Lezen

Van hieruit bij je

heb je daar woorden voor? wat zou je stilte zeggen, als ze jouw stem had?   je mag kiezenwat je vertelt   wat zou er gebeurenals we datgene wat je gemist hebt hier voor jou zouden plaatsenheb je daar woorden voor?   ja.   ze zijn:ik wil je kennenmaar je bent al gestorveneen jaar geledenzag ik je slapenvoor de eerste keer in mijn leven geloof ikzag ik jou slapenzou ik over jou wakenuren zat ik bij je, tekende bloemende berken buiten kregen gele bladerengoud, zei jetoen je wakker werdzijn er nog duizend mooie dingen gebeurd   we hebben tranen gekregenwe hebben er niet altijdmaar we hebben er wel gekregenik stak een kaars aande kaars die ik op je kamer wilde laten branden telkens ik bij je waszo kon je zien dat we bij elkaar waren geweestde verpleegster zei voor de veiligheid geen vuur, de rest ben ik vergetenik nam ze mee naar huis en schreef jou: ze brandt, ik ben van hieruit bij jeje schreef terug dat dat goed was   telkens ik de kaars uitblieszag ik de mooiste dansde vrij vloeiende vormen van de rook, bewegingen die onze zielons lijf wenst in dit leven   gouden bladeren vielen van de bomenjij was onderweg, wij waren bij jehet was de tweede keer dat ik je zag slapen – zag ik de mooiste dansje laatste adem hangt hier nog ergens in de luchtje bent al gestorvenmaar ik wil je kennen, mama   dat kanhet volle leven, mocht ik leren, is intens, met inbegrip van de doodimmensons hart kan veelen ik moet niet alles doen wat mijn hart kanmaar ik ga doen wat mijn hart zegthet zou goed kunnen zijner zullen nog duizend mooie dingen gebeuren   het zou goed kunnen zijngoud, zei je

Jill Marchant
14 1

De kleine prinses

Er zit een geheimzinnig meisje recht tegenover mij in metro 5 – richting Erasmus.Ze heeft een paraplu op haar schoot liggen en ze houdt hem stevig vast.Ze kijkt door het raam.Haar opa staat naast haar.Zijn arm rust beschermend op de leuning van haar zitplaats.We staan stil in Beekkant. De metro naast ons komt ook tot stilstand.   “Een slang! Die mevrouw houdt een slang vast!”, roept ze luid.Ze wijst naar de metro naast de onze.Verschillende mensen uit onze wagon kijken benieuwd rond.Haar opa fronst.Metro 5 naast ons vertrekt in de andere richting, naar Herrmann Debroux.Zien speelt zich niet af in dezelfde hersendelen als wetenen er volgt zo’n moment waarbij je je afvraagt of wij nu bewegen, of zij.Het is een optische illusie,een waarneming van onze ogen die onze hersenen anders interpreteren.   Ik denk aan ‘De Kleine Prins’.Hij tekende een boa die een olifant had ingeslikten grote mensen zagen er een hoed in.Ik zie nog hoe de vrouw aan de andere kant van het raamhaar sjaal op haar schoot legt, terwijl de metro vertrekt.   Het kleine meisje friemelt aan haar paraplu.Ze kijkt me guitig aan en ik fluister ‘kapoen’ langs mijn glimlach weg.Opa Frons haalt zijn arm van de rugleuning,legt zijn hand op de paraplu en houdt haar tegen.“Niet opendoen”, zegt hij kort “We zijn er bijna. Nog één halte.”Het kleine meisje kijkt heel even erg beteuterd.Daarna kijkt ze me opnieuw met speelse ogen aan.Ze plooit haar dichtgeklapte paraplu voorzichtig een stukje open.En ze toont me – alsof ze me een geheim laat zien –voorzichtig de prent van een prinses.   Ik denk opnieuw aan de kleine prins.Opa Frons zag 'de hoed'. Hij zag een sjaal en een paraplu.Het kleine meisje zag een boa en verbergt in haar regenscherm geheimen.Zij wilde mij per se, met een zekere urgentie zelfs, nog voor ze uit moesten stappen,de verborgen prinses tonen.Dat had haar opa misschien nog niet goed begrepen.Zien speelt zich immers niet af in dezelfde hersendelen als weten.

Jill Marchant
0 0