Lezen

Dagboekfragment van een dakloze

321 december 2001   Het is koud, ik ben nat en alles is vuil. Ik wil geen medelijden bij u opwekken want medelijden stilt de honger niet en de vijf cent die ge net in m'n bekertje gooide al evenmin. Kunt gij met vijf cent een ochtend-, middag-, en avondmaal klaarmaken? Kunt gij er zelfs ééne maaltijd mee op tafel zetten? 321 december, al 321 dagen wacht ik op mijne nieuwe start. Mensen zeggen dat ik zot ben omdat ik de datum niet eens weet. Niet dat ik veel met mensen kan praten want een dakloze daar loopt ge met nen boog omheen, zelfs al bent ge zelf nen dakloze. Ieder voor zich hier, tot het beter gaat. Dan zitten we samen rond de kersttafel elkaar al het goeds van de wereld toe te wensen. Maar tot dan bent ge alleen. De echte tijd interesseert me nimeer. Als de samenleving het recht heeft om me eruit te gooien heb ik het recht om hun tijdsindeling uit mijn hoofd te bannen. De 321ste dag van de maand december. Hoeveel dagen december nog zal tellen weet ik niet maar ik hoop dat het er maar 322 zijn al weet ik dat ik morgen wakker zal worden met de wetenschap dat ook de 322ste dag niet de laatste is. Het is de hoop die zoveel pijn doet. Hoop doet leven en hoop maakt kapot tegelijkertijd. Wat een verraderlijk iets dat de mens heeft uitgevonden. De mens heeft zoveel verraderlijke dingen uitgevonden. Gsm's, laptops, auto's en wat nog allemaal. Ge moet het een dakloze vergeven dat hij niet meer mee is met zijn tijd aangezien de markt zich niet echt op hem focust als consument. Het zijn allemaal dingen waar de wereld geld aan uitgeeft om te tonen hoeveel ze hebben. Ik zeg niet dat die spullen nutteloos zijn, ik weet bijgod niet eens wat ze allemaal doen, maar zeg nu zelf? Wat hebt ge het liefst voor u, een smartphone of een bord gevuld met warm eten? Ik zou het wel weten. Maar ik beslis niet hoe de wereld werkt, dat doen de rijke mensen. Dus ik wacht tot ook mijn 1 januari komt en ik mee aan de kersttafel kan schuiven om iedereen een gelukkig nieuw jaar te wensen.     852 december 2001   Het is koud en meer kan ik daar niet over zeggen. Het is al jaren koud dus dat is niks nieuw en wennen doet ge inderdaad, maar leuk wordt het nooit. Het potteke voor m'n neus blijft leeg en ik kan de mensen nimeer in de ogen kijken. Ze zijn allemaal bezig met hun gsm. Sowieso dat ze aan het plannen zijn hoe ze me kunnen vermoorden. Heel de wereld is corrupt en de corruptste van allemaal is Jan. En maar doen alsof hij me wou helpen! 'Nee Freddy, neem geen ontslag, uw baas wilt u helemaal niet neersteken.' Of 'Nee Freddy, als ge nu u huis verkoopt omdat ge denkt dat uw buren u bespieden gaat ge nooit meer zo'n goede plek tegenkomen.' Allemaal opgezet spel, dat was het! De wereld is een harde plaats en als ge niet op tijd vlucht uit het verstikkende zogezegde vangnet van de sociale zekerheid bent ge er vroeg of laat slachtoffer van en vermoorden ze u. Gisterenavond had ik er nog een discussie over met een kabouter die me net hetzelfde vertelde. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het koud is en dat ik veel vuile blikken op me gericht krijg wanneer ik op straat lig. De straat is toch van iedereen. Ik snap niet wat het probleem is. De hele wereld is grijs.   Winst van vandaag: 3 euro Een glimlach vol medelijden Hoop op een beter leven   Verlies van vandaag: Geen huis Amper kleren Vuil Koud Uitgelachen en vernederd

Hilke Van Nuffelen
0 0

DAAN 24 JANUARI 1998 - 2016

DAAN       24 JANUARI 1998 – 2016.   JE WAS HEEL KLEIN MAAR LEVENSKRACHTIG, JE VOND HET LEVEN DADELIJK PRACHTIG… JE WIST AL DUIDELIJK WAT JE WILDE, JE KRAAIDE, STAMPTE EN JE GILDE. JE LIET HET LEVEN NIET MEER LOS, JE BEET ERIN ALS ’n JONGE VOS. WE HEBBEN NU 18 JAAR NAAR JE GEKEKEN, NAAR JE LACH EN NAAR JE STREKEN… WE STAAN PAF VAN JE STERKE WIL, DIE MAAKT ONS EUFORISCH EN DAN WEER STIL… JE ONTSNAPT STEEDS AAN EEN STRENGE HAND, ONTWAPENEND ZIJN IS JE STERKSTE KANT… NIEUWSGIERIG EN LEERRIJK BEN JE ALS GEEN EEN, JE WILT ALLES WETEN EN LIEFST METEEN, JE ONSCHULD VEROVERT ALLE HARTEN, JE BENT IN STAAT JE LOT TE TARTEN. GA ONGEBONDEN, ONVERVAARD MAAR HOU DIT IN JE HART BEWAARD: “HET LEVEN IS HOE JIJ HET KNEEDT “ ’t ZIJ SNEL OF TRAAG, ’t ZIJ SMAL OF BREED… D’R IS KEUS GENOEG MET HIER EN DAAR : AVONTUUR EN SPIJTIG… OOK GEVAAR… UITEINDELIJK BESLIS JIJ WAT EN HOE, HOU JIJ DE DEUR OPEN OF TOE. DEZE VERJAARDAG IS HEEL BIJZONDER, 18 JAAR, DAT WORDT SPECIAAL… HOU HET MOOI EN VOEL DE TRILLING…ZO ’n JAAR BELEEF JE MAAR EENMAAL… WAAR EN HOE JIJ JE OOK GAAT ONTPLOOIEN, BLIJF JEZELF EN HOU JE TAAI, LAAT JE NIKS IN JE OGEN STROOIEN MAAR ZOEK BEWUST JE EIGEN DRAAI, WEET DAGELIJKS DE DAG TE PLUKKEN, GEBRUIK JE KRACHT EN ENERGIE, HET ZAL HEEL TOF WORDEN EN MOOI LUKKEN ALS JE ’t MENGT MET VEEL MUZIEK EN FANTASIE… HOE JE HET AANPAKT, WAT JE OOK DOET, HOU HET ZELF IN DE HAND, DAN DOET JE HET GOED. HARTELIJKE GELUKWENSEN VAN JE FIERE OPA en OMA.

g.a.she
0 0

Het ‘hofke van Eden’.

  Het toeval of een onbesproken wet, heeft mij zeer snel doen inzien, hoe je in het leven staat, invloed heeft op wat je overkomt. Op de radio klonk een gehoorspel en ik wist dat er daarna een quiz was op de Franse zender RTB. Mijn grootvader trok zich na de maaltijden terug in zijn kamer, waar hij heel de dag luisterde naar radiospelletjes waarvoor de deelnemers een grote algemene kennis moesten bezitten. Een tijdverdrijf als een ander. Het stond wel in schril contrast met de jaren daarvoor, toen hij nog een hof bezat ‘van den Akker’. Als het enigszins doenbaar was boerde hij de ganse dag door. De hof was behoorlijk groot; met aardappelen, prei, selder, wortelen, peterselie, kervel en tijdens het seizoen aardbeien. Als kind herinner ik mij nog die dagen tot mijn acht jaar. Daarna werden de ‘hofkes’ opgedoekt om er flats neer te zetten. Van die lelijke blokkendozen die op dat moment zeer gegeerd waren. Ik heb nooit begrepen waarom de moestuintjes moesten verdwijnen. Rond de flatgebouwen bleef nog plaats genoeg over om de grond te bewerken, maar dat zou afbreuk hebben gedaan aan de glooiende groene heuvels, met daartussen een fontein en waterloop, bepaald door een groen minnende architect en waarschijnlijk nog nooit het programma ‘Voor boer en tuinder’ op BRT had gezien.Een deel van mijn jeugd ging, samen met de vruchtbare grond verloren, onder de wielen van een graafmachine. Het indianententje waar ik geen afscheid van kon nemen en toch niet durfde in te gaan. De tipi; geel met rode tekeningen, centraal opgesteld tussen bloemen en rozen, verborg een ongezien gevaar. De lente was er vroeg dat jaar en heel de familie kon genieten van een warme lentezon die niet onderdeed voor de zomer. Als er een buitje viel gingen we schuilen in de zelfgebouwde bungalow van mijn grootvader die dan tevreden in het Frans zijn goedkeuring gaf: “Une bonne petite pluit, c’est bon pour les légumes et la nature.”Tijdens de regen schuilde ik trots in mijn gele tipi tot het zonnetje de wolken had weggebrand. Wist ik veel dat mijn schuilplaats een plaats van verschrikking ging worden. De zomer viel letterlijk en figuurlijk in het water en toch gingen we gewoonte trouw naar ons ‘buitenverblijf’ op het Kiel. Elke droge moment zat ik te spelen in de zon waardoor ik, ook deels door mijn krullen, de naam ‘zigeunerkind’ mee kreeg.Als ik nu in de oude blikken doos, met de afbeelding van een ander Antwerpen, anno 1900, tussen de wit-zwarte foto’s van grootouders en mijn toen prille ouders kijk, vind ik een vergane kleurenfoto van een jong donkerkleurig kind dat met grote bruine ogen zandtaartjes maakt voor een gele kegelvormige tent. Na de natte zomer die tot eind augustus duurde begonnen de eerste veranderingen. Door al die regen was mijn Eden veranderd in een modderpoel vol putjes omdat grootvader zoveel mogelijk groenten had proberen te redden. De tent stond er triestig bij; vol bruine vegen en de stokken stonden niet meer recht omdat het water veel aarde had weggespoeld. Ik nam me voor ze terug op te zetten op een hoger stukje grond. Een gebrom weerhield me om de tentstokken vast te nemen. Geschrokken stapte ik achteruit en bleef vertwijfeld staan. Dit geluid had ik nog nooit gehoord! Gespannen bleef ik luisteren of het gebrom aanhield. Het bleef stilletjes. Op handen en voeten trachtte ik onder de tent te gluren. Zat er iets in? Voor zover ik binnenin kon zien was er niets te zien. Hing het misschien in de nok van de tipi? Maar dan moest ik de tent binnengaan… Ik bleef buiten zitten tot moeder we kwam halen voor koekjes en melk.Toen de hemelsluizen terug open gingen hielden we het voor gezien en gingen terug met de tram naar huis. Het duurde tot de zondag daarop alvorens we terug konden gaan. Tijdens de week was de zon teruggekeerd en de waarnemingen voor het weekend waren veelbelovend.Toen we langs de haag Ligusters, vol kleine welriekende witte bloempjes wandelden, wisten we dat de grond al het overtollige water had opgeslorpt. Het spitten zou gemakkelijker gaan en ik kon mijn plannen ten uitvoer brengen; de tipi verhuizen naar hogere gronden en ze herinrichten. Het houten poortje met weelderige rozen er rond gaf toegang tot mijn speelparadijs. Het was heerlijk om te zien hoe alles zich had hersteld van een Belgische zomer, september kon nog mooie dagen inhouden. Vervuld van geluk liep ik van her naar der om alle kleuren en geuren in mij op te nemen. Waren er nog aardbeien? Kon ik op mijn schommel achteraan het tuinhuis zitten? Was het nestje meesjes al uitgevlogen of zaten de kleintjes nog verscholen tussen de haag? De uitgegraven auto; een lang uitgegraven gat van 50centimeter diep, met in het midden een verhoging en als stuur een wiel van een oude ‘voiture’ (kinderwagen), stond er ook nog steeds. De’ zitbank’ was langs één kant weggezakt, de bezemsteel die de pook moest voorstellen stond, in wat wij nu de vijfde versnelling noemen. Rond de tipi-tent kon je vele kleine gaatjes vinden waarin insecten in –en uitkropen.Het idee om de tent te verzetten kwam goed uit. Ik was insecten wel gewoon, maar had ze toch liever niet té dicht in de buurt. Vooral de stekende soort. De plaats had ik al uitgekozen en netjes geharkt totdat er enkel rulle aarde overbleef, zonder steentjes of takjes.Het gebrom was ik al vergeten tot ik de flappen van de tent opzij trok.Toen…Brak de hel los.Een hele orde wespen vlogen nijdig op uit de tent en binnen de kortste keren kwamen er nog meer uit gaatjes errond tevoorschijn. Gillend ging ik er vandoor en zocht beschutting in de bungalow.Grootvader had heel het gebeuren gezien en kwam even later ook binnen.Moeder was al aan de inspectie ‘extra gaatjes’ in mijn lichaam begonnen. Maar buiten grote schrik had ik er niets aan overgehouden. Ik huilde van verontwaardiging. Waarom kozen de wespen mijn tentje? Nu kon ik er niet meer in spelen!Grootvader aaide eens over mijn bol en ging naast me zitten. In een mengeling van Nederlands en Frans vertelde hij me dat de wespen de tent aanzagen als een enorme gele bloem. Ze hadden er beschutting gevonden voor hun kroost, niet te ver van bloemen en de mesthoop die zich achter de bungalow bevond. Hen verjagen zou resulteren dat ze ergens anders een nestje gingen bouwen. Nu zaten ze op een bekende plaats waar ze alles vonden en niet zouden worden verstoord. Als ik de tent zou mijden had dit het voordeel niet ergens anders te worden aangevallen.De rest van die dag bleef ik mokkend op veilige afstand de wespen gade slaan om tot inzicht te komen dat grootvader gelijk had; ze beleven op dezelfde plaats. Ik kon eindelijk ongestoord op de schommel die tegen de bungalow was aangebouwd. Daarvoor was dit enkel mogelijk in een prille lente. Het tentje is nog twee jaar blijven staan tot de hofjes werden opgedoekt en mijn ouders haalden uit pure wanhoop een televisie in huis.Ik kon nu ook met de andere kinderen de jeugdfeuilletons naspelen, maar het verlies van mijn klein Eden heb ik nooit kunnen verkroppen.Vanaf dat moment nam ik me voor om een eigen huis met een tuin te bezitten dat niemand van je kon afnemen.   Onze kinderen waren bofkonten. Elke keer dat ik ze samen met andere buurkinderen in de hof zag spelen kreeg ik een stukje jeugd terug. Zij hebben nooit iets anders gekend. In stilte hoop ik onze kleinkinderen blootvoets te zien spelen waar grassprietjes tussen hun teentjes jeuken, zonder wespen.

Fanny Vercammen
0 0

Julian, mijn kleine muzikant

Een kind blijft voor altijd je baby...die je met stapjes loslaat om uit te groeien tot een grote volwassen sterke jongen. Zelfstandig en met respect voor alles en iedereen...ik hoop dat je die waarden toch met je meedraagt.  Je bent geboren en alles veranderde in een sneltempo. We beslisten thuis een zelfstandige zaak te beginnen toen je 3 maanden was. Ik besliste na een paar maanden volledig in te staan voor het gezin...ik had papa een goeie duw vooruit gegeven en alles liep op rolletjes. Ik kon nu ten volle van jou genieten en mijn opvoedingswaarden toepassen...ik moest je niet meer huilend afzetten bij de onthaalmoeder of creche. Je bent nu 2 jaar en 4 maanden en ten volle in je peuterpuberteit. Wel heftig die puberteit. Je weet heel goed wat je wilt en dat wil je ook voortdurend tonen door met dingen te gooien, je op de grond te gooien, te schreeuwen en te stampen als je ergens geen zin in hebt of juist wel zin in hebt. Je zou liefst een ganse dag koeken en vanilepudding eten, de cd opzetten waar jij zin in hebt, naar buiten gaan wanneer je zin hebt en een ganse dag entertainment hebben door je moeder of mensen die je ziet. Het lijkt dus ergens wel op de tienerpuberteit.  Ik ben vooral veel wijzer geworden sinds ik mama ben geworden en dankzij jou weet ik nu ook zelf heel goed wie ik wil zijn in het leven en wat belangrijk is...dus dankje wel hiervoor. Ik wil dingen doen waar ik zin in heb en waar ik mij goed bij voel!  Zelf heb ik geen makkelijke jeugd gehad. Oma heeft een persoonlijkheidsstoornis waar ik nog steeds de naam niet van ken en opa is sinds hij zijn nieuwe madam heeft enkel met zichzelf bezig en zijn dagelijks portie glaasjes bier of wijn. Ik kom niet echt uit een voorbeeldgezin zoals je dit zou noemen...maar het heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben vandaag. Ik stond op 17 jaar op mijn eigen benen en moest me weten te redden. Ik ben gevlucht uit de chaos thuis en was op zoek naar rust. Nu ben ik 36 en best tevreden met wat ik ben en heb...ik ben vooral gelukkig en dat is het belangrijkste. Ik hoop dat ik je de waarden kan meegeven die ik belangrijk vind, want zelf heb ik die ik nooit meegekregen in de rugzak van mijn thuis...ik doe alvast best. Straks ga je naar een ervaringsgerichte school hier in onze straat...terug loslaten...en een nieuw begin zowel voor jou als voor mij. Ik denk dat we er allebei deugd zullen van hebben om niet meer constant bij elkaar te zijn. Jij hebt nieuwe prikkels nodig en ik heb wat rust nodig. Ik start ook met mijn eigen zaak nadat jij goed bent gestart op school. Maar ik zal rustig beginnen en niets overhaast doen...zo ben ik dan ook. Ik ben heel erg benieuwd of je verdere ontplooiing in de richting zal blijven van muziek en alles wat met licht heeft te maken. Je hebt een sterke interesse voor alles met techniek en muziek. Dat probeer ik ook te stimuleren door muziek op schootsessies, muziekinstrumenten in huis te halen en cd's allerlei op te leggen. Ik ben terug begonnen met massagecursussen en yoga...eindelijk terug een stukje voor mezelf. De voorbije 3 jaar heb ik me in teken van jou en papa gezet, maar niet zonder resultaat. De zaak gaat goed en er heerst een zekere rust in huis, zo weinig mogelijk stress. Dat is wat ik je ook zeker wil meegeven. Ik kan niet vooruitkijken maar we leven in een stressy maatschappij toch wel. Ik hoop dan ook dat jij de goede beslissingen kan nemen die goed zijn voor jezelf. Zonder rondom jou te kijken maar gewoon diep in jezelf "wat wil ik?" waar voel ik mij goed bij?"  Respecteer het milieu zoals ik jou heb meegegeven. De natuur is ons zo dierbaar...het is onze zuurstof in een overprikkelende maatschappij. Geniet van muziek, maar ook van de stilte...pas dan komt de meeste creativiteit naar boven. En creativiteit...die zal je zeker nodig hebben. Ik sluit deze brief af met heel veel moederliefde en hoop nog zoveel te kunnen genieten van mooie momenten met elkaar dikke kus Beatrice

Beatrice
0 0

Wanneer komt mijn vader thuis?

  Zonder woorden sta ik naast het bed waar mijn vader ligt. Een slapende man verbonden aan zakjes, draadjes en piepende monitoren. Witte muren, een bed van gelakt staal dat dezelfde kleur benaderd als het gezicht van mijn vader. Nee je moet niet langskomen had hij gezegd. Kom maar als ik in het ziekenhuis lig daar kan ik niet weglopen. Een bulderlach zette de woorden kracht bij. Ja zo ken ik hem, alles weglachen en bevochtigen met een pilsje.   Voorzichtig raak ik zijn vingers aan, kruis de blik van de verpleegster die me goedkeurend toeknikt. Zachtjes knijp ik in zijn hand, zijn lichaam waar het leven langzaam verdwijnt in plastiek zakjes. Hij wordt gerecycleerd. Plasma in het zakje links naast het bed. Rode bloedlichaampjes in het zakje ernaast. Urine wordt aan de andere kant opgevangen. Tranen heb ik niet, nee waarom zou ik ook. Dit is gewoon een droom, ja een slechte geef ik toe, ik wordt straks gewoon wakker in mijn eigen bed. Wakker wordt mijn vader niet meer, al lijkt hij nu gewoon te slapen. Het stinkt hier naar ontsmettingsmiddel en leven dat vervliegt, belicht met het groenwitte licht dat uit het systeemplafond iedereen een ongezonde aanblik geeft. Ik sluit mijn ogen, voel de warmte van zijn hand, nog even. Papa niet weggaan, ik heb je nodig, niet weer weggaan.   Niet weggaan. Het kleine meisje zit op de grond naar Sesamstraat te kijken, kleurloos. Haar vader is naast haar komen staan met een kartonnen doos die hij tussen hen inzet. Een voor een selecteert hij de boeken, sommige zet hij meteen terug, andere belanden in de doos. Hij gaat zo op in zijn bezigheden dat hij zich niet bewust is van het meisje naast hem op de grond. Koekiemonster krijgt geen aandacht meer. ‘Papa, wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ga ergens anders wonen’. Hij draait zich om en loopt met de volle doos naar buiten. Het meisje staat met lood in haar benen onbeweeglijk stil. ‘Papa niet weggaan, ik heb je nodig’. Maar er is niemand die het hoort.   PIEP PIEP PIEP, allerlei apparaten beginnen hysterisch te piepen. Klapdeuren zwaaien open gevolgd door vier personen in het groen waarvan enkel de ogen zichtbaar zijn. Net als mijn vader stop ik met ademen en zet een stap naar achteren. Het is begonnen, daar gaan we dan. Lakens worden naar achteren getrokken, het operatiehemd naar boven. De kaalgeschoren borst van mijn vader gaat niet meer op en neer. Twee man staan aan weerzijde van het bed waarvan de zijkanten met een klap naar beneden geschoven zijn. Iemand draait aan de knoppen van apparaten die aangeven dat mijn vader het opgeeft. ‘NU’ , zijn neus wordt dichtgeknepen en een rode mond bedekt de zijne. Hij moest eens weten, zo’n jong ding dat hem vol op de lippen,  Jezus zeg waar zit ik met mijn gedachten, mijn vader is aan het sterven. ‘NU’, mijn stiefmoeder zakt onderuit. In een reflex schuif ik een stoel onder het slapgeworden lichaam. Focus, alsof ik door zo’n spionnetje in een deur kijk zie ik enkel mijn vader en de rest is flu. De dokters in het groen kijken naar de klok, nog een keer, NU, met wanhoop op hun gezicht. ‘Laat maar mannen, dit is enkel nog show’, heb ik dat echt gezegd?   Negen uur, het uur van overlijden van mijn vader, slechts 54 jaar jong. We rijden naar huis, de ene huilt, een ander druk pratend, elk punt opnieuw overlopen, waarom? Ik kijk naar buiten, raar, ik voel niks. Geen verdriet, geen spijt, geen berouw, geen had ik maar. Enkel leegte.   Huilen dat is me afgeleerd. Huilen is iets voor hysterica,s en dat ben ik niet. Nee ik ben een flink meisje. ‘En?’ ‘Is de chagrijnige bui over?’ Met dikke ogen ga ik tegenover mijn vader aan tafel zitten. Hij kijkt me streng aan met die donkere ogen van hem. Ik draai mijn hoofd weg maar zeg niks. Ik had me laten gaan, gisteren, gehuild en gegild dat hij niet van me hield. Drama Queen, gaat wel over, meisjes van zestien zijn zooooooooooo, to much.   Er moet van alles geregeld worden. Hoe moet het kaartje eruit zien, en de muziek, wie nog koffie? Ik zorg, zoek, denk, loop, ren maar voelen doe ik nog steeds niet. ‘Jij hebt nog helemaal niet gehuild?’ Mijn schoonzus houdt haar hoofd een beetje scheef terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Betrapt, krampachtig probeer ik wat tranen uit mij ooghoeken te persen. Ik begin me toch ook wat zorgen te maken over mijn gevoelloze staat van zijn. De zeven dagen vliegen voorbij. Teksten zijn geschreven, muziek uitgezocht, een mooie diareeks van allemaal lachende gezichten van haar vader. Het leven, een groot feest, dat is toch wat haar vader hier laat zien. Ik geloof het niet, ik geloof er helemaal niks van, dat feestelijk leven van hem. Mensen stromen naar buiten, naar de koffie en de broodjes en de verhalen die boven komen, lachen man. Ik schud handen, ontvang medeleven,mensen met tranen in de ogen kijken me vragend aan. Ik lach maar wat, zeg troostende woorden en sla mijn armen om schouders van mensen die ik nog nooit gezien heb en weet me totaal geen raad. Op een crematie wordt je geacht te huilen, overmand te zijn door emoties. Mensen willen graag troosten, dan wel, dat is gepast.   Waar zou hij nu zijn mijn vader. Als vanzelfsprekend zet het kleine meisje vier borden op tafel, vier messen en ook vier bekers. Mama negeert het vierde bord, weg is weg. Zou hij nu in een tentje hebben geslapen vannacht, dat oranje tentje van op zolder? Zouden er geen wilde beesten zijn in het bos, of is hij naar het park gegaan? Hij heeft zijn tandenborstel toch wel meegenomen? Misschien was hij wel bang vannacht. Ze kijkt naar het witte bord tegenover haar. Wit glanzend porselein zonder kruimels. Mama klinkt opgewekt, dus het is goed, het moet goed zijn. Papa, komt hij nog terug?   Warme soep verwarmt mijn koude handen. Langzaam laat ik het warme vocht door mijn keel glijden. Over naar de orde van de dag, het leven gaat onherroepelijk door. Weer naar huis, waar alles gewoon gebleven is hoe het was. Rare week. Wanneer komt mijn vader thuis.        (C) tekst en beeld Hanneke              

Miss Blue Sky.
0 1

Cultuurinjectie

Mensen zijn goed in uitstellen. Hoe vaak gebeurt het wel niet dat je bijvoorbeeld een vriend tegenkomt op straat en zegt: “We moeten dringend nog eens afspreken he!”? Voor je het weet is er weer een jaar voorbij en kom je die vriend terug tegen op straat om exact hetzelfde te zeggen.   Dit uitstelgedrag is niet alleen typisch voor sociale contacten, het gebeurt ook vaak bij culturele aangelegenheden: “We zouden nog eens naar een concert moeten gaan.”, “Het is weer veel te lang geleden dat ik nog eens tijd genomen heb voor een goed boek.”, enz. Het zijn zinnen die ik van tijd tot tijd ook wel eens in de mond durf nemen, en zo gebeurde het onlangs dat mijn lichaam (of eerder mijn geest) het heft in handen nam en besloot iets aan mijn uitstelgedrag te doen. Het was alsof mijn ‘cultuurspiegel’ veel te laag stond en mijn lichaam schreeuwde om een ‘cultuurinjectie’. Zonder al te veel nadenken (want dit is vaak de oorzaak van het uistelgedrag) boekte ik tickets voor een concert van Alice on the Roof en besloot ik om eindelijk eens Le Petit Prince te lezen. In een cultureel bevlogen bui kocht ik ook Dante’s La Divina Commedia, al denk ik dat die nog eventjes dienst mag doen als pronkstuk in mijn boekenkast.   Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat we het belang van cultuur maar al te vaak onderschatten. Ik denk dat ik niet de enige ben als ik zeg dat cultuur ten eerste je dag goed kan maken en je ten tweede zo kan inspireren dat je je even de gelukkigste mens te wereld voelt omdat je net iets hebt ervaren dat bovenmenselijk lijkt te zijn. Cultuur geeft zin in nog meer cultuur, het is verslavend. Of het nu cinema, muziek, theater, literatuur, schilderkunst, enz. is.   Het mooiste aan dit alles vind ik dan nog dat deze prachtige creaties telkens voortkomen uit de alledaagse gebeurtenissen die elk mens meemaakt in zijn leven, willen of niet. Al sinds de oudheid en zelfs nog vroeger, blijven we ons hoofd breken over vragen waarvoor het antwoord niet te rapen valt: Wat is het nut van het leven? Hoe kunnen we de liefde beter begrijpen? Wat is er na de dood?     Een pessimist kan zeggen dat het leven uiteindelijk niets waard is, en dat we gewoon overontwikkelde dieren zijn die ons te veel vragen stellen en dat we het onszelf moeilijk maken door altijd een antwoord te willen vinden op deze vragen. Ik kan me hier zeker in vinden, maar langs de andere kant hebben dit soort vragen geleid tot de mooiste dingen. De menselijke gedachten waarin hoop, vreugde, tristesse en onmacht een centrale plaats bekleden kunnen leiden tot prachtige dingen die er juist voor zorgen dat we alles beter kunnen relativeren.   Er is wel een voorwaarde: genieten van cultuur betekent ook dat je ervoor moet openstaan. Iemand die niet verder kijkt dan de onzichtbare muren van zijn dorp en die geen idee heeft van wat er zich allemaal in de wereld afspeelt, dreigt zichzelf te verliezen in vooroordelen, pessimisme, fundamentalistische gedachten.   In de wereld van vandaag waar fundamentalisme dagelijkse kost lijkt te zijn geworden, mogen we cultuur niet naar de achtergrond schuiven. Cultuur opent namelijk onze blik op de wereld, en zorgt ervoor dat we ons beter kunnen verplaatsen in andermans gedachten.    De goede voornemens van het nieuwe jaar zijn al even genomen, en de meesten zijn waarschijnlijk al gesneuveld. Als we er dan toch eentje willen waarmaken, laat het dan dit zijn: ga voor die cultuurinjectie!

Annelies
1 0

Niet alleen voor Kerstmis

  Als een gek fiets ik naar het station van Berchem. Mijn muts kleeft nat van het zweet tegen mijn voorhoofd. Waarom moest ik om kwart voor vier mijn oudste cliënte nog aan de lijn krijgen? Helemaal van de Veemarkt naar Berchem crossen op een halfuur is echt geen pretje. Zeker niet als de wind in je huid bijt en je remmen te hard zijn aangespannen. Ik spring van mijn fiets, ram hem tussen twee andere fietsen in een stalling, zet hem op slot en sjees de stationshal binnen. Het is vier uur zevenveertig en Veroniques trein komt om éénenvijftig aan! Ik ren het perron op waar de trein van Leuven aankomt. ‘Aandacht aandacht, de trein uit Leuven van vier uur éénenvijftig heeft zeven minuten vertraging!’ Ik sta dubbelgeklapt te hijgen. Huh? Heeft de trein vertraging? Ik duw me recht en knipper met mijn ogen. Hmzz, al dat geren voor niets. Laat ik dan maar het perfecte lief spelen en een koffie voor Veronique gaan halen. Ik huppel de trap af naar de Panos. Vijf minuten later sta ik weer op het perron met twee koffies verkeerd in mijn handen. Mooi op tijd, ik hoor de trein het station binnen rijden. Een grote lach verschijnt op mijn gezicht, Veronique is er zo meteen! De trein stopt, de deuren gaan open, mensen stappen uit. Ik zie haar niet meteen, het is een lange trein met veel mensen. Ik loop verder naar achter, mijn blik schiet druk heen en weer. Het perron loopt leeg maar ik zie nog steeds Veronique niet. De moed zakt me in mijn schoenen. Ik slof naar een bankje en ga zitten. Ik zet de bekers op de grond en zoek mijn gsm in mijn tas. Een sms van Veronique, ongeveer een uur geleden verstuurd. ‘De meiden willen na de match gaan dansen, ik ga met hen mee. Ik kom morgen in de namiddag naar Antwerpen. Xxx Vero.’ Ik word prompt kwaad. Dat is nu al de vierde week achtereen dat ze me dat lapt! Vorige week kwam ze zelfs alleen maar zondag. De meidenvoetbalploeg die ze coacht is altijd het belangrijkste. Tranen springen in mijn ogen. Ik sta op, klok mijn koffie in één teug binnen. Ik geef de andere beker aan een man die tegen een paal leunend een krant leest. ‘Schol!’ ‘Euhm, bedankt mevrouw, wat voor drank is dit?’ roept hij tegen mijn rug. ‘Koffie verkeerd, geniet er van!’ Ik loop stampvoetend het perron af, het station uit, ren het plein af, de Cogels Osylei in. Halverwege de straat piept mijn gsm. Ik haal hem boven, ergens hoop ik dat het Veronique is om te zeggen dat ze de volgende trein naar Antwerpen neemt. Er staat een andere naam op het scherm, Evelyn. Ik kom Evelyn vaak op activiteiten van Het Roze Huis tegen, we komen goed overeen. ‘Hey Lies, kom je seffens mee op de zolder film kijken?’ Dat is waar ook, het is filmavond in Het Roze Huis. Ik blijf staan en kijk voor me uit, nu pas besef ik dat ik onbewust richting Het Roze Huis aan het wandelen ben. Ik verpletter de lege beker die nog altijd in mijn linkerhand zit en gooi hem in een vuilnisbak. Veronique kan de boom in, als zij plezier mag maken zonder mij, dan mag ik dat ook. ‘Ik kom eraan!’ ‘Goed, ik ben er al.’ Nog sneller dan daarnet hol ik naar Het Roze Huis. Ik duw de deur van het café open en zie Evelyn aan de bar staan, ze praat met twee andere meiden. Zodra ze me ziet, komt ze naar me toe en geeft me een klapzoen op mijn linkerwang. ‘Hoi Lies, hoe zie jij er uit! Heb je gehuild?’ Ze legt haar hand zorgelijk op mijn schouder. Ik kijk snel naar de spiegel achter de toog en zie mijn eigen gezicht. Mijn ogen zijn gezwollen en rood, er staat duidelijk miserie op mijn voorkant geschreven. Ik wrijf over mijn gezicht en tover een tandpastasmile tevoorschijn. Die move heeft blijkbaar geen effect, Evelyn blijft me twijfelend aan staren. ‘Niets aan de hand,’ probeer ik. ‘Yeah right.’ Evelyn schudt haar hoofd, haar schouderlang zwart haar wappert heen en weer. ‘Wil je er over praten?’ ‘We gaan toch naar de zolder om een film te zien?’ Ik stap richting trap. Als ik de klink van de deur vast heb, voel ik de tranen weer in mijn ogen komen. Wat sta ik hier nu toch de clown uit te hangen? Waarom doe ik zo ‘opgewekt’ terwijl ik Veronique haar ogen kan uitkrabben omdat ze me weeral heeft laten zitten en dat haar dat precies niets kan schelen? ‘Liesje, je weet dat je een babbel nodig hebt en geen liefdesfilm,’ zegt Evelyn streng. Op dat moment lopen twee meiden voorbij naar de trap, innig gearmd, verliefd als weet niet wat. Evelyn wijst de vrouwen na. ‘En naar hen kijken wil je ook niet.’ Ik knik, mijn onderlip trilt en ik begin te huilen. ‘Hup naar buiten, ik bestel wel iets om te drinken.’ Evelyn duwt me richting terras. ‘Hé Nathan, twee gin tonics!’ Ik strompel naar buiten en ga op een muurtje aan de rand van het terras zitten. Mijn gsm piept, een sms van Veronique. ‘Ik krijg geen antwoord van je, heb je mijn laatste bericht wel gelezen?’ Ik verkramp, zelf geen x-jes of zo. Haar toon bevalt me ook niet, dwingend vind ik hem. ‘Hey zet je kraan eens dicht!’ Ik kijk op, Evelyn geeft me een glas en kruipt dan naast me op het muurtje. Ze heeft gelijk, mijn tranenkraan staat wagenwijd open, heel mijn gezicht is nat. ‘Die Veronique weer hé?’ Ik bijt op mijn lip en knik. ‘Heeft ze je weer laten zitten?’ ‘Ze komt morgen pas,’ fluister ik, ‘Ze gaat dansen met de meisjes van haar voetbalploeg.’ ‘Heeft ze zich er voor geëxcuseerd?’ Ik kijk naar mijn gsm, die ik nog steeds in mijn hand geklemd houd. ‘Nee hé?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ze vindt dat de voetbal voorrang heeft.’ ‘En jullie zijn al een bijna een halfjaar samen hé? En toch is haar hobby belangrijker dan jij? Jij die al zo veel voor haar gedaan hebt. Krijg je er ook wel eens iets voor terug?’ Evelyn neemt me bij mijn kin vast en dwingt me haar aan te kijken. Ik krijg een kleur, Evelyn heeft overschot aan gelijk. Ik ben al verschillende keren midden in de nacht naar Leuven gereden om haar te gaan helpen maar mij laat ze altijd in de koud staan. ‘Maar ze kan zo lief zijn,’ sputter ik tegen. Ik besef meteen dat ik hopeloos klink. Evelyn trekt haar wenkbrauwen omhoog, ze vindt me waarschijnlijk even hopeloos. ‘Weet je schat, je verdient echt wel beter! Zo nu en dan eens lief zijn is echt niet genoeg.’ Evelyn torent boven me uit. ‘Maak het uit met haar.’ ‘Maar dan ben ik weer alleen en dat wil ik niet!’ jammer ik, ik verberg mijn hoofd in mijn handen. ‘Alleen met kerst, het idee alleen al!’ Evelyn zucht en legt dan haar handen op mijn schouders. ‘Er zijn meiden genoeg die jou willen. Ik bijvoorbeeld!’ Ze lacht haar tanden bloot. Ik kijk verwonderd op. ‘Ben je verliefd op me?’ ‘Ja Liesje, ik kijk al een tijdje toe hoe je je door die Veronique laat misbruiken. En dat doet me enorm pijn want ik weet dat ik jou veel gelukkiger kan maken dan die trien dat ooit zou kunnen. En ik woon hier in Antwerpen, een pak dichter en gemakkelijker dan Leuven’ Ik glimlach, Evelyn en ik? Het is een heel leuke meid en ik heb ook wel gevoelens voor haar. En ze heeft echt wel gelijk! Ik ontgrendel mijn gsm en druk het nummer van Veronique in. Ze neemt al na twee tonen op. ‘Liesje? Eindelijk zeg, heb je mijn berichtje gelezen?’ ‘Het is uit tussen ons, Veronique!’ ‘Wat? Wat beuzel je daar nu allemaal?’ ‘Het is uit tussen ons, je hebt me een keer te veel laten zitten. Ik verdien echt wel beter.’ ‘Maar, komaan, ik …’ ‘Ik hoop dat je ploeg wint vanavond, daag!’  

't Achterlicht
0 0

Deel III Naam - Opstellen

  Naam – Opstellen Bladzijde 677 en 583 van dezelfde oude Van Dale woordenboek waarvan de blind gekozen woorden ‘naam’ en ‘opstellen’ zijn, sloeg me met verbazing. Waar deel één het belang van een naamkeuze aanhaalt, bevestigd deel twee hoe belangrijk het is om de feiten positief te benaderen.Een heel belangrijk moto, waarachter ik nog steeds volmondig sta: “Je kunt er beter met lachen dan huilen.”In Gods’naam’, een mens kan zich beter positief ‘opstellen’.Om terug te komen op deel één waarin Shakespeare “whats in a name” wordt aangehaald zegt Julia: “What's in a name? That which we call a rose.By any other name would smell as sweet."De roos blijft haar eigenschappen behouden zelfs als we ze niet betittelen als roos. Hoe we ons opstellen in het leven bepalen we zelf.De meest nare gebeurtenissen kunnen met een beetje humor draaglijker worden. Ze worden anekdotes die met veel plezier terug worden verteld. Wat er gebeurde is, net als de roos, niet veranderd. We stellen er ons enkel anders tegenop.Anderzijds mogen we niet blind zijn voor de realiteit.Een kikker blijft een kikker, zelfs als hij gekust word door een prinses.Sprookjes…Het klinkt als een sprookje…En toch. Neem de drie kleine biggetjes die worden geterroriseerd door de grote Boze wolf. Ze leven voortdurend in doodsangst, tot er ééntje bij is die wat slimmer is. De wolf met anorexia kruipt door de schouw en belandt in een kokende pot waarop de sadistische biggetjes onmiddellijk een deksel op leggen en hem tot moes koken.Wat vertellen we ons kinderen toch allemaal?Breng hetzelfde verhaal met een moordenaar, die het huis binnendringt van een gezin dat de wet in eigen hand neemt, en je hebt een horrorverhaal waarin de slachtoffers en dader allen psychopaten zijn.In het sprookje worden de gebeurtenissen als onschuldig met een ‘happy end’ afgeschilderd.In werkelijkheid zou de jury de biggetjes beschuldigen van opzettelijk, vrijwillige doodslag en de wolf een slachtoffer van een ongelukkige jeugd. Laat een kat een kat zijn. Niet moeilijk dat het rechtssysteem niet werkt.      

Fanny Vercammen
18 0

Deeel II - Opstellen

Deel II -Opstellen Blz. 677 1ste kolom – 3de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Op schrift stellen of kanonnen opstellen.Het blijft beperkt tot ‘op schrift stellen’, wat we elk van ons tijdens onze schoolgaande jaren al eens moest maken.Meestal werd die opgave, waar ik enthousiast op reageerde, door de meeste van mijn klasgenootjes lauw ontvangen. Het dictee was minder mijn dada. Meestal worstelde ik met dt-uitgangen en het voorlezen door de meester of juf van oneindig trage zinnen, die dan nog eens herhaald werden voor slechte luisteraars en trage schrijvers. Halverwege het dictee kwam de verveling al achter de hoek kijken, wat resulteerde in verminderde aandacht en juistheid van de geschreven woorden. Nee, de eindeloos debiele herhalingen van de woorden, bijvoorbeeld ‘uit-ver-ko-ren-nen’ werden, alsof het nog niet genoeg was door sommigen van ons nagelipt, lieten me twijfelen, terwijl iedereen weet dat je eerste idee gewoonlijk het juiste is.Opstellen, boekbesprekingen, jaarwerken van al dan niet zelf gekozen onderwerpen, vond ik helemaal niet erg. Maar het liefst opstellen, om mijn fantasie de vrije teugel te geven. In het derde leerjaar van het Basisonderwijs kreeg onze klas de opgave een opstel ‘woensdagnamiddag’ te maken. Zo als elke woensdagnamiddag, meestal na het huiswerk, zat ik met mijn neus in boeken of strips. Die namiddag las ik ‘De Dolle Musketiers’ door Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske en Wiske.Een strip gebaseerd op de ‘Drie Musketiers’ van Alexandre Dumas. Geestdriftig ging ik helemaal op in het verhaal en besloot na de laatste bladzijde, waarop Wiske het einde aankondigde met knipoog, besloot ik de degens te kruisen met mijn onschuldige poppen. Omdat een degen toen niet tot het verantwoord speelgoed beantwoorde, moest ik het doen met een ijzeren regel. Dat kon de pret niet bederven zoals ik woest zwaaiend alle stoïcijnze uitdagers neerstak. De regel was best zwaar voor wat een Florentijnse degen moest voorstellen en tot mijn grote tevredenheid vielen de poppen als vliegen. De lijfwachten van de valse kardinaal lagen zieltogend op de grond en net als mijn striphelden salueerde ik met een laatste sierlijke boog de gesneuvelden… en de Chinese vaas die op de schoorsteenmantel stond. Waar al mijn vijanden zonder een kik te laten het onderspit delfden, brak de vaas met veel vertoon en het nodige lawaai. Mijn moeder twijfelde tussen een hartaanval en een appelflauwte. De regel werd in beslag genomen en het eerste half uur stond ik, aan de grond genageld, ons ma haar verwijten aan te horen. Toen het donderen begon weg te trekken ging ik met hangend hoofd terug naar mijn kamer om alsnog het opstel te maken.Met de gebeurtenissen nog vers in mijn geheugen en een rood hoofd begon ik mijn avonturen neer te pennen. Je problemen wegschrijven heet dat nu. Het resulteerde in een komisch drama waarvoor de toenmalige lerares mij prompt uitriep als beste schrijfster van alle opstellen. Ik mocht het zelfs voorlezen voor mijn klasgenootjes! Zo fier als een pauw liet ik mijn punten en het commentaar van de juf aan pa en ma zien.De scheve blik van moeder temperde wel mijn trots, maar vader schaterde het uit en prees me oprecht. Zo kwam ik tot het besef dat humor een opgelooflijk wapen is én je breekt er geen vazen mee.      

Fanny Vercammen
26 1

Deel I Naam

Deel I Naam Blz. 583 2de kolom – 7de woord in een overjarig Van Dale woordenboek uit het jaar 1956. Daar stond het; mijn muze. Een woord vol betekenissen, om al wat materieel, personen, ideeën en het grote onbekende te benoemen.‘What’s in a name’ schreef William Shakespeare in zijn lyrisch oeuvre; ‘Romeo and Juliette’. Meteen het antwoord geven zou afbreuk doen aan de lijn van het verhaal.Het geven van een naam kan zoveel kanten uit. Het kan verheffen of vergruizen, een vloek of een zegen zijn. Een ding is zeker; het dragen van een naam geeft de bezitter ervan een gezicht, een stem en een plaats op deze overbevolkte aardbol. Sommige namen schrijven geschiedenis. Een rare uitdrukking, vindt u niet?Is het niet de geschiedenis van het individu dat de naam laat voortleven als heersers, machtswellustelingen, genieën of heiligen, welke held of monster wordt? De overwinnaars na oorlogen, de beste redenaars, de slimsten of de besten werden, soms Post Mortem, vereerd de geschiedenis in te gaan als 'Very Inportant People'. Gezicht en de onvermijdelijke naam om te vervloeken, te koesteren en aanbidden. Zelfs eeuwen na de bezitter overleed, kan de klank ervan ontzag inboezemen, weerzin, bewondering….De reacties zijn even legio als de ‘wapenfeiten’ van de man of vrouw in kwestie. In ieder van ons zit verlangen. Verlangen om naam te maken. We willen de middelmatigheid overstijgen. Acteurs, auteurs, regisseurs gebruiken ronkende namen in de hoop dat ieder bescheiden succes hun bekendheid laat toenemen. Eens verwerft, openen de deuren van onsterfelijkheid. Wetenschappers, al dan niet wiskundigen hopen de wetten van de natuur in formules samen te vatten, te ontsluieren te onderwerpen en toe te passen. Meestal vredelievende ideeën die uiteindelijk een totaal ander doel kregen, omdat de mens, na ongeveer vijdfuizend jaar beschaving, zijn oorsprong niet kon verloochenen. De mensaap die zich handhaafde door indringers of mededingers naar de gunsten van het vrouwelijk exemplaar, neer te knuppelen en in het beste geval, te verjagen. De Egyptenaren lieten niets aan het toeval over om de eeuwigheid in te gaan om hun plaats in de geschiedenis te verzekeren. Of de eeuwigheid te ambiëren, gaande van mummificeren en balsemen toe te passen, tot het scheppen van beelden, monumenten, schrift, liederen en muziek. En als dat niet lukt dan schuiven we het over een andere boeg; het hiernamaals. Met al deze inzichten gecomfronteerd besefte ik het belang van de naam.De naamkeuze voor de pasgeborene wordt zo geen sinécure.Stel je voor dat je kind geschiedenis gaat schrijven, dan is het kiezen van de naam toch belangrijk?Misschien zit er wel een Einstein, een Michelangelo of Newton in, de pas gevormde grijze massa, van hun hoofd?Die onzekerheid hé…Kun je dan je kind opzadelen met namen als Jefke, Lotje of Pietje?Er is helemaal niets mis met deze namen, maar sommige combinaties kunnen écht niet. Neem nu; ‘Lotje Getikt geeft vanavond een uiteenzetting van het belang van zwarte gaten voor toekomstige ruimtereizen om de grenzen van ons heelal te bereiken door aangepaste quantummechanica.’Zelfs door eerst de familie- en dan de voornaam te wisselen lijkt het nergens naar. Een befaamd geneeskundige, met een naam als Pietje Dedood, boezemt weinig vertrouwen in. Een nieuwe Da Vinci; schilder, beeldhouwer, uitvinder en homo, zal nooit uit de kast komen als Vies Jefke.Goed, in ons geval zat de achternaam snor. Ghersin en Vercammen zijn gangbare, zo niet saaie achternamen in de het tweede geval.Ghersin Ludovicus bekt zelfs beter dan Athena Vercammen. Mijn echtgenoot heeft alleszins een meer gevleugelde naam dan vercammen, waar in Antwerpen de stenen met zijn geplaveid. Van Italiaanse bloede afkomstig kon mijn half trouwboekje gerust zijn in welke voornaam dan ook. Toch kozen we voor goede Vlaamse namen als Emmy en Inge.Een hele geruststelling voor de toekomst of de eeuwigheid… als dat het geval mocht zijn.  

Fanny Vercammen
0 0

Knor en de chocopot

Knor en de chocopot Het is vakantie. Knor hoeft lekker niet naar school. Iedereen is thuis. Het is mooi weer. Papa Knor werkt in de tuin. Mama Knor hangt de was op. Knor is fijn aan het spelen. Mama komt even binnen om nog een wasmand te halen, ze kijkt vertederd hoe Knor bezig is met spelen. Knor hoort mama niet eens. Hij speelt duchtig met zijn autootjes. De autootjes staan in een hele lange rij in de woonkamer.Ze staan in de file. Van al dat spelen krijgt Knor trek. en ziet dat mama en papa druk bezig zijn... Knor heeft zin in iets lekkers.. hij denkt even na. In de keuken neemt Knor een stoel en zet die bij de kast. Heel voorzichtig klimt hij op de stoel. Zijn tongetje steekt uit zijn mondje, eerst zijn linkerknietje, dan zijn rechterknietje, dan zijn linkervoetje en dan zijn rechtervoetje. Net als Knor wil rechtstaan, hoort hij een klop! Knor schrikt hevig, wat was dat?! Er slaat een deur dicht. Knor kruipt bliksemsnel de stoel af, rent naar zijn autootjes en valt op zijn kontje.. Ai, dat deed pijn... Knor staat moeizaam op, wrijft over zijn pijntje, kijkt even uit het raam... Mama en papa zijn nog steeds in de tuin. Mama maakt een praatje met de buurvrouw. Wat gek, het zal de wind geweest zijn... Knors buikje grolt nog steeds, hij sluipt weer naar de keuken en kruipt behendig de stoel op. Hij is vastbesloten iets lekkers uit de kast te halen! Hij opent de kast, wat ziet hij daar ....? Een grote pot choco. Zo'n grote pot heeft Knor nog nooit gezien. Daar wil Knor echt wel eens van proeven.Heel voorzichtig neemt hij de pot beet.Bijna glijdt de pot uit zijn armpjes.Hij klemt de pot stevig tegen zijn lijfje en kruipt van de stoel. Knor zet de pot op tafel, wat een kanjer! Na wat trekken en wringen slaagt Knor er toch in de pot te openen! Knor is sterk. 'Ha-ha-ha-haaa,' roept Knor trots uit 'ik ben de Koning der Machten, ha-ha-ha-haaa'. De heerlijke chocogeur dringt zijn neusje binnen. Net als hij zijn vingertje in de pot wil steken, aarzelt hij even. 'Wat zal mama zeggen? Zou ze boos zijn?' Knor denkt even na. 'Ach nee, een paar hapjes kunnen heus geen kwaad,' zegt een stemmetje in zijn hoofd. 'Je zult buikpijn krijgen en mama wil niet dat je iets pakt zonder het te vragen,' zegt een ander stemmetje. 'Flauwerik,' zegt het ene stemmetje dan weer, ‘ze ziet het heus niet, je vingertjes zijn veel te klein!' 'Och,' besluit Knor, ‘mama en papa zijn zo druk bezig, ik zal ze maar niet storen.' Knors vingertjes glijden in de chocopot. 1 keer, 2 keer, 3 keer ... ja, zelfs nog enkele keren.Wat een smulpartij!!! Knor geniet volop, zo'n lekkere choco heeft hij nog nooit gegeten. Dan sluit Knor de pot en plaatst hem netjes terug in de kast. Hij zet de stoel snel weg en wast zijn handjes en snuitje. Mama komt net binnen om het eten klaar te maken. Dat heeft Knor niet gehoord. 'Wat doe je, Knor?' vraagt mama. .........   Wie wil weten hoe dit verhaaltje verder gaat? Wie is geïnteresseerd in de andere avonturen van Knor, het kleine varkentje?!

Mieke
66 0