Lezen

onderhuids 3

Ik ben bang van lege kamers. Als ik er een zie, dan sluit ik me erin op. En dan wacht ik af.Ik las overlaatst een boek. Het ging over een generaal die een gevangen monnik martelde, om iets te weten te komen. Maar wat de generaal ook deed, de monnik gaf niet toe. Eenzaamheid. Stak een oog uit. Keek hem aan zonder iets te zeggen. Liet hem verhongeren. Maar hoe dan ook, hij geraakte niet bij hem binnen.  Uiteindelijk bedacht hij zich. De enige waar de monnik voor zou zwichten, was de generaal zelf. Toen stak hij zichzelf neer. Leegbloedend keek hij naar de monnik, maar die gaf geen kik. De mannen van de generaal begroeven hen toen samen op een heuvel. Niets willen is alles hebben, alles willen is niets hebben. Dat leerde ik eruit. Een ander verhaal ging over een man die een vrouw wou helpen die in panne was. Hij parkeerde zijn auto achter de hare. Ze stapte uit en zei dat ze op glasscherven was gereden.Terwijl ze beide wachtten op de takeldienst zeiden ze geen woord. Uiteindelijk gingen ze beiden hun eigen weg zonder ooit contact te hebben gemaakt. Daarna las ik een ander verhaal. Een dokter holde een leven lang achter het geluk aan.Aan het eind besefte ze dat ze altijd al gelukkig was. En ze stierf, ondanks alle spijt, tevreden. De dagen daarna las ik een verhaal over een schrijver. Gewoon een schrijver.Het laatste boek dat ik las ging over een man dat mee in de put sprong. Hij was, denk ik, bang om alleen te zijn.  Ik ben ook bang om alleen te zijn. Hoewel ik me vaak alleen voel, als het raam van een warm gezin. Zo lijkt de wereld door me heen te staren. Ik ben hier noch daar, ik kijk nog beleef. Maar ik zou zeker, heel zeker in de put springen om bij het meisje te kunnen zijn.

Stelselmatig
10 0
Tip

Kamer met uitzicht

De ryokan-eigenares in Aska laat ons de kamer zien. ‘Keurig,’ zeg ik. De acht tatami mat kamer is klein, maar ziet er netjes uit. De prijs is heel schappelijk. ‘Prima voor een nacht,’ zeg ik. ‘Ik zal zo de bedden voor jullie opmaken,’ zegt de eigenares. ‘De toiletten en het gemeenschappelijk bad zijn aan het einde van de gang. Ik laat het jullie even zien.’ We sloffen achter haar aan. ‘Jullie zijn vast moe van de reis.’ We knikken. ‘Het valt gelukkig mee. We komen niet van ver,’ zegt A. We lopen langs een andere kamer. ‘Als jullie willen, kunnen jullie ook deze kamer nemen.’ De eigenares schuift de deur open. Ze stapt naar binnen. Het is een ruime 12 tatami kamer. Met een alkloof van berkenhout. Aan de muur hangt een roltekening. Bergen in de mist. ‘Deze kamer heeft een mooi uitzicht.’ Als we de andere kant opkijken, slaken we een kreet van bewondering. Door het raam, rolt de natuur zich, in de late namiddag zon, in prachtige pastelkleuren voor ons uit. We zien trapvormige rijstvelden. We zien bergen. Het uitzicht is een plaatje. ‘De kamer kost wel meer,’ zegt de hoteleigenares alsof ze een kunsthandelaar is die een schilderij verkoopt. Ze noemt het dubbele bedrag van de kleine kamer. ‘Maar dan heb je wel een prachtig uitzicht!’ ‘Welke kamer zullen we nemen?’ vraagt A. Meer voor de vorm. Want een blik van mij en hij weet genoeg.  ‘Zullen we deze kamer nemen? Het uitzicht is prachtig.’ ‘Ok. We nemen deze kamer.’ De eigenares knikt tevreden. Als de bedden zijn opgemaakt, trekken we onze yukuta aan en gaan in bad.  Hoe groot is onze teleurstelling als we terugkomen in onze kamer. De dure roltekening is opgerold. De avond is gevallen. Buiten is het pikdonker.        

Margaretha Juta
74 3

Jobstudenten aan de macht

De airconditioning blaast op 12. De muziek dreunt 28. Welkom op Camping Summer Bash Supermarkt! “This ain't nothin' but a summer jam. We're gonna party as much as we can”De overheid kondigde gisterenavond een hitteplan af. Als een brave burger met burgerzin winkel ik in de voormiddag en schuil voor de rest van de dag, thuis met de rolluiken dicht. Eindelijk, ik heb de zelfscankassa bereikt. Ik wil hier weg! Mijn maag krimpt voor de zoveelste keer in elkaar. Waarom staat die airco zo koud? En de muziek zo luid? Ik word oud.Ik scan haastig mijn laatste boodschappen: nog één krop botersla en vier tomaten. ‘Hallo mevrouwtje! Even controle van uw boodschappen!’ , een zestienjarige in een donkerblauw t-shirt met op zijn rug in witte letters “Jobstudent”, spreekt me iets te vlot aan.Ah, zo wordt hier de rangorde bepaald. Ik kijk terug de supermarkt in: vandaag zijn er alleen maar donkerblauwe t-shirten aan het werk. ‘Moet dat echt? Ik heb net alles in mijn rugzak gestoken. Alleen nog deze tomaten…’‘Ja, sorry mevrouwtje, ik doe ook maar mijn werk’, zegt hij met kalme stem en laadt mijn rugzak terug uit. Hmmm… De sfeer tussen ons zakt tot onder het vriespunt. Als hij hier de regels maakt… Wat een sfeerspons! ‘Ben jij dan ook verantwoordelijk voor de airco en de muziek? Moet ik voor mijn bezorgdheden daarover bij jou zijn?’ , antwoord ik bits. Hij reageert extreem ontspannen: ‘Nee mevrouwtje, daarvoor moet je bij Jeffrey zijn. Hij zorgt voor de coole sfeer en de heerlijke beats. Zal ik hem voor u oproepen? Hij is vanachter de camion aan het lossen’ en tikt op zijn zwarte walkie-talkie-headset. Lap! Hier weet ik geen repliek op. Dju! Ik weet niet wat zeggen. Op mijn plaats gezet door een zestienjarige jobstudent. Ik prop verongelijkt mijn boodschappen in mijn rugzak en zwier hem op mijn rug. Ik marcheer met mijn neus in de lucht naar buiten en scoot weg, als een hippe vogel op mijn elektrische step. ‘Zucht! De jeugd… Sinds wanneer hebben die het hier voor het zeggen…’

Evelien Meulders
44 1

Voorwaardelijk

"Maar ge zegt het toch!", riep ik naar de beeldbuis. Mijn huisgenoten keken zelfs niet meer op. Ze herkennen die specifieke toon als ik mijn stem verhef naar iemand op tv. Bovendien zagen ze me al wijzend aan het tv-toestel zitten. Ook dat scheelt in de perceptie. Het roepen gebeurt als iemand het antwoord op een eenvoudige vraag niet kent. Of een politicus met enerzijds, anderzijds en tenslotte niets. Of - zoals in dit geval - iemand die alweer dezelfde zin uitspreekt. Een zin waar ik me al enige tijd aan erger. Een bijzin van slechts drie woorden: 'Ik zou zeggen'.  Ze gaan telkens een zin vooraf waarin ze het gegeven dat ze 'zouden zeggen' daadwerkelijk uitspreken. Laat me de man op tv citeren. U kent hem ongetwijfeld. Het is een Nederlandse hoofdpersoon uit een realityreeks (nou ja) waarin een koppel (nou ja) een kasteel koopt of pretendeert geen cent te hebben, terwijl ze voor hetzelfde programma vet betaald worden. Nou ja. U kan zich het beeld en de stem ongetwijfeld voor de geest halen. "Ik zou zeggen lieve mensen, laten we er een feestje van maken." Beste vriend, je zegt het toch. Dus die 'ik zou zeggen' is volkomen overbodig. 'Ik zou' is voorwaardelijke wijs, maar als je het uitspreekt is het niet meer 'voor waar', maar 'waar'. U moet er eens op letten. 'Ik zou zeggen' is alomtegenwoordig. Zeker bij het gesproken woord. Op tv, bij feestjes, in toespraken. Telkens als tussenzin. Beeld je in wat een tijd we (zouden) kunnen besparen. De receptie kan sneller starten. Het programma is sneller afgelopen. Ik zou zeggen: doen! "Ge kunt ook niet kijken", zei een stemmetje in mijn hoofd. Het laat regelmatig van zich horen. "Of schrijf het van u af." "Daar zegt ge zoiets", zei ik. Zo gezegd, zo gedaan.

Rudi Lavreysen
9 0

Verloren

Dezer dagen hangen in Brussel Centrum halfgrote affiches, op alle hoeken en de meeste palen, soms met foto’s, soms alleen met tekst, in kleur of zwart wit zoals een goedkope print en waarop mensen hun wanhoop uiten omdat ze iets of iemand verloren hebben.             Of is het verloren zijn?              Snoopy, Punch, Lady en Mirza. Allemaal in de Schildknaapstraat. Verderop, bijna aan het Muntplein, Tijger, Spoetnik, Garfield en Catherine. Een hond, een kat, een viervoeter, een vrouw? Er worden beloningen uitgeschreven maar nergens vermelden de wanhopigen wat die beloning nu juist inhoudt. Het kan 50 euro zijn, dat is een beetje zoals de lotto winnen in een doorsnee gezin dat regelmatig een euro of twee inzet. Voor dezelfde moeite krijg je een doos pralines ‘Made in China’ of een fles goedkope wijn. Erger zijn de schouderklopjes, de ingeoefende tranen en de dank-je-wel-merci-beaucoup beloningen. Daar kan ik écht niet van leven.             Toch blijf ik het vreemd vinden dat mensen Brussel bekladden met zoveel vragen. Aan het Sint-Katelijneplein had ik er ook een tiental opgemerkt toen we afgelopen vrijdag in Restaurant de la Bourse, bij Adil en Sofiane, mosselen zijn gaan eten die er niet waren. Een huisdier, ik kan het nog begrijpen, maar een halsketting? Een portefeuille? Een boek? Een Delhaize boodschappentas? Of zoals vandaag nog: een zetel, een computer, een staanlamp en een paraplu – hartje zomer nota bene!             Het meest vreemde vind ik de hartrubriek in mijn stad van verloren voorwerpen. Een hart, zoals in: ik heb mijn hart aan haar verloren. Maar ook de tijd zoals in: ik verlies mijn tijd. Zichzelf: ik heb mezelf in deze relatie verloren. Het weekend zoals in: ik heb dit weekend niets gedaan, het is een verloren weekend geweest. Een ontmoeting zoals in: wat een tijdverspilling deze date. Een ziel zoals in: ik heb mijn ziel aan de duivel verloren. Een oog zoals in: ik ben hem uit het oog verloren. Een job zoals in: ik ben ontslagen, ik heb mijn werk verloren. Een moeder zoals in: ik heb mijn moeder tien jaar geleden verloren. Punten zoals in: ik heb flink wat punten verloren door mijn onoplettendheid in de klas. Geld zoals in: ik ben in deze weddenschap heel wat geld verloren. Maagdelijkheid zoals in: gisteren heb ik voor de eerste keer seks gehad en het was met die knappe buurjongen maar ik ben zijn naam vergeten. Bij hem heb ik mijn maagdelijkheid verloren. Het hang er allemaal en nog veel meer.             Waar hebben sommige mensen toch het hoofd? Zelfs het hoofd wordt verloren, zoals in: ik wist het niet meer, ik was compleet het hoofd verloren. Lopen die mensen dan verder in het leven zonder een hoofd op hun lichaam? Ik zie ze toch niet, tenzij ze natuurlijk binnenblijven en aan auto-bodyshaming doen.             Als we altijd alles voortdurend verliezen, wat hebben we dan nog over? Waarom dragen we niet meer zorg voor onszelf, waarom letten we niet beter op wat van ons is? Betekent het dat we alles altijd en overal bij anderen verliezen en domweg vergeten weer mee te nemen? Neem nu het meisje dat haar maagdelijkheid is verloren. Gaat ze de volgende dag terug om haar maagdelijkheid weer op te halen? Je ziet dat maagdelijkheid een illusie is, toch?             Gelukkig kan je in de meeste gevallen dat wat verloren is, weer terugvinden. Meestal in een andere vorm, zoals een andere job. Het blijft een job maar het is eens iets anders. Ook een hart kan je terugvinden door iemand anders te ontmoeten. Geld maakt schommelbewegingen en een overleden moeder komt nooit meer terug. Verloren jaren is pure nostalgie, heimwee naar je échte leven. De verloren jeugd behelst een volledige generatie die er wat fluïde en vervelend bijloopt. Saaie mensen, ik zeg het je!             De vergetelheid siert de mens. Vergetelheid vervolledigt de mens. Wat verloren is, is verloren. Wat weg is komt nimmer weer. Berusting heelt. Het is allemaal hernieuwen en herbronnen. Het is eens iets anders uitproberen. Het is leren leven met verlies, ook al is het maar maagdelijkheid.              Veel meer valt er niet over te filosoferen. Ik weet niet hoelang de affiches zullen blijven hangen, ze blijven maar komen en komen. Wat zeker is, is dat je het werkwoord kan vervoegen én met hebben én met zijn. Laten we ook taal koesteren.

Erwin Abbeloos
9 0

onderhuids 2

  De vrouw kwam echt niet terug. Daar was ik van overtuigd toen ik al een week op het gras voor het apartment wachtte. Iets anders kon ik het niet noemen. Soms glipte ik naar binnen en stal net genoeg geld van mijn ouders om batterijen te kopen. Dubbel A. Die stak ik dan in mijn gameboy en kon ik verder spelen. Er lag wel altijd ergens wat geld. Ik zocht in jassen en lades en als die bronnen uitgeput waren durfde ik zelfs in de spaarpot te graaien. Het was een kleine porseleinen pot waar wisselgeld zat om brood te kopen. Ik hield van het gevoel een zak vol kleingeld te hebben. Als een zak steentjes voor een ballon drukte me het op de aarde. Is geld niet de ultieme geluksbrenger? Ik keek af en toe op en inspecteerde de passerende wagens. Geen enkele sportwagen voldeed aan de criteria. Soms kwam een vriend. Die gooide zijn bmx op de grond en zette zich langs me. Hij speelde ook op de gameboy maar zei nooit veel. Om kwart voor zes stapte hij op en verdween uit mijn blikveld. Om zes uur ging ik naar huis. Ik telde nog steeds de trappen. En ik bekeek nog steeds aandachtig de tekening die ik aan de deur had geplakt. Eens ik zeker was dat die echt van mij was, ging ik naar binnen. Soms stelde ik me voor dat er zo een andere tekening geplakt was tegen een deur dat veel op de onze leek. En iemand dat veel op me leek maar niet was, deed hetzelfde. Ik denk dat ik uiteindelijk iets van de vrouw had vernomen. Of misschien toch een echo van haar. Toen ik ging fietsen zag ik een auto. Hij lag verlaten op een parking. Op de ruit stond een vuil papiertje. En ik voelde iets. Het leek wel of mijn geest zich terugtrok naar een donker hoekje in mijn hoofd. Ik zag mijn eigen hand in de felle middagzon grijpen naar het papiertje. Mijn handen opende voorzichtig het vermorzeld papiertje en zette het voor mijn ogen."Sorry voor de krassen."Meer stond er niet op, maar ik stelde me voor hoe het meisje met de sportwagen hier langs was gekomen. Hoe ze snel een brief achterliet. Pas nadat ik fantaseerde over hoe ze het briefje schreef, kwam ik terug tot mezelf.  Ik zat weer in mijn lijf. Ik opende en sloot mijn ogen, mijn handen. Ik sloot mijn mond. Alsof ik bang was mezelf uit te ademen. Tot ik als een lege schelp zou achterblijven naast de verlaten wagen. Misschien stootte ooit wel iemand tegen me aan, en propte dan een papiertje in mijn mond. "Sorry voor de krassen."

Stelselmatig
3 0

De opeenvolging van de woorden

Weet je nog wat de opeenvolging van de woorden van jou als lezer verwacht?De harde realiteit onder ogen willen zien.Het doet vermoeden dat er iets wezenlijks verteld zal kunnen worden zonder dat er daarbij ingeboet wordt aan oprechtheid, en dat is niet altijd even vanzelfsprekend.Soms wil de tekst nu eenmaal dat de schrijver eraan ten onder gaat,maar tussen willen en zullen vind men kunnen.Ik zou eens kunnen sterven.Een schrijver is per definitie altijd naakt.Een goede lezer weet dit.Het lusteloze gevoel ergens je plaats in te vinden, heeft niets te maken met jouw smaak.Ik draag deze betekenis over van drager naar drager, want dat is verwarrend,en komt mijn tekst ten goede.Een tekst die een tekst wil blijven, schrijft moeilijk.Als ik me voel leeglopen, houdt het ook op voor de lezer.Mee-sterven met de tekst.Ik verlang naar begrip - samen iets doorzien is verantwoorder.Als een verstilling wil ik beantwoord worden.Tot dusver heb ik me traagjes binnengewerkt in de tekst.Waar oefen ik druk op uit: jou of mezelf?Niemand begint zomaar poëtische trekjes te vertonen!Wat voor doelstellingen zijn realistischer?Bloggen is tijdloos en ultra realistisch.Het kost je moeite om het overzicht te behouden.Onder de tekst voel je weerstand.De woorden liggen nogal dik op mijn naakte lichaam.Jullie maken me beter, lezers.Het blijft het doel om jullie stelselmatig, telkens weer een stap voor te zijn,om hier dan tijdig mee op te houden, tot we samen de eindmeet bereiken.

Dries Verhaegen
13 0

Ontslag

Mijn crisis suddert voort, het zet van alles in beweging, het moet zo. Het is zo. Ik ga mezelf niet verdoven. Ik leef en zwem met de bandjes mij meegegeven. Ik zit in de storm en spartel. Maar het mag. Ik beleef de emoties en de valkuilen zoals ze zijn. Ik heb geen angst meer. Ik spring en val.  Ik heb mijn ontslag als regionaal verantwoordelijke gegeven. Ik zoek nu verder, naar werk en leven in balans en laat mijn tijd niet meer bepalen door anderen. Het is niet omdat je voor een ander werkt dat je maar moet doen wat die ander van je verlangt, net zoals in een relatie. Jij bent jij en niet wat die ander wil of verwacht. Je doet je best omdat je in iets gelooft of iemand graag ziet. Tegelijkertijd ben je wie jij bent met heel je bagage waaruit je af en toe iets gooit en soms tegen wil en dank er iets uit op-popt dat je niet had verwacht. Maar goed, dat mag. Leven leert. Dat is je belangrijkste scholing als individu. Ik heb me nu voor een week afgezonderd in Nederland. Om alles op een rijtje te zetten en rust te vinden in dat overactieve brein van me en in die mallemolen van emoties. Schrijfsels vloeien uit mijn hand als nooit tevoren en dat doet pijnlijk goed.  Er is vooruitgang, zoals Gorki zong. Want alles beweegt en God wat hou ik van beweging.  Ik neem afscheid. Van mensen, van het verleden en van stukjes van mezelf die niet echt waren. So long.  Ik ga verder. Ik doe wat ik graag wil doen en zoek daarin een evenwicht. Elke god-niet-te-vergeten-dag opnieuw.    

Bart Vermeer
40 0