Lezen

Amerika, Supermodel op Retour

“Amerika, Supermodel op Retour” — elegie voor een verdwijnende democratie   Ooit stond ze op elke cover,
 de ogen van de wereld
 glommen in haar glimlach.
 Amerika, benen tot aan de maan,
 make-up van vrijheid, parfum van hoop.   Ze wandelde over democratie
 alsof het zijde was,
 licht en onwrikbaar tegelijk.
 Een lichaam gevormd door idealen,
 borsten van gelijkheid,
 heupen die mensenrechten wiegden.   Aan haar voeten lagen
 LA als een sieraad,
 Hollywood als een kroon van licht,
 een droomfabriek die
 haar naam in sterren schreef.
 Zij was het verhaal.
 Zij was de belofte.   Maar de camera flitst nog zelden,
 haar huid getekend door tweets en twijfels,
 haar stem kraakt in het ochtendnieuws.
 Ze leeft in de schaduw van zichzelf,
 botox van propaganda
 kan de vermoeidheid niet verbergen.   En daar is hij weer —
 de man met oranje handen,
 ogen als spiegelglazen liften:
 glad, kil, steigerend zonder eindbestemming.
 Hij noemt haar nog mooi,
 maar kleedt haar uit voor de show,
 vervormt haar stem tot echo’s van angst.   Vandaag spartelt ze in chaos en verval —
  Studio’s sluiten,
 de straten barsten open in woede,
 de skyline kleurt oranje van rook
 en misleiding.   Ze zei nee,
 in 2020.
 Maar hij,
 met zijn marmeren ego
 en een natie die vergat wat ‘consent’ betekent,
 dwingt haar opnieuw naar de stembus.
 Een verkrachting van vertrouwen
 in flonkerend daglicht.   Ze loopt nog,
 maar wankelt op te hoge hakken
 brekende instituties.
 De spotlights zwak,
 de fans verdeeld.   In haar spiegel fluistert de Grondwet:
 "Hoeveel schoonheid valt er nog te redden,
 voordat ze ons écht verlaat?"   Tekst : Manfred – 12 juni 2025 

Manfred
0 1

De drie grijstinten van Nolde

De drie grijstinten van Nolde   "De Grijze Getijden" (deel I van "De drie grijstinten van Nolde")   Er is geen kleur meer in de kust.
 Alle pigment is teruggetrokken in het zand,
 als bloed dat zich schaamt
 en terugkeert naar het hart.   De zee ligt daar nog,
 ademend,
 maar zonder smaak.   Golf na golf
 rolt over het doek
 in tonen van grafiet en stilte.
 Zwart is niet de afwezigheid van licht,
 het is het gewicht van alles
 wat niet meer gezegd wordt.   Een vogel zweeft
 als een vraagteken boven het water,
 zonder schaduw,
zonder doel.
 Misschien is het geen vogel.
 Misschien is het iets dat ooit dacht te kunnen vliegen.   Nolde droomt nu in zwartwit.
 Zijn penseel krast nu
 in lijnen die niets meer willen zijn.
 Geen vorm, geen verhaal.
 Alleen een horizon
 die steeds verder weg beweegt
 wanneer je hem nadert In minstens 40 tinten grijs.   En in de verte
 klinkt het geruis van een zee
 die blijft fluisteren.     De Spiegel van het Getij (deel II van "De drie grijstinten van Nolde")   De zee heeft ogen.
 Ze liggen net onder het oppervlak,
 knipperend in zilte patronen,
 niet knipperend uit verbazing,
 maar uit herinnering.   Ze herkent ons.
 Niet bij naam,
 maar aan de manier waarop we verdwijnen.   Elke voetstap op het strand
 is een vraag die nooit gesteld werd.
 Elke ademhaling
 een echo van een kleur
 die er niet meer is.   De horizon is een spiegel,
 barstend van rimpels en oude beloften.
 Nolde’s borst klopt nog in de branding,
 maar zijn hart klopt achteruit.

 Zijn penseel,
 een pendel tussen eb en vloed,
 tekent cirkels in het schuim
 die zichzelf uitwissen nog voor ze bestaan.   Een storm begint zonder geluid.
 De lucht breekt open. De zee ziet alles.
 Zonder te oordelen.
 Maar ze vergeet niets.     Het Stilste Grijs (deel III van “De drie grijstinten van Nolde”)   Het is niet het donker dat het laatste woord heeft,
 maar de stilte
 die zich nestelt in alles
 waar geen beweging meer in zit.   Geen zee meer,
 alleen het natte geheugen van een oceaan,
 gladgetrokken door wind
 die zichzelf niet meer hoort.   Nolde is hier niet.
 Zijn handen liggen opgevouwen
 in een penseeldoos vol stof.
 Zijn kleuren zijn gestorven
 aan teveel wit en zwart.   Wat rest is het stilste grijs —
 een toon die niet zingt,
 maar wacht.
Niet koud, niet warm,
 maar iets daartussen,
 als een gezicht dat je denkt te herkennen
 in de mist.   De lucht is een platgetrapt doek
 zonder begin of eind.
 Geen storm, geen zon,
 alleen adem
 die in geen enkele richting blaast.   Kijkend door glas waarin niemand meer weerspiegeld wordt,
 herken je plots iets.
 Niet de zee, niet Nolde,
 maar jezelf als vlek,
 als vingerafdruk
op een vergeeld paneel.   Tekst :  Manfred 24 april 2025 Afbeelding : Emile Nolde - "Sea with light violet cloud"  

Manfred
0 1

Zwarte veer, Afrit Nergens

“Zwarte Veer, Afrit Nergens”   De raaf zit op een lekke vrachtwagenband
 naast een verlaten sexshop met geblinddoekte etalages.
 Hij rookt geen peuken meer. 
Hij rookt tijd.
 En spuugt seconden uit als brandende sintels
 op het dashboard van wie te lang blijft hangen.   Langs de autostrade van het leven
 staan parkings die nooit sluiten. Veel niemandsland, met groen onkruid aangeplant. 
 Vol met koffiemachines die bloed tappen
 en snacks achter glas die je enkel krijgt
 als je je eigen naam fout intoetst.
 Er zijn wc’s zonder deuren
 en spiegels die je laten zien
 zoals je vader je zag,
 toen je loog dat het goed met je ging.   De wind praat in morscode.
 De bomen langs de snelweg zijn krom
 alsof ze iets wilden vasthouden
 maar te laat beseften dat ze armen misten.
 En altijd is daar die raaf.
 Soms op het dak van je auto.
 Soms in je achteruitkijkspiegel
 met ogen als vergeelde faxen uit het hiernamaals.   Drie roepen bij valavond.
 Niet hard — maar snijdend.
 Alsof de hemel een kras op de plaat werd.
 Het universum dat even stottert.
 De raaf kantelt zijn kop,
 spreekt met een keel vol grind:
 “Wat je niet gezegd hebt,
 wordt straks een echo die je blijft volgen
 in elke verlaten gang van je dromen.”   Dan dwarrelt er een zwarte veer.
 Zacht.
 Geruisloos. Alsof de zwaartekracht zelf rouwt. En je kijkt naar de parkeerplaats:
 een niemandsland vol stemmen zonder monden,
 peuken zonder lippen,
 geluiden zonder oorsprong.
 Een bord flikkert: “GEEN BESTEMMING. GEEN TERUGWEG. KIES IETS.”   En jij?
 Je draait de sleutel niet om.
 Want diep vanbinnen weet je:
 de raaf rijdt mee.
 Altijd.   Tekst :  Manfred 19 april 2025 Foto : Manfred 

Manfred
0 1

April

"April in haar regenjas"
 (voor Tom, David en René - deel I)   April kwam binnen op blote voeten,
 met een regenjas vol klokgelui en sigarettenrook.
 Ze sprak geen woord —
 maar haar adem maakte condens op mijn ramen,
 ergens in de verte huilde een accordeon
 het huis herinnerde zich hoe het vroeger lachte.   De bloesem hing aan de bomen
 als verfrommelde servetten na een mislukte picknick.
 Lentelicht viel scheef door het plafond,
 waar vogels hingen aan onzichtbare draadjes —
 niet vliegend, maar tentoongesteld
 zoals men dromen ophangt in musea
 die alleen 's nachts open zijn.   Ze schonk me koffie
 uit een theepot die naar benzine rook,
 en zei:
 “Soms is bloeien alleen maar een langzaam sterven in pasteltinten.”   De zon kwam op in omgekeerde volgorde,
 de klok liep achteruit met een trombone op de achtergrond,
 en ik begreep ineens
 waarom het gras altijd groener lijkt
 op een schilderij van iemand die nooit buiten komt.     "Nadat April vertrok" 
(voor Tom, David en René deel II)   Ze liet haar regenjas hangen aan een spijker in de lucht,
 naast een klok die niet wees.
 De koffie was koud,
 de theepot verdween langzaam in het tafelkleed
 zoals herinneringen dat doen
 als niemand ze meer opraapt.   In de gang lag één blote voetafdruk,
 gevuld met mos en zacht gezoem
 van radio die op geen enkele post stond.   Ik opende het raam —
 maar de lucht daarbuiten was geschilderd
 op een doek dat bewoog als ademhaling.
 Er stond een stoel in de tuin
 waar niemand ooit op gezeten had,
 maar die precies wist hoe wachten voelde.   Een kraai op het dak droeg een zakhorloge,
 en keek me aan met het geduld
 van iemand die al weet
 dat morgen uitgesteld is.   Onder de vloer zong iets.
 Misschien de lente.
 Misschien gewoon de buizen.   Ik keek naar mijn handen —
 ze waren vol bloesem
 die ik nergens had geplant.   Tekst : Manfred - 18 april 2025  Foto : Manfred - Damme

Manfred
0 1

Archief van Verdwijnen

“Archief van Verdwijnen” Aantekeningen van de archiefhouderEr zijn dossiers die niet opgevraagd worden.Stukken die fluisteren wanneer je ze openslaat.Deze bundel is een verzameling daarvan.Wat u hier leest, is geen reisverslag maar een verdwijnverslag.Geen herinneringen, maar echo’s van wat zich misschien nooit voltrokken heeft.Elk gedicht een kaart van een plek zonder coördinaten,elk beeld een spiegel die niet terugkaatst, maar absorbeert.In dit archief registreert men geen feiten.Hier worden stemmingen bewaard.Verstilde bewegingen.Stille stemmen.Vergeten keuzes en hun naschaduw.Er is geen sleutel nodig.Alle laden zijn al open,ze wachten alleentot iemand kijkten iets herkentwat hij zelf heeft weggeschreven.Welkom.Of welkom terug.— De archiefhouder Uitnodiging tot verdwalen (deel I)Kom, mijn schaduw met je ogen van rook,laat ons vluchten naar een plekwaar spiegels fluisterenen tijd in achteruit leeft.Liefhebben zonder vorm,onder een bloedrode maan die nooitbeslist of ze opkomt of ondergaat.Daar, in dat huis zonder deurenwaar het tapijt je naam ademten de lampen dromen van verdrinking,daar ben jij zoals je hoort te zijn.Daar is schoonheid die je stil doet wenen.Luxe in het porselein van gebroken maskers.De stilte na een onuitgesproken schreeuw.We liggen op de grensvan slaap en verdwijnen,tussen kamerplanten die fluisterenin talen van oude radio’s.En in die schemerzonewaar je naam vervaagt tot een geur,ademen wij zachtonder het plafond van stromend marmer. Onder de stad (deel II)Er is een stad onder de stad,waar regen naar boven valten lantaarns fluisteren in Morse.De metro rijdt zonder machinist,vol slapende mannenmet koDers vol gebakken lucht.Een vrouw met een gezicht als gebarsten porseleinzingt een lied zonder woorden,en ergensop een bank van roestlacht een mandie nergens meer op wacht.Hier ruikt het naar motorolieen vergeten verlangens.Klokken tikken met zatte tongen,ratten dragen hoedenen vragen niets.Niemand kijkt je aan,maar alles ziet je.Hier is geen hemel.Geen hel.Alleen de tussenruimte,waar dromen achteruit lopenen deuren niet leiden naar kamersmaar naar stemmendie jouw naam nog weten.En als je blijft stilstaan,luisteren,helemaal luisteren,hoor je
 onder het gebrom van leidingen,het gehijg van stoom,het gepiep van neon,een melodiedie je ooit is nagelatendoor iemanddie je misschiennooit hebt ontmoet. Trein der Traagheid (deel III)Ik zit op een treindie niet stoptmaar nergens heen gaat.Het landschap herhaalt zich,elke boom kijkt me anders aandan daarnet.De conducteur,ogen van melkglasspreekt in getallendie ik ooit droomde.Hij knikt,alsof hij weetwat ik vergeten ben.De vrouw tegenover mijdraagt een maskervan haar jongere zelf.Ze ruikt naar vergeelde brievenen leest een boekzonder bladzijden.Iedere wagon, een herinneringwaar je niet meer in gelooft.De stoelen zuchtenonder het gewicht van watniet is gebeurd.En als ik door het raam kijk,zie ikmijn geboortehuisopnieuw branden.Altijd datzelfde vuur,altijd die stiltenadat iemand mijn naam riepen niemand opstond.Er is geen eindstation.Geen kaartje dat vervalt.Alleen het ritmevan een wagondie een droom meesleeptals een jankende mondharmonicadoor het vergeten heen.Iemand stapt in,maar niemand stapt uit.Soms denk ikdat deze trein me zal uitleggenwaarom ik altijd onderweg bennaar ietsdat ik al was. Het pad dat zich verzon (deel IV)Er waren twee deurenin de bouwvallige halvan het verlaten hotel Kosmos.Geen bordjes. Geen nummers.Allebei ademden langzaam,alsof ze sliepen,droomden van iemand zoals ik.Ik koos er éénomdat de vloer ervoor iets minder kraakte.Of misschienomdat de lucht daar stonknaar herinneringen die ik niet had.De gelachzaal was leegbehalve een stoelen een radio die enkel zongwat ik gisteren had gedacht.Op de nachttafel:een postkaart van een weg in de mistmet mijn handschrift erop.Achterop stond:"Je was hier al voordat je koos."Buiten was geen buiten meer.Alle ramen waren spiegels,en in elk keek ik mezelf aanzoals ik ooit had willen zijn.Soms hoor ik de andere deurLangzaam piepend.Traag krakend.Zoals iemand die wachtzonder te weten waarop. De weg die zich verzon (deel V)De weg lag daar,een schaduw die je niet meer kunt dragen.Gevonden, maar niet verwacht,drijvend tussen bomen die niet ademen,zoals een rivier die verdweenvoordat je leerde zwemmen.De buizerds, die altijd hoog boven je leken,broedden in de lucht,hun ogen als vonken die je verbrandenals je te dicht bij de rand kwam.Ze wachtten,op het moment dat je wegkeek,alleen een flits van beweging,een vleugelslag die je ziel wilde grijpen.En witte tijgers —ze kwamen niet van voren.Zeldzaam, niet met brullende kracht,het geruis van onzichtbare stappen,hun klauwen de echo van wat je zeitoen je dacht alleen te zijn.Ze naderden je niet,maar je voelde ze in je rug,hun adem, een herinnering,wat je niet had gezien.De weg gevonden,maar de grond eronder bleef trillen,alsof de keuze pas nu begon.De lucht fluisterde je naam,bomen leken te fluisterenover routes die je niet meer kon kiezen,maar je was er al.Je had je gevonden —een droom die niet herkendewaar hij vandaan kwam.EpiloogArchiefkastAlles wat ik waspast nu in een ladezonder naam.En als je hem opentruik je
 de regenvan een droomdie ik nooit had. Tekst : Manfred 16 april 2025 Foto : Manfred - Parijs

Manfred
0 2

De Zwarte Vaart

De Zwarte Vaart   Er is een kanaal dat niet meer stroomt,
 de Zwarte Vaart.
 Het water beweegt niet,
 het glanst
 onder een hemel die zich niet wil tonen.
 Je weet niet of het avond is,
 of een eeuwigheid die net begonnen is.   Huizen aan de oever hebben geen deuren,
 geen ramen die naar binnen kijken.
 Hun schaduwen vallen niet in aarde,
 maar verdwijnen omhoog —
 ergens achter de horizon,
 waar je nooit kunt komen,
 maar het gevoel hebt altijd al te zijn geweest.   De vaart is zwart,
 je kijkt erin en ziet niets —
 maar er is iets,
 iets dat je zou kunnen noemen
 een herinnering die je niet hebt,
 een geluid dat je ooit hoorde,
 maar nu verstomd is,
e en droom die zich omdraait naar de muur.   Er zijn geen vissen,
 en toch beweegt het water —
 een ademhaling die zich in je keel legt,
 iets dat je niet kunt aanraken,
 maar je niet loslaat.   De bomen langs het kanaal
 hangen niet naar beneden,
 ze hangen naar de zijkant,
 alsof ze niet weten hoe zich te verhouden
 tot wat je denkt te zien.
 Hun takken, geen takken,
 maar vingers die zich om je schouders sluiten, 
je blijft kijken,
 het is te laat om je om te draaien.   Iemand roept je naam,
 de echo komt niet terug.
 De vaart houdt je vast,
 maar niet met handen.
 Met stilte.
 Met ruimte.   En als je verder kijkt,
 zie je een pad dat niet bestaat,
 toch is het er,
 je kunt het niet volgen.   Want de Zwarte Vaart leidt nergens heen,
 en toch is hij alles waar je bent.   Tekst : Manfred - 5 april 2025 Foto : Manfred - Leffinge Kanaal Plassendale-Nieuwpoort

Manfred
0 1