Lezen

Beneveld

Zoals elke zaterdagavond zat Thomas met zijn maten op café. Hij zat daar om zat te worden. Ha, wat was hij toch goed in woordspelingen. Vanuit de hoek met de sanseveria's stak hij vier vingers en zijn pink omhoog terwijl hij zijn lippen tuitte en heftig knikte. Misschien moest hij zich ook maar eens een sanseveria aanschaffen. Als die dingen in De Gouden Vis konden overleven, moest dat ook bij hem thuis lukken. Meisjes hielden van planten, het zou duiden op een zorgzame kant of zoiets. Eline was iemand die hij absoluut voor zich wilde winnen en misschien paste zorgzaamheid wel in haar kraam. Het barmeisje bracht de ijskoude pintjes. Terwijl ze wegwandelde bedacht hij zich hoe zeer ze leek op Eline, dezelfde manier van wandelen. Hij bracht het glas naar zijn lippen en kapte een geut bier op zijn trui. Zijn maten bulderden van het lachen. Dat gebeurde wel vaker omwille van hem. Soms kwam hij wat onhandig uit de hoek. Maar dat was geen probleem want meisjes hielden van grappige jongens. Tijdens zijn studententijd had hij eens de proef op de som genomen en de meisjes in zijn klas gevraagd naar hun top drie van aantrekkelijke eigenschappen bij mannen. Humor zat gegarandeerd in de top drie. Dat zijn mini-onderzoek was uitgemond in enkele memorabele avonden, nam hij er met plezier bij. Nachtelijke herinneringen hadden hij en Eline nog niet. Maar dat kon niet lang meer duren. Zijn maten stoorden hem in zijn mijmeringen. Ze porden hem aan en maakten op weinig subtiele wijze obscène gebaren in de richting van een blonde stoot. De dame in kwestie was zich van geen kwaad bewust. Ze was te druk bezig met haar lege glas waaruit ze een ijsblokje probeerde te vissen. De overgave waarmee ze het deed was geweldig. En ja hoor, dat waarop zijn maten en hij hoopten gebeurde daadwerkelijk. In een flits glipte het ijsblokje uit het glas, recht in haar decolleté. Zijn maten barstten uit in een oerkreet. Lichtjes verstoord keek ze onze kant uit. Matthijs gaf haar de vettigste knipoog ooit. Gegeneerd deed ze alsof ze iets zocht in haar handtas. De vrouw in al haar verschijningsvormen was één van de favoriete gespreksonderwerpen van Thomas en zijn maten. Vooral wanneer de avond nog jong was en hun kansen bij het andere geslacht eindeloos leken. Later schakelden ze graag over op voetbalanalyse en in de nachtelijke uren durfden ze weleens de filosofische toer op gaan. Vaak kwamen ze op die manier terug uit waar ze begonnen waren: bij de vrouw. Thomas hield van meisjes en hij werd makkelijk verliefd. Zijn gevoelens waren altijd oprecht maar helaas nooit van lange duur. Hij was een hopeloze romanticus. Zijn maten lachten hem er soms mee uit maar hij kon er toch ook niet aan doen. Hij bedacht zich dat het met Eline anders zou zijn. Het voelde alleszins anders. Zou zij misschien de ware zijn? Als een soort letterlijk antwoord op zijn vraag, wandelde ze plots De Gouden Vis binnen. Daar stond Eline. Ze keek enigszins schichtig rond, wat hij niet van haar gewend was. Hij haalde zijn breedste glimlach uit de kast maar hij kreeg geen blik van herkenning. Tegen het aangedampte raam en in het gedimde licht van het café zag ze er ongelooflijk mysterieus uit. Ze intrigeerde hem en terwijl hij naar haar staarde, besefte hij dat het niet Eline was.

Natascha K.
0 0

Witte luister

Absurd, zoals gewoonlijk is zijn droom gespaard gebleven van de logica, liefdeslyriek. De haan kraait straks een einde aan de nacht, geluid dat hem de ogen opent spijts de weerstand. Een verse onderbroek, wat melk met brood en zijn recente aankoop, een fiets helpt hem op weg. Te Bellem is een spoorwegbrug, twee verzakkingen daar boven past U beter op of U vaart slecht, belandt er met Uw voertuig, klikken en Uw klakken in de steile berm. Somers, onderweg ingehaald door een kannibaal, zo’n kilometervreter in een strakgetrokken pak, stopt boven op die brug en voelt, weet : de pennywafel is hij thuis vergeten. Zon en argwaan in de verte, een zottighedenpanorama met twee weggelopen lama’s, een wereld, witte vogel, Zwaenepoel zat lang geleden in zijn klas.   Somers hoeft niet na te denken. Het is pas over een maand of twee, het communiefeest van het petekindje, de mensen, de speech die hij niet geven zal over coquetterie, kroketjes, les comédies de l'amour et des bétises humaines. Modegoden, hapjes, goede smaak van roodgekookte kreeft, het meisje neergedaald, opgekleed, -getut, de glazen vleugeltjes apart verpakt en de traiteur hij zweet, zoals de kaasplateau, die wacht in de veranda.   Ongeloof, als hij dichter komt, de zwaan op de oever beter ziet, kwajongens allicht, Picasso want de nek ligt in een knoop gelijk een witte krakeling. Het dier verlost, zijn handgeklap, wintermugjes bij het water dansen op en neer. Somers moet verder. Ook voorbij het huis, van de dokter die hem vorig jaar het leven nog gered heeft toen hij luisterde.       uit de reeks  'Ignace Somers'  

Bernd Vanderbilt
0 0

Uitgestippeld welzijn

Een joekel van een koeienbel en bloemen aan het stuur. Zo reden ze rond dezer dagen die tienermeiden maar Somers dacht dat ze niet echt waren; ze bloeiden immers ook in de winter en hij meende gezien te hebben dat bij zonsondergang de bloemblaadjes zich niet sloten. Zekerheid had hij niet en in dit post-dutroux tijdperk ware het ongeoorloofd de jonge fietsers te benaderen, laat staan een bloem aan te raken, naar hun hippiness te peilen, te zien of hij een paardenantwoord zou krijgen. Grieks was tegenwoordig weer volledig voor de Grieken of het eten in dat welbepaalde restaurant; paardenvlees was hoe dan ook weer uit de mode nu BSE door iedereen vergeten was en Provo weer gewoon een stad in Utah.   Professionele hondenbrokken, dat kan ook en een groene stip ware gepast, op de voorhoofden van die meiden, aangebracht door de vader, of de geëmancipeerde moeder, die de tijd gekomen achtte dat het jonge vlees dat zij voortgebracht hadden, bejaagd mocht worden, al was Somers alles behalve een casanova. Hij zou zichzelf in dat geval hoogstens iets langer de blik op het groen gunnen, hopende er niet scheel van te worden.   Op de vooravond had hij nog gelukspillen gekocht, maar blijkbaar waren het suppositoires en werd zijn aars daar minder blij van. Verder was hem onderweg een luis geruisloos de pels ingekropen, doch, van geluk gesproken, één enkele luis kon zich niet voortplanten; die taferelen werden hem bespaard en hij legde het diertje in het labiele poppenbedje waar het vroegtijdig stierf, wiegendood allicht.   Bij treurige dauw en droeve dageraad trok hij naar de winkel, telde de huizen niet en ook de gevelstenen bleven ongenummerd, net zoals Rainman nooit garnalen in de Noordzee vangt. Maakt de tijdelijkheid zich stilaan meester van de zienden en staren alle blinden in eeuwige cirkels?, vroeg Somers zich af.   Janmaat kwam wat te laat. De ketting van zijn brommer was kapot. Al snel was het beslist, die lompe lampadaire mocht aan tien euro de winkel in en ze zouden het samen wel flikken op één voormiddag, het lot oude boeken waarvan haast nog niets verkocht was, ging een oranje stip krijgen, hetgeen betekende : voortaan slechts vijftig cent en Somers gooide er nog snel die kramakkelige bundel bij. Gezelle, met al zijn brave tuinbouwgroene clichés en eeuwenoud gerijm, doch eerst een grote boodschap in het kleine vertrek. Somers dacht er aan McCarthy, spoelde ze door, die kleine replica, aan Roland Desruelles, Vondel, gerecycleerd drukwerk en plooide het netjes, geperforeerd toiletpapier.       uit de reeks  'Ignace Somers'

Bernd Vanderbilt
0 0

Heeft u dat ook? '6'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Juli 1966. De zomervakantie is net begonnen. De eerste 3 jaren humaniora bij de Broeders van Liefde in Leopoldsburg zitten erop. Naar gewoonte vertoef ik veel bij mijn oudste zus die een zoontje van 4 heeft. Marty is een aardig ventje en ik vind oppassertje spelen helemaal geen opgave, temeer omdat mijn zus, in tegenstelling tot mijn moeder, op een moderne manier kookt. Dat uit zich in de voorgeschotelde overheerlijke roomtomatensoep uit blik en de bergen frieten die uit de frituurpan dwarrelen. Na klimatologisch onderzoek blijkt dat die bepaalde zomer één der natste is van de voorbije honderd jaar. Dat kan ik mij echt niet herinneren. Wat ik wel weet is dat ik ongelooflijk verknocht ben aan het portatiefje dat er in huis staat. Overal waar mijn neefje aan het spelen gaat, zeul ik het radiootje mee. Zo ook die 4de juli, de eerste maandag van mijn zomerverlof. Als je veertien bent, word je enorm beïnvloed door de muziek die op je af komt. Dat zal wel zo zijn bij iedereen, vermoed ik. Ik luister wel eens naar Franstalige liedjes en soms ook naar een Duitse schlager, maar de Angelsaksische muziek is voor mij toch de top. Ik zit die namiddag met mijn neefje op het kleine graspleintje voor het huis en uit de radio weerklinkt ‘Monday, Monday’, een leuke song van de Californische The Mamas and the Papas. http://youtu.be/h81Ojd3d2rY Groepslid en componist is John Phillips. Hij is samen met de overige leden een boegbeeld van de hippiecultuur in de Verenigde Staten. Hun verschijning, hun muziek en de waarden waar zij voor staan spreken een puber van veertien wel aan. De Vietnamoorlog woedt in alle hevigheid en de flowerpower-beweging staat in schril contrast ermee. Vandaag is het ‘the fourth of July’, in de Verenigde Staten beter bekend als ‘Independence Day’. Als straks aan de andere kant van de Oceaan de Amerikaanse burgers zullen wakker worden kunnen zij hun feestdag beginnen vieren, maar protest tegen alle oorlogen en deze in Vietnam in het bijzonder zal zeker ook weerklinken. De liever lief bloemenkinderen zijn ondertussen zo goed als van de aardbol verdwenen, maar de oorlogen woeden nog steeds voort, elke dag van de week, ook op maandag, ‘monday, monday’.

Marc M. Aerts
3 1

Heeft u dat ook? '5'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Maar eerst wil ik dit kwijt:Gedurende je lagere schooltijd leef je onbezorgd en gaat het leven zijn gangetje. Maar wat daarna? Daarna ben je geen ‘echt’ kind meer, maar ook nog geen man en er is nog zo veel dat gebeuren kan …Ik zat daar wel mee geplaagd, ja. Helemaal onbezorgd was mijn kinderleventje dan ook weer niet, want op 12 oktober 1960 - ik was toen acht jaar en driekwart - zag ik de woeste Sovjetpremier Nikita Chroesjtsjov met zijn schoen in de hand op de tafels slaan tijdens de zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ik wist niet goed wat ik daarvan moest denken, maar dit boezemde mij zeker geen vertrouwen in. Een half jaar later wist ik wel zeker dat er iets niet pluis was in de grote mensenwereld. Veel begreep ik niet van het nieuws dat deze wereld werd in gestuurd maar naderhand bleek dat we aan de rand van een kernoorlog hadden gestaan omwille van hetgeen zich afspeelde in de Varkensbaai in Cuba. Nog eens een jaar later zag ik de verpersoonlijking van de duivel (tot dan toe dacht ik dat het de reeds aangehaalde Chroesjtsjov was geweest) op het kleine Tv-scherm van mijn bompa als men de beelden toonde van de ter dood veroordeelde oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Nachtenlang werd ik wakker gehouden omdat ik de tronie van deze mensenbeul maar niet weg kon vegen van mijn netvlies. Ondertussen was ik tien geworden. Kwam je al niet wat tussen de grote mensen te staan als je leeftijd met twee cijfers werd geschreven? Vanaf september 1963 ging ik naar de middelbare school. Het was de bedoeling dat men je daar zou opvoeden tot een volwassen man. Een versnelling bij dat beetje bij beetje volwassen worden deed zich reeds twee maanden later voor: Op een avond keken we met de hele familie naar een toneelstuk op televisie. Het was ongeveer een jaar geleden dat onze ouders het toestel aangekocht hadden en we vonden het gezellig met zijn allen aan de beeldbuis gekluisterd te zitten. Het was 22 november en het was al zo koud buiten dat we beslist hadden de televisie halverwege de living te plaatsen zodat we vanuit de keuken naast de warme kachel het verhaal in zwartwit konden volgen. Het stuk betrof het leven van kunstschilder Rembrandt, dat is mij bijgebleven, mijn hele leven lang. Zopas heb ik het kunnen opzoeken op het internet en ik vergiste mij niet, want de voorstelling heette ‘Hendrickje Stoffels’, de naam van Rembrandts vrouw en tevens zijn schildersmodel. Rembrandt werd gespeeld door Senne Rouffaer, die ik al kende van zijn rol als Tijl Uilenspiegel in de gelijknamige jeugdserie. Daarna zou hij nog veel beroemder worden als kapitein Zeppos.Na een halfuur werd de uitzending onderbroken en vertelde de duidelijk aangeslagen nieuwslezer Jacques Vandersichel dat John Kennedy (in mijn kinderlijke ogen de verpersoonlijking van het goede) in Dallas was doodgeschoten. Twee maanden later zou ik twaalf worden, maar ik heb op die bewuste avond enkele rasse schreden vooruit gezet richting volwassenheid. Waren het deze omstandigheden die er voor zorgden dat ik sindsdien regelmatig geplaagd werd door een steeds weerkerende nachtmerrie, die ik in een vorige azertyfactor-bijdrage al eens geformuleerd heb? Die grote mensenwereld, wilde ik daar wel toe behoren? Ik vond het moeilijk, volwassen worden. Een goeie zes jaar later, op maandag 12 januari 1970 behoorde ik officieel tot het legioen der volwassen mensen. Die dag deed de Boeing 747 zijn eerste vlucht, zijn ‘maiden voyage’. Diezelfde avond kwam een schoolkameraad uit Mol - hij werd enkele jaren later luchtverkeersleider op Zaventem (is dat geen toeval) - mij thuis ophalen om mijn verjaardag en de daarmee gepaard gaande toetreding tot het selecte clubje van verstandige mensen te celebreren in een plaatselijk café waar jongedames van licht allooi hadden postgevat. We dronken enkele pintjes, maar zagen nog overduidelijk groen achter onze oren. Het was toch moeilijk, volwassen worden. En wat de muziek betreft waarover ik het had in het begin van mijn verhaal: in januari 1970 zong Jimmy Cliff ‘Wonderful world, beautiful people’ en heel even waande ik mij weer in dat wat louche café van 45 jaar geleden. ‘Wonderful world, beautiful people’http://youtu.be/kKRAgcQAEkw ‘Wonderful world’, daarmee ben ik volledig akkoord. Wat is de wereld wonderlijk, wat is de wereld mooi, maar,‘beautiful people’, daar zijn we nog niet aan toe. We handelen nog als kinderen en niet als volwassenen. Want het is moeilijk, volwassen worden.

Marc M. Aerts
14 1

You like fish?

We vliegen ergens boven de Atlantische op weg naar de overkant. In de twee stoelen voor me een middelbaar echtpaar en bij het raam een oudere heer weggedoken in een afwachtende slaap. We krijgen warm eten, de door KLM-magnetrons opgeroepen geuren verspreiden zich reeds een half uur door het vliegtuig. Geen aanlokkende, eetlust opwekkende geuren, integendeel. De stewardessen bewegen zich snel en doelgericht door de smalle gangpaden, ze blijven glimlachen, zij het af en toe moeizaam. Sinds kort weet ik dat dit beroep, ooit het ideaal van alle jonge vrouwen in Nederland, niks beter is dan dat van een serveerster in de horeca. De drie passagiers voor mij worden bediend, ik ruik de weeïge geur van vis. Zeetong is lekker, maar je zou hem niet moeten hoeven ruiken. De man en de vrouw beginnen meteen ambitieus aan hun maaltijd, de reiziger aan het raam wordt ook even wakker van het gescharrel, maar laat zijn eten onaangeroerd, hij draait wat in zijn stoel en dut verder. Het echtpaar heeft de hun toebemeten portie in rap tempo naar binnen gewerkt, de man taxeert nu het onaangeroerde eten van de slapende man aan zijn rechterzij. Op zijn bord ligt nog een zeetong in alle fantastische heerlijkheid koud te worden. De stewardessen ruimen de rommel alweer op, ze komen nu onze richting uit met hun afvalzakken. De vork van de man gaat opeens naar het maagdelijke blad van de slapende passagier, zijn prachtige vis zal binnenboord worden gehaald. Terwijl de heerlijke zeetong in de lucht hangt, doet de slapende reiziger één oog open en zegt: ‘You like fish?’

thrammy
0 0

sjokola

Sjokola kijk, daar zit mathis samen met zijn vriend farhan in mama's blauwe bolderkar. 'mama, het stokspel op school was echt heel leuk, en mama, kijk mijn veters, ik heb ze zelf gestrikt.' mathis heeft een huid van sjokola al maakt dat verder niet veel uit. hij kletst de oren van je hoofd. 'later,' zegt hij, 'word ik goochelaar, of misschien wel zwemleraar'. stoer spettert hij in de rivier. soms klimt hij op blote voeten in de hoge bomen op het plein. dan weer speelt hij kappertje met liesje van de buren 'ai, ai, ik heb wat scheef geknipt, wat nu?' of hij doet verstoppertje met liesjes grote broer lowie. op woensdagmiddag sopt hij soldaatjes in een ei. 'lekker,' glundert hij. ook gaat hij met mama eendjes voeren in het park. de kuikens lopen achter hem aan. 'kwak kwak kwak,' doet mathis en mama lacht. 'wow, een paardenmolen.' die is uniek en vast ook wel antiek. een dolfijn danst op en neer. er staat een sjieke autobus en er is nog zoveel meer. 'kijk, een krekel met een hoedje op. en o, een groen konijn. en daar een elfenslee en ook een paardje uit de zee.' 'één euro voor een rondje,' zegt de man die aan het orgel zit. 'echt te gek,' zucht mathis. 'mama'tje toe, mag ik erop?' 'het is goed, hier is een munt.' dan trekt hij trots de flosj dus mag hij nog een keertje mee. op weg naar huis koopt mathis drie doosjes sjokola: witte voor oma en opa wortel, zwarte voor oma en opa zoo, bruine voor hemzelf en ma en pa. mama zegt: 'doe er maar een gouden lint omheen.' 'het fijnste,' vertelt mathis aan sjarel van de snoeperij, 'dat zijn de vakantiedagen. dan gaan we naar oma en opa wortel en ook naar oma en opa zoo.' vakantie! gezellig met hun drieën rijden ze in papa's auto naar oma en opa wortel. hun dorp heet zo, vandaar de naam. wat zijn oma en opa blij als mathis aan de deur tring-tringt. oma's haar lijkt wel een suikerspin. opa's haar is weggewaaid en aan een koordje om zijn hals wiebelt een bril want zonder hulp dansen de letters in de krant. opa zegt: 'ha, daar ben je dan. echt, is die tekening voor mij? dank je wel, lieve mathis. zeg eens, was het woelig op de weg?' de tafel is feestelijk gedekt. oma deed weer zo haar best.  tomatensoep met heel veel balletjes vol-au-vent en lekkere puree rijstepap met bruine suiker en bij de koffie witte sjokola, cadeautje van mathis. ze fietsen naar de boerderij. oma zegt: 'vroeger werkte opa hier. we mogen even in de stal.' 'één, twee, zeven kleine biggen,' telt mathis. een koe loeit zacht. 'ze likte net haar kalfje schoon,' zegt de boer, 'kies jij maar een naam voor haar.' mathis denkt even na en fluistert zacht: 'hallo, ik heet mathis en jij bent nel.' in het veld achter de stal is de maïs bijna zacht. opa verstopt er gauw een blauwe bal. oma telt: 'drie, twee, één, start!' papa en mathis rennen tussen hoge stengels door. 'gevonden,' roept mathis, sneller dan verwacht. dan gaan ze weer terug. nog een knuffel en dan hup de auto in. oma opa dag bye bye zwaai zwaai. een dag later nemen ze de trein naar oma en opa zoo. ze wonen naast de dierentuin, vandaar de naam. wat zijn ze blij als mathis aan de deur tring-tringt. opa heeft een stoppelbaard. oma's krullen lijken op die van mathis alleen zijn ze wat donkerder. licht danst in haar ogen, putjes lachen in haar wang. opa zegt: 'ha, daar ben je dan. echt, is die tekening voor mij? dank je wel, lieve mathis. zeg eens, was het woelig op de trein?' het is gezellig in de tuin. ze eten uit een aarden kom. soep met maniok kip en rijst en heel veel paprika melktaart van afrika en bij de thee zwarte sjokola, cadeautje van mathis. ze stappen naar de zoo. 'hallo, meneer de uil,' zingt papa. 'wow, hoe die zeeleeuw springt!' opa aapt de apen na. 'gekkerd,' grapt oma en iedereen lacht. dan gaan ze weer terug. nog een knuffel en dan hup de trein op. oma opa dag bye bye zwaai zwaai. mathis is jarig. 'papa, zeg me, is het bijna tijd?' 'heel even nog, mijnheertje ongeduld.' tring-tring. mathis zegt: 'ha, daar zijn jullie dan. een cadeautje, leuk. dank je wel, oma en opa wortel.' tring-tring. mathis ratelt: 'ha, daar zijn jullie dan. een cadeautje, fijn. dank je wel, oma en opa zoo.' fff... fff alle vijf de kaarsjes waaien uit. ze genieten van heerlijke bananentaart met heel veel room erop. ze spelen ganzenbord. ze doen een quiz. oma wortel wint en daarna mathis. ze eten broodjes kaas met sla. 'koffie of thee? en proef gerust een stukje bruine sjokola.' het feestje flitst voorbij. nog een knuffel en dan hup alle oma's en opa's samen de auto in. mathis dag bye bye zwaai zwaai. mathis is moe. loom pakt hij zijn knuffelbeer. 'slaapwel, mijn stoere knul,' zegt papa. 'slaap zacht, zoonlief,' fluistert mama nog en ze trekt het laken glad. mathis merkt het niet meer. zzz... zzz en kijk, hij glimlacht in zijn droom.

monique bol
0 0