Lezen

Vaslav Nijinsky

  Een leven, een verhaalvol van onbedachtzame keuzesop een podium waar de hoofdrolspeler weinig inspraak heeft gehad. Een poging tot het verwerven vanroem,diepgang,vernieuwing,grip op het onbegrijpbare.De wijsheid van het leven begrijpen, grijpen en delenmet een publiek. Een publiek dat een god adoreertdie herkenning brengt,het vertrouwde oude,dat diezelfde god verafschuwt wanneer hij een voorspelling brengtvan een vernieuwing die hen voorbijstreeft. Een god menselijk door afhankelijkheiden schijnheilige onschuld,als speelt hij vandaag de rol vanhet verwende jongetje dat woont in het kasteel op de berg. Een leven, een zoektochtnaar uiting van gemis,van noden. Een uitingdie zijn oorsprong vindt in de kunst.De kunst met zijn duizenden gezichten.Hij zoekt er éénEn vindt ze allen, één per één,als het speelgoed in een kinderkamer,net opgeruimd door de plichtsbewuste knecht.Hij wacht…op het kinddat gaat spelen en alle orde wegveegtin een spel van zijn fantasie. Het kinddat hij nodig heeftom de gelijkenis in de spiegel te zienen zelf een kamer te ontwerpen,zo radicaal dat het elke verwachting overstijgt.Elke verwachting die is gebouwd op slechte fundamenten. Een kamer in zijn hoofd,in zijn ziel,in zijn gevoel.Wat wordt eerst aangetast door een maatschappij?Een maatschappij van gekkendie enkel projecteert, projectie op waarheid;die manipuleerten binnensluipt in een kamerwaarvan de muren nog nat zijn van de verf,niet beschermd tegen besmeuring. Te laat! Te laat! Te laat? Een leven, een toewijdingaan een goddelijke opdrachtdie nooit dezelfde helderheid zal tonenals het licht aan het einde van de tunnelveroorzaaktdoor witte jassen en murenin een hypnosevan testen en consultaties,van waarheid en leugen, van God en duivelmaar waarin geloof blijft rechtstaan,enkel om de ontroostbare verlating nooit te ontmoeten. Een hypnose waarvoor men de remedie te laat bedachtomdat de genezer de moed had achtergelatenergens in de down van zijn leven,terwijl de up achter de hoek te wachten stondmet een nieuwe tijdsgeest en het woord dansstevig vast in beide handen. Ella Meeusen

Ella Meeusen
21 0

lente

In de te kleine straat dweilt een man zijn gang. Het is zaterdag dus kuisdag. Zelfs nu de zon het weekend in lichterlaaie zet. Er zijn rokjes met meisjes op fietsen. Ballonnen en buggy’s.Jonge ouders die voor het eerstsamen het platgetrapte pad vanhoekje om betreden. Ze weten nu wat, naast geluk, ookeenzaamheid is. De man, met de dweil stevig in beide handen,knijpt hem droog in een emmer, zwart en gedeukt.Het vieze water met de geur van bruine zeepdoet hem denken aan de binnenkant van een bakkerij. Altijd.Dus krijgt hij zin in zoet. Éclairs bijvoorbeeld of carré confiture. Starend naar de bakkerij waar nu Turken de boel bestieren, vraagt hij zich af of ze dat daar hebben. Ik ken ze niet, denkt de man die nu, de dweil slap om zijn arm, zijn buurt inkijkt. Ik ken niets meer. Moedeloos, bijna droef, zet hij zijn vogelkooitje buiten. De kanariepiet zingt vastberaden liederen waar menig kind voor smelt. Hij slaat de dweil om de trekker en met lange halen geeft hij de gangeen laatste beurt. Er stopt een kind, zo te zien zonder ouders in de buurt, dat met halfdicht geknepen ogen naar het kooitje staart en met zijn kleine vinger wijst naar de vogel die, halfstok nu, blijft proberen de zon te vangen in zijn lied.  De man ziet zichzelf en krijgt nu naast zin in zoet ook zin in kervelsoepzijn mond die wordt schoongeveegd aan de schort van zijn grootmoeder, die hinkend op spataderenbenen het tuinpad op en neer wandelt. Één traan die zwaarder weegt dan zijn sowieso al niet lichtzinnig gemoed valt op de net geboende gang. Toch voelt de man weinig nood om zich te herpakken. De moeder van het kind grijpt het bij de hand, mompelt dat hij bij haar moet blijven, knikt beleefd de man gedag, ze ziet zijn betraande ogen, zijn ingevallen kaken geven verdriet een quasi tijdloze glans. Die vrouw kon zijn dochter zijn maar ze is het niet. Zijn dochter is niet meer, gestorven in een auto waarvan de bestuurder dacht onsterfelijk te zijn. Waarna een vangrail zijn these vakkundig de nek omwrong. Na haar dood werd de te kleine straat plots erg groot. Onmetelijk was de afstand tussen straat en trottoir. De greppel een slotgracht die herinneringen zwelgt als tol zodat na ieder ommetje het beeld van zijn meisje vager werd. Hij voelt weer hoe zijn bloed toen kookte, hoe het zich samenbalde in zijn aderen tot buskruit. Nog steeds weet hij de deuk in de deur van zijn moedeloze vuist zitten. Bovenop alle misérie ook nog een kapotte deur. Het waait wat, blaadjes manoeuvreren zich licht, dansend bijna, van kant naar kant. Hij schraapt zijn schor geworden keel. Ook lente beukt genadeloos pril geluk stuk.     

Thomas De Mulder
31 2

Covid (hoofdstuk 19)

Gisterenavond moest ik van mijn vriendin inkopen doen dus heb ik met ingang van de nieuwe lockdown mijn fiets genomen op weg naar de winkel leken de zebrapaden de Processie van Echternach om de drie strepen stonden er twee aan te schuiven met mondkapje dampten de glazen van mijn bril onherroepelijk  aan het einde van de straat begon het niezen    Later in de badkamer kriebelde het een eerste keer zonder noemenswaardig keelgeluid en speekseloverschotten  verloor ik alle geur- en smaakzin na het injecteren van wat chloorwater  in een droom waarin iedereen onaangekondigd knuffelde voelde het alsof een hardleerse horecahoer mij zonder QR-code vol op de mond kuste het zweet in mijn bilnaad verdoofde het enige witte laken dat niet uit het raam hing   Rond middernacht hamsterde een mug het behangpapier de luchtverplaatsing van een droge scheet bracht de bubbels in het voor de helft met zuurstof gevulde toilet tot leven de resonantie in opwellende hoestbuien wiste het spic en span van vluchtig gewassen vingernagels met stijgende curves in gedachten verscheen het noodlot voor de ogen van de middenstand kleurde het scherm overlijdens van menig rusthuisbewoner rood   Het was na het ochtendgloren dat de nood aan informatie opkwam van 07u32 tot 09u54 heb ik gegoogeld om te achterhalen waarom ik ondersteboven in een veel te klein geworden leven ontwaakte                G5-netwerken van het plafond streamde neerslachtigheid en depressie zijn het resultaat én niet het gevolg              van het streven naar synchroniciteit tussen lichaamstemperatuur              en avondklok met de buurvrouw van nummer 36 en een half   Een verloren gewaande schilfer afkomstig van Pipi Langkous'      ongewassen schaamhaar behoort tot de mogelijkheden of de vleermuis uit China die iemand in een opwelling van dierenliefde opat Corona is een Mexicaans biermerk zegt Wikipedia veel liever zie ik Ebola, SARS en Hendra nog een keer op blote voeten door de lagere school rennen of Nipah de astmatische lerares met haar honderdtwintig kilo in mijn ogen staren tijdens de les seksuele opvoeding  niemand die het aandurft te vragen of bloedgroep O positief is voor de menstruele cyclus van een wereldleider genaamd Trump   Tot voor kort was ik bang voor de komst van de buikgriep nu vrees ik  een overaanbod van broodbakmachines en het gebrek aan kleurshampoos op anderhalve meter van bijna 50 miljoen broeihaarden blijft er nog altijd het equivalent van 16 miljard te ontsmetten handen huidhonger is het aangeboren verlangen om aangeraakt te worden  enkel wie de kracht van het nietsdoen ambieert weet dat luchtverplaatsingen in de kamer een mug niet onoverkomelijk maakt

Sascha Beernaert
36 0

Leren schake(le)n

Hier zijn je regels. Dit is je spel.     Je raakt alles aan. Loopt op de rand van het perron. Voelt even aan de vuilnisbak. Alle zwarte tegels zijn van jou, alle witte laat je los. Elke paal die langs de stoep staat, tik je. Iedere krul die je draait in je haar, leg je vast in een knoopje. Opnieuw. Herhaalt stap 2. Weer naar stap 1. Praat mooi, loopt recht, lacht, glimt. Je keert terug naar stap 2. Tikt opnieuw. Nog eens. Nee, doe toch nog maar eens. Steekt je been door de linkerpijp. Nee, de andere. Of nee   toch de andere.     En nu je toch bezig bent; maakt het knoopje los en dan weer vast. Zo zit het wel vast. Ben je zeker? Doet het toch nog maar eens. Vandaag lopen we aan de rechterkant. Rechterhand, rechtersteen, rechterbaanvak, rechte rug. Bijt op je nagel. Bijt terug. Millimeter voor millimeter. En opnieuw. Millimeter voor millimeter. Plaat tot riem. Wit tot roze. Of rood, voor de zekerheid. Knippert met je ogen. Wrijft in je ogen. Draait met je ogen.   Rolt met je ogen.   Wees voorzichtig. Elke regel telt. Geen herkansing. Verloren? Dan verlies je. Een zus misschien, of een moeder. Verloren? Dan veroorzaak je. Een verre ruzie, of een brand. Verloren? Dan verdwijn je. Voor even, of voor echt. Verloren? Dan verlies je.   Jouw hoofd is de handleiding. Verzet je op de tegels.   Herhaal stap 1. Ga terug naar stap 8. Mat in vier beurten.     Hier is je spel.                                                                                                                         Dit zijn je regels.  

Kaat
10 0