Lezen

Remember Sinead

  Dit is een zeer oud restje. Het doosje komt uit Noorwegen, maar waag je niet. Daarnaast is het uitvinding met aardige neveneffecten. Meerdere beteren verwierven hierdoor faam en erkenning. Wetenschap hielp ons vooruit. Zelfs als we de pro’s afwegen tegen de contra’s en bovendien is er ook niets mis met degelijke schrijfambacht. De prijzen staan gelijk met dikke duimen. Daarbij werd geen kepernagel gemist en het is altijd fijn wanneer een schoolmeester je alles haarfijn uitlegt. Deze ruilbeurs gaat door op de speelplaats, maar waag je dus niet. Want in India slaapt men niet in tenten, maar onder golfplaten. Onder een moerbei kan ook en straks komt de crèmekar. Dat is een mededeling van meester Johan, hoewel we de kennis aangaande vele wonderen in de eerste plaats aan Marcus te danken zijn. Zeven-en-dertig werden er door hem genotuleerd en daarom heet zorgleraar Marc ook Marc. Elk struikelend kindt word hier gered, er is een voetbalveldje en verlegenheden kunnen gewoon bestaan of pissebedden zoeken onder die paar losse tegels. Dat pad is aan vervanging toe, maar voor de rest is dit een zeer degelijke en propere school. Des te beter want straks komt de inspecteur. De techniek maakte niet alleen in Noorwegen vooruitgang, maar ook in dit land zijn we mee. Toegang tot de digitale wereld wordt stilaan een basisrecht, terwijl ze lachen in de verte, koekoeksouders, grondwetspecialisten, maar we beseffen dat. Niets is perfect. Johan knikt instemmend. Marc voert de rede immers niet alleen deftig maar evenzeer met fraaie denkbeelden. Intussen gebeurt het. Hij parkeert daar zijn Simca. Het is de inspecteur, een creatief creatuur dat van de lens, dat van de pellicule houdt en hij zal straks zijn oordeel vellen. Hij zal zich naar de kelder begeven en daar plaatsnemen achter de grote ordinateur. Thuis heeft hij ook zijn eigen beeldmateriaal, een klein deel bevindt zich ook onder de rechter voorzetel van zijn automobiel en hij kent er iets van, niet alleen van onderwijs, economie en consumentengedrag, maar dus ook van dat beeld. Doch en meester Marc zegt dat al jaren. Er is iets mis met zijn stem. Veel te gaaf om waarachtig te zijn, maar in deze school ziet God ons en we mogen daar op vertrouwen. Christus verdrijft ze allen uit, elke demoon. Vijf-en-twintig vermeldingen daarvan in Ons Boek, weet Johan. Zelfs de varkens moeten eraan geloven. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water. Deze quote verdient een schouderklopje van meester Marc. Het is nu wachten op de inspecteur, op diens oordeel. Welk wordt het winnende filmpje? Zelfs de eerste klassen deden mee aan de competitie en de onderwerpen liepen zeer uiteen. En het kan zijn, dat die oude doos, met die grijsgrauwe plaatjes van broeder Mephisto hem nog het meest interesseerde, daar in die kelder, maar broeder Mephisto’s nalatenschap moet daar blijven. Dat weet hij en een paar kiekjes later, kijk, hij is terug. Het filmpje van klas 2C, een hommage aan Sinead O’Connor, laat hij winnen, maar thuis, daar zal hij toeslaan.     uit de reeks 'Dialogen met monsters en dia's'

Bernd Vanderbilt
8 0

Het telefoonkastje

Terwijl ik mijn toast met aardbeienconfituur besmeerde, met daarbovenop een plakje oude kaas, vertelde ik aan de ontbijttafel over een voorwerp dat onze mannen niet meer hebben gekend. "We hadden thuis een telefoonkastje. Het staat nu in het woonzorgcentrum bij oma. Er staat al lang geen telefoon meer op, maar we zeggen nog altijd ‘telefoonkastje’. Dat is zoals een hoedenplank in de auto. Niemand legt daar nog een hoed op. Toch niet dat ik weet.” Later op de dag vroeg ik in het woonzorgcentrum aan onze oudste of hij de lege koffietas van oma op het telefoonkastje wilde zetten. “Het was wel een praktisch ding, dat telefoonkastje. Er stond niet alleen het telefoontoestel op, maar in het kastje was ook ruimte voor de telefoonboeken. Nu liggen er fotoalbums in.” “Telefoonboeken”, vroeg hij. “Wat waren dat? Boeken met allerlei soorten telefoontoestellen?” “Nee”, zei ik. “Daar stonden alle telefoonnummers in. Tenminste, die van onze provincie. Als je naar iemand in Brussel of Antwerpen wou bellen, mocht je daar iemand kennen, moest je naar de bibliotheek of zo.” Mijn telefoonverhaal was nog niet afgelopen. “Heb ik je ooit verteld dat we eerst een toestel met een draaischijf hadden?” “Dat ken ik precies nog van bij oma thuis”, antwoordde hij. “Nee, dat was het toestel met druktoetsen. Daarvoor hadden we een telefoontoestel met een draaischijf. Toen was ik nog klein. Een hilarisch ding. Als je je vinger te vroeg losliet, moest je opnieuw beginnen. Het was een miserie. Bijna alsof je een fietsband moest oppompen door in het ventiel te blazen. Onze pa had nogal dikke vingers. Die moest een stokje gebruiken om in die gaten van de draaischijf te kunnen. Daarna kregen we dus een toestel met druktoetsen. Een hele vooruitgang. We wisten niet wat ons overkwam. We hebben de hele dag zitten bellen.”

Rudi Lavreysen
17 0

De vendelzwaaier heeft artrose

  Het dagboek van Donald J. Trump werd per vergissing gevonden onder het kadaver van een walrus. Alcoolstift op plastiek en de eerste pagina is al behoorlijk ziek. Daar staat. Ik heb dit echt zelf geschreven. Het staat boordevol tekeningen van skeletten en recepten voor omelet. Op vaders wijze. Zo werd ik arm vanbinnen. Op moeders wijze. Zo vergat ik een kind op een parking. Tussen grote auto’s kon ik mij als jongeling altijd goed verstoppen. Ik wil een helicopter en op een quad rijden. Eerst in de lucht, dan tegen de muur, daarna in een gat. Badminton, tennis en golf. Ik word een poolster. Het staat vol. Met van die zinnen en als er een grap tussenzit. Dan staat daar soms een smiley onder getekend of soms voluit deze vijf woorden. Dit is om te lachen! In het Amerikaans zijn het er maar vier. This is a joke! En Sven Pichal is intussen gevlucht naar Thaïland. Het gevangenisvoertuig werd zoals verwacht op de Brusselse ring zo hard klem gereden door twee schoolbussen dat de achterdeuren scheurden. Hij liep enkel een zonneslag op. Gelijk Donald dat wel eens overkomt als hij weer eens geen onschuldige pet draagt. Ik heb zo’n koud vermoeden wie de ghost writer was van dit dagboek. Dat zal Ignace in de toekomst denken. Mensen die de mensheid slaan, vinden mekaar. Zo gaat dat met brothers in arms. Zij voeren dialogen in een geheimtaal die zich niet schaamt. Er zitten ook doordachte reprises in het dagboek. Op eigen wijze. Ik at een kind op een parking. Ik wil een duikboot en een blanco strafblad voor rode kleutertekeningen. Eerst in de lucht, dan tegen de muur, af en toe in een gat. De vendeldrager heeft artrose aan de ziel en last met de vlag. Deze opening is gemaakt door de vaandelstok. Wanneer rust nodig is. Ik ben geboren op de oevers van de Ijzer. In een stalen kuip. Alles kan erbij. De wereldoorlogen zijn nooit geëindigd. Ik word de president van het leed. Ik ben niet blind.   uit de reeks 'Dialogen met monsters en dia's'

Bernd Vanderbilt
5 0

Keur baart angst

Op een terras in de binnenstad ging hij aan het tafeltje naast me zitten. Hij had een hond bij zich. Dat het geen rashond was, zag je een beetje aan alles. Het uiterlijk van het beest was afstotelijk te noemen: te lage pootjes voor het verder atletisch gebouwde lijf; de snuit van een vlinderhond, maar dan ingedeukt; en de ruwe vacht van een tekkel die niet paste bij de anatomie van wat ik eerder herkende als een border collie. Ik had schrik van het dier, zoals iedereen wel angsten heeft. Van de geur van ziekenhuizen na een haastige spuit in de bil; van het kille zeewater omdat een golfslag je opblaaskrokodil - en tevens reddingsboei - deed afdrijven in de zee; of van het geraas van een auto die ooit eens inreed op je fiets. De border collie van de Aldi bracht me terug naar de dag waarop alle angst voor honden gebald werd tot een klein kluwen in het traumacentrum van mijn hoofd. Mijn blik wist zich niet te focussen. Kon de ravissante verschijning van de man mijn angst bezweren of kreeg het diepgewortelde trauma de overhand? Met een half oog op de hond, die intussen zijn kop op de voeten van zijn baasje had gelegd, bestudeerde ik de man van kop tot teen. Hij moet zo halfweg de vijftig zijn geweest. Grijzend haar dat aan de slapen weggaf dat hij ooit gitzwart haar moet hebben gehad, beetje kalend op de kruin. De neus, waarop een zonnebril met spiegelglazen rustte en die een belangrijk deel van zijn gezicht verborg, was onopvallend in die zin dat hij de juiste proporties had. Zijn lippen waren vol, zonder uitgesproken vrouwelijk te zijn, en stonden rozig te glimmen tussen de weerbarstige haren van zijn verder netjes getrimde baard. Hij was tenger en eerder aan de kleine kant, want hij paste als gegoten op het metalen vouwstoeltje waarop bijna elk ander manspersoon reusachtig moet hebben geleken. Zijn elegante vingers met netjes verzorgde nagels swipeten en tikten virtuoos op het scherm van zijn iPhone. De ritmiek verklapte dat hij zijn mailbox aan het opruimen was, toen plots zijn hoofd de lucht inschoot. Ik schrok en verstard bleef ik hem aankijken. Een knipoog vanachter het spiegelglas dat mijn angst reflecteerde, werd me toegegooid, terwijl een stralende glimlach zijn witte tanden ontblootte. "Wat drink je van mij?," vroeg hij. "Doe geen moeite," antwoordde ik. "Ik ben bang van honden. Dit wordt niks." De hond zette zich recht en keek me na toen ik rechtstond en vertrok.

Véronique Scheyvaerts
39 0

Die dag in de Zuidertoren

“Gefeliciteerd, Charles: CFO van de Federale Pensioendienst! Dat wordt verhuizen naar verdieping 36, net onder die van Albert, de nieuwe CEO.”“Ja, gekke traditie, wie promoveert schuift een étage hogerop. Toch is het geen pretje om in de Tour du midi, de hoogste wolkenkrabber van België te werken. Weet je dat bij stormweer het gebouw letterlijk beweegt? Bedankt trouwens dat je een goed woordje voor mij deed bij Albert.”“Mijn dochter Helena haalde haar diploma daar waar jij ook school liep. Ze zoekt werk. Is er in die hoge toren van jou geen plaatsje vrij voor haar?”“Ik bekijk het. Het ene plezier is het andere waard.” “Mijn naam is Helena Fierens. Ik heb een afspraak met de financiële directeur.”“Ik heb u aangemeld. De eerste lift gaat tot de 18e verdieping, daar kan u de tweede nemen die u hogerop brengt.” “Dag mevrouw, ik ga naar de 26e étage, waar moet u heen?”“Ik moet op de 36 zijn bij de heer Dupont.”“Ah, collega Charles, net tien verdiepingen omhoog gekatapulteerd. Wat is er mevrouw, voelt u zich niet goed of bent u niet gewoon een lift te nemen?”“Niet zo een snelle lift als deze. Vader vertelde mij dat dit gebouw beweegt bij slecht weer en het waait aardig buiten.”“Ach, dat merk je amper hoor. Ik werk hier al twintig jaar. Mij is nooit wat overkomen. Kijk, hier nemen wij de andere lift.”“Hemel wat gebeurt er? Waarom stopt die lift zo bruusk? Oh, nu gaat het licht uit.”“Kalm mevrouw. Heeft u een gsm bij? Kan u de zaklampfunctie aanzetten dan kan ik de alarmknop indrukken.”“Oh, God, ik heb ooit een film gezien waar mensen opgesloten zaten in een lift. Heb je op de knop geduwd?”“Natuurlijk, maar ik heb geen alarm horen afgaan. Ik weet niet of dat de bedoeling is.”“De lampen, ze knipperen, is dat een goed teken?”“Weet ik veel.”“Help, wat zijn die schokken? Kan dat ding naar beneden tuimelen? Hoe oud is dit gevaarte eigenlijk?”“Het gebouw dateert van 1967. Dat weet ik, want het is mijn geboortejaar. Het werd dikwijls  gerenoveerd, voor het laatst in 2006. Toen werkte ik hier pas drie jaar. Aaah! We zijn een meter gezakt. Houd u zich goed vast. Misschien moeten we neerzitten, elk in een hoek.”“Ik had een afspraak met de heer Dupont. Die moet zich toch afvragen waar ik blijf? De receptioniste beneden zei mij dat hij mij verwachtte.”“Natuurlijk, Charles, heeft u zijn gsm nummer?”“Neen, ik heb via de vaste lijn gebeld.”“Bel dan die vaste lijn en vraag naar Dupont. Kom op, snel!”“Gaat u mij afsnauwen of wat? Het belt niet. Dan werkt de telefooncentrale ook niet meer.”“Geef hier die telefoon, ik bel op de gsm van mijn collega. Haar nummer ken ik van buiten.” Een lift In de 150 meter hoge Pensioentoren aan het Zuidstation raakte geblokkeerd. Twee vrouwen werden bewusteloos uit de cabine gehaald. Ze vertoonden beiden blauwe kneuzingen en schrammen op armen en benen.  

Vic de Bourg
43 3

Met de deur in huis vallen

Mijn grote vriend Stef is niet het toonbeeld van subtiliteit. Nooit geweest ook. In wezen is hij eigenlijk een beetje lomp. Heel lief, maar lomp. Hij bezorgt je in een handomdraai een blauwe plek waar je u tegen zegt. Toen Kaatje dus bij mij kwam wonen, had ik niet het idee dat ik nog een grotere sloper in huis zou halen. Bovendien, Kaatje is een meisje, die zal toch wel een beetje subtieler zijn. Ha, dat had ik gedacht. Stef heeft in zijn tijd echt wel dingen kapot gemaakt. Het dure outdoor hondenkussen dat we hadden gekocht, was in een middag veranderd in een hoopje vodden. Het leek wel of er een grote sneeuwbui door de huiskamer was getrokken. Stef zat er trots bij te kijken. ‘Heb ik gedaan!’ Maar Kaatje, nee, die spant echt de kroon. De hondenmand laat ze met rust. Maar dat is denk ik meer omdat het Stef zijn domein is. Voor de rest heeft ze helemaal nergens ontzag voor. Het kind is ook nergens bang voor. Ze stort zich met volle overgave in alle avonturen die op haar pad komen. En als ze denkt dat die avonturen misschien wel buiten plaatsvinden, dan rent ze met volle vaart door het hondenluik. Remmen? Nooit van gehoord! Op een gegeven moment zat er zelfs een scheurtje in het kunststof. Ach, dacht ik, het is ook al niet zo nieuw meer. Ik koop tegen de winter wel een nieuw exemplaar. Inmiddels ben ik daar maar van afgestapt. De winter gaat het deurtje niet halen. Het hangt aan elkaar van duct-tape en de afsluitrand aan de buitenkant is zelfs al helemaal afgebroken. Dat heeft Stef in zijn elfjarige leven nog niet voor elkaar gekregen.  En wat nog erger is, Kaatje is amper te straffen. Als ze stout is geweest, en dat weet ze heel goed, loopt ze zelf al vast naar de bench. ‘Want daar zal ik dan toch wel weer in moeten.’ Dat is dan ook zo, maar twee minuten later hoor ik haar dan heel tevreden snurken. En als ze er uit mag, kijkt ze vol verwachting uit naar nieuwe avonturen. Het enige dat helpt, dat vindt ze echt heel erg, is negeren. Want ja, het is wel een vrouw natuurlijk, en die worden niet graag over het hoofd gezien. Het zal heus wel goedkomen, ze is een puber en haar hormonen zitten ook in de weg. Maar soms kijken Stef en ik elkaar aan en dan denken we: ‘wat hebben we toch in huis gehaald.’      

Machteld
0 0