Lezen

Houffalize

Alleen in een klein restaurantje De pizza heeft gesmaakt Geniet nog wat van het streekbier ’t Wordt zeker niet te laat Alles loopt zoals ik wil Zoals ik wil zijn Want niemand beheerst zoals ik De kunst om alleen te zijn   Iemand vraagt of hij bij me mag zitten En ik denk, ach ja, waarom niet Een Fransman uit de Vogezen Tewerkgesteld in dit gebied Vertelt dat hij weken van huis is De avonden bitter en saai De Spanjaarden die met hem werken Ze spreken een andere taal   Hij biedt nog een glas aan, ik weiger Maar Frans was nooit zo mijn ding En geen buitenlander begrijpt Dat je tripel niet met sloten drinkt Dus ik drink er nog eentje voor hem En hij praat zo vergeet hij de pijn Hij heeft duidelijk geen verstand Van de kunst om alleen te zijn   En ik geloof hem als hij zegt Dat ik hem iets doe Vous m’ avez craquée Ik weet niet wat het is Maar het klinkt wel goed En ik wil wel geloven Dat ik hem iets doe Vous m’ avez craquée Ik weet niet wat het is Maar het klinkt wel goed En ik zou het hem graag willen leren De kunst om alleen te zijn     Hij komt eindelijk waar hij naartoe wou Hij toont mij een foto als een talisman Zijn dochter is vier, zijn zoon anderhalf Zijn vrouw er vandoor met een andere man Wat moet ik hierop nog zeggen Ik zou graag een held willen zijn Maar ik heb niet meer te bieden Dan de kunst om alleen te zijn   Ik vraag hem niet eens hoe hij heet En we zien elkaar nooit meer terug Deze avond heeft echt iets betekend Maar ik ga altijd weer op de vlucht Hij praat wat met andere mensen Ik neem afscheid en verdwijn De kunst heeft alweer overwonnen De kunst om alleen te zijn   En ik loop door de nacht Maar het laat me niet los En ik vraag me soms af waar het eindigt Ik loop door de nacht Maar het laat me niet los En ik vraag me soms af waar het eindigt De kunst om alleen te zijn De kunst om alleen te zijn De kunst Om alleen Te zijn

Annemie Corens
8 0

Feest in de kroeg

Glazen vol bier of niet meer of nog half Op de tafels en stoelen die kraken Gelach aan de toog om een grap die dateert Uit de tijd dat de dieren nog spraken De rook hangt geduldig wat onder ’t plafond En de radio zingt elke keer De liedjes die elke bezoeker hier kent Want herkenbaar is goed voor de sfeer   Laat het bier maar komen Het is feest in de kroeg Laat ons alles vergeten En drinken tot morgenvroeg   In een hoek van ’t café zit een groepje apart Ze verkopen verstandige praat De wereld is rond God is dood enzovoort En de jeugd weet niet waar het om gaat Ge zijt beter met twee want alleen is alleen En met tweeën dan zijt ge met twee Da’s het slimste dat ik hier in jaren heb gehoord Die man schopt het nog tot premier   Laat het bier maar komen Het is feest in de kroeg Laat ons alles vergeten En drinken tot morgenvroeg   Er zit een man met een vrouw en het liefdesvuur brandt Met alle gevolgen van dien Na al dat gekus vindt hij ’t toch wat vervelend Dat iedereen hen zo kan zien De man vraagt haar of ze met hem mee wil gaan En zij moet daar even om lachen Ze zegt ik wil graag maar het zal nu niet gaan Want mijn man zit op eten te wachten   Laat het bier maar komen Het is feest in de kroeg Laat ons alles vergeten En drinken tot morgenvroeg   En ik zit hier alleen en ik kijk en ik luister En glimlach om dat wat ik zie En ik vraag me soms af wat het met me zou doen Als ik mee kon gaan in die magie In die wereld van drinken En nergens aan denken Van alles kan alles is goed Van jezelf te verliezen En niet moeten kiezen Want alles komt zoals het moet   Laat het bier maar komen Het is feest in de kroeg Laat ons alles vergeten En drinken tot morgenvroeg

Annemie Corens
21 1

kunstelend plooien wat dialoog wil

niet, het is niet, niet dat ik uweg, op stang, over de klingof zowil jagenmaar jagen, dat doe ik, na. iets, in de zin, tegenstelling met, niets. nee, simpel, ben ik, maar niet wanneer, nee,maar niet waarom, ben ik, moeilijk doe ik ooktoch ben ik, zo, gewoon, als. als bakstenen, nog verpakt, in plastic, dat ook nog,emotieloos, gekunsteld, toch ondoordacht, want soms regent het op hen, op me, en dan wekt daar, meestal binnen afzienbare afstand van een wekker, emotie, maar meestal dan, in de zin van, afzienbaar enkel toepasselijk, toepasbaar, of zegbaar over een periode, die dan ook nog niet lang dient te zijn, laten we de afstand betrekkelijk noemen, overbrugbaar op zijn minst mits, mits. hopelijk. als bakstenen dus, bakstenen, bakstenen die van geen huis weten, geven, geen thuis, welk woord dan ook heilig mag wezen, weet van houden niet wat aan te vangen met hem, dat is, ik, mij, mezelf, ziet u stiekem genot hier kent geen methode, geen reden tot verbergen, want mijn knedende handen die die bakstenen, tweemaal die, die bakstenen met liefde de oven instuwen, duwen en iets stapelen, om de bouw, het overzicht, uitzicht ervan, dan, aan een ander over te laten, het zou bijna durven zeggen, als een schilderij, leest u mij af, gebruik uw vinger om mij te volgen, en de vervalser, weet, weet ik, weet u, weet het altijd beter, is van een doorzicht, een inzicht voorzien, dat van handen een gebaar maakt, dat hem niet toebehoort, maar wel de ogen die zijn werk aanschouwen. slagen, dat willen, dat kan ik niet, het is niet, niet dat ik uweg, op stang, over de klingof zowil jagenmaar jagen, dat doe ik, na.

IT
0 0

Ledematenweegschaal

Tussen de wakke blaren plantte een trieste voet zich neer. De kuit rillend van inspanning. Een vochtige voet, hunkerend naar een handdoek en droge sokken.   In zijn armen de stukken van een zoon. Een zoon die hij nooit goed had gekend.   Als mensen beginnen schreeuwen en jij weet niet waarom.   Een tweede voet plantte zich neer, en twee knieën, geknikt door teveel aan volharding.   Doorheen de dikke flarden mist kon hij nauwelijks zien wat er in zijn handen lag.   Dat besef sijpelde koud door zijn ledematen.   Dagenlang al in deze bossen die hij dacht te kennen maar toch in verdwaalde.   Met zijn zoon in zijn handen, en zijn handen in zijn haar.   Afleiding is belangrijk, en de eerste dag had hij daar geen gebrek aan gehad. Zijn zoon had hem beschuldigd, met ogen vol angst, droog van paranoia, dat ze verdwaald waren door zijn schuld.   De jongen wist niet beter, hield de man zich toen voor. Hij heeft een grote mond, maar een klein hartje. En hij is zo snel moe.   Hij moet gedragen worden.   Paranoïde, droge ogen, het enige droge in deze vochtige vallei, hadden voor zijn afleiding gezorgd, en daar was hij nu dankbaar om, want afleiding is hetgeen een kostbaar goed zou worden.   Hij was meer dan een vader, hij was een man met trots in zijn leven, die macht had over anderen.    Hij beet op zijn kaken. Niet alleen omdat hij honger had, maar ook om die verdomde mist uit zijn mond te houden. Het gat van de tand die zijn zoon de eerste dag had uitgemept pikte als hij zijn mond opendeed.   Het is oorlog en we moeten vluchten of iedereen gaat eraan.   ‘Zie je wel,’ zou zijn wijlen moeder gezegd hebben moest ze niet jaren eerder in haar bed zijn gestorven. Met haar hoofd vol angst na een leven lang oorlog vrezen in vrede.   Maar nu was het zover. De aap in hem vluchtte terug naar waar ooit menselijkheid onstond miljoenen jaren geleden: de bossen. Maar dan in het verkeerde continent.   Zijn zoon woog terug even zwaar als toen hij drie jaar was. Zijn zoontje.   Hij kon niets zien in de witte massa voor hem, net als op skivakantie, en ook nu, kon hij elk ogenblik geen grond meer onder zijn voeten voelen. Geen zicht, geen smaak, enkel het ruisen van zijn adem door de mist, en het gevoel van zijn zoontje in zijn armen. Meer had hij nooit gewenst.    Zijn zoon was zwaar en oud geworden.   Zijn vrouw was zwaar en oud geworden.   Hij daarentegen, voelde zich hetzelfde, maar dan tussen oude mensen.   Zwaar, oud, en dood.   In de middeleeuwen zou hij gehandicapten en criminelen zijn tegengekomen in dit bos, maar nu enkel gestalten van geschaduwde bomen. Daar legde hij zijn zoon neer, die ooit zoveel kansen had gehad, maar nu een mens in stukken was.   Prachtig hoofd dat ooit naar hem had opgekeken, maar hem de laatste jaren had beledigd.   'Een tijdbom. Die jongen gaat nog eens ontploffen.'   Het hoofd moest vergaan maar het hart zou hij houden. Om hem te vergezellen door zijn tocht in de mist. Door het bos van de mensheid, op zoek naar resten goedheid.                      

Han Hartmoed
0 0