Lezen

De dove

“Vroeger kraaiden de hanen, nu gapen ze alleen nog” zei de dove en hij keek mistroostig de tuin in. Hij leek geen acht te slaan op de regen die hem in het aangezicht kletste en zijn schouders zakten diep weg onder het gewicht van de neerstortende droefheid. Zijn schoenen waren vuil en nat, zijn doorweekte stoffen jas woog zwaar. In het midden van zijn voorhoofd kroop een druppel naar beneden, rolde dan snel over de rug van de neus tot op de tip, waar het een ogenblik stil leek te houden. Dan viel de druppel op de grond en ging hij onherroepelijk verloren in de vloedstorm waaraan hij zich, al was het maar voor even, onttrokken leek te hebben. De dove voelde nauwelijks de handen van zijn oudste zoon op de schouders “kom vader, straks vat je nog kou” “waar de boom valt blijft hij liggen” stamelde de dove “ja” zei de zoon en hij leidde zijn vader het huis in. “moeder heeft soep gemaakt” zei de zoon met luide stem, hij wees nadrukkelijk naar de dampende ketel op het vuur. “wil je een kommetje?” De vader wuivde de soep weg. Hij zat ineengedoken en staarde voor zich uit.. Zijn ogen glaasden en verraadden een mank bewustzijn. Zijn ziel zat gevangen in een diepe slaap. Plots veranderde zijn blik. Zijn ogen vuurden. Hij richtte zich op en keek naar zijn zoon. Zijn wenkbrauwen trokken woest omlaag. Op zijn gelaat looide de dove een bittere afkeurende uitdruk. Hij stond op, hief zijn vinger en riep: “een rotte appel in de mand maakt al het gave fruit ten schand”. De helderheid verdween vrijwel meteen uit de ogen en het gelaat ontspande zich opnieuw naar een vormeloze, uitdrukkingsloze spiegel van een man met een lege, rustige, geest. Verdwaasd keek hij naar zijn zoon. De zoon stapte op de vader toe en hielp hem liefdevol op dezelfde stoel. “een kommetje soep, vader?” vroeg hij met luide stem, en opnieuw wees hij naar de dampende ketel op het vuur. “Ja” knikte de dove.

Kuba Kenos
6 0

Ziekteaangifte verandert vanaf 1 januari 2016

Ben je werknemer, zelfstandige of werkzoekende? Vanaf 1 januari 2016 verandert de wetgeving rond de ziekteaangifte. Dit heeft belangrijke gevolgen voor jou.   Wat is nieuw vanaf 1 januari 2016?   - Vanaf 1 januari 2016 is er een nieuw getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid. Er zijn twee versies: een getuigschrift voor loontrekkenden (bedienden, arbeiders en werkzoekenden) en een getuigschrift voor zelfstandigen. - Je dokter moet niet alleen de begindatum van je ziekte op het getuigschrift invullen, maar ook de einddatum tot wanneer hij verwacht dat je ziek blijft. - Ons ziekenfonds mag je na de voorziene einddatum op het getuigschrift geen uitkering meer betalen. Blijf je toch langer ziek, dan moet je binnen 48 uur een nieuw getuigschrift met een nieuwe einddatum naar ons ziekenfonds sturen.   Wat moet je doen wanneer je ziek wordt en niet kan gaan werken?   1. Ben je werknemer? Breng dan onmiddellijk je werkgever op de hoogte. Anders ben je onwettig afwezig en is je werkgever niet verplicht om je loon door te betalen. Ben je werkzoekende? Breng dan je werkloosheidskas op de hoogte.   2. Neem een nieuw getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid mee naar je behandelende arts. Download het getuigschrift hier of vraag het in een ziekenfondskantoor in je buurt.   3. Je behandelende arts schrijft op het getuigschrift de begin- en einddatum van je ziekte. Dat laatste is nieuw.   4. Stuur je getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid met de post naar ons ziekenfonds. Zo weten wij dat je ziek bent en kunnen we je een uitkering betalen. Klik hier om te weten wanneer je het getuigschrift moet versturen.   5. De adviserend geneesheer van ons ziekenfonds onderzoekt je aangifte en stuurt je een brief met de precieze periode waarin je mogelijk recht hebt op een ziekte-uitkering.   6. Enkele dagen later krijg je een invulformulier waarmee ons ziekenfonds je recht op ziekte-uitkeringen onderzoekt. Vul dit formulier volledig in en stuur het ons zo snel mogelijk terug.   7. Op basis van deze informatie berekent en betaalt ons ziekenfonds je uitkering. De betaling van je uitkering stopt altijd op de einddatum van je ziekte.   Meer informatie?   - Wanneer moet je het getuigschrift naar ons ziekenfonds sturen? - Wat moet je doen wanneer je na je ziekte opnieuw gaat werken of stempelen? - Wat moet je doen als je langer ziek blijft dan de einddatum op je getuigschrift? - Wat als je ziek bent op 31 december 2015 en ziek blijft in 2016?

Gwen Muylaert
1 0

Meer gezinnen genieten hogere kinderbijslag

Vanaf 1 juli 2015 verhoogde de overheid de grensbedragen om extra kinderbijslag te  ontvangen.   Hierdoor genieten meer gezinnen van een extraatje bovenop de kinderbijslag.    Onder welke voorwaarden geniet je extra kinderbijslag ?   Als je tot de doelgroep behoort én een beperkt inkomen geniet.    Wanneer behoor je tot de doelgroep ? Als je alleen woont of gepensioneerd bent. Ook werklozen of zieken komen in aanmerking voor extra kinderbijslag als ze zonder onderbreking zes maanden werkloos of ziek zijn.   Zelfstandigen kunnen alleen van extra kinderbijslag genieten als ze een faillisementsverzekering ontvangen.   Hoe hoog mag je inkomen zijn om de extra kinderbijslag te genieten ? Voor alleenstaanden legt de overheid sinds 1 juli 2015 de lat op 2398,45 euro bruto per maand terwijl het grensbedrag voorheen 2321,96 euro bruto per maand bedroeg.  Voor samenwonenden verhoogt de overheid vanaf 1 juli 2015 het grensbedrag tot 2498,36 euro bruto per maand terwijl de grens voorheen op 2403,87 euro bruto per maand lag.      Behoor je tot de doelgroep en ligt je inkomen onder het grensbedrag  ? Dan ontvang je de extra kinderbijslag niet automatisch maar moet je je hogere kinderbijslag zelf opeisen. Hoe ? Stuur een model S naar Acerta Kinderbijslagfonds Diestevest 1 3000 Leuven.  Voeg bij het model S bewijzen van je gezinsinkomen in 2015.  Download het model S op www.acerta.be/kinderbijslag of vraag het model S telefonisch aan op 016/123456. Stel  je vast dat je inkomen ook voor 1 juli 2015 al onder de grens lag ? Ook dan kan je via het model S nog steeds een aanvraag tot extra kinderbijslag indienen.  Je kan tot vijf jaar terug extra kinderbijslag opeisen.      

lutgard
0 0

Vraag nu gratis begeleiding voor je schoolmoestuin

  Groeien er in de schooltuin meer distels dan radijzen? Niet getreurd. Stad Gent biedt scholen gratis 15 uur moestuinbegeleiding.   Begeleiding op maat   Scholen en kinderdagverblijven uit Gent kunnen een beroep doen op professionele coaching bij de opstart of uitbouw van hun moestuin.  De ondersteuning bestaat uit 15 uren en wordt afgestemd op de specifieke noden van de school (bv. hulp bij keuze van materiaal, advies over teelten, advies over organisatie).   Workshops   Daarnaast organiseert de stad ook regelmatig workshops voor iedereen die betrokken is bij de schoolmoestuin. Deze workshops geven een antwoord op de meest voorkomende vragen als: hoe maak ik een moestuinbak, welke planten plant ik wanneer, welke plaats krijgen ze best en welk onderhoud hebben ze nodig.   Een groene start   Een schooltuin brengt kinderen in contact met de natuur, leert hen verantwoordelijk te zijn en geeft hen inzicht in de oorsprong van hun voedsel. De schooltuin draagt ook bij tot een gezonder eetpatroon, want zelf kweken doet meer eten. De ondersteuning van schoolmoestuinen past dan ook perfect binnen Gent en garde onze strategie voor lekkere, lokale en duurzame voeding.   Natuurlijk tuinieren   De begeleiding richt zich op moestuinieren op natuurlijke wijze: door bijvoorbeeld niet te spitten, gebruik te maken van groenmateriaal dat aanwezig is op de site, regenwater te hergebruiken, geen kunstmest en geen pesticiden te gebruiken en minimale inzet van biologische bestrijdingsmiddelen.   Schrijf je nu in   Blijf op de hoogte van ons worshopaanbod of schrijf je in voor de moestuinbegeleiding via: milieudienst at stad.gent                            

Lieta Goethijn
1 0

DE EEN ZIJN DOOD IS DE ANDER ZIJN BROOD

Jaarlijks worden er in België op 1 november met Allerheiligen de doden herdacht. Dit ging vroeger misschien nog veel meer dan heden ten dage gepaard met het zetten van grote potten chrysanten op de graven. Voor de ingang van de begraafplaatsen stonden overal in het land de chrysantenverkopers, iets meer ingetogen dan op de plaatselijke markten, hun waren aan te prijzen. Destijds waren er nog geen als buxusbollen grote chrysantplanten met een overvloed aan kleine witte, gele of roestbruine bloempjes. Alleen planten met tennisbalgrootte witte bloemen werden er aangeboden. De prijs werd berekend naar het aantal bloemen er op de plant stonden. Naargelang de belangrijkheid van de overledene en de financiële draagkracht van de familie werden er vervolgens bloempotten van twee tot acht bloemen aangekocht. Ik had er als zevenjarige een broertje aan dood, maar jaarlijks moest ik een week voor deze herdenking met mijn grootouders mee naar het grote kerkhof van Antwerpen, het Schoonselhof.  Deze begraafplaats is niet zomaar een plekje gewijde grond rond de kerktoren maar een immens groot park waar de vele grafperken met grote lanen en hoge bomen van elkaar afgescheiden worden. Moemoe* en Vava* wilden steevast als eersten hun pot chrysanten op de zerk leggen zodat de ganse familie, die daarna op 1 november als in een  optocht voorbij schreed, onmiddellijk kon zien dat zij nooit een dodenherdenking oversloegen. Met de tram gingen we richting stadsrand. Toen wij aan de ingang van het kerkhof kwamen werden de bloempotten gekocht. Omdat we elk maar twee potten in de armen konden dragen, moest er soms een helpertje van de plantenzaak  meelopen. Dit waren meestal kinderen die in de vakantie en op zaterdag en zondag een centje wilden bijverdienen. Zo ook heeft manlief dit jaren gedaan. Een schriel tienjarig jongetje dat er een beetje uitzag als Ciske de Rat. Hij moest destijds eens een dame begeleiden die zwaar op een stok leunde. Hij droeg de twee grote bloempotten en kwam amper met zijn hoofd boven de bloemtrossen uit. Twee uur aan één stuk dwaalde de dame tussen de grafperken zonder het bewuste graf te vinden. Manlief, toen nog mannetje lief, had zijn armen om de planten gekneld, die stilaan voelden als lood. Toen de dame eindelijk moe gestrompeld was, draaide zij zich om en in plaats van haar geldbeugel te openen, zei ze: “Dat hij deze twee mooie planten van haar cadeau kreeg.”  Hij moest ze dan maar op een graf van zijn eigen familie zetten. Manlief was toen nog een klein braaf kereltje en nog niet mondig genoeg om alsnog achter de beloofde centen te vragen. Volledig beteuterd zocht hij toen nog een half uur lang met twee slapende armen om de gigantische potten geslagen naar het graf van zijn eigen grootmoeder.  Enfin we dwalen af.. Mijn grootouders hadden op de plattegrond van de begraafplaats een circuit samengesteld waar de ontdekkers van de wandel- en fietsknooppunten jaloers op zouden zijn. Er werd aan geen familielid voorbijgegaan. Op verschillende stukken van het traject zag je een rij zwarte auto’s, achter een met kransen behangen begrafenisauto, staan. De zwartgeklede begrafenisstoet, meestal met de pastoor voorop, schuifelde achter de kist naar de laatste rustplaats van hun afgestorvene.  De bloempotten werden op de grond gezet en Vava nam dan ook steevast uit respect zijn hoed af. De grootste en zwaarste bloempotten werden als eerste bij de grafzerken van de voor mij totaal onbekende ouders en schoonouders neergezet. Hier werd, onder het plengen van een traan, een babbeltje tegen de verweerde stenen foto’s van de overledene gehouden. De grafzerk werd volledig opgekuist en de grond rond het graf van alle onkruid ontdaan.  Dan werd de rondleiding voortgezet,naar alle mogelijke voor mij vreemde broers, zusters, nonkels en tantes. Die kregen allemaal een tweebloemige chrysant op hun buik. Bij Tante Jeanne, die nog snel de week voor 1 november de pijp was uitgegaan, stond er nog een eenvoudig kruisje op de verse hoop aarde. Mijn grootouders verzekerden haar: “Dat ze volgend jaar zeker terugkwamen om te kijken wat voor een soort grafzerk er op haar lapje grond geplaatst zou zijn.” Ik wipte van verveling van het ene been op het andere en keek bedenkelijk naar deze eenrichtingsconversatie. Bij het graf van Nonkel John hadden zij het wat moeilijker. “Hallo broer” zei mijn Vava dan “Je zou steil achterover slaan als je moest weten wat jouw Roza, nu allemaal uitspookt. Al haar vrije tijd spendeert zij aan haar nieuw lief. Ze heeft ook niet lang gewacht om opnieuw te beginnen hé!”. Ik keek gebiologeerd naar de grafzerk, maar nonkel John gaf geen teken van leven, hij lag al plat en draaide zich niet om in zijn graf. De roddel was misschien niet diep genoeg in de aarde doorgedrongen.   Om de wandeling over de dodenakker ook voor mij wat aantrekkelijker te maken, werd ik nadien door mijn grootouders op chocolademelk en een taartje getrakteerd. Eén week na 1 november moest er zonder twijfel terug naar de begraafplaats gegaan worden om te controleren hoeveel bloemstukken er achtergelaten waren. Vooral een giswerk, wie en voor hoeveel bloemen chrysanten de appreciatie voor de dode was geweest. Ik was als de dood, dat ik weer op mijn vrije schoolnamiddag deze ‘dodentocht’ moest meedoen. Er hielp geen lieve moeder aan, mijn grootouders waren mijn babysit en hoe hard kleinkind ook zeurde, ik moest mee. De meeste bloemen waren al helemaal verregend en enkele toonden al lichte tekenen van verrotting. Sommige planten waren al morsdood, zo dood als een pier. Op de controletocht werd al snel duidelijk, dat er op de oudste rustplaatsen, jaar na jaar minder chrysantenbollen te zien waren. Veel van de familieleden hadden het aardse leven al ingeruild voor een meer begraven of gecremeerde fase. Die lagen nu zelf onder hun grafzerk of uitgestrooid op eventueel familiebezoek te wachten. Soms dwaalden mijn grootouders ook af naar het perk met de eeuwigdurende grafplaatsen. Hier stonden gigantisch grote grafzerken, net huisjes met een deur, waar volledige stambomen onder begraven lagen. Zerken waren versierd met grote beelden van Jezus, Maria en allerhande engelen, die heel devoot met stenen ogen de hemel in staarden. Bij Nonkel John hielden zij terug halt. Er stonden niet alleen verschillende  chrysantenpotten maar ook een plaasteren vaas met kleurige geglazuurde bloemen, met de tekst ‘Van je lieve echtgenote’.  Vava knikte instemmend:  “Kijk John, Roza is je niet vergeten, jongen. Toch lief dat ze daar toch nog tijd voor gemaakt heeft, nu ze het zo druk heeft met die andere. Och John, die affaire zal ook wel doodbloeden!” Als ik moe werd en uit verveling teveel begon tegen te sputteren, liep Moemoe nog eventjes met mij naar een speciaal kinderperkje. Hier waren kleine steentjes versierd met Teddyberen en miniatuur engeltjes. Moemoe zei niets, schudde alleen treurig en meelevend haar hoofd. Waarschijnlijk wou ze mij er op die wijze op attenderen dat ik in tegenstelling met die arme kindjes nog levend rondliep. Daarna zweeg ik dus maar als een graf. Als afsluitstuk begaven wij ons naar het café recht over het kerkhof. In dit etablissement kwamen soms ook families bij elkaar nadat ze juist een dierbare begraven hadden. Zij schoven aan, aan de koffietafel waar de broodjes met ham of kaas al op schotels lagen te wachten en spoelden de koffiekoeken door met sloten koffie. Onder het vertellen van sterke verhalen over de gestorvene liep de zaak van het afscheid nemen soms wat uit de hand. Sommigen van de familie, vrienden en kennissen vonden dan de weg naar de toog van het café waar ze zich dan gewoon op hun eigen gezondheid lieten vollopen. Na elke necropolisuitstap dronken Moemoe en Vava in deze taverne, ook een paar Trappistbiertjes, liefst met een bodempje grenadine. De tramrit huiswaarts was dan ook altijd een behoorlijk stuk vrolijker, want het verdriet was minder pijnlijk als het weggedronken was.   Sim                                              14 oktober 2014 Moemoe = oma Vava = opa

Sim
242 0

De hoed

Ik draag een hoed.  Soms een echte Stetson maar meestal een volledig uit leder gemaakte Australian bush hat. Ik draag ze om twee redenen, ik vind het mooi en het beschermt me tegen drie zaken: de zon,  de regen en mensen aan de schoolpoort met een paraplu. En over deze egocentrische soort zou ik het even willen hebben. De regen valt als een waterval naar beneden als ik op een woensdagmiddag de schoolpoort nader. Er staan al heel wat ouders en grootouders te wachten tot de bel gaat, het overgrote deel van hen schuilend onder zo’n gekleurde halve bol. Vele kleuren en motieven zijn aanwezig, bolletjes motief, blauwe met kikkers, koetjesmotief maar de meeste met reclame erop voor één of ander bedrijf. Er zijn er zelfs van gekende, dure, kledingsmerken. Zelfs met dit snertweer kunnen ze het pochen niet laten, de steeds opgedirkte vrouwen, naarstig ronddraaiend en speurend opdat iedereen hun teveel betaalde regenbescherming zou opmerken. Als ze bij die egoïstische bewegingen mensen doen wegduiken, pijn doen of regenjasjes beschadigen kan hen niet deren. Neen hoor, het komt niet in hun verwaterde en niet communicerende hersencellen op dat door het niets ontziend wapen in hun handen ze vijf maal meer plaats innemen op onze aardbol, en de ander dragers naast hen idem dito ! Als de bel gaat en de schoolpoort openzwaait breekt de hel pas goed los. Een nietsontziende paraplu dragende massa probeert zich door de 4 meter brede opening te wurmen met alle au’s en godverdomme’s van dien. Boze en pijnlijke gezichten, geluid van scheurend textiel en verhitte discussies voor de ogen van de kinderen die netjes staan te wachten in de gietende regen met hun regenjasjes aan. Een mens vraagt zich af wie hier het goede voorbeeld geeft! Als de meesten de schoolplaats verlaten hebben begeef ik me met mijn kinderen richting zebrapad waar ik zie hoe zelfs de gemachtigd opzichter niet ontsnapt aan de staatsgreep der baleinen en dit onder het toeziend oog van een agent. Nu moet die laatste van mij niemand arresteren voor onopzettelijke slagen en verwondingen of voor verboden wapenbezit maar een opmerking zou misschien toch wel op zijn plaats zijn. Terug thuis en ontdaan van alle natte kledij ben ik opgelucht dat ik geen deel uit maak van die kudde imbecielen. Ik heb respect voor de ogen en kledij van mijn medemensen. Ik draag een hoed.

Hans Roofthooft
44 0