Lezen

Bericht verwijderd

Er zijn zinnen die ge kunt lezen zonder ze gelezen te hebben. Bericht verwijderd. Dat staat daar dan. Grijs. Onschuldig. Alsof er niets gebeurd is. Maar er is natuurlijk van alles gebeurd. Iemand heeft iets geschreven. Iemand heeft getwijfeld. Iemand heeft op verzenden geduwd en daar onmiddellijk spijt van gekregen. Of erger nog: iemand heeft drie minuten lang zitten typen. Dat ballonnetje verscheen, verdween, verscheen opnieuw en verdween weer. Ge kent dat. En dan uiteindelijk: Bericht verwijderd. Dat is gelijk een cadeau krijgen waar iemand vlak voor uw neus het papier terug rond plakt. Ik word daar ambetant van. Niet woest. Geen stoelen-gooiend kwaad. Gewoon dat klein venijnig gevoel van: zeg het dan. Of zeg het niet. Maar laat mij niet achter met een leeg vakje en een hoofd vol scenario's. Want een verwijderd bericht is nooit leeg.  Een verwijderd bericht is een misdaad zonder lijk. Een klein grafzerkje in een WhatsApp-gesprek. Hier rust een zin. Geboren om 22.14 uur. Overleden om 22.15 uur. Oorzaak onbekend. En nu zou het schoon zijn mocht ik kunnen zeggen dat ik dat zelf nooit doe. Maar dat is niet waar. Ik verwijder ook berichten. Ik heb daar zelfs regels voor. Strenge regels. Ik verwijder enkel stommiteiten. Een bericht voor de verkeerde correspondent. Een bericht dat een halve minuut te vroeg vertrokken is. Een autocorrectie die van mijn tekst een psychiatrisch verslag maakt. Een "sleutel niet mee". Lap. Toch wel mee. Dat soort dingen. Praktische ongelukken. Geen emotionele staatsgrepen. Allez ja. Dat maak ik mezelf toch wijs. Want blijkbaar vinden andere mensen mijn verwijderde berichten ook verdacht. Dan krijg ik opmerkingen. "Wat had ge geschreven?" "Waarom hebt ge dat verwijderd?" Alsof een bericht verwijderen erger is dan iets compleet scheef schrijven en dat vervolgens voor eeuwig online laten staan als digitaal bewijsmateriaal. Verwijderde berichten is  eigenlijk ongeveer een  moderne versie van belleketrek. Vroeger belde ge aan. Dingdong. En dan liep ge weg. De mens binnen hoorde de bel, legde zijn krant neer, zette zijn koffie op tafel, deed de deur open en... Niemand. Alleen wat verwarring op de stoep. Een verwijderd WhatsApp-bericht doet exact hetzelfde. Dingdong. Uw gsm licht op. Ge kijkt. Ge voelt een lichte opwinding. Een lichte ongerustheid. Misschien zelfs een klein beetje hoop. En dan... Bericht verwijderd. Niemand aan de deur. Mijn fantasie schiet dan onmiddellijk aan het werk. Een verwijderd bericht is in mijn hoofd nooit een boodschappenlijstje. Nooit: "Kunt ge melk meebrengen?" Nee. In mijn hoofd heeft iemand net zijn liefde verklaard. Of afscheid genomen. Of bekend dat hij al jaren een dubbelleven leidt als accordeonist op een cruiseschip tussen Helsinki en Stockholm. Er is minstens één geheim kind. Een onverwachte erfenis. Een kasteel in de Ardèche. Een verloren broer die na veertig jaar plots terug opduikt. Mijn fantasie geeft een verwijderd bericht altijd een budget van enkele miljoenen euro's. Terwijl de werkelijkheid waarschijnlijk luidde: "Vergeet de vuilzak buiten te zetten." Dat is het frustrerende aan verwijderde berichten. Ge krijgt nooit de ontknoping. Ge blijft achter in uw eigen scenario. Misschien zegt dat meer over mij dan over WhatsApp. Dat kan. Maar ik denk dat we allemaal een beetje hetzelfde doen. We willen graag gezien worden, alleen liefst niet té graag. We willen eerlijk zijn, alleen liefst niet té eerlijk. We willen ons hart tonen, maar liefst met een nooduitgang vlak naast de deur. Daarom bestaan verwijderde berichten. Omdat moed soms maar twintig seconden duurt. Misschien is dat wat mij zo stoort aan dat grijze vakje. Niet dat ik niet weet wat er stond, maar dat ik nooit zal weten wat iemand heel even wél durfde te zeggen. Een verwijderd bericht lijkt een einde. Maar meestal begint daar pas het verhaal.

Katrien Daniels
86 3

'Het dolle dagboek': een nieuw fragment

In 2025 verscheen mijn dolkimische debuutroman 'Het dolle dagboek'. Als smaakmaker hierbij een fragmentje... Nadien werkte ik enkele weken als corrector voor een katholiek college bij Leuven, en dat was een minder fraaie periode. Mijn werk bestond erin om alle examens van middelbare schoolstudenten voor het vak godsdienst te verbeteren. Ik huiver nog steeds als ik eraan denk wat ik daarbij soms te lezen kreeg. Als sommige zaken niet zo hilarisch waren geweest, dan was ik op dag één al in tranen uitgebarsten. Zo veranderde een studente de naam van debekende twintigste-eeuwse theoloog Hans Kung zonder pardon in Hans Kong (en ze deed dat niet éénmaal maar zevenmaal zeventigmaal, om het op zijn Bijbels te zeggen).Op de vraag “wat is de natuur van Jezus Christus?” kreeg ik dan weer de meest onthutsende antwoorden te verwerken: “Hij is mannelijk. Dat zie je toch?”, of, ietwat naïever, “Hijtrok graag de bergen in, en ook aan grote meren was Hij vaak te vinden, dat staat in de Bijbel”. Nu besef ik wel dat de doorsnee mens vandaag de dag niet meer weet dat Christusvolgens de leer van de Kerk een goddelijke en een menselijke natuur heeft, maar van een student mag je op het examen godsdienst toch wel wat meer verwachten, vind ik. Niet dus.Een leerkracht die op een examenformulier vroeg naar de exacte benaming van een gevormde en aangestelde misdienaar, kreeg van een leerling ooit het antwoord 'alcoholist' in plaats van 'acoliet’. Alsof een goede misdienaar per definitie naar de fles dreigt te grijpen (verder dan de kelk komen de meesten gelukkig niet).

Wim Corbeel
3 0

The Dragon Spell

De as van zijn verbrande dorp zat nog aan Kaels kleren, maar zijn blik was strak op het Fluisterwoud gericht. Een reusachtige groene draak, Ignis, had zijn ouders meegenomen. Kael was pas veertien, ongewapend en doodsbang. Toch zette hij door. Een ritselend geluid tussen de struiken deed hem naar zijn zakmes grijpen. Er stapte geen monster tevoorschijn, maar een das met een felle, gemberkleurige baret op zijn kop. "Je loopt de verkeerde kant op, mensenkind", sprak het beest een schorre stem. Kael deinsde achteruit. "Je... je spreekt?" "Natuurlijk spreek ik," snuifde de das. "Ik ben Barnaby. En als jij Ignis wilt verslaan, heb je meer nodig dan een schilmesje. Je hebt de Dragon Spell nodig. De enige spreuk die in staat is om zijn schubben te doorboren."  Vanuit de boomgrens boven hen klonk het schrille gelach van Pip, een eekhoorn met een glanzende vacht. Zij liet zich langs een stam zakken. "En die spreuk ligt verborgen in de Ruïne van de Eerste Meester, Kael. De boze tovenaar die ooit het Gouden Astrolabium stal van de smid uit jouw dorp." Kael friste zijn geheugen op. "De smid vertelde altijd over die schat. De tovenaar wilde hem omsmelten tot het Almachtig Amulet" "Precies," knikte Barnaby ernstig. "Maar de magiër maakte een fout bij zijn duistere ritueel. Zijn eigen laboratorium ontplofte en hij verdween in het niets. De draak die hij als waakhond hield, nam de grot over. Nu bewaakt Ignis zowel de schat als jouw gevangen familie. Wij helpen je." De drie trokken urenlang samen op. Barnaby bleek een meester in het vinden van veilige paden, terwijl Pip van boomtop naar boomtop sprong om de omgeving te verkennen. Kael voelde voor het eerst sinds de ramp weer hoop. De dieren waren niet zomaar gidsen; ze deelden hun schaarse bessen met hem en hielden hem warm tijdens de koude nacht. Er ontstond een hechte band. Kael begon hen als zijn eerste echte vrienden te beschouwen. De volgende middag bereikten ze de magische doolhofmuren van de ruïne. Grote, levende klimplanten met scherpe dorens versperden de weg. "Mijn taak zit erop, Kael," zei Barnaby plotseling met een weemoedige blik. "Doolhoven zijn niks voor dassen. Maar ik leid de vleesetende planten af zodat jij erdoor kunt." Voordat Kael kon protesteren, groef Barnaby zich met razende snelheid onder de wortels door, waardoor de planten luidruchtig begonnen te trillen en te happen naar de grond. De weg was vrij, maar Barnaby was diep in de aarde verdwenen om niet meer terug te keren. Kael slikte de angst weg en rende samen met Pip de ruïne in. In de ijskoude centrale kamer vonden ze een stenen altaar met een blauw gloeiend perkament. "Lees het hardop," fluisterde Pip, terwijl hij alert op Kaels schouder sprong. "Zodra de woorden je lippen verlaten, nestelt de magie zich in je geest." Kael las de hoekige letters op het eeuwenoude document: "Ignis vincere, vincula abrumpere." Een warme schok golfde door zijn armen. De letters verdwenen, om zich vervolgens in zijn geheugen te branden. Net toen Kael Pip wilde bedanken, klonk er buiten een angstaanjagend geluid. De draak was in aantocht en landde pal voor de smalle uitgang van de ruïne. "Ik leid hem af. Zorg dat je zo snel mogelijk de kooi opent!", riep Pip vastberaden. "Nee, Pip, het is te gevaarlijk!" riep Kael, maar de eekhoorn schoot al als een bliksemschicht door de spleten van de muur, vlak langs de neus van de draak. Ignis sloeg een kreet en zette de achtervolging in, verder en verder van het labyrint. Pip lokte het monster weg, maar Kael wist dat de kleine eekhoorn niet meer terug zou kunnen komen. Hij was nu echt alleen. Met een zwaar hart maar vol vastberadenheid rende Kael naar het hol waar de gevangenis moest zijn. De temperatuur verstike hem. Achterin de grot zaten zijn ouders in een ijzeren kooi. Naast hen glinsterde de gestolen schat van de smid: het Gouden Astrolabium. Plotseling verduisterde de ingang. Ignis was teruggekeerd, met goudgele ogen die brandden van woede. Er was geen das meer om de weg te wijzen, en geen eekhoorn om de aandacht af te leiden. Kael stond er alleen voor. "Een kind," morde de draak, terwijl de grond trilde. "Dacht je echt dat je mijn buit kon stelen?" Ignis sperde zijn muil open en spuwde een huizenhoge muur van vuur. Kael sloot zijn ogen niet. Hij dacht aan zijn familie, en de geofferde zielen van Barnaby en Pip. Hij hief zijn handen en riep met alles wat hij in zich had: "Ignis vincere, vincula abrumpere!" Een ijsblauwe lichtstraal schoot uit zijn handpalmen. De straal spleet de vuurzee doormidden en trof de draak recht in zijn borst. De ondoordringbare groene schubben begonnen te barsten als glas. Met een laatste knal die alle oren verdoofde stortte het reusachtige beest ineen. De kooi van zijn ouders sprong open. Kael rende naar hen toe en viel in hun armen. Hij had zijn familie gered en de dorpsschat heroverd. Terwijl ze de grot verlieten, keek Kael nog één keer om zich heen in het Fluisterwoud, dankbaar voor de vrienden die hem tot aan de drempel van zijn overwinning hadden gedragen. 

Deejay
0 0