Lezen

Kaatje van Gogh

Een tijdje geleden heb ik met Stef een workshop schilderen gevolgd bij de Hondenschool waar ik met Stef en Kaatje kwam. Stef heeft jarenlang behendigheidslessen gevolgd en Kaatje moest natuurlijk naar puppycursus en de cursus Gehoorzame Huishond. Als ik dat vertel tegen mensen, beginnen ze direct te lachen. Maar Kaatje luistert heus wel goed hoor. Ze is alleen af en toe een stout meisje. Dus toen ik de aankondiging zag voor een nieuwe schilderworkshop, heb ik me gelijk samen met Kaatje aangemeld. Het schilderij dat ik met Stef had gemaakt, was super en ik was benieuwd hoe dat samen met Kaatje zou gaan. Die is wat onbesuisder dus de uitdaging leek me wel wat groter. Kaatje vond het sowieso al geweldig dat ze mee mocht. In de auto zitten vindt ze wat minder. Niet dat ze bang is, of ziek, maar het is een ernstige zaak. Ze zat heel bedachtzaam mee te kijken. Totdat ze zag waar we naar toe gingen. Toen was het enthousiasme nauwelijks te onderdrukken. Want de dame die de hondenschool leidt, is absoluut favoriet bij Kaatje. Dan ziet ze niemand verder staan. En daar gingen we nu naar toe, ze had het heus wel in de gaten. Na de enthousiaste begroetingen en het kennis maken met de andere honden was het dan zo ver. Ik deed verf op het doek, dat ging in een plastic zak en Kaatje mocht er overheen stappen. En met haar neus snuffelen om zo de snoepjes van het doek af te halen. Het is echt zo leuk om te doen. Je bepaalt zelf de kleuren maar de hond maakt er een heel eigen compositie van. Als ik om me heen keek, zag ik heel veel verschillende honden met heel veel verschillende manieren van schilderen. Sommigen stapten heel bedachtzaam over het doek. Anderen gingen er op zitten of liggen. Kaatje moest ik natuurlijk in bedwang houden. Die zou in haar enthousiasme alle verf vertrapt hebben. Want wat niemand voor elkaar kreeg, lukte Kaatje wel. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zat er toch lichtblauwe verf in haar zwarte vacht. Ze was ook behoorlijk bekaf toen ze thuis kwam. Al die indrukken, het was veel. Maar, de schilderijen zijn mooi geworden. Ze liggen nu in de garage te drogen. En nu ga ik op zoek naar mooie lijsten. Want ze verdienen zeker een mooi plaatsje aan de muur.    

Machteld
0 1

Chaos.

Ik heb verschillende kerenIn mijn levenDe chaosBinnen gelatenIedere keerHerstelde ordeZichOndertussenWas mijn levenWelTotaal een andere weg ingeslagen.Was mijn horizon compleetVerandert. ....................................................................................... In de chineese taal bestaat het woord ongeluk niet. Ze noemen het NIEUWE KANSEN. **************************************************************************************** Foto VERF ED: julien schoenaerts foto gallery VERF ED  https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ **************************************************************   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
10 0

Hoekjesmensen

Het aantal gelegenheden waar je nog vrij mag gaan zitten, daalt net zo sterk als de inhoud van een verfrissend glas op een snikhete zomerdag. In de meeste theaterzalen moest je al een stoel reserveren, maar nu heb je ook in de bioscoop prijs. Je boekt vooraf een zetel, waardoor de kans bestaat dat je naast een megagrote fan van megagrote popcornbakken zit. Ook in restaurants kan je beter vooraf reserveren of het is kin kloppen. Maar de kans bestaat dat ze je een tafeltje aanwijzen naast een uitgelaten groep feestvierders. Niets tegen feestvierders, maar als je zelf niet in de groep zit, voel je je als de belastingcontroleur die op een bedrijfsfeestje van de aandeelhouders van Google binnenkomt. Enkel in de kerk en in het café mag je nog vrij gaan zitten. Alhoewel, daar heb je ook charels die altijd op dezelfde kruk willen zitten en die je vies aankijken als je hun zogenaamde vaste plek inneemt. Daarom waren we content toen we in een theaterzaal voor een concert van een Belgische band met de naam van een Engelse voetbalclub vrij onze plek mochten kiezen. Nu moet u weten dat mijn vrouw en ik nogal hoekjesmensen zijn. We zitten graag op het uiteinde van een rij. Het nadeel is dat je telkens moet rechtstaan als er iemand passeert. Bij ons moest letterlijk iedereen passeren want we waren ontiegelijk vroeg om zeker te zijn van ons hoekje. Het eerste koppel excuseerde zich. Omdat ik goed geluimd was zei ik ‘Geen probleem. Wij zitten graag op het hoekje’. Achteraf bekeken inderdaad een onnozele uitspraak. Bij het tweede gezelschap meende ik dat te herhalen, maar de persoon naast me gaf me een veelzeggende blik van ‘Ik ken je, nu ga je dat opnieuw zeggen’, waarna ik ‘Geen probleem’ zei en vriendelijk lachte.

Rudi Lavreysen
28 3

Maandpret

Het voelt alsof mijn baarmoeder elk moment uit mijn vagina, los in mijn met maandverband bedekte bomma-onderbroek gaat vallen. Misschien is wandelen aan een tempo van ongeveer vijf kilometer per uur op de eerste dag van je maandstonden toch niet zo'n fantastisch idee, maar ik zet door. De woorden van mijn mama, of 'Mutti' zoals ik haar noem, spoken door mijn hoofd. "Niet seuten, bewegen is het beste medicijn." Ik gaf het als zestienjarige niet graag toe, maar met de fiets naar de bushalte rijden bezorgde me destijds inderdaad vijftien pijnloze minuten.  Ik wandel verder, want wie weet zakt mijn baarmoeder echt uit mijn lijf en dan zou ik in één klap van een aantal kopzorgen verlost zijn. Om te beginnen de maandelijkse miserie die maandstonden zijn. Ondanks de punctualiteit waarmee Moeder Natuur langskomt, ik kan er letterlijk mijn klok op gelijk zetten, heb ik enorm hevige bloedingen die gepaard gaan met soms ondraaglijke buikkrampen en lage rugpijn. Oh en dan vergeet ik mijn gespannen en gevoelige borsten nog. Wat een gedoe is het ook met maandverband. Verder zou ik het heerlijk vinden om jaarlijks, in plaats van halfjaarlijks op controle te kunnen gaan bij de gynaecoloog. Geef nu zelf toe dat één keer per jaar met je ding bloot en benen in beugels liggen voor een man die met een dildo je binnenkant bekijkt beter is dan twee keer, om van dat verdomde uitstrijkje nog maar te zwijgen. Het enige ogenblik waarop ik graag met mijn vagina bloot voor een man lig, is voor seks. Dan mag het in geile en hitsige periodes zelfs twee keer per dag, in plaats van twee keer per jaar.Laat me even verduidelijken dat ik elke zes maanden naar de gynaecoloog moet gaan omdat mijn uitstrijkjes keer op keer verhoogde waarden aangeven, wat dus wijst op een verhoogde kans op baarmoederhalskanker. (Er zijn al verdere onderzoeken uitgevoerd om kanker uit te sluiten. So far, so good.)Ik vroeg al eerder aan mijn gynaecoloog om mijn baarmoeder preventief te verwijderen, maar stootte op: "zo'n schoon baarmoederke ga ik niet weghalen bij iemand van amper vierendertig jaar." Kinderen wil ik niet meer en ik liet me drie jaar geleden al steriliseren. Maar goed, tot nu toe is het een duidelijke no go. De volle kilometer lang (dat weet ik omdat mijn horloge elke kilometer trilt) fantaseer ik hoe het eraan toe zou gaan als mijn perfecte baarmoeder, om de woorden van mijn gynaecoloog te gebruiken, plots in mijn bomma-onderbroek met maandverband zou belanden. "112, Ambulance en brandweer, hoe kan ik u helpen?" "Goede avond, mijn naam is Joni en mijn baarmoeder is zopas letterlijk uit mijn foef gefloept." Zou er paniek in mijn stem weerklinken of zou ik de rust kunnen bewaren? "Blijf waar u bent mevrouw, onze diensten zijn onderweg." Waar denkt ze dat ik naartoe zou gaan met een baarmoeder die uit mijn lijf hangt te bengelen? Zou je een baarmoeder kunnen doneren? Aan een transvrouw bijvoorbeeld. Dat zou haar de mogelijkheid bieden om met een gedoneerd eitje zelf haar kind te dragen en op de wereld te zetten.  De neerwaartse druk in mijn buik wordt steeds groter. "Hou je vast Joni, ze is daar." Mijn rare gedachten stoppen abrupt als ik een dikke klodder bloed in mijn maandverband voel glijden. Mijn baarmoeder blijft dan toch nog even bij mij. 

Joni Motmans
9 1

Een vervelend fenomeen

Ik weet niet of u er last van hebt, maar ik wel. Hij zit behoorlijk in de weg. Maar zonder gaat niet, want dan is onze balans verstoord. Daarnaast is die grote teen, of dikke teen, ook een komisch ding. Samen met heel die voet waar hij aan vasthangt. U moet het maar eens proberen. Bekijk uw voeten even van nabij als u er de tijd voor vindt. Wat een raar spel is me dat toch. De truc is om met je voeten en tenen te wiebelen en dat een paar minuten vol te houden. Zo zat ik op een avond, terwijl de weerman op tv één dag mooi weer aankondigde, met mijn tenen te wiebelen. Na een tijdje kon ik een lach niet onderdrukken. Mijn vrouw keek van de weerman naar mij en zag me daar lachend zitten met mijn wiebelende tenen. “Scheelt er iets?”, zei ze. Toen ik daarna nog harder begon te lachen nam ze de telefoon om naar de dokter te bellen, want ze was ervan overtuigd dat er iets scheelde in mijn bovenkamer. Maar hij zit dus ook in de weg. Ik stoot er werkelijk overal mee tegen. Elke stoelpoot of tafelpoot in huis heeft al met mijn dikke tenen kennisgemaakt. Een vervelend fenomeen, die grote teen. En het kan altijd nog erger. Tijdens het verhuizen van het bureau van onze jongste viel het bureaublad op de dikke teen van mijn linkervoet. Het was duidelijk mijn eigen schuld zei de tegenpartij. Vloeken dat ik deed. Niet normaal. Dan maar naar de dokter. “Ik kan er niets aan doen”, zei ze. “Die grote teen is te klein om te spalken.” Enfin. Te klein om te spalken, maar groot genoeg om in de weg te zitten. Het is een teen van mijn voeten, als u het mij vraagt.

Rudi Lavreysen
15 0

Mijn FOTOGRAFIE. a

  "Mijn creatieve reis begon op achttienjarige leeftijd. Aanvankelijk werkte ik met houtskool — werken die ik ondertekende met het pseudoniem ‘SERGE’ en die nog steeds in mijn dorp te vinden zijn. De naam was een eerbetoon aan een collega voor wie ik onbeantwoorde gevoelens koesterde.Sinds mijn ontdekking van de fotografie staat het LICHT centraal. Ik werk uitsluitend met wegwerpcamera’s en laat de beelden onbehandeld. Mijn proces is intuïtief: ik druk af op het moment dat het licht de omgeving vormgeeft. Dit is goed terug te zien in de bijgevoegde foto van de steeg tussen de Grote Markt en de kathedraal in Antwerpen, waar de regen het licht op een bijzondere manier filterde." De regen zorgde voor een fantastisch licht  https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ Ik heb er verder weinig aan gedaan. Enkele tentoonstelingen -        Kortrijk ano02 -        Een tentoonstelling op de plaats die later de repetitie keet  werd van de muziek groep DEUS  -        Een opname in de web galerie http://www.anamorfose.be/index/manufacturers_id/58 -        Een tentoonsteling in  Göteborg Internationale Biënnale voor Hedendaagse Kunst (GIBCA) The twelfth edition of the Göteborg International Biennial for Contemporary Art -        Toen dacht ik maak een C.V.  Mijn galerij is een site op tweedehands be https://www.2dehands.be/q/verf+ed/  https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
24 0

loverboy. a

"Hij was jong, en tegen elk meisje dat vol hoop voor hem stond — smachtend naar de bevestiging dat ze mooi was — zei hij wat ze moest doen om op Assepoester te lijken. Ze geloofden hem, ook al vertelde hij nooit wat hij zelf echt mooi vond. Het leverde hem 3,5 miljoen dollar per maand op. Hij lachte, zoals jongens vaak lachen, zeker als ze plastisch chirurg zijn." ************************************************************************************* foto VERF ED   FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ******************************************************************************* Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
10 0

Rita en den Johny

In een klein, gezellig appartementje in Wilrijk woonde een eigenzinnig koppel genaamd Rita en haar man, Johny. Rita was een klein, venijnig madammeke met een scherpe tong en een nog scherpere geest. Haar man, Johny, was vijftien jaar jonger dan zij, maar dat weerhield hem er niet van om haar te kunnen bijbenen in haar levendige discussies en pittige retoriek. Rita en Johny hadden een liefde-haatverhouding die typisch was voor een koppel dat elkaar door en door kende. Ze konden elkaar soms het bloed onder de nagels vandaan halen, maar tegelijkertijd waren ze onafscheidelijk en wisten ze dat ze niet zonder elkaar konden. Op een zonnige ochtend, terwijl Rita haar favoriete kopje koffie dronk en de krant doorbladerde, begon ze weer eens over het feit dat Johny nooit de afwas deed zonder dat ze hem er minstens drie keer aan had herinnerd. "Johny, jongen," riep ze door de keuken. "Denkte gij da kik hier zijn om uwe persoonlijke herinneringsservice te zijn? Als ge niet begint met de afwas, dan gooie kik uzelf gewoon in het sop!" Johny, die in de woonkamer een krant las, rolde met zijn ogen terwijl hij haar hoorde. "Rita, ge moet niet zo zagen." " Ik was't gewoon vergeten, da's alles." "Vergeten?" herhaalde Rita met een opgetrokken wenkbrauw terwijl ze de keuken uit kwam lopen. "Ge zou vergeten uw eigen kop op uw schouwers te zetten als ik het niet voor u zou doen, Johny!" Johny glimlachte, wetende dat hij haar niet kon verslaan in dit soort woordenwisselingen. Hij stond op en liep naar de keuken, greep een schort en begon de afwas te doen terwijl Rita hem met een tevreden glimlach vanaf de zijlijn bekeek. Ze waren misschien constant in gevecht, maar onder al die plagerijen en sarcasme was er een diepe liefde en respect tussen hen beiden. Ze waren elkaars gelijke, elkaars partner in crime en elkaars grootste supporter. En zo ging het leven door in het kleine appartementje in Wilrijk, waar Rita en Johny hun liefde-haatverhouding in stand hielden, wetende dat ze samen alles aankonden wat het leven op hun pad bracht.         Kerstavond Op een kille herfstavond, terwijl de regen tegen de ramen van hun appartementje in Wilrijk kletterde, zaten Rita en Johny gezellig samen op de bank. Ze waren in een zeldzaam vredige bui, genietend van elkaars gezelschap zonder een spoor van hun gebruikelijke gekibbel. Plotseling brak Johny het serene moment. "Rita, schat, ik moet u iets vertellen," zei hij met een nerveuze blik in zijn ogen. Rita keek op, haar interesse gewekt door de ernstige toon in zijn stem. "Wat is't, Johny?" " Ge ziet eruit alsof ge een spook gezien hebt." Johny haalde diep adem en keek Rita recht in de ogen. "Ik heb een nieuwe job aangeboden gekregen, maar het betekent dat we hier in Wilrijk moeten blijven." Een golf van opluchting spoelde over Rita terwijl ze zijn woorden verwerkte. "Blijven?" " Hier in ons vertrouwde Wilrijk?" herhaalde ze, haar stem gevuld met blijdschap. Johny knikte en pakte haar hand vast. "Ja, schat. En er is meer. Ik heb een atelierruimte gevonden waar ik kan schilderen, en ik dacht dat het misschien leuk zou zijn om ons appartementje op te vrolijken met wat van mijn kunstwerken." Rita's gezicht brak open in een brede glimlach. "Oh Johny, dat klinkt geweldig! En dan kunnen we ons kleine mopshondje Mieke ook meenemen naar je atelier. Ze zal dol zijn op al die nieuwe geurtjes en avonturen." Johny knipoogde naar Rita. "Precies, schat. Het wordt een nieuw hoofdstuk vol creativiteit en geluk, hier in ons geliefde Wilrijk." En zo besloten Rita en Johny om hun avonturen voort te zetten in Wilrijk, waar ze samen hun passies konden delen en genieten van de warmte en gezelligheid van hun thuis.

BrameetHam
12 1

Sportieve strijd

Sportieve strijd  Op 17 februari was het weer zover: ik vierde mijn verjaardag. Hiep, hiep, hoera voor mezelf. 39. Nog net geen nieuwe voordeur. Het is niet jong, maar ook niet echt oud. Vlees noch vis als het ware. Hoe dan ook, ouder was het beslist en beter zou het er niet op worden.  Dat de fysieke aftakeling reeds 9 jaar geleden was ingezet, realiseerde ik me enkele weken voordien. Een wetenschappelijk onderbouwd artikel stelde dat spiermassa al vanaf de leeftijd van 30 gestaag afneemt. De enige remedie bleek krachttraining. Work that body bleek de enige echte remedie te zijn. Als verjaardagscadeautje aan mezelf schafte ik me dus een abo op de fitness aan. Ik moest en zou een poging doen om te redden wat er nog te redden viel. De gym was me niet onbekend. In mijn studententijd was ik er kind aan huis. Vrij fanatiek met enkele vriendinnen stond ik toen zo’n 4 keer per week op de step, gewoon voor de fun. Nu probeerde ik twee vaste momenten per week in mijn agenda te zetten en geen excuses te verzinnen. Ik geef eerlijk toe : zo erg is het nu ook weer niet. Die me time in mijn weekschema vind ik best ok. Ik vertrek in joggingbroek en hoodie om lekker anoniem met mijn koptelefoon op een uurtje te zweten. Meestal start ik met wat cardio voor de hartspier. Geef mij daarvoor maar een crosstrainer want vanop dat toestel kan ik onopvallend mensen kijken. Als ik erop geraak tenminste. Dat moet ik ’s morgens om 7u niet proberen, weet ik nu. Dan zijn die toestellen bezet, worden ze geclaimd door de geriatrie (niet mijn woorden, maar die van een andere gefrustreerde sporter).  Drie kwieke zeventigers, stormen elke dag bij opening de zaal binnen en gooien hun handdoek over zo’n ding alvorens ze naar de kleedkamer trekken om zich om te kleden. Het zijn net van die Hotelmensen die in Benidorm om 6u30 een strandzetel claimen op het beste plekje bij het zwembad.  Stiekem bewonder ik hun volharding want wie doet het hen na en hoe zal ik zelf zijn op die leeftijd. Sinds ik, zalig onwetend, een poging deed er een te bemachtigen en bijna mijn neus kwijt was, wacht ik nu wel wijselijk tot na 9u om in alle veiligheid mijn geliefde crosstrainer bestijgen.  Na zo’n 40 minuten trek ik naar de krachthonk. Ik sta er als klein dametje tussen de krachtpatsers met brede schouders. Ze liften met gemak halters van 50 kilo en meer. Met dumbells van 3 kilo werk ik dapper mijn lunches en Bulgarian split squats af. Daarna doe ik wat oefeningen voor de triceps en biceps en zit mijn full body workout erop.  Flink gedaan. Ik mag dan van mezelf weer in de zetel gaan liggen in de veronderstelling dat ik mijn spierdegeneratie heb vertraagd en enkele levensmaanden heb gewonnen. In een ander, meer recent artikel las ik trouwens dat vrouwen maar half zolang als mannen moeten sporten voor hetzelfde effect. Sindsdien stop ik elke training 10 minuten vroeger. Ik zou zo maar eens teveel moeite kunnen doen.     

Melanie Huyghe
13 1

We zijn er nog niet.

Internationale Vrouwendag 2024. Hier in onze relatief veilige Westerse cocon schudden we verbijsterd het hoofd als we zien hoe vrouwen in de wijde wereld nog altijd als vierderangsburgers worden behandeld en monddood worden gemaakt. Als ze opkomen voor hun rechten staat hun fysieke integriteit op het spel, vaak zelfs hun leven. In oorlogszones worden ze door horden Rambonobo’s verkracht, vernederd, verminkt, vermoord. Flashback naar mijn jeugd. Mijn beide (oudere) zussen stapten op hun veertiende de fabriekspoort binnen. Over de mogelijkheid om verder naar school te gaan werd niet eens gesproken: het kwam niet in de hoofden op, daar midden tot eind jaren zestig. Al zeker niet in het arbeidersmilieu waarin ik opgroeide. Dik tien jaar later ging ik, mannelijk nakomertje, naar de universiteit. Ook dat stond niet ter discussie. Zoiets is nu gelukkig ondenkbaar. Maar we zijn er nog niet. Ik keek de voorbije dagen naar ‘Het Onbekende’. Ook nu verbijsterd. Hoe grote mannelijke ego’s het laken naar zich toetrekken. Hoe ze denken alles onder controle te hebben, het varkentje wel even te zullen wassen, om vervolgens met de staart tussen de benen het spel te moeten verlaten. Het bezorgde me enig leedvermaak, moet ik toegeven. Wat me nog het meeste stoorde, was hoe die getypecaste mannetjesputters (een ex-militair docent, een politieman) de ‘gesprekken’ in de auto domineerden met stoere machopraat en dito grappen, en dat de vrouwen op de achterbank dit in stilte lieten gebeuren en op de duur — ietwat onwennig, dat wel — zelfs meegingen in dat gedrag. Ik hoop zo hard dat ze zich daar bewust van waren, of achteraf zijn geworden. Dat ze zich hebben voorgenomen een volgende keer sterker te zijn. En misschien die spierbundels eens aan te spreken op hun toxische masculiniteit. We zijn er nog niet, nee. Ook niet in het Westen. Zelfs niet in de hoofden van onze geëmancipeerde jaren twintig.

Marc Terreur
27 2

De kast

Ik kreeg hem van mijn vader toen ik een jaar of 25 was: een zeventiende-eeuwse ‘baljuwkast’, dixit mijn vader, al vond ik deze benaming later nergens terug. Mijn vader had hem op de kop getikt op de meubelveiling van een voormalige minister van Staat. Hij was zo fier als een hoentje. Nadat de kast enkele jaren de inkomhal van mijn ouderlijk huis had opgewaardeerd, mocht hij verhuizen naar mijn poststudentenstulpje. Via een tweetal tussentijdse woningen kwam hij ten slotte terecht in het huis waar ik neerstreek en nog steeds woon.             Ik vond de kast prachtig. Dat kwam door zijn opwindende geschiedenis, door de laudatio’s die mijn vader ervoor gehouden had en doordat hij al zo oud was, wat tot mijn verbeelding sprak. Het kwam ook doordat hij gewoon prachtig wás. Ik vond de kast zó prachtig dat ik er beretrots op was en me werkelijk niet kon voorstellen dat iemand er niét dol op zou zijn. Wanneer ik op reis ging sloot ik zorgzaam mijn gordijnen, om te voorkomen dat iemand mijn huis met een bezoek zou vereren na het zien, door het raam, van mijn kast.            Regelmatig onderzocht ik de kast. Bezorgd over enkele houtwormgaatjes, zo oud dat zelfs de nakomelingen van de nakomelingen onmogelijk nog in leven konden zijn. Bezorgd over een hersteld hoekje van de deur, afgebroken en nu onvindbaar. Wat was er mis met mij dat ik zo nonchalant met erfgoed omging? Langzaam maar zeker werd de kast een bron van bezorgdheid.            Op prepensioenleeftijd kwam ik bij toeval de vrouw van mijn leven tegen en we gingen samenwonen. Onze gezamenlijke collectie boeken bleek zo buitensporig dat we een nieuwe boekenkast moesten aanschaffen. Plots was er geen plaats meer voor de baljuwkast.‘Antiek verkoopt niet meer’, waarschuwde men mij. Ik stuurde de prijs van de kast bij, maar bleef hoopvol. Ten onrechte: veilingmeesters wilden na het zien van de foto’s zelfs niet komen kijken. Met een groot hart besloot ik de kast cadeau te doen aan mijn neef, uit sympathie voor zijn eigenhandig bouwen van een huis in een zelfbedruipend dorp. Maar die had geen plaats meer en ook andere familieleden hadden noch plaats, noch belangstelling. Het internet leverde geen kopers, maar wel schampere opmerkingen op. ‘Dit is geen 17e eeuwse kast’, klonk het. ‘Toen hadden ze nog geen zo’n houtverbindingen. Toen bestónden deze kasten zelfs nog niet’. De prijs van de kast ratelde onbarmhartig verder naar beneden. Maar het mocht niet baten: geen kat was geïnteresseerd. Een goed doel? Niet te vinden. Gratis weggeven op het internet? De dag waarop de nieuwe boekenkast zou geleverd worden kwam akelig dichtbij. ‘Ik heb een voorwaarde’, zei ik stoer aan de geschikte gegadigde die eindelijk opdook. ‘Geef mij de primeur wanneer je de kast ooit weer van de hand wil doen’. ‘Geen voorwaarden’, zei de gegadigde. ‘Gegeven is gegeven’. Geen deal dus.            En hier zit ik nu, met de handen in het haar. Morgen wordt onze grote boekenkast geleverd … en we hebben er geen plaats voor.

Sybille Opdebeeck
94 2