Lezen

verslag PV 28 aug. 2015

    Welkom Juf Imke staat in klas 1E, 1ste kkl Juf Caroline: zorgjuf 1ste en 2de kleuterklas Juf Elien: schrijfdans + 3de instapklas na pasen Juf Tessa: welcome back   Uitleg over hoe de dag er gaat uitzien.   Nieuwe leerkrachten: Code’s voor het copieerapparaat, informat, het platform, … kan je aan de ict coördinator, André vragen. Hij is op woendag bij ons aanwezig.   Cultuuraanbod Aartselaar Het cultuuraanbod wordt toegelicht door Ilse Minnebach en Leen Delaunoit: Onze school heeft reeds ingeschreven, zie jaarplanning.   Bouwdossier PMC, Antwerpsestaanweg Aarstelaar Werken: half nov – half aug   Verkeerssituatie rond de school Zie plan   Schoolreglement De nieuwigheden worden in het schoolreglement met groen gemarkeerd, zodat de ouders snel kunnen terugvinden wat er veranderd is. De veranderingen zijn gebaseerd op richtlijnen omtrent de regelgeving vanuit het ministerie.   Informatiebrochure Zoals vorig schooljaar afgesproken markeert de verslaggever van de PV de nieuwe afspraken in het verslag van de PV. Op het einde van het schooljaar worden de nieuwe afspraken toegevoegd aan de informatiebrochure en opnieuw overlopen met het team. Iedereen kan het raadplegen op het platform. Voor de nieuwe leerkrachten is het een verplichting om het goed door te nemen.     Informatieavond De informatieavond gaat door 3 sept om 19.30u. er is geen gezamenlijk moment meer zoals vorig schooljaar is beslist. De directie, zorg, LO en kinderverzorging stelling zich voor in de klassen van de 2,5-jarigen. De ouderrraad voorziet een drankje   Uurregeling Zorg: juf Evelyne is voltijds zorgcoördinator voor de 3de kleuterklassen en juf Caroline voor de 1ste en 2de kleuterklassen.   Kinderverzorging: juf Lara werkt op maandag en dinsdag volle dagen. Juf Steffi zal als kinderverzorgster in de eerste trimester de 1ste kleuterklassen ondersteunen, zoals uit de burn-out enquête is naar voor gekomen.   LO: Juf Ilse werkt voltijds. Iedere klas krijgt 2 uren LO. De lessen LO starten op donderdag 3 september. Uurrrooster wordt afgestemd met Cade. Ter vervanging van inhaalturnen wordt er yogha en relaxatie ingericht in de 1ste trimester. Op donderdag gaat LO door in de grote Cade. De turnleerkracht neemt de kleuters mee het eerste lesuur en brengt ze terug het laatste lesuur. De leerkrachten brengen en halen tussenin.   Zorgklas beweging wordt herzien door het zorgteam naar aanleiding van de evaluatie van het zorgsuysteem 2014-2015   Schrijfdans: de schrijfdans gaat door volgens de uurrooster die afgestemd wordt op de uurrooster LO van zodra deze er is. Alle klassen krijgen 2 uren schrijfdans en verdelen hun klas in twee gelijke helften. De schrijfdans wordt gegeven door juf Elien en start donderdag 3 september. vanaf 2016 wordt er zwemmen voorzien voor de 3de kleuterklas.   Secretariaat: Rita gaat naar Reet elke maandagnamiddag. Zij verlaat de school om 12.00u.   Klusjesman Dirk is aan het werk gezet in het UZA als onderhoudsmedewerker. We gaan op zoek naar een nieuwe PWA medewerker voor het onderhoud van de school   Zorg – maandelijks zorgoverleg op aanvraag Tijdens het turnuur zal er zorg met de zoco en met de zorgjuf mogelijk zijn. De aanpak zal verschillende zijn van vorig schooljaar: bij aanvang zullen beide zorgleerkrachten aanwezig zijn op het zorgoverleg zodat de communicatie rechtstreeks kan gebeuren met de verantwoordelijke zorgleerkracht van uw leeftijdsgroep. De concrete uitwerking zal door het zorgteam worden uitgewerkt op basis van de resultaten van de evaluatie van het zorgsysteem 2015-2016.     prioriteitenplan Het prioriteitenplan zal verder wordt uitgewerkt op de volgende PV. Het accent zal liggen op het aanpassen van het zorgsysteem ifv de evaluatie.   Werkgroepen Er zijn werkgroepen op schoolniveau en op leeftijdsniveau. Voor elke werkgroep is er een aanspreekpunt voor de directie, zie lijst. Juf Imke zal deeluitmaken van de werkgroep kerkelijke feesten, juf Tessa sluit aan bij niet-kerkelijke feesten en juf Caroline zal deel uitmaken van de werkgroep ICT   Werkgroep niet kerkelijke feesten Planning 1ste schooldag: zie draaiboek   Werkgroep ICT De werkgroep zal alle pc’s binnenroepen en herlabelen ifv de klassen.   Werkgroep speelplaats De zandbak is opnieuw gevuld met proper zand, analoog aan 5 jaar geleden. Opdat er niet langer aarde met speelzand zou gemengd worden zijn er tegels geplaatst achter de zandbak waar de kinderen mogen op spelen. Deze zullen mee moeten afgeveegd worden bij het opruimen van de zandbak     Praktische punten   Facturen Facturen van ikea, containerpark, Hubo, … graag de eerste week van september bezorgen aan de directie medisch toezicht Zie lijst, de leerkrachten van de tweede kleuterklassen bepalen wanneer ze met hun kleuters naar het medisch onderzoek gaan en geven dit door aan de directie.De leeftijdsverantwoordelijke, juf Sofie, neemt dit op zich. Schoolreizen Instappers: fundag 27/06/2016 1ste kleuterklas: Ollemanshoekje, 27/06/2016 2de kleuterklas: Technolopolis, 12/01/2016 3de kleuterklas: Technopolis, 12/01/2016 Jaarplanning De tijdslijn is einde vorige schooljaar nagekeken en aangepast.   Roosters: Alle roosters zullen terug te vinden zijn op het platform: zandbak, LO, schrijfdans, poets, middagtoezicht, … De leidsters van de jongste kleuters doen zoveel mogelijk ochtendtoezicht en geen avondtoezicht om praktische redenen Wie vrij is gaat langs de studio om te kijken of alles daar in orde is. De klasleerkrachten doen 5 toezichten, de anderen 6 dit schooljaar. Volgend schooljaar draaien we dit terug om. In het kader van de veiligheid van de kleuters is het toezicht aan de poort zeer belangrijk bij de bewaking van 8.20u en 13.15u. Enkel juf Evelyne/ juf Caroline houden toezicht aan de grijze poort. Zij zijn dan ook verantwoordelijk voor het sluiten van de poort als de bel gaat. Schoolfotograaf De schoolfotograaf zal aanwezig zijn op de volgende data: (op twee dagen): donderdag 17 sept voor de 1ste kleuterklassen, broertjes en zusjes Vrijdag 18 sept voor 2de , de 3de kleuterklassen en de personeelsfoto. Broers en zussen kunnen zich aanbieden op de twee dagen tussen 8u en 9u. Verdeling kleuters Graag de verdeling van de kleuters tegen 15 september afgeven. In de loop van het schooljaar worden de verdeellijsten niet meer gewijzigd. Zo weinig mogelijk kleuters bij de 2de kleuterklas zetten. Jaarplanning PV’s De PV’s gaan door op de 1ste maandag/werkdag van de maand, zie lijst. Tijdens de PV van september wordt het kindvolgsysteem doorgegeven. PV 2016 Pv: maandag 29 augustus 2016 Inschrijvingen 2016 Dinsdag 30 augustus 2016: Woensdag 31 augustus 2016:       Werkgroepen op leeftijdsniveau Draaiboeken zijn vorig schooljaar gemaakt en terug te vinden in de studio In elke werkgroep wordt eveneens een aanspreekpunt aangeduid voor de directie Instapklas: Juf Leen 1ste kleuterklas: Juf Eveline 2de kleuterklas: Juf Sofie 3de kleuterklas: Juf Caroline Varia   Op 1 sept. meegeven aan de kleuters:   Kalender 2014-2015 betalingen moet van iedereen terugkomen. Gelieve dit goed bij te houden en aan de directie te bezorgen als iedereen heeft afgegeven ivm schoolreglement, foto’s, … 1 Dopido of Dokadi of Doremi Abonnementen + reclame Maandberichten september Busregeling Doc medisch attest Reclame (Boektoppers) Leesknuffel en Leesleeuw Werkgroep niet-kerkelijke feesten De werkgroep zorgt voor de praktische uitwerking van de 1ste schooldag.          

Karin
1 0

Deadline

Het is donker in de kamer. Het maanschijnsel werpt een vage schaduw op de grond naast het bureau. Ze zit met haar hele bovenlichaam over de laptop gebogen. Het blauwe licht legt als het ware een dramatische fond de teint op haar gelaat, de stress kleuren haar ogen zo zwart als een kohlpotlood. Met een korte handbeweging en zonder me aan te kijken gebaart ze me op te staan. “Wat een stresskieken!” denk ik.   Het was al laat toen we enkele uren geleden na een lange werkdag terug aan het hotel arriveerden. De schoorvoetende nachtwaker liet ons langs de zijdeur binnen. Als dieven in de nacht slopen we over het hoogpolig tapijt naar onze kamers.   04.00 De felle cijfers kleuren de rechterbovenhelft van de kraakwitte lakens rood. Ik knipper met mijn ogen. Wat zal ik blij zijn als deze productie erop zit. Morgen is de laatste shootingdag van de week en dan pakt de hele crew haar boeltje weeral in.   Ik hijs me in de stoel naast de hare. Als konijnen voor een lichtbak staren we samen naar het computerscherm. Mijn blik op oneindig, de hare heel gefocused. De pixels branden zich als het ware door het netvlies een weg naar mijn hersenen. Voor we kunnen afklokken moet er nog heel wat gebeuren. De planning voor morgen moet nog aangepast worden. Er moeten nog zoveel foto’s genomen worden, locaties gezocht en…zucht. Alsof we daar onze handen nog niet vol genoeg aan hadden, is er ook nog eens een model ziek geworden tijdens het avondeten. “Ik dacht dat modellen niet aten?” “Hoe gaan we dit weeral oplossen?” vraag ik me af “We moeten dit beeld schrappen en dat model in dit beeld plaatsen.” zegt ze. “En dan kunnen we hier dit weglaten.” gaat ze verder. Ik knik lusteloos. Ze tokkelt erop los, razendsnel vliegen haar vingers over het toetsenbord. Ze vouwt een handgeschreven blad met de nieuwe planning in vieren en steekt het weg in de zak van haar vest. Mijn ogen vallen dicht terwijl ik haar snelle bewegingen tracht te volgen.   Piep piep PIEP PIEP P I E P  P I E P   06.45 Het signaal van de deadline. Voelt als death line. Ik neem een verkwikkende douche, kleed me aan en sta als eerste aan het ontbijtbuffet. De sterke koffie doet meteen zijn werk. Ondertussen vouw ik het blad open en kijk voldaan de nieuwe planning nog eens na. Ik ben er klaar voor. Hopelijk zal de klant tevreden zijn met de campagnebeelden.

Anneke Van Loon
1 0

BUENOS AIRES ONVEILIG?

“Dat we moeten oppassen!” zeiden ze. “Dat Zuid-Amerika niet ongevaarlijk is. De drugkartels, weet je wel. Je wordt er overvallen door druggebruikers. De drugs beschadigen hun hersenen. Ze kennen geen grenzen meer. Je kan bij een overval maar best meteen alles afgeven wat je hebt en trachten te vluchten!”   Geduldig aanhoorden we de waarschuwingen. Ach, het zou wel meevallen. In Europa ben je toch ook niet altijd veilig. Hier worden aanslagen gepleegd. Jonge mensen worden neergestoken voor een banale mp3 speler. Kinderen worden vermoord door psychopaten. En beweert het ministerie van Buitenlandse zaken van de VS niet dat je in België niet eens veilig een trein kan nemen zonder bestolen te worden? Bovendien is Buenos Aires één van de meest veilige plekken in Zuid-Amerika. Je moet gewoon verstandig zijn en een beetje opletten. Niet als toerist alleen in de sloppenwijken gaan ronddwalen bijvoorbeeld…   Vol vertrouwen stappen we de luchthaven van Buenos Aires buiten. De hitte van de Argentijnse zomer valt op ons neer. We snakken naar het hotel om onze Europese winterkleren in een ver uithoekje van onze valies te proppen. Jetlag? Daar hebben wij geen tijd voor! We willen zo snel mogelijk de hoofdstad verkennen!   Blote benen, een luchtig zomerkleedje, stralende zon … onze dag kan al niet meer stuk. Gulzig zijn we. We willen alles zien, zo veel we kunnen, zo snel we kunnen. We willen de dwaze moeders op het PLaza de Mayo zien, in la Boca rondkuieren, het graf van Evita Perron bezoeken. Onbekommerd genieten we. Wat is het hier mooi! Deze stad is zo divers, zo kleurrijk, zo anders. Maar onveilig? Nee hoor, we voelen ons nergens bedreigd.   De warmte en de vermoeidheid beginnen ons toch parten te spelen. Een drietal blijft wat achter… maar ze vinden ons terug op een heerlijk koel terrasje. Een leuk verhaal hebben ze: “Kijk eens naar onze kleren, helemaal besmeurd door die stomme vogels!” “Vogels? Wij hebben niets gezien!” “Wij ook niet, maar we hebben ze wel gevoeld! Vervelend want we hadden niets bij om onze kleren af te vegen. Maar die Argentijnen zijn zo’n supervriendelijke mensen en zo behulpzaam! Een ouder echtpaar met hun kleinzoon snelde direct toe met waterflesjes en papieren zakdoekjes. Jammer dat we hen niet meer konden bedanken, want ze moesten snel weg met een taxi…”   We bekijken de vlekken op hun kleren. Begrijpen niet direct welke vogels zo raak kunnen mikken op drie doelwitten tegelijk. Zit daar niet een geurtje aan? En niemand van hen heeft die vogels gezien of horen overvliegen? Nee? Mist niemand dan  iets? Kijk toch maar eens goed! Jawel, een smartphone blijkt verdwenen!   Slimme pickpockets hebben ze daar in Buenos Aires. Heel snugger, zo’n knijpflesje ‘vogelkak’ om argeloze toeristen te verschalken. Maar ze zijn wel erg vriendelijk! En Zuid-Amerika onveilig? Nee hoor, je moet gewoon wat beter opletten!

Lut
1 0

WIJ HEBBEN JOUW MEDEWERKING NODIG!

WIJ HEBBEN JOUW MEDEWERKING NODIG!     Geachte mevrouw         Geachte heer   Ben jij bekommerd om jouw gezondheid? Heb jij last van astma of allergie? Is iemand uit jouw gezin of buurt allergisch? Vind jij een gezond leefmilieu in Mollegem belangrijk? Heb je ‘ja’ geantwoord op één van deze vier vragen?Lees dan zeker verder! De weerman voorspelt hoge ozonconcentraties voor volgende week. Gevoelige personen kunnen hierdoor last krijgen van benauwdheid, prikkende ogen, prikkelhoest en gezwollen slijmvliezen.Ben je allergisch of ouder dan 70?  Blijf dan  overdag zoveel mogelijk binnen!   Nee, binnen blijven bij mooi weer is niet leuk! Maar samen kunnen wij ervoor zorgen dat de ozonconcentraties niet te hoog worden. Zo kan iedereen van het zonnetje genieten. Dat is zelfs heel eenvoudig!Laat je auto of motor zo veel mogelijk in de garage de volgende dagen. Uitlaatgassen verhogen immers het ozongehalte in de lucht. Als er minder auto’s rondrijden, kunnen we met zijn allen van zuivere lucht genieten.   Natuurlijk werken ook de bedrijven met ons mee. Het gemeentebestuur vroeg hen om de nodige maatregelen te nemen.   Wij vertrouwen erop dat iedereen meehelpt. Zo kunnen we vermijden dat de ozonconcentraties te hoog oplopen. Bij té hoge concentraties moet de burgemeester onze zwakkere dorpsgenoten in bescherming nemen. Dan zal hij alle verkeer in onze gemeente verbieden. Maar zo ver hoeft het niet te komen. Wij rekenen op jou, inwoner van Mollegem!   Jan Janssen Schepen van milieu Mollegem in naam van het gemeentebestuur

Lut
0 0

STOERDER DAN DE ANDEREN

Daar lig ik dan. Helemaal alleen in een spierwitte kamer, die op zich al niet goeds voorspelt. En de keiharde brancard onder mijn koude kont, geeft me niet meteen een beter gevoel. De stilte die er hangt, is even overweldigend als alarmerend. Ik draai mijn hoofd weg van de tafel, waarop de marteltuigen reeds netjes naast elkaar liggen te blinken. Man, ik hoop dat zo meteen de plaatselijke verdoving haar werk zal verrichten. Verdomme, hoelang hier ik hier nu al, enkel gekleed in een wit T-shirt van mezelf met vanaf mijn navel een handdoek van dezelfde kleur, reikend tot aan mijn enkels ? Ha, leuk, denk ik nog even om mezelf gerust te stellen, natuurlijk maakte uroloog Dr. Steurs een grapje, eerder die morgen in de lift, toen we hem per toeval tegenkwamen. Misschien was zijn timing niet perfect, maar een mop moet altijd kunnen. “En Paul, lekker geslapen vannacht?” Ik kijk hem, vanzelfsprekend hondsmoe aan en antwoord : “Euh…gaat nogal, maar veel belangrijker voor mij is momenteel of uzelf een goede nachtrust hebt gehad ?” Nee, van enig gebrek aan humor kon je deze jonge dokter niet betichten. “Paul man, je moest eens weten. Ben lekker gaan eten met het vrouwtje en tsja, je kent dat hé : een beetje blijven plakken aan de bar. Eerlijk gezegd voel ik mij op dit moment niet zo lekker. Goh…en moet je dit zien”, mij inmiddels een wel zeer trillende rechterhand voor de verschrikte ogen houdend. Mijn toenmalige echtgenote scheen zijn humor, in tegenstelling tot ikzelf, wel te appreciëren. Maar eerlijk is eerlijk : had ik – als man van de wereld – haar niet zelf voorgesteld om de ingreep te ondergaan ? “Tot zo”, riep hij nog vrolijk, “want jij bent de eerste vandaag !”, waarop we de lift verlieten. Ik meldde me aan en werd meteen opgevangen door verpleegster ‘Hulk’, duidelijk zonet de grens bereikend van de bekende transformatie. Ik nam afscheid van mijn vrouw, alsof het de laatste keer was dat ik haar nog zou zien, wat in werkelijkheid pas 16 jaar later zou plaatsvinden. De ‘Hulk’ bracht me naar de kerker des onheils waar ik me momenteel bevond en zei dat ik me nu wel kon ontkleden. Was het écht zo of enkel in haar ogen, maar het was wel duidelijk : ik twijfelde net iets te lang. “Ik heb er écht al wel meer gezien, hoor…en ze zijn allemaal hetzelfde.” zei ze, vlak voor het laatste kledingstuk van belang werd uitgetrokken. Ze bekeek rustig haar onderwerp van interesse en wierp me toen een ‘Iron Lady’ blik toe. “Heeft men u niet gevraagd zichzelf te scheren de avond voor de sterilisatie?” Opnieuw keek ik haar enigszins schuldig aan. Ik begreep dat er maar 2 alternatieven waren : liegen (“Nee zuster, zullen ze vergeten zijn”) of de waarheid vertellen (“Ja hoor zuster en we hebben echt ons best gedaan, maar het is een beetje uit de hand gelopen”), maar geen van beiden leek me erg aanvaardbaar. Gelukkig hoefde ik de keuze niet te maken, want zonder een antwoord af te wachten, zei ze nijdig “Ik ben zo terug !” en verliet de kamer des hels. Nu klonk die “zo” van haar mij geneigd om te antwoorden dat ze gerust haar tijd mocht nemen wat mij betrof. Maar nee hoor, geen 2 minuten later stond ze alweer over mij gebogen. Die eerste glimlach van haar sinds onze eerste ontmoeting, schonk me nu niet meteen een doel voor enige feestvreugde…het ouderwetse, maar glimmende scheermes in haar rechterhand nog veel minder! De handdoek werd verwijderd en toen ging ze tekeer alsof zijzelf de operatie eventjes ging uitvoeren. Maar goed, slechts 3 minuten later was ‘de haag’ – haar woorden – gesnoeid. Ze maakte van de gelegenheid meteen gebruik om mijn piemel, inmiddels in zijn schulp gekropen, maar toch nog goed voor zowat 9 fiere centimeters (“That’s my boy” !), aan mijn buik vast te tapen. Met nog wat gemompel verliet ze de kamer. Ik lichtte mijn hoofd een beetje op en keek recht in het oog van de eikel. Erg vrolijk oogde die ook al niet. Het leek wel of hij me waarschuwde : “Met de werknemers doe je wat je wilt, maar van de CEO blijf je af, oké ?” Maar dat was verdomme nu wel al zowat een kwartier geleden ! Ik was toch de eerste patiënt van de dag ? Of hing Dr. Steurs momenteel, gebogen over een toilet, zijn lekker etentje met bijhorende drank, langs een wel heel verkeerde plaats, terug te sturen ? Maar eindelijk, nog zo’n 10 minuten later, ging de deur open en kwam de uroloog, met zijn eeuwige glimlach, de kamer binnen. Hopend dat deze slachtpartij nu eindelijk kon beginnen, had hij toch nog een kleine verrassing voor mij ! “Paul man, ik heb goed en slecht nieuws” en geloof me, dat tweede deel van die zin wil je écht niet horen, enkele minuten voor je edele delen onder handen worden genomen ! “Kijk”, ging hij verder, “ik heb geprobeerd om kaartjes te verkopen om de voorstelling bij te wonen. Maar helaas, heb ik er maar 5 aan de man kunnen brengen.” De duidelijke verbazing op mijn gelaat achtte hij het moment om nog een stapje verder te gaan. “Luister”, zei hij intiem, alsof we de beste vrienden waren, “het betreft 5 stagiaires. Je vindt dat toch niet erg, hé ? Ze moeten het tenslotte ook allemaal ergens leren, niet ?” Ja…euh…neen…Godverdomme, natuurlijk begrijp ik dat…waarom nu net bij mij ? Er bleef echter geen enkele tijd over voor enige aarzeling want, alsof ze achter de deur op dit precieze moment hadden staan wachten, kwamen 2 jonge kerels en – ja hoor – 3 even jonge meisjes de kamer binnen. Ze verschansten zich meteen achter Dr. Steurs, alsof het daar enkel veilig was. Het was zover : de handdoek verdween opnieuw en even vroeg ik me af of ik mijn piemel en teelballen al ooit had tentoon gesteld aan 6 personen tegelijk. Ja oké, in het leger of na het sporten onder de douches, maar dat waren wel mannen onder elkaar (vanzelfsprekend ook steeds stiekem vergelijkend). En dan nu eventjes tegen de lezende heren : mannen, laat jullie niets wijsmaken ! Die ‘plaatselijke verdoving’ doet je verlangen naar een pijnlijke, niet verdoofde wortelkanaalbehandeling, uitgevoerd door Dr. Lecter zelve ! Maar dan, plots, voel je niets meer vanaf je navel…horen, ruiken en zien des te meer ! De gedetailleerde uitleg van de uroloog (die je niet wilt horen), eventjes later de mooie, kotsende stagiaire (dat je  niet wilt ruiken), gevolgd door 2 van de 5 ‘deelnemers’ – urologen in spé, verdomme – die de kamer ‘moesten’ verlaten (wat je niet wilt zien) ! Maar geen nood…meteen kwam er een poetsvrouw – wegens hoogdringendheid – de kamer opnieuw doen glanzen. Ach…hoe meer, hoe beter zeker ? Toch kon ik nog net mijn hoofd opnieuw een beetje oplichten om de uroloog aan te staren en hem te vragen : “Euh…Dokter Steurs, wat bent u daar beneden aan het uitvoeren ?” De op zijn gezicht gekleefde glimlach stelde me enigszins gerust. “Ach ja, zulke dingen gebeuren nu eenmaal als ‘ze’ het voor de eerste keer meemaken.” Inmiddels werd er geknipt, gelast, genaaid dat het een lieve lust was. Ongeveer 20 minuten later verlieten de laatste stagiaires de kamer en kreeg ik nog wat raad mee van de  dokter. Hij overhandigde mij ook een soort sportslip, die ik de komende weken moest dragen. Over de draadjes hoefde ik me geen zorgen te maken : die verdwenen vanzelf (ik herinner mij de verdomde opluchting die deze zin teweeg bracht). Het was wél belangrijk dat ik op gepaste tijden een staal sperma moest inleveren, tot alle leven eruit verdwenen was. “En inmiddels : veilig vrijen met het vrouwtje, hé Paul”, alsof dàt onder de gegeven omstandigheden het enige was dat op mijn lever lag ! Het witte T-shirt, inmiddels doorweekt, werd verwijderd en meteen weggegooid…die kregen we nooit meer fris en helder, alle Omo’s, Dixan’s of Persil’s ten spijt !   We verlieten de operatiezaal, waar mijn echtgenote reeds zat te wachten en ik haar opnieuw vastnam, alsof ik net een hart-, long- en niertransplantatie had overleefd. We werden nog even uitgenodigd in de spreekkamer van de jonge uroloog, waar hij zich meteen – hoe wist hij dat ? – tot mijn vrouwtje wendde om haar uit te leggen hoe ze de verzorging op haar moest nemen. En toen – eindelijk – verlieten we het hospitaal en meteen was het allemaal meer dan de moeite geweest. Ze stopte, gaf me een kus en schonk me één van haar prachtige glimlachjes. En toen…toen zei ze wat elke man op dat moment wil horen : “Ventje, ik ben echt fier op jou en ja hoor…je bent stoerder dan de anderen ! En even – heel even – voelde ik mij ook zo !

Paul Smeyers
0 1

Des wingerds schoonste rood

    We zaten nog iets eens aan de ontbijttafel en Alfred had al verklaard dat ie graag bestond. Op een dag, het was een nevelige ochtend en nadat ik zes keer gehoest had door de pollen van het lampenpoetsersgras, legde ik ze nog eens op.   Die 78-toerenplaat met de ballades van de Luxemburgse componist Lionel Larmbeck. Altijd goed als hij weer probeert los te komen die goût de vie. Ook bij die wereldvreemde kabouter, die het extra lastig heeft, ver weg van Smurfenland en Alfred gooide weer, die malle champignonkop, met vloeken, met frieten van gisteren en drie godverdommes, dat "ik moest ophouden, met mijn blauwe clichés, mijn obese plopgelul".   Om hem te kalmeren smeerde ik wat kwatta op het rustende brood en terwijl ik met mijn andere oog door één van onze schattige raampjes keek, nam hij zonder schijnbeweging de boterham uit mijn bord. "De wingerd schenkt vandaag zijn mooiste rood. Echt. Het wordt vandaag een wonderschone dag. Maak je niet zo dik, gij blozende bosgeval," maar hij bleef naar het middelpunt van de tafel staren, heeft zelden oor voor mijn naïeve poëtische woorden, knabbelde nijdig verder en daadwerkelijk, het was een rood dat alle andere tinten van diezelfde kleur mijlenver oversteeg.   Goeie américain préparé is oranje en koteletten met roodbruine tomatensaus. Moeder bakte ze geregeld en schakeerde ze, schijfjes tomaat, één voor één tussen en rond de stukken varkensvlees met been. Ze spoot er wat ketchup overheen en de patatjes kwamen van het eigen veld, rechts van de vijver. "Het was lekker, mama," wetende dat de culinaire vrijheden toen beperkt waren.   Zonder overleg inkopen doen, met de Fuego zomaar met de kinderen wegrijden naar zee, erger nog, de gedachte opperen om eens allen samen, met zijn vieren de grens over te rijden, in een vakantiebed te slapen, ver weg in een ander land. “Smurfenland bijvoorbeeld,” onderbrak Alfred mijn gedachtengang maar ik vergeef hem dat altijd, dat medeweten en zijn medevoelen. In gezinnen van komieken, daar zou zoiets pas echt een lachertje zijn.   Maar de Pater Insanus, hij had zo zijn bedenkingen. Het was niet zoals hij het zich voorstelde. "Moeder met haar fantasieën," en het was zeker geen bevlieging geweest om die kleine hoeve te kopen. Daar buiten 't stad had men alles. Achternagezeten door groengouden libellen zwierven zelfs idylles door het riet.   "Wie gaat er dan de beesten eten geven?" en dat van die centen verzweeg hij weer, likte na een slok koffie de bovenlip, daarna de onderlip volledig af. Maar wat te ver, het vel was met de tijd rozer en weker geworden, net als het achterste van Reginald, mijn jongste neef.   Het pamperkind van tante Gladys en Alfred liet een boer. Ik veegde zijn baard proper met een hagelwit servetje en stelde voor om naar Cadzand te trekken. "In Nederland, Alfred. Niet ver over de grens, om er nog eens een zandkasteel te maken." "Voor mij alleen dan deze keer" en hij lachte weer. Omdat het goed is. Beweging, gezond voor de armen en de vingers.   "Straks, deze namiddag." Op 10 oktober 2015, terwijl een noordenwind al onderweg is en het bloed onder mijn nagels dreigt af te koelen.           uit de reeks  'Alfred frietkabouter'

Bernd Vanderbilt
1 0

Le plat pays qui est très loin

    11 juli en ze hadden me die dag vergeten op de maan. Lichtheid, zandkoekjes, zuivere lucht. Alles in zakjes maar gelukkig. Meer dan genoeg tandpasta, zuurstof, de geur van mijn Rebeka, herinneringen aan een geitenlam, dozen vol met pillen, anti-psychotica en Neo-Colargol.   Dat ik nooit terug zal keren, dichterbij zal komen als het velokoers of kermis is. Het zij dan zo, geef mij veel liever dikkoppen in een vergeten plas, ik vind het ruime water wel en weet het van een kangoeroe, in de zoo van Antwerpen. Eerst leek hij bezorgd, de week nadien verbolgen en bezopen, buidelpretjes zijn verzinsels en het beest wist het te zeggen met zijn blik: geduld en tijd ze manken even veel, en hinken doet wel eens een wees die in riet de ouders van een pasgeboren karekietje ziet.   Verderlopen lukt altijd, ik hoor de liedjes die half langs het jaagpad klinken, richting monding huppelen drie kinderen, ze tekenen met krijt, af en toe een pijltje voor een gek als ik, die veel te ver terugdenkt, in de toekomst vuurtjes stookt met puzzelstukken.   Verdwaald en abnormaal ben ik. De weggelachen fuut verbergt zich, broedt niet op mijn ongeloof zo sterk dat zelfs de goden er van dromen. Iedereen vergeet negeert het want gezonde mensen joggen, lopen door een bos lijkt me wel iets, of door een jungle vol met roofdieren die sluipen voor de rest gewoon rechtuit zijn, kleinigheden lusten geen rancune kennen.   Dans ma petite valise zit er voiçi, zelfs een raket, een parachute en Rebeka heeft een achtertuintje zit het liefst op haar vertrouwde wasmachine beentjes open als ze voelt dat ik weer landen zal. In Nový Život woont ze kweekt er wortelen in officiëel Slovaakse bodem. Ze heeft een roze Škoda Favorit, is rossetrots Hongaars.   "Ja, igen en joepie!"  Straks gaat de trommel even zwieren, over asfaltbobbels rijden we. Straks pas. Na de voorwas, na de hoofdwas, weg, we gaan naar Budapest. Via Komáron, stoppen ginder midden op de brug.               - MAGYARORSZÁG-         Jó utat és anyák tisztem*    Zoen altijd op de grens! Tot in de nerven want hier stroomt de Donau, voel het in de aderen dat driften leven, water bruisen wil en ik vergeet heel even alles. Ook het lamlendige Vlaanderen, waar men zich vasthoudt, aan een reep fiere chocolade, aan Martine Tanghe, aan Jupilerflesjes likt. Of bij Alfred frietkabouter kippenvingers bestelt, zich bij de brokken en de botten neerlegt, zelfs een selfie met hem neemt.   Omrekenend, dertien euro en twee cent betaal ik voor drie flessen tokaji 5 puttonyos en we scheuren verder richting Budapest, naar dat ene telefoonkot waar ijsvogels het al jarenlang proberen. Of hun nest wel aan het glas blijft plakken. Als we komen vluchten ze, en na ons ding dan keilen we. Steenjes stuiteren, ze ketsen wel een keer of tien, ze zinken weg in flutgewauwel van een handjevol toeristen, nuchter; wij we zwemmen.   Naakt, we gooien met wc-eendjes. Fotogeniek zijn wij, Rebeka kent de kunst, om eeuwenlang te blijven kleven aan mijn ribben. Diep zijn haar ogen. Tot ik terugdenk, aan de kangoeroe, zonlicht aan de einder schraapt en ik bijt.   In het stof, grijp naar het laatste zakje, wuif wat onbezonnen naar de aarde en ik proef, de Vlaamse klei, de grond waarin een vader, scheefgroeiende populieren had geplant.           uit de reeks  'Reizen met Ricky' ______________________________________________________________________________________ (*)      - HONGARIJE - Goede reis en moeder eer ik

Bernd Vanderbilt
0 0

HOMO'S

Ik hoor jullie al denken: “Waar waagt ze zich nu weer aan. Waar gaat ze nu weer over schrijven?”  Ik ken teveel ‘gayboys’, lesbiennes of mensen die langs twee seksuele walletjes willen eten, om deze vriendenkring te willen schofferen. Dus nee hoor, ik wil gewoon schrijven over de homo, met als enige juiste vertaling ‘de mens’. Vorige week las ik in de krant dat men in Ethiopië opnieuw een stuk skelet gevonden heeft. De beenderen van deze homo blijken nog 400.000 jaar ouder te zijn dan de vorige menselijke resten, die men reeds op meer dan 2,8 miljoen jaar oud gedateerd had. Na de eerste van aap tot mens getransformeerde homo’s kwam de homo erectus. Nee hoor weer mis gedacht. Ik heb het hier niet over dat stukje mannelijk aanhangsel dat te pas en te onpas in erectietoestand komt of niet meer wil rechtop staan, maar over de mens die gewoon rechtop ging lopen. Op deze manier kon hij zijn handen gebruiken en ontwikkelde hij langzaam zijn hersenen. Men noemde hem nu de homo sapiens, de mens die denkt, de mens die weet. Jarenlang heeft men ons allemaal  onder deze ene noemer gerangschikt. Ik ben er echter zeker van dat onder deze homo sapiens ondertussen verschillende onderverdelingen ontstaan zijn.   De eerste groep is de HOMO MARGINALES. Sinds de homo sapiens bestaat, is dit de groep die zich het meest op deze aarde verspreidt. Je vindt ze overal en eender waar. Het is de groep homo sapiens die overal lak aan heeft en die tijdens het uitdelen van de hersens ergens heel ver achteraan gestaan heeft. Dus het woord  homo sapiens is al een veel te strelende benaming voor deze groep mensen. Zo ook hier op Tenerife hebben zij zich al vrolijk jaar na jaar vermeerderd. Als je hier in de urbanisaties aan de Costa del Silencio rondloopt, kom je deze debielen zonder uitzondering dagelijks tegen. De Europeanen die om de één of andere dubieuze reden in deze zonnige uithoek bleven hangen. Zij huren appartementjes met lage huurprijzen, hebben geen verwarming- en kledingkosten. Ze zien er niet uit dat ze de praktijk van de tandarts en de haarkapper plat lopen en trachten met hun elders opgebouwd minimum pensioen hier te overleven. Hun enige zorg is het dagelijks innen van het statiegeld van de lege bierflessen, zodat ze hun volgend drankfestijn bij enkele dolgedraaide en doorzopen vrouwmensen kunnen financieren.  Elke avond is er dan ook ergens een fiësta marginales. De grootste groep marginales komt hier echter zonder twijfel uit Engeland. Het zijn meestal uitgezette moddervette haantjes, die niet van de Engelse straat geraken en de vooropgezette huwbare jaren al geruime tijd overschreden hebben. Zij trakteren zich in groep op een zuipvakantie in Los Cristianos, waar ze met de Engelse pond het driedubbele aan bier kunnen verzetten.  Ze hijsen zich tegen het middaguur uit bed en slenteren met een nog niet verteerde discoroes naar het eerste beste terras. Ze zwalpen rond in bloot bovenlichaam met alleen een shortje, zodat iedereen hun volgetekende armen en benen kan bekijken. Op de terrassen, volledig gericht op de Engelse toerist, kan men voor 2.5 Euro een English breakfast bestellen. Voordat deze Britse eilandbewoners zich opnieuw met alle mogelijke alcohol laten vollopen, eten ze eerst twee toasten, twee gebakken eieren, twee stukken spek, een bord vol bonen in tomatensaus geflankeerd door twee worstjes en een handvol frieten drijvend in een pollepel olie en vet. Daarna begint opnieuw het hijsen van de literglazen bier. Met een achttal maken zij zoveel kabaal als een volledig bus met hyperkinetische schoolkinderen. Lachend met hun boeren en winden overstemmen ze de achtergrondmuziek van de plaatselijke Julio Iglesias. Nadat ze elk zo’n drie liter klef warm bier naar binnengegoten hebben, staan de pappige ‘would be body builders’ knikkebollend op en schuifelen naar het strand. Daar laten ze zich op hun handdoeken vallen. De zon brandt hard op hun witte blubberende lichamen. Al snel draaien ze zich op hun buik. Op het ritme van hun beschonken gesnurk, deinen hun getatoeëerde ruggen als stripverhalen op en neer. Acht blauwzwarte Chinese inktruggen, vol ankers, bliksemschichten, schorpioenen, vuurspuwende draken, spinnenwebben, op elke schouder een engelenvleugel, vrouwennamen , schele Jezus hoofden, Chinese onleesbare tekens en zinnen en doodshoofden, krijgen na een uurtje bedwelmd zonnen een knalrode achtergrond. Door de hitte verschrompelt hun ene hersencel tot de grote van een rozijn. Als hun ochtendmarinade bijna verdampt is en ze hun strandroes uitgeslapen hebben, is het bijna aperitieftijd. Ze kloppen het zwarte lavastrandzand van hun identiek gekleurde billen en benen en zwalpen luid geeuwend tussen de wandelende toeristen richting terrasjes. Als ze met veel lawaai tafels en stoelen bij elkaar schuiven, zie je de paniek in de ogen van de seniorenbond, die met veel moeite een dinerplaatsje in de schaduw bemachtigd heeft. De paella, die met Spaanse gitaarmuziek naar het bejaardentafeltje gebracht wordt, heeft door het gejoel van de Engelse zuipschuiten al op voorhand alle glans en smaak verloren. Bij de Union Jack-feestvierders gaat er regelmatig een glas tegen de vlakte en loopt het bier tussen de askegels van de morsige tafel. Met een mengeling van Mojito’s, Cuba Libres en liters bier worden vervolgens acht vettige hamburgers, ketchup en friet besprenkeld met azijn doorgespoeld. Vol geroep en getier worden de onbereikbare voorbij slenterende vrouwenborsten en het Britse voetbal besproken. Later die nacht, zal je deze Engelse homo marginales, na een avondje comazuipen, kotsend, brallend en ruziezoekend tegen de gevel van hun hotel of één of andere discotheek terugvinden. En dan heb ik nog niet geschreven over al die andere homo marginales-  groepen zoals de voetbalhooligans, de Hells Angels, de nazi- groepen, de pesters en de parasiterende onterecht alimentatieontvangende ex-vrouwen die onder de zelfde noemer voortleven.   Als tweede hebben wij de HOMO CREATOS. Zoals zoveel mensen de zin van het leven zoeken, zo zoekt de homo creatos in de godsdienst de zin na het leven. Men belooft de homo creatos allerlei hemelse tombolaprijzen, zo lang ze tijdens het leven maar tussen de godsdienstige lijntjes kleuren. Van hen wordt verwacht dat ze gaan en zich religieus zoveel mogelijk vermenigvuldigen. Zo worden ze met allerlei verhaaltjes, sprookjes, religieuze mist en antieke thrillerscenario’s om de oren geslagen. De angst voor de dood en de verdere verwijzing naar de hemel en de hel gaat een groot deel van hun leven op aarde bepalen. Ze moeten hun 70 maagden, hun zalig- en heiligverklaringen, hun eeuwigdurend rondzwevende zieltjes en het beloofde weerzien met vroeger ten hemel opgestegen familie en vrienden in het paradijs, tijdens hun leven op aarde verdienen. Wat men in de Vlaamse Christelijke kerken als hiernamaalshoofdprijs aanbiedt is een stuk minder interessant. Wie wil er nu voor een bord rijstpap met gouden lepeltjes zondeloos leven? Ik begrijp echter niet dat de mensheid, ondanks alle mogelijke wetenschappelijke bewijzen, nog steeds niet wil inzien, dat de goden de homo sapiens niet gecreëerd hebben, maar dat de homo creatos al deze goden zelf in het leven geroepen heeft om de mensen volledig onder de goddelijke duim te houden. Maar de homo creatos is meestal gelukkig in zijn geloof en vindt in een mogelijke tweede kans waarschijnlijk een troost. De homo creatos is in mijn ogen een zwevend wezen, waar de sapiens een heel klein beetje zoek is, maar zolang ze mij er niet van willen overtuigen vind ik het al lang goed.     De derde groep is de HOMO TERRORISMOS. Dit zijn meestal de homo’s die braaf onder het juk van de homo creatos begonnen zijn, maar die door indoctrinatie, frustratie en jaloezie nog een stap verder gaan en iedereen willen meesleuren in hun geloof en politiek denken.  Je vindt ze niet alleen in het Midden Oosten want waar ook op aarde men fundamentalistisch met zijn religie of politiek bezig was, begon men elkaar uit te moorden.  Veel meer ga ik over de homo terrorismos niet meer schrijven want ik gun ze geen forum of publiciteit. Op Face-boek zou ik ze direct blokkeren, unliken en ontvrienden.   En dan de vierde afsplitsing de HOMO NORMALES. Via alle mogelijke televisieprogramma’s, radio-interviews, kranten en glanzende weekbladen, worden wij dagelijks overspoeld met de drie vorige vormen van homo’s. Als ik hier in de drukke toeristencentra rondkijk, ben ik er meer en meer van overtuigd dat deze homo normales spijtig genoeg een uitstervend ras is. De homo normales wordt, als hij niet assertief genoeg is, volledig door de homo marginales verdrongen. De homo creatos drijft de homo normales bijeen in kerken,moskeeën, synagogen en tempels om hun toch te overtuigen van het leven na de dood. De homo terrorismos tracht al eeuwen lang, waar ook op de aardbol, alle politiek-  religieus- en andersdenkenden, volledig zonder tegenspraak uit te roeien. De homo normales staat volgens mij op de lijst van de bedreigde diersoorten, juist achter de Indische tijger en voor de witte neushoorn. Willen er binnen een paar eeuwen nog wat normale mensen op deze aardbol rondlopen, zal men een uitgekiend kweekprogramma moeten uitwerken!  Anders zullen binnen een paar eeuwen de restanten van de homo sapiens/homo normales nog enkel als een paar botten en skeletten in de musea te bewonderen zijn. Musea die waarschijnlijk nooit door de homo marginales, de homo creatos en de homo terrorismos bezocht zullen worden.

Sim
12 0

Kleine verhalen. Sms-mama

Antwerpen Station. Zoele zomeravond. Een moeder en twee kinderen. Jongen van zes, meisje van drie. Dagje uit geweest. Over en nu helemaal uit. De moeder is afgepeigerd. Haar haar zwiert in vochtige klissen voor haar gezicht, losgeraakt uit een paardenstaart. Er is de buggy waaraan plastic draagtassen hangen in bonte kleuren. Daaruit puilen schepjes, emmertjes, een gids van de Zoo, warme truien. Die zijn in de tas kunnen blijven. Het is zelfs nu, op dit late uur, nog warm. Het donkert al, het loopt tegen tienen. Best láát, voor twee zulke jonge kinderen. Maar ze zijn nog in vakantiemodus, dat zie je zo, energie zat. Ze rennen heen en weer over het perron, roepen en ruziën. Enkele reizigers kijken geïrriteerd. Zelf hou ik angstvallig de rand van het perron in de gaten. Zou dat mens niet beter opletten in plaats van te sms’en? Driftig tikt haar duim op het kleine scherm. Af en toe – verzonden –  kijkt ze even op. ‘Ga zitten! Wees rustig, Ruud. Zet Anika in die buggy.’ Dan biept er weer een antwoord en wordt ze helemaal opgeslorpt door belangrijker bezigheden. Tik-tik-tik. Tjak-tjak-tjak. Dubbediedubbediedub. En weg. Wéér verzonden. ‘Anika!’ Ze graait het meisje bij de arm en zwiert haar in de buggy. Het kind gilt het uit, begint luidkeels te jammeren. Ruud krijgt een draai rond zijn oren. ‘Hier blijven! Let op je zusje, zorg dat ze stil is!’ En dan moet ze weer sms’en. Een zaak van leven en dood. Zusje gaat vervaarlijk wiebelend rechtstaan in de wandelwagen. Ze kan met haar hand net bij de richel van het wachthuisje en glijdt hierover heen en weer. Wat een schatten vindt ze: snoepwikkels, koekpapiertjes en vooral veel vuil. Haar handen zijn nu roetzwart, ze veegt ermee over haar betraand gezicht. Broer schiet in de lach om haar vuile snoet. De moeder glimlacht zonder op te kijken, blij met het positief gevolg van haar ingrijpen. ‘Mama, ik heb honger, mogen we chips?’ Ruud vist een familieverpakking paprika uit één van de draagtassen. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Typeti-typeti-typtyp. Het blijft een zaak van leven of dood. ‘Mogen we, mamsie?’ Luider. ‘Uhuh.’ Mamsie knikt en typt verder.  Twee paar vuile handen verdwijnen in de chipszak. ‘Niet zo veel Anika, laat ook wat voor mij.’ Ruud trekt iets te hevig aan de zak en het hele zootje valt op de grond. Annika wil het op een brullen zetten, maar Ruud, sneller dan snel, legt zijn vinger op de lippen: ‘Sssjt.’ Met een steelse blik naar sms-mama, graait hij met twee handen zoveel mogelijk chips van het vuile perron en propt dat in de zak terug. Verzenden. Mama, gealarmeerd door de eendrachtige stilte, kijkt op naar haar voorbeeldige kroost. ‘Lieve help, wat zien jullie eruit’, schiet ze in de lach. ‘Geef mij ook maar een chipske.’

Goedele Billen
0 0

verdriet

“Heb jij soms ook zo van die dagen? Zwarte dagen, verdrietige dagen, Dagen waar je niet meer lacht. Dat je alleen kan denken Aan de slechte dingen is het leven Dat het zover gaat dat rode lijnen je huid ontsieren. Dat je naar je vrienden kijkt en denkt: Wat hebben zij dat ik niet heb? Wat geeft hun het recht gelukkig te zijn? Terwijl ik hier wegkwijn. Wat denk ik? Wat wil ik? Trots? Iets wat mijn ouders nooit zijn, Althans, niet op mij.”   Ik sla mijn kladblok dicht en stop hem in mijn rugzak. Maandagmorgen, weer een rotweek te gaan op school. Weer die nepglimlach en doen alsof ik een steen ben. Waarom? Ik kan toch niet laten zien dat ik een gebroken ziel ben? Eigenlijk ziet niemand me. Ik ben zo’n meisje dat zich altijd verstopt in de schaduwen om na te denken over het leven. Altijd weer die zelfde vragen. Waarom leef ik? Waarom kan ik niet gewoon dood gaan? Gaat het verdriet dat ik voel ooit nog weg? Ik schrijf gedichten en teksten over hoe ik me voel. Praten lukt me niet, het voelt zo onnatuurlijk aan. Het papier begrijpt me beter dan wie dan ook. Ik heb vrienden, maar zelfs tegen hun kan ik niet vertellen hoe ik me voel. Alsof een hand naar mijn keel grijpt en hem dichtknijpt, elke keer als ik het probeer. Nu wil ik niets meer vertellen, het gaat vanzelf. Ik ben depressief, maar niemand ziet het. Zelfs niet mijn vrienden, zelfs niet het meisje dat ik als mijn zus beschouw. Jenthe, zo heet ze, is een reflectie van wie ik ben, of toch lijk te zijn. We hebben hetzelfde haar, hetzelfde gezicht, dezelfde kledij, en toch zijn we zo anders. Ik heb ook een vriend, een broer voor mij, Glen. Hij is grappig en leuk en meestal begrijpt hij beter hoe ik me voel, maar toch voel ik me leeg. Zelfmoord heb ik overwogen maar ik kon het niet. Ik wilde mensen niet de pijn aandoen, die ik nu voel. Mijn ogen vullen zich met tranen en denk terug aan gisterenavond, het breekmes op mijn arm en de verlammende pijn die ik daarna voelde. Het bloed dat over mijn arm vloeide. Maar toch niet genoeg om dood te gaan. Snel verzorgde ik mijn wonden en deed alsof er niets was gebeurd. Hoe was het toch zover kunnen komen? Ik kan alleen maar hopen dat ik ook deze week school weer overleef. Ik hijs mijn rugzak op mijn rug, stap op mijn fiets en vertrek… een nieuwe dag tegemoet.   Door Margot Buyl

margot buyl
0 0

Restjes nagellak

  Beware of the mad ones!   Wat in de lift zat. Vele lijken, lachende mensen, een circus met clowns en beesten, falabella paardjes maar vooral veel Pulp, Gainsbourg en pornogeluiden.   Wat niet meer ging. Was moeder meenemen naar Spanje, afstappen in Donk, Pietje Puk bedanken voor de post of zachtjesweg een mammoet strelen.   En er was het meest duistere. Zwart licht dat niet reizen kon, er scheen een Oppergek te zijn in Scherpenheuvel die ferm achteruit boerde, elders van gedaante wisselde, razendsnel vooruit stoof tussen sterren en vergeet-me-nietjes.   Toch schuilt altijd ergens hoop, dat 'de dag' ineens biezonder wordt. Zes december wil dat altijd zijn. Het was tweeduizend dertien en ik luisterde. Radio 1, naar de rustgevende stem van Ruth ik dacht misschien gooi ik vandaag een keertje notelaar op het verlegen vuur.   Erik de Jong, hij nam me mee, daarna kwam ene Frank met Angst*, genoten heb ik toen echt helemaal. De tekst was van een zoete Herman en de frêle vis juichte in mij, de spin droeg weer een kruis, doch ik had lak.   De dag nadien aan god, zijn spelletjes en tien geboden. Stelen verliep vlot als kind, de snoep was lekker zuur, mijn vader heb ik vanzelfsprekend jarenlang veracht.   Het is altijd een pracht, als er een tweelingszusje van mijn ex opduikt. In ook een strakke broek, dezelfde stof, dezelfde schoentrekker, dezelfde schmink en schimmelplekjes. Dan kijk ik.   Stiekem over de rand van het boek. Dat mij kwelt als ik geeuwen moet. Dat mij helaas ook kwelt als ik bij elke bladzijde een dag wegdroom. 'De bello gallico et dolore belgarum'. In de tijd van Caesar ging het nog. Nu is het meer 'Punt, gebroken lijn en zeven kronkelreizen' van Julius de Jojo in caputa capita mea.   Ziek ben ik dus, in het hoofd, had U al door, geen twijfel meer daarover en als dr. Thomas Fraeyman zich verscholen houdt, dan durf ik nog wel eens. Spreken aan de kassa. Zelfs roepen.   Als ik in mijn rovershol verscholen zit, pingpong speel, wie niet, maar vooral heb ik dus lak aan god, aan dit circuscomplot, aan 'het normale' even veel. Gelukkig heb ik deze geestelijke stoornis. Dat helpt of dacht U dat het altijd erg is om 'een zot' te zijn?   Tot op heden vond ik altijd iets dat me in leven hield. Waren het geen pillen, dan schreef ik iets krankzinnigs over ene vreemde wereldorde, verzon iets lelijks, spuwde gal en uileballen.   Ongelezen blijven alle geesten, maar ik vermoed het, door dat liedje, dat die laatstgenoemde tekstschrijver 's nachts gewoon het zoetste bloed verkiest en zich dan overdag in zeiknatte zurkelmantels hult.   De collectieve tederheid, het einde aller wreedheden. Het is als Sinterklaas en toch. Zes december blijft mijn dag, dé dag, dat ze uit die zak tevoorschijn sprong, me ooit spontaan omhelsde, zei dat ik een stoute jongen was en dat ik het wat later ook bewijzen mocht, verzweeg ze nog. Ze werd mijn lief, ze ging weer weg. Ik denk nog veel te vaak aan haar, haar kont, die vrolijkheid en zwarte nagellak.   Ik schreef het toen ze wegging, dit gedicht. Zonder gêne, zocht nog naar de juiste afkeer en de inkt was sap van spinnen, ook zat er een stempel bij, een stukje kwal en toen ze 't pakje met de post ontving heeft ze, me nog een keertje gek verklaard.   Door de Nokia hoorde ik het scheuren van de letters. Chot! nog een geluk want op een Rank Xerox, had de malloot eerst twee copies gemaakt, voor elke zot die het ooit lezen zou.     jij mijn prinses x jij bloemgevoel gij suikerberg en kwaremont jij tinteling gij zure zuigsnoep plakkemond gij binnenblad jij schattig kwelding er komt een dag   dat je terugstroomt dat alle dode hoeken weer gaan lachen ’t is waar gij nulwijf king-kong-queen gij niemendal plus nix er komt een dag   al lijkt de wereld op zijn kop te staan heeft iemand alle bomen omgedraaid er komt een dag   dat zelfs de grijze regenboog zich ommekeert en als een glimlach aan de hemel staat er komt een dag   dat ik je wederzie herkennen zal  van het brandmerk aan de binnenkant van mijn schedel gij kwallekut   iemand had voor zes december ooit een grap voor mij gespaard ik voel het nog altijd het kriebelt nog ik zie het vaak   hoe je als een nachtmerrie door mijn dagelijkse dromen waart aan me voorbijloopt en ik als een duizendpoot me keer op keer vergallopeer   in jouw ogen aderden de juiste wegen vloeit nu traanloosheid hij spoelt nooit aan hij wil niet dood ik sla hem vaak hij werkt niet mee echt niet hij leutert en hij baalt die geschifte bookmaker iets dat mijn karkas straks dienen zal voor de buzkashi   dat in een paardenspel alles netjes draven moet en dat daarom ik die zieke dreutelkop en hersenzweer nooit zal worden uitbetaald   daβ ich verschwinden soll dat ik beter thuis alle restjes nagellak eerst op mijn eigen ezels zielepoten uitprobeer   en dan pas voor het schilderen van hartjes rond een opgezwollen zeugenhol         (*) www.youtube.com/watch?v=cZxxQieH2Kk   uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

SUPERPAPA

Iedereen heeft wel eens een schooljongen in woede zien ontsteken omdat een treiterig vriendje zich laatdunkend uitliet over zijn vader. Kinderen van die leeftijd lijden aan blinde adoratie. Ze verdedigen hun held, die ‘vader’ heet maar in hun ogen Superman is, onvoorwaardelijk. Mooi, zij het misschien een tikkeltje naïef. Vaders zijn niet altijd de grote helden waarvoor ze worden gehouden.   Zelf keek ik ook op naar mijn vader, zij het eerder letterlijk dan figuurlijk. Een man van 1m90 die 120 kilo weegt is best imposant voor een kind. Maar een echte held vond ik hem niet. Helden moesten iets hebben van Batman of Superman. Daarom hoefden ze nog niet verscholen te gaan achter een vreemd masker of door de lucht te klieven met een wapperende cape achter zich aan. Maar toch. Vaders dagelijkse plunje bestond uit een aftandse stofjas die om zijn omvangrijke middel geknoopt zat met een strak lint, geruite pantoffels die vooraan gaten vertoonden welke door zijn kalknagels waren gegraven, en een pantalon waarin een boer makkelijk 50 kg aardappelen kwijt kon. Geef toe, niet bepaald het uiterlijk van een held. Wekt het verwondering dat ik jaloers was als ik vriendjes idolaat aan de nek van hun koesterende vaders zag bengelen. Ik had ook wel eens willen pochen dat ‘mijn papa’ de stoerste van de wereld was. Maar ik vond mijn papa helemaal niet stoer, hoewel hij door zijn imposante figuur zondermeer angstaanjagend kon worden genoemd. Terwijl die andere jongetjes in hun verbeelding hun papa door het luchtruim zagen klieven met een grote sierlijke 'S' op de borst, het symbool voor 'Superpapa', had ik nachtmerries van die grote man op wiens borst geen 'S' prijkte, maar een 'B'. Van boeman. Ik wil niet beweren dat vader een slechte man was, maar hij was doorgaans wat kort aangebonden en weinig beminnelijk in de omgang. En af en toe liet hij zijn handen zwaaien.   Op een mooie lentedag zou vader me - op aansturen van moeder - leren fietsen. Ik had net mijn eerste tweewieler gekregen. Voor mijn verjaardag. Geen gloednieuw exemplaar, maar een wankel scharminkel dat te klein was geworden voor mijn opgroeiende broer, die het jaren voordien had gekregen van een andere jongen, die het op zijn beurt had geërfd van zijn grootvader. Vader hield met zijn koolschoppen van handen mijn stalen ros in bedwang – de ene hand aan het stuur, de andere aan het bagagerek – terwijl ik mijn stekkebeen voorwaarts over de horizontale buis hief en mijn achterwerk op het gecraqueleerde lederen zadel liet ploffen. Om me te helpen vaart te maken, zou hij me een fikse duw geven. Daarna moest ik het zelf zien te redden. Het enige waar ik moest voor opletten – had moeder me toevertrouwd - was dat ik niet tegen één van de jonge boompjes aan knalde waarmee het hele voetpad in onze straat was afgezoomd.   Vader zette zich in beweging. Ik hoorde zijn grote voeten als zwemvliezen op de stoeptegels ploffen, terwijl ik langzaam aan snelheid won. Na een meter of tien gaf hij me een laatste fikse duw en liet me los. Ik kneep krampachtig in de verduurde handvatten van mijn stuur en zocht - freewheelend als een afgehaakt zweefvliegtuig - mijn weg over het voetpad. De wind streelde door mijn haren en even voelde ik me vrij als een vogel. Maar dan zag ik plots zo'n jong boompje in een rotvaart op me afkomen. De paniek belette me om van koers te veranderen. En waar de remmen stonden, had vader me niet verteld. Een ogenblik later hing ik als de rank van een haagwinde rond de stam van het boompje geslingerd en hield ik angstvallig mijn vervaarlijk slagzij makende fiets tussen mijn knieën geklemd. “Papa! Help!” riep ik luid. Ik kon niet omkijken, maar in gedachten zag ik vader zich losmaken van de grond, een arm voor zich uitstrekken, en naar me toe zweven, waarna hij mijn ranke lijf vakkundig van het boompje zou wikkelen en me troostend in zijn sterke armen zou nemen. Helaas... toen ik met enige moeite toch het hoofd wist te draaien, stelde ik vast dat Superman reeds lang de vlucht naar binnen had genomen.   Van verdere fietslessen is nooit wat in huis gekomen, maar vijfenveertig jaar later durf ik van mezelf te zeggen dat ik een voortreffelijk fietser ben. Ach, iedere sporter zal het wel beamen: de harde leerschool is de beste. Maar wat belangrijker is: tijdens de laatste jaren van zijn leven heeft vader zich ontpopt tot een beminnelijk man. Ik heb mijn superpapa pas leren kennen toen hij, niet langer gehinderd door een belastende opvoedplicht, zacht en week was geworden en over een stokje gebogen liep. En ik geef het je op een briefje: durf maar eens een slecht woord over hem te zeggen! Je zult ervaren welk een woedende schooljongen nog in me huist.

Lou Van Lier
0 0

SUPERPAPA

Iedereen heeft wel eens een schooljongen in woede zien ontsteken omdat een treiterig vriendje zich laatdunkend uitliet over zijn vader. Kinderen van die leeftijd lijden aan blinde adoratie. Ze verdedigen hun held, die ‘vader’ heet maar in hun ogen Superman is, onvoorwaardelijk. Mooi, zij het misschien een tikkeltje naïef. Vaders zijn niet altijd de grote helden waarvoor ze worden gehouden.   Zelf keek ik ook op naar mijn vader, zij het eerder letterlijk dan figuurlijk. Een man van 1m90 die 120 kilo weegt is best imposant voor een kind. Maar een echte held vond ik hem niet. Helden moesten iets hebben van Batman of Superman. Daarom hoefden ze nog niet verscholen te gaan achter een vreemd masker of door de lucht te klieven met een wapperende cape achter zich aan. Maar toch. Vaders dagelijkse plunje bestond uit een aftandse stofjas die om zijn omvangrijke middel geknoopt zat met een strak lint, geruite pantoffels die vooraan gaten vertoonden welke door zijn kalknagels waren gegraven, en een pantalon waarin een boer makkelijk 50 kg aardappelen kwijt kon. Geef toe, niet bepaald het uiterlijk van een held. Wekt het verwondering dat ik jaloers was als ik vriendjes idolaat aan de nek van hun koesterende vaders zag bengelen. Ik had ook wel eens willen pochen dat ‘mijn papa’ de stoerste van de wereld was. Maar ik vond mijn papa helemaal niet stoer, hoewel hij door zijn imposante figuur zondermeer angstaanjagend kon worden genoemd. Terwijl die andere jongetjes in hun verbeelding hun papa door het luchtruim zagen klieven met een grote sierlijke 'S' op de borst, het symbool voor 'Superpapa', had ik nachtmerries van die grote man op wiens borst geen 'S' prijkte, maar een 'B'. Van boeman. Ik wil niet beweren dat vader een slechte man was, maar hij was doorgaans wat kort aangebonden en weinig beminnelijk in de omgang. En af en toe liet hij zijn handen zwaaien.   Op een mooie lentedag zou vader me - op aansturen van moeder - leren fietsen. Ik had net mijn eerste tweewieler gekregen. Voor mijn verjaardag. Geen gloednieuw exemplaar, maar een wankel scharminkel dat te klein was geworden voor mijn opgroeiende broer, die het jaren voordien had gekregen van een andere jongen, die het op zijn beurt had geërfd van zijn grootvader. Vader hield met zijn koolschoppen van handen mijn stalen ros in bedwang – de ene hand aan het stuur, de andere aan het bagagerek – terwijl ik mijn stekkebeen voorwaarts over de horizontale buis hief en mijn achterwerk op het gecraqueleerde lederen zadel liet ploffen. Om me te helpen vaart te maken, zou hij me een fikse duw geven. Daarna moest ik het zelf zien te redden. Het enige waar ik moest voor opletten – had moeder me toevertrouwd - was dat ik niet tegen één van de jonge boompjes aan knalde waarmee het hele voetpad in onze straat was afgezoomd.   Vader zette zich in beweging. Ik hoorde zijn grote voeten als zwemvliezen op de stoeptegels ploffen, terwijl ik langzaam aan snelheid won. Na een meter of tien gaf hij me een laatste fikse duw en liet me los. Ik kneep krampachtig in de verduurde handvatten van mijn stuur en zocht - freewheelend als een afgehaakt zweefvliegtuig - mijn weg over het voetpad. De wind streelde door mijn haren en even voelde ik me vrij als een vogel. Maar dan zag ik plots zo'n jong boompje in een rotvaart op me afkomen. De paniek belette me om van koers te veranderen. En waar de remmen stonden, had vader me niet verteld. Een ogenblik later hing ik als de rank van een haagwinde rond de stam van het boompje geslingerd en hield ik angstvallig mijn vervaarlijk slagzij makende fiets tussen mijn knieën geklemd. “Papa! Help!” riep ik luid. Ik kon niet omkijken, maar in gedachten zag ik vader zich losmaken van de grond, een arm voor zich uitstrekken, en naar me toe zweven, waarna hij mijn ranke lijf vakkundig van het boompje zou wikkelen en me troostend in zijn sterke armen zou nemen. Helaas... toen ik met enige moeite toch het hoofd wist te draaien, stelde ik vast dat Superman reeds lang de vlucht naar binnen had genomen.   Van verdere fietslessen is nooit wat in huis gekomen, maar vijfenveertig jaar later durf ik van mezelf te zeggen dat ik een voortreffelijk fietser ben. Ach, iedere sporter zal het wel beamen: de harde leerschool is de beste. Maar wat belangrijker is: tijdens de laatste jaren van zijn leven heeft vader zich ontpopt tot een beminnelijk man. Ik heb mijn superpapa pas leren kennen toen hij, niet langer gehinderd door een belastende opvoedplicht, zacht en week was geworden en over een stokje gebogen liep. En ik geef het je op een briefje: durf maar eens een slecht woord over hem te zeggen! Je zult ervaren welk een woedende schooljongen nog in me huist.

Lou Van Lier
29 0

Opluchting

Ze stond daar, in dat grijze steegje, als een donkere kleine vlek. Onbeweeglijk, hulpeloos en ongezien. Donkere gedaanten liepen af en aan. Donkere gedaanten met donkere wolken erboven die zo zwaar op hun hoofden wogen dat hun hoofden gebogen waren. Ze zagen alleen de grijze stoep, de donkere harde straat. Het waren slechts vage schimmen, haastig, schichtig. En ja, daar stond ze, in een donker steegje toe te kijken. Stil, geluidloos, kleurloos, futloos. In ieder geval zo zag ik haar, in mijn eerste blik. Ik stond op een afstandje. Toekijkend. Ik had haar zelfs niet eens gezien, ze was me gewoon niet eens opgevallen. Tussen dat kleine meisje en waar ik stond liepen continu tientallen vage donkere schimmen. Schimmen die zich voortbewogen met een huichelachtige manier van belangrijk zijn en minachting. Een stil Rumoer. Een pijnlijke kakofonie van vervreemding. Maar toen ik haar daar ineens zag staan voelde ik een opluchting. Heel raar eigenlijk. Er had tot op dat moment nog niets voorgedaan wat me een gevoel van opluchting zou hebben kunnen geven. Ik had verdriet kunnen voelen, verdriet vanwege haar verlorenheid, haar duidelijke onbenulligheid in deze grauwe, dorre stad. Ik had pijn kunnen voelen, de pijn van haar eenzaamheid, het was duidelijk hoezeer ze hier totaal uit haar element was. Ik had zelfs boosheid kunnen voelen. Welke idioot laat zo’n weerloos lief klein onschuldig kindje hier achter in deze put van naar de mallemoeren? Maar het was toch echt opluchting. Was het mijn opluchting? Was ze mijn redding? Was ze degene waar naar ik op zoek was geweest, zonder het me te realiseren? Ik kon het me niet voorstellen… Maar hoe langer ik naar haar keek hoe meer ik door kreeg hoezeer ik me vergist had. ‘Als een donkere kleine vlek’? Nee ze was een lichtpuntje en de dorheid. ‘Onbeweeglijk’? Helemaal niet! Nu ik goed keek zag ik haar rondjes draaien, ze was aan het spelen! Hoe langer ik naar haar keek hoe minder ik mezelf snapte, dat ik haar niet eens had zien staan! Ze was als dat plukje groene gras in de spleet tussen de muren en de stoep. Nee, ze was meer dan dat, ze was de zonnestraal die het groen van het gras doet opgloeien. Haar licht deed de niets vermoedende barse schimmen struikelen als ze aan haar voor bij liepen. Ik moest lachen. Ik bedacht me dat ik eigenlijk al een hele tijd met een grote glimlach toe aan het kijken was! En op dat moment had ik in een klap door dat we elkaar aankeken. Het was een bel die werd opgeblazen, schittering in het zonlicht. Ik stapte op haar af. Ze had een zwerm van zoemende kleuren om haar heen. Het waren balletjes of bloemetjes of vogeltjes of misschien wel iets heel anders. Misschien was het ’t wel allemaal tegelijk. We waren op het grasveld. De lucht was blauw. Gekwetter van vogeltjes. En we dansten, hand in hand. We zongen liedjes die we daar terplekken verzonnen. Opluchting. Ik wist het weer.

Johan de Moel
3 0