Lezen

MAGIE

Het Sportpaleis in Antwerpen zat afgeladen vol voor wat beloofde een magische avond te worden. Echt verbazingwekkend kon je dat niet noemen : slechts eenmaal om de drie jaar verliet de grote ‘mARTy’ zijn Nederlands territorium voor een wel erg beperkte tournée. Die leidde hem naar Antwerpen, Parijs en Hamburg. Antwerpen kwam steevast als eerste aan de beurt en diende als try-out voor zijn nieuwe show. Daar enkel zitplaatsen waren toegestaan, zat men aan de maximum capaciteit van zowat 15.000 toeschouwers, wat meteen de hoge inkomprijzen voor deze ene show verklaarde. De goedkoopste kaartjes  van € 75,- vlogen de deur uit als zoete broodjes. Maar voor de 40e verjaardag van Willy had Stella niet op een cent gekeken : ze zaten, samen met hun 12-jarige dochter Femke, op de 7e rij van het middenplein, wat haar toch zo’n slordige € 750,- had gekost ! Stella wist wel dat ze zich normaal dergelijke frivoliteiten niet konden veroorloven, maar Willy keek al zo lang uit naar een live optreden van ‘mARTy’, dat het geschenk – waar ze tenslotte allen wat aan hadden – al snel gekozen was. De kranten hadden het maanden geleden reeds uitgeschreeuwd en naarmate januari naderde, namen de artikels in hoeveelheid toe. Zelfs “De Morgen”, Willy’s favoriete krant, ontsnapte er niet aan. En, altijd op zoek naar dat extra stukje ’zalm’, zou de grote Vlaamse ‘Gili’ voor hen het optreden bijwonen om de man te ontmaskeren. Zoals voorzien, werden de zaallichten gedimd om precies 20.30 u. en werd het muisstil in het Sportpaleis. Plots, zonder dat één aanwezige ‘mARTy’ het podium had zien oplopen, lichtte één enkele  spot zich op het midden van het podium. Daar stond hij dan : netjes in het zwarte pak, de Nederlandse Johnny Depp look-a-like die, zoals Google het vermeldde, begon waar anderen eindigden. Volgens vele van zijn fans (je kon hen gerust ‘aanbidders’ noemen) was ‘mARTy’ geen goochelaar, maar een tovenaar…een magiër ! “Kent U de familie Sanders goed, mevrouw Bellens ?” De 67-jarige vrouw keek de agent met bloeddoorlopen ogen aan, inmiddels haar derde sigaret sinds zijn aankomst aanstekend met de zilveren Zippo. “Goh ja, niet intiem natuurlijk, maar we zijn buren zoals u weet. Tsja, en dan kom je elkaar natuurlijk regelmatig tegen op straat, of in de tuin. En als het sneeuwt, komt Willy altijd sneeuw ruimen bij mij. Met Stella sla ik regelmatig een praatje.” “Waarover gaan die gesprekken zoal ?” “Ach, de gebruikelijke zaken, hé agent : de kinderen, mijn kleinkinderen, het weer, de gezondheid…u weet wel. Ongeveer 2 weken geleden kwam ze me nog speciaal vertellen dat ze kaartjes had gekocht voor de één of andere goochelaar. Ik vond het maar een vreemd verjaardagsgeschenk, maar Willy was er blijkbaar in de wolken over !” “Weet u ook precies wanneer de show zelf plaats vond ?” “Jazeker ! Ik mag dan wel al wat ouder zijn, maar in het hoofd werkt alles nog prima. Dat was gisteren, zaterdag, precies één week geleden!” Aan het optreden waren bepaalde condities verbonden. Die stonden netjes vermeld op de tickets. Er mochten geen foto’s gemaakt worden. Verder moesten alle telefoontjes afgezet worden (op straffe van onmiddellijke verwijdering uit de zaal) en, indien je de zaal verliet tijdens het optreden, was er terug binnenkomen uitgesloten. Dus had de familie Sanders de nodige voorbereidingen getroffen : één drankje in de foyer en allemaal nog even naar het toilet. Maar wat hadden ze inmiddels de ogen uit het hoofd gekeken naar de vele bekende gezichten, zoals Bart Peeters, Evy Gruyaert, Goedele Liekens, Showbizz Bart… Ze hadden ze allemaal gezien en herkend ! Het was vanzelfsprekend dat vooral Femke in haar nopjes was met de aanwezigheid van al die beroemdheden : wat zou ze veel te vertellen hebben maandag op school tegen haar vriendinnen ! Inmiddels stapte de vriendelijk ogende ‘mARTy’ een beetje naar voor tot bij de rand van het podium. Achter hem hing een groot wit doek, waarop de details van de show werden weergegeven voor de mensen op de balkons. Tevens, net zoals bij een muziekoptreden, hingen er twee zulke doeken aan weerszijden van het podium. Want genieten moesten de mensen van elke seconde : het was bekend dat een optreden van ‘mARTy’ zelden langer duurde dan een uur ! Maar eerlijk : hij verspilde dan ook geen minuut van de toeschouwers’ dure tijd. Uit zijn vestzak nam hij een boek kaarten, die zo groot waren, dat ze onmogelijk ooit in die zak zouden gepast hebben.  “Hier heb ik een spel kaarten voor de slechtzienden”, begon hij, wat al een kleine lachlawine veroorzaakte. ‘mARTy’ had een zwaardere stem dan zijn uiterlijk deed uitschijnen. Hij overhandigde de kaarten aan een koppel op de eerste rij. “Willen jullie alsjeblieft zo vriendelijk zijn om na te gaan of alle 52 verschillende kaarten aanwezig zijn ?”. Natuurlijk keken de betreffende mensen niet alle kaarten na, maar het bleek al snel dat het inderdaad een buitengewoon groot, maar compleet spel kaarten was. Ze werden opnieuw aan de goochelaar overhandigd, die ze onmiddellijk met een erg sierlijke zwaai de zaal inwierp. Maar het viel al meteen iedereen op : de kaarten ‘vlogen’ niet … ze zweefden ! En terwijl ‘mARTy’ de kaarten met zijn handen leek te sturen, verdeelden die zich over het volledige Sportpaleis…zelfs de verschillende balkons werden niet overgeslagen. Dan, met de palmen van zijn handen naar beneden, liet ‘mARTy’ zijn gestrekte  handen stil dalen, waarop de kaarten hetzelfde deden. Elke kaart bleef wel boven iemands hoofd hangen, zodat die hem enkel uit de lucht hoefde te plukken. “De persoon op balkon 243, stoel 5 : gefeliciteerd ! U heeft schoppen tien !” De vrouw op de betreffende stoel had inderdaad een kaart en had deze meteen bekeken : het was ruiten vier. Ze stond wat ongemakkelijk op van haar stoel en antwoordde stamelend dat het een andere kaart was. “Nee hoor, dat kan niet”, vervolgde de goochelaar. “Kijkt u nog eens rustig en geconcentreerd naar uw kaart ?” Het leek er even op dat de dame in kwestie haar eigen ogen niet wou – of kon – geloven : plots was haar kaart inderdaad schoppen tien, iets wat ze, enigszins van haar stuk, toegaf. Een enorm applaus volgde. “Ma … maar hoe weet u dat ?” vroeg ze, alsof ‘mARTy’ eventjes zijn truc zou uitleggen. “Omdat de heer op balkon 114, stoel 2 de ruiten vier heeft !”, antwoordde hij glimlachend. Alle blikken gingen naar de aangewezen plaats en de betrokken man hield zijn kaart, een ruiten vier, omhoog ! Nu al, slechts 10 minuten na het begin, was de zaal veranderd in een laaiende massa van enthousiaste toeschouwers. ‘mARTy’ noemde nog enkele personen en hun kaarten en zat er telkens volledig op ! “U mag allen uw kaart houden als aandenken aan deze avond ! Oh, mag ik inmiddels de heer op parterre rij 134 – stoel 12 verzoeken om mijn vriendschapsverzoek eindelijk te willen aanvaarden. U mag, bij hoge uitzondering, heel even uw iPhone daarvoor aanzetten”. De verbaasde man zette zich meteen aan het werk en vond de betreffende vraag. “Maar die is pas 2 minuten geleden binnengelopen !” “Dat klopt, mijnheer Lenaers, en binnen 2 minuten is hij ook alweer verdwenen.  Mag ik U vragen om uw telefoon terug af te zetten, alsjeblieft ? Goed zo, dit wordt een fijne avond, denken jullie ook niet ?” De zaal was nu al niet meer in te tomen ! Willy, Stella en Femke genoten met volle teugen van al het fraais waar ze die avond reeds mee geconfronteerd waren ! “Heeft U sinds verleden week zaterdag nog contact gehad met iemand van de familie Sanders, mevrouw Bellens ?” “Euh…ja, natuurlijk ! Op maandagmiddag reeds kwam Stella langs. We hebben samen koffie gedronken en ze vertelde me voluit over de show die ze hadden gezien. Ze leek er inmiddels van overtuigd dat er ‘hogere machten’ in het spel waren. Dat herinner ik me nog omdat ik er zo verschrikkelijk mee moest lachen. En enkele dagen later, terwijl Willy sneeuw aan het ruimen was, vroeg ik hem of hij ook zo had genoten van zijn verjaardagsgeschenk. Nou, de man leek me nog steeds volledig onder de indruk. Maar het heeft wel geduurd tot afgelopen vrijdag tot ik Femke per toeval tegen het lijf liep. Natuurlijk was zij ook verwonderd over alles wat ze had gezien en van haar kreeg ik dan voor de derde maal te horen dat zijzelf een belangrijke rol had gespeeld in zijn nieuwste – en laatste – truc !” “Kan u mij in het kort vertellen wat voor truc het precies was ?” “Na hem 3 maal te hebben aangehoord ? Dat denk ik wel, agent !” “Goed zo, dan heb ik nu een assistent nodig met een onschuldige hand. Misschien iets voor jou, jongeman ?” mARTy wees op een jongen van ongeveer 16 jaar oud op de 4e rij, die met bloedrode  wangen het podium beklom. “Hoe heet je ?” “Euh…Marty, mijnheer…”, alsof er toeval in het spel was. Heel de zaal wist wel beter ! “Goh, wat een toeval”, sprak de goochelaar, wat alweer de zaal deed schudden van het lachen. “Nou, Marty, ik zou graag willen dat jij voor mij 6 paspoorten verzamelt. Liefst van mensen die niet naast elkaar zitten, en je mag gerust ook één of meerdere van de balkons gebruiken. Maar laat het niet te lang duren, he”, voegde hij er glimlachend aan toe, waarop Marty weg sprintte op zoek naar slachtoffers. “Goed, dan ga ik even wat te drinken nemen”, zei mARTy en hij nam een bruine kruik in ontvangst van achter de coulissen. Hij schonk zich een groot glas in met een heldere vloeistof en nam een slokje. “Heerlijk, dat Belgische water.” Hij liep de zaal in met zijn glas en overhandigde het aan een dikke man met een soort Russische snor. “Mijnheer, ook een slokje?” De man weigerde natuurlijk niet, keek mARTy aan en zei : “Da’s geen water, da’s verdorie witte wijn!”. mARTy lachte hem even toe. “Oh man, heb ik weer mijn Jezus-truc bij !”. De daaropvolgende vrouw proefde echter witte limonade en een dame op leeftijd wist zeker dat het Baileys was ! Een mooie blondine herkende meteen de smaak van Gin-Tonic en de laatste slok, voorzien voor Marty, die inmiddels hijgend was gearriveerd met de paspoorten, bleek opnieuw water te zijn ! “Goed, bedankt Marty. Je mag terug gaan zitten”. Wat de jongen, onder luid applaus, dan ook deed.   Inmiddels had iemand op het podium een groot schrijfbord neergezet met een zwarte stift. “Oké, even kijken…Ik leg de paspoorten op alfabetische volgorde op familienaam. De eerste is van Cathy Adriaenssens, geboren op 4 april. Ik noteer op het bord : 4 ! Dan heb ik hier Michel Bogaerts, geboren op 24 november. Dat zijn twee cijfers, dus ik neem de ‘N’ van november.” De derde bleek ene Everaerts, geboren op 12 Januari (J), gevolgd door mevrouw Geeraerts van 30 augustus (A). De volgende 2 paspoorten waren wel beiden van iemand geboren voor de tiende van de maand, dus daar werden de cijfers van genoteerd (3 en 7). “Goed, laten we eerst even de cijfers noteren, gevolgd door de letters. Dat geeft ons dus, zoals jullie allen kunnen zien : 437-NJA ! Is er iemand in de zaal die dit herkent ?” Langzaam werd op het eerste balkon een arm zichtbaar. “Oh, fijn zo”, lachte mARTy de persoon toe. “En u bent…?” “Mijn naam is Caroline Smeets.” “En wat zeggen deze tekens u ?” “Dat is de nummerplaat van mijn wagen !” En voor het applaus nog maar eens kon losbarsten, verscheen op het grote doek achter mARTy de foto van een blauwe Opel Vectra, voorzien van de opgegeven nummerplaat en duidelijk genomen op de parking van het Sportpaleis. De zaal werd gek … dit was onmogelijk ! Toen het applaus was uitgedoofd, nam mARTy opnieuw het woord. “Dames en heren, ik hoop dat jullie het laatste anderhalf uur hebben genoten van de nieuwe show ! Misschien denken sommigen van jullie dat ik met jullie brein speel. Maar … is dat ook zo ? Of is het meer met jullie voeten ? Dat zal de laatste truc van deze avond uitwijzen. Ook deze is gloednieuw en ik heb hem zelf nog niet één keer uitgeprobeerd. Dus dit wordt voor mij even spannend als voor jullie!” Uit zijn vestzak nam mARTy een klein, zwart balletje, dat hij op zijn hand liet rusten. “Voor deze laatste act heb ik de hulp van iemand nodig. Maar dit keer zal die persoon gekozen worden door deze ballon.” Hij legde het balletje op de rechterhand van zijn gestrekte arm. En terwijl de goochelaar het voorwerp zeer intens aankeek, leek het zichzelf op te blazen.  Nee, het was duidelijk : de bal zette uit voor de ogen van de alweer verbijsterde toeschouwers. Hij groeide en groeide … tot hij nog steeds op mARTy’s hand een diameter van zowat een meter had bereikt. “Zo, dan laat ik nu deze ballon los om zelf iemand uit te kiezen en ik beloof dat hij of zij er daarna nog plezier van zal hebben.” Maar mARTy liet niets los : de ballon steeg als vanzelf op van zijn hand en, net als de kaarten in het begin, begon hij ook een toer doorheen het ganse Sportpaleis, waarbij hij soms wel 20 meter de hoogte inging. Hij steeg en daalde weer, alsof de ballon zich prima amuseerde ! Hij zwierf boven de hoofden van de mensen op de balkons, om dan snel een duik naar beneden te nemen. En daar voerde hij precies hetzelfde ritueel op … tot hij plots langzaam … heel langzaam tot stilstand kwam en zich zachtjes liet neerdalen …recht in de schoot van Femke ! “Nou, mevrouw Bellens, da’s best wel een mooie truc.” “Ach agent, ze waren alle drie zo fier dat hun dochter betrokken was bij dat optreden. Ze kregen er maar niet genoeg van om het aan iedereen te vertellen !” “En kan u mij precies vertellen wat er gisterenavond is gebeurd ?” “Agent Somers, ik heb nog steeds een zeer goed zicht en gehoor. Maar helaas kan ik u niet veel vertellen. Weet de familie Sanders u niet meer informatie te geven ?” “Nou eerlijk, mevrouw Bellens, ik zou het enorm graag uit uw mond zelf horen ! Vertelt u me maar wat u zich nog precies herinnert.” “Wel, ik was water aan het opwarmen voor een kopje thee bij de televisie, toen ik het lawaai hoorde.” “En wat voor lawaai was dat dan ?” “Nou, ik herkende natuurlijk wel meteen de stem van Femke, maar omdat mijn keuken aan de andere kant  van de straat ligt, verstond ik echt niet wat ze zei. Daarom ging ik naar mijn woonkamer om even te kijken of alles in orde was.” “Kijk, het lijkt erop dat hij een keuze heeft gemaakt !” Glunderend zat Femke met de enorme, zwarte ballon in haar handen. “Goed, juffrouw : nu hoeft u maar één ding te doen : de ballon stevig vasthouden en onder geen beding loslaten ! Gaat dat lukken, denk je ?” “Ja hoor”, antwoordde Femke met een blos op haar wangen. “Prima … Dus denk eraan : wat er ook gebeurt : niet loslaten, oké ? Goed, daar gaan we !” En onmiddellijk na die woorden gingen alle lichten uit. Het was gedurende een 5-tal seconden pikdonker in het grote Sportpaleis, waarna één voor één de lichten opnieuw gingen branden. Stomverbaasd zagen alle toeschouwers hoe de ballon opnieuw op de gestrekte hand van mARTy lag en Femke een beetje beteuterd zat te kijken naar haar lege handen. “Ma … maar ik had hem écht heel goed vast ! Het leek wel of hij oploste in de lucht!” “Tsja, dat heb je natuurlijk met ballonnen,” lachte mARTy haar toe. Toen hield hij de ballon bij zijn oor, terwijl die langzaamaan zijn oorspronkelijke kleine vorm weer aannam. Opnieuw richtte hij zich tot de zaal. “Zozo, jij heet dus Femke ! Wel Femke, je moet niet treuren : de ballon heeft beloofd dat hij jou heel binnenkort eens komt opzoeken !” en hij stak het inmiddels opnieuw kleine ballonnetje in zijn vestzak. Toen, zonder één verder woord , doofden opnieuw alle lichten in het Sportpaleis, met slechts één witte spot gericht op mARTy. En voor de zoveelste keer die avond liet hij 15.000 verbaasde toeschouwers achter om als het ware in het licht op telossen … Zijn beeld werd flauwer en flauwer … tot hij helemaal verdwenen was. En toen barstten het applaus, het geroep, het gefluit en de andere geluiden los en vulden de zaal. Maar er kwam geen teken meer van mARTy … enkel nog een stem uit de luidsprekers : “mARTy laat weten dat hij hoopt dat jullie een leuke avond hebben gehad. Hij wenst jullie allen een prettige thuiskomst en hoopt jullie binnen 3 jaar allen opnieuw te zien !”     ’s Maandags stonden de kranten vol over het optreden ! Het was overal voorpaginanieuws : MASSAHYPNOSE ? OF TOCH : ‘THE REAL THING’ ? ZIJN HET ACTS ? ZIJN HET STUNTS ? IS mARTy EEN GOOCHELAAR OF TOVENAAR ? mARTy HEEFT ZIJN NAAM NIET GESTOLEN : DIT IS PURE KUNST ! Bij “De Morgen” bleef het bij “EEN AVOND VOL AMUSEMENT”, daar Gili hem niet één keer had kunnen betrappen op een ‘foutje’ !  “Goh agent, kan u het echt niet aan de ouders vragen ? Ik heb het hier zo moeilijk mee!”. “Zij ook, mevrouw Bellens ! Ze zijn gisterenavond in shock opgenomen in het hospitaal, dus u bent op het ogenblik mijn enige hoop.” “Maar nogmaals, ik heb niets gezien. Toen ik aan het raam kwam, stond Femke nog aan deze kant van de straat. En ze riep de ganse tijd : “Hij is terug ! Hij is terug !” Maar toen kookte het water voor mijn thee en begaf ik me terug naar de keuken. Toen ik daar was, hoorde ik enkel de geweldige klap. En toen ik terug aan het raam kwam, bleek het ongeluk reeds te zijn gebeurd ! Heeft de chauffeur niets gezien ?” “Nee, aan de slipsporen in de sneeuw kunnen we enkel vaststellen dat de vrouw er nog alles aan heeft gedaan om Femke te ontwijken, maar met dit weer … tsja … Zij is beginnen te slippen en heeft haar vol geraakt. Femke was onmiddellijk dood. Het is duidelijk dat deze dame…”, waarop de agent zijn boekje tevoorschijn nam, “… ene Caroline Smeets in haar Opel Vectra, volledig vrijuit gaat.” Inmiddels huilend keek de buurvrouw de agent aan : “wat is dit toch een ongewoon en verschrikkelijk verhaal ! Wat betekende nou : ‘Hij is terug !’ en waarom stak ze zomaar, zonder eerst rond te kijken, de straat over ?” “Eerlijk mevrouw Bellens : ik heb geen idee ! En daar niemand gezien heeft wat Femke bezielde zo onvoorzichtig te handelen, is dit wel een heel vreemd verhaal. Het lijkt verdomme wel…magie !”                                                                 

Paul Smeyers
0 1

Elk Huis

Elk huis draagt zijn kruis, dus alle vensters huilen. Of is het afvalwater dat alle huisvrouwen in deze straat op exact hetzelfde moment uit het raam gieten, hun klok gelijk gezet op de tijd die ik erover doe om de volgende huizenblok te bereiken. Ik word nat van de miserie die hier samenhokt.Maar het zet al meteen de toon, schept een sfeer van tristesse, hoe dan ook. Bij zonnig weer zijn zulke tekens onontbeerlijk. Alsof de hemel declameert dat er ook regen achter gevels. Zij sluiten vensterluiken, en wij onze ogen. Als die van een vrouw een tint meer blauw, is dat niet van tegen deuren te lopen...Een zonnebril maskeert het leed, conventie dempt elke kreet. Hoeveel decibels geschreeuw zou deze steeg beleven, als we zomaar onbelemmerd onze normen overstegen? Een maatschappelijke laag van make-up moet de groeven camoufleren, maar al metst ze heel het potje leeg, haar angst staat af te lezen.Instinctief mijdt ze glazen deuren. Ze mijdt trappen. Ook die naar een beter leven. Maar de handen die haar vroeger streelden, staan haar naar het leven. Ze geeft de planten water, haar laatste tijdverdrijf van waarde. Hij paste alle technieken toe, ook die van de verschroeide aarde.Hij kocht van die combat boots, om zo haar pijn wat op te voeren. Ook zijn karatelessen komen van pas. Hij is een man van daden. Smoesjes moet ze zelf maar bedenken. Ieder zijn talenten.Maar de buren weten. Haar ouders weten. Zijn ouders weten. En toch stond hier nooit een combi voor de deur! De muren zijn hier van karton, een spektakel voor velen. De audio van zo'n hoge kwaliteit dat het lijkt of ze zelf in de klappen delen. 'Alsof je er zelf bij bent!'We kregen duimen om drie cijfers te kiezen, een stem om te beschrijven, maar we blijven primitieve apen: horen, zien en zwijgen! Noodgevallen delen ligt in onze macht, zo maken we 't verschil. Vermenigvuldig haar kans op redding, is dan de logische optelsom.Hoeveel angsthazen zwijgen om het niet op de spits te drijven, is alsnog onderbelicht. Maar uit angst niet bougeren voor de goede 'vrede', dat noemen ze: medeplichtig! Dat het je plicht is. Luid de klokken. Laat het stoppen.Het regent niet eens. Maar de huizen huilen. We negeren het fervent, maar het perfecte isolement van vier muren, houdt geen rekening met gluurders.Schreeuw het uit. Laat het stoppen.

Gert Vanlerberghe
2 0

Met de fiets naar de psychiater

Bij mij thuis staat een fiets. Ik zou ermee kunnen rijden en leuke dingen gaan doen, maar de banden zijn stuk. Een fietsenmaker ben ik niet en het geld om er een te betalen vind ik weggegooid. Dus blijft hij staan. Het is een oude fiets. Af en toe rijd ik er toch nog eens mee als het niet anders kan. Naar de winkel, naar de bib, wanneer iemand mij nodig heeft. Dat kost mij dan veel tijd, moeite en energie, maar het is een mooie fiets. Dus blijft hij staan. Toch ben ik van plan mij er een nieuwe aan te schaffen bij een psychiater in de buurt. Een gespecialiseerd in fietsen. Iedere week ga ik op gesprek. Dan antwoord ik op vragen die nodig zijn om meer over mijn ideale fiets te weten te komen en betaal steeds het gevraagde voorschot. Misschien is daar helemaal niets te koop of heb ik met mijn reeds betaalde voorschotten nog niet het volledige bedrag voor een fiets betaald dat kan ook, maar nog steeds verplaats ik mij door middel van twee platte banden. Met wat pleisters, een tube lijm en een pomp is mijn probleem ook verholpen. Daar heb ik geen fietsenmaker geld of psychiater voor nodig. In de Dijle gooien en verder te voet kan ook, maar ik heb verlatingsangst. Het is een oude fiets.   'Kathleen' vraag ik. 'Wanneer heb jij nu eindelijk het meest geschikte stalen ros voor mij gevonden? Betaal ik je niet genoeg misschien? Is dit hier soms een malafide uit luchtkastelen gebakken internetshop die mij onder het mom van valse beloften aan het lijntje houdt en het geld uit alle twee mijn zakken klopt?'   Ik heb meer feedback nodig zegt ze dan, meer inbreng. Je zit vast in je denken. Het beeld van jouw nieuwe fiets is en blijft te vaag. 'Ik bedoel maar, in welke kleur had je hem graag gehad, welke breedte van banden heb je in gedachten, hoe zwaar mag het frame zijn, wel een bagagedrager, geen bagagedrager, met een slot tegen diefstal of niet?'   Na ons laatste gesprek is mij duidelijk geworden dat mijn psychiater alleen sleutels verkoopt van niet bestaande fietsen die nog lelijker zijn dan mijn mooie oude exemplaar. Dus volgende week vraag ik haar zo'n sleutel, ik heb er trouwens genoeg voor betaald, en ga ik er mij zelf een uitkiezen aan het station. Met kniptang en zonder sleutel.  

Sascha Beernaert
0 1

De gereïncarneerde duivenhater

Ik hoop dat als er zoiets als reïncarnatie bestaat je terugkomt in eenzelfde schijtwereld als deze van vandaag. Een waarin een mama liefdevol toont op welke plekjes je als pas uit het ei-gekomene zoal kunt kakken. In goed onderhouden tuinen van buren, gemeentelijke portalen van geklasseerde renaissance woningen of op hoofden van winkelende voorbijgangers met lange haren in de straten van een stad. Totdat je op een mooie lentedag dé dag van je volwassenheid als duif voor het eerst zelfstandig kan kiezen de plaats en voorwerp van delict. Een witte, blinkende, net uit de carwash gereden auto van een voor jou ongekend merk.   KNAL!   Met een BB gun schiet er iemand recht in je rectum. De dader is een kalende man met dikke buik, bril en zweetvoeten in sandalen. (dat van die voeten is gelogen, da's gewoon kwestie van iets meer dramatiek te brengen in het verhaal)   Alsof je leven ervan afhangt vlieg je weg naar een schuilplaats ergens in de lucht. 10 dagen, 7 uur, 23 minuten en 16 seconden kan je niet meer kakken. En op seconde 12, met een krop in je keel zo groot als een basketbal val je van een tak uit de boom recht tegenover een andere (jouw lievelingsboom waar je vroeger altijd zat totdat er zo'n dag of 10 geleden een of andere halve zool het in z'n kalende hoofd kreeg je in je rectum te gaan schieten)   PLOP! (geluid van een uit een boom vallende duif)   Omdat je niet anders kon dan stikken in je eigenste stront.   Op die bewuste 12 de seconde was je eerste dag als volwassen duif afschuwelijk.   Maar nog nooit had ik zoveel plezier in de dood.  

Sascha Beernaert
32 0

Hoerarij (deel1)

Hoeveel $ (bij de hoer)     Hij houdt hem hoog Zij houdt hem laag (met de rug op het bed zij op hem) Het bordeel als intieme plek   Zij kent hem van vroegere bezoekjes (een vijftig eurobiljet in de hand) Hij consumeert haar alsof elke keer de eerste is (het bosje schaam op de achtergrond)   Bij bed en erectie houdt hij zijn kinderlijke naïviteit staande Geveinsde tirade volgens haar (zij houdt hem laag)   Moederlijk gespreid tussen armen en benen   Als niet gelogen uit een kindermond spreekt hij de waarheid: “Jij bent een hoer” “A?” (zij) (hij): “Rij!” Zij berijdt hem (van paardenmetafoor tot op zijn hondjes) Hij neemt intussen het kussen waar (een doek van zwart satijn) Ontneemt haar de lust met zijn blik Zij ondergaat het machtsspel Verliest haar decorum voor maar even Torenluw staat hij op wacht Doorheen kantelen speurt hij de horizont af Sensueel doch zonder dralen haar intiem toilet Verademing der geslachten Ze lachen (hij en zij) Om lust die was Om afstandelijkheid en paardenmetafoor Om aan- en uitgekleed Om woorden zonder betekenis Om verdronken en weggespoelde zwemmers Om vijf minuten tijd Hij nijpt op bepaalde hoogten (in hoven zonder bloemen) Zij laat het toe voor een biljet extra Helder water besprenkelt haar tuintje Bloemlezing voor de volgende pluk: “Il fait moche aujourd’hui” Hij vertrekt (sleutels portefeuille gsm) Wolken achter glasgordijnen Een kus (nat op beide wangen) Regendruppelsurogaat voor onbeschermd vleselijk contact Schuldig aan wandelen op het troitoir: Hij Onschuldig aan vrouw-zijn: Zij

Sascha Beernaert
73 0

EEN ROOKMELDER KAN JE LEVEN REDDEN

Het was oudejaarsavond 2012. We vierden met zijn tienen de laatste dag van het oude jaar. We hadden gegeten, gedronken, gezongen, een spelletje gespeeld, gedronken en om middernacht geklonken op 2013, gedronken en gezoend. Heb ik al vermeld dat er gedronken werd? Manlief had de grens van lichtjes vrolijk tipsy naar straalbezopen al eventjes overschreden en zat al geruime tijd met een vol glas maar met een lege blik voor zich uit te staren. Een uur voordien had ik hem, tevergeefs, al aangemaand te stoppen om zich vol met rode wijn te gieten. Hij was toen al over zijn ‘theewater’,  sorry ‘wijnwater’ en het kalf was toen al behoorlijk verdronken. Ik zou het ondertussen reeds moeten weten;  je kan geen rede meer van toeterzatte mannen verwachten. Op elke vraag waarop in het nauw gedreven mannen, op dat moment, geen zinnig antwoord meer weten te bedenken, komt steevast de volgende zin op de proppen: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Jong en oud bedient zich hiervan. Mijn oom heeft longkanker, mijn vader is een kettingroker, maar ik rook nu en dan maar eens een sigaretje hoor…: ”Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!”  Mijn hele leven is een festijn, maar na een glas of vijf rode wijn is het leven dubbel zo fijn..: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Ze zijn al in de olie en het is vanaf dan een kleine stap om hun herseninhoud tot mayonaise om te klutsen. Enfin toen de vrienden rond 3 uur ’s nachts huiswaarts keerden, zat manlief, als een levend straatstandbeeld aan de tafel te suffen. Twee vrienden, Frank en Julietje bleven, zoals jaarlijkse gewoonte, bij ons overnachten.  Zij trokken zich terug in de logeerkamer op de tweede etage. Ik griste het volle glas voor manlief zijn neus weg en kieperde de inhoud in de keukengootsteen. Het was als water naar de zee brengen. Het was overduidelijk dat, alhoewel hij geen ‘pap’ meer kon zeggen, het woordje ‘wijn’ er nog vol venijn uitkwam. Er zou niet geslapen worden alvorens de tournee langs alle flessen met rode wijnrestjes afgerond zou zijn. Ik liet manlief dan maar alleen met zijn drankkegel en kroop in bed. In de aanpalende kamer hoorde ik al het zachte gepruttel dat een snurkje voorafging. Plots na enige tijd hoorde ik een snerpend gepiep. Was dit een gerinkel van een mobieltje in de logeerkamer, een verlate telefonische nieuwjaarswens?  Na enkele minuten begon het irriterende gepiep opnieuw, nu sneller en sneller op elkaar volgend. Ik kwam uit bed en probeerde het gillende gepiep te lokaliseren.  Boven aan de trap, aan het plafond boven de overloop van de tweede verdieping, hadden wij een rookmelder geïnstalleerd. Het ‘kolereding’ snerpte juist op 1 januari om 3.30 uur midden in de benevelde nacht een boodschap dat de batterij leeg was! Ik klopte met een stok tegen de stoorzender die prompt zijn laatste piep inslikte. Yes! Ik lag nog niet tussen de lakens toen het gekrijs opnieuw startte. Ik zette een keukentrapje onder de boosdoener, klom erop, ging op mijn tenen staan en probeerde met een grote schroevendraaier tot aan de rookmelder te geraken. Ik was bij het uitdelen van de lengtes duidelijk misdeeld geweest en kwam een volle tien centimeter te kort. Ondertussen waren Frank en Julietje slaapdronken op de overloop verschenen en had manlief eindelijk iets van het lawaai waargenomen.  Hij kroop de trap op, maande ons onder theatrale gebaren en gesis terug naar de slaapkamers. Hij ‘de grote strijder, de probleemoplosser, de verlosser van alle vrouwelijke onkunde, de handige Harry van Edegem’ zou de zaak van het krijsende toestel eens snel oplossen en moest daarbij geen pottenkijkers hebben. In benevelde toestand tastte hij naar het keukenhulpje, mikte zijn voet op het trapje en zwijmelde met de schroevendraaier de lucht in.”Ksst, kssst, weg jullie!” Ongerust verdwenen wij van het toneel. Wij hadden de deur van de slaapkamers nog niet gesloten of wij hoorden een geweldig kabaal. Daar viel manlief, in gezelschap van het keukenladdertje en de zwijgende rookmelder de trap af. Met een rotvaart stuiterde hij trede na trede naar beneden, in zijn val een reeks fotokaders van de traphal meevegend. Op de overloop van de eerste verdieping kwam hij, met zijn hoofd naar beneden, tegen de deur tot stilstand. Hij lag er voor Pampus. Vol ongeloof kroop hij op handen en voeten in het halletje rond. Overal was bloed.  Ik beval hem om onmiddellijk stil te blijven liggen en te kijken of er niets gebroken was. Alleen een grote glaspunt zat in de hiel van zijn voet. Ik trok het glas eruit en nog voor ik de wond kon ontsmetten, grijnsde manlief ons ‘debielig’ toe en zei: “piep gedaan”, strompelde in gemarineerde toestand de trap terug op en kroop in bed. Ons gastenduo, alhoewel hevig geschrokken, ging  proberen ook nog wat slaap in te halen. Mijn hart fladderde en de adrenaline pompte door mijn hoofd. Bijna had ik, in het beste geval, de eerste dag van het nieuwe jaar op de spoed doorgebracht. Toen ik de stukgevallen kaders en achtergebleven glasscherven opgeruimd had, hoorde ik op de bovenverdieping al een snurkcanon. Toen ik naast manlief  tussen de lakens gleed, nam hij mij vast en met een dronkemans alcoholwalm vroeg hij: “ziede gij mij nog gère?” Op dat moment zou ik vol overgave de echtscheidingspapieren tegen zijn smoelwerk getimmerd hebben. In zijn droom beleefde hij zijn duikeling waarschijnlijk opnieuw, want slapend riep hij: “Mannekes, mannekes, amaai, amaaai, mannekes, mannekes toch!!”  Het dronken gesnurk klonk als een tractor die door de slaapkamer denderde. Na een uur kon ik het niet meer aanhoren. Ik trok  met mijn hoofdkussen onder mijn arm één etage lager en ging vol zelfmedelijden op de sofa liggen mokken. ’s Morgens verscheen manlief met een verkreukeld aangezicht aan de ontbijttafel, dronk een paar glazen water en keek ons stomverbaasd aan, toen we hem vroegen of hij nergens pijn had. De rode wijnkegel was verdampt. Hij wees alleen naar het onverklaarbare geronnen bloed op zijn voet. Ofwel gaf hij hier een meesterlijk stukje amateurtoneel ten beste ofwel was dit wel degelijk één van de symptomen van comazuipen of Alzheimer rosé. Hij wist van de ganse’“nieuwjaarsduik’ niets meer. Blijkbaar heeft een dronken man dus toch een speciale beschermengel. De ganse verdere week werd alcoholloos doorgebracht. Er werd niets meer aan Bacchus geofferd. Mijn nuchtere wil was wet: “Ik mocht toch ook iets aan mijn leven hebben hé!” Als onze regering ons nu wil wijsmaken dat ‘een rookmelder je leven kan redden’, kan ik onverwijld het tegendeel beweren! Een rookmelder kan je leven verkorten en ik had per 1 januari 2013 zelfs weduwe kunnen zijn!   Sim, 6 januari 2015

Sim
12 0

IK MAAK ER EEN KOOKBOEK VAN!

Het was kerstvakantie en kleinzoontje kwam bij ons logeren. Nu is voor die kleine snoeper geen etentje volledig als er geen nagerechtje achteraan komt. Hij bedoelt dan niet een doordeweeks ijsje, maar een echt dessert. Griekse yoghurt met honing en fruit (maar dan niet met teveel fruit want dat is te gezond), chocolademousse of pudding, rijstpap met bruine suiker, crème brulée of een taartje gaan er zonder veel problemen in. Die kleine zevenjarige smulpaap kan zijn Nana als geen ander rond zijn vingertje winden en dus zou er voor het afronden van het kerstdiner liefst iets heel speciaals uit de lekkernijhoek moeten komen. Ik pijnigde mijn hersens en dacht onmiddellijk aan de profiterolles die ik zo’n 35 jaar geleden eens zelf gebakken had. Ik vergeet nooit die allereerste keer dat ik de echte profiterolles, gevuld met vanille ijs en overgoten met smeuïge chocoladesaus geproefd had. Wij kampeerden in Zuid-Frankrijk, in de omgeving van Agde en gingen op uitstap naar Pèzenas, de stad van Molière.  Het was juli en een hete zonovergoten dag. We hadden voor de lunch een tafeltje in de schaduw gevonden op een terras van een klein restaurantje. Voor dit eethuisje prezen allerlei menuborden de plaatselijke streekgerechten aan. Mijn vader zei altijd: “Probeer zoveel mogelijk van de wereld te zien. Waar je ook bent, ga niet voor de Belgische ‘biefstuk-friet’ maar tracht steeds het locale inwonersmenu te proeven.”  Terwijl mijn twee mannen voor een veilige pizza kozen, ging mijn vaderlijk gen in overdrive en wees mijn vinger onmiddellijk het plaatselijk aangeprezen lunchmenu aan. Er stonden twee gerechtjes op die ik helemaal niet kende. De ongekende keuzes lieten het water alvast in mijn mond  lopen: Brochette d’abats en als dessert profiterolles.  Ik geef toe dat niet alle streekgebonden gerechten overgrote successen waren. Vooral in landen waarvan we de taal niet machtig waren en we de vreemde tekens niet konden lezen, konden we nogal eens voor verrassingen komen te staan. Het was zoiets als Russische roulette spelen. Vier keer ging het goed en de vijfde keer kreeg je soms een met look en peterselie opgesmukte stront op een bordje voorgeschoteld. Dit risico moest je er dan maar bijnemen als je nieuwsgierig en avontuurlijk was. Zo aten manlief en ik, in Thailand gefrituurde krekels en blauwglanzende torren, die lekker knisperend waren en net als onze chips proefden.  In Ecuador smulden wij op de markt van cuy, de op de barbecue geroosterde cavia’s, die net als konijn smaakten. In Vietnam sliepen wij bij de plaatselijke bevolking in een ‘homestay’. Hier kregen wij  een uiterst lekker stoofpotje voorgeschoteld. Nadat wij onze buiken goed rond gegeten hadden en wij de laatste restjes met brood bij elkaar schraapten, vertelde onze gids ons, dat dit een ‘hondjesstoverij’ was. So what..het was verdomd lekker!  Nabij de Victoria Falls in Zimbabwe kregen wij, als inheemse delicatesse, zwarte wormen geserveerd. Onze medereizigers keken kokhalzend toe, toen wij in de wormen beten en er een wit puddingachtig slijm over onze lippen liep. Het liet alleen een afgrijselijke ongedefinieerde verdufte grondsmaak na.  Dit was dus de vijfde kogel van de Russische roulette. In Pèzenas, in de schaduw van de acaciabomen zat ik dus verlekkerd te wachten op mijn nieuwe ontdekkingen.  Terwijl mijn ex-man en mijn zoontje hun tanden in de geurige pizza’s zetten, kwam er voor mij een spies met gegrild vleesafval. Abats, abattoir…slachthuis…had ik eventjes doorgedacht dan had ik het kunnen weten! De brochette met stukken tripes, tong, niertjes en lever was versierd met een blaadje sla, een sneetje tomaat en drie stukjes aardappel. Mijn smaakpapillen kwamen in opstand.  Als er nu één ding ter wereld was, wat ik absoluut niet binnenkreeg…juist. Het hoofdgerecht was voor mij dus een Franse slag in het water. De Pèzenassenaars mochten hun lokale lekkernij zelf oppeuzelen. Ik was( en trouwens nu nog steeds niet) totaal geen fervente dessertmadam, maar nu zat ik toch hongerig en vol ongeduld op de profiterolles te wachten. Daar kwamen ze dan, vijf luchtige soesjes, gevuld met romige vanille ijs en overgoten met glanzende pure chocoladesaus. En engeltje dat op je tong pieste. Terug in Antwerpen ging ik op zoek naar diezelfde lekkernij. Het enige wat ik vond waren kartonachtige fabriekssoezen gevuld met slagroom die in de verste verte niet op het hemelse toetje geleken. Ik besloot voor kerstavond de profiterolles dan maar zelf te maken. We bevonden ons nog in het voorhistorische computertijdperk en het woord “google” was een nog niet uitgevonden begrip. Met een recept van soezendeeg, uit het ‘Grote Kookboek van de Boerinnenbond” toog ik aan de slag. Ik mengde, ik roerde en ik kliederde. Ik spoot met een zelfgemaakte spuitzak bolletjes soezendeeg ‘als eieren zo groot’ op het bakpapier. Vol ongeduld keek ik door het raampje van de oven. De krengen bleven groeien en zwellen. Na 25 minuten had ik aan elkaar gekoekte sinaasappelgrote soezen. Het rook heerlijk in de keuken, naar wafelenbak en het smoutebollenkraam. Ik kreeg het niet over mijn hart, mijn eigengemaakte halve tennisbalgrootte ‘profiterolletjes’ in de vuilnisbak te kieperen. Ik sneed ze open, vulde ze met een grote bol vanille ijs en overgoot ze met warme chocoladesaus. Er konden er juist twee naast elkaar op het dessertbordje en toen ik ze opdiende, was het net of  ik aan iedereen een paar negerinnenborsten cadeau deed. De mannen likten suggestief de chocolade van de soezen terwijl de dames, een beetje lacherig en maten vergelijkend, de lepel in het nagerechtje duwden. Het gelach en het commentaar over mijn ‘tietendessert’ heeft me nog geruime tijd achtervolgd. Na 35 jaar zou ik het goddelijke dessert voor mijn kleinzoontje nog eens opnieuw uitproberen. Ik googlede en kreeg onmiddellijk een honderdtal recepten.  Dus als een volleerde ‘profiterolkenner’ ging ik opnieuw aan de slag. Ditmaal waren ze perfect van grootte en structuur, ze smolten op je tong. Mijn eigen ‘komen eten’-familie gaf me na het kerstdiner een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid. Mijn zevenjarig kleinzoontje glunderde. De chocoladesaus zat overal, van zijn mondje over zijn neusje tot achter zijn oren.  Hij stak zijn bruine duim omhoog en zei dat hij voor dit dessert een overduidelijke 10/10 gaf. Dus tv koks, Jeroen Meus, Piet Huysentruyt en Sofie Dumont jullie zijn verwittigd. Als het aan mij ligt, komt er dit najaar een nieuw erotisch kookprogramma à la Nigella Lawson “Chez Nana” op de buis. Ik zal kookzappend Vlaanderen overspoelen met mijn chocolade ‘tietendessert’ en leg er dan voor de dames nog een aanschouwelijke banaan bij! Om de niet kopers van mijn eerste boek wat over de streep te trekken en om de verkoop van mijn eventuele tweede boek, als kookboek, wat aan te zwengelen, volgt hierna het recept van overheerlijke profiterolles! De ingrediënten in dit recept zijn voor 4 tot 6 personen. de soesjes: 5 eieren 100 g boter 180 g bloem , 2 grote soeplepels zelfrijzende bloem en de rest patisseriebloem 25 cl water = 1 bierglas 1 vanillestokje of een half zakje vanillesuiker. 1 snuifje zout de chocoladesaus: 200 g donkere chocolade 100 g suiker 1 klontje boter 1 dl water de afwerking: 1⁄2 l vanille-ijs bereiding de soesjes: Weeg alle ingrediënten zorgvuldig Zet een kookpot op een laag vuur en giet het water in de pot. Voeg er de boter bij het halve zakje vanillesuiker of  de zaadjes uit de vanillestok . Snij de vanillestok overlangs door en schraap met een mespuntje de zaadjes uit de beide helften van de peul.  Laat de boter smelten en giet dan de bloem in de pot. Zet het vuur op een laag pitje en meng alle ingrediënten met een houten lepel, tot ze samenklitten tot een deeg.  Haal de pot van het vuur en voeg nu de eieren één voor één toe. Meng tussendoor krachtig tot elk ei in het beslag verwerkt is. Dit vraagt een beetje inspanning! Om je een idee te geven: het beslag moet de dikte hebben van egale stopverf.   Voeg een snuifje zout toe, meng goed en vul de spuitzak met het soezenbeslag. Indien je geen spuitzak hebt, neem dan een plastiek diepvrieszakje er snij er aan één hoek een punt af Verwarm de oven voor op 180°C. Hou de ovenplaat er uit.  Bedek de ovenplaat met een vel bakpapier.  Neem de spuitzak en spuit egale toefjes beslag op de bakplaat. Laat voldoende ruimte tussen de porties beslag, want het volume zal tijdens het bakken verdubbelen.(denk aan mijn eerste baksel 35 jaar geleden!) Kies voor porties die half het volume hebben van de inhoud van je ijsschepper. Bak de soesjes gedurende 25 minuten in een oven van 180°C, en laat ze nadien even afkoelen.Je kan de soesjes ruim op voorhand bakken, ze vullen en ze in de diepvriezer bewaren. Laat ze daarna +- 15 tot 30 minuten ontdooien. de chocoladesaus:Zet een steelpannetje op het vuur en doe het water en de suiker erin. Breng het mengsel aan de kook zodat er een bleke suikersiroop ontstaat. Breek de chocolade in stukken en smelt ze in de siroop. Roer voortdurend met een garde, tot je een glanzende saus krijgt.  Meng ten slotte een klontje koude boter door de saus. de afwerking: Snij de gebakken soesjes middendoor. Gebruik hiervoor een scherp mes (bv een steak- of broodmes).   Leg op elk half soesje een bolletje vanilleijs. Plaats er de hoedjes op, en serveer de profiteroles met een flinke lepel warme chocoladesaus.    

Sim
34 0

WERELDRECORD

Manlief bereidt zich voor om in het Guinness World Record boek 2015 te verschijnen. Manlief wil het wereldrecord knoopjesdraaien halen. Hij heeft, samen met mij, al gedurende meer dan een twintigtal jaren goed kunnen oefenen. Hij heeft zich ondertussen, zonder noemenswaardige concurrentie, probleemloos tot in de halve finale gedraaid. Ik zie jullie de wenkbrauwen al fronsen en peinzen tot welke sporttak ‘knoopjesdraaien’ dan wel behoort! Ik zal het eventjes proberen uit te leggen. Manlief haalt uit de kast een juist versteld en gestreken hemdje en knoopt dit daarna dicht. Niets bijzonder hoor ik jullie denken.  Later op de avond laat hij zich lekker op de sofa onderuitzakken en geeft zich vervolgens over aan zijn tic ‘het knoopjesdraaien’! Onbewust cirkelen de kleine witte hemdsknoopjes tussen zijn plukkende vingers tot de draad het uiteindelijk begeeft. Het knoopje vind ik dan later, in het beste geval, ergens op het tapijt of tussen de sofazetels terug. In het slechtste geval verdwijnt het minuscule knopje overnacht ergens in de knoopjeshemel. In de grote knopen verzamelzak moet er dan een vergelijkbaar exemplaar gevonden en met bijbehorende kleur terug aangenaaid worden. Ik hoor jullie al reageren: “Waarom leer je hem dit dan niet af?” Denken jullie nu echt dat ik nog geen enkele poging ondernomen heb? Ik heb manlief, met naald, draad en schaar achternagezeten en geroepen dat hij vanaf nu zijn eigen averij maar moest herstellen. Manlief haalt dan glimlachend zijn schouders op, legt zich op de sofa en begint aan het volgende knoopje. Olie op het knoopjesvuur? En wie, denken jullie dat er met de vinger gewezen wordt, die arme man die er slonzig, knooploos bijloopt of die luie huisvrouw, die bedankt voor de eeuwigdurende reparaties. Ik weet het, we hebben allemaal, na meer dan een kwarteeuw huwelijk of samenwonen, wel ergens een partner zitten met een tic, waarvan je stilaan krankjorum wordt. Toen we verliefd waren vond ik het zo schattig en ontwapenend als manlief met zijn ene hand in mijn hand en zijn andere knoopjesdraaiend naast me op de sofa zat. Het leek wel een knuffelde kleuter met een teddybeer. Maar na 20 jaar knoopjesverstelwerk heb ik het stilaan wel een beetje gehad. Waarom knaagt hij niet aan zijn nagels? Die groeien kosteloos en zonder echtgenootreparaties probleemloos terug aan! Waarom draait hij in een ontspannen- of thrillermoment geen pijpenkrullen naast zijn oren? Juist ja, het grijze haar wordt ondertussen niet lang genoeg meer en valt liever uit dan als ‘tic nerveux’ dienst te doen. Ik hoor hordes vrouwen zich nu bedenkelijk afvragen, waarom ik toch te klagen zou hebben, want zelf kunnen ze wel encyclopedieën volzeuren over alle ergernissen die hun wederhelften oproepen…Ja we weten ondertussen dat de meeste mannen geen lades en kasten sluiten en zich uit de situatie proberen te redden met: “Wat ik eruit gehaald heb, moet er straks toch terug in, dus liet ik ze maar gewoon openstaan.” Of hebt U ook zo’n exemplaar in huis dat na een afwasje, niets, maar dan ook letterlijk niets op de juiste plaats terugzet. U kookt al meer dan 30 jaar in diezelfde keuken, met dezelfde kasten waar alle huisraad, potten, pannen, tassen en koppen al gedurende het ganse huwelijksleven op identiek dezelfde plaats staan, maar manlief presenteert je na al die jaren nog steeds een afwas- huisraad- zoektocht. Of heb je ook zo’n slechthorende editie, die nooit luistert en alleen hoort wat hij wil horen. Dames, hoe we ook trachten hun gezellige oude dag met ons gezanik te verstoren,  besef voor eens en voor altijd; mannen blijven kleine kinderen en kunnen na de trouwpartij, en cours de route, nooit meer veranderd worden. Hoe groen al het houtwerk*, door alle ergernissen in de loop van de relatiejaren verkleurd werd, meestal is ‘what you see, is what you get and …even less’.  Dus zet ik voor de duizendste keer’ met liefde’ opnieuw een afgedraaid knoopje terug aan het hemd. Ik zet een streepje in mijn notaboekje en hoop dan dat manlief , met zijn discipline ‘knoopjes afdraaien’, ooit samen met de poging polonaisedansen, het langste traject dominosteentjes laten vallen, het meeste hamburgers eten, het langst op een paal zitten en het grootste kussengevecht op een dag in het Guinnes World Record boek zal mogen staan.   *groen hout zijn : ruzie tussen man en vrouw   Sim,                       4 augustus 2015 en op weg naar het wereldrecord!

Sim
0 0

Onbepaald

Ik had zonet een van die momenten waarop je achteraf met een moeilijk te bepalen gevoel achterblijft. Mijn sportzak is een juten boodschappentas en die draag ik zo elegant om mijn arm dat het lijkt alsof ik een dure designertas heb.   Zo met mijn open handpalm naar boven gericht en mijn telefoon in de andere hand kwam ik van de fitness de nu al donkere en verlaten straat op. Met mijn grote zwarte hoed van de rommelmarkt op leek het al helemaal alsof ik recht uit de Vogue kwam aanwandelen.   'Verzeihung, Verzeihung!" riep iemand. Het duurde even voor ik mijn verzonken blik verward afwendde van mijn telefoonscherm en besefte dat het tegen mij was. “Ja?” antwoordde ik aan de Duitse krullenbol van een jaar of zestien en vertraagde mijn stap met behoedzame twijfel.   Stamelend en stotterend en na een vijftal “uuh uhh”’s kwam er een vraag uit die hij overduidelijk zonet ter plekke bedacht had: “Wissen Sie was darauf steht?”. Hij wees naar een rij bellen met naamplaatjes aan een deur.   Ik volgde zijn wijzende vinger met mijn blik en keek dan terug naar hem. Plots voelde ik hoe onbeschermd mijn rug was. In een fractie van een seconde besloot ik om niet te gaan kijken naar de naamplaatjes, nog snel een verlegen “Ich kann kein Deutsch” eruit te gooien en mijn hoofd snel weg te draaien. Ik hoorde hem nog “uhh uhh uhh ok, uhh ok” zeggen.   Terwijl ik met dat onbepaald gevoel de jongen verliet zonder om te kijken, wist ik niet goed of mijn hart brak omdat het de stad was die me vervreemdde van mijn onbekende medemens of dat ik me opgelucht moest voelen omdat ik net ontsnapt was aan een op mij gepleegde overval.

Veronica De Rycke
0 0

Pubers

Kinderen zijn een mensensoort die tot de homo sapiens behoort. Zo wordt beweerd, maar dat is een dwaling. Er is een aanzienlijk onderscheid tussen de twee. Alleen al het verschil in levensverwachting is significant. Waar de gangbare mens - waartoe u en ik behoren - gemiddeld een leeftijd van tachtig jaar behaalt, worden kinderen zelden ouder dan twaalf! En waar de homo sapiens doorsnee 173,5 cm lang is, zit er bij kinderen een enorme rek op, maar haast nooit worden ze groter dan anderhalve meter. Kinderen kunnen dus bezwaarlijk als volwaardige mensen worden beschouwd. Ten hoogste zijn ze een ondersoort. Iedere ouder houdt er zijn hart voor vast, maar de realiteit is nietsontziend: op een mooie ochtend betreed je vrolijk neuriënd de slaapkamer van je oogappel, en doe je de vreselijke vaststelling dat je telg 'overnight' verdwenen is! In zijn plaats ligt er een vreemd wezen in zijn sponde. Een karikatuur die uiterlijk vage trekken van je kind vertoont, maar er verder weinig mee te maken heeft. Het hele gezicht van het vreemde wezen zit onder de vieze pukkels. Plukjes onvolgroeid haar duiken her en der op uit openstaande poriën. En het schepsel drukt zich uit bij middel van een vreemd overslaand keelgeluid dat je eerder aan het roestige geknars van een waterpomp herinnert dan aan het liefelijke stemmetje van je spruit. Even wil je nog geloven dat alles op een misverstand berust, maar wanneer je ontdekt dat de alien ook karakterieel nauwelijks enige gelijkenis vertoont met je eigen broed, weet je dat het drama zich heeft voltrokken. Het kind, waar je meer van hield dan van jezelf, blijkt verdwenen te zijn en vervangen door een slechte imitatie. De volgende dagen, weken en jaren ga je door een hel. De tijd dat je kleine, schattige mormeltje iedere morgen je hart deed smelten met een stralende glimlach, is definitief voorbij. Het nieuwe specimen heeft een ochtendhumeur waar niet door te raken is. De stomme grapjes, waar je jarenlang succes mee wist te boeken, worden op verveeld ooggedraai onthaald. Verder ben je plots in je eigen huis niet meer vrij om te gaan en te staan waar je wil. De slaapkamer van je oogappel blijkt nu privéterrein te zijn waar je aanwezigheid niet is gewenst. En wanneer er gedoucht moet worden, wordt de toegang tot de badkamer je ontzegd omdat edele delen plots voer vormen voor diepe schaamte. En het drama wordt steeds ingrijpender. De cd's met liefelijke kinderliedjes worden in een duistere la weggemoffeld. De handdoeken met het echtpaar Mickey en Minnie Mouse worden je aangereikt om te gebruiken als vod. Kinderprogramma's op zondagochtend moeten het met een kijker minder stellen. Uitstapjes waar je koter een paar weken tevoren zelf nog enthousiast om verzocht, worden als oeverloos saai ervaren. Speeltuinen worden gemeden alsof er zwarte pest heerst. Films die niet tenminste het label 16+ dragen worden afgedaan als stom. Gezinsmomenten als het ontbijt zijn uit den boze. De nieuwe mens verslaapt liever de helft van de dag om ergens diep in de namiddag helemaal alleen een ongezond ontbijt te nuttigen. Niet op een comfortabele stoel aan de keukentafel, maar rechtopstaand aan het aanrecht. Meisjes beginnen bij het minste achterlijk te giechelen, en jongens verbergen kartonnen zakdoeken onder hun matras. Het voordien zo onontbeerlijke speelgoed wordt door jezelf in dozen gemoffeld om het te bewaren voor een volgende generatie. Het slaapkamerbehang, dat getooid is met figuurtjes uit Walt Disneyfilms, wordt vakkundig overplakt met tientallen centerfolds waarop levensbelangrijke popsterren prijken. De schattige outfits, waarmee je spruit daags voordien nog vrolijk liep rond te paraderen, worden hopeloos belachelijk gevonden. Het schattige anorakje, waar dat kleine kotertje zo beeldig mee stond, krijgt het predicaat 'kinderachtig' mee. Een sweater met capuchon zal voortaan bescherming moeten bieden tegen weer en wind. De sterke laarsjes met verharde tippen worden ingeruild voor een paar sneakers waarin de voeten zweet zullen vergaren tot er een geur uitslaat die tot hersenverlamming leidt. De hinkelpas waarmee je spruit zich over straat bewoog, wordt vervangen door een tergende slenterpas waaruit een grenzeloos balen blijkt. En zo kan ik nog even doorgaan. Het punt is dat er iets niet klopt. Geen mens kan op zulke korte tijd zo drastisch veranderen dat hij zelfs voor zijn eigen moeder en vader een vreemde wordt. Daarom twijfel ik geen ogenblik aan mijn stelling. De wetenschap is nog niet klaar om het te erkennen, maar ik kijk nu al uit naar de dag dat het wereldkundig zal worden gemaakt: kinderen zijn een niet erkende ondersoort van de homo sapiens, een soort met opmerkelijke kwaliteiten maar met een ernstige handicap: zijn wankele gezondheid, de reden wellicht waarom hun houdbaarheid niet meer dan twaalf, hooguit veertien jaar bedraagt. Mag ik daarom een oproep richten tot alle wetenschappers, dokters en weet ik wie die zich met het welzijn van de mens bezighouden? Laat die ouderdomskankers voor wat ze zijn! Zoek niet langer een remedie tegen dementie, alzheimer, Parkinson en andere vreselijke kwalen die bij de aftakelende homo sapiens tot de dood zullen leiden. Stel uzelf tot doel een middel te vinden om die arme kinderen langer te laten leven! Misschien komt het dan nog wel goed met de mensheid... en met de wereld. Onze nakomelingen zullen u dankbaar zijn! 

Lou Van Lier
2 0

Het motief

In onze zetel ligt een kussentje. Dat heeft mijn creatieve nichtje gemaakt. Vorig jaar voor Music for Life. Sewing for Life, heette haar bijdrage. Ik kon niet anders dan het kopen van haar, voor haar. Ze verdiende het helemaal. Dat het ook nog prachtig accordeert met de kleuren in onze living, dat was pure bonus. Dus reisde het kussentje vanuit België helemaal af naar Jordanië, en vond het een thuis in het kloppend hart van ons nest. Overdag slapen er poppenhoofden op, daar naarstig neergelegd en vergeten door de zorgende moeders die onze dochters zijn. ’s Avonds vleien wij er onze moeë rug tegen. Zoals zovele dingen, heeft het kussentje twee kanten en een binnenste. Lime groen aan de ene kant. Een stofje van fleece aan de andere kant. Naar de binnenkant heb ik het raden, zoals wel vaak. Er is geen voor- en achterkant, maar eerst was dat fleecen kantje bijzaak. Het was de limoengroene zijde die onze woonkamer alle eer aandeed. Had je mij gevraagd de andere zijde van het kussen te beschrijven, ik had het niet gekund.   Toen ik op een dag de school van dochter Julie binnenwandelde, ving ik in het voorbijgaan een glimp op van de berenbedjes die er in een lokaal klaar staan voor de kindjes in hun spel geveld. Enkele bedden waren bezet, zoals wel vaker aan het eind van de middag. Daar sliepen een paar van die donkere kopjes. Uitgeteld en opgekruld. En toegedekt onder een dekentje. Mijn ogen bleven aan het dekentje haken. Ik kon het niet goed onderscheiden. Omdat zo’n kamer met slapende kinderen een heiligdom is, ging ik niet binnen. De volgende keer keek ik wat beter. In het halfduister kwam de stof van de dekentjes mij vertrouwd voor. Vanwaar kende ik toch die zachtgrijze krinkelingen in dat pluizen wit? Toen ’s avonds mijn ogen nog eens door onze huiskamer zeilden, zag ik het. Hetzelfde fleecen stofje van de ene kant van het kussen. Globalisering dus. Klaarblijkelijk had niet alleen het kussentje gereisd. En dat hetzelfde motiefje ook nog een ander deel van Julie’s habitat inkleurde, dat vond ik wel een knusse gedachte.   De dagen kwamen en gingen. Tussen woonkamer en buitenwereld, kussen en deken, pendelden wij onze gewoonlijke routes. Met de dagen kwam en ging ook het nieuws. Er was ook nieuws dat bleef. En beklijfde. Toch voor even. Of waren het de beelden die bleven? Eerst boten onder de zon, dan treinen door de regen, en tenslotte lange stoeten, langs, op, en over afsluitingen, tot in de parken van ons vaderland. Toen zagen wij pas met hoevelen zij waren en hoe vol die treinen en boten moeten hebben gezeten: mensen van hun nesten en woonkamers ontdaan, op weg achter de hoop aan. De beelden regen zich aaneen. Elke keer keek ik wat beter. Of ik niet iemand herkende op die foto’s. Want door in Jordanië te wonen komen al die gezichten mij zo vertrouwd voor. Vooral de kinderen – zij kunnen de vriendjes van onze dochter zijn die zich gisteren nog in prinsessenkleren hulden en dartel door het leven gingen. En toen ik zo goed aan het kijken was, zag ik het plots overal opduiken. Hetzelfde motief. Op het dek van de boten, in de bermen langs de weg, over schouders, onder een hoofd, over een baby, een dood kind gelegd: de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit van dat o zo gekende fleecen stofje. Globalisering dus. Klaarblijkelijk was ook dat bekende motief mee op de vlucht geslagen. Een stuk van onze living in die hallucinante beelden. Wat past niet in het rijtje.   Ondertussen zie ik wat minder van die fleecen dekens in het nieuws. Waar zouden ze allemaal gebleven zijn? Hoe dan ook, dat de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit naar ergens anders dan de zelfkant mogen leiden.

Marjanne Sevenant
1 0