Lezen

Tip

Kaartenhuis

Ken je Spinvis, de Nederlandse zanger? Of band, daar is wat discussie over.  Ik ging naar een concert waar de band uit twee muzikanten bestond. De band bestond uit twee muzikanten, maar het was ongelooflijk hoeveel muziek ze maakten. Ken je Spinvis? Ik ging naar een concert waar ze met twee muzikanten een hele band leken. Ze werkten met loops. Ik ging naar een concert, waar ze met loops werkten. Ze speelden alles live, namen het ter plaatse op en maakten een loop. Waarna ze andere instrumenten namen en nieuwe lagen toevoegden. Echt knap. Ken je Spinvis? Ze werken met loops op hun concerten: eerst drums en bas, dan gitaar en keyboards. Twee muzikanten, maar ze spelen alles. Ze bouwen de muziek op in lagen. Je had erbij moeten zijn. Ik zat op de derde rij, ik kon het allemaal goed zien. Eerst speelden ze drums en bas, dat namen ze ter plaatse op en maakten zo een eerste laag. Ze werkten met loops. Daarna speelden ze andere instrumenten. Ze waren maar met twee muzikanten. Echt knap. Je had erbij moeten zijn. Hun teksten zijn ook bijzonder. Het lijken allemaal losse zinnetjes. Net zoals de muziek. De lagen en de loops. Ze bouwen het op met twee muzikanten. Het wordt telkens meer. Ik had twee tickets, maar ben uiteindelijk alleen gegaan.  Ken je Spinvis? Ik was graag met je naar hun concert gegaan. Het was echt knap. Ze bouwden hun muziek op met loops. Ze speelden met twee muzikanten alle instrumenten. Met pedalen en computers namen ze alles op. Ik kon het goed zien, ik zat op de derde rij. Je had erbij moeten zijn. De plek naast me was vrij. Ik had twee tickets. Ik hou ook van hun teksten. De teksten waren… hoe zeg je dat? Jij weet altijd het juiste woord. Associatief? Is het dat? Je had erbij moeten zijn. Ik had twee tickets. Ze waren maar met twee muzikanten, die alle instrumenten speelden. Ze bouwden de muziek op met loops. Laag na laag na laag. Echt knap. Als een kaartenhuis, een muzikaal kaartenhuis. Soms moesten ze opnieuw beginnen, als één van de loops niet goed zat. Als ze niet in hetzelfde ritme zaten. Maar ook dat opnieuw beginnen hoorde erbij. Het knapste nummer was Kom terug. Je kent het zeker, dat wordt ook op de radio gespeeld. Maar dan is het natuurlijk af. Terwijl op het concert… Ken je Spinvis? Weet je hoe ze het doen? Ze zijn maar met twee muzikanten, ze bouwen samen een huis, met loops. Eenvoudige melodieën, vaste ritmes, maar toch, samen wordt het… meer? Je had erbij moeten zijn. Ik had tickets op de derde rij. Je kon perfect zien hoe ze het deden met pedalen en computers. Alsof ze telkens opnieuw begonnen aan hetzelfde nummer, maar toch werd het groter en groter. Een huis, een kaartenhuis. Echt knap. Kom terug. De muziek is mooi maar op een bepaalde manier droevig. Ik weet niet hoe dat werkt, ik ken niets van muziek. Mineur-akkoorden of zo? Je had erbij moeten zijn. Ik zat op de derde rij. De stoel naast me was leeg. De muziek is heel… jij zou zeggen fragiel… ze bouwen het op met loops. Soms ging het mis. Misschien was het daarom een beetje droevig? Het is niet hetzelfde op de radio of cd of Spotify… Jij hebt natuurlijk de vinyl. Past er wel bij. Beetje retro, knutselmuziek. De teksten zijn ook erg knap. Net als de muziek. Ze bouwen op met laagjes, het lijkt niet samen te hangen en toch wordt het groot. Ze zijn maar met twee muzikanten, maar door alles juist te doen lijkt het een heel orkest. Eerst speelden ze gewoon drums en bas. Ritme, een eenvoudige melodie. Ze waren maar met twee. Toch lukte het. Ze werkten met loops, ik kon het perfect zien vanop de derde rij. Pedalen, computers, de stoel naast me was vrij. Alles moest kloppen. Als het misging begonnen ze opnieuw… en opnieuw… en nog eens als het moest. Tot de melodieën klopten met het ritme, en de teksten aansloten op de akkoorden. Droevig maar mooi. Mineur-akkoorden misschien. Ze speelden Kom terug. Je had erbij moeten zijn. De teksten zijn echt knap, echt iets voor jou. Zo subtiel, bijna onbegrijpelijk. Elke zin apart betekende niet veel, soms valt het zelfs in herhaling. Maar de opbouw, de herhaling, maakt er iets meer van, iets groter. Net zoals de muziek. Het is opgebouwd in lagen, zoals een kaartenhuis. Kom terug. Ken je Spinvis? Kom terug. Dat is hun mooiste nummer. Vind ik. Ik ging naar het concert, weet je, ik had twee tickets, maar je kon niet. Jammer, want het was echt knap. Ik zat op de derde rij. Ze werkten met loops. Ze bouwden hun muziek en teksten heel voorzichtig op, laagje per laagje. Ze lieten elkaar nooit los. Ze waren met twee muzikanten, ze namen de instrumenten live op. Je had erbij moeten zijn. Kom terug. 

R.F.G. Vandenhoeck
110 3

Waar is de andijvie?

"Kan u dat herhalen, meneer?Ik versta u niet zo goed.” Opnieuw fluistert hij,ditmaal iets nadrukkelijker. “Weet u waar de andijvie ligt, mevrouw?” We bevinden ons in de groenteafdelingvan de supermarkt.Schouders opgetrokken,alsof dat de kou zou wegnemen. Het gefluister klinkt vreemden komt ook van een vreemde man. Hij is het in alle betekenissen.Omdat ik hem niet ken,maar ook omdat hij onbekend aandoet.Ik herken hem nochtans.Ben hem al meermaals gekruist.Net als ik lijkt hij vrijdagavondenvoor te behouden voor de supermarkt. Hij beneemt me telkens de adem,zijn verschijning en wat hij uitschijnt —hopeloosheid. Hij lijkt zo grondeloos dat hij schuifelt,als wil hij grond zoeken —houvast.Een bergbeklimmer met hoogtevrees. Een derde maal herhaalt hij zich,in een poging me uit mijn staren te verlossen. “De andijvie, mevrouw?” Een onhandige openingszin,gezien de andijvie schittertin zijn verder lege winkelkar.Ik besluit het spel mee te spelen. “Zelf ben ik geen fan van andijvie, meneer,maar ik vermoed dat u ze naast de kolen zal vinden.” Hij lijkt weinig moeite te doenrichting kolen te stappen,schuifelt ter plekke. Nog steeds bang voor zijn moeras. Het gesprek krijgt geen vervolg.Ik trek me uit het spel terug,nog voor de kaarten goed en welgeschud zijn.Ik knik vriendelijken gebaar naar mijn boodschappenlijstje. Toch voel ik me aangesproken.Het appèl vertraagt mijn winkelkar. De vreemde man zit in het moeras.Alleen dus.En schreeuwt op fluistertoon. “Waar is de andijvie, mevrouw?” Hij voelt zich veilig bij me.En reikt uit.Hoewel het me ontroert,zet ik er de pas in. Op naar de chocoladerayon. Wat endorfines kunnen nooit kwaad.    

Lien Van Droogenbroeck (Pennig)✍️
82 4

als vrienden (tekst 2)

Ik hou van je.  Onmiddellijk had ik spijt.De wereld stond enkele minuten stil.Je ogen stonden groot, wenkbrauwen hoog, je mond, lippen licht van elkaar.Ik keek weg. Schaamte.  We zaten in mijn favoriete kroeg. Weet je nog? Op het terras, ‘s avonds.Naast ons een tafel met vrienden. Met z’n allen onder de warmtelampen. Eén van de eerste koelere avonden na een zwoele zomer. Jij dronk een glas Ice Tea Green, geen bubbels voor je maag. Ik dronk routineus een pint en rookte een sigaret. Licht dronken.  Het gebeurde niet vaak dat wij met twee samen op café zaten, zonder andere kennissen of vrienden.Natuurlijk praatten we vaak. We noemden elkaar beste vrienden, maar dat was vooral via het scherm, de intimiteit van onze generatie; Nooit geleerd echt te praten. Enkele minuten ervoor was het gesprek stilgevallen. Ik was in gedachten verzonken. Dronk mezelf wat moed in en zei wat ik altijd al had willen zeggen.  Terwijl ik wist dat het nooit wederzijds zou zijn. Jij zou dat nooit zeggen. Net zoals je nu niet wist wat te zeggen.  In de verte briesde een auto voorbij.Ook de tafel naast ons was gestopt met praten, afwachtend hoe dit genant gedoe zou eindigen. Iets moest er gebeuren.  Ik denk dat we beiden wisten in dat moment dat de vriendschap voorbij zou zijn.Jij en ik, nooit meer op dezelfde golflengte.  Niets zou dit nog kunnen redden, maar iets moest wel nog gezegd worden.  Kom, iets, allez, iets, maar wat wat wat Allez bon, ik bedoel uh, als vrienden eh. Het lachen barstte uit.  

Wout
3 0

Pensioenleeftijd

Ik las in de krant een interview met de voorzitter van een politieke vereniging die zich anders wil opstellen. Hij stelde zelf een vraag. ‘Waarom bestaat er een pensioenleeftijd? Dat moeten ze me toch eens uitleggen.’ Ik begrijp wat hij bedoelt en ik zou daar samen met u een boom over kunnen opzetten, maar het nadeel van het opzetten van een boom is dat het nogal snel op ‘zagen’ uitdraait. Dat wil ik u niet aandoen beste lezer. Ook de boom niet. Ik heb, net zoals u, nogal wat gepensioneerden gekend in mijn leven. Mijn vader ging al op jonge leeftijd met brugpensioen en dat was nergens goed voor. Dan zou ik op mijn leeftijd nu ook al thuiszitten. Daar zie ik het nut niet van in. En iedereen werkt tegenwoordig toch zolang als hij of zij wil. Afijn, tot daar deze boom over het pensioen. Maar ik wil daar nog iets anders over kwijt. Daarvoor heb ik uw eerlijke mening nodig. De vraag is eenvoudig. Schat u me ouder in? Ik vraag het omdat ik – weeral eens – iemand tegenkwam die dacht dat ik al met pensioen was. Ik passeerde een oud-collega en het weerzien was hartelijk. “Ik ben blij je nog eens te zien”, zei ze. “Zo gepensioneerden onder elkaar.” Ik heb haar toch moeten overtuigen van het feit dat ik nog niet aan mijn pensioenleeftijd zit. Ze keek me ongelovig aan. Maar het moet dus iets te maken hebben met het feit dat mensen me ouder inschatten. De vorige keer dat het gebeurde is zelfs al enkele jaren geleden. Misschien ben ik oud geboren? Een oude ziel heb ik altijd gehad. Misschien uit zich die oude ziel nu ook aan de buitenzijde. Wie zal het zeggen? Misschien de voorzitter van de politieke vereniging die zich anders wil opstellen.

Rudi Lavreysen
0 0

Flitsverhaal over jou

Ze bewoog heen en weer als een strohalm in de wind. Ze leek wel te vliegen op een hemelse melodie. Het deed me denken aan een vogel, vrij in de hoge lucht. De felle pasteltinten in haar kledij in combinatie met haar mooie en ergens ook zuivere lach, herinnerden me aan een eenhoorn die ik als kind zag. Ze was één met de tijd, gaf antwoorden op vragen die het leven vergat te stellen, terwijl ik samen kon smelten met haar en haar passen. Ze danste zo prachtig dat ik bijna stopte met ademen en nog beter, ik zag dat zij reeds bij me hoorde, dat wij al een koppel waren. Ik keek en zag het publiek. Ook zij stonden verbijsterd. Ik kan me niet voorstellen dat ik me op dat moment afvroeg of iemand wenste om met haar naar huis te gaan. Ongetwijfeld en heel waarschijnlijk koesterden velen een droom over een vrouw als zij. Ik weet dat ik uitverkoren ben, alleen al voor vandaag en alle dagen dat ik bij haar ben en zij naast me loopt. Wanneer ze zo in de spotlights glundert, vergeet ook ik alles. Het is magisch wanneer zij danst. Klokken stoppen met tikken, hongerigen worden gespijsd en daklozen staan in de duurste kostuums te kijken wanneer zij ons op het podium ontroert. Er is geen moment, en het einde is altijd te vroeg terwijl ze meningen vervoert en ons gedachteloos aanschouwen verroert. Haar bewegingen zouden berekend zijn, maar noch ingewikkelde, noch gemakkelijke formules zijn de uitkomst. Het enige antwoord dat steek houdt, zou liefde zijn. Echter weet een onbekende dat niet. Ze vertelt wel eens over de sterkste kracht. Je kan het vinden in de donkerste zwaarte van het bestaan. Het is het stralende licht, wanneer je ontdekt dat niets is wat het lijkt, wanneer het tegenovergestelde klopt en alles is wat het was. Je kijkt naar haar en vraagt je af wat ze bedoelt. Haar heldere ogen kijken je aan en je weet dat ze gelijk heeft, je kan het voelen in je hart. Net dan legt ze haar hand op je borstkas en ze zegt zacht: “daar merk je dat”. Het is als thuiskomen na een ernstige ziekte. Het is als terug kunnen gaan naar je land waar oorlog woedde. Het is misschien als opstaan uit de dood of als herboren worden. Het is weten hoeveel geluk je hebt haar te kennen en de grote droefheid wanneer je beseft dat niet iedereen haar kent zoals jij. Het is je handen vouwen en dankbaar bidden in ongeloof. Het is ontvankelijk geven op het ritme van het leven dat niet bestond. Het is je verliezen in een eenvoudige aanraking met haar ziel. Het is onbeschrijflijk mooi. Het is iedereen en niemand, maar bovenal is het gewoon jij.     Céline M.

Céline M.
9 0

De Daktylovorax

“Mijn naam is Daktylovorax. Dat betekent ‘tenenverslinder’, maar eigenlijk is die naam een grove misvatting. Zie je, ik heb die naam ooit gekregen omdat ik nu eenmaal graag aan mensen hun tenen sabbel wanneer ze ‘s nachts hun voetjes nietsvermoedend over de rand van hun bed laten hangen. Ik kan je eerlijk zeggen dat ik werkelijk nog geen één keer een teen heb afgebeten en opgepeuzeld. Misschien ooit eens een kleintje, maar dat was echt waar per ongeluk. Mijn tanden zijn te scherp en daar kan ik persoonlijk niets aan doen.   Tegen het schemerdonker sluip ik muisstil naar dat donkere plekje onder je bed en dan ga ik daar klaarzitten; rillend, watertandend en handenwringend. Wanneer je de slaapkamer binnenkomt zit ik daar dan te wachten. Ik kauw gespannen op het uiteinde van mijn lange, harige staart tot die bloedig is, om maar geen geluid te maken. Je heerlijke voeten verschijnen aan het bed en ik houd mijn adem in. Het bed kraakt en piept wanneer je gaat liggen, de lakens ruisen zachtjes over je heen. Weldra zullen ze te warm worden, voel je je klamme lijf bezweten, en dan is het zo ver. Dan komt daar één voetje onschuldig van onder het laken uit piepen.   Onbewogen wacht ik tot je wegdommelt. Een waar engelengeduld leg ik hierbij aan de dag. Je kan niet geloven hoe zeer ik mezelf beheers. Ik ben de stilte en de sereniteit en de duisternis zelf. Ik ben onaandoenlijk. Ik ben het hoogtepunt van bedaardheid. Ik…   Het is zover!   Je snurkt. Ik likkebaard.   Je beweegt even in je slaap. Ik kwijl over je tapijt.   Je ronkt vredig verder. Ik krabbel aan mijn behaarde navel en negeer de golf van pluizen die eruit komt.   Je beweegt je voet nog verder van onder het laken vandaan. Ik kan het al bijna aanraken.   Nu kom ik langzaam tevoorschijn van onder je bed. Het maanlicht weerspiegelt kortstondig in de donkere poelen van mijn ogen, maar trekt zich even snel weer terug. Ik buig me over je uitgestrekte been en besnuffel voorzichtig alle kanten van je voet. Ik glijd met mijn tong over mijn scherpe tanden. Wat een heerlijke teentjes in het vooruitzicht! Voorzichtig steek ik mijn tong uit richting je grote teen. Wanneer je ademhaling stokt, houd ik halt. Mijn ogen schieten richting de grote slapende bult onder het laken, mijn tong nog uit mijn mond hangend. Dan adem je verder en adem ik ook geluidsloos uit.   Trillend van de anticipatie ga ik ervoor. Ik slurp de kwijl die van mijn tong hangt stilletjes terug op en lik aan je dikke teen. Je proeft heerlijk zout en aromatisch, als een lang gerijpte Parmezaanse kaas.      

LeenB
0 1

De buitenbeller

Tijdens het wandelen kom je wonderbaarlijke mensen tegen. Kijk, daar staat een echte buitenbeller. Op het terras van een taverne met een telefoon aan zijn oor. Het is behoorlijk koud, maar toch heeft hij enkel een trui aan. Tja, als je gebeld wordt, heb je geen tijd om snel een jas aan te trekken. Een echte buitenbeller rept zich meteen naar buiten. Hij neemt binnen zijn telefoon op en zegt tegen de persoon aan de andere kant van de lijn iets in de zin van 'Wacht, ik ga naar buiten'. Eenmaal buitengekomen deelt hij eerst zijn locatie met de persoon die hem gebeld heeft. Het is geen nieuw fenomeen, maar je ziet ze minder vaak, de buitenbellers. Dat heeft met de draadloze oortjes te maken. Dan valt het niet zo op en lijkt het alsof ze tegen zichzelf praten. Een buitenbeller kan ook een buitenroker zijn. Dan profiteren ze van het buitenbellen om meteen te gaan buitenroken. Andersom zal het ook wel eens gebeuren, maar toch beduidend minder.  Ik ken deze buitenbeller. Hij zwaait uitbundig. Misschien zegt hij tegen zijn gesprekspartner dat hij naar mij zwaait, want die kan natuurlijk niet zien dat de buitenbeller aan het zwaaien is. Maar zo duurt het gesprek wat langer en kan hij bij het terug binnenkomen tegen zijn tafelgenoten 'sorry, dat was dinges' zeggen en zo een gesprek over dinges op gang brengen. Het lijkt een tegengesteld gegeven, maar buitenbellen kan een meerwaarde voor het sociale gebeuren zijn. Nu steekt hij zijn duim naar mij omhoog. Dat weiger ik pertinent. Gewoon terugzwaaien is genoeg. Destijds waren er alleen binnenbellers. Je zag pas buitenbellers toen de eerste generatie draagbare telefoons eraan kwamen. Die kon je in het begin alleen thuis gebruiken, op het terras. Soms lijkt het alleen maar zo, dat de tijden veranderen.

Rudi Lavreysen
17 0