Man op de kade
de hemel scheurde
een man op de kade sleurde aan de trossen van het schuimende schip
vanuit een portaal riepen ze, man, houd dat schip toch tegen, man
en de bliksem vlamde door het wolkendek als een zeis door een veld vol brandende netels
houd dat schip toch tegen, man, houd dat schip toch tegen, wierpen ze hem toe, alsook een extra zeel, want zo lastig kon het toch niet zijn, en
de man riep hulp, ik kan het niet, hulp,maar de wind kwam die dag uit het noorden en reet zijn stem en de meerpaal en het schip uit de kade toen
een golf van wel honderd meter hoog, zo zeggen de omstaanders, zijn zeis in de steven stak en het schip in tweeën brak
in de zwalpende zee, in de zoute zwalpende zee