Lezen

pagina 778

Vijf paar schoenen heb ik al versleten. Zestien wijven heb ik afgebeld. Ze wisten niet waar ze het hadden, huppelden met hun vetkwabben de Noordzee in. De strandwachter zong het themalied van Mega Mindy alvorens hij op zijn toeter blies. Ik wou ook eens op zijn toeter blazen, maar kon de benodigde diploma's niet voorleggen. Hoog van de toren was hij wel. Kortgeschoren hoofdhaar, tanden die blonken in de wind. Zijn speeksel smaakte naar tomate crevette. Ik geef je mijn hele arm, maar je neemt enkel mijn vinger. Hij past precies in je poepegaatje, dat weet ik zeker. Ik fluister in je oor dat ik het zeker weet. Een zweetdruppel leidt de weg via je ruggengraat tot in je bilspleet. Ik moet denken aan die avond in Zeveneken, toen we samen de kerktoren beklommen. Na anderhalve meter vielen we op de grond, net naast het graf van August Spermalie. Gust voor de vrienden. Pas na twee weken verdwenen de blauwe plekken op onze billen. Het zeventiende meisje dat ik afbelde nam niet op. Net als alle zestien voor haar. Mijn leven heeft dringend nood aan een telefoonboek, dacht ik bij mezelf. Ik nam me voor om de volgende dag eerst en vooral naar de Hubo te fietsen om een koevoet te kopen. Daarmee zou ik de deur van mijn kelder wel open krijgen. Ergens heel ver en heel diep, onder stapels dag- en weekbladen, lag nog een telefoonboek uit 1996. Ik wist zeker dat het er lag. Ik zou het vinden en vol spanning naar pagina 778 bladeren. Daar, op de voorlaatste regel, zou het staan. Het telefoonnummer van mijn eerste lief. Zij zou mij nooit vergeten. Dat zei ze zelf.

Maarten Verhelst
0 0

Erf te koop met zwerfgevoel

    Het is voorbij, uitgestapt, weggereden. Het postvrouwtje stuurde, heeft foldertjes gebracht, de krant is van Holderdebolderland. Duimelotje kreeg ze, geeft ze me nu ik verscholen in de voortuin lig. Op de eerste pagina prijken de vierwielers, ik kijk jaja in de rubriek Notarissen staat het afgebeeld het huisje met dat veilig kelderraam.   Het is van mij mijn erf is echt, te koop, ik wil hier weg, ik wil vooruit, ik wil liever een bootje vol met eenzaamheid, alleen zijn op de zee. Pagina twee Maria Hemelvaart, Aquaprotect. Het opstijgende vocht is morgen opgelost. Helaas. De bomen op het plein moeten er aan geloven want de burgemeester heeft een ei gelegd: in zijn dorp komt een fontein, sluit de florist, best jammer want die prentjes met de kleuren van de bloemen heb ik altijd uitgeknipt.   Veel in overvloed, de overdaad en lariekoekjes van den Aldi lonken, deze week extra goedkoop. Mijn maag, zij mijmert zonder mij, ik denk niet na over het nut, de infosessie is in de gemeentezaal, vrijdagavond en de thema's eerder vaag, misschien wel een verrassing, of bejaarden die wat kippekutreceptjes sterfverhalen woorden wisselen tot Mr Bultinck eindelijk toch arriveert, honderduit beschrijven gaat de streken van zijn dromedaris, Erika, die heuveltjes en hij dan op het einde alle niets vermoedende gedachten meeneemt naar zijn louche zolderkamertje.   Heerlijke belevenissen volgen, ook een aquapark met waterbanen in een acht. Als men zich plat legt zelfs oneindig lang en puur genot wordt aangeboden. De annonce is zo miniscuul, het poesje daarom lekker nauw misschien. Het lijkt me tweedehands plezier en in de dierentuin heeft men te midden van giraffen hoog op poten een subliem terras gebouwd voor wie die dieren recht de ogen in wil kijken, zij dan beter vragen kunnen voor wanneer de vrijheid is gepland.   Verder op ditzelfde blad staat een recept voor varkenspootjes, walviswangen, het beste adres voor make-up, valse wimpers, judaslippen, reisformules en dat ene weerzinwekkende verhaal.   Een man met blonde krullen heeft zich dagenlang kunnen verstoppen en het rectum was van een enorme olifant. De ijslamterrorist heeft hem daar niet gevonden, ook geen bloed dat uit zijn witte nekje droop. Ik hoop alleen. Dat het waar is, hij echt nog leeft want ik heb de nare neiging me zo vast te klampen aan vertellementen, minder aan de mensen of de pooiers van de deugd, de deernen met hun stoppelgleufjes en die wegtollende blik. Weggelachen heb ik ze voorgoed, pretparkliefdes, beelden van die bubbelbaden vol met dolle vissen en piranha's die het zijn wel lusten.   Er zijn ook die gesprekken, ongevoerd, stille sonates, doodgezwegen tin en de gesneuvelde soldaatjes, te veel vogels, schrijft men, kauwen, duiven, scheurtjes in de kernreactor, barsten in de Deltawerken, wateroverlast, in Bangladesh daar kan men eeuwig pootjebaden. Straks, dan staar ik uit mijn bootje, slepers die de stroom trotseren en containerschepen vol Chinese brol, plastic speeltjes voor de ronde kinderen.   Vrees niet, stedelingen want ik ijl wel eens. Alles blijft zoals het is en goed. De tram- en bloedlijnen ze gaan nog jaren richting welvaart, het Centraal Station zal echt niet wachten op de zever van een zwerver die liever verdwalen wil.   Stilaan kruipt het ongeloof weer in mijn hoofd, vindt de spin zijn web een pareltje, voel ik tranen komen, droom ik hoe Sneeuwwitje mij bevredigt voor een nieuwe haarkam van de Hema en ik vind hem snel, de kortingsbon, voor morgen, als ik met mijn kano door de bochten kronkels in de Leie weer naar Deinze peddel.   Mijn erf zal binnenkort verlaten zijn. Het is al leeg, gezet op non-actief, zoals de secretaris van de grote stad zijn lettergrepen rusten laten kan. Het hoofd wil niet meer mee, het is veel liever empty als een leeggewrongen spons, want in de ledigheid schuilt het geluk, een warmtepomp te koop, een vacuüm, ik zal er drijven, willoos zeilen op de zee, het cruiseschip hier op het achterblad vaart ongetwijfeld door het glamoureuze Darmkanaal, regelrecht naar Disneyland.   Achterdocht mijnentwege misschien. Niets meer dan onverdachte vleermuisgeluiden, imaginaire takken landarmen die mij vast willen grijpen, meisjesogen bloeien enkel op het land, in de volle zon. Over de rand van het krantje zie ik wolken, losse truitjes van nieuwe moeders die te laag hangen, onzuiver katoen. Ben ik een troebel dier? Duimelotje kijkt maar vraagt niet wat ik denk.   Enkel wat ik lees, waar we later zullen wonen, zegt dat er twee melktandjes uitgevallen zijn, dat ze nooit geduimd heeft. Wel voor mij en dat ik thuis zou blijven.           uit de reeks  'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
4 0

VIVA LA VIDA

VIVA LA VIDA     Met haar opspringende, zwierige paardenstaart naast haar dartelende, jonge zusje Amapola, een onvergetelijk beeld met hun schattige sproetjes op hun neusje. Net 17 geworden en oh, zo eenzaam zonder jou. Je liegt als ze daar naar gissen met de vraag:” zeg ben je bang voor mij? Dan ga je blozen want als de zomer weer voorbij zal zijn, gaat iedereen een gelukkige verjaardag zingen en gaat de telefoon overspoeld worden met liefde woorden. Een oude kerstmiskaart in een doos, veel herinneringen, van gedeelde smart, halve smart. In je hoofd klinkt het mooie arrivederci… In het verre land op mijn ranch ben ik koning Maar heimwee naar huis knaagt Als el bandido in mij boven komt en ik zweer : geen zomer zonder jou, ik de zigeuner en jij mijn winterroosje, in het hutje bij de zee zonder arme Joe en Angelina die kreunen: Viva el Amor. Je smeekt: “zorg voor mijn hart” en na 20 minuten geduld geef je parels, juwelen en goud. Ik verlang naar Vlaanderen mijn land, maar het kan niet zijn, Liefdesverdriet door hetgeen je niet krijgen kan. Hij had alles en ik niets, Linda, maar hij komt terug met bamboe Jack zonder Addio. In de brief aan mijn darling vertel ik over alles wat je lust en de zonneschijn. Bid voor mij want het is tijd en alle wegen leiden naar Rome en zegt wat je diep treft. Over verboden dromen en er is een plaats in mijn armen, Over een tijd om alleen te zijn als twee oudjes en alle dagen kerstmis… Maar nu sta je daar, Lady en je zien huilen kan ik niet, Donna. Als ik mijn leven nog een keer kon overdoen… Vergeven kan, vergeten niet, maar iedereen heeft iemand nodig en als de muren konden praten…geloof in mij. Een huisje in Montmartre of in mijn caravan, oh my love vaarwel! Hopeloos? Iemand daar boven houd van mij… Mijn deur staat wijd open. Kijk : Twee verliefde ogen  en ga nooit alleen naar Venetië. Toen Nat King Cole van liefde zong… vergeet Barbara, Want ik mis je zo, met een eenzaam hart, aan de zee, alleen op de wereld, Zing ik alleen voor jou en ben stapelgek op jou. De Noorderwind huilt, ik kan niet zonder jou en schreeuwt om liefde, geef me liefde want mooi, ’t leven is mooi zoals die zomer van tien om te zien. Als je de klok terug kon draaien…? Oh wat vliegt de tijd… Overgaan… Hoop doet leven… ALLES…Hemelsblauw… Boven de wolken, een hart van goud met bloed, zweet en tranen. La melodia: ik hoor je toe, wil 17 dagen op zee met de mooiste en laat de liefde niet voorbij gaan. Ga nu en geef al je zorgen aan mij, mijn mooiste droom, Niemand weet waarom, SORRY! Want daar sta je dan, morgen gaat ze weg, zo gaat dat altijd… Wie, een man als ik ? Voor haar liefde in mineur of naar het paradijs! Alleen gaan ? Laat de zon in je hart, onvergetelijk, een vrouw zoals jij, Waar je ook maar bent ! VIVA LA VIDA !!!      

g.a.she
127 1

Kleefkruit

   wandelingen huisdierengemor drie meeuwen verlangen cirkelen ze hangen rond de vuilnisbak er is een potvis   aangespoeld het ongeluk in zeven talen doch de stank hij is niet van de dood slechts van het stervend vlees   een viswinkel jawel ik ruik het Venus' mosseltje en dat er in die schelpen oesters geen geborgenheid verborgen zit   troebel stillestaand het water lauw weemoedig de gezangen van de zeemeerminnen zij die alles weten wat de dieperik betreft   daar wachten ze de weekdiertjes op vloed op voer en straks in overvloed die warme stroom de golven   leven doorgaans kort ze voelen zich nooit eenzaam grote komen altijd in een reeks van drie   de kleinere die weten dat men soms oneindig lang kan wachten op de dijk is er een etalage maar helaas   geen rood geen lichtgeknipper ook niet onze lieve vrouw maar wel een varkentje van marsepein het huilt   misschien zijn de amandelen het kindje beetje ziek ik ook mijn balletjes een beetje vol gezwollen daar die   tippelende duiven krijgen weer de kruimels van de mensen want zij hebben iets met post dat thuisgevoel   of het vermogen niet verdwaald te zijn ik wil het mijn mannenslib chot straks spuit ik er eentje vol een leeggelopen   achterhaventje waarin het plakkerige plankton zich verdrinken wil secondenlang vergeten zal ik niet de rode zak   zit vol met berenklauw papaverzaden voor het binnenland misschien een tuin met veel kadavers doch ik zweer dat niets   van al het kleverige kruit verloren gaat de onbeschreven driften zal ik sparen voor de brievenbus die leeg   aan de ingang van het kerkhof staat         uit de reeks  'Hormonoloog'

Bernd Vanderbilt
0 0

Dreiging

Op een nacht ontwaakte ik door onbestemd gestommel op de trappengang. Of door mijn oververzadigde maag die me parten speelde. Een nachtje stevig op café gaan met slechts trappisten op het programma, gevolgd door een uur stomdronken en lamlendig voor de buis hangen en een liter bruiswater met citroensmaak in mijn keelgat kappen, brak me zuur op. Mijn ogen, waaruit de slaap stilaan wegebde, gaven uit op het venster, waardoor de prille belofte van een nieuwe dageraad me in mijn gezicht uitlachte. Het residu van een treiterende droom rammelde nog heftig aan mijn ratio, beneveld door het gamma aan alternatieve levenslopen die de nacht mij de afgelopen drie uur had voorgeschoteld, en een familiaire terreur, waar ik de vinger toch niet op de wonde kon leggen, raasde door mijn bedlegerige lijf. Ik had ergens van gedroomd maar ik kon het waanzinnige idee dat die droom zich op de één of andere manier had voortgezet in mijn slaapkamer, maar niet van me afschudden. Ik draaide me op mijn linkerzij en staarde recht in het duistere gelaat van een klein gebouwde man, die zich op een halve meter van mijn bed op een stoel had geïnstalleerd, klaar om op mij te springen en met alle macht mijn keel dicht te knijpen. Ik twijfelde geen seconde over de ernst van deze reële dreiging maar bleef desondanks als versteend op mijn zij liggen, en de staat waarin ik zijn gevreesde aanval afwachtte, was er één van ongebreidelde doodsangst. Alsof hij niet wist dat ik wakker was en hem in het steeds minder volmaakte duister had ontwaard. Als hij een spel met me speelde, was het er één van een ongezien sadisme. Hoe was hij trouwens mijn appartement binnen geraakt? Wat kwam hij hier aanvangen? Wou hij me doden? Paniek en paralyse worstelden om de bovenhand, de angst beroofde me van elke drang tot actie. Stilaan werd de dreiging minder werkelijk en galoppeerden de eerste voorbodes van twijfel over de door angst verschroeide vlakte van mijn hart. Nu duurde het niet lang meer voor ik me recht durfde te zetten en mijn arm naar de man op de stoel te slingeren. Het was mijn kapstok met loopkledij erover gedrapeerd, zo bleek. Natuurlijk was het mijn kapstok met loopkledij. Wat anders? Voor enkele minuten was het de man, een spinsel uit een zoveelste hallucinatie, toch maar gelukt om de poorten van de nacht te doorbreken en zich in de pas heroverde werkelijkheid te komen nestelen. Lang duurde dit alles niet en ik was het hele voorval al gauw vergeten. Maar het waren de meest angstaanjagende momenten van mijn leven.

Gert Vanlerberghe
0 0
Tip

Ken mezelf

Ik zit vol angsten, grote en kleine angsten. Daar komt nog een vat vol negatieve gevoelens, twijfels en onzekerheden bij. Het is een dagelijkse strijd. Ik kan de slaap moeilijk vatten en als de slaap dan eindelijk komt, vind ik zelfs in mijn dromen geen rust. Alleen als ik mijn gedachten op een blanco blad neerpen, verschijnt er orde in de chaos van mijn brein en ontplooit er zich een plan.Laten we daarom beginnen met één van mijn grootste angsten. Ik ben echt bang om niet gehoord te worden, afgescheept als de zoveelste anonieme stem in een zee van roezemoes. Ik heb ideeën, maar anderen bazuinen hun ongezouten misbaksels luider en met iets meer flair. Ik verhef mijn stem om vernieuwende zienswijzen in de kijker te zetten, maar de stem gaat verloren in een bombardement van verwijten, misprijzen en idioterieën. Ik heb een mening die mensen toont dat er een andere kant van de medaille te bekijken valt... Helaas zijn de meesten vastgeroest in hun ideologieën of gewoontes, dat ze niet eens meer beseffen dat er überhaupt een andere kant is.De kleinere angsten zijn het gevaarlijkst, juist omdat ze klein zijn. Het valt minder op als je ze hebt: je bent bang om iemand die je lief hebt, pijn te doen; je bent bang om een bepaalde stap te zetten; je bent bang van een hoogte; je bent bang van een laagte; je bent bang om te falen... Allemaal kleine dingen die samen een grote hoop vormen die makkelijk onder één noemer valt: bang om te leven.Een vat vol negatieve gevoelens kan het ik best legdigen door die vol te gieten met alledaagse vrolijkheden. Helaas, onder een vrolijk masker zit nog steeds mijn negatieve kern verborgen. Ik zie alles somber in, zowel de grote wereldproblemen alsook mijn kleine bestaan. De externe en interne conflicten vullen elkaar zo mooi aan, dat de duisternis van deze wereld langzaam in mijn ziel druppelt. De duisternis, veilig genesteld in mijn ziel, zoekt zijn weg naar mijn geest waar het twijfel zaait en onzekerheden oogst.Nu, een imperfecte wereld zit vol onzekerheden. Je kunt overreden worden door een autobus of je hebt net het winnende lotje gekocht. Om in deze wereld onzekerheden te oogsten, hoef je niet altijd twijfel te zaaien. Je kunt dus makkelijk twijfelen zonder al die onzekerheden. Weet je, het ergste wat ik dan kan doen, is beginnen twijfelen aan de mensen rond me. Voor ik het weet zijn mijn beste vrienden plots vreemden wiens gezicht me vaag bekend voorkomt. De namen beginnen te vervagen en voor ik het goed besef, noem ik iedereen “Dingske”.Natuurlijk kun je ook aan jezelf twijfelen, maar dat kan ik in een kracht ombuigen. Het enigste wat je hoeft te doen is je zelftwijfel vastgrabbelen en aan jezelf bewijzen dat wat je nu voelt, er nooit is geweest. Je doet het omgekeerde van wat de twijfel je influistert. Je laat je zelftwijfel voor wat het is en laat het ergens achter. Of je kunt het tegendeel van de twijfel bewijzen. Dit geeft me iedere keer opnieuw de kracht om mijn strijd tegen de negativiteit van de dag voort te zetten en mezelf te verbeteren. Dit is een van die dingen die mij bepalen: een drang om, ondanks alle angsten, twijfel en onzekerheden, een beter mens te worden in een imperfecte wereld. Dat is niet makkelijk, dat ondervind ik iedere dag weer... maar ik ben wel op de goeie weg om al mijn negativiteit te verliezen.

Wibboo Jozefs
4 0