Lezen

'summervibe'

Na de stortbui eerder op de avond draagt niemand nog schoenen. De modder perst zich warm en nat tussen zijn tenen wanneer hij zich van de ene tent naar de ander haast. Meer glijdend dan iets anders. Hij is niet de enige die zich met moeite overeind weet te houden en het schaterlachen achter hem verraadt een glijpartij. Het regent nog steeds, de lucht is vol van de geur van ozon en exotisch voedsel. Hij snuift het op en zijn maag rommelt als bevestiging, tijd om iets te eten. Al heeft hij eerst andere plannen. Hij duikt de danstent binnen. De muziek beukt loeihard op hem in na het eerder rustig optreden. Mensen duwen tafels en stoelen tegen de bar. Hij glijdt bijna uit op de spekgladde houten vloer maar iemand grijpt net op tijd zijn arm.'Mag ik deze dans van u?' ritselt het zachtjes in zijn oor. Hij smult van de verhitte vrouw die naast hem opduikt en hem vol op de mond kust. Hij proeft een vleugje rosé. Hij schuift een losgeraakte lok haar terug op zijn plek. 'Met plezier.' Hij is nu al schor van het zingen. De eerste noten van het viertal op het podium trekken de dans op gang. Hij telt, tikt met zijn vinger op haar hand en op de vierde tel zet hij tegelijk met alle mannen de eerste stap naar voor. De kring vult zich met steeds meer koppels. De dansvloer wordt krap en ze schurken dichter tegen elkaar aan. De muzikanten drijven het tempo op. De bas beukt in zijn middenrif. Hij wervelt om haar heen, draait haar rond, vangt haar blik als ze onder zijn arm duikt. Het zweet prikt in zijn ogen.De danser rechts van hem mist een stap en gaat op zijn tenen staan.'Sorry...' De rest gaat verloren in het lawaai. Er is geen tijd meer voor een lief woordje wanneer ze om de acht tellen neus aan neus staan. De tel erop dartelt ze van hem weg en lost de grip op de toppen van zijn vingers.Hij laat los.Maakt een draai en vindt opnieuw oogcontact. Het bier en zweet sijpelt tussen de planken door.Stof hecht zich vast aan het zweet op zijn gezicht.Hij verliest haar uit het oog, in de massa draaiende, wervelende vrouwen van de binnenste kring.'Hallo!' Er duikte een andere vrouw voor hem op. Helemaal buiten adem van het dansen. Ouder, voller. Hij maakt een buiging, zij neemt zijn uitgestoken hand. Een nieuwe danspartner.Eén hartslag lang is er tijd voor oogcontact voor wederzijdse toestemming waarop hij zijn arm om haar middel legt. Ze storten zich in de volgende rondedans.Zeven danspartners later dankt de groep het publiek voor hun enhousiasme. Het applaus en gejoel verwarmt de plek. Hij ploft met trillende benen en een grote dorst op de smerige grond. Hij proeft zout op zijn lippen.'Tijd voor wat frisse lucht.' Ze duikt voor hem op en zijn hart mist een slag.Zijn tenen branden.Ze fladderen de nacht in, het regent nog steeds en hij rilt als het zweet op zijn vel afkoelt. Achter hen vult de tent zich opnieuw met muziek. Ze draait zich om.'Eerst mijn schoenen zoeken,' zegt hij. 'En dan eten.'Boven alles.  

De Donderklif
1 0

Rotselaar

De dikke en de dunne. Een van de populairste komische duo's uit de geschiedenis. Ik vind ze nog steeds geweldig, ook al is slapstick zeker niet mijn favoriete genre. Stan Laurel en Oliver Hardy maakten nog de overstap mee van geluidloze naar gesproken film. Wat je misschien niet weet, is dat ze die switch aanvankelijk met tegenzin maakten, omdat die voor veel van hun collega-acteurs uit die tijd al een ondergang van hun carrière had betekend. Stan en Ollie daarentegen werden er alleen maar populairder door. Ook bij mij, want geluidloze films vind ik daadwerkelijk stom en het contrast tussen het iele stemmetje van Laurel met z'n Brits accent en het sappige Amerikaans van Hardy is hilarisch.  Zelf heb ik ook een dikke en een dunne. Ik heb het dan over m'n darmen, voor alle duidelijkheid. Op zich eveneens een komisch duo dat de omschakeling van stil naar luid door de jaren heen probleemloos maakte.  Samen zouden ze een slordige acht meter lang zijn. 't Is een schatting. Nameten gaan we niet doen, want ze zitten netjes opgerold in m'n buik. Alhoewel, ik vermoed dat het woord 'slordig' in mijn interne ingewandkeuken eveneens van toepassing is.  Vroeger maakte ik me daar ernstig zorgen over. Mijn buik produceerde toen al een indrukwekkend oeuvre aan opvallende geluiden, gaande van lachwekkende piepjes tot onheilspellend donderachtig gerommel. Enigszins beschamend. De dokter gaf me toen het advies om langzamer te eten, zodat ik tussendoor minder lucht zou happen. Ik probeer het al vijfendertig jaar. Het is me nog steeds niet gelukt.  Gisteren las ik nog over voedselneofobie, de automatische reactie van kinderen tussen de twee en de zes jaar om afkerig te zijn van voedsel dat ze niet kennen. Een natuurlijke reflex die hen behoedt voor giftig eten omdat ze nog moeten leren dat ze niet zomaar alles in hun mond mogen steken. Frustrerend soms voor jonge ouders, maar ik vermoed dat de mijne er met kleine Danny nooit problemen mee hebben gehad.  Nog steeds wil ik altijd en overal dingen proeven en steek ik alles zonder nadenken in m'n smikkel. Gisteren veegde ik nog kruimels van tafel en at ze op. Plots voelde ik een hard, langwerpig stukje dat ik niet geknabbeld kreeg. Bleek een vingernagel te zijn. Jaren geleden raapte ik argeloos een bruin balletje op dat naast de eettafel lag. Niet zou nauw kijkend en in de veronderstelling dat het een bruine M&M was, stond ik op het punt om het in mijn mond te gooien, toen mijn vrouw mompelde dat ze net een pamper had ververst en er ergens een keuteltje was weggerold dat ze niet meteen kon terugvinden. Enfin, verder was het volledig onschuldig, zei de dokter, als ik verder geen klachten had. Misschien stress vermijden, en spanningen. Ook gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Ondertussen is het een way of life geworden. Omstanders interpreteren en ik tracht te camoufleren. 'Hongertje, Danny?' zeggen ze dan smalend, terwijl ik meestal net daarvoor nog veel te snel heb zitten schransen annex lucht happen. Weten zij veel. Je kan het zo niet kwalijk nemen.  'Nee, mijn buik rotselt gewoon,' zeg ik dan, 'daar moet je niet op letten, want dat is normaal. Ik ben afkomstig van Rotselaar. Daar doet iedereen dat. Ik bén gewoon een rotselaar.'  Een belabberd en kinderachtig excuus, temeer omdat het woord 'rotselen' officieel niet eens bestaat en ik uiteraard geboren en getogen ben in Lommel, in een andere provincie, een dikke tachtig kilometer verderop. Om dit soort zinloze gesprekken te voorkomen, kruis ik mijn armen meestal stevig en geluiddempend tegen m'n buik of begin volop te praten als er stiltes dreigen te vallen, zodat mijn persoonlijke laboratorium toch op volle toeren kan blijven borrelen en reutelen. Op die wijze ontstaan mijn ratelmonologen, tijdens dewelke ik de vreemdste dingen zeg en aan elkaar vastknoop. Alles om stiltes te vermijden. Nu ik er zo over nadenk, schrijf ik ook op die manier. Druk, ratelend, van de hak op de tak springend, niet beseffend dat alleen ik, de rotselaar, mezelf bezig hoor.  't Is allemaal de schuld van mijn luidruchtige darmen. Ik geef ze hoe dan ook een hardverdarmend applaus, want ze hebben het hard te verduren en desondanks werkt mijn spijsvertering uitstekend. Werken ... Hé, eigenlijk liggen mijn darmen helemaal in lijn met mezelf. Als IK hard moet werken, protesteer ik ook luid. Ik ga het toch nog eens proberen, dat trager tafelen, sloom slurpen en treuzelend peuzelen. Je weet maar nooit.  

Danny Vandenberk
0 0

Sounds of Soundos.

De hele week las ik over haar en over hem, over de vurige discussie, over haar melding en zijn fout. Over haar cijfers en zijn vriendinnen. Over haar, over hem. Ik hoorde haar geroep, ik zag zijn onhandigheid. Ik zag haar fluo haaknagels, ik zag zijn achteruitdeinzen. Ik hoorde en zag sounds of us; journalisten en specialisten die de discussie gingen ontleden. Ik las de schrijvers met een mening of een poging tot inname van een standpunt. Heb ik een standpunt? Dat vroeg ik me af. Ik voelde me aangetrokken tot hem, niet tot haar. Haar geroep en getier had ik gezien, ik had daarachter verdriet vermoed. Ik had zijn opmerking niet fout gevonden. Ik had zijn lach niet ontwapenend gevonden.  Ik zocht het midden, zag de kampen, ik wilde noch rechts noch links. Als buitenstaander zocht ik het midden. Stond ik er echt buiten dan? Ging die onveiligheid dan aan mij voorbij? Ik, die erin was opgegroeid? Kon ik iets zeggen over die onveiligheid? De viespeuk in de auto met zijn ontbloot geslacht is een vage herinnering. De verkrachting in dat hotel is slechts een vage herinnering, en toch werd ik verkracht door mijn toenmalig lief die gedrogeerd wilde krijgen wat ik moest geven en dat toch niet deed. Kon ik iets zeggen over mijn vader die me nooit betaste maar wel bekeek; heel subtiel met zijn ogen onder mijn rok naar mijn tienerbenen. De hele week las ik over hem, over haar, over de verhitte discussie. Ik dacht aan dit beeld (zie foto) het werk van Mark Manders. De krop, de keel, woorden om uit te breken. Ik dacht aan de mannen die de vrouwen angstig maken, de verhalen van meisjes die slachtoffer werden aan meisjes die het nooit wilden worden. De serie over de serieverkrachter Sambre. De woorden van mijn moeder die slachtoffer werd van het geweld van mijn vader. Daar dacht ik aan, aan die angst waar ik nog niet volledig van bevrijd ben. Ik hoop maar dat de sounds of Soundos niet méér meisjes bang zullen maken want tegen de cijfers geen enkel argument. Zijn er cijfers van meisjes die van hun angst afraken, en hoe deden ze dat? Ik hoop maar dat de sounds of Bart veilig aanvoelen voor zij die met angsten kampen. Ben ik nu toch langzaamaan richting één kamp aan het redeneren? Ik wil niet links, niet rechts. Ik wil het midden. Ik wil mezelf, alle vrouwen veilig. Ik wil de mannen met viezigheid in hun hoofd, de mannen met slechte plannen in hun hoofd in het midden van het plein, op een podium op het plein, met zeer luide woorden die zij uitspreken, geen getier en geroep maar oprecht en beschaamd horen zeggen wat er mis loopt in hun hoofd. Ik wil ze horen zeggen dat ze het zelf vreselijk vinden, dat ze willen ophouden, dat ze vrouwen veilig willen, dat ze niet meer en nooit meer, dat ze berouw hebben, dat ze vrouw willen zijn om te voelen wat het is een vrouw te zijn, dat ze opnieuw mens willen worden. Ik wil ze in het midden van het plein of in de lotto arena; alle mannen die in hun leven vrouwen een onveilig gevoel hebben gegeven. Ik wil ze horen zeggen dat ze dan zelf onveiligheid hebben ervaren, dat ze zich niet geliefd en gewenst hebben gevoeld. Ik wil ze horen zeggen dat ze het niet voelen, niets voelen en opgesloten willen worden, gestraft willen worden. Dat iemand (een beul) met een hakbijl hun geslacht mag maaien. Dat moet toch kunnen.  Heb ik nu een standpunt waar ik me goed bij voel?

Ingrid Strobbe
6 0

Afmaken

Ik schrijf gedichten.Dat is iets wat ik doe.Dingen laten borrelen en ze met taal ergens parkeren zodat mijn hoofd niet overloopt. Soms, heel soms, zo twee keer per dag, krijgt mijn hoofd ideeën. Grote. Dan denk ik bijvoorbeeld: 'Allez vooruit. Ik maak een gedichtenbundel.' De gedichten zijn er. Ze liggen in mapjes. Sommige zelfs met een datum.Alsof ik een schrijver ben met een echt plan. Ik heb ze herlezen.Verbeterd.Nog eens verbeterd. Een komma verplaatst, wat in mijn hoofd gelijkstaat aan literaire maturiteit.Ik ben content. Trots zelfs. Maar tussen trots en doen zit uitstel.Uitstel met argumenten.Uitstel in kamerjas.Uitstel dat zegt: 'Ge zijt nog aan het groeien.' En dan zegt hij:Lieveke, wanneer ga je jezelf eens een plezier doen en die bundel afmaken? Hij kan dat zeggen. Hij zegt dat rustig.  Maar hij zegt: leg uw ei.Ik hoor: doe eens moeite. Hij zegt: ge gaat dat goed doen.Ik hoor: dit wordt gênant. Hij zegt: het mag er zijn.Ik hoor: nu gaan ze kijken. Hij zegt: het is klaar.Ik hoor: nu kunt ge niet meer terug. Want afmaken betekent ook: het uitmaken. En ja, zelfs dat andere.Afmaken zoals ge een hond af maakt. Ik weet dat ik overdrijf.Hij is zachtheid. Gelijk The Bodyguard. Ik ben rampenfilm. Ja, eerder de Titanic.  Maar die schrik is echt. Dat een bundel afmaken betekent dat hij niet meer veilig bij mij ligt.Dat ik mezelf tentoon leg.Ongefilterd.Zonder bijsluiter. Dat iemand zegt: prachtig.Dat iemand zegt: meh.Dat iemand zegt: ik snap het niet.Dat iemand het niet uitleest maar wel een mening heeft - ik weet nu al wie. En trouwens.... Voor ge iets afmaakt, vraagt ge het aan. Zo gaat dat!  Ik ben al maanden aan het aanvragen.Intern loket.Nummerke trekken.Formulier B vergeten.Terugkomen met bewijs dat ik besta. Maar afmaken? Dat is tekenen. Dat is zeggen: oké. Pak maar mee. En ik weet nog van vroeger hoe dat ging. Dan was afmaken nog intenser!  Ik was zestien. En ik ging het afmaken met Steven. Steven was al namen voor onze kinderen aan het verzinnen.Praktisch ook.Welke auto.Of de hond binnen mocht. Ik wou gewoon niet meer tongzoenen. Of ja. Misschien wel. Maar niet met Steven. En ik had niet het fatsoen om dat eerlijk te zeggen.Dus deed ik wat ik altijd doe wanneer helderheid te veel verantwoordelijkheid vraagt: ik maakte er een opera van. Ik kwam aan met een gezicht alsof ik drie landen moest ontvluchten.Zucht. Tranen die nog niet bestonden maar zich al aanmeldden.Ik sprak in metaforen.Over ruimte nodig hebben.Over mezelf zoeken.Over groei. Ik groeide vooral richting uitgang. Steven stond daar.Open.Lief. Hij vroeg: is het gedaan? En ik gaf hem mist.Bijlagen.Voetnoten. Voor mij was het al weken gedaan.Voor hem begon het gesprek nog. Dat is afmaken. En misschien is dat waarom die bundel zo weegt.Omdat ik hem eerst moest aanvragen en nu moet zeggen: hier, pakt hem maar. Ik maak daar natuurlijk een spektakel van.Wind. Muziek. Internationale aandacht en kans op een Oscar. En hij zegt dan zacht: “Als ge het niet afmaakt, blijft ge voor altijd aanvragen.”  

Katrien Daniels
47 3