Lezen

Victoriaanse verleiding

Zij was nooit het meisje geweest dat zich zondermeer bij de geldende conventies kon neerleggen, wilde neerleggen. In haar eigen beleving was Sanderijn eigenzinnig, anderen zouden haar eerder karakteriseren als lichtzinnig, en zoals vaker in het leven ligt in dit geval de waarheid voorspelbaar in het midden. Aan juist deze karaktereigenschap is haar kledingkeuze voor deze avond toe te schrijven. Het fluweel, in meerdere lagen, accentueert door de meesterlijke schnitt, haar wulpse lichaam. De jurk was verre van goedkoop, overigens let wel, zij is niet gezet, wel vol, met weelderige, vrouwelijke vormen. Alsof een royale beeldhouwer zijn muze meer dan bescheiden heeft willen neerzetten. Toch heeft zij geen sokkel nodig om de aandacht te trekken. Niet alleen haar lijf, meer nog haar licht sprankelende persoonlijkheid vertoont een mesmeriserende werking. Een van haar heimelijke genoegens is het om het manvolk het hoofd op hol te brengen, vaak subtiel, soms gewoonweg op een meer vulgaire wijze. Op zulke momenten bevochtigt ze ongemerkt haar lippen met de volle rode wijn, met haar vingers tekent ze dan de contouren van haar mond na. Het gegist druivensap kleurt haar lippen diep rood, een metafoor, een belofte aan het mannelijk lid dat zich die avond gelukkig mag prijzen. Door de balzaal waaieren de klanken van de nieuwste schepping van maestro Debussy. Harmonieën die volledig langs haar heen gaan omdat zij angst heeft. Schrik dat zij op deze avond eens niet opgemerkt zal worden, er geen mannenhanden langs haar billen zullen glijden. En ook deze avond zal die angst weer ongegrond blijken, de vraag blijft echter wie de uitverkorene zal zijn.

Sonja Blondé
0 0

BOY GEORGE

Ik ving een bliek. Later leerde ik dat dit een bijnaam was voor de kolblei. Hij was ongeveer dertig centimeter lang en daarmee met voorsprong de grootste vis die ik ooit gevangen had. Ik haalde het haakje uit z'n lip en keek vol verwondering naar de vele variaties aan rode en blauwachtige kleuren in die op het eerste zicht kleurloze schubben. Het werd daardoor ineens ook de mooiste vis die ik van mijn leven al had gezien. In plaats van hem terug te werpen zoals ik gewoonlijk met de vangst deed, nam ik de bliek mee naar huis. Mijn moeder had geen bezwaar. Later bekende ze dat ze niet geloofde dat een dergelijke vis in een aquarium kon overleven. Ze haalde een doorschijnend plastieken bakje van de zolder. Het was veertig centimeter lang. De bliek leek heel blij met zijn nieuwe thuis. Hij bleek niet te lijden onder het feit dat hij slechts een heel klein beetje voor- en achteruit kon zwemmen. Achteraf leerde ik dat je het met een vis eigenlijk nooit écht weet. Hij belandde zonder mopperen bovenop de keukenkast, net onder het plafond. Omdat de bliek er in een enthousiast ogenblik niet per ongeluk uit zou kunnen springen legde ik er een stukje volièregaas op. Telkens ik de visbak naar beneden haalde om te reinigen, viel me op hoe warm het op die hoogte was. Het was een wonder dat hij het uithield in die hitte. Om de een of andere reden moest ik altijd aan Boy George denken. Dat had waarschijnlijk met die kleurschakeringen te maken die zich openbaarden als je vanuit een bepaalde hoek naar hem opkeek. In het geschminkte gelaat van de zanger van Culture Club kon je, als je goed keek, ook wat blauw en rood onderscheiden. En dus noemde ik hem zo: Boy George. Ik weet niet of hij echt tevreden was met die naam. In dat bakje bovenop de kast overleefde hij nog vier jaar lang.Op een dag, toen ik zijn verblijf weer eens schoonmaakte, sprong hij zonder enige waarschuwing vanuit de emmer die op het aanrecht was geplaatst, in het afwaswater. Het succes van deze actie verraadde dat hij deze sprong al lang tevoren had gepland. Ik had er geen idee van dat hij zo ongelukkig was. De hele avond scheidde hij bellen af. ‘s Morgens stond er een laagje schuim bovenaan de bak. Mijn huisgenoten vonden het allemaal heel vermakelijk, maar voor mij was de grap er snel van af. Boy George ging voor- noch achteruit. Hij verroerde zelfs geen vin meer.

Rino Feys
0 0

OPA VOGEL

De vrouw keek me rustig aan. Ik wist zeker dat ik haar nog nooit gezien had, maar tegelijk kwam die blik me zo bekend voor dat het me uit evenwicht bracht. Het duurde even voor ik wist wat het was. Ze had de ogen van John Hurt.Dat onverzettelijke, maar ook het weemoedige. De wijsheid, maar ook het onredelijke. Die subtiel aanwezige maar loodzware zweem van ontgoocheling.'Mijn man is overleden. Hij was een groot liefhebber van vinken en duiven, en de kleinkinderen noemden hem opa vogel. En nu ben ik op zoek naar een kinderboek over een vogel die op een dag weg vliegt, en nooit terugkeert.'Ik vroeg me af of we hier zo'n boek hadden, maar kon me niets voor de geest halen.'Denkt u dat u zoiets heeft?' In haar stem klonk nieuwsgierigheid, maar in die ogen las ik dat haar wereld niet zou instorten als de uitkomst negatief was.We liepen naar de rouwboeken voor kinderen. Ik stak haar 'Een opa om nooit te vergeten' in handen.'Dat is te somber', zei ze. 'Daarbij, het moet over een vogel gaan. Een vogel die van hierboven toekijkt, en zorgt voor diegenen die beneden achtergebleven zijn.'Ik was onder de indruk. Dat iemand geloofde dat zo'n specifiek, zelf bedacht verhaal misschien bestond. We begaven ons naar de kinderboekenafdeling, maar in al de boeken die we vastpakten verdween nergens een vogel, als er al een in voor kwam.'Hebt u vooraan het tafeltje met de nieuwe aanbiedingen bekeken?' Het was eigenlijk meer een wanhoopsvraag, en nee, dat had ze niet.We liepen er naartoe en taxeerden het aanbod. Mooie boeken, daar niet van, maar iets met vogels zat er niet tussen. Ik deed nog een allerlaatste poging, hoewel ik wist dat die gedoemd was te mislukken.'Dit boekje gaat ook over iemand die verdwenen is', zei ik, en wees Martha aan, een recent verschenen boek van Mannetje Koek, door Pieter Gaudesaboos & Lorraine Francis.Ze las de eerste zin, 'Toen Martha stierf, waren haar vrienden heel verdrietig', en schudde traag het hoofd, haar blik op oneindig.Alsof doordrong dat dit niet het boek was dat ze zocht, en het duidelijk begon te worden dat dit ook niet de plaats was waar ze het boek zou vinden.Maar hoewel ik wist dat Martha Opa Vogel niet was, gaf ik nog niet op.'In het boek ruimen sheriff Suikerklont, Mannetje Koek, blokje IJs en nog andere vrienden van Martha haar huis op na haar dood. Terwijl ze daarmee bezig zijn vertellen ze elkaar om beurten iets dat ze met Martha hebben meegemaakt. Dan nemen ze iets uit haar huis mee als herinnering.''Nee!' zei ze, met vermoeid wegdraaiende ogen en ergernis in haar stem, 'er moet een vogel in voorkomen!'Strijdlustig keek ze me aan, al was er ook teleurstelling en mededogen in die blik. Ze schoof haar handen in wollen handschoenen en liep naar de deur. Daar draaide ze zich nog even om en knikte naar de tafel waar we zojuist gekeken hadden.'Ik kom nog wel eens langs, en misschien heb je tegen dan iets gevonden.' Maar ze keek alsof het haar eigenlijk niets meer kon schelen. Zij was die dag de klant waar ik nadien het langst aan dacht.

Rino Feys
10 0

HOUVAST

Ik parkeerde mijn wagen en liep in gedachten verzonken naar de hoofdweg. Sinds de kapster een briefje tussen mijn ruitenwissers stak met het verzoek de ruimte voor het kapsalon aan haar klanten over te laten, zette ik mijn wagen iets verder. Maar eerlijk gezegd begreep ik het niet goed. Er stonden acht of negen huizen, fermettes en kleine villa’s, meestal half-open bebouwingen. De parkeerstrook liep door zover de huizenrij strekte, was openbaar en hierdoor beschikbaar voor iedereen. Voor of naast het kapsalon; eigenlijk maakte het niet zoveel verschil uit waar ik stond.Maar ik vermoedde dat de kapster onder het knippen graag naar buiten keek.Het was nog halfduister. De korte wandeling was het enige wat me nog scheidde van een reeks handelingen waarmee mijn dagtaak begon. De poort ontgrendelen. De verschillende toegangsdeuren ontsluiten. Het alarm uitschakelen. De verwarming hoger draaien. De lichten aansteken. Maar eerst nog in het donker kiezen op welk kanaal de radio vandaag de stilte van het ontwakende gebouw mocht verbreken.De wandeling duurde ongeveer drie minuten. Wanneer ik de hoofdweg bereikte restte nog een kleine tweehonderd meter. Het was een drukke straat, het verkeer denderde voorbij en enkel de lichten even verderop zorgden voor een korte onderbreking. Auto’s, bestelwagens en bussen, maar vooral veel vrachtverkeer.Ik had het uitgerekend. Ongeveer een op de drie keren dat ik het traject aflegde was er een vrachtwagen die vertraagde en de parking van het slachthuis opdraaide, aan de overzijde van de straat, ongeveer halverwege mijn wandeling langs de hoofdweg.In de uitsparingen in de zijkanten zag je op verschillende niveaus wit-roze ruggen, onbeschermd en bloot. Stevige, ongehavende ruggen die niet begrepen wat er gebeurde, verstomd afwachtend. Ze voerden een scherpe, doordringende geur met zich mee.Ik had deze week al twee dergelijke vrachtwagens gezien en ik bedacht dat, statistisch gezien, de kans klein was dat ik er vandaag nog een zag. Ik keek naar de lucht in de verte, naar het trage, onmerkbare wijken van de duisternis. Ik was nog enkele tientallen meters verwijderd van de hoofdstraat.Het duurde even voor ik begreep wat er gebeurde. Het leek op het jankende knarsen van remmen, maar luider. Een gigantische vrachtwagen die aan het eind van de straat in de opening tussen de huizen tevoorschijn kwam. De gekromde ruggen in de uitsparingen. Het alles overstemmende gekrijs en gehuil, waarna de gebouwen het gevaarte met bijhorende geluid bijna ogenblikkelijk weer opslorpten.Ik bereikte de hoofdstraat en zag hoe de gillende vrachtwagen de parking van het slachthuis opreed. In mijn hand hield ik m'n sleutelbos, de sleutel van de poort tussen duim en wijsvinger geklemd.

Rino Feys
4 0