Lezen

De Strijkster

- Schilder jij ook? Ze had de vraag wel gehoord, ergens ver weg, galmend in de stille ruimte van het museum en van haar hoofd. Toch keek ze niet opzij. Ze kon niet opzij kijken. Ze moest haar ogen in het schilderij blijven boren, ze moest blijven zoeken naar wat het nu precies was wat er voor gezorgd had dat ze hier al twintig minuten naar De Strijkster van Rik Wouters stond te staren. Ze zag er gelukkig uit, die strijkster. Gelukzalig. Was het omdat Lente zich zelf absoluut niet gelukzalig voelde dat ze hierdoor zo werd aangetrokken? Waarom hadden de overdonderende Rubensen van een verdieping lager dit niet voor elkaar gekregen? Die enorme meesterwerken, waar zitbankjes voor geplaatst waren zodat bezoekers die elk detail in zich willen opnemen zich niet hoeven te vermoeien. De Aanbidding door de koningen. En zij stond hier een strijkster te aanbidden.  - Hmm hmm. Dus euh schilder jij ook? - Oh.  Nu kon ze niet meer anders dan even haar ogen van het doek te halen om de jongeman aan te kijken die blijkbaar echt met haar in gesprek wilde gaan. Waarom eigenlijk? Waarom zou deze jongen nu met haar willen praten? Ze zag er zo doodgewoon uit dat ze het zelf saai vond. De pastelblauwe linnen jurk die ze droeg, had ze ooit eens van een buurvrouw gekregen, die er na haar zwangerschap niet meer in paste maar het zonde vond om de jurk weg te gooien. Haar bruine, lederen schoudertas had betere tijden gekend. In Italië, waar hij gemaakt was, was het wellicht fijner geweest dan aan haar schouder, dacht ze. Eigenlijk was het voor de tas bergaf beginnen te gaan vanaf het moment dat haar moeder in de kleine pelleteria in Siena besloot om hem voor Lente te kopen.  - Nou, ik heb afgelopen winter een doos aquarelverf gekocht, zei ze aarzelend en met haar blik op een punt ergens achter de jongen gericht. - Ik wist het. - Wat wist je? - Ik wist dat je zelf ook schilderde. Daarom sta je hier zo te kijken, toch? Ik bedoel, Rik Wouters is geen Rubens. Voor een Rubens ga je niet eindeloos blijven staan kijken. Ik toch niet. Dat kan ik toch nooit. Maar zo’n Wouters. Ik bedoel, hoe moeilijk kan dit nou zijn? - Volgens mij lijkt dat alleen maar zo. Dat het niet moeilijk is, antwoordde ze lichtjes geërgerd.  Ze trok de schouderriem van haar tas wat beter over haar schouder en keek op haar museumplattegrond.  - Ik wilde eigenlijk net in de Rubenszaal gaan kijken.  Rustig wandelde ze weg van de jongen, die met een grijns een blik op de strijkster wierp, en achter Lente aan liep naar de trap. 

Cornelia Roka
14 1

Testament

Een testament, vast laten leggen waar je je laatste aardse bezittingen na je dood naar toe wilt laten gaan. Het is best een dingetje. Afgelopen jaar heb ik dit, bijna verplicht na wat er gebeurd is, toch maar geregeld. Gelukkig had ik iemand die me hielp, me advies gaf en met me meeging naar de notaris. Ik mag zeggen, ik heb het naar mijn idee goed geregeld en het geeft me een gerust gevoel. Want jongejonge, wat kan een testament veel teweegbrengen. Bij de opa van mijn maatje waren zelfs zijn onderbroeken en sokken de oorzaak van een fikse ruzie tussen zijn dochters onderling. Wat hebben we gelachen. Maar eigenlijk was het natuurlijk te triest voor woorden. Hele vetes ontstaan tijdens het verdelen van spullen die vaak eigenlijk helemaal niks waard zijn. “Neem jij de koekoeksklok? Maar die wil ik eigenlijk hebben.” En vervolgens zit je dan opgescheept met een klok die je voor goed fatsoen niet weg kunt doen maar die je eigenlijk ook helemaal niet in je woonkamer wilt hebben. Later verhuist hij naar boven, naar de overloop, en nog een jaar later ligt hij op zolder. Stof te pakken. Was dat nou de oorzaak van die jarenlange ruzie met je broer of zus? Natuurlijk wordt er het meeste gevochten over de nalatenschap van bekende mensen. Of van mensen die echt veel geld hadden. Toen André Hazes overleed, zeiden mijn maatje en ik tegen elkaar, “zo, die Rachel is blij dat de scheiding nog niet is uitgesproken, nu kan ze nog aanspraak maken.” En dat deed ze ook. En hoe. De nalatenschap van André werd niet alleen opgeëist maar ook uitgemolken. Tot de laatste drup. En nog steeds. En er wordt nog steeds om gevochten. Na al die jaren heeft de dochter bedacht dat haar moeder geen aanspraak kan maken omdat de scheiding als was ingezet. Ik denk dan een paar dingen. Hoe komt ze daarbij? Heeft iemand dat haar ingefluisterd? En waarom komt ze daar dan nu pas mee? Die familie klopt van geen kanten. Ik geloof niet dat ze de laatste tien jaar ooit met zijn drieën door de deur hebben gekund. In de negentien jaar dat zij het zonder hun man en vader moeten doen, is de naam Hazes bekender geworden dan hij ooit was toen de zanger nog leefde.  Ik vind dat heel bijzonder. Heel bijzonder triest ook, trouwens. Je moet er toch niet aan denken dat het jouw familie is. Ik niet, in ieder geval. En ik stel me dan zo voor dat André senior boven nog een blikje bier opentrekt en denkt “Ach, ik zeg maar niets meer…..”        

Machteld
6 1

ANTWERPEN DE JAREN 90tig samen met ANN, SISSSSEEEENN, THEO en de corrupte en racistische politie onder de burgemeester Bob Cools. a

Wil je met mij een galerie opstarten?Ik had al veel voorstellen gehoord aan vele tafels met veel pinten, maar deze man was iemand die zijn ideeën meestal ook realiseerde. Op dat ogenblik was hij nog mede-eigenaar van het exclusiefste hotel van de Lage Landen, HOTEL ROSIER, dat de wereld als dorp onder zijn dak had geïnstalleerd. Meer bepaald de wereld van gekroonde en ongekroonde hoofden: van Betty Ford en de Ford-dynastie (nazaten van Henry Ford van de Motor Company) tot de familie Mars en de toenmalige prins en huidige koning Filip.Ook uit de culturele wereld waren de bezoekers immens: Marlene Dietrich... Michael Jackson is er echter niet geweest, simpelweg omdat hij eiste dat de ingang van het hotel verbouwd zou worden zodat hij met zijn limo het hotel kon binnenrijden. Dat vonden de eigenaars van het hotel er wat over. Toen de man de vraag stelde, had hij de avond tevoren nog samen met Sting een gedicht geschreven. Het voorstel kwam zeer gelegen.Het enige dat mij weerhield: ik wist dat samenwerken met die man zou betekenen dat hij alles zelf zou willen organiseren. Mijn bijdrage zou zich beperken tot het ophangen van kadertjes en het sleuren met wijn voor de recepties.Dan was een ander voorstel mij meer genegen.Sissen had mij een voorstel gedaan: ik zou zijn café drie dagen per week mogen beheren. Het was een zaak in een van de belangrijkste uitgaansbuurten van Antwerpen. Bij navraag naar de eventuele winsten begreep ik de mogelijkheden. Ik kreeg een derde van de omzet, maar alleen als die meer dan tienduizend bedroeg. In de buurt werden omzetten van zeventigduizend gehaald. Reken zelf maar uit: 70.000 gedeeld door 3 is ruim 23.000, maal 4 weken is 92.000. Als ik iedere week één dag meer haalde dan de helft, had ik al het driedubbele van mijn uitkering. Dat voorstel sprak me meer aan.Sissen had slechte huurders gehad. Niet alleen hadden ze al maanden geen huur betaald en waren ze met de noorderzon verdwenen, ze hadden ook een mesthoop achtergelaten. Het plan was dat ik gedurende een week – wat al snel drie weken werd – het café zou helpen schoonmaken. Daarna zou ik een week meedraaien. Vanaf dan mocht ik de zondag, maandag en dinsdag organiseren. De dinsdag viel er al snel af...Op zondag hield ik ’s morgens een brunch en ’s avonds een Afrikaanse avond. Het idee was om een plaats te creëren waar de Afrikanen zich thuis voelden, waar de voertaal Afrikaans was en waar niet-Afrikanen zeer welkom waren als gast van een Afrikaanse familie. Het moest geen café zijn waar de klanten zich thuis voelden omdat een Afrikaan een Belgisch café beheerde; ik wilde een plek die de illusie gaf in Afrika te zijn. Met een fantastische diskjockey en andere attributen ben ik daar een paar weken in geslaagd. Voor de maandag had ik een homoavond gepland, inclusief een stripact. Iedere week kwam er meer volk.Totdat de eigenaar opeens zijn café terugvorderde. Hij gooide mij buiten met de woorden dat hij "geen jeanetten" moest hebben. Er was voor hem een belangrijke voetbalmatch: Marokko - België. Hij riep: "’t Is nog altijd mijn café!" En wat erger was: de laatste weken dat ik het café runde, was ik net niet aan die tienduizend geraakt. Negenduizend negenhonderdtachtig was de laatste omzet.Ik had dus geen inkomen tijdens die weken en mijn uitkering had ik stopgezet. Ik had er stiekem van gedroomd het maximum te halen; dan zou ik 30.000 oude Belgische franken per maand verdienen. Dat wilde ik niet op het spel zetten voor een illegale uitkering. Ik had mijn uitkering netjes stopgezet en was zelfstandige geworden. Dus: geen geld, geen eten. De gaarkeukens had ik toen nog niet ontdekt.Het ergste was dat ik die klootzak een paar jaar eerder zijn eerste werk in mijn café had bezorgd. Destijds was hij er op een dag met de inkomsten van een hele week vandoor gegaan, naar Griekenland. Hij was opeens verdwenen met de broodnodige inkomsten van mijn café C. Twee weken later had hij nog het lef om mij vanuit Griekenland op te bellen omdat zijn geld op was. Ik ben er niet achteraan gegaan; mijn geld was immers ook op. Ik heb het nooit teruggezien. Zijn vader kwam er toen aan te pas: hij had de keuze tussen onterfd worden of paracommando worden. Tot op de dag van vandaag vertelt hij vol trots aan iedereen dat hij een homoseksueel heeft bestolen.Een maand later. De zon scheen; het was een zwoele zomeravond in de stad. Het was een fantastische dag geweest. Ik kwam van een receptie in café 't Been en liep via de Kammenstraat richting de Groenplaats. Een goede vriend, een gay queer, kruiste mijn pad. Mijn dag kon niet meer stuk.Ach, die Sissen, dacht ik, waarom ruzie blijven maken? Dus inviteerde ik mijn vriend(in) voor een drankje bij Sissen. Hij had immers gezegd: "Als iemand een queer meeneemt naar mijn café, krijgt die een fles champagne." Mijn vriend(in) vond het een schitterend idee en we trokken goedgezind in de richting van het café. Sissen was er niet, maar zijn broer wel. Nee, die wist niets van champagne. Tja. We scharrelden wat kleingeld bij elkaar en hadden genoeg voor twee Duveltjes."Ha nee," zei de broer."Wat?" zei ik.Om een of andere duistere reden kregen we niets. Waarom? Intussen bereikte mijn bloed het kookpunt. Ik nam een barkruk en mikte. Iedereen die dat café kent, weet dat er voor de spiegel op de glazen schappen een grote voorraad dure malt whisky stond, wel honderd flessen. Ik mikte midden in de malt. Het geluid van brekend glas vulde de ruimte.De broer ging daar duidelijk niet mee akkoord en begon me fysiek aan te vallen. Ik had veel moeite gedaan om zeker geen mens te raken, en die klootzak begon op mij te slaan. Het antimaterialistische discours dat hij op de meest ongepaste plaatsen afstak, bleek opeens niets meer waard. Gelukkig waren zijn linkse vriendjes niet aanwezig, want de mate van kleinburgerlijkheid die hij op dat moment tentoonspreidde, had hem zeker voor jaren een 'un-cool' stempel gegeven. Hij heeft het trouwens goed verborgen kunnen houden, want laatst zag ik hem nog sleuren met lampen tijdens de opnames van de film Blowing with the Wind van Barman. Ik was daar als figurant.Het einde was nog niet in zicht. Voor mij en mijn vriend(in) was het wel genoeg geweest. We verlieten de puinhoop en gingen aan de overkant iets drinken. Maar... het broertje dat altijd op de 'flikken' afgaf, had nu wel de politie gebeld. Daar stonden ze voor mijn neus. Ik mocht een nachtje in de cel gaan slapen. Het voorstel van de galeriehouder leek me opeens weer interessant.Totdat ik op bezoek ging bij een vriendin. Niet zo'n vriendin waar ik alles van wist, maar eerder een cafévriendin. Ik wist wel dat ze voor iets ernstigs was opgenomen in het ziekenhuis, maar uit ziekenhuizen komen mensen meestal genezen terug, dus betrad ik met een enorme levenshonger haar kamer. Ze groette me hartelijk en was blijkbaar erg blij met mijn bezoek. Prompt werd ik meegetroond naar de cafetaria, waar ik mijn verhaal over Sissen in geuren en kleuren moest vertellen. Ik vroeg of alles goed ging met haar. Ik moest de volgende dag zeker terugkomen.Toen ik haar de dag erna terugzag, had ze een plannetje: ze vroeg of ik samen met haar meubeltjes wilde maken, meer bepaald paravents. Ze vertelde me dat de kerst- en nieuwjaarsperiode een goede tijd zou kunnen zijn. We hadden nog een paar maanden om ons voor te bereiden. Ik vroeg haar een dag bedenktijd om samen te werken met haar, de koningin van de mode. Ik stemde toe.Ze zei dat ik een kamer kon krijgen in haar appartement als ik het schoonmaakte. Samen met dokter Maniewski, de dokter en geadopteerde zoon van Willem Elsschot, organiseerden we dat ze met mijn hulp binnenkort uit het ziekenhuis kon en weer zelfstandig kon leven. Het idee was dat ze alleen kon gaan wonen als ze iemand vond die een oogje in het zeil hield. Ik trok in haar woning en poetste op een bijna dwangmatige manier. Ik had een speciale vernis gebruikt om de tegeltjes in haar gang een Engelse uitstraling te geven en verder was iedere vierkante millimeter proper. De dag dat ze zou komen kijken was een maandag. Tijdens het weekend zou ik bij mijn familie verblijven. Maandag zou ze voor de eerste keer het gekuiste en geboende...  Een week lang lag ze in coma. Men vond haar plotseling, dwars over haar bed. Een aantal vriendinnen besloot bij haar te waken. Toen mij midden in de nacht werd gemeld dat ze overleden was, lag ik in haar bed in het atelier — de enige plek waar ik mijn kuiswoede niet mocht botvieren. Onder de kamer die ik in haar appartement betrok, woonde namelijk een reggaefreak die vooral ’s nachts keiharde muziek draaide. Mijn enige uitvlucht was haar bed, en daar lag ik toen het nieuws van haar dood me bereikte.Als een soort wraak waarschuwde ik de tv-zenders. Zij hadden nooit ruimte gehad voor haar creativiteit, maar hadden haar kort daarvoor plotseling ‘herontdekt’. Een belangstelling die haar goed deed, maar die veel te laat kwam. Het conservatieve Vlaanderen had zijn vernietigende werk al verricht.Toen ze een paar jaar eerder als in een middeleeuws drama op straat werd gezet met haar kinderen en haar man, ontbrak alleen de schandkar nog om haar door de stad te rijden. Een van de grootste Vlaamse creatieve genieën werd op de straatstenen gekeild. In de conservatieve salons zal de champagne wel rijkelijk gevloeid hebben. Nog enkele jaren dwaalde ze door haar stad. Op een dag raapte ik haar letterlijk op uit de goot. Als een gekwetst vogeltje moest ik haar naar haar kamer ondersteunen, naar een vieze, oude matras.En toen stierf ze.Ik lag in haar bed en ik moest verhuizen. Ik moest haar laatste wil eerbiedigen. Ik moest haar dood melden aan de kant van de familie die gebroken had met haar man en kinderen. Daarna volgde de begrafenis. Twee drankjes. Ik meed ze: de familie, de vrienden. Ik stond weer op straat.Toen was de man er weer, met zijn inmiddels opgerichte galerie, samen met onder anderen de kleindochter van Willem Elsschot (Alfons De Ridder). De jaren daarna heb ik kadertjes opgehangen en met goedkope wijn gesleept voor de recepties.Op een dag kwam ik behoorlijk aangeschoten en in driedelig pak terug van een receptie in de galerie. De Antwerpse culturele fine fleur was aanwezig geweest. Het was middag toen ik de Groenplaats op liep. Kunt u het zich voorstellen? Als in een arena zat de Antwerpse kleinburgerlijkheid uit te kijken op het standbeeld van Rubens en alles wat zich daar omheen afspeelde. Daar verscheen ik: ladderzat en in driedelig pak. Op datzelfde plein woonde een van mijn beste vrienden uit die tijd, een punker in vol ornaat.We begonnen met elkaar te dollen, iets wat de 'inboorlingen' niet kenden. Een golf van afschuw trok door de kleinburgerlijke massa. Ik was me daar totaal niet van bewust. Wat ik wel zag, was dat de Groenplaats plotseling werd overspoeld door een enorme macht aan politieagenten.Een van de genieën van de Antwerpse kleinburgers had waarschijnlijk de politie gebeld. In de ogen van die blijkbaar blinde massa werd een van de hunnen aangevallen — iemand in een driedelig pak. Ik dus. Ze waren uitgerukt in gevechtskledij. Een vreedzaam tafereeltje werd plotseling uit elkaar geknuppeld. Ik bleef ongedeerd, maar een man — bijna nog een kind — met een ebbenhouten huidskleur werd door twee agenten afgetuigd.Toen ik, geschrokken maar nog steeds stomdronken, wilde tussenbeide komen, werd ik met een zwaai in een politiewagen gegooid. Pas bij het uitstappen op de politieparking zag ik wie ze werkelijk hadden afgeranseld. Met zijn handen en voeten in de boeien moest hij uit de combi springen. Meer zag ik niet; ik werd in een cel gegooid en achtergelaten om mijn roes uit te slapen. Toen ik enkele uren later hard op de celdeur bonsde en om water vroeg, kwamen drie 'dappere' agenten me nog even in elkaar slaan.De volgende dag werd ik vrijgelaten. Lambermontplaats Ap'en 2004 De krant De Morgen berichtte een tijd later over het voorval op deGroenplaats. Let op amokmakers ! Agent vrijuit na valse bekentenis Een Antwerpse rechter heeft een politieagent vrijgesproken die bekende een allochtoon te hebben neergeslagen. De man bleek het te hebben opgenomen voor de werkelijke dader een jongere collega. Die kon echter niet worden veroordeeld omdat hij niet was gedagvaard.Zodoende ging iedereen vrijuit en onttrokken de agenten zich aan het gerecht door een valse bekentenis af te leggen.Toch zal het misschien nog anders aflopen. De feiten : Op 6 juni 1997 mengde een allochtoon zich in een arrestatie van amokmakers op de Groenplaats door twee agenten. Die waren daar niet mee gediend. Een van hen sloeg de man neer met een matrak. Het slachtoffer werd met inwendige bloedingen naar het ziekenhuis gebracht. De man diende nadien klacht in bij het Comité P.Tijdens de verhoren van de agenten bekende agent Julien S. te hebben gemept. Voor de rechtbank verklaarde S. Dat het zijn jongere collega was die de klappen uitdeelde en dat hij het voor hem had opgenomen.Desondanks bleef S. zijn collega tot de laatste snik verdedigen."Hij heeft niet echt geslagen, enkel in de lucht gemept".  De rechtbank kon gezien de gevolgen bij het slachtoffer de uitleg maar matig appreciëren Toch volgde rechter G.D.P. de visie van openbaar aanklager E.C.Die had bij de behandeling van de zaak geen straf gevorderd en alleen gevraagd "naar wijsheid" te oordelen. De collega-agent voor wie S. het opnam, werd niet vervolgd en kon gisteren bijgevolg niet worden veroordeeld. Logisch, volgens strafrechtgeleerde K.V. :"De rechter kan zich niet uitspreken over personen die niet zijn gedagvaard". Dat laatste kan volgens haar alsnog gebeuren "door het slachtoffer". Dat moet gebeuren voor het verstrijken van de verjaringstermijn. Doordat de verjaring is gestuit door dit vonnis, hebben parket en slachtoffer nog drie jaar de tijd om de echte agent-dader voor de rechter te slepen (CN)   DE toenmalige burgemeester   Bob Cools stelde voor om de nieuwelingen onder te brengen in getto’s. De super socialist Bob Cools stuurde de rijkswacht en politie af op zijn linkse politieke tegenstanders. Bij radio centraal  een vreedzame alternatieve radiozender kunnen ze er van meespreken. https://m.facebook.com/destudio.kunstenhuis/videos/843453809796998/ De super socialist louis tobback deed dat ook hij noemde hen subversief. Foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
107 0

Rap vrijdag

  Marcel De Vuyst dooft zijn sigaret, duwt het klepje van de asbak dicht en blaast de sliertjes rook uiteen voor hij uitstapt. Nancy krijgt haar gordel niet los, haar vader tikt op de ruit. Zijn rechterhand maakt draaibewegingen als de hand van haar moeder die eieren klutste.  Ze duwt haar twee duimen tegen het rode rotknopje tot de gordel loslaat en stapt de late zomerhitte in die tussen de gevels van de Zuidstraat hangt. In de Grand Bazar tegenover de school floepen enkele neonlichten aan en uit. Drie jongens zitten voor de ingang op de zadels van hun brommers, een cassettespeler tussen hen in. Words don’t come easy to me.  Nancy steekt haar handen diep in de zakken van haar jeans, voelt het kroonkurkje dat er al enkele dagen zit. Ze kijkt omhoog naar de immense schoolgevel. Scant de ramen op de zesde verdieping waar gordijnen hangen en hier een daar iets op een vensterbank staat. De gevel lijkt een reuzenkast, de ramen lijken schuiven zoals de kast bij apotheker Verbiest. In een van de bovenste schuiven zal ze zes jaar leven.  ‘Ze staan precies op ons te wachten. We zijn laat. Kom dan!’ Ze telt tot vier, slikt het zuur in haar keel weg en onderdrukt de neiging om haar vaders hand te pakken. How can I find a way to make you see I love you, words don’t come easy.  Rond de perfect en de opvoeder staan zeven andere kinderen en ouderparen bij het standbeeld van de stichter van de school, vlakbij de schoolpoort. De perfect drukt Marcel de hand. Nancy krijgt een schouderklopje. ‘Aha, daar zijn de laatsten, maar de laatsten zullen misschien de eersten zijn op het eind van het schooljaar. Ben je er klaar voor meisje?’   ‘Ja meneer, ik denk het wel.’  Ze haalt de handen uit haar broekzakken en houdt haar armen stijf tegen haar bovenbenen als een gesloten kurkentrekker.  ‘Mooi zo! Ik heb mijn woordje al gedaan. We moeten de speelplaats over. Ik praat u zo meteen bij, Mijnheer De Vuyst. Meneer Hostekint zal jullie naar de kamers brengen.’ ‘Hartelijk dank en excuses. De auto startte niet. Hij staat de hele week stil, ik ben op de baan. Excuseert u mij.’ De speelplaats is een lege vlakte vol asgrijze tegels als dode roggen. Geen afdak waar de fietsen van de leraren aan haken hangen en waartussen Nancy zich schuilhield bij verstoppertje. Geen hinkelspelen en lang uitgerekt genummerde rupsen geschilderd. Geen voetbalveldje waar ze eind juni nog met haar klas het trefbaltornooi tegen 6B had gewonnen en als kapitein Francis Delbeke eruit had gemept.  ‘Dit is jullie studiezaal. Na de laatste les hebben jullie een half uur pauze en dan wordt er hier elke avond van 16.30u tot 18.30u gestudeerd. Na de studie wordt er warm gegeten en is er na inspanning, ontspanning en recreatie.’ Nancy lipt de woorden. Ontspanning. Recreatie. Het klinkt bijna zo fijn als Pim-Pam-Pet of pap met bruine kinnekessuiker aan de ronde witte keukentafel met mama. ‘En nu moeten we enkele verdiepingen klimmen, maar dat zal wel geen probleem zijn met jullie jonge beentjes.’ De perfect knipoogt naar een van de moeders die terug lacht. ‘Meneer Hostekint zal jullie meenemen mee naar boven. Ik zie jullie straks dan.’ Tweeëntachtig. Drieëntachtig. Vierentachtig treden heeft Nancy geteld tot aan het slaapblok op de zesde verdieping. De deuren staan open. Een voor een als in een trage choreografie verdwijnt een drietal in een kamer. Nancy heeft de laatste kamer van een doodlopend stuk gang tegen de straatkant. Ze blijft in de deuropening staan. Op de deur kleeft een etiketje met haar naam erop. Eronder de lijmresten van een afgetrokken sticker. Haar vader legt zijn handen op haar schouders en duwt haar zachtjes de kamer in.  ‘Ga maar, dat ziet er hier in orde uit.’ ‘Ik laat jullie even de tijd om uit te pakken,” roept de opvoeder vanuit de gang. Ik zie jullie binnen een half uurtje graag terug op de speelplaats bij de ingang waar de perfect ons opwacht.”  ‘Ge gaat hier goed zitten. Ze gaan hier goed voor u zorgen. En voor dat ge ’t weet is ’t vrijdag en ben ik ook weer thuis. Ge zult het zien. Kom, pakt uw kleren maar uit.’ ‘Ik doe het liever straks, dan kan ik het op mijn gemak doen.’ ‘Installeert u dan straks maar.’ Ze staan bij het bed en de ongeopende koffer erop als rond de kist van haar moeder een jaar eerder. ‘Het zal rap vrijdag zijn. Ik denk dat er nog volk toekomt.’ Op de speelplaats klinken stemmen van oudere internen. ‘Laat ons dan maar weer naar beneden gaan, dan zijn we op tijd bij de perfect, dan hebt ge al goeie punten.’ Hij knipoogt, duwt haar weer zacht de kamer uit, legt zijn handen op haar schouders en kust haar op het hoofd. Nancy ruikt zijn tabaksadem, voelt de lippen van haar vader op haar kruin en legt haar handen op de zijne.  ‘Het zal u wel lukken. Gij kunt dat.’ ‘Ik kan dat,’ denkt Nancy ook al weet ze niet meteen wat ze zal kunnen. Ze lopen de trappen af, hun stappen klinken hol in de lege gang. De perfect geeft wat laatste instructies en neemt afscheid van de ouders. ‘Ik ga dan vertrekken. Ik moet Jan nog wegbrengen. Het zal rap vrijdag zijn meideke.’ ‘Ik ga dan eerst uitpakken. Vertrek maar papa.’ Nancy bijt op de binnenkant van haar kaken. Ze beent de trappen op, blijft bij het raam op de eerste verdieping staan en ziet haar vader de speelplaats oversteken. Ze ademt op haar pols en ruikt eraan. Duwt haar voorhoofd tegen het glas. ‘Kijk nog eens om papa,’ fluistert ze.

Christophe Vansteeland
1 1