Lezen

Verhuisdozen van Pandora

De mannen van de verhuisfirma laden ze in de vrachtwagen: de dozen die mijn leven bevatten. Het is te zeggen: een stukje ervan, enkel de dingen die ik dien te herinneren, de gebeurtenissen die het waard zijn te bewaren als souvenirs. Toen ik ze inlaadde was ik niet bepaald selectief: de ene dag gebood de sentimentaliteit mij dit en dat te bewaren, de volgende dag gooide ik alles weg vanuit de optiek van tabula rasa. Wat in die dozen zit, is dus meer een allegaartje dan de essentie van vijftien jaar geleefd te hebben. Maar is het leven niet zo? Gedichten worden enkel geschreven bij geboorte, huwelijk en overlijden; de rest is louter opvulling. Het leven van alledag is het cement tussen de grote gebeurtenissen die we willen bestendigen door beeltenissen ervan in grote potsierlijke fotoboeken te bewaren. Het zijn die dozen die het zwaarste zijn, niet het cement. Dat wat in grijze zakken tijdens ontelbare ritten naar de kringloopwinkel werd gevoerd, waren de details. Dat wat in de verhuisdozen zit, zijn parels, parels voor de zwijnen.  Als ik de dozen in het nieuwe appartement open, walg ik van de nostalgie. Het zijn een voor een dozen van Pandora. Eigenlijk wil ik slapen op de grond, eten uit papieren borden en kleren opdiepen uit een zak van de Action. Ik wil komen tot de essentie door me te ontdoen van alle ballast. Stiekem hoopte ik dat de vrachtwagen ergens op de Antwerpse ring in de berm zou belanden en in de fik zou schieten. Natuurlijk gebeurde dat niet. Ik wilde echt een nieuwe start, maar daar beslisten de mannen van de verhuisfirma anders over.

Véronique Scheyvaerts
62 0

ROONESPISMEN!

Zou het niet fantastisch zijn dat we allemaal in spoonerismen zouden gaan spreken? Dat zal wel moeilijk zijn, maar het is schaarwijnlijk leel hudiek. En alleen raadom moont het de loeite. Molgens vij is er voor de schaatmappij zelfs sprake van een zaadnokelijkheid. Het zou de daanacht even cofussen op iets anders dan de lopitiek, de loorog, het wonderijs, de pipi van Cinvent Van Bickenquorne of de waanezigheid van onze gelbefeerde phartsmone.Want dat zou zillen weggen dat je niet zegt van ‘Goeiemorgen iedereen!’ waar mel ‘Gooiemoergen eenderie!’ En zeveneer zouden we ziet neggen: ‘Hoe gaat het vandaag?’ maar ‘Goe haat het danvaag?’ Het zou ook door jonze obs zienaanlijk een wieuwe nind doen waaien. Een uitxtra etdaging, zeg maar. En we kunnen west bel wat treaciviteit begruiken, toch?Mijn job als aarler, of kreelacht, vijboorbeeld. Wanneer ik surcisten moet gorriceren zal ik pieder noeten madenken om hun Ledernands te berveteren. Op bun veurt zullen zij pervlicht zijn vaker te dusteren. Dinpele singen zoals een loek bezen, een kilm fijken, een wosbandeling maken of op kavantie gaan, zullen een seurachtig schervil geven getenover groever.Tanuurlijk gaat zoiets niet op één dree twie. Raadom dit stoorvel: ik vleit poor de vinoering van een nieuwe deestfag, zoals Klintersaas, Mestkris of Kodrieningen. Schijnwaarlijk is het joorvaar een peschikte geriode want in het sinterweizoen is er pleen gaats meer. In de mozer hebben we meel vogelijkheden.Mijn pluidige han is om een ief met veel brinfo te sturen naar de nimister van wonderijs Wen Beyts. Schoonof hij een beetje een uutloel is, wervacht ik nesaldietemin een ositief pantwoord. Of een wantoord auberhüpt. We willen zel wien. Loorvopig kunnen we al oenefen in de Clinsdagdub. Met griendelijke vroeten,Vennart Lanstaen.

Lennart Vanstaen
30 0