Lezen

Paazei

simpele woorden steriel bijna en uiteraard klinisch beautiful freaks weerloze, ongevaarlijke nuttelozen want dat is de huidige realiteit dat de asocialen de socialen zijn de ongevaarlijke de gevaarlijke de maatpakman te beduchten   wijlen voetbalicoon en enfant terrible van den Beerschot Rik Coppens knipte de plastrons af van de goegemeente mijn vader, de neutrale butler, prostitueerde zich aan de hoogste bieder, de champagnespuiters, de decadenten hij had geen empathie met de rebellen, de schooiers, het langharig werkschuw tuig, of de kinderlijke voetbalmiljonairs McEnroe spuwde hij uit omdat die geen handtekening wou geven aan een kind maar zelf troggelde hij wel voor een peulschil horloges af van de dorpsgek   schaam u van den doden niets dan goed but that shit fucked me up stel je voor binnen enkele decennia de dochter die jou voor de bus gooit dan want is dat niet wat kinderen nu doen ouders overladen met alle zonden van Babylon moeder waarom leven wij terwijl het zo’n geschenk zou kunnen zijn maar wie zorgt nog voor wie alles is zelfbehoud geworden er is al lang geen sneuvelbereidheid meer hoe kan het ook als je in niks meer gelooft volgens Goelag-overlever Sjalamov waren dat de beste mensen in het kamp zij die geloven geloven in God geloven in het goede rechtvaardigheid, wederkerigheid, solidariteit, barmhartigheid, opoffering dure woorden in het (belastings)paradijs ze kosten niks uitgesproken maar wat als je daadkracht ontbeert woorden zijn namelijk hol dit schrijven volkomen overbodig de daad is alles Socrates had ongelijk wie het goede weet, kent, doet niet per se het goede tenzij in het kapitalisme iedere daad verkeerd is dan is lethargie en passiviteit toch een mogelijk antwoord maar wie gelooft dat, hein?   eels - beautiful freak - live - 1997

Kameraad 60
43 0

De wet van drie, zes en negen

 Mijn vriend heeft een perfecte pelouse. Maar echt. Perfect. Geen spriet durft scheef te staan. Ge houdt uw adem in als ge er voorbij loopt. Het gras ligt zo strak dat ge het gevoel hebt dat het ’s nachts nog rechtgetrokken wordt. Het is een voortuin. Dat is belangrijk, want een voortuin is niet van u alleen. Een voortuin is een statement. Een zachtgroene mededeling aan de straat. Het bepaalt de norm.  En elke vrijdag — élke vrijdag — staat hij daar. Alsof zijn leven ervan afhangt. Alsof er een jury komt. Alsof ergens iemand met een clipboard notities maakt. Hij maait. Hij strooit. Hij kijkt. Hij stapt achteruit en dan weer vooruit. Hij buigt zich. Hij recht zich. Hij knikt soms. Naar niemand. Hij kan zorgen voor iets dat eigenlijk nooit af is. Hij blijft geloven dat perfectie bestaat.  “Drie, zes en negen,” zegt hij dan. Alsof het over iets eenvoudigs gaat. Alsof iedereen dat weet. "Drie, zes en negen maanden om uw gazon te bemesten. In maart en september ook kalk. En in die negende maand maakt ge alles klaar voor de winter." Hij zegt dat met een vanzelfsprekendheid waar ik licht ongemakkelijk van word. Maart. Ge begint. Ge strooit. Ge hoopt. Ge denkt: dit wordt schoon. Juni. Ge onderhoudt. Ge kijkt of het pakt. Of het groeit. Of ge het onder controle hebt. Spoiler: dat hebt ge niet. En dan september. Ge strooit opnieuw. Kalk. Zorg. Nog één keer alles geven. Niet om het mooier te maken — maar om het te laten overleven wat komt. Want daarna wordt het koud. Daarna groeit er niks meer. Daarna is het gewoon… wachten. Ik moest daar dus aan denken. Aan die drie, zes en negen. En aan hoe wij mensen elkaar liefhebben. Want wij doen dat ook zo, denk ik. In het begin zaaien we. We geven alles. We willen dat het groeit, dat het schoon is, dat het klopt. In het midden proberen we het gaande te houden. Water geven. Praten. Soms zwijgen. Doen alsof we weten waar we mee bezig zijn. En dan — ergens — komt er ook een september. Een moment waarop ge voelt: nu moet ik zorgen dat dit blijft. Niet dat het nog groter wordt, niet dat het nog beter wordt, maar dat het kan blijven bestaan. Dat het de winter overleeft. Misschien maken we een liefde ook klaar voor de winter. Na die negende. Niet met mest of kalk, maar met zachtheid. Met aanvaarding. Met minder eisen. Niet meer alles willen veranderen. Niet meer alles willen laten groeien. Maar gewoon zeggen: blijf maar, het is goed zo.  Mijn vriend staat in zijn voortuin. Recht. Zeker. Met zijn perfecte pelouse. Voor de straat. Voor de blikken. Voor iets dat misschien buiten hem ligt. En ik? Ik sta ernaast. Met vuile handen. Met vragen. Met iets dat lijkt op liefde. En het lichte besef dat ge sommige dingen perfect kunt onderhouden voor de buitenwereld, maar dat ge ze pas echt leert kennen wanneer niemand kijkt, het stil wordt, en de winter begint.

Katrien Daniels
92 4

De mens als een unieke open-samenleving en de filosofie van Emmanuel Levinas

De mens als een unieke open-samenleving en de filosofie van Emmanuel Levinas   Als ziekenhuishygiënist werd ik geconfronteerd met hygiënische problemen die binnen het gangbare denkkader niet langer oplosbaar waren. Ons mensbeeld had een update nodig. We hadden (en hebben) nood aan een nieuw hygiënedenkkader om alle problemen met betrekking tot zorginfecties en de mondiale verspreiding van zorggerelateerde ‘Multi Drug Resistant Organisms’ (MDRO’s) op te lossen. In 2015-2017 schreef ik hierover een ‘essay’: ‘De noodzaak van een nieuw zorghygiënedenkkader’. Als bij toeval las ik (en lees nog steeds) over de filosofie van Emmanuel Levinas (1906 – 1995), een Franse filosoof die beschouwd wordt als een van de grootste denkers van de twintigste eeuw. Zijn denkbeelden wijken vaak sterk af van wat we gewend zijn te denken maar zijn mensbeeld is, weliswaar in andere woorden, volledig congruent met het mensbeeld dat ik in mijn ‘essay’ beschreef. Klassiek zien we de mens als een enorm groot en enorm complex systeem van eukariotische cellen (10^13) die in een perfecte symbiose leeft met een enorm groot microbioom (10^14 prokaryotische cellen, bacteriën, eencelligen). Het microbioom (de commensale bacteriën) wordt niet als tot de mens behorend beschouwd. Het wordt als een epifenomeen beschouwd, een voor de mens nuttige, maar vrijblijvende, samenleving. Maar dat is niet zo. Het menselijke microbioom is een essentieel subsysteem van ons lichaam. De samenleving is open en noodzakelijk. Ons lichaam is eukaryotisch en prokaryotisch. Er bestaat op aarde geen complex-meercellig organisme zonder een eigen microbieel subsysteem. ‘Als je een menselijke gedaante tegenkomt zonder eigen microbioom, pas dan op! Die gedaante is zeker geen mens en wellicht een ‘alien’ met kolonisatieneiging.’, Yvon Bories. Het denken van Emmanuel Levinas is een differentiedenken of relatiedenken: alles is differentie (relatie) of uit differenties (relaties) afleidbaar en verklaarbaar. De differentie is een contradictie. Voorbeeld: Ik ben geest en materie, onafhankelijkheid en afhankelijkheid, tegelijk. Ik ben een levende contradictie. Hun gelijktijdigheid constitueert het lichaam. Ik ben een hybride werkelijkheid als differentie. In de combinatie krijgen we de derde entiteit (het lichaam), de logisch uitgesloten derde. Als zijnde de ‘vereniging’ is deze derde entiteit iets heel nieuws. Deze kan ervaren worden (Levinas is een fenomenoloog) maar niet gedacht. De vereniging kan niet logisch gedacht worden zonder tegenstrijdigheid. De logica bevat de wet van de niet-tegenstrijdigheid. Ons verstand werkt volgens de categorie van oorzaak en gevolg en weigert een contradictie op te nemen. De gelogificeerbare werkelijkheid, de werkelijkheid dus die door het bewustzijn met zijn denkwetten gevat kan worden, is kleiner dan de werkelijkheid. Maar wat niet logisch is kan nog wel reëel zijn (het lichaam is reëel). Het denken is een instrument om het leven leefbaar te maken maar wellicht niet om het omvattend te vatten. Mijn mensbeeld op de wijze van Levinas: Mijn lichaam is eukaryotisch en niet-eukaryotisch (prokaryotisch) in relatie samen zijn, verenigd in scheiding (niet vermengd). Ik (het eukaryotisch systeem) en ‘Ik’ (het prokaryotisch systeem), ik ben die beide als lichaam. Het lichaam is niet één, maar twee. Ons lichaam is reëel (maar niet logisch) en produceert geen antilichamen tegen de bacteriën van ons microbioom. Ons lichaam heeft weet van de lichaamseigenheid van het microbioom, nu onze geest nog! De werkelijkheid is wat het is of we het nu willen of niet. Het is niet de mens en zijn microbioom, zijn ééncelligen, als epifenomeen maar de mens als epifenomeen in een wereld van ééncelligen. De mens is niet de heerser der aarde, de mens is een vrucht van de aarde.   Gezien voor ‘t leven Ecce homo Kijk de mens En ik Ik heb de mens gezien Nog voor hij door mijn rede stierf Geen één in stukjes Door de rede in lijkwaad gebundeld Neen, ik heb de mens gezien In een wereld van magie Een samen één In magie getooid Ik heb de mens gezien Een feit met een uitroepteken? Een vraagteken? Geen weg terug Geen weg vooruit Ik heb de mens gezien Gezien voor ‘t leven.       Yvon Bories.

Yvo
0 0

Jij

De zolder staat op de gelijksgrond en de eerste verdieping bevindt zich op de derde. Wanneer je de lift naar de gevel neemt sla dan rechts af naar mijn kamer. Mijn kamer bevindt zich op een hele hoge straat. Waar iedereen die ooit bestaan heeft langskomt. Vanop mijn bed kan ik ze zien. Allemaal. En dan zie ik jou. Bel mij. Bel mij. Bel mij op. De zolder had drie kamers, elke vreemder dan de vorige. Maar dat hing natuurlijk af van de volgorde waarin jij ze betrad. De eerste kamer werd omvergegooid tot een soepbar. In de soep die ze serveren zitten de haren van meisjes waar jij ooit verliefd op was. Het is iedereen die ooit bestaan heeft die komt proeven of de haren nog dezelfde parfum dragen. En dan proef je mij. Proef mij. Proef mij. Proef mij. Jij. De rijen van planken die als kasten uit de muren steken hebben voor iedereen die ooit bestaan heeft een claustrofobisch doel. De tweede kamer is een bib waar de miniatuur beeldjes staan van meisjes waar jij ooit iets voor hebt gevoeld. De categorieën zijn terug te vinden in de runes gegraveerd in de randen van de kast. En dan zeg je. Zeg mij. Zeg mij. Zeg mij. Jij. Welke categorie ik daarvan was. Iedereen van heel de wereld staat plots versteld wanneer de laatste kamer voor hun ogen wegsmelt. Een derde kamer aan de gevel van een hele hoge straat, daar draai jij als enige naar rechts. De laatste kamer op de gelijksgrond. De laatste kamer hangt vol bedrukte lakens als gordijnen aan het plafond. En bedrukt op de lakens, daar sta jij. Zo ben je dicht. Dicht bij. Dicht bij mij.

Tess Declercq
7 0