Lezen

Oud en nieuw

onverwachts Santa op de brug bij Hatake - oud en nieuw op prent   De prent 'De Grote Brug bij Hatake' is een van de werken van de beroemde ukiyo-e kunstenaar Utagawa Hiroshige (1797-1858). Hiroshige staat bekend om zijn landschapskunst en zijn prachtige series zoals De 53 Haltes van de Tōkaidō en Honderd Bekeken van Edo. Hij schilderde vaak iconische locaties in Japan, inclusief bruggen, rivieren en wegen, met een oog voor de relatie tussen mens en natuur. Op de prent in de haiku doemt tegen alle verwachtingen in een Santa Claus op. De combinatie van traditionele Japanse prenten en een moderne figuur zoals Santa Claus is een fascinerend voorbeeld van culturele uitwisseling en humor. Dit soort kunst, waarin een westerse kersttraditie wordt verweven met de klassieke esthetiek van ukiyo-e (houtsneden), is vaak bedoeld als een speelse knipoog naar het samenkomen van oude en nieuwe tradities. Hoe ontstaat zo’n mix?  • Populariteit van ukiyo-e: Ukiyo-e is wereldwijd beroemd, en hedendaagse kunstenaars grijpen vaak terug naar deze stijl om een nostalgisch gevoel te creëren of om historische en moderne elementen samen te brengen.  • Santa Claus in Japan: Sinds de introductie van kerst in Japan in de Meiji-periode (1868–1912), is Santa Claus een bekend symbool geworden, vaak losgekoppeld van zijn religieuze oorsprong en meer geassocieerd met cadeaus en feestelijkheid.  • Humor en parodie: Kunstenaars gebruiken het contrast tussen traditionele Japanse scènes en de iconische Santa Claus als humoristisch of verrassend element. Wat zie je op zulke prenten?  1. Santa in een traditionele Japanse setting: Bijvoorbeeld een Santa Claus die in een sneeuwlandschap op een traditionele brug staat, met Mount Fuji op de achtergrond.  2. Santa als samurai of boer: Hij wordt soms afgebeeld in traditionele Japanse kleding, zoals een kimono of zelfs als een ronin (meesterloze samoerai), compleet met zwaard en geschenken.  3. Moderne kerst-elementen: Denk aan kerstbomen, cadeaus, en rendieren die worden toegevoegd aan scènes met geisha’s, tempels, of theehuizen. Voorbeelden van deze stijl Er zijn hedendaagse kunstenaars en prentmakers die deze traditie voortzetten. Soms worden originele prenten van Hiroshige of Hokusai digitaal aangepast of geïnspireerd door hun werk, met toevoegingen zoals Santa Claus of kerstdecoraties. Zelf versier ik elk jaar met kerstmis het huis met zo’n humoristische prent die ik ooit kreeg van mijn Japanse schoonzus. Kerstmis in Japan!  

Margaretha Juta
0 0

De weldoener

De weldoener ben ik zelf. Voor mij bestaat een betere manier om het te zeggen nog niet. Als woorden je konden vastnemen, heb ik je nu dan vast?Ben je benieuwd naar een vervolg, en als er een vervolg is, wat zal dat dan met zich meebrengen? In het begin was er enkel het idee, de schets, en het ogenblik dat je die aanwendde,verdween dat begin.Nu moeten enkel de omslachtige zinnen er tussen nog verdwijnen, zoals deze.Maar net dat is mijn poëzie. Voor een publicatie zijn sommige zinnen te lang, schieten woorden te kort. Hoe verklaar je dat?Onlosmakelijk met mezelf in verbinding treden, juist dat is mijn poëtica.'Poëtische warfare'. Met elkaar bevriende emjambementen. Armzalige gedichten.De oorzaakben ik zelf. Voor mij bestaat er geen gedicht zo goed als mijn gedicht.En ik wil maar wat te vaak meer:meer tussen de lijnen door verdwalen,meer doorduwen naar een uitweg,duwen naar een betekenis of ook onzin;meer onnodige info, meer gebral;zolang je maar iets te vertellen hebt;zolang je maar met woorden gooit die me vastnemen,niet meer los willen laten;laat me niet meer los, gooi je op me af maar doe het door middel van poëzie. Het zou onzin zijn dat ik hier de oorzaak niet van ben. Ik veroorzaak bijvoorbeeld een vervolg. De weldoener ben ik zelf.Waar ik mezelf geschaad heb, heb ik mezelf ook weer overeind geholpen.Kijk waar we nu zijn aanbeland:we zijn er nog niet.Wel sponsor ik mezelf onvoorwaardelijk & onbevooroordeeld is iets als het lot.Hier ben ik, mijn redder.Het is ikzelf die me woord voor woord op de juiste plaats duw.Hoorden we hier net het gefluister van het gedicht zelf? Dat hoorden we heel de tijd al.

Dries Verhaegen
5 1

De Man die de Sporen Vond

Er was eens, in een wereld tussen droom en werkelijkheid, een man die besloot op zoek te gaan naar de sporen van het leven. Hij heette Guy, en hoewel hij al vele wegen had bewandeld, voelde hij dat er nog zoveel verhalen te ontdekken waren—verhalen die hij had gezien, gehoord en zelfs beleefd, maar die nooit waren opgeschreven. Op een dag, toen de zon nog laag stond en het gras nat was van dauw, vond hij een oude pen. De pen was geen gewone pen; ze glinsterde zacht en leek te fluisteren:"Schrijf, Guy. Schrijf en verzamel de sporen die je hart beroeren." Guy aarzelde. "Maar wat moet ik schrijven?" vroeg hij hardop. De pen zweeg, maar de wind fluisterde hem iets toe. Hij hoorde de stemmen van het verleden: van avonturen die hij beleefd had, vrienden die hij had gekend, en plaatsen die hij ooit bezocht. Ze riepen hem terug naar de paden van zijn leven. En zo begon zijn reis. Hij vertrok op een tocht door het Land der Herinneringen. Het was een vreemd land: met heuvels van oude foto's en rivieren van vervlogen gesprekken. Langs het pad stonden bomen, elk met een verhaal. Bij de eerste boom las hij: "Dipenda: Vlucht uit Matadi". De woorden spraken over moed in tijden van chaos, over zijn vader die door een woelige rivier van onzekerheid werd meegesleurd, maar toch veilig thuis kwam. "Deze sporen mag ik niet vergeten," zei Guy en schreef ze op met de magische pen. Verderop zag hij een kat met glanzende ogen op een oude vensterbank liggen. "Wie ben jij?" vroeg hij. "Mijn naam was Dikkie," antwoordde de kat, "en ik was de vriend van iedereen." Guy glimlachte en hurkte neer bij Dikkie. De kat spinde zacht terwijl hij vertelde over warme middagen, verre avonturen in de tuin en de kleine rituelen van een liefdevol thuis. Tranen sprongen in Guy's ogen toen Dikkie zachtjes vervolgde: "Maar zoals alle dingen in het leven, Guy, kwam er een dag waarop ik moest gaan. Toch ben ik er altijd, in je hart." Guy nam zijn pen en schreef het op, zodat Dikkie’s spoor nooit verloren zou gaan. Zijn reis ging verder, en al snel bereikte hij een donkere grot. Binnen klonk gelach, luid en wild. Daar zaten "De Fritzen", mannen met namen die allemaal hetzelfde waren en verhalen vertelden die nergens en overal leken te beginnen. Ze dronken denkbeeldige bierpullen en riepen: "Zum Wohl!" terwijl ze de hele grot vulden met hun vreugde. Guy lachte met hen mee en begreep dat sommige herinneringen zijn als echo's in een grot: je draagt ze altijd bij je, zelfs als je er niet meer bent. Aan het einde van het Land der Herinneringen vond hij een spiegel. Toen hij erin keek, zag hij niet alleen zijn eigen gezicht, maar ook al die sporen die hij verzameld had: de bergen die hij beklom, de woorden die hij sprak, en de geliefden die hij verloor. Hij zag zijn leven als een kaart vol kronkelende paden, diepe dalen en zonnige toppen. "Waarom heb ik deze sporen verzameld?" vroeg Guy aan de pen. De pen antwoordde eindelijk: "Omdat verhalen alleen leven als ze verteld worden, Guy. De sporen van jouw leven zijn ook de sporen van anderen. Ze verbinden mensen, net zoals voetstappen elkaar kruisen op een pad." Guy keek rond en zag dat er nog meer lag te wachten: kleine heuvels waar de lucht stil stond en enkel fluisteringen klonken. Hij volgde het pad en vond daar woorden die in de wind dansten, losse letters die wachtten om op papier te landen. "Dit zijn gedichten," zei de pen zacht. "De sporen die niet schreeuwen, maar fluisteren." Guy begreep het. Hij hurkte neer en begon regels te schrijven: korte zinnen die het geluid van een vallend blad of het ritme van een hartslag konden vangen. Hij schreef over: "De Eerste Winterprik", waar de kou niet alleen de lucht raakte maar ook de ziel."De Cirkel van Dankbaarheid", waarin liefde zonder woorden een wereld van verschil maakte.En "Waar de Tijd met de Herfst Danst", een zacht verhaal over de vergankelijkheid van schoonheid. Het was alsof de pen hem nu leerde zingen zonder muziek. De poëzie vloeide uit zijn hand, als kleine dauwdruppels op een blad, als sneeuw die stil valt in een lege straat. En toen hij klaar was, keek hij op. Voor hem lag een land vol sporen: verhalen die hij had verzameld en gedichten die hij had gevoeld. Hij nam zijn pen en ging terug naar huis, zijn boek vol verhalen en poëzie. Elk woord, elke regel, was een spoor dat nooit zou verdwijnen. Want in dat boek zat niet alleen zijn leven, maar ook dat van anderen: van Dikkie, van de Fritzen, van de vrienden, de liefde, de vreugde, en de pijn. En telkens wanneer iemand het boek opende, kwamen de verhalen en gedichten tot leven. Ze fluisterden zacht, zoals de pen ooit had gedaan:"Schrijf, lees, vertel, en luister. Want sporen verdwijnen pas echt als we ze vergeten." Zo werd Guy, de man die de sporen vond, ook de man die de poëzie van het leven bewaarde. En waar je ook bent, als je goed luistert, hoor je nog altijd het zachte ruisen van zijn woorden, als bladeren die meebewegen met de wind.

Guy Van Damme
17 1

De trumpiaanse leugens van Georges-Louis Bouchez.

"Mijn ouders zijn als zelfstandige op straat gezet omdat ze te veel belastingen moesten betalen." Zei Georges-Louis Bouchez. Niemand vraagt zich af of zijn ouders mischien een koppeltje knoeiers waren die, te hardnekkig, iets verkochte die niemant wilde.In de jaren 70tig heb ik het zelf gezien in Borgerhout.In die tijd veranderde veel in Antwerpen.Na de haven stakingen kregen de haven arbeiders opeens een loon die verdubbelde en kregen ze een vast statuut.  Zodanig dat die arbeiders zicht kregen op leningen waarbij ze in staat werden om een huis te kopen en een auto. Zodat velen die vroeger in de armoedige huizen in Borgerhout woonden massaal die huizen verlieten en verhuisden naar de Kempen. De vrijgekomen goedkope huizen werden ingenomen door nieuwe Belgen en jonge alternatievelingen. In Antwerpen was er een kleine zelfstandige gevestigd in de Provinciestraat, op 500 meter afstand in de kroonstraat  was er een andere kleine zelfstandige.De zelfstandige in de kroonstraat veranderde zijn aanbod niet. De zelfstandige in de provinciestraat veranderde zijn aanbod wel. Resultaat: de zelfstandige in de kroonstraat stond na een paar jaar op straat, de zelfstandige in de provinciestraat bloeide op, tot vandaag. Voor de zelfstandige in de kroonstraat was het schuld van de vreemdelingen en te hoge belastingen, hij sloot zich aan bij een extreemrechtse partij. Georges-Louis Bouchez lijkt wat op sommige sosialisten die vinden dat ze door nationalisering een kapotte industrie kunnen redden. Dan kunnen zelfstandigen belastingvrij nog wat meer rommel verkopen. Blijkbaar de natte droom van  Georges-Louis Bouchez. _________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ **************************************************** ************************************************ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
81 0

In de wind

op het papiergeld in zijn kom een kiezelsteen  de bedelmonnik   Een bedelmonnik in Japan wordt vaak geassocieerd met boeddhistische tradities, vooral in het zen- en het Pure Land-boeddhisme. Deze praktijk wordt in het Japans vaak aangeduid als takuhatsu (托鉢), wat “bedelen” of “offerontvangst” betekent. Takuhatsu is geen bedelen in de westerse zin, maar een spirituele oefening en een manier voor monniken om nederigheid te beoefenen en verbonden te blijven met de gemeenschap. Kenmerken van een bedelmonnik in Japan:  1. Kledij: Monniken dragen traditionele kleding, zoals een zwarte of grijze gewaad (kesa) en een strooien hoed (sugegasa) die hun gezicht grotendeels bedekt.  2. Bedelkom: Ze dragen een ronde kom (hatsu), waarin voedsel, rijst, of donaties worden geplaatst.  3. Praktijk: Monniken wandelen langzaam door straten of staan op specifieke plekken. Soms reciteren ze boeddhistische sutra’s of mantra’s om dankbaarheid te tonen. Of ze laten hun bel rinkelen als ze een donatie krijgen.  4. Symboliek: Takuhatsu vertegenwoordigt een symbiose tussen de kloostergemeenschap en leken. Leken geven materiële steun, terwijl monniken spirituele begeleiding en inspiratie bieden. Historische en spirituele betekenis:  • Oorsprong: De traditie vindt zijn oorsprong in het vroege boeddhisme in India, waar monniken zonder bezit leefden en afhankelijk waren van de giften van leken.  • Nederigheid en discipline: Het is bedoeld om het ego te verminderen en monniken eraan te herinneren dat ze afhankelijk zijn van anderen.  • Gemeenschapsverbinding: Door fysiek in de wereld te zijn, blijven monniken toegankelijk en zichtbaar voor de gemeenschap. Waar kun je bedelmonniken zien? Bedelmonniken zijn tegenwoordig minder gebruikelijk, maar ze zijn nog steeds te zien in traditionele boeddhistische centra zoals Kyoto, Nara, en in sommige delen van Tokyo. Zen-monniken in training doen dit vaak als onderdeel van hun opleiding.

Margaretha Juta
8 1