op voeten, niet op hoeven, dat leer ik tijdens de almwandelingen. Tijdens onze urenlange bergtochten over de weiden zie ik geen wankele koeien. Ze staan zelfzeker het gras kort te houden precies zoals kappers doen met de sprieten op ons hoofd. Tijdens de lunch in een prachtig dal observeer ik een hele tijd de vele grazers. Ik wil weten waaraan ze hun zelfzekerheid ontlenen; zijn enkel de hoeven verantwoordelijk voor hun stabiliteit? Mijn wankele passen richting lagergelegen gebied indachtig, zoek ik naar een verklaring. Ik zie een koe over boomwortels stappen om het groenste gras te kunnen bereiken, ze lijkt daarbij zelfs menselijk. Wil ik echt mijn voeten inruilen voor hoeven om nooit meer wankel te staan, om zelfs op een schuin vlak alle standvastigheid te kunnen behouden? Langdurige afdalingen bijten nijdig in mijn kuiten, tijdens de klim houd ik me dankbaar vast aan wortelstelsels, en wat is de beloning groot! Het lukt me bijna om een wolk aan te raken! Ik bedenk dat gelijk welk evenwicht mijn kijkervaring niet kan bieden aan stabiele koeien. Zelfs al ligt dat evenwicht aan het zwaartepunt van de beesten, zij kunnen met hun buiken niet genieten van de anatomie van het schilderachtige meer genaamd Wolfgangsee. Geen grashalm op mijn hoofd dat eraan denkt om vetter te worden in functie van mijn vastigheid. Ik zou de poëzie van het landschap mislopen. Onze reis naar het mooie Oostenrijk heeft even op de helling gestaan, maar mijn beide voeten hebben ervoor gezorgd dat de almwandelingen onvergetelijk zijn geworden.    

Ingrid Strobbe
6 0