Lezen

Een nieuw nest

Vanaf de brug kijk ik doorheen de bomen naar het huis. De wind beweegt zich door de takken van de populieren en het gesuis legt elk restje onrust in mijn hart stil. Mijn lief staat iets verder op de brug en kijkt met even grote ogen naar hetzelfde huis. We glimlachen naar elkaar en onze ogen spreken boekdelen. Het huis ligt een beetje verscholen te midden van rust en stilte. Aan de straatkant verborgen achter een ruime stalling. Aan de waterkant in volle pracht voor de recreatieve fietser. Wanneer we het kleine erf opwandelen, fluiten enkele nieuwsgierige vogels naar de onbekende bezoekers. De grote tuin is weloverwogen verwilderd met bloemenweides en bomen. ‘Peren en noten mevrouw. Zelfs een kerselaar! Prachtig toch?’ Als antwoord glimlach ik naar de man in maatpak. Ik zie mezelf de was ophangen. De wasdraad wordt geleid van huis naar boom, op maat van de kleinere vrouw. De houten wasknijpers kletteren in het bakje als ik het in de wasmand zet om naar binnen te dragen. We betreden het huis via de keuken waar mijn lief aan tafel de weekendkrant leest. Ik zet verse koffie en kijk uit het raam naar een voorbijvarend plezierbootje. De poes draalt vragend om mijn benen. Ik geef haar een aaitje en met uitgestrekte voorpoten verlengt ze vol genot haar lijfje. ‘De tegelvloeren zijn authentiek, echte pareltjes als u het mij vraagt.’ Mijn lief kijkt met een lachje over zijn krant heen. Herinneringen staan her en der gestapeld in de woon- en eetkamer. Er is plaats voor een houtvuur waar mijn lief hout op gooit, terwijl ik in de zetel zijn handelingen nauwgezet volg. Het piepende deurtje klinkt vertrouwd. Buiten waaien de laatste blaren van de bomen. ‘Meneer en mevrouw slapen hier nu ook omdat meneer niet goed op de been is. Zoals u kan zien is er dus voldoende ruimte voor een gezellige zithoek.’ Maar waar komt het aquarium? De voute is ingericht als badkamer. Blauw en geel verdwijnen in enkele dagen onder stroken wit. Op zondagvoormiddag schuifelen we, terwijl het bad volloopt, een traag dansje door de ruimte. 'Sta mij toe u de bovenverdieping te tonen.' Op de bovenverdieping ontdekken we twee kleine slaapkamertjes. De notelaar piept binnen bij het eerste, als behoeder van de rustige zomernacht. De onafgewerkte zolderkamer op hetzelfde verdiep zou een ‘prachtige master bedroom zijn’, maar mijn lief en ik zitten er elk al snel aan ons eigen bureautje. Even later bladert hij op de mezzanine in boeken op zoek naar inspiratie voor een nieuw project. Ik lig in het zeteltje en probeer hem te verleiden tot een beetje luiheid. Hij komt bij me zitten en ik leg mijn hoofd in zijn schoot. ‘Wat zijn je haartjes al lang.’ Ik sluit mijn ogen als zijn vingers door mijn haren strijken. We tellen af naar het ontluiken van een nieuwe lente. Onder de bloesems zullen we een nieuw nestje bouwen. (Foto: onbekend)

Katrien Meermans
0 0
Tip

DONDERSLAG

We zaten met z'n allen rond de keukentafel en plooiden gigantische tabaksbladeren open wiens bestemming het was dikke sigaren te worden. Ondertussen luisterden we naar 'Tineke met haar geheimzinnig dingetje' op radio Tornado. Tineke was de vrouw van Tony Lenko, en samen runden ze het radiostation waarvan de naam voluit 'Totale Ontspannings Radio Naast Alle Dagelijkse Onderrichtingen' betekende. In haar programma liet Tineke (toen ik haar voor het eerst in werkelijkheid zag was ik geschokt door haar omvang) een geluid horen waarvan de luisteraars de oorsprong moesten raden. Mijn broer veerde recht en vroeg moeder om te mogen bellen. Verrast keken we hem enkele seconden aan. Moeder verbrak de betovering. 'Allez!', zei ze, 'Voor één keer. Maar eerst je handen wassen!' De vochtig gehouden, bruin geworden tabaksbladeren scheiden een bruine smurrie af die eerst aan je vingers en daarna hardnekkig aan alles wat ze aanraakten bleef zitten. Mijn broer waste z'n handen, liep naar de telefoon en draaide het nummer dat tijdens het programma zo vaak herhaald werd dat we het jaren later nog van buiten kenden. 'Hallo', zei Tineke, 'met wie spreek ik?' 'Met Andy', zei mijn broer. 'Dag Andy' (nu liet Tineke een korte stilte vallen en probeerde de spanning op te bouwen) 'Weet jij misschien (stilte) naar welk geluid (stilte) wij luisteren?' 'Ja', zei Andy, 'dat is het geluid van een krakende balk'. 'Ai', zei Tineke terwijl er op de achtergrond een donderslag te horen was, 'jammer genoeg is het geen krakende balk Andy... Toch bedankt om mee te spelen en de volgende keer meer geluk!'. Ontgoocheld legde mijn broer de hoorn neer, en kwam weer bij ons aan tafel zitten. Stilzwijgend gingen we verder met het van elkaar losmaken en openvouwen van tabaksbladeren. Ondertussen luisterden we naar andere deelnemers aan het spel die zelfverzekerd klonken maar er uiteindelijk ook niet in slaagden het raadsel op te lossen. Tenslotte stond mijn broer opnieuw recht en keek moeder vragend aan. 'Allez', zei ze, 'maar eerst je handen wassen en 't is wel de laatste keer vandaag.'Hallo', zei Tineke, 'met wie spreek ik?' 'Met Andy', zei mijn broer. 'Ah Andy', zei Tineke, 'ga je het nog eens proberen?' 'Ja', zei Andy en vergaarde moed. 'Is het echt geen krakende balk?' Even bleef het stil, maar toen donderde het in de verte. 'Nee Andy', zei Tineke, het is helaas nog steeds geen krakende balk.' Verbluft staarden we met z'n allen naar Andy die met een ernstige frons inhaakte en toen opnieuw aan tafel kwam zitten. In gedachten verzonken luisterden we verder naar de andere deelnemers. Het regende donderslagen. Mijn broer mompelde iets. 'Wat?', vroeg mijn zus. Hij zweeg. 'Als je mokt, mag je nooit meer bellen', dreigde mijn moeder. 'Dat het toch een krakende balk is', siste Andy koppig.

Rino Feys
37 0

Mevr. Gerrits

Hier staan we dan: jouw leerlingen, netjes op een alfabetische rij. Allemaal in hetzelfde uniform: witte T-shirt, zwarte broek en het haar stevig samengebonden. Je hebt de dingen graag op orde, dat is duidelijk. Binnen de muren van de sportzaal heerst discipline en dat wil je meteen vanaf de eerste les duidelijk maken.  Tijdens het voorlezen van de aanwezigheidslijst worden de voornamen, ooit met veel zorg door onze ouders uitgekozen, aan de kant geschoven. In deze zaal waar prestatie en inzet belangrijk zijn, is er geen plaats voor sentimenteel gedoe.  Na de A's, de B's en de C's is de beurt aan mij. "Dhondt?" "Ja." antwoord ik voorzichtig maar toch met enige trots. Ik heb mijn familienaam altijd al mooi gevonden. Kort, krachtig en alle letters stevig aan elkaar. Geen tussenkomst van opdringerige leestekens. Tekens die er oorspronkelijk wel waren maar door een familieruzie en een rebellerende grootvader werden geschrapt als vorm van protest.  Ondertussen ben je al aan de "H" begonnen. Ik heb dus nog wel even tijd voor de les echt begint. Vanuit mijn rechterooghoek heb ik zicht op de rest van de klas. Meteen valt het me op hoe gelijk ze er allemaal uitzien. Niet omdat ze hetzelfde uniform dragen maar omdat ze allemaal schrik hebben van wat ons te wachten staat.  Op de eerste schooldag hoorden we al de verhalen over jou en je verschrikkelijke lessen L.O. Langzaam nestelden deze geruchten zich in ons hoofd waar ze nu al vier dagen rusteloos rondzweven. Alleen nog maar meer aangedikt door onze eigen verbeelding.  Maar in tegenstelling tot mijn klasgenoten heb ik geen schrik. Ik voel me een gladiator, net voor die de arena binnenstapt. Wat er ook op mij afkomt, ik ben er klaar voor. Zonder enige angst want daar heb ik het inmiddels wel mee gehad.  Eerst was er de angst om de lagere school voorgoed achter mij te laten. Dan was er de angst odmat mijn vrienden naar een andere school gingen en ik het nu alleen moet zien te redden. Angst ook omdat alles op deze school zoveel groter lijkt en ik geen idee heb of ik me hier ooit thuis zal voelen. En nu zou er dus angst voor jou moeten zijn.  Zoals je daar staat: de grijze haren strak naar achter, klembord en stylo stevig vastgeklemd, een lijf van 1m80. 51 jaar maar nog steeds strak en getraind tot op het bot. Geen enkele vorm van vriendelijkheid of medeleven te bespeuren. Behalve dan in die helderblauwe ogen van je. In tegenstelling tot de rest van je lichaam zijn ze zacht en lief. Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat iemand met zulke ogen zo verschrikkelijk kan zijn.  Tegen de tijd dat ook de "W" en de "Z" zijn afgehandeld, heb ik na grondige observatie beslist om je sympathiek te vinden. Ik heb immers geleerd om niet veel waarde te hechten aan roddels en geruchten. Vaak zijn deze verhalen al zo veel verteld dat de waarheid inmiddels plaats heeft moeten maken voor de fantasie van de verteller.  Plots kijk je op vanachter je klembord. Jouw ogen kruisen de mijne en alsof je zonet mijn gedachten hebt gelezen geef je me een knipoog. Ik zou, tot mijn eigen verrassing wel eens gelijk kunnen hebben!

Clarisse
0 0

Op het verkeerde spoor

18 november 2013, Weer even helemaal van slag... 20 september 2012, mijn leerlingen zijn naar huis en ik ben nog bezig met het opruimen van de klas. Mijn telefoon heb ik net weer aangezet. Niet dat ik vaak rond deze tijd gebeld word, iedereen weet dat ik nog op school ben. Daarom vind ik het ook verwonderlijk dat de telefoon gaat. De politie, met de vraag waar ik ben, ze staan voor mijn deur. Ik vertel ze dat ik op mijn werk ben en vertel ze desgevraagd waar dat is. Ik vraag waar het over gaat, maar de enige mededeling die de brave man doet, is dat hij naar me toe komt. Nog net voordat hij de verbinding verbreekt, vraag ik hem of het over mijn oudste zoon gaat, ik heb een vervelend voorgevoel. Weer is de mededeling: ik kom naar u toe. Ik loop naar mijn collega en vertel dat de politie onderweg is naar school om mij te spreken. Natuurlijk vraagt zij wat ze komen doen. Zonder erover na te denken vertel ik haar dat hij komt vertellen dat Nick er niet meer is.... Ik schrik er zelf van, maar ben meteen overtuigd van de waarheid van deze woorden. Doe niet zo gek, zegt mijn collega.... 20 minuten later loop ik samen met de agent naar mijn lokaal, hij vertelt me niks, maar laat het aan mij over de woorden uit te spreken. "U dacht dat het over uw zoon gaat, wat denkt u dat er aan de hand is?" Weer zonder erbij na te denken vertel ik hem dat Nick voor de trein is gesprongen, hij kan het alleen maar beamen, want dat is precies wat er Is gebeurd. Ondertussen heeft mijn lieve collega een aantal andere collega's op de hoogte gebracht van het bezoek van de agent en van mijn vermoeden. Zij zijn er voor me, staan voor me klaar. De agent biedt aan me naar huis te brengen (ik reis met de trein) Ik sla dit aanbod af, ik word door mijn lieve collega naar huis gebracht.  een collega-bouwmanager vertelt dat ze vervanging zal regelen. Op dat moment dringt het tot me door MIJN NICKY IS VOOR DE TREIN GESPRONGEN EN HIJ HEEFT HET NIET OVERLEEFD!!!! Ik ga morgen helemaal niet werken, ik ga voorlopig niet meer werken.... Ik weet wie ik als vervangster wil, het wordt voor mij geregeld.... Onderweg naar huis pleeg ik wat telefoontjes. Naar mijn vriendin: "Ans, ga naar mijn huis en zet koffie, ik ben er zo"  Naar mijn ex, de vader van Nick: "Ries, stel nu geen vragen, kom naar mijn huis"  Onderweg kan ik verder maar 1 ding denken.... Nicky is voor de trein gesprongen en hij heeft het niet overleefd... Thuis gekomen kan ik maar 1 ding zeggen.... Ans, Onze Nick is voor de trein gesprongen en hij heeft het niet overleefd.... Ik bel Cor, mijn partner waarmee ik een lat-relatie heb en kan maar 1 ding zeggen: Nick is voor de trein gesprongen en hij heeft het niet overleefd.... Even is het stil "wat kan ik voor je doen?" "Komen" "ik ben onderweg"  Ans, verbijsterd, in schok, neemt een sigaret, ik ook. De bel gaat, ik doe open, duw Ries de sigaret in zijn hand en wijs hem naar de bank. Ik steek nog een sigaret aan, ga naast hem zitten, sla mijn arm om hem heen en kan maar 1 ding zeggen: Ons Nicky is voor de trein gesprongen en hij heeft het niet overleefd.... "Dat meen je niet"  "Ries, als ik dit niet zou menen, zou ik het niet zeggen"  stilte.... Ik bel mijn ouders en breng hen met dezelfde woorden op de hoogte van... het einde van mijn wereld deze niet te bevatten.... schokkende verdovende verschrikkelijke  Waarheid. zij komen eraan. Dan een aantal uren van wachten, kunnen ze hem nog zo in elkaar puzzelen dat we naar hem mogen kijken? Is er een echt afscheid mogelijk? Krijgen we ook voor onszelf de visuele bevestiging dat het onze zoon is die de sprong heeft gewaagd?  Verzekeringspolis telefoontje Dela, morgenvroeg komen ze helpen telefoontje politie, waar is Nicky? telefoontje ziekenhuis, gaat het lukken? telefoontje ziekenhuis, wanneer is hij klaar? telefoontje ziekenhuis, 1 uur 's nachts, u kunt komen. plastisch.... het is gelukt om met de overgebleven stukken een profiel te schetsen van een menselijk lichaam: zijn hoofd, schouders, linkerarm met hand, rechterarm... toonbaar In een absorberend pak wat er voor mij als een ziekenhuishemd uitziet, ligt daar, mijn Nicky Mijn Nicky ziet er sinds jaren rustig uit.... Mijn Nicky is dood En ze hebben zijn haar gewassen.... Zit geen gel in.... Ziet er niet uit! moet ik morgen wat aan doen! Ruim een jaar in de rouw, ik doe het rouwen goed zegt de hulpverlener... Ik ben weer aan het werk Therapeutisch, rustig opbouwen, Ik krijg van mijn werkgever de tijd!  Sinds 3 maanden reis ik weer met de trein, het traject dat Nick ook nam.... gelukkig maar 7 minuten..... ik ben trots op mezelf, omdat ik mijn vrijheid weer terug aan het nemen ben het openbaar vervoer betekent voor mij zelfstandigheid in reizen.... Vanmorgen weer naar school, op de fiets naar het station... Het station wemelt van mensen in reflecterend gele hesjes, spoorwegpolitie, politie, ambulance.... de bushaltes zwart van de mensen treinen staan stil afgezet gebied? Ik ril ik loop naar een groepje gele hesjes ik vraag een aanrijding met een persoon.... ................................................................ " Mevrouw, gaat het wel goed met u?"  "Nee" "We brengen u naar huis" vandaag is het weer even 20 september, 2012

Mieks
12 0

De wereld door de ogen van een missomaan

Vanwege Bert Panda, Ik ben zelf missomaan geweest, Iemand die een biezondere bewondering heeft voor missen , een verslaving voor missen, fotomodellen en missverkiezigen; Missen en fotomodellen zijn beroemde mensen boven de gewone mensen, superieur, enz;  Tevens was (is) deze periode het zeker ook een fantastische beleving niet alleen van meisjes maar ook van decors, choreografieën, en dictie-voordrachten, alles tesamen een zeer sfeervolle beleving. Deze beleving deed me echt de ogen openen, steeds verslavingwekkend , een missverkiezing kan, kon, nooit lang genoeg duren voor een missomaan;  Juist zoals een zéér groot vuur nooit lang genoeg kan branden voor een pyromaan.    De wereld door de ogen van een missomaan, moet inderdaad als boek nog verder geschreven worden; Toch heb ik reeds een echt script neergeschreven en ook afgegeven aan uitgeverijen, die natuurlijk een volledig script willen. Het omvat een boek waarin ik mijn minderwaardigheid voor vooral wiskunde-intelligentie-deficiëntie en andere minderwaardigheden catapulteer in de adoratie voor missen. Mogelijk heeft dit iets te maken met mijn minderwaardigheidscomplex in het falen voor wiskunde integralen terwijl vader hoogleraar wiskunde is;  Maar door sterke persoonlijke problemen, is het boek-schrijven gestaakt; nog. Het boek bevat zeker mijn adoratie voor die meerderwaardige meisjes die zoals ik ze beleef onschendbaar zijn, altijd perfect zijn en niet ziek kunnen worden, over een miss waar ook niets slecht over te vertellen valt door mij,  GODDELIJK. Mijn sexuele gevoelens stijgen naarmate de beroemdheid van een miss, de beroemdheid van een fotomodel of een wereldberoemde vrouw. Dit wordt zeker uitvoerig beschreven. Ook de bewondering voor missmakers vb Ignace Crombé waarvan ik eigenlijk schrik heb van adoratie, bewondering.  Ik heb het echte script hier niet bij me ;  Maar deze tekst kan nog bewerkt of toegevoegd worden met allerlei scriptie-gegevens.  Verdere contactgegevens  Bert Panda-Procter   Postbus 1.006  B 3000 Leuven-Philipssite  België    Tel België  0471/69.99.24  Tel Nederland buitenland exterior countries    0032/471/69.99.24  e-mail   bertpanda@hotmail.com      

bertpanda
356 0

Valentijn

Enkele jaren geleden luidde ik met warme kreten de maand van de liefde in. In mijn dichtbundel komen en gaan, met als centrale thema liefde, gaf ik mezelf bijna letterlijk bloot. Ondertussen zit ik hier met warme gevoelens voor mijn kersverse zoon.  Steeds een stapje voor, altijd berekend en toch misschien opnieuw té snel willen zijn. Vrouw als ik ben, kweekte ik de “ik wil meer” microbe en een zelf-opbouwend verwachtingspatroon. Stoom kwam uit alle gaatjes en ik kon geen kant meer uit. In de economie daalt de vraag, behoeftes worden niet meer ‘bevredigend’ bevredigd. Laat dit vooral een reden zijn om gewoon onszelf en dus ‘anders’ te zijn. Om dingen te laten zijn wat ze zijn. Om te groeien naar daar waar we moeten zijn. Ondertussen zit ik hier met warme gevoelens voor mijn kersverse zoon. Het is Valentijn, de dag die ik niet vier, de dag waarop ik er vandaag aan herinnerd word dat er voortaan officieel twee mannen in mijn leven zijn. Nood breekt wet en bij deze dwingt het mij dit brandend gevoel met u te delen. IK WIL niets ‘MEER’ en toch wil ik - gelijk - ook alles op een rijtje. Hoewel mijn gevoel niet te blussen is, temper ik mijn passie. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar jou, hopend op een glimlach, een schaterlach, een kus, een scheet, een drolletje, een boertje. Mijn mannen hebben veel gemeen maar zijn dat laatste niet. Geen nood dus om te veranderen, om daar iets aan te veranderen, laisser faire, laisser passer. Een ‘femme de ménage’ een ménage à tois. Zo lang we maar gelukkig zijn! Voor mij geen nieuwe Valentijn meer!  

Lezzl
0 0

Leonard Cohen's grootste fan

  Leonard Cohen’s sexy basstem vult ons grauwe klaslokaal. Elke noot , zwaar en donker ,doet me beven. Verzwaart en bevrijd mijn ziel …tilt me van mijn harde bank. ONMOGELIJK! ONGEHOORD! We kregen zonet de onuitvoerbare en haast oneerbiedige opdracht dit meesterwerk te vertalen ! Verbaasd staart die muziekschenner naar het blad op mijn bank. Geërgerd trekt hij één wenkbrauw op en leest hardop : ‘Vrije Vlaamse vertaling van Suzanne’. Tweeëntwintig hoofden draaien zich om en staren naar mijn blozende appeltjeswangen. Suzanne’s zwierige rokken ruisen. Het kant van haar zoom haakt zich zo nu en dan vast aan droge rivierplantjes die dorstig hun wortels uitstrekken naar de rivier. Jonge drukdoenerige mussen voeren een luchtdans uit boven het donkere water. Twee ogen glinsterend als kristallen volgen de levende pijl van snaveltjes die eensgezind een luchtpaadje naar de andere oever beschrijven . Zonder enige aarzeling tilt Suzanne haar ruisende rokken tot ver boven haar knieën. Haar sierlijke , warme voetjes worden verrast door het koele zompige rivierzand. Vastgezogen maar vol vertrouwen laat ze zich leiden door de mussen die inmiddels neergestreken zijn op de andere oever. Haar roze vingers grijpen zich vast aan de wieren die als een groene bruidssluier boven haar hoofd hangen. Ze glijdt nu door het diepzwarte water. Haar zijden lippen proeven van het zilte sop. Twee groen bruin gestippelde armen steken boven de donkere poel en vormen een driehoek. Hemelwaarts. Blindelings rijst ze op en wordt door twee sterke armen omhooggetild. Een kruidige geur van mannelijke extase vermengd zich met haar naar exotisch geurende bloesems lichaam. Samen klieven ze door de lucht die zich als een bloemblad opent. Kleverig en versmolten mogen ze nu in de eeuwigheid van de hen met honing bedruipende zon baden. Het geluid van scheurend papier en de één na de ander afgevuurde lachsalvo drukt me en dwingt me genadeloos weer op mijn schoolbank. ‘Een nul op je rapport!’ blaft hij .Verontwaardigd verdedig ik mij tegen tweeëntwintig paar ogen die spottend op me neerkijken. ‘Kan ik het helpen dat jullie liever naar newbeat luisteren’ !?

inez
0 0

Griekse diplomatie

Seth deed open met een banjo rond zijn schouders. Hij was vergeten wanneer we precies hadden afgesproken. Terwijl ik mijn spullen op de bank legde, trok hij een vers overhemd aan. Ik haatte de trui met het opstiksel van een beertje op skilatten, die hij de laatste tijd te pas en te onpas droeg. Het gaf ten onrechte de indruk dat hij zich verwaarloosde. ‘En de lakens zijn ook gewassen.’ Hij zei het grijnslachend. Enkele weken terug had ik me beklaagd om de geur van ranzige boter, waarin we hadden geslapen. Ik volgde hem naar de keuken. Op het aanrecht lagen twee zalmfilets in een plastic verpakking met biolabel. ‘Verdomme, toch geen vis zeker!’ Ik at de hele week al geen vlees. Dat kreeg je, met een vriendin in huis die vegetarisch was. ‘Rustig, Piet. De zalm is voor de meisjes. Wij eten worst.’ De meisjes? ‘Biologische worst natuurlijk, zeven euro ’t stuk, meneer.’ ‘Komt er nog volk, dan?’ ‘Wat had je gedacht? Dat ik hier de hele avond met jou alleen zou zitten?’ Ik lachte schaapachtig en voelde een bekend gevoel van onrust opsteken, een onrust die altijd gepaard ging met omstandigheden waar ik geen controle over had. Toen de bel ging, was ik in de badkamer. Ik hoorde hem tegen iemand gniffelen en met onverholen pret in zijn stem riep hij dat ik mijn ogen moest dichtdoen. Els, schoot me door het hoofd. ‘Ik doe juist niets toe, lelijke stinker.’ Ik draaide de hoek om naar de keuken en kuste Els nonchalant op haar wang. Ze moest glimlachen. Hij vroeg hoe ik dat had geraden. Els was een gemeenschappelijke vriendin uit het verleden. Na enkele ruzies was ze bij Seth uit de gratie gevallen en sindsdien moeder geworden van een dochter. Intussen alweer gescheiden van de vader. Dat wist ik allemaal van horen zeggen. Een tijdje terug was Seth haar toevallig tegengekomen en hadden ze de brokken gelijmd. Ik ontkurkte voor mezelf een duvel en schonk haar een glas in van de wijn die ze had meegebracht. We namen de draad op waar we die twee jaar terug hadden laten vallen, toen ik haar voor het laatst had gezien. Drie West-Vlamingen samen. Dat schiep een band. Vroeger was dat al altijd zo geweest en nu voelde ik opnieuw iets van die saamhorigheid. Seth dronk af en toe van mijn glas. Els lachte om mijn grapjes. Toen de bel ging, had ik het gevoel dat iets verstoord werd. ‘And this is Daphne.’ Er lag iets triomfantelijks in zijn stem. ‘She works at the Greek ambassy.’ We schakelden over op het Engels en stelden ons aan elkaar voor. De keuken vulde zich met de vette walm van gebakken worst. Ik stelde Daphne de vraag die ik altijd stel als iemand het over zijn of haar job heeft. Of ze eens een gewone werkdag kon beschrijven. Maar dat kon ze niet. Ze ging gewoon iedere morgen naar de ambassade, kreeg dan pas te horen waarover ze moest onderhandelen en deed dat. Zo simpel was het. De inhoud deed er weinig toe. Het ging om de kunst van het overtuigen. ‘So, you’re like a kind of medium,’ zei ik, terwijl we naar de woonkamer liepen. ‘Very good,’ lachte ze. Toen ik ging zitten, vroeg ik me af of dat laatste niet spottend was bedoeld. Het gesprek aan tafel kwam al snel op het dilemma waar Daphne mee worstelde. Ze was vijfendertig, wilde al van kleinsaf drie kinderen, maar had geen man. Een probleem dus, maar daarom nog geen dilemma. Dat kwam er pas toen ze enkele maanden terug een Zweedse straaljagerpiloot leerde kennen. Drieënvijftig, getrouwd, kinderen, maar bereid Daphne overal te volgen en haar de gewenste kinderen te schenken. Een follower. Het was niet de man van haar leven, maar wel de laatste kans om een gezin te stichten. Ze vroeg onze raad. Volgens Els moest ze niet te lang twijfelen. Zo’n kans kreeg je niet elke dag. Seth en ik waren terughoudender en vroegen ons luidop af of ze die man niet louter voor eigen doeleinden gebruikte. De verkeerde vraag, blijkbaar. Daphne en Els schudden het hoofd en keken elkaar aan. Ze waren bondgenoten geworden. De tafel werd ingedeeld in een mannenkamp en een vrouwenkamp. Vanuit die posities werd elke mening nu vluchtig bekeken, omgedraaid, nog eens bekeken, en – naar gelang het een man of een vrouw was die de mening had uitgesproken – goedgekeurd of verworpen. Het ging al lang niet meer om Daphnes persoonlijke dilemma, maar om iets groters, iets allesomvattends, maar ook iets dat erg vaag bleef. Zo kwamen we nergens. Ik stond op en ging op het terras een sigaret roken. De koude deed sneeuw vermoeden. Na een tijdje kwam Els bij me staan. We vroegen ons af waarom we elkaar al die tijd niet hadden gezien. Het had te maken met de wederkerigheid die in een relatie onder vrienden wordt verondersteld. Als de interesse eenrichtingsverkeer wordt, heft de relatie zichzelf op. Ik wist dat Seth haar dat verweet. Schoorvoetend ga ze haar fout toe. Het eerste wat ik zag toen we terug naar binnen liepen, was Daphne die om Seths hals hing. Hij wrikte zich los en wenkte me naar de keuken. Daphne was stomdronken, vertelde hij. Bedroefd door het gesprek aan tafel, had ze hem om alcohol gevraagd en hij had naar de eerste fles gegrepen die binnen handbereik stond. Porto. Toen we gingen zitten, zag ik dat de fles halfleeg was. Seth en Els begonnen een discussie over het pakje tabak, waar zij ongevraagd een sigaret van had gerold, toen ik buiten stond. Ik probeerde het gesprek te volgen, maar werd afgeleid door Daphnes hand die over mijn bil naar boven kroop. Als een lappenpop viel ze me om de hals en murmelde iets wat ik niet verstond. Misschien was het Grieks voor: “Jij bent de knapste jongen die ik in jaren heb gezien.” Je wist het niet. Ik ging in de keuken een verse duvel openmaken. Alsof ze dat als een teken beschouwde, strompelde Daphne me achterna. Ze fluisterde opnieuw iets in mijn oor. Het was ongetwijfeld lief bedoeld. Ik maakte een gebaar naar de woonkamer, van waaruit nu luid geroep weerklonk. Daar was ik nodig, zo te horen. Daphne glimlachte idioot en liep achter me aan. Seth en Els zaten tegenover elkaar, de vinger woedend naar elkaar uitgestoken. Oude wonden waren opengereten en hij ventileerde alles wat op zijn maag lag, ooit op zijn maag had gelegen en in de toekomst nog op zijn maag zou kunnen liggen. Daphne, merkte ik vanuit een ooghoek, was intussen verdwenen. ‘Je zult in eenzaamheid sterven, Els.’ Hij zei het gelaten, alsof het iets suggereerde dat wel triest was, maar waaraan niet te ontkomen viel. ‘Als je dat nu al niet bent.’ Daarop stond ze huilend recht, gaf hem in het voorbijlopen een mep en liep de slaapkamer in. Op dat ogenblik hoorden we vanuit de badkamer het geluid van een stomp voorwerp, dat op de grond viel. Daphne wees met een verontschuldigende blik naar de wastafel in email die op de grond lag, alsof ze iets wou duidelijk maken dat we anders niet hadden opgemerkt. Ze moest zijn gestruikeld en had zich in haar val aan de wastafel proberen recht te houden. Het water spoot uit de gebarsten leidingen. ‘Daphne toch, what have you done.’ Ik voelde een lachkramp opsteken. Seth reageerde gevatter en liep de gang op naar de kast met waterkranen. Terwijl we de kraan zochten die correspondeerde met het geklater achter ons, begon ik te hikken. ‘Daphne, Daphne, what have you done!’ Ik gierde het uit. Uiteindelijk slaagden we erin de juiste kraan te vinden. In de badkamer hevelde ik met een dweil het water op de vloer over naar het bad. Seth hurkte naast me neer. Ik legde een hand op zijn schouder en kreeg van de weeromstuit opnieuw de slappe lach. Toen alles min of meer droog was, legden we de wastafel zo goed als het ging opnieuw op zijn sokkel. Daphne was op de sofa neergeploft en praatte met de straaljagerpiloot via haar i-phone. Els streelde haar over het hoofd. De orde van het tafelgesprek leek hersteld. De mannen gingen tegenover elkaar aan tafel zitten. Door de hoge ramen zag ik hoe het zachtjes was beginnen sneeuwen. Het was al na middernacht. Nadat Daphne opnieuw in de badkamer was verdwenen, weerklonk ditmaal het geroep van Els die haar was gevolgd. We stonden geschrokken recht. Daphne had de wasbak gebruikt om over te geven, niet wetende dat die nu niet meer op de afvoer was aangesloten. Het gevolg was een sluier van kots, die tussen wasbak en sokkel op de tegelvloer drupte. Terwijl Els zich opnieuw om Daphne bekommerde, begon Seth de boel schoon te maken. Ik vluchtte het terras op. De afgestorven bloemen op zijn balkon waren met een laagje ijs bedekt. Door de verlichte ramen keek ik naar het tafereel van hem in de badkamer en de twee vrouwen op de sofa. Ik had met mijn vriend te doen.   Daphne werd ten slotte een taxi ingeduwd. Seth legde een blauwe vuilniszak op haar schoot. Ik rookte met Els een laatste sigaret voor de deur. De rook die ik inhaleerde, deed me een moment duizelen. Ik klonk mijn blik vast aan het gietijzeren balkon van het gebouw aan de overkant. De duizeling stopte. Ik rilde in de nachtelijke koude. Els vroeg of ik zin had nog ergens iets te gaan drinken. Ik zag Seth in gedachten in de badkamer bezig en zei dat ik liever wilde gaan slapen. Na haar goedenacht te hebben gekust, keek ik haar na toen ze de verlaten straat uitwandelde. In bed draaide Seth zich naar me om. ‘Al bij al een legendarische avond.’ Hij zuchtte en ik knikte in het donker. Daarna viel ik als een blok in slaap.

detroostvancontouren
0 0

Tiny en de schippershoer

Onbevangen zwiepten haar vlechtjes op, nu en dan opgetild door de wind. Haar knuistje naast moeders ruwe hand, de boodschappenkar voortduwend door de klapdeuren. Overladen en leeggeroofd strompelde ze, het hoofd gebogen, de supermarkt weer uit en reden ze de parking weer af. Zat hij achter haar aan?   Mijn lievelingsboek is dat van “Tiny speelt moedertje”. Het is leuk om hier een boek te kunnen lezen terwijl mama met broer boodschappen doet. Niemand die zegt: “Wil je dat boek wel eens kopen?” Voor de rest is er niemand in deze rayon vol kleine speelgoedjes en schriften, linialen en boeken. Tiny staart me met grote ogen aan. Ze speelt in het park met haar vriendjes. Plots een stem: “Hallo, hoe heet jij?” Met tegenzin laat ik de fluitende roze vogeltjes en dartelende puppies in het park achter bij Tiny. Een meneer met baard en bril zit gehurkt bij me neer. Zijn ogen glanzen vreemd. “Ik vroeg: Hoe heet jij?.” “Inez, meneer”, stamel ik verlegen. Mama heeft me geleerd dat ik met twee woorden moet spreken. Zijn hand klauwt naar mijn haren, hij aait ze nu en vraagt: “Hoeveel jaar ben jij?” “Acht, meneer.” “Ik heb een dochtertje dat net zo oud is als jij.” Hij raakt nu bijna met zijn zitvlak de grond en is opgehouden mijn haren te strelen. Zijn hand schiet plots naar voren en verdwijnt onder mijn rokje. Die grijns! Ik hapte vergeefs naar adem. Ik wil opstaan en weglopen. Mijn benen zitten verankerd in de vloer. Ik wil roepen en wenen maar er komt niets. Tiny kijkt me nu niet meer aan. Het boek ligt opengevallen op de grond. De grote meneer is plots verdwenen. Tiny zie ik ook niet meer. Waarom is haar gezichtje afgewend? Ze keert zich van me af. Er is hier dan ook iets stouts gebeurd. De anderen zullen zich ook van me afkeren. “Inez”, “Inez!” Het is de stem van mijn broer. “Ah! Daar zit je! Schiet op, mama staat al aan de kassa.” “Hey, wat is er?” Ik doe mijn best, ik probeer alle tranen in één keer door te slikken, ze naar beneden te duwen. Vanavond als ik in mijn bed lig kan ik m’n kussen nat huilen maar nu niet. Ik moet dit ergens wegstoppen en wel vlug ook! “Hé, wat is er toch met je? Je ziet zo rood.” “Niks, er is helemaal niks.” Ik slaag erin op te springen en hem te volgen naar de kassa. Maar mijn broer maak je niets wijs. Van zodra we thuiskomen met onze boodschappen, volgt hij me naar mijn kamer. “Je gaat me nu zeggen wat er is!” “Niet tegen mama zeggen, beloof het!” smeek ik hem. Hij knikt. “Die meneer.” “Welke meneer?” “In de GB... die heeft, die heeft…” stotter ik. “Hij stak zijn hand hier.” Ik wijs naar mijn rokje. Mijn broer keert zich nu ook van me af en loopt de kamer uit. Zie je wel, het is mijn schuld. Niet veel later staat mama voor mijn deur. Ik lig op mijn bed, ik wil alleen maar slapen. Maar ik moet, ik moet het opnieuw vertellen. Ik hoor haar telefoneren. Belt ze de politie nu? Dat wil ik niet! Ik wil er niets meer over zeggen. Ik neem mijn boek op en probeer zo gauw mogelijk het toegangspoortje te vinden dat me in de chocoladefabriek zal brengen. Zou Sjakie de gouden wikkel vinden? Zou hij nu rijk worden en eten kunnen kopen voor zijn familie? Maar ik hoor mama’s stem, en die houdt me weg uit de chocoladefabriek. “Ja.” Hoor ik haar zeggen. “Zeker, dankjewel.” Het klinkt niet alsof ze met de politie praat. Dan zou ze op een andere toon praten. Mama is net bang van de politie. Boven aan de trap sta ik gespannen te luisteren. Vaders stem schalt nu door haar gepraat heen. “Godverdoeme, moet je daar nu zo’n tamtam van maken?” Al het opgekropte verdriet dat ik ergens diep vanbinnen had opgeborgen komt nu naar buiten. Ik klamp m'n beer tegen me aan. Ik beef van angst nu ik weet dat vader het ook weet. Hij zal zo boos zijn. Daar heb je het al… Ik hoor hem de trap opkomen. Mijn deur vliegt open: “Wat heb ik gehoord? Heb jij een vreemde vent aan je muis laten zitten?” Ik hou me stijf. Dat doe ik altijd als hij zo tegen me praat. Ik durf dan haast niet te ademen en te bewegen. Alsof al het lelijke dat hij over me uitstort dan zo maar van me af zou glijden. “Awel?” blaft hij me toe. Ik pers mijn lippen dicht en kijk hem niet aan. Mijn hoofd rust op mijn opgetrokken knieën, het enige dat nog beweegt zijn mijn vingers die zich vasthaken in de gaatjes van mijn witte kanten sprei.   "Mama heeft gebeld met de directeur van de supermarkt." grauwt hij. Dit klonk niet boos. Misschien was hij dan toch niet boos op me. Ik kijk voorzichtig op en gluur naar hem vantussen mijn knieën. Hij buldert van het lachen. "Wat ben jij voor een seut? Is dat nu allemaal omdat die vent der is aan wou komen? Ge zult de ventjes nog wel leren kennen!" Een vals lachje speelt om zijn lippen. Hij strekt zijn linkerhandpalm naar me uit terwijl hij zijn middenvinger op en neer beweegt in de lucht. "Ha-ha-ha!"     De komende weken zal ik die spottende vinger nog veel zien zwaaien door de lucht. De hele familie krijgt het verhaal te horen van de vent die aan ons Inez haar muis wou zitten. Toch zijn er maar twee die er mee kunnen lachen. Hij met z'n scheve grijns en zij over wie hij zegt dat haar huis moet blinken en haar muis mag stinken. Net als mama krijg ik nu een andere naam. Mama noemt hij 'moeder Maria', broer noemt hij 'wiggeling fool'. Ik ben voortaan de 'kleine hoer'...

inez
0 0

dagboek 4X4X4

Liefste dagboek,   Vandaag kwam ik twee maal in contact met verkeersagressie. Een eerste maal toen ik in file stond aan het kruispunt bij de nationale bank (met een trambedding). Ik bleef toen achter de tramsporen zodat een eventuele tram (openbaar vervoer) altijd voorbij zou kunnen. De Mercedes achter me, kon dit blijkbaar niet verdragen en reeds langs rechts over de berm om deze vrije plaats (die ik liet voor de tram) in te nemen. Om daar alsnog in file te staan! Toen ik claxonneerde om dit ridicule gedrag in vraag te stellen, moest de grootste schok nog komen. Er stapte een vrouw van middelbare leeftijd uit met genoeg 'bling' rond haar nek om de staatsschuld van Swaziland in te lossen. Deze gezonnebankte Cécile Müller-look-a-like begon wild gesticulerend te gebaren dat ik zowaar in de fout ging. Ja, want niet alleen het kruispunt vastzetten voor het openbaar vervoer, maar ook het voorbijsteken langs rechts, zijn duidelijke lessen die deze generatie van 'krijg je rijbewijs bij een doos cornflakes' ons wil leren? In gedachten was ik het interieur van haar met leer bekleedde auto alvast aan het volbaggeren met paardenstront (ruikt net iets harder dan die van koeien). In realiteit had ik vooral veel medelijden. Waarschijnlijk was deze versierde kerstboom nog nooit klaargekomen en is het toppunt van het jaar voor haar wanneer er kinderen komen zingen met Driekoningen... Om ze dan weg te sturen 'omdat het niet in het Frans was'...  Een tweede geval van verkeersagressie was toen ik zag hoe een auto bijna een fietser omvermaaide aan het begin van de Kammenstraat. Ik stond hier als voetganger op te kijken. De fietser draaide zich om en deed teken van 'zijde gij zot', waarop de BMW-bestuurder uitstapte om zijn teveel aan testosteron verbaal op de arme man af te vuren. De geblondeerde del die naast hem zat, probeerde deze simpele ziel nog in te tomen, maar ik vrees dat ze daar thuis nog wat klop bovenop heeft gekregen. Weeral geen liefdevolle minkozing deze avond voor deze John, zei ik al dat hij een petje droeg? Soit, na wat scheld-tennis, racete de BMW met gierende banden verder de Kammenstraat in om 100 meter verder stil te staan in het aanschuivende verkeer bij de verkeerslichten. Zou de fietser nog eens gelachen hebben als hij daar voorbij fietste?

Janzondervrees
0 0

Nylondraad en worst

Onlangs kocht Koen een paneel van de oude aluminiumbekleding van het Atomium, de wonderlijke constructie gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, die enkele jaren geleden volledig gerenoveerd werd. Hij ziet er op termijn een uitstekende geldbelegging in. Alleszins stukken beter dan de in 2008 gekelderde Fortis-aandelen.  Koen wil het paneel in zijn woonkamer ophangen. Omdat hij deze klus moeilijk in zijn eentje kan klaren, doet hij een beroep op de hulp van Marcel, zijn vader, eerder knoeier dan knutselaar, maar steeds bereid om te helpen. Die knoeier zal om te beginnen voor het nodige materiaal zorgen: een schroeven-draaier, pluggen, krammen en ijzerdraad. Als milieubewust consument trekt hij te voet naar "De Nieuwe Ijzerwinkel", een zaak van standing die al verschillende decennia nieuw staat te wezen in de Stationsstraat te Kapellen. De aankoop verloopt allesbehalve vlot. De schroevendraaier is uit voorraad. De pluggen zijn te lang, de krammen te kort en ijzerdraad wordt uitsluitend per rol van vijftig meter verkocht, terwijl Koen slechts vier meter nodig heeft. Maar de zaakvoerder van "De Nieuwe Ijzerwinkel" geeft goede raad: gebruik liever  nylondraad, spotgoedkoop, makkelijk om mee te werken, even sterk en leverbaar per meter. Besloten wordt om de aankoop een week uit te stellen. Tegen dan zullen alle voorraden weer aangevuld zijn. Marcel speelt op veilig en stapt pas na veertien dagen naar de zaak van standing, waar een lange rij klanten hem voorafgaat. Wanneer hij vijfentwintig minuten later eindelijk aan de beurt komt, loopt het toch weer mis. Gefrustreerd door het lange wachten en lichtjes verstrooid roept hij, veel te luid: "Geef mij vlug vier meter nylondraad, dan kan ik eindelijk mijn zoon gaan ophangen."  De omstanders reageren verschrikt. De zaakvoerder vraagt zich af of hij meteen de politie zal bellen. Iemand wil weten wat die zoon mispeuterd heeft. "Hoe komt u daarbij?" reageert Marcel. "Die jongen heeft helemaal niets misdaan! Wat staart iedereen mij toch aan? Vinden jullie het dan zo gek dat ik nylondraad wil kopen om er een paneel van het Atomium mee op te hangen?" Een pientere oude dame, met een voor haar leeftijd nog uitstekend gehoor en dito geheugen, is zo vriendelijk om eventjes letterlijk de bestelling te herhalen. Nu begrijpt Marcel waar al die commotie vandaan komt. Lachend zegt hij: "Mijn zoon ga ik beslist niet ophangen. Maar nylondraad wordt inderdaad wel eens gebruikt in thrillers, bij voorkeur om er domme blondjes mee te wurgen." "Daar weet ik niks van" reageert de zaakvoerder van "De Nieuwe Ijzerwinkel" met een uitgestreken gezicht. "Ik kijk nooit naar dat soort films, ze zijn veel te griezelig. Ik probeer alleen maar nylondraad te verkopen. Wat de klant er achteraf mee aanvangt, dat zal mij worst wezen. 

M. van Muze
0 0

Een onfortuinlijke treinwachter

Onderweg van Antwerpen-Centraal naar Brussel-Noord, met een klokvaste trein van onze onvolprezen NMBS, op één van die zeldzame dagen zonder stakingen, overviel mij het lumineuze idee om enkele limericks te componeren, aan de hand van de stationsnamen die ik onderweg zou tegenkomen. Toen ik een net voltooid exemplaar met Hove als vertrekpunt herlas, om eventuele spellingfouten te corrigeren, schoot ik luidop in de lach. Het hield niet meer op. Ik bleef maar lachen.  We reden met een slakkengang, zelfs de NMBS onwaardig, tussen Kontich en Duffel, bekend voor zijn gespecialiseerd Psychiatrisch Centrum. Op dat eigenste ogenblik deed de treinwachter van dienst zijn zoveelste ronde. In hoge mate verontrust door mijn onbedaarlijk gebulder vroeg hij me zeer hoffelijk of hij misschien een ambulance moest oproepen, zodat ik linea recta kon afgevoerd worden naar ...  Juist, u weet wel waar. Ik gebaarde dat het niet nodig was en slaagde er met veel moeite in mijn vervoerbewijs te tonen, waarin hij mateloos geïnteresseerd leek. Wellicht een onschuldig voorbeeld van beroepsmisvorming.   Enigszins tot rust gekomen liet ik hem mijn limerick lezen: Van God los Een afvallige pater uit Hove die wou in geen God meer geloven een duif doemde op en scheet op zijn kop hij zei: niet alle heil komt van boven! Op zijn beurt werd de treinwachter het slachtoffer van een serieuze lachstuip, zonder enige twijfel veroorzaakt door de onfrisse praktijken van voormelde duif. Die zijn nog het best te vergelijken met wat de CEO's van onze grootbanken bij de kleine beleggers aanrichten. Bij een duif schijnt dergelijk gedrag - dat voor een bankier toch wel uit den boze is - dagelijkse kost te zijn. De onfortuinlijke treinwachter hield niet op met lachen en gieren. Dat begon zowaar op sterk afwijkend gedrag te lijken. Dus vroeg ik hem of ik, per GSM, niet meteen een ziekenwagen zou bellen om hem stante pede aan de goede zorgen van de psychiatrie toe te vertrouwen. Hij bleef me het antwoord schuldig.  De trein was intussen gestopt in het station Duffel en de trenwachter strompelde naar buiten om de veiligheid van de in- en uitgaande reizigers te waarborgen. Daarop ondernam hij een krampachtige poging om een fluitsignaal te produceren, waarna hij vergat in te stappen, de deuren dichtsloegen en de trein zonder hem vertrok. Wat er van de arme man geworden is? Ik heb hem nooit meer teruggezien.

M. van Muze
0 0

De lijkbleke intrede

Ik hou van mijn vader, al vergeef ik hem twee zaken nooit: Zijn beide doelpunten tegen Club Brugge en mijn sneeuwwit vel dat ik sinds mijn puberteit als een boetekleed draag. Als kleuter waande ik me nog een stoere witte ridder die met de nodige schreeuw om aandacht zandkastelen bouwt. Maar vanaf de eerste puistjes begroef ik me het liefst achter een anonieme duin. Zo ook het voorbije pinksterweekend in Knokke-Zoute, op de Siësta Beach Club. Een mondaine strandbar waar de sereniteit achteloos moet aanmeren. Maar ik voelde me op het drukste kruispunt van Bombay. Op het spitsuur. Ongenadige blikken, verborgen achter peperdure pilotenbrillen, bombardeerden mijn welbehagen. Ray-Banbliksems. Een stortvloed van napalm bij de rosé. De hele winter had ik me nochtans afgebeuld om de aandacht van m'n kleurenkwaal naar m'n torso te verleggen. Maar drie meiweken antibiotica leverden misschien wel een frisse neus op, het bijbehorende spierverlies bezorgde me een depressie op doktersvoorschrift. Ik arriveerde op het Knokse strand als een Lada op de Mercedes-stand van het Autosalon. Het bleekste model uit Siberië. Kunstmatige hulp vanuit zonnebankcentra weiger ik uit kankervrees. Nochtans worden deze gerund door pitspoezen die je olievoorraad eigenhandig op het juiste peil brengen. Botergeil, maar de wip niet waardig. Hun Braziliaanse tunnels vormen een no-go zone voor mijn universitair geladen zaad. Op hun druk bereden asfalt dat her en der al scheurtjes vertoont, dreigt immers een peperdure tol in de vorm van alimentatiegeld. Vreselijk elitair? Niet zo neerbuigend als hun oordeel over mijn huidskleur. Racisme uit de gepiercete onderbuik van de gebronzeerde samenleving. Met m'n Yacht Week-polo als beschermhoes kwam ik het eerste uur in Knokke-Zoute echter zonder kleerscheuren door. Tot ook deze Einzelgänger voor de groepsdruk en de temperatuur bezweek, overmoedig na de negende Magnum-fles. De collectieve blik op mijn kathedraal in heropbouw voelde aan als een groepsverkrachting. “Ogen dicht en doorbijten,”  fluisterde ik mezelf toe. Dat was buiten de live-verslaggeving op Facebook en deze rake opmerking van een ros Sneeuwwitje gerekend: "Ik ben blij dat ik eindelijk iemand heb ontmoet die bleker is dan mij.”  Mijn weelderig borsthaar fungeerde niet als het gewenste afleidingsmiddel, maar kreeg de status van schaamhaarstruik toegewezen.   Tot overmaat van ramp vuurde ook mijn schrijfpen er met losse flodders. De jetsetlectuur beperkt zich blijkbaar tot Cosmopolitan, echtscheidingscontracten en Viagra-voorschriften. Mijn instant proza verdween al snel in de vuilbak tussen kredietkaartticketjes. Kortom, ik maakte een lijkbleke intrede in de Graaf der Badsteden. Nu schrijf ik dit stuk in de tuin van omalief, waar ik in echte rust het pad der halve naaktheid bewandel. Op weg naar het gekleurde geluk. Benieuwd hoeveel zomers ik daarvoor nodig heb. Hier krijg ik alleszins geen veroordeling aan mijn zwembroek voor mijn gebrek aan een gebruinde sixpack, maar krijg ik onder mijn botten als ik mijn bord niet leeg eet. Het verstand komt met de jaren. Mijn kleurtje allerminst.

Magnus Sørenson
0 0