Lezen

Rock ’n Roll voor marketeers: Newsjacking

Als we de woorden home of carjacking horen denken we niet direct aan marketing. Toch is jacking of beter gezegd Newsjacking de Rock ‘n Roll of adrenalinestoot van Marketing.   Wat is precies newsjacking? Wil je meer weten? De term zelf komt uit een boek van David Meerman Scott “Newsjacking”. “Newsjacking is een methode waarbij marketeers de nodige aandacht voor hun bedrijf, merk of blog krijgen, door in te spelen op brekend nieuws, om zo mee te surfen op de mediagolf die hierrond zal ontstaan .”   In het Nederlands, kunnen we newsjacking ook vertalen als nieuwskaping, maar…gezien de vloed van negativiteit die ons overspoelt sinds de terroristenaanval in Parijs geen goed idee. Oeps, wat deed ik net? Heb ik net aan newsjacking gedaan? Heb ik bestaand nieuws, dat de kranten al dagen domineert, net gebruikt om newsjacking uit te leggen? Neen, niet echt, wat ik net deed wordt ook wel inhaken op het nieuws genoemd.   Het verschil ligt hem niet in het soort nieuws waarop je verder gaat, maar in de timing. Nieuws van een paar dagen oud kan je niet wegkapen, dat is al zo wijdverspreid dat het moeilijk wordt om hier nog een origineel verhaal rond te bouwen.   Newsjackers jagen enkel en alleen op brekend nieuws of gebeurtenissen. In de korte levenstijd van een nieuwsverhaal is iedereen erover bezig, alleen de eerste zullen genoeg opvallen om er voordeel uit te halen.   Lijkt simpel, niet? Je vindt een verhaal en je bouwt er snel een reclame rond of een blogje en de aandacht volgt. Tja, zo eenvoudig het nu ook weer niet.  Je staat eerst voor 4 grote uitdagingen!!! (zie beeld) Gebruik vooral de drie volgende tools: Creativiteit! Val op in de massa! Zeker voor visuele media is humor een hele goede insteek. Google: je moet een basis van SEO onder de knie hebben om gevonden te worden. Social Media- denk snelheid, denk real time media (Twitter is het ideale platform ) Enkele mooie voorbeeldjes van Nieuwsjacking: Oreo- kort na de stroompanne bij de superbowl in Amerika stuurde Oreo een simpele tweet, met de woorden “Oreos kan je ook dunken in het donker!”. De Tweet was een schot in de roos en ging bijna direct viraal.  Iets dichterbij huis, in Nederland lanceerde Heineken op zijn facebookpagina de oproep ‘bakkie doen’, waarom Douwe Egberts inspringt met een soortgelijke reclame ‘Doen we’.. Heineken reageerde weer met ‘tot zo’ en tenslotte bevestigt Douwe Egberts ‘wij betalen!’.   Simpel, snel, maar het levert onschatbare reclame en content op voor de merken die hiermee goed om kunnen.. De gouden regel is natuurlijk wel dat je rekent op je gezond verstand. Inpikken op verhalen die gevoelig liggen zoals de terreuraanslagen is gevaarlijk. De minste hint van opportunisme van je merk zal genadeloos afgestraft worden. (zie beeld)   Wil je het ook proberen, go for it! En hou me op de hoogte Veel succes!   

Karin van Hees
0 0

Is Schengen begrensd?

    Heel wat mensen stellen zich tegenwoordig deze vraag. En het is voor de hand liggend waarom. Denk ik. Het idee dat aan de basis van deze akkoorden lag is mooi, misschien was het zelfs vooruitstrevend. Maar is het idee van open grenzen ook niet een beetje begrensd?     Kanttekening bij de akkoorden   Op 14 juni 1985 ondertekenden de regeringsleiders van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Verdrag van Schengen. Personencontroles aan de gemeenschappelijke grenzen werden afgeschaft. In 1986 is de Europese Akte gesloten door de 12 toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. Deze akte houdt in dat er vanaf 1993 een interne Europese markt is ontstaan met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Sommige bevoegdheden van lidstaten worden door de akte overgedragen aan instellingen van de Europese Unie. Momenteel behoren 26 landen tot de Schengenzone.   Sinds 2006 is bepaald dat de grenzen van een land in deze Schengenzone tijdelijk uit veiligheidsoverwegingen gesloten kunnen worden. Normaal gezien geldt dit voor een maximale periode van 30 dagen. Maar uitzonderingen zijn altijd mogelijk. In dat verdrag staan toch enkele tekortkomingen of tegenstrijdigheden. Zo moet er controle zijn op burgers van buiten de Europese Unie maar niet indien zij familie zijn van een inwoner van de EU. Niet geheel waterdicht dus…(Over deze akkoorden uit 2006: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:l14514) Ja, maar… Voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf er van overtuigd dat grenzen niet meer zijn dan een pennentrek die soms vergaat. Maar toch, en dat lijkt misschien tegenstrijdig, is het soms in het algemene belang om een zekere controle te behouden.   Wanneer ik deze tekst maak, is de meest gezochte terrorist van Europa nog spoorloos. Het was onlangs nog in het nieuws dat de grens tussen Frankrijk en België weliswaar beveiligd is. Maar er was ook te zien hoe 100 m verder een kleine gewestweg een ongecontroleerde doorgang biedt… Mensen uit oorlogsgebieden moeten geholpen worden. Maar ze hoeven de oorlog niet mee te brengen of te verspreiden. En eigenlijk zijn de gebrekkige controles voor niemand goed. Niet voor het gastland waar dan automatisch de vraag rijst of er geen verdachte vis door de mazen van het net is geglipt. Ook niet voor de asielzoekers die momenteel allemaal met argusogen bekeken worden. En vele moslims schreeuwen uit: "Not in my name!". De gekken van Parijs vertegenwoordigen alleen de gekken die zwaaien met de zwarte vlag. Tot slot   De hele situatie zadelt heel wat mensen met angst op. Dan is dit goed om te onthouden:   Angst verandert niets aan het verdriet van gisteren en lost de problemen van morgen niet op. Het enige dat angst doet is je vandaag verlammen. Corrie ten Boom  

Willem Ackers
0 0

Is Schengen begrensd?

    Heel wat mensen stellen zich tegenwoordig deze vraag. En het is voor de hand liggend waarom. Denk ik. Het idee dat aan de basis van deze akkoorden lag is mooi, misschien was het zelfs vooruitstrevend. Maar is het idee van open grenzen ook niet een beetje begrensd?     Kanttekening bij de akkoorden   Op 14 juni 1985 ondertekenden de regeringsleiders van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk het eerste Verdrag van Schengen. Personencontroles aan de gemeenschappelijke grenzen werden afgeschaft. In 1986 is de Europese Akte gesloten door de 12 toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. Deze akte houdt in dat er vanaf 1993 een interne Europese markt is ontstaan met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen. Sommige bevoegdheden van lidstaten worden door de akte overgedragen aan instellingen van de Europese Unie. Momenteel behoren 26 landen tot de Schengenzone.   Sinds 2006 is bepaald dat de grenzen van een land in deze Schengenzone tijdelijk uit veiligheidsoverwegingen gesloten kunnen worden. Normaal gezien geldt dit voor een maximale periode van 30 dagen. Maar uitzonderingen zijn altijd mogelijk. In dat verdrag staan toch enkele tekortkomingen of tegenstrijdigheden. Zo moet er controle zijn op burgers van buiten de Europese Unie maar niet indien zij familie zijn van een inwoner van de EU. Niet geheel waterdicht dus…(Over deze akkoorden uit 2006: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:l14514) Ja, maar… Voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf er van overtuigd dat grenzen niet meer zijn dan een pennentrek die soms vergaat. Maar toch, en dat lijkt misschien tegenstrijdig, is het soms in het algemene belang om een zekere controle te behouden.   Wanneer ik deze tekst maak, is de meest gezochte terrorist van Europa nog spoorloos. Het was onlangs nog in het nieuws dat de grens tussen Frankrijk en België weliswaar beveiligd is. Maar er was ook te zien hoe 100 m verder een kleine gewestweg een ongecontroleerde doorgang biedt… Mensen uit oorlogsgebieden moeten geholpen worden. Maar ze hoeven de oorlog niet mee te brengen of te verspreiden. En eigenlijk zijn de gebrekkige controles voor niemand goed. Niet voor het gastland waar dan automatisch de vraag rijst of er geen verdachte vis door de mazen van het net is geglipt. Ook niet voor de asielzoekers die momenteel allemaal met argusogen bekeken worden. En vele moslims schreeuwen uit: "Not in my name!". De gekken van Parijs vertegenwoordigen alleen de gekken die zwaaien met de zwarte vlag. Tot slot   De hele situatie zadelt heel wat mensen met angst op. Dan is dit goed om te onthouden:   Angst verandert niets aan het verdriet van gisteren en lost de problemen van morgen niet op. Het enige dat angst doet is je vandaag verlammen. Corrie ten Boom  

Willem Ackers
0 0

Barts idee

IK HIELD NIET van Barts geweldige ideeën en ik had er ook nooit van gehouden, maar ik kon geen ‘nee’ zeggen, dus hier stond ik weer. Deze keer was er echter geen sprake van dat ik zou meedoen aan zijn compleet geschifte plan en ik had het hem ook gezegd, “Ik denk er nog niet aan dat ik in de wieken van een molen kruip, ik ben mijn leven nog niet beu.” Natuurlijk vond hij mij een sissie, een piske, een lafbek, en weet ik wat nog allemaal, maar ik was niet te vermurwen, ik vond het al erg genoeg dat ik getuige moest zijn van zijn onnozele streken. Maar wat wou je, hij was mijn vriend en een vriend laat men niet zomaar in de steek, dat doet niemand. Hij liet me trouwens weinig keuze, want er moest toch iemand zijn om de hulpdiensten te verwittigen als het misging.   “Doe voort, jong,” riep ik, “ik heb niet de hele nacht tijd, ik wil terug in mijn bed gaan liggen.”   Even verderop stond Bart tegen een boom te plassen. Hij lachte luid, maar op zo’n manier dat ik merkte dat hij zelf ook bang was om zijn plan uit te voeren.   “Ik zeik misschien nu, maar gij zijt een zeikerd”, riep hij terug. “Moet je mijn lul eens zien?” vroeg hij, en hij draaide zich om zonder op een antwoord te wachten, “dan kan je eens de lul van een echte vent zien.”   Hij schudde zijn plasser af en stak hem met overdreven veel zwier terug in zijn broek. Zijn T-shirt frommelde hij er slordig bij, zodat het helemaal scheef zat, een deel er nog uit hing en zelfs een stuk van zijn trui ook bij in zijn broek zat. Dat was Bart. Als hij niet mijn vriend was geweest, dan had ik hem gewoon niet willen kennen.   “Komaan”, zeg ik, “straks zien mijn ouders dat ik niet in mijn bed lig.”   “Gaat gij maar gauw ook tegen die boom staan”, antwoordde hij, “anders doet ge sebiet nog in uw broek.”   “Ba-art, doe eens normaal, ik kan ook gewoon terug gaan en dan kan je zelf een foto trekken als je daarboven zit.”   “’t Is al goed. Ge hebt hem toch bij.”   “Dat fototoestel?! Natuurlijk, ik had toch gezegd dat ik daarvoor zou zorgen. En een gsm heb ik ook bij, het moest maar eens zijn dat je valt.”   Dat laatste negeerde hij gewoon alsof de mogelijkheid niet bestond. Strijdvaardig kraakte hij zijn nek en zwaaide hij met zijn armen en benen naar een denkbeeldige vijand.   “Vooruit dan!” riep hij, alsof het ‘aanvallen’ betekende.   Ik vroeg hem of hij zeker was dat hij dit wilde doen, want het leek me echt wel een gevaarlijke onderneming, maar hij was niet van zijn stuk te brengen en hij moest en zou, net als de Rode Ridder, in de wieken van een molen klimmen. Dan zou ik een foto van hem trekken, die hij op zijn Netlogpagina zou plaatsen en zo kon iedereen van de school en iedereen die hij kende, zien dat hij zoiets durfde. Hij zou een ongekend succes hebben bij de meisjes en iedereen zou ontzag voor hem krijgen. Dat zou bij mij niet gebeuren, want zo zei hij, “Jij durft niks en ik alles, dat is het verschil tussen ons twee.”   “Ik heb al wel een meisje gekust”, beet ik terug, “en jij niet. Dat is ook een verschil tussen ons twee.”   Daar had hij niet van terug, want hij wist dat het waar was. Ik had Mieke al gekust, achter het muurtje bij hem thuis nog wel, en hij was daar bij Sofie niet in geslaagd. Dat Mieke in feite mij had gekust en dat ik er niet veel in te zeggen had gehad, had ik netjes verzwegen, maar dat waren dingen die je natuurlijk niet zomaar onthulde.     “Het enige dat jij zult bereiken,” zei ik, “is dat iedereen jou nog zotter vindt, dan dat ze nu al doen. En de meisjes…? Er is geen enkel meisje dat een zot tof vindt.”   Dat gedoe met de Rode Ridder de hele tijd, dacht ik, maakte míj nog zot op de koop toe. Suske en Wiske, of Kiekeboe, dat las ik graag, maar de Rode Ridder? Dat was niks voor mij en daar stond niks om te lachen in, allemaal serieus. Maar dat zei ik natuurlijk niet, want de Rode Ridder, dat was een gevoelig onderwerp. Dat was zijn held en hij was er trots op dat hij er alle strips van had. De oudste exemplaren had hij van een nonkel gekregen en telkens als er een nieuwe uitkwam, kreeg hij van zijn vader geld om die te kopen.   Als ik bij hem thuis kwam spelen, dan wou hij ook altijd dat ik die strips las en dat deed ik dus maar, want de schaarse Jommekes en Suskes en Wiskes die hij had, had ik allemaal al gelezen en de Kuifjes van zijn vader vond ik ook maar niks. Ik koos meestal één van de laatste nieuwe die hij gekocht had, want die waren tenminste een béétje realistisch. Als er daarin iemand neergestoken werd, dan kwam er bloed te voorschijn, in die andere, oudere strips was dat nooit het geval. Soms moest ik van hem zelfs afleveringen meenemen en dan kreeg ik uiteraard steevast die oude zwart-witgevallen mee, die daarna een week op mijn nachtkastje lagen en die ik uiteindelijk las om te kunnen zeggen dat ik ze gelezen had. Ik moest er nogal wat voor over hebben om zijn vriend te zijn.   En in een paar van die strips, dat had ik ook wel gezien, kruipt de Rode Ridder op de wieken van een windmolen om zijn vijanden te verschalken. En nu wou hij dat dus ook proberen, maar volgens mij vergat hij daarbij dat in stripboeken zoiets altijd beter gaat dan in het echt. De enige die ik ooit op wieken had zien zitten, dat waren geen mensen, dat waren vogels, zelfs nog geen katten had ik het ooit zien doen en ik woonde hier vlakbij de molen en vlak bij het bos. En ’t was niet dat hier geen katten zaten. Bart was van lotje getikt en als ik hem dat zei, vond hij dat nog een compliment ook.     “Eerst opwarmen”, zei hij en weer zwaaide hij met zijn armen en benen. Hij liep een keertje rond de molen en boog zich een paar keer voorover om te stretchen.   “Vooruit!” riep hij. Weer klonk het alsof het ‘aanvallen’ betekende. In een wip en een zip stond hij op het paaltje waaraan één van de wieken vastgemaakt was. Hij trok zich op aan het dunne vlezige touw, maar moest het bijna onmiddellijk lossen omdat het te veel op en neer sjoeperde en hij met zijn gewicht de wieken in beweging zette. Dat ging nooit goed.   “Godverdomme,” vloekte hij, “dat touw snijdt.”   Zonder aarzelen sprong hij echter weer op het paaltje en trok hij zich weer op. Hetzelfde gebeurde, maar nu liet hij het touw niet los. Bij zijn eerste klauterpassen op de wiek kraakte het hout en ik siste hem toe dat hij eraf moest springen, dat hout zou hem nooit kunnen dragen, maar opnieuw lachte hij mij uit.   “Allé piske, het begint nu pas. Trek al maar een foto!”   Dat lukte bijna niet omdat ik mijn hand zo moeilijk kon stilhouden van de zenuwen.   Behendig als een trapezeacrobaat werkte hij zich een weg naar boven. De wiek kraakte minder dan in het begin, maar nog steeds was ik er niet gerust in. Nochtans ging er deze keer niets mis, zelfs niet toen hij in het midden aankwam en via de as de volgende wiek beklom. Hij kleefde tegen de houten latten.   Het touwtje dat de wieken vasthield, leek strak gespannen, maar toen ik ging voelen, bleek de spanning mee te vallen. Waarschijnlijk waren de wieken in de molen zelf verankerd, dacht ik, en dat stelde me wat gerust.   Halfweg zijn tweede wiek, riep Bart dat ik nog een foto moest trekken. Dat was al de zesde. Terwijl ik door het kleine venstertje van de camera keek, liet hij zich aan één van de spalken hangen. Net op het moment dat ik de foto trok, draaide hij zich om en liet hij één hand los om te wuiven. Geschrokken kneep ik mijn ogen dicht en luisterde ik naar een plof.   De enige plof was die van het fototoestel dat in het natte gras viel.   “Gij zijt gek, Bart, gij zijt gek. Kom naar beneden nu,” riep ik onderaan de molen in paniek. Ik vond het al erg genoeg dat hij daarboven zat, ging hij ook nog eens hangen en kunstjes uithalen.   Gelukkig kwam hij inderdaad naar beneden. Het hout kraakte weer.   Bijna op het einde, nog zo’n twee meter boven de grond, sprong hij van de wieken, struikelde hij en viel hij met zijn rug tegen een steen die daar lag.   “Doeme,” zei hij, “dat doet zeer.”   Opgelucht nam ik hem vast om te kijken of hij nog helemaal uit één stuk was, maar hij versteef van de pijn en hij riep dat ik een flikker was, dus liet ik hem los. Hij verbeet de tranen in zijn ogen.   “Juist goed,” zei ik, “ik hoop dat je rug gebroken is.”   “Ik mag zot zijn,” kreunde hij, “maar met u scheelt er ook iets, kerel. Als mijn rug gebroken was, dan stond ik hier niet.”   “Ben je niet blij dat je terug beneden bent?” vroeg ik.   Als antwoord slaakte hij een oerkreet waardoor de kraaien lawaaierig opvlogen uit de toppen van de dennenbomen. Mijn huidharen gingen er rechtop van staan en het leek alsof er elektriciteit door mijn wervelkolom werd gestuurd.    Gelukkig waren er geen wandelaars of fietsers in de buurt, want hij riep echt wel luid.     De hele weg terug naar huis klopte hij voortdurend op mijn schouders en wou hij de foto’s zien die ik getrokken had.   “De laatste foto is donker,” zei hij en dat net het toppunt van zijn prestatie zo slecht belicht was, stelde hem zichtbaar teleur. Maar dan klopte hij weer op mijn schouder en lachte hij.   Bij mij thuis aangekomen, vroeg ik hem of hij zoiets gevaarlijks alsjeblief nooit meer wou doen. Hij zei alleen dat ik niet zo moest blèten, want hij was er toch veilig vanaf geraakt. Morgen zou hij mijn fototoestel wel teruggeven.   “Zonder fout, Bart,” zei ik, “want als mijn moeder het merkt dat ik haar spullen uitleen, dan zwaait er wat.”   “Ja ja, geen probleem!”     In mijn bed bonkte mijn hart nog van opwinding. Even leek het alsof ik in de verte weer die oerkreet hoorde en vogels die opvlogen, maar dat was waarschijnlijk inbeelding. Het duurde minstens een uur voor ik in slaap sukkelde. Mijn teddybeer had ik al lang niet meer zo omkneld als toen.     ’s Anderendaags ’s morgens nog voor ik naar school vertrok, zette ik de computer op en zag ik dat de laatste foto die ik de nacht ervoor getrokken had, al op Barts Netlog stond, met daarnaast een scan uit een Rode Ridderboekje waarin de Rode Ridder ook in een molenwiek was gekropen. In zijn status stond geschreven ‘Bart doet stunt van Johan de Rode Ridder achterna’. Ondanks het feit dat de foto inderdaad veel te donker was, had hij hem toch zo kunnen bewerken dat duidelijk genoeg bleek dat hij het was die aan die wiek hing en naar de camera wuifde.   ’s Avonds voegde ik als commentaar bij zijn status toe: ‘Maar Johan de Rode Ridder liep de volgende dag niet krom van de rugpijn’. Het was gemeen, vond ik zelf, vooral omdat hij niet gevallen was, maar naar beneden gesprongen, en ook omdat ik toch jaloers was dat híj het had gedurfd en ik niet.   Pas een week later kreeg ik eindelijk het fototoestel terug en kon ik het weer in mijn moeders lade leggen. Tijdens het wissen van de foto’s zag ik dat hij nog een extra foto had getrokken waarop hij met Mieke zoende, en hoewel ik wist hoe het moest gegaan zijn, vond ik het toch jammer dat het net Mieke was.  

Hans Van Ham
27 0

De provincie aan de kust? Hieronder enkele initiatieven:

‘Groen-in-de-stad’ -  geen rhododendrons voor de kust?Groen aanleggen aan de kust brengt een aantal specifieke uitdagingen met zich mee. Denk maar aan onder meer de typische klimatologische omstandigheden,  de aanwezigheid van strand en duin en de hoge druk door betreding van recreanten.Om die reden brengt de Streekwerking Kust de groenambtenaren en de schepenen van de regio Kust samen om te onderzoeken wat de kansen en wensen zijn voor het planten van groen aan de kust.Dat netwerk dient als ervaringsuitwisseling, studiedagen/bezoeken, contacten, inspiratie en vindt plaats tot 2 maal per jaar.Met het initiatief “Groen-in-de-stad” wil het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse overheid (ANB) de aandacht wil vestigen op groen in de stedelijke of randstedelijke omgeving.Groeien de bomen in Nederland beter?   Op donderdag 15 oktober 2015 kwamen we het allemaal te weten tijdens het seminarie 'Bomen en groen aan Zee'. Je vindt de powerpointpresentaties hieronder: [met link naar PPTS]•    Historisch beeldmateriaal Noordwijk (NL) door Marcel Smeets – Kennisplatform Bomen aan Zee (NL)•    Bomen aan Zee: onderzoek & advies  beperkende groeiomstandigheden door Marcel Smeets•    Bomen aan Zee: nationale monitor door Marcel Smeets•    Kustbeplanting en zouttolerantie door Bregt Roobroeck – VIVES hogeschool BruggeDe streekwerking Kust van de provincie West-Vlaanderen organiseerde deze namiddag, speciaal bedoeld voor professionelen die bezig zijn met groenbeheer.Meer succes met de aanplant en groei van bomen en groen in badplaatsen aan de Noordzee (NL en B)? Meer bomen en groen in badplaatsen zorgen voor een beter verblijfsklimaat voor inwoner en bezoeker. Dat is van belang voor economie en welzijn. Het Kennisplatform Bomen aan zee in Nederland start met een project om de groei van bomen aan zee te monitoren. In de praktijk is veel kennis beschikbaar bij de beheerders van groenprojecten. Ze volgen de ontwikkeling van de groei van de bomen en nemen wanneer nodig gepaste maatregelen. Zo ontstaat er een digitale databank en kan geleerd worden van de mislukkingen en successen. Ontdek alle informatie op www.bomenaanzee.be (contact: meetsbomenaanzee@gmail.com) Eco-moestuinieren, iets voor jou?In zes sessies dompelt een gespecialiseerde lesgever de deelnemers van de eco-moestuinteams onder in de nodige theorie en praktijk van eco-moestuinieren. De sessies volgen het ritme van de seizoenen en gaan telkens thuis door, bij de leden van het team (in de woonkamer én in de tuin). Op 16 januari 2016 start een nieuw eco-moestuinteam op in Blankenberge. De volgende lessen vinden plaats op: 30/01 om 9:30 tot 12u 19/03 om 9:30 tot 12u 16/04 om 9:30 tot 12u 14/05 om 9:30 tot 12u 18/06 om 9:30 tot 12u 17/09 om 9:30 tot 12u Ben je geïnteresseerd om ook deel uit te maken van een eco-moestuinteam, mail dan naar kust@west-vlaanderen.be; of telefonisch 059/34.21.47. De deelname is gratis. Aanwezig zijn op alle sessies en je mede-cursisten verwelkomen in je woonkamer, volstaat als engagement. Het provinciebestuur West-Vlaanderen draagt de kosten voor de lesgever. Het aanbod van eco-moestuinteams kadert in een samenwerking tussen Velt en het provinciebestuur West-Vlaanderen, die ook samen Velt-lesgevers ‘ecologische moestuin’ opleiden.

Sylvia
0 0

Kleine Verhalen. Potlood met een gummetje

Gisteren stond ik in de winkel. Het buurtwinkeltje om de hoek. Daar hebben ze leuke potloden. In vrolijke kleuren en met een gummetje er bovenop. Het soort potloden waar  ik in vroegere tijden blij van werd. Omdat fouten maken kon. Ze werden uitgegumd.   ‘Het zijn andere tijden,’ schuddebolt de oude dame achter de toonbank, ‘ze hebben geen potloden meer nodig in deze tijden. Ze kunnen met hun computer alles wissen. Zijt gij ook op feestboek?’ Even begrijp ik het omaatje niet. Maar jawel, ik ben ook op Facebook. Weinig ‘feest’ nochtans de laatste dagen.  Bedroevend weinig vrolijke dingen om te delen. Ik lees. Ik kijk naar foto’s. Ik post zelf enkele onnozelheden met recepten. Deze tijden. Waarin bange, uitgeputte mensen in onze parken overnachten. Waarin kinderen aanspoelen op stranden. Deze tijden waarin landen hekken bouwen om mensen tegen te houden. Opnieuw. Vroeger mocht je er niet uit. Nu mag je er niet in. ‘Tot hier en niet verder.’ zeggen ze. ‘Dit is van ons. Van ons alleen.’ In deze tijden waarin we bang zijn om minder te krijgen. Minder te ‘hebben’. In deze tijden waarin we zo overspoeld worden – letterlijk – met menselijk leed, dat we allemaal soms even onze ogen sluiten voor het nieuws van de dag. We zappen weg naar ‘Thuis’.  Nergens beter dan thuis? Huisje, tuintje, kindje… Schooltje. Onze school: KIDS. Waar hartelijke professionaliteit de slogan blijft. Waar we willen dat elke ouder en elk kind zich Thuis voelt. Zijn we goed gestart? Natuurlijk zijn we goed gestart. Hier en daar is er nog een stoeltje te weinig. Er moeten nog wat potloden geslepen worden en wat puntjes op de i gezet. Voor onze kinderen wordt zelfs gewerkt aan wéér een nieuw dak boven hun hoofd, er is soep zoveel ze willen en er wacht hen een knusse, warme leefgroep, een klas. Onderwijs. Bijzonder Onderwijs dan nog. In deze tijden waarin we van Bijzonder naar Inclusief moeten gaan, voelen wij ons bijzonder exclusief. Bijzondere leerkrachten. Laten we ons dáárop focussen. In deze tijden. En bijzonder ons best doen. Om élk kind te geven waar het recht op heeft. De beste juf, de beste meester, de beste therapeut, de beste ouder. Het beste kind zit vóór ons. Daar. Ik geef hem een potlood. Met een gummetje.

Goedele Billen
40 1

zinnespel

I will show you fear in a handful of dust T.S. Eliot   onzin ik krijg u niet geschreven noch in woorden geworden wanneer uw handen de scherven inkt in mijn vingertoppen aftasten als rusteloze ruïnes in uw woestenij   zou ge dansen als ik het u vroeg zo gewoonweg domweg uw passen afstemmen op de mijne om een eenheid te veinzen in een compleet artificieel moment van bestaan   als een schaduwspel in een amper verlichte kamer weerkaatsen wij onze levenloze lijven vluchtig en gehaast haast gehaat in elkaars armen tussen voetstappen waarin razernij elegantie kent en hoe dat dan oorlogen zijn   want ik denk niet dat ge zou dansen al zou ik het u vragen ge zult u wel bewegen maar niet in eenheid in dissonantie waar gij mij tot op het einde zult weerleggen maar zo creëren we nog steeds al is het uit vernielzucht     waanzin ik vertrappel heelder werelden onder mijn voeten als dat betekent dat ik het sterven van de kosmos in uw ogen kan weerspiegeld zien   ik zal alles platbranden tot de laatste snipper enkel om dichter te staan bij de vlammenzee die zijn getijden kent in uw gedachten   ik zal het bestaan zelf verzwelgen enkel om de wreedheid van uw alles verterende vertederende glimlach te kunnen weerstaan   het einde der tijden kondigt zich aan…  maar voor mij vervat het enkel de oneindigheid die zit gevangen in uw onbegrijpelijke blik   grijp mij rijt mij aan s t u k k e n verscheur verbrand verslind verslind verslind verslind V E R S L I N D verslind elke letter die ik stot-ter doe mij dolen tot ik enkel nog kan voelen   wie gij zijt     zinloos naakt lijk ik te zijn begonnen ontdaan van de angst in uw stoffige handen een uitgehold clair-obscur van duister tegenover net iets donkerder   als ge daar dan ligt in uw gebroken armen van al die vernieling voelt ge dan niet de nood om gewoon langzaam te zwijmelen op al die vervlogen ritmes die ge liet varen   het schisma voltrokken en volkomen   ontregeld klauwt het verder bijna melancholisch compleet gestrand en ontredderd naast al die anderen met eenzelfde stel ogen ijzig en onbevattelijk   moet het dan zo en enkel zo ons volledig aan dat gruwelijk monster overgeven wegkwijnen in diezelfde stoffige angst die ik nooit echt in uw handen zag het is maar de vraag in hoeverre uw allesverslindende  honger naar zwijgzaamheid ons nog in staat stelt ooit uw onmogelijke dans te voltooien gij getooid in een soort kobalt ik uw schepper uw vernietiger en alles daartussen  

Daan Janssens
0 1

Pluk de tijd in de herfst van je leven

Wanneer de bolsters van wilde kastanjes vanop het wandelpad aan je zolen willen kleven, weet je, het is herfst. Het aantal senioren, die genieten van een dagelijkse gezondheidswandeling, neemt ook af rondom het stadspark Casier. Herfst en winter behoren niet tot dat dagelijkse wandelen. Voor zij die ervaring in tijd kweekten. Niet weten, noch leren wat de oogst van die tijd nu precies is. De pet wordt niet langer rechtgezet, brilglazen staren je niet langer aan, noch minder wordt van je verwacht goeiendag te gebaren. Het sparen van energie neemt de bovenhand in deze tijd van het jaar. Nochtans, het is herfst. Met een uitdrukkelijke, superlatieve -st op het einde. Die eigenaardige -rfst heeft een uitdrukkelijk doel. Het duidt de beste periode van het jaar aan om de vruchten op je erf te oogsten. Je te behoeden voor schaars-te en nog vlug welvaart in te slaan. Lief-st met je gezin of familie om wat “qualitytime” bij één te rapen. “Maar vergeet je  hærfest toch niet?”, vraagt de moeder steeds bezorgd. Snot kweek je éénmaal snel bij tocht. Het hoogtepunt is dus bereikt, het verval komt eraan. Om in -ssst- te genieten van het dwarrelende blad. Dat tenslotte zonder roer cirkelt op het watervlak. Och ja, er zijn ook wat waterrimpels rondom het blad. Die de zon kunstzinnig belicht. Herfst, het is de dichtperiode bij uitstek. Waar de poëten in parken vruchten van hun stress omtoveren, in abstracte schilderijen tot verdord woord. Dergelijke taferelen tot dichtkunst omdat met herfst niet te rijmen valt.

KLAAS
0 1

PMClub nieuwsbrieven + SelfArchitect promo

Beste lezers, beste leden Alhoewel het met deze buitentemperaturen misschien niet nodig is, toch willen wij graag jullie graag warm maken. Warm maken voor interessante HR topics en HR events dewelke wij samen met collega-verenigingen voor jullie opzetten.   Het sharen van ervaringen, praktijken, methodes en ideëen en dit op een continue regelmatige basis daaraan werken wij reeds meer dan 43 jaar.  Wij - Personnel Managers Club - hebben dan ook in het verleden samen met enkele andere HR keyplayers in industrie, diensten en onderwijsveld gewerkt aan een gemeenschappelijk noemer.  Een gemeenschappelijke noemer HR België waarin ieder zijn eigenheid in de teller behoud. U hebt wellicht van het recent initiatief  "HR Platform" gehoord om dit nogmaals sterk vorm te geven.  Samen met de luitenanten van dit uur VDAB, VBO, Jobat, Vlerick, KUL, WisKeys en Ronny Hoebeke zetten wij graag ons schouders mee onder het project. U, onze leden, zijn ons zeer waardevol dat is ook de reden waarom wij steeds onze goede zorgen geven aan elke communicatie en event. Warme groeten  ----------------------------------- Beste lezers, beste leden Na de fantastische zomer gaan wij graag van start met een spetterend jaarprogramma-menu.  Het eerste voorgerecht wordt geserveerd op 23 september "Werken aan de Toekomst" met als gastspreker de heer Bart Buysse, directeur-generaal VBO.   PMClub goes digital, we trekken de online kaart en gaan meer online communiceren - zonder aan overkill te doen. Samen met het nieuwe bestuur brengen we HR voor u goed in beeld.  Ons bestuur staat ook steeds voor uw ideëen en suggesties open.  Spreek ons aan, wij luisteren graag! HR en HR vereniging hand in hand - op naar een nieuw werkjaar. Ik zie je graag 23 september op de openingszitting bij onze partner Roularta in het industrieterrein te Zellik. cu ;-) ------------------------------------------ SelfArchitect   Wat wil ik verder ? Wat kan ik? Waarin zit mijn passie? Welke troeven heb ik in me? Wat wil / kan ik ermee doen?  Stuk voor stuk mogelijke vragen waarop u een antwoord wenst !   Wees uw persoonlijke zelf architect. Neem uw loopbaan in eigen handen. Samen met u neemt SelfArchitect u mee naar de mogelijkheden en kansen die u heeft om uw carrière verder vorm te geven.   Be your SelfArchitect , I’ll guide you through.   Wens je meer informatie of alvast een luisterend oor,  neem vrijblijvend contact met Inez Senecaut op 0475/255 200  

Inezz
0 0

Nr.26 (proloog deel 3)

De mensen buiten zien Nr.26 opeens te voorschijn komen. Black staat er haast naast, zo ver is hij al geraakt. De bewakers laten hem met rust en lopen zo snel mogelijk weg van Nr.26. Die heeft alleen maar oog voor Black. “Ah, jij. Jij bent geen gewone sterveling.” zegt Nr.26 ijskoud. Black rilt even, maar blijft toch staan. “Wat bedoel je daarmee?” vraagt hij. “Ik heb jou soort al eerder tegen gekomen en ook al uitgeschakeld. Bij de RedWolfs kwamen er al om me weg te drijven. Als of een sterveling tegen mijn krachten kan.” Nr.26 kijkt rond, en Black weet al waarvoor. Hij is op zoek naar de drie bewakers, maar dat ging Black niet laten gebeuren. “Oké, ik twijfelde eerst. Maar nu weet ik het zeker dat jij deze jongen niet bent. Wie ben je?” vraagt Black en Nr.26 lacht. “Een normale sterveling zou eerst vragen wat ik ben.” “Ik weet maar al te goed dat je een echt demon bent. Je hebt deze jongen zijn lichaam in genomen om verwoesting te brengen en vanaf dat iemand hem pijn doet kom jij naar boven om je woonplaats te beschermen. ” Nr.26 kijkt Black even aan, richt zich weer naar iedereen buiten.   “Jou soort zal het nooit begrijpen. Wat als ik zeg dat ik niets wil verwoesten?” Black geloofd hem niet en Nr.26 ziet het. “Zo als ik al dacht. Deze jongen is niet er niet meer, zijn geest is al twaalf jaar geleden uitgedoofd. Al wat hem nog recht houd ben ik.” “Dan houd niets me tegen om jou volledig uit te drijven.” Zegt Black en hij begint een tekst met vreemde klanken uit te spreken. Black kijkt naar Nr.26 of er verschil is, maar die kijkt hem met een hatelijke blik aan. “Dat is waarom ik jullie monks haat! Altijd die woorden en die uitspraken van ‘demonen zijn slecht’ wel ik zal je eens laten zien hoe slecht een kwade demon kan zijn!” Nr.26 wil op Black af gaan maar krimpt opeens in elkaar. “Wat gebeurd er? Wat ben jij aan het doen?” roept Nr.26 kwaad. Weer krimpt hij in elkaar en valt op zijn knieën. “Dit kan niet! Hij was al lang weg! Hoe kan hij er dan nog zijn?” Nr.26 grijpt zijn hoofd vast en slaakt een vreselijke kreet. Tot iedereen zijn verbazing veranderd Nr.26 weer in de echte jongen. De kreet verstomt en dan kijkt Nr.26 Black aan. “Wie ben jij?” vraagt hij verbaasd en valt bewusteloos op de grond.   Iedereen is opgelucht, het gevaar is geweken. de mannen in het zwart proberen de dingen weer onder controle te krijgen. De mannen, die niet weg waren gelopen, werden weer terug naar binnen gebracht. Maar Black is niet één van hen, want hij is al lang ergens anders. Nadat Nr.26 bewusteloos was gevallen had Black hem op zijn rug genomen en was in één van de wagens gestapt. Niemand hield hem tegen, want tot Blacks verbazing was Slim voor de anderen gaan staan en had hen laten weg rijden. Toen ze onderweg waren was Black nog verbaasder omdat op de stoel naast hem een bruine map lag met al de gegevens van de jongen. Zo komt het dat ze nu voor de deur van het huis waar Nr.26 ouders wonen staan. Black belt aan en een vrouw doet open. Wanneer ze Nr.26 ziet begint ze te wenen en roept ze haar man. Die komt aangerend en even staart hij alleen maar naar de jongen. "Dat is hem, na al die jaren." jammert de vrouw. Na een poosje laat de man Black binnen. Nadat ze Nr.26 in bed gestopt hebben moet Black heel het verhaal doen en dat doet hij ook. Na het verhaal staat Black recht en wil naar de voordeur stappen, maar de vrouw houd hem tegen. “Waar gaat u naar toe?” vraagt de vrouw. “Geen idee.” Zucht Black. De vrouw kijkt naar haar man. “Wat dacht u er van om als onze zoons bodyguard te komen werken? We kunnen u genoeg betalen.” Eerst aarzelt Black, maar hij neemt het toch aan. Hij is ergens wel benieuwd naar hou het nu verder zou gaan met Nr.26, of beter gezegd Rick de Vaart.

Lisbeth Donker
0 0

Nr.26 (proloog deel 2)

Zonder nog maar iets te zeggen rennen alle mannen de werkzaal uit. De bewakers proberen ze tegen te houden maar niemand luistert. “Laten we hier weg gaan, straks komt hij achter ons aan,” zegt de eerste bewaker met een bevende stem. “Jij ook met je ideeën altijd,” zegt de derde boos. “Ik denk dat we beter om versterking zullen vragen.” “Ja, vraag om Slim.” De twee anderen kijken de derde bewaker aan. “Slim is alleen voor noodgevallen.” antwoordt de derde. “Noem je dit dan geen nood geval?” Even kijken ze elkaar aan en moeten dan toch toegeven dat dit een noodgeval is. Dus neemt de eerste bewaker zijn gsm en vraagt versterking. Op dat moment zit Slim in de bewakerszaal. Slim is een man rond de dertig en is langer dan twee meter en heel erg gespierd. Opeens gaat zijn gsm. “Met Slim.” “Met de bewaker van de werkzaal, we hebben een noodgeval.” “Wat is het probleem?” “Er is er eentje op hol geslagen en valt iedereen aan. De andere mannen zijn naar de ontspannings zaal gevlucht.” Slim gelooft zijn oren niet. Al die mannen gevlucht? Daar wil hij het fijne van weten. “Waar is die ene nu en wat is er precies gebeurd?” Vraagt hij snel. “Hij staat nog bij zijn tafel in de werkzaal en…” “Hé? Waar is hij nu naar toe?” Hoort Slim een andere bewaker vragen. “Ik zei dat jullie hem in het oog moesten houden!” roept de eerste angstig. “Ja maar hij is zomaar opeens verdwenen,” zegt de andere weer. Dan hoort Slim opeens een vreemde stem. “Dus het was jullie idee geweest? Ik zal jullie eens laten voelen hoe het is om in elkaar geslagen te worden.” “Slim, Hij zit achter ons aan! Kom… Aaaah!” De verbinding is verbroken. Snel roept Slim de anderen op en haast zich naar de ontspannings zaal.   Wanneer Slim daar aankomt ziet hij alle mannen tegen de muur, die het verst van de werkzaal is, staan. Mannen die normaal met elkaar zouden vechten als de ander nog maar naar hen zou kijken, stonden nu op elkaar gepropt. “Kan iemand me uitleggen wat er hier in gods naam gebeurd is?” vraagt Slim met een donderende stem. Iedereen kijkt naar de persoon naast zich, maar niemand durft zelf naar voren te gaan. Wat als Slim te weten komt dat Joe de regel had gebroken? Dan zwaait er wat voor iedereen. Maar iedereen weet dat Slim niet tevrede gaat zijn als niemand wil antwoorden. En dat is maar al te juist, Slim geeft opdracht om één van de mannen uit de groep naar hem toe te brengen. Aan die man stelt hij nog eens de vraag en na een poosje weet Slim alles. Tot iedereen zijn verbazing word Slim niet kwaad, integendeel. Hij begint te lachen. “Hahaha, geen wonder dat jullie bang zijn. Die jongen zijn misdaden zijn niets vergeleken met die van jullie.” Legt Slim uit. Black stapt naar voren en richt zich tot Slim. “Hoe bedoelt u? Wat heeft hij dan zo al uitgespookt?” vraagt hij, maar op dat moment roepen een paar mannen iets en ze wijzen naar de doorgang die naar de werkzaal gaat. Iedereen kijkt en ze zien de drie bewakers zo snel als ze kunnen naar hun toe lopen. Een paar mannen beginnen hun aan te moedigen en al snel roept iedereen. Black doet niet mee, hij stelt nog eens de vraag aan Slim. “Als je het toch wil weten, ooit al eens van de RedWolfs gehoord?” Black knikt. “Deze jongen was de rechterhand waar iedereen zo een schrik van had. Hoe de bazen hem te pakken hebben kunnen krijgen is ook voor mij een vraag. Als ik dit voorval vergelijk met al de verhalen die rond gaan, zou ik haast ze nog geloven. Hoe bizar of onnatuurlijk zo ook zijn.” Na die woorden stapt Slim op de drie bewakers af. “Vlug vlug! Iedereen klaar staan, hij komt er aan!” roept één van de drie overstuur. Slim begint bevelen te geven en na een poos staat iedereen klaar.   Het is muisstil, bijna niemand durft adem te halen. Black denkt vlug terug aan de verhalen van de RedWolfs. Nog voor hij hier werd opgesloten waren ze al wereld nieuws. Wat zeiden ze ook al weer over die rechterhand van hen? Blacks gedachten verdwijnen als hij de man naast hem naar adem hoort happen. Dan ziet hij het ook. In de doorgang staat de zwart harige Nr.26 gewoon naar hen te staren. Slim stapt naar voren. “Jongen, we weten dat de regel is overtreden en je hebt wraak kunnen nemen op de boosdoeners. Stop nu voor je ook de anderen iets doet. Anders moet ik harde maatregelen nemen.” Iedereen is verbaasd. Nog nooit hebben ze Slim iemand iets zo vriendelijk horen vragen, laat staan dat hij over de anderen hun veiligheid bezorgd is. Even is het stil, maar dan begint Nr.26 te lachen. Maar het is een koude lach, zo één waarvan je koude rillingen krijgt. “Ben jij me nu aan het bedreigen mens? Dan moet je nog dommer zijn dan die drie daar.” en weer galmt zijn lach door de zaal. Dan is hij weer dood serieus. “Hm, eigenlijk vind ik het niet echt om te lachen. En trouwens, nu dat ik er toch ben, waarom zou ik weer weg gaan?Ik heb veel te veel plezier.” zegt Nr.26 en hij begint naar hen toe te stappen. “Dan moet je eerst voorbij mij komen.” Zegt Slim en hij neemt een bokshouding aan. De mannen beginnen Slim aan te moedigen. “Aan de kant mens, al wat ik zal nemen zijn die drie stommelingen.” De stem van Nr.26 begint geïrriteerd te klinken. Maar Slim blijft gewoon staan. “Goed, je vraagt er om mens.” zegt Nr.26 ijskoud. En van het ene moment op het ander is hij van halverwege de zaal opeens vlakvoor Slim. Die kijkt Nr.26 met grote ogen aan. “Dan schakel ik jou eerst uit.”   Nr.26 strekt zijn armen uit, polsen tegen elkaar en richt op Slim. Die ziet vol ongeloof hoe er in de handen van Nr.26 een grote vuur bal tevoorschijn komt en die word recht op hem af gevuurd. Slim duikt weg en de vuurbal vliegt vlak langs hem heen richting de muur waar al de mannen tegen staan. Iedereen probeert te vluchten. Er wordt geduwd, getrokken, mannen vallen op de grond en worden overlopen. De bal raakt de muur en maakt er een groot gat in. De mannen die hun kans zien rennen door het gat naar buiten, waar ze op gewacht worden door allemaal mannen in het zwart gekleed met schilden.   Ook Black staat er tussen en is kwaad op zich zelf. -Dom kop! Waarom vergeet ik nu net het belangrijkste?- denkt hij. Maar dan zegt de man naast hem iets waardoor hij het zich weer herinnerd. Black grijpt de man vast. “Wat zei je nu net? Kun je dat nog eens herhalen?” vraagt Black snel. De man kijkt hem even verrast aan maar ziet dat Black serieus is. “Wel, ik zei gewoon dat dat joch wel een demon moest zijn.” “Dat is het!” roept Black. De man snapt er niets van en doet teken naar zijn vrienden dat Black wel gek moest zijn. –De demon met een engelengelaat, dat was het. Dat ik dat kon vergeten.- Black schud zijn hoofd en kijkt weer naar het gat in de muur. -Als wat Slim zei waar is, dan is deze jongen niet een gewonen jongen. En ik weet precies wat ik moet doen.- denkt Black en rent uit de groep richting de muur. Daar wordt hij tegen gehouden door de bewakers. “Niemand mag naar binnen, Slim is die jongen aan het proberen tegen te houden,” zegt één van de bewakers. “Laat me door! Ik weet een manier om Nr.26 te laten stoppen.” Maar de bewakers willen hem niet door laten. “Dan maar met geweld!” en Black vecht zijn weg naar Nr.26.   Ondertussen staat Slim weer recht. “Wel wel wel, dat was me wat. Maar nu is het voor echt.” Slim haalt uit naar Nr.26, maar die ontwijkt met gemak de slag. In plaats van terug te slaan laat hij Slim zich zelf moe maken. Na een poos begint Slim zwaarder te ademen en dan ziet Nr.26 zijn kans. Met één slag in Slims maag ligt die neer. “wat zeggen jullie mensen ook al weer? Hoe groter ze zijn, hoe harder ze vallen?” zegt Nr.26 en kijkt naar Slim. Die probeert recht te staan, maar het lukt niet. “geef het op, mijn krachten zijn boven die van jullie stervelingen. Normaal zou ik je hebben kunnen doden met die ene slag, maar ik heb al te veel kracht op gemaakt. En ik wil graag die drie het betaald zetten. Dus blijf jij hier maar liggen terwijl ik daarbuiten de zaak oplos.” En weg is Nr.26.  

Lisbeth Donker
0 0

Nr.26 (Proloog deel 1)

Ergens in een dicht bos rijd er een pikzwarte wagen met verduisterde ramen over het hobbelige pad. Heel de tijd rijden ze tussen de bomen tot ze op een open plek komen waar een heel groot en goed beschermd gebouw staat. Je zou haast denken dat het een gevangenis is, zo dik zijn de muren waarop er allemaal bewaking op staat. De wagen stopt bij de bewaker die bij de reuze poort staat en het raam van de bestuurder gaat open. Er wordt een pas getoond en de bewaker geeft teken dat ze door mogen rijden. De grote poort gaat langzaam open en na een poosje verdwijnt de wagen naar binnen.   Helemaal binnen in het gebouw zijn er twee hele grote zalen waar van eentje vol zit met mannen. Je hebt er alle soorten: dik, dun, klein, groot, schuw, ruw en noem maar op. Eén van hen heet Black. Hij is vijfentwintig jaar, is vrij lang van gestalte, goed gespierd, zijn haar was bruin net als zijn ogen en op zijn linker wang heeft hij een groot litteken. Maar dat hebben bijna alle mannen daar. Iedereen die daar zit heeft iets tegen de wet in gedaan en bij iedereen stonden er opeens een groep mannen in zwarte kostuums voor de deur die hen de keus gaven om of wel met hun mee te gaan of aangegeven te worden bij de politie. Natuurlijk wou niemand naar het gevang dus de meeste kwamen dus naar hier. Wat ze daar moesten was dag in en dag uit dozen met voorwerpen in elkaar steken en dan weer inpakken. Niemand wist waar die dozen voor waren of waarom ze dat moesten doen, en niemand vroeg er ook naar.   Black zit samen met zijn vrienden in de ontspanning ruimte toen de mannen in het zwart binnen kwamen met tussen hen in… een jongen? Black geloofde zijn ogen niet. Het was nog maar een jongen, rond de vijftien a zestien jaar. De jongste waren tot nu toe al in de twintig als ze binnen kwamen. Black merkt dat ook de anderen verwonderd zijn. “Wat brengen ze nu weer binnen,” zucht er één “Denken ze dat het hier een kindertuin is of zo?” zegt een ander verontwaardigd. Black moet toe geven dat het veel te hard zal zijn voor zo een jongen, het is zelfs zwaar voor hem.   Dan ziet hij opeens één van de mannen hem wenken. Iedereen word stil als ze Black naar de groep toe zien stappen. “Black, we willen dat jij deze jongen onder je hoeden neemt.” Zegt de man. Black is stom verbaasd. Meent die dat nu echt? Black had al andere nieuwe wegwijs gemaakt in hoe de dagen verliepen, maar moest hij nu echt voor dit joch gaan zorgen? Natuurlijk was hij zo slim om niets te zeggen. Hij kijkt de man aan. “Natuurlijk kunt u op me rekenen. Hij zal alles rap door hebben.” Zegt Black zo vriendelijk mogelijk. “Dat wist ik al. Voor we hem hier bij je laten moeten we je laten weten dat je nooit, maar dan ook nooit hem mag aanraken. Dat is strikt verboden,” de man wend zich naar de andere mannen “en dat geld ook voor jullie!” “Wie hem aanraakt zal er spijt van krijgen, dat kan ik jullie verzekeren.” Zegt een andere met een gemene grijns. Na die woorden willen ze vertrekken maar Black heeft toch een vraag. “Eh, mag ik vragen wat zijn naam is?” “Noem hem maar Nr.26.” en zo blijft Black alleen achter met de jongen.   Even blijven ze daar staan. Black bekijkt de jongen, die nog geen woord gezegd heeft. Hij moest toegeven dat de jongen er niet alledaags uitzag. Voor anderen zou hij een idool kunnen zijn, met zijn witblond haar en helder blauwe ogen, maar Black ziet meer. Er zit niets van emotie in die blauwe ogen, het lijkt wel als of hij er niet is. Black kijkt nog eens naar de deur waar de mannen door waren verdwenen en zucht. “Dit is wel erg vreemd. Zo wel voor jou als voor mij.” Zegt Black dus maar en kijkt de jongen aan. “Ik moet zeggen dat ik nooit had verwacht dat ze hier iemand zo jong als jou zouden brengen. Je zou eigenlijk haast een moord moeten begaan om hier gestoken te worden als kind.” Grinnikt hij, maar Black heeft zo het gevoel dat dat ook de reden is dat deze jongen hier zit. -Wat was zijn naam ook al weer? Oh ja, Nr.26. Wie noemt nu zijn kind Nr.26?- Black schud zijn hoofd en met grote tegenzin begint hij aan de uitleg en rondleiding.   Nr.26 volgt hem en zegt geen woord. Hij staart uitdrukkingsloos naar alles, als of het hem niet kan schelen dat hij daar is. Na een tijd begint het op Blacks zenuwen te werken maar dan klinkt er een hele luide bel. -Gered door de bel, wat ben ik voor één keer blij om hem te horen- denkt Black en wenkt Nr.26. Alle mannen staan recht en verzamelen in de tweede grote zaal. Daar staan er allemaal tafels met banken en één grote loopband. Black legt uit wat ze precies moeten doen. “Iedereen is verdeeld in groepen en je hebt per groep één tafel. Op die loopband komen er dozen en je moet er steeds één pakken, de inhoud in elkaar steken en dan de doos dicht doen. Het klinkt misschien simpel, maar er zijn nog regels. Per groep krijg je een aantal dozen die moet gedaan hebben tegen de volgende pauze, als je te weinig dozen hebt gedaan volgt er straf. Meestal is het naar de koelingcellen, die zijn zo koud dat als je in slaap valt het kan zijn dat je nooit meer wakker word. In het slechtte geval…” Black word onderbroken door een bewaker. “Aan het werk jullie!” roept de bewaker. Dus pakt Black een doos van de loopband en zet zich in zijn groep en ook Nr.26 pakt er eentje en zet zich neer. Black dacht dat Nr.26 niets zou doen, maar dat heeft hij mis. Nr.26 is zelfs nog sneller dan de anderen. Nog voor de bel ging zijn ze klaar met hun aantal dozen. Nr.26 staat recht en verlaat de zaal. De bewakers doen niets, dus Black vermoed dat ook die de waarschuwing hadden gekregen om Nr.26 niet aan te raken. Waarom eigenlijk? Black is wel erg nieuwsgierig naar de reden. Waarschijnlijk heeft het iets te maken met wat hij mis gedaan heeft. Maar hij wilt het toch niet zelf uitzoeken, de woorden van die tweede man in zwart houden hem tegen. Black denkt er niet verder over na en babbelt wat met de anderen in de groep.   Zo gaan de dagen voorbij. Nr.26 zit daar nu al twee weken en alles gaat prima. Sinds dat hij er is gekomen is de groep van Black altijd vroeg klaar met de dozen en dat vind de groep natuurlijk geweldig. Weer klinkt die dag de werkbel en gaat iedereen naar de werkzaal. Iedereen is aan het werk, onder toezicht van de bewakers. Drie van die bewakers staan wat te babbelen. “Heb je het ook gemerkt? Sinds die ene er bij gekomen is is die groep altijd vroeg klaar.”zegt de eerste bewaker. “Ja, daar voor hadden we nog wat plezier met die groep, maar nu kunnen we hen niets doen.” zegt de tweede. “En die regel! We mogen dat joch niet aanraken, of er zal iets gebeuren. Denk je nu echt dat hij ons zal vermoorden?” lacht de derde. Zo staan ze praten over Nr.26. Op eens heeft één van hen een idee. “Laten we eens zien of er iets gebeurd vanaf dat we hem aanraken.” “Goed idee, maar wie raakt hem aan?” vraagt de tweede. Ze denken even na en beslissen dan om één van de mannen het te laten doen. En ze weten ook al wie. Zijn naam is Joe en omdat hij erg sterk is heeft hij een groep mannen die hem hier als baas zien. Maar ook is hij niet al te slim. De bewakers roepen hem en Joe komt bij hun staan. “Joe, wat dacht je er van om die kleine daar eens aan te raken? In ruil mag je stoppen met werken vandaag.” Zegt de derde bewaker. Joe gaat meteen akkoord en stapt op Nr.26 af. “Hé kleintje, hoe gaat die?” zegt Joe met een grijns op zijn gezicht. Maar Nr.26 blijft gewoon door werken en negeert Joe, die er niet tegen kan om genegeerd te worden. “Ik vroeg je iets, dan geef je normaal antwoord.” Zegt Joe weer, maar de grijns is nu verdwenen. Nr.26 staat recht, loopt naar de band en negeert Joe weer. Die is stil aan rood aan het worden van boosheid. Wanneer Nr.26 weer wil gaan zitten met zijn nieuwe doos grijpt Joe hem bij de kraag en tilt hem van de grond. “Mensen die me negeren sla ik tot moes. Maar omdat je nog maar een joch bent geef ik je nog één kans. Geef me antwoord op mijn vorige vraag.” Sist Joe. Ondertussen was iedereen gestopt met werken en staarde nieuwsgierig naar het schouwspel. Nog steeds geeft Nr.26 geen antwoord. Dus balt Joe zijn vuisten en geeft Nr.26 zo een harde slag in het gezicht dat die zijn hoofd laat hangen. Joe laat hem los en Nr.26 blijft roerloos op de grond liggen. “Dat gebeurd er dus met mensen die niet naar me luisteren.” Roept Joe en zijn volgelingen juichen. Joe stapt naar de bewakers toe maar stopt halverwege omdat iemand riep. “Joe! Hij staat weer recht!” Joe draait zich verrast om. Normaal zou zijn slag Nr.26 bewusteloos hebben moeten slaan. Maar ook hij ziet hoe de jongen gewoon, zonder iets te hebben, recht gaat staan en hem recht aanstaart. Joe voelt al de blikken van de mannen op zich en word kwaad. “Dat was nog maar een beginnetje, eens zien of je deze aan kunt.” En Joe stormt op Nr.26 af, die gewoon blijft staan. Black springt nu recht en wil Nr.26 weg duwen, maar stopt als Nr.26 zich naar hem keert en recht in zijn ogen kijkt. Heeft Black dat nu goed gezien? De ogen van Nr.26 waren niet meer blauw, maar blauw zwart. Black schud zijn hoofd, hij moet het verkeerd gezien hebben.   Joe slaat Nr.26 met al zijn macht. En die valt, met zijn gezicht, op de grond. Daar blijft hij ook weer even liggen, maar staat dan gewoon weer recht. Iedereen staart vol ongeloof naar de jongen. Joe begint er nu stil aan ook wat schrik van te krijgen en slikt. Dan opeens verschijnt er een grijns op Nr.26 zijn gezicht en staart die Joe recht aan. “Is dat al?” zegt Nr.26. Black gelooft zijn oren niet. -Hij spreekt? Ik dacht dat hij niet kon spreken- Schiet er door zijn hoofd heen. Stil aan begint Black een slecht gevoel te krijgen. Niet door de grijns of door dat Nr.26 kan spreken, maar door iets heel anders. Ten eerste klonk de stem van Nr.26 daarnet niet als dat van een zestien jarige, maar als dat van een twintiger, en wat er nog gebeurd is dat Nr.26 stil aan begint te veranderen. Het lijkt wel als of hij langer word en tot ieders verbazing word zijn haar pikzwart, net als zijn ogen die ook pikzwart zijn geworden. Black had het dus goed gezien, de kleine, magere en mooie jongen, met witblond haar en blauwe ogen is verranderd in een even mooie lange, goed gespierde, jongeman met pikzwarte haren en ogen. Iedereen staart naar hem en schuift zo ver mogelijk van Nr.26 weg. Alleen Joe blijft voor hem staan. Nr.26 begint naar Joe toe te stappen en stopt vlak voor hem. “Als dat alles was, is het nu mijn beurt.” Zegt Nr.26. Hij slaat in Joe’s maag en die vliegt tot iedereens verbazing door heel de zaal, tegen de muur aan de andere kant van de zaal en valt daar hij in een klein hoopje op de grond. “Ha, dacht je nu echt dat je tegen mij zou kunnen winnen? Jij die maar een gewone sterveling bent." Nr.26 spreekt het woord 'sterveling' uit als of hij er van walgde. “Baas!” roepen verschillende mannen en ze rennen naar Joe. Twee tillen hem op en haasten zich naar de ziekenboeg. De andere mannen wenden zich naar Nr.26. “Misschien kon je hem aan, maar wij zijn met meer. Grijp hem!” en ze stormen op Nr.26 af. Maar al snel liggen ze allemaal kreunend op de grond. Nr.26 kijkt naar de andere mannen, die de grijns op zijn gezicht plaats zien maken voor een moordlustige blik in zijn ogen. "wie zal de volgende zijn?” 

Lisbeth Donker
0 0

Ziek in de kop

    Op de man spelen, het is niet mijn ding. Ik hou er niet van. Nu de perfectie bestaat niet, en zo wordt gezegd, op elke regel bestaat een uitzondering.  Ik moet het hebben over het schietincident op een 14 jarig meisje in een onthaalcentrum voor bijzondere jeugdzorg. Moet dit nog echt, is alles niet gezegd? Media aandacht is er immers geweest, en het Comité P gaat een onderzoek instellen. Bovendien was kinderpsychiater Eva Kestens  klaar en duidelijk: op een kind wordt niet geschoten. En toch, er over zwijgen voelt aan als een vorm van schuldig verzuim. Wat me in de pen doet kruipen is de reactie van “burgervader “ Bart De Wever. In essentie komt het hier op neer: het interventieteam heeft juist gehandeld en het 14 jarig meisje heeft er enkel een blauwe plek aan over gehouden. Bart De Wever weet als geen ander, zijn waarheid als dé waarheid te verkopen. En toch doet zijn uitspraak mij griezelen. Op basis van welke deskundigheid kan Bart De Wever inschatten of er al dan niet psychische gevolgen zijn voor het meisje? Joost mag het weten. We hebben het hier wel over een héél kwetsbaar meisje. De buitenwereld staat er niet bij stil, maar je komt niet zomaar in een onthaalcentrum voor bijzondere jeugdzorg terecht. Er is voor haar plaats gemaakt. Een berg van bureaucratie overwonnen. Prioriteit gekregen op de wachtlijst omwille van de ernst van de problematiek, en ga zo maar door.  Als 14 jarige afgevoerd naar de volwassenpsychiatrie. Over het gebrek aan gepaste zorg is verder weinig gezegd, ook niet door de burgemeester van de grootste stad van het land. Blijkbaar geen maatschappelijke prioriteit, waarvan akte. Net zoals in de volwassen wereld dient de politie soms tussen te komen in een voorziening van bijzondere jeugdzorg. Meestal lukt het de opvoeders wonderwel. Respect, want ’s nachts en in de weekenden is de personeelsomkadering beperkt. Uitzonderlijk lukt het niet. Dan                         komt de politie tussen, conform hun maatschappelijke taak. Iets anders is het als een speciaal interventieteam, zonder enig overleg, met de betrokken voorziening tot actie overgaat. Het zal Bart De Wever worst wezen. Met deze man zijn we nog niet aan de nieuwe petatten. Ik hoorde het vandaag nog. Bart De Wever’ s grootste gevaar, is Bart De Wever zelf. De machtigste man van het land heeft eens temeer een bangelijke kant van zichzelf laten zien. In de psychiatrie zal er wel een term te vinden zijn voor het ontstellend gebrek aan empathie waarvan hij nu blijk heeft gegeven. Ik hou het liever eenvoudig. Ziek in de kop.

dirk adijns
6 0

Fuck de zwaluwen

Sproete, de kip, en Tiecelijn, de raaf, kuieren door het bos. Ze parlevinken over de zwaluwen, de onderkruipers. In de winter, wanneer er weinig voedsel voorradig is in deze contreien, vluchten ze naar betere oorden. Oorden vol voedsel en maagden. En wanneer het daar te warm wordt onder hun veren, vliegen ze terug naar hier, alwaar de voedselvoorraad en de temperatuur wederom stijgt.   “Elk nobel dier zou een plek moeten uitkiezen, dat het zijne noemen, en er blijven”, aldus Sproete. “Zo had mijn moeder, Roede, hier haar plek en haar moeder, die voor de gemakkelijkheid ook Roede werd genoemd, vertoefde hier ook haar leven lang. Als het wat minder ging, werd er wat harder gekakeld. Maar om dan zomaar betere oorden op te gaan zoeken en daar alle grondstoffen op te gaan souperen. Alsof die grondstoffen daar onbeperkter zouden zijn dan hier. Dat zouden wij niet over ons hart krijgen, al was het maar uit principe. En dan nog het lef hebben om terug te keren naar de plaats die je je rug hebt toegekeerd, wanneer het er weer wat opleeft”, tiert Sproete gezwind.   Tiecelijn knikt zo hard dat zijn bek bijna bleef steken in de grond. Daar hij zich weinig te poot voortbeweegt, is hij het niet gewoon te knikken en dan grond aan zijn kin te voelen. Maar hij kan Sproete toch niet blijven confronteren met zijn gebrek aan vliegkunsten. Op deze manier traint hij bovendien zijn beenspieren. En Sproete had verteld dat hij nog een voorraadje eten over had. Tiecelijn had al een paar dagen niet meer gegeten en deed er dus alles aan om de kip zijn gemoed gunstig te stemmen. Hij vond het wel jammer dat de plannen om Sproete zijn nek om te wringen in zijn hoofd concreter en concreter werden, onontkoombaar bijna. Het was de schuld van de zwaluwen. Zij zouden de kip haar nek zeker omgewrongen hebben vanaf ze wisten waar de voorraad zich bevond. Misschien moest hij eerst de ogen van de kip uitpikken? Dat zou het wellicht gemakkelijker maken om zijn nek om te wringen.   Sproete moest lachen met Tiecelijn die met zijn bek in de grond bleef steken. Het was eigenaardig, de raaf was nog nooit zo vriendelijk tegen haar geweest. Sproete had het nooit gemakkelijk gehad om vrienden te maken. Ze was dik en traag en geduld is een deugd die tegenwoordig niet meer uitgedeeld wordt, zelfs niet meer wordt geapprecieerd. Alles moet snel vooruitgaan en liefst zo snel mogelijk veranderen. Wat vanmorgen nieuw is, daar wordt ‘s avonds al mee gelachen. Maar gelukkig is er Tiecelijn. Die begrijpt immers dat de zwaluwen de oorzaak zijn van alle kwaad. Hopelijk worden ze goede vrienden.   Isegrim, de wolf, zat de kip en de raaf al een tijdje in het oog te houden. Alhoewel hij sympathie had voor hun standpunt omtrent de zwaluwen en hij gisteren nog een spelletje Rummikub had gespeeld met de vrouw van Tiecelijn, kon hij zich stilaan niet meer inhouden. De honger verdreef zijn ratio en maakte zo plaats voor zijn oeroude instinct. Een verre sprong en een harde beet later waren Sproete en Tiecelijn uitgepraat.

Exegeet
0 0