Lezen

Verandering 1: Kabels

Wat dacht James Ensor toen hij zijn oude dame met maskers schilderde? Ik vraag me af wat er eerst was: de vrouw of de maskers. De oude dame, die bij nader inzien helemaal niet zo oud is maar eerder een veertiger – die diepe lijnen in het voorhoofd en rond de lippen lijken wat kunstmatig, alsof er later aan toegevoegd – staat pal in het centrum van het doek. Zij was er dus waarschijnlijk eerst. Maar waarom de maskers? Wat gaat er door het hoofd van een schilder de minuten voor hij het penseel in verf doopt en dingen begint te schilderen die ogenschijnlijk niets met het centrale gegeven, in dit geval een ‘oude’ vrouw, te maken hebben? Kwamen de maskers uit een droom of een verre herinnering? Misschien sloop er iets uit het penseel wat hij net daarvoor nog had gezien. Hoe komt iets uit een penseel op een doek? Hoe komt ooit iets ergens uit? Mijn laptop is opengeklapt, zover ben ik. Maar er gebeurt nu al een hele tijd niets op het scherm, tenzij ik het knipperen van de tekstcursor als een gebeurtenis beschouw. Het zou mij beter uitkomen als ik iets anders kon doen. Schilderen, om maar iets te zeggen. Voor een canvas staan, dat zou ik nu het allerliefst willen. Want een doek heeft randen, het is beperkt in de ruimte. Schrijven deint altijd uit. De mogelijkheden zijn schier eindeloos en dat brengt mij in ademnood en houdt de cursor gevangen, knipperend als een vuurtoren. Schilderen is anders. Overzichtelijker. Ik zou een portret kunnen schilderen van een oude - of jonge, of iets daartussen - vrouw. Zonder dat ik daar opeens, als mijn gedachten verschoven, een berg van kon maken of de gieren die daar boven wieken of het speeksel dat van hun snavels drupt als ze zich op hun aas storten of de angst die daarvoor bezit had genomen van het dier dat uiteindelijk een kadaver werd of de vraag of angst ook emoties impliceert. De act van het schilderen bergt de beperking in zich. En beperking is op dit moment een noodzakelijke voorwaarde om wat dan ook te doen. Mijn gedachten vonken blauw, groen en rood tegen de wanden van mijn hoofd. En tegelijkertijd ligt het, ondanks al dat geweld, zo voor de hand alles onder de schedelpan te houden. Het hoofd is ook zo gebogen, bijna vastgeklonken op de schouders, de pezen aangespannen als stalen kabels van een brug over een Duitse rivier. Schrijven is bedrieglijk. Vaak beeld ik me in dat mijn gedachten zich moeiteloos over hersenbanen voortbewegen, naar een blinkende buitenwereld. Maar meestal rollen ze over de band, tussen twee opslagplaatsen in. Er gaat niets buiten, er is niets veranderd. Het procedé is zelfs verraderlijk rustgevend. Nee, dan schilderen. De schouders hangen sereen laag, de ruggengraat staat trots als een vlaggenstok, het hoofd is vrij, de armen zwaaien met wijde bewegingen over het canvas. De vingers toetsen dansend, strelend de verf op het doek. Misschien is het een goed idee een groot blad papier te gebruiken, rechtstaand voor een lezenaar. Ik zou daarvoor een vette zwarte stift kunnen kiezen, en een zwierig handschrift. Ik zou de lussen naar boven en naar beneden met grote uithalen in het papier kerven zodat de inkt door de poriën op het houten blad loopt. Ik zou de inkt in de nerven van het hout zijn weg zien zoeken. Dat zou een verandering zijn. Alleszins heb ik daarvoor een muts nodig, van dikke groene wol, met luchtige steken.

Jools
0 0

ik schenk-jij schenkt terug

Schenken, trots op de aanname zijn, terug geschonken krijgen, kus, kus terug, voelen., ervaren, ondergaan… Wat hebben we zonet gedeeld?Die arme single is al zo lang alleen? Geen merkkleding?Misschien is hij gelukkig zonder geld en wil hij geen jonge vrouwen die geld belangrijk vinden? Veel vrouwen wensen dit op een bepaalde leeftijd.Een auto, (taxi) dure juwelen, modellenkleren, hier, alsjeblieft! Overstelp haar, dit zal wel als liefde geïnterpreteerd worden. Waarom? Wel, omdat ik met niemand anders zo veel geld deel.Hmm, kan je haar ook vertellen dat je nog nooit van iemand gehouden hebt, niet weet wat het is en dat je dit moet leren? Misschien vertelt ze je dan geruststellend dat ze het je zal aanleren, door het groeiproces dat er voor beiden aan staat te komen en dat dit de enige manier is om het te leren?Hoe zou je je dan voelen? Dit gevoel, vergroot het een miljard aantal keer, en ga, als je wil, daarna nog verder en leer het aanhouden.Ze vind het merkwaardig dat je haar geest zo stimuleert om zich te ontspannen. Wat voel ik?Of toch veel dure geschenken? Wat buiten het getoonde protocol maar niet écht lijkt door te dringen. De waarde hiervan is nihil, volg een protocol dat niet op dit moment van toepassing is.De waarde is nihil omdat ze zelf nog niet weet wat ze wil, maar krijgen wat ze wenst, staat ook voor zekerheid, wat vaak onbewust belangrijk is voor het kind dat ze al van jongs af wil. Een aanknopingspunt. Deze weg, moet bij gebrek aan opties gevolgd worden.Waar brengt hij je? Leer je er vervolgens ook uit? Een onzekere toekomst klopt beleefd bij je aan, maar is niet van plan om zich te laten wegsturen.Hopelijk brengen de golven dat je roer geworden zijn jou op sprookjesachtige plaatsen.Kan jij haar brengen waar ze wil zijn? Jonge vrouw komt er later vaak achter dat alles hebben ook niet alles is. Bijgeleerd heeft ze, doch, dat is niet het belangrijkste, wat dan wel? Dankzij een knagend onderbuikgevoel toch geleerd hebben dat het geen status ‘uitstralen’ (wat ooit zo leuk was) of ‘materialisme’ is.Heb je spijt dat je geen interesse had in jonge mensen die single waren omdat dat abnormaal was, en hierdoor minachting naar hen liet doorschemeren?Lijken ze plots niet heel sterk? Je bent immers ook single, en zo bang als een haas.klopt er iets niet of weten zij iets wat jij niet weet? De eerder uitgestraalde minachting, maakte ze irrelevant. Je fase moest nog komen, en de minachting verdwijnt vanzelf.De single zag het.Hoe overleven zij? Die daar, hij is vrij. Ik kan het niet in woorden uitdrukken maar ik snap niet hoe hij niet weet wat hij wil, maar het tegenovergestelde uitstraalt. Ben ik benieuwd geworden?Geef je vriendin eens een zeer mooi kussentje om op te slapen, naai er zelf in letters op dat je vanaf nu elke nacht bij haar zal zijn, waar ze ook is.Breng haar eens trots een roos en vertel haar dat je fier over straat liep, wat lieve blikken van vrouwen kreeg toegeworpen, maar dat je dacht: ‘Tutut, deze is voor een zeer bijzonder iemand.’ Laat haar voelen dat sommige dingen, meer waarde kunnen hebben dan een dure verlovingsring die "traditioneel' wordt gegeven. Laat haar dat eens voelen, maak haar curieus naar hoe je haar telkens weer verrast, hoe je dat doet en waarom op die manier.Hoe? Door alles uit liefde te doen. Alleen dan heb je hier de kracht voor of kan je deze behouden. Waarom op die manier? Omdat jouw onuitputtelijke creativiteit haar vertelt dat je haar graag ziet, anders was ze niet onuitputtelijk.De energie die hiervoor nodig is, vormt de motor van de onuitputtelijkheid: liefde voor haar.Jazeker, ze begrijpt jou.Het kan zijn dat ze dit niet onder woorden kan brengen, maar blij en ontspannen zal ze zijn. Hopelijk vertrouwt ze erop dat je weet wat wanneer nodig is.Wees haar hier dankbaar voor, geschonken, poreus vertrouwen. Je bent haar ster! Het helderste lichtpuntje in onbekende krochten. Hierop focussen, leid haar af van deze krochten, welke niet begrepen worden. Je doet wat moet, haar afschermen van donkere krochten waar ze nog niet klaar voor is.Misschien kan je erbij zeggen dat ze zich geen zorgen hoeft te maken en dat je er samen wel doorkomt?Heb je dat al gezegd? vergeet de waarde er niet aan toe te voegen.Wil je haar dit zeggen? dat je haar dankbaar bent om haar licht te mogen zijn? Maak ze maar eens stapelzot, misschien beseft ze plots dat zij eigenlijk ook niet helemaal weet wat iemand echt graag zien is?Haar liefde voor Bunny, haar konijn, heeft nooit zo’n onbegrijpelijke, aangename gedachtegang veroorzaakt. Wat een dopaminerush!! Ben ik meer dan verliefd? Dat kan toch niet? Wat is dit?Mag ik als doel stellen dat we dit proberen bereiken, en vervolgens aanhouden? Ik ben eigenlijk ook benieuwd, en ben blij dat ik je hier heb kunnen brengen. En waar breng jij mij? Je leert me een verantwoordelijke, relativerende echtgenoot zijn, welke zich aan jou zal uitbetalen.Ik voel het, maar kan het niet benoemen. Je spreekt in je eigen taal, maar wat is die effectief.Jij begrijpt, instinctief, dat ook ik moet groeien, me deze kans met zeer veel liefde aanreikt, zodat ik ook volwassen wordt en uiteindelijk, voor jou, nog een betere man kan worden?Wat lief dat je dit onbewust een goed idee vindt. Op en top vrouw, ze wil meer, en zichzelf verzekeren dat ze het zal krijgen ook. Bedankt voor deze kans, de eerste stap naar aanvulling heeft zich net gemanifesteerd, het zou fantastisch zijn om samen zo te groeien, en een deel van mekaar te worden.Kan dat? Sssst, denk het, maar neem geen risico om een stuk van de magie af te breken die in doorschijnende slierten rondfladdert door het uit te spreken. Kan zij dit in goud vertalen? Voelt ze dat het goud is? Wees de eerste om haar dit te laten ervaren. Misschien verlaat ze je ooit, maar vergeten zal ze je nooit.. Blijkt uiteindelijk dat je haar iets gegeven hebt, wat ze misschien nooit meer zal krijgen.Haar “mogelijke’ horizonten moeten soms verkend worden. Mooie herinneringen krijgen de bovenhand, en deze worden zeer bijzonder. De schoonheid van zulke herinneringen zijn uiteindelijk van onschatbare waarde, realiseer je ooit. Hierdoor zal je ze gaan koesteren. Misschien omdat deze je nog steeds met haar verbinden en andersom? Gevoeld wordt het niet, geweten wel. De connectie is vereeuwigd. Het sterkt onze groeiende persoonlijkheid. We steunen mekaar nog steeds, we worden volwassen.Je hebt begrepen of leren inzien dat je eerste echte vriend, op geen enkele manier vervangbaar is.Goede en slechte kanten incluis.Wat waren haar slechte kwaliteiten weer? Misschien waren we onszelf aan het worden en konden we hier niet mee omgaan? De denkbeeldige uitgestoken hand genegeerd, niet gezien of niet begrepen? Hier, moest men doorzetten. De relatie werd het overbekende ‘werkpunt’De neerwaartse spiraal laat zich zien. Je wordt gekwetst, bent boos op jezelf omdat je dit nooit in hem of haar zag, maar jou reactie hierop, bereikt net hetzelfde. Ik kon het ook niet onder woorden brengen, maar ben dankbaar voor deze ervaring! Je hebt me geleerd om het nu wel te kunnen verwoorden, Doordat we het hele plaatje aan elkaar aanboden.Om dit plaatje te kunnen begrijpen, was afstand, objectiviteit en tijd nodig.Dat hebben we goed gedaan, ik ben er fier op. Samen met de mooie herinneringen is het een aftiteling van een romantisch drama geworden waarnaar ik met open mond en ingehouden adem zit te staren.Heeft ze je hoofd in een kristallen paleis veranderd waar je maar al te graag doorwandeld?Heb je misschien leren inzien hoe je ooit het mooie niet meer kon zien, verstrikt in een web van subjectieve emotionaliteit, welke je blind maakte? Zie je in dat ook zij blind geworden was, en hoop je dat ze dit zoveel jaren later ook begrijpt?Als dit zo is, zal haar stuk in mij en mijn stuk in haar nooit, voor niemand, opgegeven worden. Omdat niemand dit stuk kan opvullen.. Dit kleine plekje, is wat jij veroverd hebt.Heb je het bewust zo gedaan dat ik sommige kwaliteiten van jou, niet terug kan vinden bij iemand anders?Jazeker! Maar de basis was al aanwezig. Ik wilde een plekje, en heb een figuurlijke stempel achter gelaten. Wat ik toen niet wist, maar wel hoopte is uitgekomen, de goede momenten waren zo uniek en stiekem overheersend dat de waarheid is boven komen drijven. Iedere keer dat jij aan me denkt, leef ik voort, ook als ik er niet meer ben. Ja, blind waren we geworden, en dit moest stoppen. begrijpen moesten we. Eens de sluier was opgetrokken zag ik dat ik vrouwelijke kwaliteiten storend begon te vinden… Hier was ik blind, dit was de les die ik als jonge twintiger moest leren. Zoals bijvoorbeeld het ‘springen van de ‘hak op de tak’ waar vrouwen zo bekend om staan. Ik zag de schoonheid ervan niet meer.Overigens, andersom, was jij ook blind, het is ook bekend dat mannen zich moeten kunnen terugtrekken in hun persoonlijke ruimte. (krant lezen, stoor me niet) Dit heb jij niet gezien doordat onze signalen complexer werden, en we deze niet kenden.We werden onszelf, maar met de aanwezige ziel van precies twee verschillende levensvormen. Kan jij hier op terugkijken en die typische mannentrekken, herkennen en bijzonder vinden, net omdat ze zo verschillen?De valkuil wordt herkend, en hierdoor is er bijzonder relativeringsvermogen ontstaan. Hetgeen verloren was, keert onverwoestbaar terug en jouw vrouwelijkheid, is weer net zo fascinerend dat het prachtig is, je bent waar decoratiemateriaal geworden.Men kan opnieuw blind worden, zoals het leven zelf je tussen de regels dicteerd: ‘het is een leerschool.’Graag! Wat heeft het nog allemaal in petto? Deze lessen zijn voor mij van onschatbare waarde, en deze zijn wat overblijft als het ergens mis gaat. Deze zijn deel van mijn persoonlijkheid geworden, en hierdoor, zie ik jou vaak terug.Het meest leuke vooruitzicht is toch wel dat men één meid, nog gelukkiger kan maken, door bijvoorbeeld kalmte te kunnen bewaren als je merkt dat dit echt belangrijk is. Dit opmerken, is met dankbare handen meegedragen. Haar vorige man merkte de kleine nuances niet op, wat vaak resulteerde in een misinterpretatie waardoor deze vrouw, wilde wegrennen omdat ze zich ongewenst, vervelend en overbodig voelde. Een vanbinnen aanwezige helse pijn! De pijn werd versterkt doordat ze gewoon iets verzonnen had om toch maar te kunnen praten en zodoende een nieuwe start wilde inluiden, wat hij emotioneel gezaag vond.Ze is lief, en krijgt op haar donder. Kan pijn doen om hier energie aan te besteden, en een koude douche te krijgen. Tja, van zijn kant komt het niet. Ik begrijp het niet, en dat doet pijn.Kijk eens goed man. Je bent blind geworden. blind voor vrouwelijke kwaliteiten die ze net zo mooi maken. Seks niet spannend meer?Misschien bestaat de kans dat ik na al die keren dat je opnieuw begonnen bent, denkt dat ik te mooi om waar te zijn ben. Het enige wat ik jou dan kan vragen, is geduld te hebben. Je mag het misschien nog niet begrijpen, maar dat geduld, zal je alles laten zien en dat het eerste mooie contact, geen spelletje was dat met de jaren niet meer vol te houden is.Neen, slechte kanten zijn er, maar dat doet de goede niet teniet. Kunnen wij dit zo bekijken?Ben je gelukkig nu je ingezien hebt dat je niet meer jezelf was, en geleerd hebt hoe deze valkuil te vermijden? De herinnering is met geen geld te evenaren, omdat deze, ‘jij’ bent geworden.En “jij” ziet zichzelf graag. Als je 's avonds thuis komt van je hogeschool heeft hij lekkere citroenthee klaargezet. Hij laat je vertellen over je dag, en vind het van "de hak op de tak springen' alsof ze het allemaal opnieuw beleefd niet vervelend, maar schattig, omdat het haar vrouwelijkheid benadrukt. Hij kust haar hiervoor.Kan zijn dat ze je later op de avond zegt dat ze je aldoor maar wil kussen , al weet ze misschien zelf niet goed waarom.Niet geven en nemen, geven, en terug krijgen, onvoorwaardelijk.De man met geld, heeft na drie jaar misschien geen interesse meer in haar. Men voelt het direct, al laat men het vaak aanslepen. Dure hebbedingen zijn 'normaal' geworden. Ze hebben geen waarde meer. Omdat de echte waarde een gevoel is dat je overbrengt, welke gratis is. Verbondenheid? Sentimenteel enorm waardevol? In feite, ipv haar regelmatig te zeggen dat je haar graag ziet, kan je dit op andere manieren ook duidelijk maken. Kan een zeer leuk spelletje worden. Jouw creativiteit, en zij die 'er altijd intrapt.' De typische vrouwelijkheid waarmee je beloont wordt zonder dat ze het zelf beseft. Heb je het gezien? Ze geniet ervan om jou in haar nabijheid te hebben.Vrouwelijkheid blijft behouden, omdat je haar telkens aanmoedigt dit te tonen; Het opstapje krijg je, de rest komt vanzelf. Dat is wat je wil. De vrouwelijkheid hoeft niet geïmiteerd te worden, deze toont zich doordat je de boodschap krijgt dat je mag zijn, zoals je bent.. Ze is heel even waar ze wil zijn, ze is zichzelf. Als je geluk hebt, bedankt ze je om er voor haar te zijn.Antwoordt eventueel dat alle zorgen even weghalen, jou liefde weerspiegelt. Wat is ze blij, wat ben jij blij dat zij blij is bij je.Je kan haar zeggen dat je haar hierdoor nog liever ziet, omdat haar hand vol overgave geschonken, het mooiste cadeau is wat je maar kan krijgen.Of je kan haar zeggen dat ze echt vrouwelijk is, maar als het moet, ook bijzonder taai kan zijn.Ga maar eens een hele namiddag zelf bloemetjes uit een weide plukken.Wat is de waarde? Dat je bij elke bloem dat je plukte, aan haar dacht. Als zij zich probeert voor te stellen hoe je jezelf bukt om één bloemetje te plukken, zal ze je ongelooflijk lief vinden.Kan je haar laten voelen waar ze naar op zoek is? Kan jij haar dit tonen? Kan jij hopen dat zij begrijpt wat ze geschonken krijgt? Zie haar graag omdat ze bij jou zichzelf kan zijn en hier zichtbaar van geniet, dit is jouw bevestiging van bovenstaande vraag. Wees elkaars gids, maar spaarzaam, en verspreid het over het hele leven.Begrijp je dit beiden?Dan is het typische gezegde dat de weg ernaar toe belangrijker kan zijn dan het doel zelf best van toepassing.Waarom? Omdat de weg zelf veel langer duurt. Soms kan een orgasme krijgen ook vervelend zijn, ook al hou je het een uur vol. De weg bewandelen was waardevoller. Zo, hierdoor dat ons voorspel drie uur duurt. Ah!Hoop dat ze ooit begrijpt dat je haar zo begrijpt, dat je haar altijd, net datgene gaf wat ze nodig had, en krijg hiervoor pure verwondering terug dat zich uit in het nogal stotterend overkomend zinnetje: ‘ik zie je graag.’ De timing kon misschien beter, maar deze zin, krijgen, zonder formaliteit, is een sleutel. Deze naar haar persoonlijke zelfontwikkeling. De codetaal waar vrouwen in durven denken en spreken ja. Plat Venusiaans. Ze vertelt je dat ze je dankbaar is om haar te helpen groeien, laten voelen en doormaken, handje vasthoudend, dat waar ze naar op zoek is, zelfkennis. Wie is zij? Het stotterende zinnetje, heeft zoveel betekenissen die niet benoemd kunnen worden, dat het leidde naar de magische woorden. een geschenk. Een andere manier om te zeggen dat ze je gewoon wil opeten.Begrijp dit en kus haar. Of bespring haar, men mag best eens geil zijn.Vele ouderen zeggen dat een goede gezondheid het allerbelangrijkste is. Dat hebben ze door de jaren heen geleerd.Anderen vinden dit van liefde, omdat deze alles overwint en onsterfelijk is.Wat ik het belangrijkste vind?Jezelf graag zien in de eerste plaats, want dit, is een vereiste om alles bovenstaande mogelijk te maken.Je hebt geld gekregen in een andere vorm.Arm, en toch rijk. Wat is waardevoller?Om deze keuze te kunnen maken, durf ik je vragen om te leren luisteren naar wat je voelt, en ego, status en welvaart even aan de kant schuift.Zo kan je beter voelen.VERWIJDEREN

Steve VDV
0 0

Oord van verderf

Luttele minuten voor Steve aan de grens van de wetteloosheid komt, trekt hij zijn handschoenen wat strakker aan. Hij bijt op zijn onderlip en haalt diep adem. Zijn vader had hem gewaarschuwd voor dit oord van verderf, verrotting en vrijbuiterij. Maar hij moet er door. Nu zijn vrouw hoogzwanger is, moet hij van z’n spul af. Steve nadert de stofwolk die er eeuwig lijkt te hangen, als een dikke mist die ook zijn gedachten vertroebelt. Hij maant zich aan om gefocust te blijven en haalt een verkreukt papiertje uit de binnenzak van zijn leren jacket. Er staat in zijn eigen hanenpoten een citaat op geschreven dat hij als mantra bovenhaalt telkens hij het moeilijk heeft. Gesterkt door de boodschap, verleden heb je, toekomst moet je maken, legt hij de laatste meters af. Er is geen weg meer terug. Steve komt aan de grens. Hij schraapt zijn pijnlijk droge keel wanneer een gespierde latino traag maar vastberaden op hem afstapt. Er schuilt achterdocht tussen de plooien van zijn frons, en een cigarillo bengelt tussen zijn dunne lippen. De tattoos die zijn gespierde armen versieren, vertakken als een klimop tot aan zijn nek. De man vraagt kortaf:‘Wat heb je bij?’ Niet in staat om een woord uit te brengen, wijst Steve aarzelend naar z’n spul. De man blijft Steve strak aankijken, knikt bevestigend en zegt dan:‘Op ‘t einde van de straat aan je linkerkant.’ Die horde hebben we alvast genomen, denkt Steve opgelucht. Pas nu hoort hij de muziek die luid over deze puinhoop loeit. “There will be no next time” roept de zanger, wat hem op deze plek de stuipen op het lijf jaagt. Hij veegt met de rug van zijn gehandschoende hand de doemscenario’s van zijn bezwete voorhoofd en gaat strijdvaardig verder. “Keep cool, keep cool, keep cool”, mompelt Steve, terwijl hij zijn wagen aan de kant van de weg parkeert. Op het moment dat hij zijn spul uit de wagen neemt, roept een man met rode bandana om het hoofd hem toe vanop de afgesproken plek.‘Hey, wacht eens even! Zit je wagen vol?’‘Ja, waarom?’, vraagt Steve op zijn qui-vive.‘Ik ga je een dienst bewijzen’, zegt de man.‘Een dienst bewijzen?’, antwoordt Steve van zijn à propos gebracht. ‘Ja, en dat zal nodig zijn, geloof me. Ik zou niet zomaar over ‘t straat lopen met dat spul. Het is hier een nerveuse bedoeling en dan gebeuren er weleens ongelukken. Je wil niet weten wat ik hier allemaal al heb meegemaakt. Luister, parkeer je wagen maar aan de achterkant van de container. En als iemand je komt lastigvallen, dan zeg je maar dat de Fille zijn zegen heeft gegeven. Oké?’ ‘Oké. Merci, Fille’, antwoordt Steve, overdonderd door een vriendelijkheid die hij deze plek nooit had toegeëigend. Hij besluit zijn vooroordelen over het containerpark samen met het steenpuin weg te kieperen. Tijd om de kinderkamer af te werken. Tijd om toekomst te maken.

Antony Samson
4 1

Bellevue

Een mens kan er niet naast kijken, zelfs al zou hij ‘t willen. De totems van deze stad zijn de schouwen van de stinkfabriek. Als wildemannen en vrouwen sluipen en schuiven we rond haar as. Wie op rechteroever zit, moet naar linkeroever, en wie op linkeroever zit, moet naar rechteroever. Daarom dat die zinloze rondedans meestal stilligt. Mij hoort ge niet klagen. Waar ik ook woon en werk, pinten pak en boodschappen doe, bemin en ruzie maak, ik kijk uit ’t raam en ik zie de rookpluim, een boodschap van onverzettelijkheid.   'Wat er ook mag gebeuren, ik blijf hier en ik blijf staan', lijkt ge te zeggen. Fabrieken mogen dichtgegaan zijn, vertrokken naar het goedkope Oosten, afgesmeten worden om plaats te maken voor exclusieve nieuwbouwprojecten, het maakt al niet uit. Gij geeft niet af. Arbeidersrechten lang geleden afgedwongen, vandaag opnieuw verloren, ’t kan u niet schelen. Ge ademt de geur van bederf uit, van drie dagen zonder wassen, van onverluchte kleren, veel te lang gedragen. Van zattigheid en armoede. Van coral bier en sjisj kebab. Van onverzorgde baarden en doelloos door de stad slefferen.Zoals alles dat een gewoonte is geworden, ruik ik ‘t al niet meer. Uw adem is mijn zuurstof waar ik al een heel leven op teer. Hoe zou ik dan weg kunnen naar een ander stad, als gij verbonden zijt met al mijn moleculen en cellen? Ik adem deze plek. Mijn hele leven ligt in uw schaduw. Dus ik ben de wildevrouw die rond u heen cirkelt en toerkes draait op uw zotte carroussel. Die verhuisde van rechteroever naar linkeroever en terug. Tweemaal daags de brug oversteekt en u groet. Uw lucht inhaleert en vloekt op uw lelijkheid. Stilstaat op het plein aan de brug als de ochtendzon opduikt vanachter uw torens.

Liesbeth Vanderbeke
0 0

Verontrustende veronderstellingen

Er volgde een nieuwsflash.  Beiden lieten hun veronderstellingen varen. Hun ondertussen oppervlakkige stilte, maakte plaats voor bombastische paniek.  Amsterdam, verschillende aanslagen op het ondergrondse metronetwerk. Totale chaos.  "Neeneenee,..., Ties en Rinus zijn daar!" //// Moris Ik trok snel mijn pak aan, als ik nu vertrok, konden we nog samen koken. Vroeger was dit voor haar het summum van een gezellig gezin; haar 3 zonen in de keuken, zij die de tafel aankleedde -in de breedste zin van het woord- en papa die zijn befaamde sausjes bereidde. vroeger was precies 7 jaar geleden.  Onderweg merkte ik dat ik toch werk moest maken van die opleiding, de Triumph geraakte steeds moeilijker op gang. Als ik niet elke keer weer bij Roger wil aankloppen, zal ik de zaterdagen vanaf september moeten vrijhouden. De lucht zag roze. "Sinterklaas is koekskes aan het bakken", zou ze straks zeker vermelden. "Van generatie op generatie, dat zijn van die gezellige dingen die ge door moet geven." De rolluiken waren al naar beneden, het zal knus zijn binnen. "Ge zijt vroeg. Ik had toch gezegd dat ik mijne plan wel zou trekken? Ge moet uw eigen leven toch niet opzij zetten voor uw mama?" Dit was haar manier om te zeggen dat ze blij was om me te zien, maar ambetant om wat nooit weer kwam. "We gaan er een gezellige avond van maken" Ok, ik had meer zin om nog eens naar Gent te trekken, om er nog eens het nachtleven in te duiken, maar als oudste komt dat plichtbewuste toch regelmatig terug opduiken. "Komt ge koken?" Ze keek in mijn motortassen, ze keek er naar uit. Ik zou haar deze middag nog eens terugzenden in de tijd. De afwezigheid van papa, Ties en Rinus zou ik compenseren door een danske op tafel met haar. "Papa genoot daar altijd zo van" Ze wilde hem levend houden, liet hem nog altijd overal aan deelnemen, toch moest ze er mee stoppen. Maar vanavond mocht het, vanavond was het ok. "Zorgt gij voor de tafel? 'T worden mosselen." Haar lievelingskost, ze moest af en toe kunnen genieten, het leek alsof ze zonder leefde sinds toen. // "Het heeft gesmaakt, zet ge u nog efkes mee in de zetel?" Tv was voor haar de rode draad, een houvast waaraan met wasknijpers levensgebeurtenissen vastgepind werden. Een waslijn die ervoor zorgde dat alles uiteindelijk terug fris en luchtig aanvoelde. Dat alles terug dragelijk werd.  Alleen vandaag zorgde die tv voor zwaarte. //// Jeanne Ik zet nog wat theelichtjes klaar. Hij genoot daar altijd zo van. Voor Moris vertegenwoordigen theelichtjes geborgenheid, ze geven hem houvast. Hij zou achter een uurtje wel hier zijn als zijn motor het onderweg niet weer begaf. Het herkenbare geklop op de rolluiken. Moris is daar. "Ge zijt vroeg. Ik had toch gezegd dat ik mijne plan wel zou trekken? Ge moet uw eigen leven toch niet opzij zetten voor uw mama?" Hij zou beter op zoek gaan naar een vriendin. Ik wil mijn kleinkinderen nog zien opgroeien. Het tij mag nu toch stilletjes aan beginnen keren. "We gaan er een gezellige avond van maken" Ik zal seffens Irma toch maar sms'en. Jammer van dat avondje uit. Maar zijn motortassen zitten vol, hij komt koken, herinneringen ophalen. Nostalgie als rode draad. Als mama moet je dan mee in die nostalgie, zonen moeten gesoigneerd worden. "Papa genoot daar altijd zo van" "Zorgt gij voor de tafel? 'T worden mosselen." Ok, Jeanne, hij komt voor "het totaalpakket mama", 't is uwe zoon, hij heeft u vanavond nodig...  // "Het heeft gesmaakt, zet ge u nog efkes mee in de zetel?" Ik kan hem toch nu nog niet naar huis sturen... //// Er volgde een nieuwsflash. 

M A R T H E
0 0

Griet Op de Beeck

Het is zover, Griet Op de Beeck is van mij. Laatst op de boekenbeurs heb ik haar veroverd. Geen oeverloos het hof maken of diepzinnige gesprekken. Gewoon betaald. Net als honderden anderen, zo blijkt achteraf.  Toegegeven, de eerste euforie vervaagde al gauw. Wederzijds tijdsgebrek dreef ons uiteen en we zagen elkaar amper. Daarom heb ik besloten om er binnenkort opnieuw voluit voor te gaan. De week tussen Kerst en Nieuw neem ik vrij en dan krijgt ze, tussen alle familiefeesten door, mijn volledige aandacht. Dan kruip ik gezellig met haar in bed, lekker warm tussen de flanellen lakens. Vervolgens doof ik alle lichten behalve het nachtlampje aan mijn kant van het bed. Ik wil haar uiteraard nog van top tot teen kunnen bekijken. Mogelijk zal mijn echtgenote hiertegen wel bezwaar maken, zij heeft immers nood aan een goede nachtrust nu ze voor de tweede maal zwanger is. Slapen met veel licht in de kamer is erg storend. De gentleman in mij zal dan niet aarzelen om het licht te dimmen tot de gewenste sterkte en uiteraard beloof ik mijn vrouw dat ze van ons geen last zal hebben. Dan pak ik haar vast, terwijl mijn ogen haar buitenkant bestuderen. Bleker dan ik had verwacht. Ik laat mijn hand over haar zachte rug glijden en span mijn vingers alsof het klauwen zijn waarmee ik haar tot mijn prooi maak. Heel voorzichtig sla ik haar dan eindelijk open. Met mijn neus dicht tegen haar, raak ik bedwelmd door de geur van verwachting en helaas ook synthetische kleurstoffen. Ik richt me op en fluister voldaan: "Kom hier, Griet Op de Beeck. Kom hier dat ik u lees."

Adam Noah
0 0

Verandering 2: Noodzaak

Jij ziet mij niet. Ha. Dat zou ook moeilijk zijn. Zelfs als het mogelijk was, terwijl ik dit schreef, kon je toch niet de persoon zien die de woorden op het toetsenbord tikt. Want. Dat is een vrouw. Oud zou ik zeggen, zonder enige aarzeling, minstens zeventig (en – je zal me op mijn woord moeten geloven - dat ben ik niet). Ze draagt een donkergrijze joggingbroek, waarvan de band over haar buik spant. Haar borsten hangen op een melancholische manier in een bloes met een onherkenbare kleur. Er hangen grijze slierten voor haar gezicht, dat is pafferig en vaal, alsof het al weken niet meer is gelucht. Als ze schrijft, drinkt ze pakken rode wijn en ze rookt ononderbroken filterloze sigaretten. Misschien dat ze af en toe iets sterkers door haar aderen jaagt. Nu en dan verdwijnt ze, knorrig en snuivend, en keert met een gelouterd voorhoofd terug . Ze woont, zegt ze, in een kraakpand en nu en dan spreekt ze met de valse maniertjes die ze heeft overgehouden aan een kortstondig bestaan als baanprostituee. Voor een shot pijpte ze je op de parking van een supermarkt, achter een container. Maar dat doet ze nu niet meer. Nu schrijft ze, ’s nachts, in mijn woonkamer, op een oude schrijfmachine. Waar ze die vandaan heeft gehaald, is me een raadsel. Waarom ze mijn woonkamer heeft uitgekozen al evenzeer. Op een ochtend was ze er. Ze vroeg beleefd waar de badkamer was. Ik toonde ze haar, en ook het aparte toilet en de fietsenstallingen. Een paar dagen later was er dus de schrijfmachine. Ik heb een vermoeden dat de schrijvende vrouw hier niet voor mij is, maar voor de kamer en de schrijfmachine, ik heb er helemaal niets mee te maken. ‘s Nachts drijft er dikke sigarettenrook onder het plafond, dat daardoor lager lijkt, de kamer stinkt naar zweet en zure scheten, ik hoor de hele nacht door het ritmische getik en het belletje van de wagen die tegen de marge wordt gesmakt. Nu en dan gromt ze iets onverstaanbaars door de kamer, of ze vloekt als een beschonken matroos. Ikzelf schrijf niet. Nee nee. Veel liever lees ik. En ik ruik fris, naar Engelse rozen.  

Jools
0 0

moed

Ooit zou dit plein mijn thuis worden, mijn warme jas, mijn haven, mijn geliefde, mijn vergeten. Nu verstonk de gelige waas van schrale diesel mijn longen. De té harde woorden en het geduw en getrek maakten me klein. Hier was ik onzichtbaar, eindelijk! Dagen en nachten was hij tekeer gegaan. Nee, dit was geen roepen meer maar een constant keihard geloei. Geen moment rust. Mijn kop  beurs  door het  gehamer van steeds dezelfde zinnen.   " Ze moet terugkomen,  hier moet ze zijn en jij moet daar voor zorgen, jij moet je verantwoordelijkheid nemen!" Tot zijn laatste woorden: " Je moet ze vinden, je moet ze terugbrengen. Je komt hier anders niet meer binnen. " De volgende ochtend stond ik op een onbekend plein in een benauwde stad. Alles wees erop dat ik haar hier zou kunnen vinden. Ze was verdwenen, weg. Niet van de ene dag op de andere. Maar met kleine beetjes. De tijdschriften die ze begon te lezen. De pakjes die de post leverde. Zelfs in haar taal begon de stad door te klinken. Tot ze er op een middag niet meer was.  Ze was weg, verdwenen. Straten en buurten waren in het begin zo vreemd. Ik sliep waar er plaats was.  Eten was overal te vinden. Wat goed is voor de duiven en ratten, was goed genoeg voor mij.  Ik sprak mensen aan en vroeg of ze haar kenden. "Meiske toch," zei een oudere mevrouw " dr zitte dr iere azo duusd." Een vreemd antwoord dat ik toen niet begreep.  Het leven was eenvoudig en langzaam begon ik te vergeten waarom ik hier eigenlijk was. De deuren naar wat ooit thuis was waren dicht. Alleen door haar te vinden en terug te brengen zouden ze weer open gaan.  De stad leerde mij kennen en wat meer was, ze accepteerde mij.  De muren herkenden mijn stappen en op een dag hoorde ik mezelf lachen.  Tot ik  op een van mijn tochten overwacht  in de onderbuik terecht kwam. In deze buurt werd het menselijk wrakhout gedumpt.  Een leven van zerpe wijn, goedkoop vreten en neon-liefde. En toen zag ik haar. Eerst realiseerde ik het me niet. Alsof je een bekend gezicht ziet waar je het niet verwacht. Daar zat ze, uitgekotst. Ik deed een paar stappen naar haar toe. Ze wees naar me en zei  " jij moet…"  De rest hoorde ik niet meer. Het woord "moet" was in mijn keel geslagen als gal.  Ik had al te veel gemoeten in mijn leven.  Ik stapte verder. Het plein wachtte.  Ik was op weg naar huis.

anne cockaerts
0 0

AFSCHEID

Afscheid                                                                                November 2004   Mechelen statie, maandagavond, 22 november 2004.                                                                        Met een luide snok worden de wagons ontkoppeld. De trein Leuven- Mechelen is nu opgesplitst: de voorste wagons rijden naar Antwerpen, de achterste naar Sint Niklaas. De jonge Oostblokker met het baseball petje komt me nogmaals vragen: ” Antwerrrrrpen yes???” “Yes, yes” knik ik hem geruststellend toe. Hij tikt opgelucht tegen zijn pet en gaat terug naar zijn vader waar zij hun, voor mij onverstaanbare conversatie, voortzetten. Mijn blik glijdt naar buiten, het lijkt me koud daar, een typische november avond. Op het donkere perron, op één van de lege banken, zit een jong stel romantisch te tortelen. Op mijn gezicht vormt zich een warme glimlach terwijl ik hen, als een stiekeme voyeur, begluur. Het meisje nestelt zich op de schoot van haar vriend en buigt haar hoofd in een tedere kus. Speels grijpt de jonge man haar handen en duwt haar van zich af en al snel ontstaat er een sensuele worstelpartij zoals alleen bij verliefden kan. De hele wereld mag hun geluk aanschouwen. Zij hebben die gekende rebellie over zich, dat superieur gevoel van uniek te zijn, overtuigd van een samenhorigheid die eeuwig zal standhouden. Een gevoel dat je enkel hebt als de endorfine van een nieuwe liefde door je lijf raast. Een gevoel dat nooit blijft duren.   Zullen zij er zijn voor elkaar, binnen veertig jaar? Zal hij aan haar sterfbed zitten, met een blik die dezelfde warmte uitstraalt als vandaag? Zal hij haar mond verfrissen met gemalen ijs in het tedere schenken van een laatste stukje comfort? Haar handen af en toe verfrissen? De dekens herschikken? Bij haar blijven in die laatste nachten tot het tijd is om afscheid te nemen van dit leven? Of zullen zij die overgang alleen moeten maken, beroofd van hun illusies, in volledige afhankelijkheid en verzorging van een buitenstaander. Ik slik mijn tranen weg. De trein zet zich met een schok in gang en versnelt zijn vaart. We rijden de nacht in en opgeslokt door die duisternis dwalen mijn gedachten af naar de gebeurtenissen van die dag. ... “Sofieke !!! Yoehoe !!!” Ik draai me om en zie mijn elegant vriendinneke zwaaien met haar paraplu. “Yolanda!” Roep ik opgetogen, en rep me op een drafje naar haar toe om af te remmen met een frisse duik, in een onstuimige omhelzing. Ik ruik haar heerlijke parfum en hou haar een eindje van me af. “Je ziet er weer super uit, Joke, hoe doe je dat toch altijd?” Ze ziet er inderdaad stralend uit, met haar negenzestig lentes… Terwijl deze laatste dagen toch erg zwaar moeten geweest zijn. “Hoe is het met haar, Jo?” We wandelen snel het station van Leuven uit, geen oog voor de nieuwste verfraaiingen en haasten ons naar de Busterminal. “Niet zo best, Schatteke, eerlijk gezegd, helemaal niet goed, het is nu een kwestie van dagen.” Ik trek mijn gezicht in een vastberaden frons :”Dan is het goed dat ik vandaag gekomen ben, elke dag telt nu.” Joke bekijkt me, zoekt naar woorden, en wordt gered door onze bus die aan komt rijden. In de bus tracht ik mijn opkomende misselijkheid weg te slikken, wat heb ik een hekel aan dat duwen, trekken en zigzaggen… Bah. Joke vertelt: “De laatste dagen zijn supersnel gegaan, lieve. Weet je nog dat we vijf weken geleden je veertigste verjaardag vierden in dat Griekse Restaurantje op de Paardemarkt? Wel toen zagen we al wel dat ons Liesje wat snel moe was hé. Ze at haar bord niet leeg en leek naar het einde van de avond toe uitgeput.” Ik knikte.   Joke had me toevertrouwd dat er bij Liesje kanker was vastgesteld aan de Niemand mocht het weten. Liesbeth was een belangrijke zakenvrouw in het Leuvense en nieuws als dit zou een ramp zijn voor het Imperium dat ze van haar Catering bedrijf gemaakt had. Haar zaak was haar leven, een opbouw van meer dan veertig jaar in een wereld die op dat niveau, nog steeds door mannen geregeerd werd. Eén vonk van dit nieuws zou heel die opbouw waardeloos maken, klaar voor een troepje hyena’s die alles voor een appel en ei zouden opkopen. Het was Liesbeth’s wens dit te vermijden. Een wens met vele gevolgen.   Ze veroordeelde zichzelf tot de eenzaamheid van het niet- afscheid kunnen nemen. Ze was verplicht het spel van de dagelijkse routine tot de laatste snik uit te spelen. Een hypocriet stukje theater dat dwars lag met mijn instelling van absolute openheid. Maar ik hou van mijn vriendin. En ik respecteerde haar wens hierin en speelde het spel mee. Officieel wist ik nergens van. Joke had de belofte tot zwijgen uiteindelijk moeten verbreken, ook zij moest als gevoelig mens een kanaal creëren om haar verdriet te kunnen draineren, en ik had de eer dat kanaal te mogen zijn. Ze belde me regelmatig met nieuws en we organiseerden tal van ‘toevallige’ ontmoetingen en grepen elk excuus aan om de bloemetjes buiten te zetten en te gaan feesten. En Liesbeth…Liesje ging met een laatste levenshonger gretig in op al die ‘spontane’ afspraakjes. In haar wijsheid moet zij geweten hebben wat er gaande was. Onze gretigheid voor elk moment was te groot. Mijn gekende knuffelwoede overdreven. Onze blikken te intens. Maar er werd nooit over gesproken. Dat was haar wens, en ik leerde een respect krijgen voor dat anders zijn, het was immers Wie Zij Was. Alhoewel ik er helemaal niet mee eens was.     Onze vriendschap overbrugde de generatiekloof tussen ons moeiteloos. Ik amuseerde me te pletter met mijn 65-plussers, die ik had leren kennen op een georganiseerde reis in Corsica. De organisatoren hadden een rally dwars door Corsica uitgestippeld en op één of andere manier kozen Joke en Liesje mij uit als hun reisgenoot op deze trip. En ik zei geen neen… Het was een veel te mooi excuus om rond te rijden in een prachtige gele Peugeot 306 cabrio, met dan nog het elegante gevoel dat ik de ‘dames’ er een dienst mee bewees. De mannen in onze groep stoven weg terwijl wij nog aan het sleutelen waren aan de knopjes van het elektrische dak, en na wat geklungel en gegiechel vertrokken we ‘al wandelend’ door het prachtige Corsica. De ‘Eerste Prijs’ kon ons gestolen worden. We genoten van de prachtige natuur, de everzwijnen die los over de weg liepen (en vaak geen zin hadden om een pasje op zij te zetten voor enkele dames in een geel blitsend autoke), de herders die met hun kudde geitjes klingelend over het landschap kuierden, de prachtige kloven met hun azuurblauwe meren… te veel op allemaal te bevatten. We stopten bij elk mooi plekje en maakten uitgebreid foto’s terwijl we verrukte kreten slaakten in ontembare bewondering voor al dat moois. Corsica is ruw, mooi, ongerept wild, mysterieus en soms passioneel woedend. Tegen de middag aan waren we al hopeloos verdwaald, gelukkig zaten we op een Eiland, dus echt mis kon het niet lopen. Na wat zoeken zagen we op een afgelegen parking onze reisleider, eveneens hopeloos verdwaald (iets wat hij nooit heeft willen toegeven, neen hij wilde :”De spanning van het spel bewaren..!?”) Nadat die Oen ons dan ook nog het verkeerde uur had ingefluisterd op de eindafspraak, vertrokken we opnieuw in de door hem aangeduide (foute) richting, om verder hopeloos te verdwalen. Maar! We zagen wél de prachtigste dingen, én dat, zo verzekerden we elkaar, zouden die haastige rallyrijders ons toch niet kunnen nadoen. We aten op ons gemak in een landelijke taverne met een horde gevaarlijk uitziende half wilde honden, die vol littekens stonden van het vechten. Ik ben altijd al een ‘hondenmens’ geweest en miste mijn lieve Milou ( die ik even in België had moeten achterlaten) dus was het vanzelfsprekend dat ik na enkele minuten uitgelaten lag te knuffelvechten met een grote witte bullterïer. Het strenge, verweerde gezicht van de waard transformeerde zich tot een fontein van lachrimpeltjes en met een forse glimlach om zijn tandloze mond, serveerde hij ons onze lunch. We aten het zwijnenvlees dat we eerder op de weg hadden zien paraderen( de varkens waren gemeenschappelijk bezit van de eilandbewoners) en dronken kruidige Corsicaanse wijn. Ik voelde me thuis op dit ruwe eiland, met zijn ruig volk dat op een eigen wijze rebelleerde tegen die gemene Franse bezetting die nu al zo lang standhield. Joke en Liesje genoten… De dagdagelijkse stress van hun drukke bestaan viel weg en ze legden hun lot volledig in mijn handen, zonder enige twijfel dat ik hen veilig op de eindbestemming zou brengen. Het werd tijd om verder te gaan. Met een waardeloos giechelende kaartlezer (Joke) en een Liesje met de slappe lach, zag ik me verplicht te rijden én kaart te lezen tegelijkertijd… De twee dames kwàmen er niet meer uit toen ze mijn pogingen aanschouwden: Telkens ik de berg op wou, weg van de zee, reden we op één of andere manier naar beneden, richting water, en wanneer ik naar zee wou, naar beneden, klommen we bocht na bocht naar boven… Hopeloos!!! Enfin, tot slot kwamen we toch op onze eindbestemming, ik al rijdend met de kaart op mijn schoot, Joke en Liesje nog nahikkend van hun slappe lach. Om geconfronteerd te worden met een bus vol chagrijnige medereizigers die al anderhalf uur op ons wachtten. De locale Franse gidsen schoten in hun befaamde nationale colère en sleurden ons hardhandig uit de auto. En wanneer die Paterachtige Oen van een Belgische reisleider ons nog wat belachelijk maakte terwijl we op de bus stapten, was voor mij de maat vol en schoot ik in MIJN inheemse colère. Ik vertelde het gezelschap ongezouten dat onze ‘bekwame’ Gids blijkbaar moeite had om Franse cijfers te vertalen naar het Nederlands. Er was ons een ander uur gemeld. Basta! De reisleider stotterde, de bus grinnikte en een vriendschap was vereeuwigd… De rest van de vakantie trokken we samen op en beleefden we ontelbare mooie momenten, momenten om jarenlang uit te knauwen…     Op een bepaald moment in je leven is leeftijd absoluut onbelangrijk, het is de jeugdigheid van de geest die lotgenoten opzoekt. En we hebben in die veel te korte jaren van intense vriendschap wat afgelachen hoor…eindelijk had ik eens vriendinnen die niet in vernietigende rivaliteit, gehaaid zaten te wachten om me weg te duwen wanneer ze nog maar dachten dat ik schaduw zou kunnen werpen op hun eigenheid. Uiterlijkheden waren geen competitie, enkel aanmoedigend en steeds opbouwend. Zeldzaam, en heerlijk…   Toch was ik me bewust dat die enkele decennia jonger me op andere vlakken minder rechten gaven. Zo was er de kwestie van Gerda, Liesbeth’s dochter, die net zo oud was als ik, en met wie ze al jaren in onmin leefde, ook daar wist ik officieel niets van af, er werd nooit over gepraat. Het maakte Yolande’s pleidooien enkel stugger: vol vuur en volharding trachtte ze Liesbeth er van te overtuigen deze laatste maanden nog te gebruiken voor een heilzame verzoening. Ik was haar stille supporter. Hoe kon een vrouw, die me zo omarmde met haar warme vriendschap, zich zo genadeloos opstellen tegenover mijn onbekende leeftijdsgenote? Liesbeth bleef koppig weigeren. Emoties waren er om verdrongen te worden. De afstomping van vele jaren geld vergaren…   De stadsbus vervolgt zijn weg door de prachtige straten van Joke’s geliefde Leuven. “Weet je wel zeker of ik welkom zal zijn Jo?” vraag ik onzeker “Liesje was duidelijk in haar wens, géén bezoek…” Joke legt haar gehandschoende hand in een warm en elegant gebaar op mijn been en knijpt even. “Jij bent toch niet zo maar iemand… ze gaat héél blij zijn.” Ik slik. “In het slechtste geval blijf ik maar tien minuten, maar ik moet het toch proberen niet, het is de laatste kans om haar nog te zien…” Joke knikt me bemoedigend toe. “Oei, we zijn er lieverd, dit is onze halte, kijk dat grijs gebouw is Gasthuisberg.” Ik stap uit en houdt me duizelig even vast aan mijn oudere vriendin die kwiek voortstapt… die verdomde bus! “Wacht even Jo, ik wil nog bloemen kopen voor haar.” Yolande schudt afkeurend haar hoofd, ze weet dat ik het financieel niet al te breed heb. “OK, er is een bloemenwinkel hier vlakbij, kijk we zijn er al, koop iets klein Sophieke, haar kamer staat al vol bloemen en ach, het is allemaal zo vergankelijk.” “Het is het laatste dat ik haar iets kan schenken Jo, laat me nu maar”. In de winkel vraagt de eigenaar tot mijn verbazing onmiddellijk naar de toestand van Liesje. Leuven volgt het wel en wee van zijn grote figuren, het is een warme gemeenschap.   In het Ziekenhuis moeten we acht hoog. Yolande klampt zich aan me vast en knijpt mijn arm haast blauw. In haar anders zo guitige blik lees ik nu razende paniek: Haar claustrofobie! Jeezes, dat moet een marteling voor haar zijn, elke dag opnieuw! Normaal gezien neemt ze nooit een lift, maar Acht verdiepingen? Arme Jo... De liftdeuren gaan open. Jo laat me los uit haar wurggreep en opgelucht wipt ze als een jonge hinde naar de veilige overkant. Op onze tippen lopen we door de gang. Dit is de afdeling Palliatieven van Gasthuisberg. De inkom van de afdeling is versierd met groene kunsttakken en gekleurde bloemen. Alles kan en mag hier. Het oude en ongezellige gebouw is met allerlei middelen omgetoverd tot een warm, knus en huiselijk oord waar de patiënt en zijn familie zich kunnen thuis voelen, zonder zich te moeten bekommeren over al te veel praktische beslommeringen. Zo is er een kleine keuken waar zowel het personeel als het bezoek gebruik mag van maken, er staat steeds koffie klaar en de ijskast is gevuld met de favoriete hapjes van de patiënten. Er is een kleine lounge waar men wat kan mijmeren, rusten, bidden, schrijven, muziek beluisteren… Alles ademt een sfeer uit van sereniteit en respect.     Op het einde van de gang bevindt zich Liesje’s kamer. Aan de deur kleeft een briefje:”Niet meer dan tien minuten bezoek aub”. Verschrikt kijk ik naar Yolande, was het wel gepast om…Zachtjes duwt Yolande me de kleine kamer in, en dan zie ik ons Liesje…   Het beeld treft me niet echt. Ik WEET wat kanker kan doen aan het menselijke lichaam. Enkele jaren geleden stierf mijn vader aan diezelfde, vreselijke ziekte. Op zes weken tijd teerde de kanker zijn krachtige lichaam volledig uit. We beseften nauwelijks wat ons overkwam, ons gezin overleefde de gevolgen van die destructie niet. Zonder het fundament van Vader’s liefde brokkelde het wezenloos uit mekaar.   Ik ben dus niet verbaasd te zien hoe Liesje is getransformeerd tot een fragiel oud vrouwke op enkele weken tijd, haar fiere elegante gestalte weggesmolten tot een mager lichaampje dat in absolute kwetsbaarheid opgerold ligt te slapen. Haar keurig ‘Chignon’, hét handelsmerk van haar zaak als ‘Madameke Van Ro” is uitgedund tot enkele slierten haar, nog steeds keurig bijeengebonden. De vele lijnen die nu zichtbaar geworden zijn op haar lieve gezicht, verraden haar stille strijd. En nu begrijp ik haar. Haar hele leven lang heeft ze een sterk imago opgebouwd . Een felle zakenvrouw in een harde mannenwereld. Geen tijd om zwak te zijn, geen tijd om emoties te uiten, geen tijd om moeder te wezen… Werken, werken, werken en NOOIT toestaan dat de wereld die andere, kwetsbare kant van je aanschouwt, ook niet op deze laatste dagen. Zéker niet op deze laatste dagen. En ik besefte hoe bevoorrecht ik hierin geweest ben. Onze unieke vriendschapsband was een oase van rust voor Liesje. Een tuin van Eden waar ze even kon zijn wie ze ook was: Een lieve vrouw met een geweldig gevoel voor humor. Onze uitjes waren vast een verademing voor haar in hun eenvoud. Zowel Yoke als ikzelf hadden NIETS van haar nodig, we gaven haar wat we zelf terugvorderden: onbaatzuchtige vriendschap.   Joke biedt me een stoel aan. We schuiven ons dicht tegen het bed en genieten van deze laatste uren samen. Mijn ogen verslinden elk detail van die slapende gestalte in dat witte ziekenhuisbed. Dit is de laatste keer dat ik haar kan aanschouwen, en ik wil haar beeld op mijn netvlies griffen, en elke lijn in haar gezicht onthouden… Haar slanke handen, ringenloos maar nog steeds elegant, die ontspannen rusten op de smetteloos witte lakens. Haar versleten polsbandhorloge, dat aan een schakel van haar ‘Papegaai’ bengelt, en vooral: haar rustige ademhaling en de sereniteit waar mee ze dit lot aanvaard. Joke en ik voeren een fluisterend gesprek en vertellen elkaar verhalen, anekdotes, en de hardere realiteit van de afgelopen weken.   De ruzie met haar dochter Gerda is Godzijdank bijgelegd. Gerda zal de zaak overnemen, iets wat niet zo eenvoudig is, er is zo veel tijd verloren en van enige voorbereiding is geen sprake meer. Gerda wordt in het water geworpen zonder zwemvest. Het is erop of eronder, zwemmen of verzuipen. Liesje heeft, in haar koppigheid, de tijd maar laten voortkabbelen en op die manier haar einde niet grondig voorbereid, althans, toch niet voor haar dochter. Enkel tegen Yolande heeft ze op een rustig moment bekend dat ze met deze uiteindelijke verzoening nog een jaartje verder had willen genieten van de vernieuwde band met haar dochter. ‘De Meester’, Liesjes vervreemde wederhelft, speelt zijn eigen rol in dit drama. De jaren van vervreemding kunnen deze laatste dagen niet ongedaan gemaakt worden. Zij hebben een vreemd soort van Relatie, die twee… Ze leven al decennia lang elk hun eigen leven, Liesje als een bezetene in haar zaakje, en ‘De Meester’, een vroeg gepensioneerd schoolhoofd, als welgestelde rentenier. Liesje reed rond in een aftands klein bestelwagentje, zuinig en makkelijk om al de ‘marchandise’ in op te laden. De meester rijdt in een Mercedes of Landrover, afhankelijk van zijn plannen, en geniet van de uitgestrektheid van hun Privé bossen, waar hij het wildbestand beheert en de dagen al kuierend ziet voorbijglijden. Toch is er een wederzijdse sterke band, en Liesje schijnt zijn ‘magere’ aanwezigheid niet als teleurstellend aan te voelen. Ze steunt op de aanwezigheid van Yolanda en Erika, haar twee vriendinnen die elkaar aflossen en haar bijstaan in deze laatste dagen. Een zware taak voor de twee vrouwen, die niet piepjong meer zijn en hun ‘wake’ moeten combineren met een nog steeds professioneel druk bestaan. De Meester komt, op zijn beurt, sporadisch binnengevallen, als een nerveuze wervelwind, niet opgewassen tegen de beklemmende stilte van een stervende mens. De talloze faciliteiten van de Palliatieve Dienst blijven ongebruikt. De Meester is te fel gehecht aan zijn eigen dagelijkse noden, Gerda kan haar zelfstandig opgebouwd leventje niet zo maar afbouwen, ze heeft haar verplichtingen en de plotse omwenteling in haar leven brengt héél wat geloop met zich mee. Yolanda is haar baken. Een ode van wat vriendschap tussen vrouwen kàn betekenen.   Ik verplicht me even mijn blik los te koppelen en kijk de kamer rond. De talrijke bloemen met hoopvolle boodschappen vertellen me dat niemand de ernst van de situatie kent. Wat me opvalt, is dat haast iedereen hetzelfde boeket heeft uitgekozen: Witte rozen en Lelies… Hoop en Verfijning. Liesje beweegt… Ze kreunt even, rekt zich als een jong poesje en opent haar ogen. Die blik! Zo vertrouwd. In haar magere gezicht stralen die blauwe kijkers van haar nog dezelfde kracht uit, met een contrasterende helderheid in dat gehavende lichaam. “Sophieke…” Fluistert ze verrast. “Dat is nog al eens een verassing hé mateke”, snikt Joke ontroerd. “ Ik heb naar ons Sophie getelefoneerd en kon ze niet meer tegenhouden, ze wilde je komen bezoeken, fijn hm?” Ik sta recht en buig me naar het bed. “Ben je blij, Liesje? Ik bedoel, vind je het ok dat ik hier ben, ik wil je niet storen maar ik kon het niet…” “Natuurlijk ben ik blij… natuurlijk, kom hier” haar stem kraakt verzwakt maar haar omhelzing en verwelkoming zijn nog met een oude kracht die me verbaasd. Yoke begint op een stille toon het hele verhaal van mijn onaangekondigd bezoek af te ratelen maar Liesje zakt terug weg in een slaap-droom-toestand die voor haar beslist pijnloos en noodzakelijk is. Een loden last valt me van de schouders, pffff, ze is blij me te zien, ik kan hier stillekes blijven zitten, ik ben welkom. Opgelucht luister ik verder naar Jokes gefluisterde verhalen. Liesje blijft verder sluimeren in die droom-waak-toestand, met af en toe korte momenten van glasheldere realiteit waarin we elkaar intens bekijken en Yolande haar een brokje gemalen ijs aanbiedt, als snoepje voor haar verdroogde mond. De avond valt in de kleine kamer.   Een zware stap davert in het gebouw, een beleefde groet weergalmt in de anders zo stille gang: De Meester is op komst. Joke zucht geërgerd: “Kan die man nou niet gewoon stil zijn?” fluistert ze. Een geblokte, stevig gebouwde zeventiger doet zijn intrede. De Meester blaakt van gezondheid, zijn frisse kaken onthullen de vele uren in de open natuur. Het gedisciplineerde kapsel in combinatie met een vlekkeloos geruit kostuum zijn nog een duidelijke erfenis uit de strakke schoolmeestertijd. In zijn grote handen draagt hij een plastiek tasje met een Fles …Champagne! Champagne? Joke volgt mijn vragende blik:” Een kleine wens van Liesje, ze wilt de intraveneuze voeding afgesloten, maar wil nog een glas heffen om de verzoening met Gerda te vieren.” “En, hoe is de situatie vandaag?” buldert de meester met luide stem, me met een achterdochtige blik vorsend. Ik reik hem mijn hand. “Sophie Selleslaghs, mijnheer, ik ontmoette U twee jaar geleden bij U thuis.” Een verbaasde blik van herkenning. “Natuurlijk, Sophieke, je haar ziet er wat anders uit,...goed dat je gekomen bent…” “Helemaal vanuit Kalmthout met de trein” vult Joke aan. De Meester knikt kort en wendt zich tot het ziektebed:”Mijn God wat is ze achteruitgegaan sinds gisteren” oordeelt hij onelegant, hij houdt het boodschappentasje voor zich uit, “dit zal niet meer kunnen, ik zal het maar terug mee…” “Geen sprake van”, sist Joke onverwacht heftig, en ze grist de fles uit de handen van de verbouwereerde man. “Dat zal nog prima lukken” en met een kordaat gebaar plaatst ze de fles in de kleine koelkast. “Kom Sophieke, we gaan nog wat ijs malen in de keuken” Gewekt door al het tumult, opent Liesje haar ogen en schenkt haar wederhelft een liefdevolle glimlach. Joke graait me bij de arm en duwt me naar buiten. “Ach die man, als het niet voor haar was dan zou ik hem…” Ik kijk mijn vriendin begrijpend aan, ook ik ben gechoqueerd bij het aanschouwen van zulk een kil gedrag. En toch… Liesje is blijkbaar écht wel blij met zijn wervelende aanwezigheid. Blijkbaar hebben zij een evenwicht in hun relatie gecreëerd waar Joke en ikzelf, als vastgeroeste singles, niet bij kunnen. In de keuken malen we nog wat ijs, en bekijken de accommodatie van deze bijzondere dienst. “Mijn Pa is nooit uit de dienst ‘Hart en Bloedvaten’ geraakt, het ging allemaal zo snel.” Joke leunt tegen het aanrecht en luistert. “Mama bleef de laatste weken bij hem kamperen, op een uitklapbaar veldbeddeke, ze liet hem geen minuut meer alleen, die twee zagen mekaar zo graag Joke, het verplegend personeel was aangedaan door het aanschouwen van zo veel liefde, nu begrijp ik meer waarom, blijkbaar kan het ook anders.” Nadenkend vervolg ik, “Neen, Jo, liever alleen dan met zulk een partner, stel je voor dat je die teleurstelling dan nog moet verwerken, zo op het laatste van je leven”. Joke knikt instemmend. “En toch is ze blij dat ze hem ziet, gek hé” frons ik. “Ja, kindje, daar kan ik ook niet helemaal bij, die twee leven al zoveel jaren hun eigen leven, dat is voor ons zo een vreemde wereld hm.” Ik grijp haar bij de schouder en omhels haar warm: “Ik ben zo blij dat ze jou heeft, Jo, je bent een goede vriendin hoor, de beste!” “Ach lieverd, dat is toch normaal.” Joke snuft een beetje ontroerd en trippelt terug op haar tenen door de gang naar Liesjes’kamer. “Zo! Zijn jullie daar weer!” buldert de meester. Liesje zit glimlachend en klaarwakker recht in haar ziekenhuis bed. En terwijl de meester Joke opeist om wat praktische zaken te bespreken, besef ik dat dit een goed moment is om afscheid te nemen...   Ik buig me naar Liesje en kruip even in een warme omhelzing tegen haar aan. Haar armen drukken me stevig tegen haar vermoeide lichaam. Ook zij weet dat dit de laatste keer is dat we elkaar in deze wereld zullen treffen. “Ik zie je graag Liesje…” fluister ik met een hese snik in haar oor. Ze brengt haar lippen dicht tegen mijn oor, verstevigt haar greep en antwoordt: “Ik U ook, maar dat weet ge wel hé…”. Ik sluit mijn ogen en slik, en snuif nog even haar vertrouwde geur op. ’Neen Liesje’ denk ik vertederd ‘ Dat wist ik niet…’ We bekijken elkaar nog éénmaal indringend aan en dan draait ze me de rug toe, volledige geconcentreerd op een nieuw relaas van de meester,die zich op een stoel naast haar heeft geïnstalleerd met de nodige documenten. Ik ruk mijn ogen van dat laatste beeld en loop de kamer uit. Stille tranen druppen van mijn wangen. ’Huil nu maar meid’ spreek ik mezelf in gedachten toe. ‘Huil! Krop niet op! Maak niet diezelfde fout als met Papa… laat je emoties los! Laat los!!!’   Maar sterke vrouwen mogen niet huilen. En wanneer Joke in de gang komt en me met mijn tranen tegen de muur ziet aanleunen, smeekt ze me: “ Aub, Sophieke, huil niet, doe me dat niet aan, aub… ik moet nog even sterk zijn. En jou verdrietig zien zal me breken, toe…” Een verpleegster komt naar ons toe. “Ze heeft net afscheid genomen,” hoor, ik Joke zeggen met beverige stem “ het zal de laatste keer zijn hé…” De verpleegster kijkt ons begripvol aan en ik tracht me zo goed ik kan te beheersen… eens de emotionele sluis geopend is het moeilijk terug een dam op te trekken.   De daaropvolgende dagen bel ik elke avond met Joke. De toestand van Liesje verslechtert snel. Ik mag mezelf echt gelukkig prijzen met ons prachtige afscheid. Het is net op tijd geweest. Liesje heeft gevraagd de intraveneuze voeding af te sluiten en teert nu op haar dieet van kleine slokjes Champagne. Joke vertelt dat ze, de weinige momenten dat ze nog echt bij is, met beetjes van haar glas nipt terwijl ze goedkeurend haar duim omhoog steekt. Stijl tot het laatste moment.   Op woensdag 24 november sta ik rond zes uur half uitgekleed in een kleed cabine van het gemeentelijk zwembad, een metaalachtig geluid weerklinkt: mijn Gsm! “Hallo?” hijg ik geschrokken. Aan de andere kant van de lijn hoor ik hartverscheurend gesnik: “Sophieke, Joke hier”…”Om je te melden dat ons vriendinneke om twee uur deze middag gestorven is en…” Batterij plat. “Grrrrrrtverdorrrrrie” Vloek ik luidop. Waarom had ik dat nu beter nagekeken? Ik gooi het toestel met een venijnige zwier in mijn zwemtas en begin me als een gek terug aan te kleden. Mijn mateke heeft me nodig en ze kan me niet bereiken! ‘Die toestellen werken ook nooit als je ze nodig hebt’ bedenk ik razend terwijl ik het zwembad uitsnel, een stomverbaasde kassierster voorbij ren en in mijn auto wegscheur. Thuis gekomen haast ik me naar mijn vast toestel en bel naar Yolanda. Het half uurtje wachten heeft haar gekalmeerd, maar ze klinkt volledig uitgedoofd: de waarheid is nog niet doorgedrongen. Ik luister naar het relaas van die laatste momenten en tracht haar te steunen in volledig besef dat ik de leegte die Liesje zal teweeg brengen, nooit zal kunnen opvullen. Ik kan alleen maar luisteren en er zijn voor haar, zoals zij er al die dagen is geweest voor Liesbeth, als een uniek goede vriendin.   Die avond stap ik, zoals altijd, met Milou nog even de nachtelijke koude in, voor een korte wandeling in mijn prachtige bos. Terwijl Milou rondsnuffelt, kijk ik naar donkere, bewolkte hemel. Geen sterren… Ik sluit mijn ogen en prevel een stil gebed: “Papa, waar je ook bent, help Liesje, begeleid haar. Je kent haar niet maar je zult haar herkennen in haar warmte en weten dat ze bijzonder voor me was. Sta klaar voor haar aan die andere kant, zodat ze geen moment eenzaam is,… ze is me zo dierbaar.” Ik open mijn ogen en zie een fonkelende hemel vol sterren.   Ik hoef niet verdrietig te zijn, alles is zoals het hoort. Een rauwe snik welt op vanuit mijn buik en de bevrijdende tranen stromen ongestoord over mijn gezicht.   “Goede Reis, Liesje, ik hou van je en zal je nooit vergeten.”   Carine  

Bosfee
0 0